| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Veldkantweg 87-87a en hoek Ringlaan-Weverweg Eerbeek |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0213.TAMEEKOM3001-va01 |
Dit plan beoogt de wijziging van een bedrijfsfunctie naar wonen op de locatie Veldkantweg 87 en 87a in Eerbeek vast te leggen, en tevens de bouw van een nieuwe woning mogelijk te maken op het perceel op de hoek van de Ringlaan-Weverweg in Eerbeek. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Brummen. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit deel van het omgevingsplan weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk (22b) van het omgevingsplan van de gemeente Brummen.
In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '(22b)' gelezen worden.
De bijlagen bij de in deze voorziening weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als onderdeel van Bijlage (22b) bij het omgevingsplan van de gemeente Brummen.
het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Veldkantweg 87-87a en hoek Ringlaan-Weverweg Eerbeek met identificatienummer NL.IMRO.0213.TAMEEKOM3001-va01 van de gemeente Brummen.
het omgevingsplan van de gemeente Brummen;
bedrijfsmatige activiteit voorkomend in milieucategorie 1 of 2, dan wel een naar aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, zoals een kapsalon, schoonheidssalon of bed and breakfast; evenwel met uitzondering van een seksinrichting;
een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is, zoals arts, notaris of advocaat; evenwel met uitzondering van prostitutie;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
een bedrijfsmatige activiteit gericht op het aanbieden van een recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt binnen de bestaande (dienst)woning en/of daaraan verbonden bijbehorend bouwwerk. Het recreatief nachtverblijf is een van de (dienst)woning afhankelijk nachtverblijf zonder eigen kookvoorziening;
uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
de grens van een bouwvlak;
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van zolder en kelder;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten;
een grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending, anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan, is toegestaan;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk (2 of meer) met wanden omsloten ruimte vormt;
een woning, school, ziekenhuis of een vergelijkbaar geurgevoelig object, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent, of op een daarmee vergelijkbare wijze, wordt gebruikt, niet zijnde een bedrijf, kantoor of vergelijkbaar object;
het uit liefhebberij/vrijetijdsbesteding telen van gewassen en/of houden van dieren en het onderhouden van gronden waarbij de omvang van de activiteit niet meer bedraagt dan 12 SO;
een gebouw dat op een bouwperceel door zijn architectonische verschijningsvorm en functie als het belangrijkste gebouw valt aan te merken;
bewoning door één persoon of vaste groep van personen die voor onbepaalde tijd een economisch- consumptieve eenheid vormt, waarbij sprake is van bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van onderlinge verbondenheid;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak;
een grenslijn tussen bouwpercelen onderling;
de verbeelding van TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Veldkantweg 87-87a en hoek Ringlaan-Weverweg Eerbeek bestaande uit de geometrische bepaalde planobjecten vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0213.TAMEEKOM3001-va01 van de gemeente Brummen;
de oppervlakte, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen;
de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan;
de naar de openbare weg gekeerde grens van het bouwvlak, of indien het een bouwvlak betreft met meer dan één naar de weg gekeerde grenzen, die grens die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;
indien en voor zover in deze voorschriften wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald;
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van dit hoofdstuk wordt als volgt gemeten:
de kortste afstand van het gebouw of bouwwerk geen gebouw zijnde tot de zijdelingse perceelsgrens.
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken samen.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
tussen de buitenwerkse (hoofd)gevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren.
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden wolfseinden, dakkapellen en andere plaatselijke verhogingen van de goot buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen en andere gootverhogingen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 30% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot van de dakkapel of hoogst gelegen goot;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits bouwonderdelen niet meer dan 1,5 meter buiten gevels en daken uitsteken.
Gronden binnen de functie 'Groen - Landschap' mogen, mits in overeenstemming met het beplantingsplan uit bijlage 2, worden benut voor:
met bijbehorende en daaraan ondergeschikte onverharde paden en weideafrastering.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in artikel 4.2 opgenomen beoordelingsregels.
Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen niet worden gebouwd.
Voor bouwwerken geen hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde (zoals afrasteringen en hekwerken) geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,25 meter.
Het is toegestaan om de gronden binnen deze functie te gebruiken voor:
Hierboven opgenomen gebruiksactiviteiten zijn binnen de functie 'Groen - Landschap' toegestaan, mits deze in overeenstemming met het Beplantingsplan hoek Ringlaan-Weverweg (Bijlage 2) worden uitgevoerd.
Binnen deze functie is het toegestaan om, conform het beplantingsplan uit bijlage 2, de volgende groen- en waterhuishoudkundige elementen aan te leggen:
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bomen, hakhout en andere houtopstanden te vellen en/of rooien dan wel andere handelingen uit te voeren die de dood of beschadiging van de beplanting ten gevolge kunnen hebben op de gronden binnen deze functie.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 kan worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Bij de aanvraag omgevingsvergunning toont de aanvrager de noodzaak van het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden aan op basis van een onderzoek door een terzake deskundige partij waarbij tevens de mogelijke significante (nadelige) gevolgen voor de cultuurhistorische, landschappelijke, ecologische waarden en de waterhuishoudkundige kwaliteiten in beeld zijn gebracht.
Gronden binnen de functie 'Wonen' mogen worden benut voor wonen in woningen, met daaraan ondergeschikt:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in artikel 5.2 opgenomen beoordelingsregels.
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde gelden de volgende bepalingen:
Het is toegestaan om gronden binnen deze functie te gebruiken voor het wonen in woningen zoals toegestaan binnen het ter plaatse op de verbeelding weergegeven bouwvlak met 'specifieke bouwaanduiding - wonen' (indien opgenomen), met daaraan ondergeschikt:
Het is toegestaan om een aan huis gebonden beroep uit te oefenen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een aan huis gebonden bedrijf uit te oefenen.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 kan worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
De gronden binnen het gebied 'Leiding - Gas' zijn, behalve voor de daar voorkomende functies, ook aangewezen voor de instandhouding en bescherming van een gasleiding.
Het is verboden om op of in de gronden bedoeld in lid 6.1, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag bouwactiviteiten uit te voeren.
Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning volgens de andere daar voorkomende functie(s) als blijkt dat:
Het is verboden om op of in de gronden bedoeld in lid 6.1, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunnning de volgende werkzaamheden of werken, niet zijnde bouwwerken uit te voeren:
Het in lid 6.3.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die:
De in 6.3.1 genoemde vergunning wordt slechts verleend indien:
Er geldt een gebiedsaanwijzing 'Overige zone - milieuzone - geluidzone - industrie' ter bescherming van het woon-en leefklimaat in verband met de aanwezigheid van geluidhinderveroorzakende activiteiten.
In afwijking van het bepaalde voor de ter plaatse toegekende functies zijn geluidsgevoelige gebouwen ter plaatse van de gebiedsaanwijzing 'Overige zone - milieuzone - geluidzone - industrie' uitsluitend toegestaan als wordt voldaan aan de standaardwaarde of een verkregen hogere waarde op grond van de Omgevingswet dan wel een verkregen hogere waarde op grond van de Wet geluidhinder.
Voor gronden binnen de gebiedsaanwijzing 'Overige zone - milieuzone - geurzone 1' gelden, behalve voor de daar toegekende functies, regels ter bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de aanwezigheid van geurhinderveroorzakende activiteiten.
In afwijking van het bepaalde voor de ter plaatse toegekende functies is het verboden om nieuwe geurgevoelige objecten van categorie A op te richten.
Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in artikel 8.2.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van vervangende nieuwbouw overeenkomstig de daar voorkomende functies, met dien verstande dat vervangende nieuwbouw uitsluitend is toegestaan als er technische maatregelen ter beperking van geuroverlast worden getroffen aan het geurgevoelige object.
Grond die in aanmerking genomen moet worden bij een verleende omgevingsvergunning mag, behoudens intrekking van die omgevingsvergunning, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning in aanmerking worden genomen.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning of omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde in 12.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 12.1.1 met maximaal 10 %.
Artikel 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd zijn met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in 12.2.1 na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Artikel 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.