direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Veldkantweg 87-87a en hoek Ringlaan-Weverweg Eerbeek
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0213.TAMEEKOM3001-va01

Regels

Dit plan beoogt de wijziging van een bedrijfsfunctie naar wonen op de locatie Veldkantweg 87 en 87a in Eerbeek vast te leggen, en tevens de bouw van een nieuwe woning mogelijk te maken op het perceel op de hoek van de Ringlaan-Weverweg in Eerbeek. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Brummen. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit deel van het omgevingsplan weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk (22b) van het omgevingsplan van de gemeente Brummen.

In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '(22b)' gelezen worden.

De bijlagen bij de in deze voorziening weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als onderdeel van Bijlage (22b) bij het omgevingsplan van de gemeente Brummen.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Toepassingsbereik

1.1 Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan
  • 1. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder g van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid, met uitzondering van de regels uit de volgende plannen:
    • a. het 'Paraplubestemmingsplan Parkeren' zoals vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 18-10-2018 met kenmerk NL.IMRO.0213.BPBREEPPARK10000-VA01;
    • b. het 'Paraplubestemmingsplan Archeologie' zoals vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 15-10-2020 met kenmerk NL.IMRO.0213.BPBREEPARCH20000-va01, met uitzondering van de betreffende planlocatie hoek Ringlaan-Weverweg Eerbeek waarvoor niet langer regels ten aanzien van de bescherming van mogelijke archeologische waarden in de bodem gesteld hoeven te worden;
    • c. het bestemmingsplan 'Beschermingszone bestrijdingsmiddelen', zoals vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 25-10-2012 met kenmerk NL.IMRO.0213.BPBG700010-va01;
  • 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
  • 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Veldkantweg 87-87a en hoek Ringlaan-Weverweg, Eerbeek waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0213.TAMEEKOM3001-va01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl en https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/zoeken/locatie.

Artikel 2 Begripsbepalingen

  • 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
  • 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend op het bepaalde in het eerste lid de volgende begripsbepalingen:

2.1 plan

het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Veldkantweg 87-87a en hoek Ringlaan-Weverweg Eerbeek met identificatienummer NL.IMRO.0213.TAMEEKOM3001-va01 van de gemeente Brummen.

2.2 omgevingsplan:

het omgevingsplan van de gemeente Brummen;

2.3 aan huis gebonden bedrijf:

bedrijfsmatige activiteit voorkomend in milieucategorie 1 of 2, dan wel een naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, zoals een kapsalon, schoonheidssalon of bed and breakfast; evenwel met uitzondering van een seksinrichting;

2.4 aan huis gebonden beroep:

een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is, zoals arts, notaris of advocaat; evenwel met uitzondering van prostitutie;

2.5 aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

2.6 aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

2.7 bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

2.8 bed and breakfast

een bedrijfsmatige activiteit gericht op het aanbieden van een recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt binnen de bestaande (dienst)woning en/of daaraan verbonden bijbehorend bouwwerk. Het recreatief nachtverblijf is een van de (dienst)woning afhankelijk nachtverblijf zonder eigen kookvoorziening;

2.9 bestaand:
  • bij bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning;
  • bij gebruik: gebruik zoals aanwezig op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan;
2.10 bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

2.11 bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

2.12 bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

2.13 bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van zolder en kelder;

2.14 bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten;

2.15 bouwperceelsgrens:

een grens van een bouwperceel;

2.16 bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

2.17 bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

2.18 detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

2.19 functie:

doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan, is toegestaan;

2.20 gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk (2 of meer) met wanden omsloten ruimte vormt;

2.21 geurgevoelig object van categorie A:

een woning, school, ziekenhuis of een vergelijkbaar geurgevoelig object, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent, of op een daarmee vergelijkbare wijze, wordt gebruikt, niet zijnde een bedrijf, kantoor of vergelijkbaar object;

2.22 hobbymatig agrarisch grondgebruik

het uit liefhebberij/vrijetijdsbesteding telen van gewassen en/of houden van dieren en het onderhouden van gronden waarbij de omvang van de activiteit niet meer bedraagt dan 12 SO;

2.23 hoofdgebouw

een gebouw dat op een bouwperceel door zijn architectonische verschijningsvorm en functie als het belangrijkste gebouw valt aan te merken;

2.24 huishouden:

bewoning door één persoon of vaste groep van personen die voor onbepaalde tijd een economisch- consumptieve eenheid vormt, waarbij sprake is van bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van onderlinge verbondenheid;

2.25 overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak;

2.26 peil:
  • a. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang.
  • b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld.
  • c. voor een bouwwerk ten behoeve van spoorwegdoeleinden: de bovenkant van de spoorstaaf.

2.27 perceelsgrens:

een grenslijn tussen bouwpercelen onderling;

2.28 verbeelding

de verbeelding van TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Veldkantweg 87-87a en hoek Ringlaan-Weverweg Eerbeek bestaande uit de geometrische bepaalde planobjecten vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0213.TAMEEKOM3001-va01 van de gemeente Brummen;

2.29 vloeroppervlakte:

de oppervlakte, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen;

2.30 voorgevellijn:

de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan;

2.31 voorgevelrooilijn:

de naar de openbare weg gekeerde grens van het bouwvlak, of indien het een bouwvlak betreft met meer dan één naar de weg gekeerde grenzen, die grens die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;

2.32 wet/wettelijke regeling:

indien en voor zover in deze voorschriften wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald;

2.33 woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van dit hoofdstuk wordt als volgt gemeten:

3.1 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:

de kortste afstand van het gebouw of bouwwerk geen gebouw zijnde tot de zijdelingse perceelsgrens.

3.2 bebouwd oppervlak van een bouwperceel:

de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken samen.

3.3 bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

3.4 breedte, diepte c.q. lengte van gebouwen:

tussen de buitenwerkse (hoofd)gevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren.

3.5 dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

3.6 goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden wolfseinden, dakkapellen en andere plaatselijke verhogingen van de goot buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen en andere gootverhogingen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 30% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot van de dakkapel of hoogst gelegen goot;

3.7 inhoud van een gebouw:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

3.8 oppervlakte van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde:
  • voor gebouwen: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of het overkapte gedeelte, neerwaarts geprojecteerd tot op peil;
  • voor bouwwerken zonder wanden (open overkappingen en daarmee vergelijkbare bouwwerken geen gebouwen zijnde): het overdekte en/of bebouwde grondoppervlak (gemeten loodrecht onder het dakoppervlak en/of bouwwerk).

3.9 uitzonderingen bij wijze van meten

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits bouwonderdelen niet meer dan 1,5 meter buiten gevels en daken uitsteken.

Hoofdstuk 2 Functies en gebiedsaanwijzingen

Artikel 4 Groen - Landschap

4.1 Functieomschrijving

Gronden binnen de functie 'Groen - Landschap' mogen, mits in overeenstemming met het beplantingsplan uit bijlage 2, worden benut voor:

  • a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden;
  • b. landschaps- en groenvoorzieningen, waaronder (kruidenrijk) grasland, houtsingels, zoombeplanting, (struweel)hagen en bomen;
  • c. poelen voor waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging;
  • d. hobbymatig agrarisch grondgebruik in de vorm van het hobbymatig weiden van landbouwhuisdieren zoals paarden, schapen, kippen en rundvee;

met bijbehorende en daaraan ondergeschikte onverharde paden en weideafrastering.

4.2 Beoordelingsregels
4.2.1 Toepassingsbereik

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in artikel 4.2 opgenomen beoordelingsregels.

4.2.2 Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken

Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen niet worden gebouwd.

4.2.3 Bouwwerken, geen hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde

Voor bouwwerken geen hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde (zoals afrasteringen en hekwerken) geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,25 meter.

4.3 Toegestane gebruiksactiviteiten
4.3.1 Toegestaan gebruik

Het is toegestaan om de gronden binnen deze functie te gebruiken voor:

  • a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden;
  • b. landschaps- en groenvoorzieningen, waaronder (kruidenrijk) grasland, houtsingels, zoombeplanting, (struweel)hagen en bomen;
  • c. poelen voor waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging;
  • d. hobbymatig agrarisch grondgebruik in de vorm van het hobbymatig weiden van landbouwhuisdieren zoals paarden, schapen, kippen en rundvee;

Hierboven opgenomen gebruiksactiviteiten zijn binnen de functie 'Groen - Landschap' toegestaan, mits deze in overeenstemming met het Beplantingsplan hoek Ringlaan-Weverweg (Bijlage 2) worden uitgevoerd.

4.3.2 Toegestane aanlegactiviteiten

Binnen deze functie is het toegestaan om, conform het beplantingsplan uit bijlage 2, de volgende groen- en waterhuishoudkundige elementen aan te leggen:

  • a. zoombeplanting;
  • b. houtsingels;
  • c. (struweel)hagen;
  • d. knip- en scheerheggen;
  • e. aanplant van enkele bomen;
  • f. (kruidenrijk) grasland;
  • g. een poel;
  • h. onverharde paden.
4.4 Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten
4.4.1 Vellen van bomen, hakhout en andere houtopstanden

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bomen, hakhout en andere houtopstanden te vellen en/of rooien dan wel andere handelingen uit te voeren die de dood of beschadiging van de beplanting ten gevolge kunnen hebben op de gronden binnen deze functie.

4.4.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 kan worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden, waarop de vergunning betrekking heeft, noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van de gronden overeenkomstig hun functie;
  • b. geen significante aantasting plaatsvindt van de ruimtelijke kwaliteiten van de gronden.

4.4.3 Aanvraagvereisten

Bij de aanvraag omgevingsvergunning toont de aanvrager de noodzaak van het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden aan op basis van een onderzoek door een terzake deskundige partij waarbij tevens de mogelijke significante (nadelige) gevolgen voor de cultuurhistorische, landschappelijke, ecologische waarden en de waterhuishoudkundige kwaliteiten in beeld zijn gebracht.

Artikel 5 Wonen

5.1 Functieomschrijving

Gronden binnen de functie 'Wonen' mogen worden benut voor wonen in woningen, met daaraan ondergeschikt:

  • a. erven voor onder andere tuinen en parkeervoorzieningen;
  • b. het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep.
5.2 Beoordelingsregels
5.2.1 Toepassingsbereik

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in artikel 5.2 opgenomen beoordelingsregels.

5.2.2 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. de bouw van een hoofdgebouw is uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan;
  • b. per bouwvlak is één woning toegestaan;
  • c. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, met dien verstande dat voor de locatie Veldkantweg 87-87a uitsluitend binnen de in het bouwvlak opgenomen 'specifieke bouwaanduiding - wonen' een woning is toegestaan;
  • d. het hoofdgebouw dient met de voorgevel op of maximaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn te worden geplaatst;
  • e. de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan op de verbeelding aangegeven;
  • f. ingeval de bestaande goothoogte, bouwhoogte en oppervlak van een woning hoger of groter zijn dan de in de vorige leden genoemde maten, gelden deze als maximum.

5.2.3 Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte mag maximaal 100 m2 per woning bedragen, mits de bebouwde oppervlakte van het bouwperceelgedeelte achter de voorgevellijn niet meer bedraagt dan 60%;
  • b. indien de bouwmogelijkheden in het bouwvlak niet volledig zijn benut, mag het niet benutte deel van het bouwvlak worden gebruikt voor de realisatie van bijbehorende bouwwerken zonder dat dit ten koste gaat van de onder a genoemde oppervlaktenorm van 100 m2;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder artikel 5.2.3 a en b zijn bijbehorende bouwwerken op de locatie Veldkantweg 87-87a uitsluitend binnen het ter plaatse opgenomen bouwvlak toegestaan;
  • d. een bijbehorend bouwwerk mag uitsluitend vanaf 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevellijn van de woning worden gebouwd;
  • e. de maximale goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedragen respectievelijk 3,5 en 5 meter;
  • f. voor overkappingen geldt dat de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3,5 meter.

5.2.4 Bouwwerken, geen hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde gelden de volgende bepalingen:

  • a. bouwwerken geen hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak gebouwd worden;
  • b. met uitzondering van erfafscheidingen geldt voor alle overige bouwwerken, geen hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde, dat deze uitsluitend achter (het verlengde van) de voorgevellijn van de woning zijn toegestaan;
  • c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 meter, met uitzondering van erfafscheidingen, waarvan de hoogte maximaal 2 meter mag bedragen, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen voor (het verlengde van) de voorgevellijn maximaal 1 meter mag bedragen.
5.3 Toegestane gebruiksactiviteiten
5.3.1 Aanwijzing toegestane gebruiksactiviteiten

Het is toegestaan om gronden binnen deze functie te gebruiken voor het wonen in woningen zoals toegestaan binnen het ter plaatse op de verbeelding weergegeven bouwvlak met 'specifieke bouwaanduiding - wonen' (indien opgenomen), met daaraan ondergeschikt:

  • a. erven voor onder andere tuinen en parkeervoorzieningen;
  • b. het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep, mits wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 5.3.2.

5.3.2 Algemene regels aan huis gebonden beroep

Het is toegestaan om een aan huis gebonden beroep uit te oefenen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de woonfunctie moet primair blijven, in die zin dat maximaal 40% van het totale vloeroppervlakte van de woning voor een aan huis gebonden beroep mag worden gebruikt, met een maximum van 50 m² per woning;
  • b. degene die gebruiker is van de woning, moet ook degene zijn die het aan huis gebonden beroep uitoefent;
  • c. vrijstaande bijgebouwen mogen niet worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep.
5.4 Vergunningplichtige gebruiksactiviteiten
5.4.1 Aan huis gebonden bedrijf

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een aan huis gebonden bedrijf uit te oefenen.

5.4.2 Beoordelingsregels aan huis gebonden bedrijf

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 kan worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de woonfunctie wordt in overwegende mate behouden;
  • b. het medegebruik is van ondergeschikte betekenis en maximaal 40% van de totale vloeroppervlakte van de woning mag voor een aan huis gebonden bedrijf worden gebruikt, met een maximum van 50 m2 per woning. Voor de locatie Veldkantweg 87-87a kan van het maximum vloeroppervlak van 50 m2 worden afgeweken, mits het medegebruik uitsluitend binnen de op de verbeelding opgenomen aanduiding 'specifieke vorm van wonen - bedrijf aan huis' plaatsvindt en dit medegebruik maximaal 40% van het totale vloeroppervlak van woning en bijbehorende bouwwerken beslaat;
  • c. de woonfunctie blijft in ruimtelijke en visuele zin primair;
  • d. degene die het aan huis gebonden bedrijf uitoefent is ook de gebruiker van de woning;
  • e. er mag geen detailhandel plaatsvinden, behoudens een beperkte verkoop -als ondergeschikte nevenactiviteit- van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het aan huis gebonden bedrijf;
  • f. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de verkeersafwikkeling, casu quo wordt niet onevenredig veel extra verkeer aangetrokken;
  • g. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de parkeerbalans, casu quo primair op eigen terrein moet worden geparkeerd door gebruiker en bezoekers;
  • h. reclame-uitingen moeten beperkt blijven een en ander conform de wettelijke bepalingen;
  • i. er mag geen buitenopslag zijn ten behoeve van het aan huis gebonden bedrijf;
  • j. vrijstaande bijgebouwen mogen niet worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf.
5.5 Gebruiksactiviteit - voorwaardelijke verplichting
5.5.1 Beplantingsplan Veldkantweg 87-87a
  • a. Gebruik overeenkomstig het bepaalde in lid 5.1 is op de locatie Veldkantweg 87-87a enkel toegestaan onder de voorwaarde dat er binnen een termijn van 1 jaar na ingebruikname van de woning de maatregelen zoals opgenomen in het beplantingsplan in bijlage 1 bij de regels op betreffende gronden aangewezen als 'overige zone - voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing 1' zijn uitgevoerd en voor onbepaalde tijd in stand worden gehouden.
  • b. Bij omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag afwijken van het bepaalde onder 5.5.1 a voor een langere termijn en/of een ander gelijkwaardig beplantingsplan, als daartoe een gemotiveerd verzoek wordt ingediend, waarmee eveneens een zorgvuldige inpassing van de nieuwe woonfunctie in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan worden bereikt.

5.5.2 Beplantingsplan hoek Ringlaan-Weverweg
  • a. Gebruik overeenkomstig het bepaalde in lid 5.1 is op de hoek Ringlaan-Weverweg enkel toegestaan onder de voorwaarde dat er binnen een termijn van 3 jaar na start van de bouw van de woning de maatregelen zoals opgenomen in het beplantingsplan in bijlage 2 bij de regels op betreffende gronden aangewezen als 'overige zone - voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing 2' zijn uitgevoerd en voor onbepaalde tijd in stand worden gehouden.
  • b. Bij omgevingsvergunning kan het bevoegd gezag afwijken van het bepaalde onder 5.5.2 a voor een langere termijn en/of een ander gelijkwaardig beplantingsplan, als daartoe een gemotiveerd verzoek wordt ingediend, waarmee eveneens een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de woning in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan worden bereikt.

Artikel 6 Leiding - Gas

6.1 Gebiedsaanwijzing

De gronden binnen het gebied 'Leiding - Gas' zijn, behalve voor de daar voorkomende functies, ook aangewezen voor de instandhouding en bescherming van een gasleiding.

6.2 Vergunningplichtige activiteiten
6.2.1 Toepassingsbereik

Het is verboden om op of in de gronden bedoeld in lid 6.1, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag bouwactiviteiten uit te voeren.

6.2.2 Beoordelingsregels bouwactiviteiten

Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning volgens de andere daar voorkomende functie(s) als blijkt dat:

  • a. de bouwactiviteiten verenigbaar zijn met de belangen van de gasleiding;
  • b. de leidingbeheerder daarover schriftelijk heeft geadviseerd.
6.3 Vergunningplichtige overige activiteiten
6.3.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het is verboden om op of in de gronden bedoeld in lid 6.1, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunnning de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren:

  • a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, ontginnen en aanleggen van drainage; afgraven of ophogen van gronden;
  • b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • d. het beplanten met diepwortelende beplanting;
  • e. het vellen, rooien van bomen en andere houtopstanden;
  • f. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;
  • g. aanleggen van onder- en/of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen, en de daarmee verband houdende constructies en/of installaties.

6.3.2 Uitzonderingen op de vergunningplicht

Het in lid 6.3.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die:

  • a. noodzakelijk zijn voor het normale onderhoud van de gronden;
  • b. noodzakelijk zijn voor de realisering van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is verleend of die vergunningvrij kunnen worden gebouwd;
  • c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerking treding van dit plan.

6.3.3 Beoordelingsregels

De in 6.3.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien:

  • a. de werken en/of werkzaamheden nodig zijn voor de realisering of handhaving van de aan de gronden gegeven bestemming, functies of waarden;
  • b. er geen kwetsbare objecten worden toegelaten;
  • c. de werken en/of werkzaamheden verenigbaar zijn met de belangen van de gasleiding en de leidingbeheerder daarover schriftelijk heeft geadviseerd.

Artikel 7 Overige zone - milieuzone - geluidzone - industrie

7.1 Gebiedsaanwijzing

Er geldt een gebiedsaanwijzing 'Overige zone - milieuzone - geluidzone - industrie' ter bescherming van het woon-en leefklimaat in verband met de aanwezigheid van geluidhinderveroorzakende activiteiten.

7.2 Toegestaan onder voorwaarden

In afwijking van het bepaalde voor de ter plaatse toegekende functies zijn geluidsgevoelige gebouwen ter plaatse van de gebiedsaanwijzing 'Overige zone - milieuzone - geluidzone - industrie' uitsluitend toegestaan als wordt voldaan aan de standaardwaarde of een verkregen hogere waarde op grond van de Omgevingswet dan wel een verkregen hogere waarde op grond van de Wet geluidhinder.

Artikel 8 Overige zone - milieuzone - geurzone 1

8.1 Gebiedsaanwijzing

Voor gronden binnen de gebiedsaanwijzing 'Overige zone - milieuzone - geurzone 1' gelden, behalve voor de daar toegekende functies, regels ter bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de aanwezigheid van geurhinderveroorzakende activiteiten.

8.2 Verbod
8.2.1 Geurgevoelige objecten

In afwijking van het bepaalde voor de ter plaatse toegekende functies is het verboden om nieuwe geurgevoelige objecten van categorie A op te richten.

8.2.2 Beoordelingsregels

Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in artikel 8.2.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van vervangende nieuwbouw overeenkomstig de daar voorkomende functies, met dien verstande dat vervangende nieuwbouw uitsluitend is toegestaan als er technische maatregelen ter beperking van geuroverlast worden getroffen aan het geurgevoelige object.

 

Hoofdstuk 3 Algemene regels voor activiteiten

Artikel 9 Anti-dubbeltelregel

Grond die in aanmerking genomen moet worden bij een verleende omgevingsvergunning mag, behoudens intrekking van die omgevingsvergunning, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning in aanmerking worden genomen.

Artikel 10 Planologische gebruiksactiviteiten

10.1 Aanwijzing verboden gebruik
  • a. Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.
  • b. Het is verboden bouwwerken, voor het bouwen waarvan op grond van de in dit omgevingsplan besloten regels, bij een omgevingsvergunning is afgeweken, te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met het doel, waarvoor bij die omgevingsvergunning is afgeweken.

Artikel 11 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

Hoofdstuk 4 Overgangsrecht

Artikel 12 Overgangsrecht

12.1 Overgangsrecht bouwwerken
12.1.1 Algemeen

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning of omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

12.1.2 Afwijken

Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde in 12.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 12.1.1 met maximaal 10 %.

12.1.3 Uitzondering

Artikel 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd zijn met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

12.2 Overgangsrecht gebruik
12.2.1 Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

12.2.2 Verbod

Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

12.2.3 Onderbroken gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in 12.2.1 na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

12.2.4 Uitzondering

Artikel 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.