| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Weg over 't Hontsveld 24 Empe |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0213.TAMBG7001-va01 |
Dit TAM-omgevingsplan beoogt de planologisch-juridische borging van het omzetten van een agrarische bedrijfswoning naar een reguliere woning, de sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing, de realisatie van een nieuwe woning en de realisatie van nieuwe bijgebouwen op het voormalig agrarische erf van Weg over 't Hontsveld 24 in Empe. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Brummen. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1 lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit deel van het omgevingsplan weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22c van het omgevingsplan van de gemeente Brummen.
In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22c' gelezen worden.
De bijlagen bij de in deze voorziening weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als onderdeel van Bijlage 22c bij het omgevingsplan van de gemeente Brummen.
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Weg over 't Hontsveld 24 Empe met identificatienummer NL.IMRO.0213.TAMBG7001-va01 (ontwerp) en NL.IMRO.0213.TAMBG7001-va01 (vastgesteld) van de gemeente Brummen;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
het bedrijfsmatig verlenen van diensten zoals een bed & breakfastvoorziening of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend;
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, niet zijnde een seksinrichting, een escortbedrijf of detailhandel, uitgeoefend in een gebouw en als functie ondergeschikt aan de woonfunctie van het hoofdgebouw;
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het aanwezig zijn van bijzondere aardkundige verschijnselen, zoals steilranden en bodemtypen;
het verrichten van werkzaamheden met als doel het verzamelen van kennis en wetenschap van bekende of verwachte overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;
de aan een gebied toegekende bekende of te verwachten waarde in verband met de in dat gebied aanwezige archeologische sporen en relicten;
doeleinden die gericht zijn op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het houden van dieren (grondgebonden en niet-grondgebonden bedrijven) en/of het telen van gewassen, met uitzondering van glastuinbouw, tenzij anders is bepaald in deze regels;
de som van de oppervlakte van alle gebouwen op een bouwperceel;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
een bedrijfsmatige activiteit gericht op het aanbieden van een recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt binnen de bestaande woning en/of daaraan verbonden bijbehorend bouwwerk. Het recreatief nachtverblijf is een van de (dienst)woning afhankelijk nachtverblijf zonder eigen kookvoorziening;
een inrichting voor de bedrijfsmatige uitoefening van industrie, ambacht, handel, vervoer of nijverheid;
uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, het vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende gebouwen en/of andere bouwwerken zijn toegelaten;
de grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
de aan een bouwwerk, landschapselement of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik, dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk, landschapselement of dat gebied heeft gemaakt;
het omzetten van de grond, gemeten vanaf peil met een diepte van minimaal 0,80 m, ten behoeve van het agrarisch gebruik;
de aan een gebied toegekende waarden die verband houden met de aanwezigheid en samenhang van dieren en planten en hun leefomgeving en/of tussen dieren en planten onderling. Hiertoe worden in ieder geval gerekend de kernkwaliteiten NNN en de instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000;
beplanting ter plaatse van een erf, waaronder in ieder geval een houtsingel, hoogstamfruitboomgaard, hagen en solitaire bomen worden verstaan;
elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
een bosje dat voornamelijk uit één boomsoort bestaat, zoals eik, es, wilg of els, en groter is dan 500 m2;
het uit liefhebberij/vrijetijdsbesteding houden van dieren en het onderhouden van gronden waarbij de omvang van de activiteit niet meer bedraagt dan 12 SO;
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is;
de woning, die fungeert als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkene en welke een voor permanente bewoning geschikte verblijfplaats is, dat tenminste bestaat uit een keuken, woon-, was- en slaapgelegenheid;
een brede landschappelijke afscheiding, vaak tussen weilanden, die bestaat uit bomen en struiken. Een houtsingel is een lijnvormig landschapselement van 4 tot maximaal 20 meter breed. Houtsingels lijken veel op houtwallen. Bij een houtwal is er sprake van een opgeworpen wal, waar de beplanting op staat en bestaat uit de beplantingssoorten;
bewoning door één persoon of vaste groep van personen die voor onbepaalde tijd een economisch-consumptieve eenheid vormt, waarbij sprake is van bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van onderlinge verbondenheid;
een lijnvormig landschapselement langs kavelgrenzen (niet op of langs het woonerf), met aaneengesloten begroeiing van inheemse struiken (zoals eenstijlige meidoorn, veldesdoorn en sleedoorn), dat regelmatig wordt geknipt of geschoren;
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van levende en niet-levende natuur;
een cluster van loofbomen, zoals zomereik, gewone beuk, ruwe berk en wilde lijsterbes, met daartussen beplanting, zoals gewone hulst of venijnboom;
alle levende organismen, hun habitats, de ecosystemen waarvan zij deel uitmaken en de daarmee verbonden uit zichzelf functionerende ecologische processen. Hiertoe worden in ieder geval gerekend de kernkwaliteiten NNN en de instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000;
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door de aanwezigheid en de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur, zoals geologische, geomorfologische, bodemkundige en/of biologische elementen. Hiertoe worden in ieder geval gerekend de kernkwaliteiten NNN en de instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak;
de gemiddelde hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte maaiveld;
gebruik van (een deel van) een gebouw als hoofdwoonverblijf;
een voor publiek toegankelijk, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoning van erotische-pornografische aard plaatsvindt. Hieronder wordt in elk geval verstaan een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
een bosje dat voornamelijk uit (besdragende) struiken (zoals meidoorn, Gelderse roos en lijsterbes) bestaat en is niet groter is dan 500 m2;
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel met uitzondering van dakkapellen en wolfseinden;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
de oppervlakte van gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde:
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, luifels, gevelversieringen, standleidingen voor hemelwater, wanden van ventilatiekanalen en schoorstenen, gevel- of kroonlijsten, overstekende daken, goten, erkers, serres, balkons, trappen, bordessen, funderingen buiten beschouwing gelaten, mits het bouwdeel niet meer dan 1,7 meter buiten gevels en daken uit steekt.
De ruimte voor het parkeren van auto's is afgestemd op gangbare personenauto's waaraan wordt voldaan indien de afmetingen van:
Bij het voldoen aan de parkeernorm dient bij de navolgende parkeervoorzieningen uitgegaan te worden van het berekende aantal parkeerplaatsen conform onderstaande tabel:
| Parkeervoorziening | Theoretisch aantal | Berekeningsaantal | Opmerking |
| Enkele oprit zonder garage | 1 | 0,8 | Oprit min. 5,0 meter diep |
| Lange oprit zonder garage of carport | 2 | 1 | |
| Dubbele oprit zonder garage | 2 | 1,7 | Oprit min. 4,5 meter breed |
| Garage zonder oprit (bij woning) | 1 | 0,4 | |
| Garagebox (niet bij woning) | 1 | 0,5 | |
| Garage met enkele oprit | 2 | 1 | Oprit min. 5,0 meter diep |
| Garage met lange oprit | 3 | 1,3 | |
| Garage met dubbele oprit | 3 | 1,8 | Oprit min. 4,5 meter breed |
Bij het bepalen van de parkeernorm wordt op één decimaal nauwkeurig gerekend waarna de uitkomst wordt afgerond op hele getallen en waarbij vanaf 0,5 en hoger naar boven wordt afgerond.
Gronden binnen de functie 'Agrarisch - Agrarisch met landschapswaarden' mogen worden benut voor:
met daaraan ondergeschikt:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in artikel 4.2 opgenomen beoordelingsregels.
Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,25 meter.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een paardenbak te bouwen.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.3.1 kan worden verleend, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt door de initiatiefnemer een door het college goed te keuren inrichtingsplan overlegd, waarin in ieder geval het kleur- en materiaalgebruik afgestemd moet zijn op de landelijke omgeving.
Het is toegestaan om de gronden binnen deze functie te gebruiken voor:
met daaraan ondergeschikt:
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bomen, hakhout en andere houtopstanden te vellen en/of rooien danwel andere handelingen uit te voeren die de dood of beschadiging van de beplanting tengevolge kunnen hebben op de gronden binnen deze functie.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.5.1 kan worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Bij de aanvraag omgevingsvergunning toont de aanvrager de noodzaak van het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden aan op basis van een onderzoek door een terzake deskundige partij waarbij tevens de mogelijke significante (nadelige) gevolgen voor de cultuurhistorische, landschappelijke, ecologische waarden en de waterhuishoudkundige kwaliteiten in beeld zijn gebracht;
Het in artikel 4.5.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden:
Bij het telen van gewassen in de open lucht ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - vergunningsplicht gewasbeschermingsmiddelen' is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zonder omgevingsvergunning verboden.
Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning als bedoeld in 4.6.1 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning als bedoeld in 4.6.1 wordt slechts verleend als;
Bij een omgevingsvergunning als bedoeld in 4.6.1 kunnen – met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat – vergunningvoorschriften worden gesteld ten aanzien van:
De gronden binnen de functie 'Bos' mogen worden benut voor:
en de daarbij behorende wegen, paden, voorzieningen, bestaande parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere bouwwerken (geen gebouw zijnde).
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden de in artikel 5.2 opgenomen beoordelingsregels.
Op gronden met deze functie zijn andere bouwwerken ten behoeve van deze bestemming toegestaan en voor andere bouwwerken geldt het volgende:
Ten aanzien van de werken en werkzaamheden die mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben voor de landschappelijke en ecologische waarden is het omgevingsvergunningenstelsel zoals weergegeven in artikel 4.5 van toepassing.
Gronden binnen de functie 'Wonen' mogen worden benut voor wonen in het aantal woningen zoals toegestaan binnen het ter plaatse op de verbeelding weergegeven bouwvlak, met daaraan ondergeschikt:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan van de gemeente Brummen gelden de in artikel 6.2 opgenomen beoordelingsregels.
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde en/of bijbehorend bouwwerk zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels:
Het is toegestaan om gronden binnen deze functie te gebruiken voor het wonen in het aantal woningen zoals toegestaan binnen het ter plaatse op de verbeelding weergegeven bouwvlak, met daaraan ondergeschikt:
Het is toegestaan om een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf uit te oefenen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Anders dan hetgeen bepaald onder artikel 6.3.2 bij recht is toegestaan, is het verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bouwwerken te gebruiken ten behoeve van recreatief medegebruik (logies en ontbijt, lichte horecavoorzieningen).
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 kan worden verleend, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het plan wordt in ieder geval begrepen:
Ter plaatse van de gebiedsaanwijzing 'Overige zone - voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing' zijn in aanvulling op het reeds toegestane gebruik de aanleg van landschapselementen zoals opgenomen in het landschappelijke inpassingsplan uit Bijlage 1 bij de regels toegestaan:
In afwijking van de artikelen 4, 5, 6 en 8 geldt voor de aanleg van landschapselementen op basis van Artikel 7 geen (omgevings)vergunningplicht.
Ter plaatse van de gebiedsaanwijzing 'Overige zone - Natuurwaarden' zijn de gronden die de functie 'Bos' dragen primair bestemd voor de instandhouding van het bos. Houtproductie is ter plaatse van deze gebiedsaanduiding ondergeschikt aan de instandhouding van de natuurwaarden.
Grond die in aanmerking genomen moet worden bij een verleende bouwvergunning mag, behoudens intrekking van die bouwvergunning, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe bouwvergunning in aanmerking worden genomen.
Indien de functie van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen met bijbehorende voorzieningen, moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, zijn verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen met bijbehorende voorzieningen.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 11.1 en artikel 11.2.
Voor de in artikel 11.3.1 bedoelde omgevingsvergunning gelden de volgende beoordelingsregels:
De aanvraag omgevingsvergunning moet worden voorzien van een motivering waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft.
Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen aanvullend aan het bepaalde in artikel 11.1 en 11.2 ten behoeve van het verhogen van de parkeernormen en / of het aanleggen van voorzieningen voor het laden en lossen indien dat nodig is gelet op het gebruik en / of het bouwplan waarbij het (functioneren van) de omgeving mede betrokken wordt. Het besluit tot het stellen van de maatwerkvoorschrift moet worden voorzien van een motivering waaruit in ieder blijkt dat de eis noodzakelijk is om de ruimtelijke kwaliteit te borgen.
Een maatwerkvoorschrift kan tevens gesteld worden bij die (bouw)plannen waarvan de functie niet genoemd wordt in de tabel in artikel 11.5.
De norm voor voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen op het eigen terrein is voor de volgende functies:
| FUNCTIE | per | Buitengebied |
| Wonen | ||
| Koop, vrijstaand | woning | 2,4 |
| Koop, twee-onder-een-kap | woning | 2,2 |
| Koop, tussen/hoek | woning | 2 |
| Koop, etage, duur | woning | 2,1 |
| Koop, etage, midden | woning | 1,9 |
| Koop, etage, goedkoop | woning | 1,6 |
| Huurhuis, vrije sector | woning | 2 |
| Huurhuis, sociale huur | woning | 1,6 |
| Huurhuis, etage, duur | woning | 1,9 |
| Huur, etage, goedkoop | woning | 1,4 |
| Kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten) | kamer | 0,7 |
| Kamerverhuur, studenten, niet-zelfstandig | kamer | 0,25 |
| Aanleunwoning en serviceflat | kamer | 1,2 |
Het is verboden om locaties of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
In aanvulling op 12.1 wordt in elk geval als strijdig gebruik aangemerkt:
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan van de gemeente Brummen, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken in afwijking van artikel 14.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 14.1.1 met maximaal 10%.
Artikel 14.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Het gebruik van gronden en bouwwerken ten dienste van de functie (of andere gebiedsaanwijzing) als bedoeld in hoofdstuk 2 dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Weg over 't Hontsveld 24 Empe' en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Weg over 't Hontsveld 24 Empe' strijdige gebruik, bedoeld in artikel 14.2.1 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Weg over 't Hontsveld 24 Empe' strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in artikel 14.2.1 na het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Weg over 't Hontsveld 24 Empe' voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Artikel 14.2.1 is niet van toepassing op het gebruik, dat al in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan van rechtswege voor die locatie, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.