| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Veldkantweg 87-87a en hoek Ringlaan-Weverweg Eerbeek |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0213.TAMEEKOM3001-va01 |
Op het adres Veldkantweg 87 en 87a in Eerbeek is een bedrijf met een autospuiterij gevestigd. Dit zijn geen activiteiten die passend zijn in een woonomgeving. Initiatiefnemer is bereid om de bedrijfsactiviteiten te staken. Ter compensatie mag op het perceel op de hoek van de Ringlaan en Weverweg een nieuwe woning worden gebouwd.
Op 28 juni 2022 heeft het college besloten om in te stemmen met deze ontwikkeling. Omdat deze ontwikkeling niet past in (het tijdelijk deel van) het Omgevingsplan van de gemeente Brummen dat per 01-01-2024 van kracht is (voorheen: het bestemmingsplan), maar het initiatief wel wenselijk is, wordt het Omgevingsplan voor deze locaties gewijzigd. In dit document wordt toegelicht waarom er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties conform de Omgevingswet.
De wijziging heeft betrekking op twee locaties aan de westkant van Eerbeek.
Onderstaande afbeelding toont globaal de ligging van beide locaties in de omgeving.
Ligging van de locatie Veldkantweg 87 en 87a (blauw) en de nieuwbouwlocatie op de hoek van Ringlaan en de Weverweg (rood) (bron: OpenStreetMap)
De gemeente Brummen beschikt nog niet over een omgevingsplan dat is opgesteld op grond van de Omgevingswet. Daarom is voorliggend initiatief getoetst aan het geldende, tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan omvat onder meer alle geldende bestemmingsplannen.
Veldkantweg 87 en 87a
Voor de locatie Veldkantweg gelden het bestemmingsplan 'Kom Eerbeek' (vastgesteld op 28 januari 2010) en het bestemmingsplan 'Eerbeek' (vastgesteld op 03 september 2020, waarin gewijzigde geluidzones en geurzones zijn vastgelegd). De huidige bestemming is 'Bedrijf' met de aanduiding dat hier een bedrijf tot en met categorie 3.1 is toegestaan. Tevens is de bestaande bedrijfswoning toegestaan. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd met gebouwen met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 10 meter.
Volgens het bestemmingsplan 'Eerbeek' (vastgesteld d.d. 03-09-2020) ligt het perceel binnen de 'milieuzone - geurzone 1'. Binnen deze zone mogen geen nieuwe geurgevoelige objecten van categorie A worden opgericht (zoals woningen).
Veldkantweg 87 en 87a: Uitsnede bestemmingsplan "Kom Eerbeek"
Hoek Ringlaan - Weverweg
Het perceel waar de beoogde nieuwbouw plaatsvindt valt onder de werking van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2008' (vastgesteld op 17 december 2009). Het perceel heeft de bestemming 'Agrarisch met landschapswaarden'. Er mag niet worden gebouwd, uitgezonderd andere bouwwerken (geen gebouw zijnde) tot een hoogte van 1,25 meter.
Ook geldt hier het paraplubestemmingsplan landschapselementen buitengebied (vastgesteld op 23 maart 2023). Op basis van de gebiedsaanduiding 'overige zone - Veluweflank' is geregeld welke landschapselementen zijn toegestaan.
Hoek Ringlaan-Weverweg: Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied
Voorts gelden voor beide locaties het Paraplubestemmingsplan Parkeren (vastgesteld op 18-10-2018) en Paraplubestemmingsplan Archeologie (vastgesteld op 15-10-2020).
Strijdigheid met het bestemmingsplan
Onder de vigerende regelingen is het niet toegestaan om op de beoogde locatie een nieuwe woning te bouwen. Voorliggend plan maakt dit mogelijk. Onlosmakelijk daarmee verbonden is het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten op het perceel Veldkantweg 87 en 87a. Hier blijft wel de functie wonen toegestaan, al dan niet met een aan-huis-gebonden beroep of -bedrijf.
Deze toelichting bevat de inhoudelijke onderbouwing van het plan. Hoofdstuk 2 begint met een beschrijving van de huidige situatie, gevolgd door een beschrijving van de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt verwezen naar het voor het plan relevante beleid van gemeente, provincie en Rijk. In de hoofdstukken 4 en 5 wordt de ontwikkeling getoetst aan diverse aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving en de toedeling van functies aan locaties. In hoofdstuk 6 komt de maatschappelijke en economische haalbaarheid aan de orde. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 een toelichting gegeven op de juridische opzet.
In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.
Veltkantweg 87 en 87a
De planlocatie ligt aan de westrand van Eerbeek. Het betreft een bedrijfsperceel (oppervlakte ca. 1.860 m²) dat aan alle zijden wordt omgeven door woningen. Op de locatie is een autoschadebedrijf gevestigd met tevens een spuitinrichting. Deze activiteiten laten zich niet goed combineren met de woonfunctie van de omgeving. Het voornemen is om de bedrijfsactiviteiten te staken. De bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Onderstaande afbeelding geeft een beeld van de huidige situatie.
Aanzicht van het huidige bedijf (foto: Google streetview)
Hoek Ringlaan - Weverweg
Als compensatie voor het beëindigen van het bedrijf en de planologische omzetting van bedrijfsbestemming naar woonfunctie mag initiatiefnemer een woning bouwen op het perceel op de hoek van de Ringlaan en de Weverweg. De Ringlaan is een weg die het dorp Eerbeek aan de westkant omsluit.
Ten oosten van de Ringlaan liggen de meer planmatig opgezette woonbuurten. Aan de andere kant van de Ringlaan staan verspreid vrijstaande woningen uit verschillende bouwperiodes. De woningen bestaan overwegend uit één bouwlaag met een kap en staat op grote groene kavels. Ten noorden van de Weverweg ligt de recente uitbreidingswijk Lombok.
Veldkantweg 87 en 87a
Op het perceel Veldkantweg 87 en 87a wordt het bedrijf beëindigd. De bestemming Bedrijf wordt gewijzigd in de functie Wonen. De bestaande gebouwen blijven gehandhaafd. Omdat het perceel binnen de 'milieuzone - geurzone 1' ligt, mogen er geen nieuwe geurgevoelige objecten (zoals woningen) worden opgericht. Wel is het mogelijk om bij de bestaande woning een beroep of bedrijf aan huis in het voormalige bedrijfspand uit te oefenen. De uitstraling hiervan moet ondergeschikt zijn aan de woonfunctie.
Om de hoeveelheid verharding op het terrein terug te brengen en het perceel een groener aanzicht te geven is een beplantingsplan gemaakt. Een tekening hiervan is opgenomen in bijlage 1 bij de regels.
Hoek Ringlaan - Weverweg
Op de hoek Ringlaan - Weverweg wordt een nieuwe woning gebouwd. Om de zichtlijnen en de openheid op deze hoek te respecteren, wordt de woning aan de zijde van het naastgelegen woonperceel gebouwd. Er blijft minimaal 5 meter afstand tussen de woning en de perceelsgrens. Om het uitzicht van de naastgelegen woning te respecteren, wordt de nieuwe woning verder naar achteren op het perceel gebouwd.
De nieuwe woning wordt gebouwd in één bouwlaag met een forse kap, aansluitend aan het beeld van de omgeving. Aan de achterzijde van de woning is plaats voor een bijgebouw.
Schematische weergave van de situering van de woning op de kavel (ontwerp: Buro Bouwkunst)
Landschappelijke inpassing
Het plan gaat vergezeld van een beplantingsplan ten behoeve van de landschappelijke inpassing. Hiervoor is een beplantingsplan gemaakt die naast het behoud van openheid en groene agrarische uitstraling ook inspeelt op het versterken van de belevingswaarde en natuurwaarden. Het noordelijke deel van het perceel (aan de Weverweg) behoudt een open karakter en wordt beheerd als weide en kruidenrijk grasland. De bosrand wordt aangekleed met zoombeplanting. Hiermee wordt een overgangszone gecreëerd, waardoor er meer variatie in beplanting en meer biodiversiteit ontstaat.
In het grasland worden enkele solitaire bomen geplant (bijvoorbeeld eik of linde) die schaduw kunnen geven aan grazend kleinvee dat hier gehouden kan worden. Ook is er ruimte voor een poel, die naast het versterken van de natuurwaarden tevens een functie heeft als waterberging. Hemelwater dat op de woning en de schuur neervalt kan hier naar toe worden afgevoerd.
Een meidoornhaag vormt de scheiding tussen het grasland en de privétuin bij de woning. Voor de woning komt een gazon met enkele hoogstamfruitbomen.
De bomen op de hoek Ringlaan - Weverlaan vallen buiten het kadastrale perceel. Dit blijft ongewijzigd, de bomen blijven in stand.
Hieronder is het beplantingsplan weergegeven. Een grotere afbeelding is te vinden in bijlage 2 bij de regels.
Beplantingsplan locatie hoek Ringlaan - Weverweg (ontwerp: Hanskamp hovenier)
Vanaf 01 januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving.
Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers.
Gebiedsgericht
De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen.
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden en heeft geen directe uitwerking op de fysieke leefomgeving. Bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in een Omgevingsplan of bij het vergunnen van een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit moeten de verschillende instructieregels en geformuleerde omgevingswaarden in acht genomen worden.
Het gaat hierbij over de instructieregels met het oog op:
Daarnaast gaat het om de volgende omgevingswaarden
Het plangebied ligt niet in één van de aangewezen beschermde gebieden uit de NOVI of het Bkl. Het initiatief heeft daarmee op voorhand geen effect op één of meerdere aspecten met een nationaal ruimtelijk belang.
De toetsing aan de eventueel van toepassing zijnde omgevingswaarden vindt plaats in hoofdstuk 4.
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer.
De provincie streeft naar een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door hierin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities worden hieronder kort samengevat:
Naast deze zeven ambities blijft het beleid uit de Omgevingsvisie uit 2014 gelden. Het gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden.
Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze wordt regelmatig op onderdelen geactualiseerd. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen.
De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van instructieregels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen uit het Bkl.
Klimaatadaptatie
De provinciale omgevingsverordening die op 1 februari 2022 van kracht is geworden bevat de instructieregel klimaatadaptie (2.65b). Voor zover een plan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. In paragraaf 5.5 wordt invulling gegeven aan de wijze waarop in dit plan is omgegaan met het voorkomen en/of beperken van de risico's van klimaatverandering.
Beide planlocaties liggen binnen een intrekgebied van het waterwingebied Eerbeek. In de omgevingsverordening zijn regels opgenomen die de kwaliteit van het drinkwater beschermen. Binnen 'intrekgebieden' is het aanleggen en exploiteren van mijnbouwwerken niet toegestaan. Bij voorliggend initiatief is geen sprake van dergelijke activiteiten. Het opsporen en gebruik van aardwarmte is wel toegestaan.
De planlocatie is gelegen in Nationaal Landschap en in de Gelderse streek IJsselvallei. Binnen deze streek dienen de kernkwaliteiten behouden en versterkt te worden. Landschappelijke contrasten dienen behouden te worden en karakteristieke verkaveling te respecteren. Met voorliggend initiatief worden deze kernkwaliteiten behouden. Verder worden er in de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening geen specifieke eisen aan voorliggende locatie gesteld.
De activiteit past binnen het beleid en regels van de provincie Gelderland.
De gemeenteraad van Brummen heeft op 19 september 2013 de Toekomstvisie 'Innoveren met oude waarden' vastgesteld als kader voor nieuwe ontwikkelingen. De Toekomstvisie zet voor de gemeente Brummen de stip op de horizon van 2030. De visie geeft richting aan de strategie, het beleid en de plannen die de gemeente de komende jaren samen wil maken. Natuur, landschap, water, papier en landgoederen zijn belangrijke kernwaarden in de gemeente, die verleden en heden met elkaar verbinden. Maar inwoners vinden Brummen vooral een gemeente waar je goed kunt wonen en leven. De keuzes en speerpunten voor 2030 zijn ingedeeld in drie thema's:
Wat betreft wonen zet de gemeente in op goede voorzieningen in Eerbeek en Brummen, om deze kernen vitaal te houden. Beide centra moeten goed bereikbaar blijven, maar ook bewoning is belangrijk voor levendige centra. Bij voorkeur wonen er mensen van allerlei leeftijden in de dorpskernen. De gemeente kiest voor een groene en ruime woon- en leefomgeving en zet in op het zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen, een actief sociaal leven en nieuwe woonvormen. De voorkeur gaar naar inbreiding op locaties die al bebouwd zijn in plaats van uitbreiding.
De Woonagenda 2019-2030 is een actualisatie van de Woonvisie 2016-2025. Belangrijke reden om de woonvisie te actualiseren is in te kunnen spelen op de dynamische woningmarkt. Volgens de Woonagenda Cleantechregio 2018 is er naar de huidige inzichten in de gemeente Brummen in de periode 2017-2027 behoefte aan 700 nieuw te realiseren woningen.
Het wensbeeld voor de toekomst is gelijk aan die van de Woonvisie uit 2016: een vertrouwd dorps woonklimaat in een economisch vitale gemeente met een duurzaam en sociaal karakter. Waar het goed wonen is voor jong en oud, dankzij een gedifferentieerd aanbod van kwalitatief hoogwaardige woningen. Dit wensbeeld wordt uitgewerkt in een viertal pijlers:
Woningbehoefteonderzoek
Voor de actualisatie van de woonvisie hebben de gemeente Brummen en woningcorporatie Veluwonen een kwalitatief woningbehoefteonderzoek laten uitvoeren. Dit onderzoek brengt het functioneren van de woningmarkt in beeld, geeft een overzicht van eventuele knelpunten in de woningmarkt en zal als onderlegger gaan dienen voor toekomstige woningbouwinitiatieven om zo op kwaliteit te kunnen sturen.
Afwegingskader woningbouw
Voor de gemeente is het van belang om in de woningbouwprogrammering naast kwantitatief vooral ook kwalitatief te sturen. Daarom is het afwegingskader woningbouw opgesteld, op basis waarvan de gemeente haar medewerking verleent aan de plannen die het best bijdragen aan de ambities. Aanvragen worden aan de hand van de volgende stappen getoetst:
Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden
Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan (archeologieverordening (artikel 38, Monumentenwet 1988), geurverordening (artikel 6, Wet geurhinder en veehouderij), verordening afvoer regen- en grondwater (artikel 10.32a, Wet milieubeheer), hogere waarde besluiten (artikel 110a, Wet geluidhinder), vastgestelde veiligheidscontouren (artikel 14, Besluit externe veiligheid inrichtingen) en de bruidsschat. Hierna wordt per aspect de ontwikkeling getoetst op strijdigheden. Om te bepalen of het initiatief past binnen het omgevingsplan, wordt getoetst aan het voorheen geldende bestemmingsplan dat één op één is overgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
Veldkantweg 87 en 87a
Voor de locatie Veldkantweg gelden het bestemmingsplan 'Kom Eerbeek' (vastgesteld op 28 januari 2010) en het bestemmingsplan 'Eerbeek' (vastgesteld op 03 september 2020, waarin gewijzigde geluidzones en geurzones zijn vastgelegd). De huidige bestemming is 'Bedrijf' met de aanduding dat hier een bedrijf tot en met categorie 3.1 is toegestaan. Tevens is de bestaande bedrijfswoning toegestaan. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd met gebouwen met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 10 meter.
Volgens het bestemmingsplan 'Eerbeek' (vastgesteld d.d. 03-09-2020) ligt het perceel binnen de 'milieuzone - geurzone 1'. Binnen deze zone mogen geen nieuwe geurgevoelige objecten van categorie A worden opgericht (zoals woningen).
Veldkantweg 87-87a: Uitsnede bestemmingsplan "Kom Eerbeek"
Hoek Ringlaan - Weverweg
Het perceel waar de beoogde nieuwbouw plaatsvindt valt onder de werking van het bestemmingsplan 'Buitengebied 2008' (vastgesteld op 17 december 2009). Het perceel heeft de bestemming 'Agrarisch met landschapswaarden'. Er mag niet worden gebouwd, uitgezonderd andere bouwwerken (geen gebouw zijnde) tot een hoogte van 1,25 meter.
Ook geldt hier het paraplubestemmingsplan landschapselementen buitengebied (vastgesteld op 23 maart 2023). Op basis van de gebiedsaanduiding 'overige zone - Veluweflank' is geregeld welke landschapselementen zijn toegestaan.
Hoek Ringlaan-Weverweg: Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied 2008'
Voorts gelden voor beide locaties het Paraplubestemmingsplan Parkeren (vastgesteld op 18-10-2018) en Paraplubestemmingsplan Archeologie (vastgesteld op 15-10-2020).
Strijdigheid met het omgevingsplan
Onder de vigerende regelingen is het niet toegestaan om op de beoogde locatie op de hoek Ringlaan - Weverweg een nieuwe woning te bouwen. Met onderhavig plan wordt dit mogelijk gemaakt. Onlosmakelijk daarmee verbonden is het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten op het perceel Veldkantweg 87-87a en het planologisch omzetten van de bedrijfsbestemming naar een woonfunctie. Hier blijft wel de functie wonen toegestaan, al dan niet met een aan-huis-gebonden beroep of -bedrijf.
De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente. De activiteit is echter in strijd met de regels van het omgevingsplan. Daarom wordt het omgevingsplan gewijzigd waarvoor onderhavige motivering en regels zijn opgesteld.
Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap.
Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen, betrokken.
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de omgevingswaarden ten aanzien van water zijn als volgt onderverdeeld:
Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Zodoende is de eerdere, verplichte watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. In elk geval worden de wateraspecten beschreven en wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige maatregelen voor het project moeten worden getroffen. Over het initiatief wordt advies gevraagd aan de betrokken waterbeheerder.
Programma Water en Riolering 2023-2027
In dit programma beschrijft de gemeente Brummen haar doelen en ambities voor de gemeentelijke zorgplichten (afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater) en wordt de koppeling gelegd met klimaatadaptatie voor wateroverlast en droogte.
Voor de komende planperiode zijn de volgende speerpunten benoemd:
Vuilwater wordt zoveel mogelijk gescheiden van hemelwater ingezameld en gescheiden aangeboden aan de zuivering. Voor de verwerking van hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: vasthouden - bergen - vertraagd afvoeren.
De berging en afvoer van hemelwater gebeurt bij voorkeur op een natuurlijke en bovengrondse wijze, bijvoorbeeld een wadi of afvoer naar oppervlaktewater. Dergelijke natuurlijke maatregelen gaan boven een technische maatregel (zoals een infiltratieriool).
Planspecifiek
Voor beide locaties is de digitale watertoets doorlopen. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 1 en 2.
Veldkantweg 87 en 87a
Voor de locatie Veldkantweg 87 en 87a is er geen waterbelang, omdat het hier slechts om een functiewijziging gaat en er geen ruimtelijke ingrepen worden gedaan.
Hoek Ringlaan - Weverweg
Voor de hoek Ringlaan - Weverweg kan worden volstaan met een korte procedure. Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. De GHG op de planlocatie ligt diep (> 2 m -mv), waardoor dit geen probleem is. Voor het waterschap leidt een toename van verharding alleen tot een watercompensatieopgave (noodzaak tot waterberging) als er een toename is van 1500 m2 of meer. Gemeenten kunnen hier andere eisen aan stellen.
In voorliggend plan wordt het hemelwater dat op daken valt afgevoerd naar een poel die wordt aangelegd op het noordelijk deel van het perceel. Om te zorgen dat het afstromende hemelwater schoon blijft is mogen geen uitlogende bouwmaterialen worden gebruikt.
Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect water.
Bedrijven (die activiteiten uitvoeren/ ondernemen) kunnen niet zomaar naast een gevoelige functie, zoals een woning, gerealiseerd worden. Ook andersom moet er zorgvuldig gemotiveerd worden dat een nieuwe woning bij bestaande bedrijven gerealiseerd kan worden.
Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. Ook zorgt dit ervoor dat (bestaande) bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. De publicatie “Bedrijven Milieuzonering” van de VNG is, zeker ook gezien jurisprudentie, een goed houvast hierbij. De in deze publicatie genoemde richtafstanden gelden voor gemiddelde situaties. Er kunnen omstandigheden zijn waarom er toch van een andere afstanden uitgegaan kan of moet worden.
Op weg naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet is door de VNG een nieuwe publicatie uitgegeven: Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet 2023. Kern van deze publicatie is om de toelating van bedrijven te reguleren op basis van een beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieunormen. In de nieuwe systematiek wordt de toelating van activiteiten niet meer gekoppeld aan een bij de regels behorende Staat van bedrijfsactiviteiten met milieucategorieën. Dit maakt het ook niet mogelijk de ontwikkeling van nieuwe gevoeligere objecten te toetsen aan bestaande bedrijven. Om die reden wordt voor de beoordeling van de omliggende activiteiten/ functies nog aangesloten bij de richtafstanden uit de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'.
Planspecifiek
Veldkantweg 87 en 87a
Het huidige autoschadebedrijf met spuitinrichting wordt op deze locatie beëindigd, juist omdat de activiteiten niet passend zijn in de woonomgeving. In de toekomstige situatie blijft de woning gehandhaafd, met de mogelijkheid voor een beroep of bedrijf (milieucategorie 1) aan huis. Dit is passend in een woonomgeving.
Het plangebied is gelegen binnen 'milieuzone - geurzone 1' volgens het bestemmingsplan 'Eerbeek'. Omdat het hier een bestaande woning betreft, is dit niet relevant.
Een minimaal deel van het plangebied ligt binnen de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' uit het bestemmingsplan 'Eerbeek'. Ook hierbij geldt dat het niet relevant is, omdat het om een bestaande woning gaat. Bovendien ligt het bouwvlak van de woning buiten de geluidzone.
Een klein deel van het plangebied ligt binnen de 'geluidzone - industrie' volgens het bestemmingsplan 'Eerbeek'.
Hoek Ringlaan - Weverweg
In de directe omgeving van de nieuwbouwlocatie zijn geen functies gevestigd die mogelijk hinder kunnen opleveren. Op circa 160 meter ten noorden van de locatie ligt een kinderboerderij. De afstand is dermate groot dat er geen sprake is van hinder. Daarnaast ligt op circa 40 meter vanaf de planlocatie een bedrijf aan de Veldkantweg 40. Deze afstand overschrijdt geen richtafstand. Aan de Loenenseweg liggen enkele panden met een dienstverlenende functie, maar dit zijn activiteiten die goed passen in een woonomgeving.
De locatie ligt niet in 'milieuzone - geurzone' zoals opgenomen in het bestemmingsplan Eerbeek. Vanuit de industrie zijn er geen belemmeringen.
De locatie ligt binnen het bestemmingsplan 'Beschermingszone bestrijdingsmiddelen'. Op grond van dit plan is het verboden om binnen een zone van 50 meter rondom de kernen, woningen in het buitengebied en een aantal verblijfsrecreatieterreinen, verboden om de gronden te gebruiken voor fruit-, druiven-, bollen- en/of boomteelt waarbij bestrijdingsmiddelen worden ingezet.
Geconcludeerd wordt dat er ter plaatse van de nieuwe woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Er worden met de ontwikkeling geen bedrijven of functies belemmerd in hun bedrijfsvoering.
Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn er voor het aspect bodemkwaliteit instructieregels opgenomen in het Bkl. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang;
Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast (bodemkwaliteitskaart) en neemt dit op in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen.
Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit.
Planspecifiek
Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is op beide locaties een verkennend (asbest)bodemonderzoek uitgevoerd.
Veldkantweg 87 en 87a
Het onderzoek voor de locatie Veldkantweg 87 en 87a is uitgevoerd in het kader van de bedrijfsbeëindiging (vastleggen eindsituatie) en de wijziging van de functie Bedrijf naar Wonen. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 3. In het onderzoek zijn enkele licht verhoogde gehalten aan PCB, lood en PAK aangetroffen, maar dit is dusdanig beperkt dat er geen nadere aandacht behoeft. Er zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De conclusie is dat voldaan wordt aan de bodemkwaliteitsklasse Wonen.
Hoek Ringlaan - Weverweg
Het onderzoek voor de nieuwbouwlocatie is opgenomen in bijlage 4. De resultaten van dit onderzoek laten voor zowel bodem als grondwater geen afwijkingen zien. Op basis van de onderzoeksresultaten is er op grond van de milieuhygiënische kwaliteit geen bezwaar om het agrarisch perceel een functie voor wonen te geven.
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl en zijn de 'omgevingswaarden richtlijn luchtkwaliteit' opgenomen in paragraaf 2.2.1.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10).
Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Niet in betekende mate (NIBM)
Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties.
Aandachtsgebieden
Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51 lid 2 (aandachtsgebieden voor zowel stikstofdioxide als fijnstof) en lid 3 (aandachtsgebieden voor fijnstof) Bkl. Gemeenten die onder agglomeraties vallen staan in artikel 2.38 (aanwijzing agglomeraties richtlijn luchtkwaliteit en richtlijn gevaarlijke stoffen in de lucht) Omgevingsregeling.
De gemeente Brummen ligt niet in een aandachtsgebied voor luchtkwaliteit.
Planspecifiek
Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief
Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de gegevens van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (cimlk.nl). Door de concentraties ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Ter hoogte van het meest nabij gelegen rekenpunt (51468751_15566936 aan de Harderwijkerweg) komen de volgende concentraties komen naar voren:
| NO2 (stikstofdioxide) |
PM10
(fijnstof) |
PM2,5 (fijnere fractie van fijnstof) | |
| Berekende totale concentratie jaargemiddelde 2022 (µg/m3) | 12,8 µg/m3 | 16,0 µg/m3 | 8,6 µg/m3 |
| Grenswaarde concentratie (µg/m3) | 40 µg/m3 | 40 µg/m3 | 25 µg/m3 |
De berekende concentraties stikstofdioxide en fijn stof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
Bijdrage van het initiatief
Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief (bouw van een nieuwe woning) van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof kan daarom achterwege blijven.
In de regelgeving is bepaald dat een omgevingsplan erin voorziet dat de geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw (artikel 5.91 Bkl) aanvaardbaar moet zijn (artikel 5.92, tweede lid, Bkl). In artikel 5.91 van het Bkl is de definitie van een geurgevoelig gebouw opgenomen. Het gaat dan in ieder geval om woningen, onderwijsinstellingen, gebouwen met gezondheidszorgfuncties en kinderopvang met bedgebied (wat inhoudt dat er slaapgelegenheid is). Dit betekent dat de gemeente moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. De gemeente moet onder de Omgevingswet rekening houden met mogelijke cumulatie van geur door meerdere activiteiten.
De activiteiten dienen te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat bevat regels over:
Voor geur zijn er voor dierenverblijven voor landbouwhuisdieren specifieke instructieregels waar de gemeente zich aan moet houden. In deze instructieregels zijn voor landbouwhuisdieren met een geuremissiefactor, twee typen normen opgenomen: standaardwaarden en grenswaarden. In een omgevingsplan kan de gemeente afwijken van deze standaardwaarden, zolang dit onder de gestelde grenswaarden blijft.
| Geurgevoelig gebouw | Standaardwaarde | Grenswaarde |
| Gelegen binnen de bebouwingscontour geur en buiten een concentratiegebied | 2,0 ouE/m3 | 8,0 ouE/m3 |
| Gelegen binnen de bebouwingscontour geur en binnen een concentratiegebied | 3,0 ouE/m3 | 14,0 ouE/m3 |
| Gelegen buiten de bebouwingscontour geur en buiten een concentratiegebied | 8,0 ouE/m3 | 20,0 ouE/m3 |
| Gelegen buiten de bebouwingscontour geur en binnen een concentratiegebied | 14,0 ouE/m | 35,0 ouE/m3 |
Tabel Standaardwaarde en grenswaarde toelaatbare geur (ouE/m3 als 98-percentiel) door houden landbouwhuisdieren met geuremissiefactor op een geurgevoelig gebouw
In het Bkl wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden en binnen en buiten de bebouwingscontour. Het onderscheid tussen concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden valt terug te voeren op een verschil in de relatie tussen geurbelasting en geurhinder. Het RIVM geeft aan dat er geen gezondheidskundige grenswaarden zijn voor geurbelasting of geurhinder. Welk percentage door geur gehinderde omwonenden aanvaardbaar is, is een beleidsmatige keuze.
Planspecifiek
In de omgeving van beide planlocaties zijn geen agrarische bedrijven aanwezig. Er is geen sprake van geurhinder afkomstig van veehouderijbedrijven. Daarnaast kan op voorhand worden gesteld dat er geen veehouderijen worden belemmerd in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden door voorliggend initiatief.
De locatie Veldkantweg 87-87a ligt binnen 'milieuzone - geurzone 1' volgens het bestemmingsplan 'Eerbeek' (zie ook paragraaf 4.2). Omdat het hier een bestaande woning betreft, is dit verder niet relevant.
Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige functies. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen hoe om te gaan met geluid m.b.t. geluidgevoelige functies en stiltegebieden. Bij geluidgevoelige functies gaat het om gebouwen ten behoeve van functies zoals wonen, onderwijs of zorg. Voor andere gebouwen (functies) of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'.
In de bruidsschat is het onderdeel geluid geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig functie die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de bruidsschat zijn waarden bepaald (zie artikel 22.57 Bruidsschat waar waarden gelden).
Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid en staan in de volgende tabel.
| Geluidbronsoort | Standaardwaarde, in dB. | Grenswaarde, in dB. | |
| Rijks- en provinciale wegen. In Lden | 50 | 60 | |
| Gemeente- en waterschapswegen. In Lden | 53 | 70 | |
| Hoofd- en lokale spoorwegen. In Lden | 55 | 65 | |
| Industrieterrein | Lden | 50 | 55 |
| Lnight | 40 | 45 | |
Standaardwaarde en grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw bij toelaten geluidbron, Tabel 3.34 en .3.35 Bkl
Planspecifiek
Veldkantweg 87 en 87a
Voorliggend plan maakt geen nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk op deze locatie. De woning is reeds aanwezig. Verdere toetsing is niet nodig.
Hoek Ringlaan - Weverweg
De nieuw te bouwen woning betreft een geluidgevoelig gebouw. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai (zie bijlage 5). De conclusies worden hieronder samengevat.
Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting op de nieuwe woning, afkomstig van de gezamenlijke gemeentelijke wegen, maximaal 46 dB [Lden] bedraagt. Geconcludeerd wordt dat deze maximale geluidsbelasting als gevolg van het wegverkeer op de gemeentelijke wegen in de directe omgeving van het plangebied de standaardwaarde op de gevels van 53 dB [Lden] op geen enkel punt zal overschrijden.
De nieuwbouwlocatie ligt buiten de 'geluidzone - industrie' zoals die in opgenomen in het bestemmingsplan Eerbeek.
Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Plaatsgebonden risico
Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl).
Groepsrisico
Bij groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Dit zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV).
Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl). Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden er dus altijd aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl).
Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen worden dan opgenomen in de omgevingsvergunning.
Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen. Uitgangspunt is dat personen buiten een aandachtsgebied in een gebouw (dat voldoet aan de eisen uit het BBL) voldoende zijn beschermd tegen de mogelijke effecten van een grootschalig ongeval met gevaarlijke stoffen bij de risicobron.
Planspecifiek
Via de website atlasleefomgeving.nl kan voor de locatie worden vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en/of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van de omgevingsveiligheid van belang zijn.
Veldkantweg 87 en 87a
Voorliggend plan maakt geen nieuwe kwetsbare gebouwen mogelijk op deze locatie. De woning is reeds aanwezig en wordt als reguliere woning niet anders getoetst dan toen het een bedrijfswoning was. Verdere toetsing is niet nodig.
Hoek Ringlaan - Weverweg
Hieronder een screenshot van de website atlasleefomgeving.nl. Het projectgebied is hier globaal aangegeven met de blauwe cirkel. De nieuwe woning die op deze locatie mag worden gebouwd betreft een beperkt kwetsbaar gebouw.
Uitsnede risicokaart (bron: atlasleefomgeving.nl)
Over het tracé van de Weverweg en de Ringlaan loopt een aardgastransportleiding. Aan weerzijden van de leiding ligt een belemmeringenstrook van 4 meter waarbinnen geen gebouwen of andere bouwwerken mogen worden gebouwd. Voorliggend plan heeft geen consequenties voor deze leiding, de ingrepen vallen buiten de belemmeringsstrook.
Op bovenstaande kaart zijn het bijbehorende brandaandachtsgebied en de 10-8-contour aangegeven. Deze reiken over het plangebied. Het plangebied ligt ook binnen een gifwolkaandachtsgebied, met als bron een industrieel bedrijf in het buitengebied van Eerbeek.
Binnen een aandachtsgebied moet de gemeente rekening houden met het groepsrisico. Het bevoegd gezag kan dit aanwijzen als voorschriftengebied waar extra bouwvoorschriften kunnen worden gesteld voor nieuwe bouwwerken bovenop de standaard bouweisen. Het gaat daarbij om bouweisen die extra beschermen tegen de gevolgen van een van buiten komende brand of gifwolk.
Aangezien het hier gaat om het toevoegen van één woning, waarvan de bewoners in principe zelfredzaam zijn, is de verhoging van het groepsrisico nihil. Deze wordt aanvaardbaar geacht. De mate van impact is afhankelijk van de afstand tot het incident. Hoe groter de afstand, hoe groter de overlevingskansen en de mogelijkheid zich in veiligheid te stellen. De kans op een dergelijk incident is echter klein. Het is goed om de (toekomstige) bewoners op de hoogte stellen van het risico van het wonen in de nabijheid van een aardgastransportleiding dan wel in een gifwolkaandachtsgebied en het voor de hand liggende handelingsperspectief in het geval van een incident. Goede risicocommunicatie draagt bij aan de mate van zelfredzaamheid. Naar verwachting kunnen de bewoners zichtzelf in veiligheid brengen, mits ze tijdig gewaarschuwd zijn en weten hoe te handelen in geval van een (dreigende) noodsituatie.
Uit oogpunt van omgevingsveiligheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit.
In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn.
Beoordeling of een M.e.r. procedure of beoordeling plaats moet vinden volgt uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit.
Planspecifiek
Het onderhavige initiatief behelst de ontwikkeling van één nieuwe woning en de functiewijziging van een bedrijf naar wonen. De omvang is dermate beperkt dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Het opstellen van een m.e.r.-beoordeling is niet nodig.
De Omgevingswet benoemt een gezonde en veilige leefomgeving nadrukkelijker in haar doelen. Omdat het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en veiligheid tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, luchtkwaliteit, (water)veiligheid en bodem. Eén omgevingswaarde of –norm voor gezondheid en veiligheid bestaat niet. Dit is een optelsom en weging van de verschillende deelaspecten.
Uit voorgaande paragrafen blijkt dat er ten aanzien van de meeste aspecten geen normen worden overschreden of bijna overschreden. Dat laatste is van belang omdat bij gezondheid en veiligheid juist de cumulatieve beoordeling van deze sectorale aspecten van belang is. Alleen ten aanzien van omgevingsveiligheid wordt opgemerkt dat de locatie van de nieuw te bouwen woning binnen een brandaandachtsgebied van een gasleiding en binnen een gifwolkaandachtsgebied van een industrieel bedrijf ligt. Aangezien het hier gaat om het toevoegen van één woning, waarvan de bewoners in principe zelfredzaam zijn, is de verhoging van het groepsrisico nihil. Dit wordt aanvaardbaar geacht.
Goede risicocommunicatie draagt bij aan de mate van zelfredzaamheid. Naar verwachting kunnen de bewoners zichzelf in veiligheid brengen, mits ze tijdig gewaarschuwd zijn en weten hoe te handelen in geval van een (dreigende) noodsituatie. Het bevoegd gezag kan een aandachtsgebied ook aanwijzen als voorschriftengebied waar extra bouwvoorschriften kunnen worden gesteld voor nieuwe bouwwerken bovenop de standaard bouweisen. Het gaat daarbij om bouweisen die extra beschermen tegen de gevolgen van een van buiten komende brand of gifwolk.
Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat met de ontwikkeling een veilige en gezonde leefomgeving kan worden gewaarborgd en dat daarmee sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist.
Artikel 5.129g Bkl geeft geen ondergrens aan. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn hiervoor lijnen uitgezet. Bij woningbouw is vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. De aard en omvang van de ontwikkeling bepalen het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte wordt afgewogen.
Planspecifiek
Voorliggend initiatief voorziet in de bouw van één nieuwe woning. Uit jurisprudentie blijkt dat pas van een stedelijke ontwikkeling sprake is als woningbouwprojecten voorzien in 12 nieuwe woningen of meer. Voorliggend initiatief blijft hier qua aantal onder, waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en een verdere toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is.
De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van projecten onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap.
De Erfgoedwet en de Omgevingswet vormen samen het fundament voor de duiding en de bescherming van het cultureel erfgoed. De vuistregel voor de verdeling tussen Erfgoedwet en Omgevingswet is als volgt: de duiding van cultureel erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet; de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet.
Voor gebouwde of aangelegde monumenten betekent dit dat de vergunningverlening voor het wijzigen van rijksmonumenten is geregeld via de Omgevingswet. Dat geldt ook voor de aanwijzing en omgang met beschermde stads- en dorpsgezichten en voor de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving (vergunningverlening en integratie in de planvorming). Deze aspecten vallen nu nog onder het Overgangsrecht in de Erfgoedwet.
Besluit kwaliteit leefomgeving
In het Bkl is ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten.
Het gemeentelijk beleid over archeologie en cultuurhistorie is veelal opgenomen op de archeologische beleidskaart en/of de cultuurhistorische waardenkaart. Deze archeologische waarden en verwachtingen en de cultuurhistorische waarden zijn veelal vertaald in respectievelijk archeologische dubbelbestemmingen en cultuurhistorische dubbelbestemmingen opgenomen in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan of activiteitgericht in het gemeentebrede omgevingsplan. Indien het initiatief in deze (werkings)gebieden is gelegen, wordt hieraan getoetst.
Planspecifiek
Cultuurhistorie
Zowel op de locatie Veldkantweg 87 en 87a als de hoek Ringlaan - Weverweg en in de directe omgeving zijn geen cultuurhistorisch waardevolle objecten zoals (rijks)monumenten of andere waardevolle objecten aanwezig. Evenmin zijn de gronden op andere wijze aangegeven als cultuurhistorisch waardevol.
Archeologie
Veldkantweg 87 en 87a
In het omgevingsplan (i.c. het Paraplubestemmingsplan Archeologie, onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan) heeft deze planlocatie de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoog'. Voorliggend plan voorziet op deze locatie echter alleen in een functiewijziging. Er vinden geen ruimtelijke ingrepen plaats die zouden kunnen leiden tot aantasting van archeologische waarden.
Hoek Ringlaan - Weverweg
Volgens het Paraplubestemmingsplan Archeologie heeft deze locatie de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie laag'. Op grond van het gemeentelijk archeologiebeleid en de voorgenomen functiewijziging is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 8). Dit onderzoek bevestigt de lage verwachtingswaarde. De kans is klein dat het plangebied archeologische sporen bevat. Geadviseerd wordt het plangebied vrij te geven.
Het initiatief kan, voor zover het cultuurhistorisch en archeologische waarden betreft, zonder beperkingen worden uitgevoerd. Ter bescherming van deze waarden blijft het Paraplubestemmingsplan Archeologie in het vigerende tijdelijke deel van het omgevingsplan, van toepassing voor het plangebied aan de Veldkantweg 87 en 87a.
De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het huidige normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht blijft ongewijzigd. Uitgezonderd van de toets ten aanzien van stikstof. Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Omgevingswet. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum. Hier vindt, vooralsnog, dus geen verandering plaats ten opzichte van oorspronkelijke wet- en regelgeving. Na de -nog te bepalen- datum dient stikstof te worden gemonitord als omgevingswaarde.
Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).
Gebiedsbescherming
De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een ruimtelijk besluit in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:
Soortenbescherming
Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, de Rode Lijst-soorten en om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of:
In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is.
Planspecifiek
Veldkantweg 87 en 87a
Voorliggend plan voorziet op deze locatie slechts in wijziging van de functie Bedrijf naar Wonen. Er worden geen ruimtelijke ingrepen gedaan. Er is geen sprake van nadelige gevolgen voor beschermde flora en fauna of gebieden.
Hoek Ringlaan - Weverweg
Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling is een Quickscan flora en fauna uitgevoerd, zie bijlage 6.
De belangrijkste conclusies zijn in het vervolg van voorliggende paragraaf opgenomen.
Uit het onderzoek blijkt dat het voorkomen van beschermde soorten uitgesloten kan worden. Wel dient rekening te worden gehouden met de specifieke zorgplicht en het voorzorgsbeginsel. De zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen. Overtredingen ten aanzien van algemene broedvogels kunnen worden voorkomen door de locatie buiten het broedseizoen bouwrijp te maken.
Gebiedsbescherming
De planlocatie maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied, het Gelders Natuurnetwerk of de Groene Ontwikkelingszone. Het perceel ligt op circa 700 meter afstand van het Natura 2000-gebied Veluwe en op circa 3 km van het Natura 2000-gebied Landgoederen Brummen. Gezien de afstand tot dit gebied kunnen externe effecten als gevolg van bijvoorbeeld trillingen, geluid of optische verstoring worden uitgesloten. Een toename van stikstofdepositie als gevolg van de bouw en het gebruik van de woning kan tot op grotere afstand een negatief effect hebben. Er is een voortoets stikstofdepositie uitgevoerd, zie bijlage 7. Volgens de Aeriusberekeningen bedraagt het projecteffect op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen omliggende Natura 2000-gebieden. Ten aanzien van het aspect stikstofdepositie zijn er geen belemmeringen voor het plan.
Het plangebied ligt niet binnen het Gelders Natuurnetwerk of de Groene Ontwikkelingszone. Ten aanzien van provinciaal aangewezen gebieden geldt dat externe werking geen toetsingskader is.
Er worden geen houtopstanden verwijderd. Ten aanzien van de specifieke zorgplicht houtopstanden hoeven er geen maatregelen getroffen te worden.
Nieuwe ontwikkelingen kunnen leiden tot een toename van de hoeveelheid verkeer. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangegeven wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto's (en evt. ook fietsen en/of scooters). Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn.
De gemeente stelt parkeerbeleid op met daarin parkeernormen waaraan nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen. De activiteit dient dus aan het gemeentelijk beleid getoetst te worden.
Planspecifiek
Veldkantweg 87 en 87a
Op deze locatie wordt het huidige autoschadeherstelbedrijf beëindigd. De bedrijfswoning behoudt de woonfunctie, waarbij ook ruimte wordt geboden voor een bedrijf aan huis. Per saldo zal er sprake zijn van een vermindering van het aantal verkeersbewegingen. Op eigen terrein is voldoende ruimte om te parkeren.
Hoek Ringlaan - Weverweg
Het aantal verkeersbewegingen neemt als gevolg van de bouw van één woning beperkt toe. De kencijfers van het CROW geven voor een woning een verkeersgeneratie van (maximaal) 8,6 verkeersbewegingen per etmaal. De omliggende wegen kunnen deze beperkte hoeveelheid extra verkeer goed aan.
In het Paraplubestemmingsplan Parkeren, onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, dient op eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Voor vrijstaande woningen in het buitengebied geldt een norm van 2,4 pp. Op eigen erf er voldoende ruimte aanwezig om drie auto's te kunnen parkeren.
Conclusie
Vanuit het aspect verkeer en parkeren is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
Het klimaat verandert en steeds vaker worden we geconfronteerd met de gevolgen, zoals hitte, droogte, extreme neerslag en overstromingen. Klimaatverandering is in een vergaand stadium en de effecten en risico's voor onze samenleving worden steeds groter. Aan de ene kant moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen, zodat de opwarming beperkt blijft. Aan de andere kant is het noodzakelijk om ons als samenleving aan te passen en voor te bereiden op de reeds ingezette klimaatveranderingen en de gevolgen daarvan. Niet alleen om schade te beperken, maar ook om kansen te benutten.
De nationale opgave voor klimaatadaptatie is beschreven in het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie met daarin een prominente rol voor gemeenten. Lokale gevoeligheden voor klimaatverandering moeten in kaart worden gebracht en als integraal onderdeel van beleid daadkrachtig worden aangepakt. Daarbij is het van belang zowel te kijken naar aanpassingen aan de bestaande openbare ruimte als naar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
Planspecifiek
Op basis van de klimaateffectatlas is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het projectgebied als gevolg van klimaatverandering. Vervolgens is beschreven hoe in onderhavige ontwikkeling rekening is gehouden met duurzaamheid en klimaatverandering.
Wateroverlast
Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat er in op de locatie hoek Ringlaan-Weverweg plasvorming kan ontstaan na een korte of lange extreme bui, met name aan de westzijde. Indien nodig kunnen de gronden ter hoogte van de woning worden opgehoogd. Voorliggend perceel blijft voor een groot deel onverhard, waardoor het water kan infiltreren in de bodem en/of kan afvloeien naar de te realiseren poel.
Kaart uit de klimaateffectatlas, locatie hoek Ringlaan-Weverweg
Volgens de klimaateffectatlas kan er in 2050 een lichte verhoging van de grondwaterstand worden verwacht (0,25 - 1m). Ten aanzien van de grondwaterstand worden geen problemen verwacht, aangezien de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) hier diep ligt (<2m).
De locatie Veldkantweg 87-87a is in de huidige situatie voor een groot deel verhard. Ten behoeve van het parkeren worden de klinkers vervangen door grasverharding en tevens worden er een aantal plantvakken aangelegd. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor waterinfiltratie.
Hittestress
Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat binnen het projectgebied meer tropische dagen en langere hitte verwacht kunnen worden. De geplande nieuwbouw is goed geïsoleerd conform de huidige normen. Daarmee voldoet de woning aan de toegenomen koelbehoefte die kan ontstaan als een gevolg van hittestress. Daarbij zal het plangebied rondom de woningen zo groen mogelijk worden ingericht en met zo min mogelijk verharding, ter voorkoming van hittestress.
Op de locatie Veldkantweg 87-87a neemt de hoeveelheid verharding af ten gunste van groen. De locatie zal daardoor minder snel opwarmen, er zal minder snel sprake zijn van hittestress.
Droogte
De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat in heel Nederland een hoger neerslagtekort verwacht kan worden. Dit heeft gevolgen voor de grondwaterstanden en droogtegevoeligheid van het gebied. Door het hemelwater binnen het projectgebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf. De kans op natuurbranden bij langdurige droogte neemt toe op de Veluwe, ter hoogte van het plangebied is dat een middelhoge kans. De kans op een natuurbranden is bij langdurige droogte blijft in de toekomst gelijk aan de huidige situatie.
Overstroming
Op de Veluwe is er geen kans op overstromingen.
De Omgevingswet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang:
In een omgevingsplan moet worden aangetoond dat er met het plan sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In deze paragraaf wordt een conclusie getrokken ten aanzien van de integrale weging van de aspecten die bij een veilige en gezonde fysieke leefomgeving (uit hoofdstuk 4) en een goede omgevingskwaliteit (uit hoofdstuk 5) van toepassing zijn. Immers, één omgevingswaarde of –norm voor gezondheid en/of veiligheid bestaat er niet. Dit is een optelsom en weging van de verschillende deelaspecten.
In paragraaf 4.9 is reeds geconcludeerd dat ten aanzien van de meeste milieuaspecten geen normen worden overschreden of bijna overschreden. Alleen ten aanzien van omgevingsveiligheid is opgemerkt dat de nieuwbouwlocatie in een brandaandachtgebied en een gifwolkaandachtsgebied ligt. Het risico dat er iets gebeurt is echter zeer klein en wordt aanvaardbaar geacht. Goede risicocommunicatie is hierbij belangrijk (zie ook paragraaf 4.9). Met voorliggend plan kan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving worden gewaarborgd.
Ook uit oogpunt van aspecten als water, ecologie, verkeer, cultuurhistorie en archeologie kan worden gesteld dat er met dit plan sprake is van een goede omgevingskwaliteit. Voor beide locaties, Veldkantweg 87-87a en de hoek Ringlaan-Weverweg, is de uitvoering van een beplantingsplan voorwaardelijk verplicht gesteld, waarmee de omgevingskwaliteit wordt versterkt.
De conclusie is dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Alles overwegende is onderhavige ontwikkeling toelaatbaar.
De initiatiefnemer heeft het plan voor de nieuw te bouwen woning op het perceel op de hoek Ringlaan-Weverweg op 17 januari 2024 besproken met omwonenden. Van de 8 uitgenodigde adressen aan de Ringlaan en de Weverweg waren er 6 aanwezig.
Omwonenden hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het bouwplan, maar dat ze de koppeling met de bedrijfsbeëindiging aan de Veldkantweg niet begrijpen. Gevreesd wordt voor precedentwerking. Eén omwonende is ontstemd dat er een bouwmogelijkheid gecreëerd wordt, zij hebben dit zelf in het verleden ook geprobeerd maar zonder succes.
Verder werd gevraagd of de woning een aantal meters in noordelijke richting opgeschoven kon worden in verband met privacy en of de oprit verlegd kon worden vanwege het naar binnen schijnen van koplampen bij de woning aan de overzijde.
Reactie: het college heeft in haar principebesluit juist expliciet de koppeling gelegd tussen beide locaties. Tegenover de nieuwbouw van een woning staat het afwaarderen van een bedrijfslocatie, waarbij het bedrijfsperceel door middel van de aanleg van erfbeplanting (zie beplantingsplan) ook de uitstraling van een woonperceel, passend in het straatbeeld, gaat krijgen. Op de bedrijfslocatie kunnen geen nieuwe woningen worden toegestaan vanwege de ligging in de geurzone van de papierindustrie. De gemeente heeft eisen gesteld ten aanzien van de situering van de woning, aansluitend aan het bestaande woonperceel aan de Ringlaan 1c. Het ontwerp van de woning is zodanig dat er aan deze zijde geen verblijfsruimten liggen, waardoor de privacy zoveel mogelijk is gewaarborgd. Op verzoek is de inrit aan de voorzijde verlegd.
Het perceel aan de Ringlaan wordt echter niet geheel als woonperceel in gebruik genomen. Meer dan de helft van het perceel aan de noordzijde tussen de Ringlaan en Weverweg behoud zijn openheid en groene agrarische uitstraling. Wel wordt hier en daar ingespeeld op het versterken van de belevingswaarde en natuurwaarden. Zie voor meer informatie het betreffende beplantingsplan (paragraaf 2.2 en bijlage 2).
Na de buurtbijeenkomst is door een omwonende (ook namens andere omwonenden) een e-mail naar de gemeenteraad gestuurd met een achttal redenen waarom de bouw van een woning aan de Ringlaan geen goede ontwikkeling is. De bedenkingen waren dezelfde als bij de informatiebijeenkomst; ze hadden betrekking op de situering van de woning, de omvang van het bijgebouw en de gevolgen daarvan voor het woon- en leefklimaat van omliggende woningen (uitzicht, privacy) en de koppeling met de ontwikkeling aan de Veldkantweg. Daarnaast werd ook gevraagd of er rekening is gehouden met planschade. Op de e-mail van indiener heeft de gemeente kort daarna inhoudelijk gereageerd.
Onderhavig initiatief is in het kader van het wettelijk overleg voorgelegd aan de provincie Gelderland. De provincie heeft aangegeven dat de planlocatie niet in de Groene ontwikkelzone of het Gelders natuurnetwerk is gelegen. Wel spelen de belangen klimaatadaptatie en landschap. Deze belangen kunnen door de gemeente zelf worden beoordeeld. De gemeente heeft ingestemd met voorliggend plan.
Het ontwerp-TAM-omgevingsplan heeft vanaf 24 juli tot en met 3 september 2025 voor de duur van zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Binnen de termijn zijn drie schriftelijke zienswijzen ingediend. In de 'Nota van beantwoording zienswijzen' zijn de zienswijzen samengevat en van een gemeentelijk antwoord voorzien. Dit is opgenomen in bijlage 9.
Tijdens zowel de participatiefase als de formele zienswijzentermijn hebben omwonenden hun visie op het plan gedeeld. De kernpunten uit de binnengekomen reacties betroffen met name de impact op het woon- en leefklimaat (privacy, uitzicht en lichthinder), ongelijkheid in toepassing van bouwmogelijkheden en mogelijke waardedaling van woningen.
Belangenafweging en conclusie
Bij de totstandkoming van het plan heeft de gemeente een zorgvuldige afweging gemaakt tussen de belangen van de initiatiefnemer, het algemeen belang en de belangen van omwonenden. Hierbij is het plan beoordeeld aan de hand van relevante wet- en regelgeving en is gehandeld in overeenstemming met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Op basis van de gemaakte afwegingen is geoordeeld dat het plan voldoet aan alle normen voor een gezonde en veilige leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. De ingediende zienswijzen hebben dan ook niet geleid tot aanpassingen in het definitieve omgevingsplan.
Voor een gedetailleerde reactie op alle individuele punten verwijzen wij naar bijgevoegde 'Nota van beantwoording zienswijzen 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Veldkantweg 87-87a en hoek Ringlaan-Weverweg Eerbeek'' die onder bijlage 9 van de motivering opgenomen is.
Ambtshalve wijzigingen
In het plan zijn de volgende ambtshalve wijzigingen doorgevoerd:
Tussen de initiatiefnemer en de gemeente wordt een anterieure privaatrechtelijke overeenkomst over kostenverhaal gesloten. Het privaatrechtelijk kostenverhaal is geregeld in paragraaf 13.6.2 van de Omgevingswet. Onderdeel van deze overeenkomst is ook dat hier wordt vastgelegd op welke wijze omgegaan wordt met de eventuele nadeelcompensatie.
Voor voorliggend plan geldt dat de gemeente geen investeringen hoeft te doen.
Sinds 1 januari 2024 heeft elke gemeente een omgevingsplan van rechtswege (hierna: omgevingsplan). In de fase direct na inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bestaande uit:
Onderhavig TAM-omgevingsplan vormt een wijziging van het omgevingsplan. De voorgenomen ontwikkeling op de locaties Veldkantweg 87 en 87a en de hoek Ringlaan-Weverweg in Eerbeek is in strijd met het tijdelijke deel van het Omgevingsplan (i.c. de bestemmingsplannen 'Kom Eerbeek', 'Eerbeek' en 'Buitengebied 2008'). Het omgevingsplan moet daarom gewijzigd worden.
Het TAM-omgevingsplan is op het oog een omgevingsplan dat losstaat van de rest van het omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan.
Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan juridisch één geheel is met het omgevingsplan van rechtswege, wordt het als het ware als een nieuw hoofdstuk toegevoegd. Onderhavig TAM-omgevingsplan dient dus ook als dusdanig gelezen te worden, in samenhang met de bruidsschat van het omgevingsplan. Daarom is er in de regels van onderhavig TAM-omgevingsplan een pre-ambule opgenomen, waarin staat dat het plan vigeert als hoofdstuk 22b van het omgevingsplan.
Regels
De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken.
Dit TAM-omgevingsplan maakt onderdeel uit van het omgevingsplan van de gemeente Brummen. Dat betekent dat alle regels uit het omgevingsplan ook van toepassing zijn op onderhavige ontwikkeling aan de Veldkantweg 87 en 87a en de hoek Ringlaan-Weverweg in Eerbeek (tenzij ze daarmee strijdig zijn). Daarom worden in de regels alleen maar bepalingen opgenomen welke specifiek relevant zijn voor onderhavige ontwikkeling. Zo is er voor dit plan ook gekozen om niet de specifieke bepaling over het afwijken van bepalingen uit de bruidsschat op te nemen, aangezien er bij dit TAM-omgevingsplan nauwelijks wordt afgeweken van de bruidsschat. Op de onderdelen waar dit wel gebeurt (bijvoorbeeld reken- en meetbepalingen) zijn specifieke voorrangsbepalingen opgenomen.
Conform de eisen vanuit de Omgevingswet worden in dit hoofdstuk de toegestane functies en activiteiten beschreven voor de specifieke locatie. Voor het TAM-omgevingsplan is zoveel mogelijk aangesloten bij de regels en bepalingen voor vergelijkbare functies en activiteiten (voorheen de bestemmingen) uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan ('Kom Eerbeek, 'Eerbeek' en 'Buitengebied 2008'). Ook de gebiedsaanwijzingen (voorheen gebiedsaanduidingen) zijn in dit hoofdstuk opgenomen. De bestemmingsregels zijn wel zodanig omgevormd dat deze voldoen aan de regels van de Omgevingswet.
In dit hoofdstuk zijn algemene bepalingen opgenomen die betrekking hebben op de artikelen uit dit TAM-omgevingsplan. Hier zitten bijvoorbeeld de aanwijzing voor verboden gebruik en de aanvraagvereisten.
De overgangsbepalingen voorzien er in dat de bestaande situatie mag blijven bestaan zolang de nieuwe ontwikkeling nog niet is gerealiseerd.
Verbeelding
De verbeelding is een digitale kaart, waarop functies, gebiedsaanwijzingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc.
Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart). Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend.
Met voorliggend TAM-omgevingsplan is aangesloten bij de plansystematiek van de geldende bestemmingsplannen 'Kom Eerbeek', 'Eerbeek' en 'Buitengebied 2008', maar wel geformuleerd in de terminologie van de Omgevingswet. Wat voorheen 'bestemmingen' waren zijn nu 'functies'. Voorliggend plan bevat de volgende functies:
Voor de gasleiding die aan de voorzijde van het perceel ligt, is een gebiedsaanwijzing opgenomen ter bescherming van de leiding.
Voor de regeling ten aanzien van parkeren en de bescherming van de archeologische waarden blijven de regels uit de paraplubestemmingsplannen 'Parkeren' en 'Archeologie' van toepassing. Dit is geregeld in artikel 1.1. Dit geldt ook voor de regels uit het bestemmingsplan 'Beschermingszone bestrijdingsmiddelen'.
De locatie hoek Ringlaan-Weverweg gelden geen regels meer ten aanzien van de bescherming van eventuele archeologische waarden. Naar aanleiding van een bureau- en inventariserend veldonderzoek is deze locatie vrijgegeven. De meldingsplicht bij archeologische toevalsvondsten op grond van artikel 5.10 Erfgoedwet en artikel 19.8 en 19.9 Omgevingswet blijft onverkort van kracht.