| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x Terwoldseweg achter 5-7 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0200.tam0025-vas1 |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Terwoldseweg achter 5-7 en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22x opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Apeldoorn.
Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening https://www.ruimtelijkeplannen.nl.c.q. het Omgevingsloket. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22ax van het omgevingsplan van de gemeenten Apeldoorn. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22ax gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22ax gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, Hiervan zijn enkele bepalingen overgenomen, vanwege de leesbaarheid en hanteerbaarheid van de betreffende artikelen.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x Terwoldseweg achter 5-7 met identificatienummer NL.IMRO.0200.tam0025-vas1 van de gemeente Apeldoorn, zoals opgenomen in hoofdstuk 22ax in het Omgevingsplan.
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
Een vlak, door aanduidingsgrenzen van andere vlakken gescheiden.
Een woning in een rij van 3 of meer niet-gestapelde woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar zijn gebouwd.
Achtererfgebied zoals bepaald in artikel 1.1 bijlage 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving
De maaiveldhoogte die is vastgelegd in het Actueel Hoogtebestand Nederland 2.
Een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden.
Antennedrager zoals bepaald in artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Antenne-installatie zoals bepaald in artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Een dienstverlenend beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, dat in een woning of (inclusief bijgebouwen) wordt uitgeoefend, waarbij de (bedrijfs)woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
De grens van een bouwvlak.
Een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in artikel 1.1 bijlage 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
Een doorlopend gedeelte van een gebouw begrensd door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen.
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
De gezamenlijke vloeroppervlakte ten dienste van kantoren, winkels, horeca of andere bedrijven, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnruimte en overige dienstruimten.
Het bedrijfsmatig te koop of te huur aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop of verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen en diensten aan degenen die deze goederen en diensten kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
Periodieke en/of incidentele manifestaties zoals sportmanifestaties, concerten, bijeenkomsten, voorstellingen, tentoonstellingen, shows, thematische beurzen en thematische markten. Onder evenementen worden in ieder geval niet begrepen activiteiten die zijn gericht op verkoop uit grote partijen met een beperkt assortiment door één of enkele aanbieders.
Een bedoeld ter verfraaiing, als blikvanger of oriëntatiepunt, niet noodzakelijkerwijs functioneel van aard.
De grens van een functievlak.
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie.
Gebouwerf zoals bedoeld in bijlage 1 behorende bij artikel 1.1. van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Een woning in een woongebouw waarin 2 of meer zelfstandige woningen boven elkaar en eventueel ook naast elkaar zijn gebouwd.
Een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen , of zijnde; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor verblijfsrecreatie
Hoofdgebouw zoals bepaald in artikel 1.1 bijlage 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
De bij een bestaand of te realiseren hoofdgebouw behorende gronden, samenvallend met de eigendomsgrens of met de grens van het gehuurde.
Een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en electriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse leidingen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten.
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand.
De bij een bestaand of te realiseren hoofdgebouw behorende gronden, samenvallend met de eigendomsgrens of met de grens van het gehuurde.
Twee woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar zijn gebouwd.
Gebied bedoeld voor verblijf, waartoe in ieder geval (ontsluitings)wegen, fiets- en voetpaden, water, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen en hondenuitlaatplaatsen worden gerekend.
Gebouwerf, dat geen onderdeel is van het achtererfgebied (bijlage 1 Besluit bouwwerken leefomgeving).
Een gebouw of een zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen.
Het adres waar:
Kantoor met baliefunctie ten behoeve van publieksgerichte commerciële en/of maatschappelijke dienstverlening.
Een bouwwerk ten behoeve van de opvang van zonne-energie.
Een gebouw of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en/of lichamelijke verzorging behoeven; verzorging kan voortdurend of nagenoeg voortdurend plaatsvinden en in het gebouw kan afzonderlijke ruimte ten behoeve van de verzorging aanwezig zijn.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als volgt gemeten:
Vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
De in procenten uitgedrukte verhouding van de oppervlakte van de bebouwing in een bouwvlak dan wel aanduidingsvlak tot de oppervlakte van dat bouwvlak dan wel aanduidingsvlak, per perceel gemeten.
Tussen de (denkbeeldige) buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van scheidsmuren, met dien verstande dat vloeroppervlakte waarboven minder dan 1,50 meter bouwhoogte aanwezig is hierbij buiten beschouwing wordt gelaten.
Boven straatpeil tussen de buitenwerkse gevelvlakken, dak vlakken en harten van scheidsmuren.
De oppervlakte van de bodem die daadwerkelijk is afgegraven dan wel wordt afgegraven bij de uitvoering van een verleende omgevingsvergunning.
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k ,l , of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het tweede lid.
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van het bepaalde in afdeling 22.2.7.3. in de regels in afdeling 22.3.2, zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie behorend bij dit TAM- omgevingsplan, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0200.tam0025- zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Groen.
Een als Groen aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies:
Tot de locaties bedoeld in artikel 5.1 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Sport.
Een als Sport aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies:
Tot de locatie bedoeld in artikel 6.1 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Verkeer - Verblijfsgebied.
Een als Verkeer - Verblijfsgebied aangewezen locatie mag gebruikt worden als verblijfsgebied;
Tot de locatie bedoeld in artikel 7.1 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Wonen.
Een als wonen aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies:
a. wonen;
b. beroepsuitoefening aan huis, onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan de specifieke functieregels zoals opgenomen in artikel 8.4.2;
c. niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis, onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan de specifieke functieregels, zoals opgenomen in artikel 8.4.2.
Tot de locatie bedoeld in artikel 8.1 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende:
De niet bebouwde grond mag uitsluitend als tuin of erf en/of parkeervoorziening worden gebruikt; gebruik van de niet bebouwde grond ten behoeve van bedrijfsactiviteiten is niet toegestaan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit.
Het gebruik van woningen en bijgebouwen voor beroepsuitoefening aan huis en voor niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
Het is verboden gronden als bedoeld in artikel 8.1 te gebruiken voor de in artikel 8.2 genoemde functies zonder het realiseren en in standhouden van een geluidsscherm als bedoeld in Artikel 6 binnen de als Sport aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidsscherm', waarbij het geluidsscherm moet voldoen aan de volgende eisen:
Met een omgevingsvergunning kan van het gestelde in artikel 8.4.3 worden afgeweken indien wordt aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - vastgestelde archeologische waarden.
Een als Waarde - Vastgestelde archeologische waarden aangewezen locatie heeft de functie om archeologische waarden te beschermen die voorkomen in het gebied waarvan vastgesteld is dat archeologische waarden aanwezig zijn.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de in dit artikel opgesomde werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden uit te voeren voor zover ze worden gedaan dieper dan 0,35 meter onder het AHN2-maaiveld met een oppervlakte van meer dan 50 m²:
Het verbod zoals opgenomen in artikel 9.3 geldt niet:
Indien uit het in lid 9.6 genoemde rapport dan wel de in dat lid bedoelde andere beschikbare informatie blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door de werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden als bedoeld onder 9.3 zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden:
De regels in dit artikel hebben betrekking op het bouwen van een hoofdgebouw.
De omgevingsvergunning voor het bouwen van het Hoofdgebouw wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van het Hoofdgebouw op een locatie die is aangewezen als Wonen wordt alleen verleend als tevens aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van het Hoofdgebouw op een locatie die is aangewezen als Sport wordt alleen verleend indien de gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen niet meer bedraagt dan 3300 m2, met in begrip van de bijbehorende bouwwerken als bedoeld in artikel 12.3 Beoordingsregels omgevingsvergunning bouwen - functie sport:
De regels in dit artikel hebben betrekking op het bouwen van een bijbehorend bouwwerk - door het uitbreiden van de woning binnen het bouwvlak danwel het achtererfgebied.
De omgevingsvergunning voor het uitbreiden van het Hoofdgebouw op een locatie aangewezen als Wonen wordt, onverminderd het bepaalde in artikelen 22.27 juncto artikel 22.36 van het Omgevingsplan Apeldoorn (vergunningvrij) bij afwijking hiervan, alleen verleend als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De regels in dit artikel hebben betrekking op het bouwen van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk binnen het bouwvlak dan wel het achtererfgebied;
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaande bijbehorend bouwwerk op een locatie aangewezen als Wonen wordt, onverminderd het bepaalde in artikelen 22.27 juncto artikel 22.36 van het Omgevingsplan Apeldoorn (vergunningvrij), bij afwijking hiervan, alleen verleend als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk op een locatie aangewezen als Sport wordt, onverminderd het bepaalde in artikelen 22.27 juncto artikel 22.36 van het Omgevingsplan Apeldoorn (vergunningvrij), bij afwijking hiervan, alleen verleend als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De regels in dit artikel hebben, onverminderde het bepaalde in artikelen 22.27 juncto artikel 22.36 van het Omgevingsplan Apeldoorn bij afwijking hiervan, betrekking op het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde.
De omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde op een locatie aangewezen als Sport wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde op een locatie die is aangewezen als Groen wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde op een locatie die is aangewezen als verkeer - verblijfsgebied wordt alleen verleend als als de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 2,5 m bedraagt.
De omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde op een locatie die is aangewezen als Wonen wordt, onverminderd het bepaalde in artikelen 22.27 juncto 22.26 van het Omgevingsplan, alleen verleend als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.
Het is, onverminderd het bepaalde in de artikelen 22.27 en 22.36 van het Omgevingsplan Apeldoorn, verboden zonder omgevingsvergunning te bouwen:
Als gebruik in strijd met de aangewezen functie geldt het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte aanwezig is voor het parkeren van auto's en fietsen en het laden en lossen van goederen. Dit volgens de 'Beleidsregel Parkeren' zoals vastgesteld op 13 juni 2024, die is opgenomen in Bijlage 2 Beleidsregel parkeren van de Bijlagen bij de regels, dan wel haar rechtsopvolger.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat in voldoende mate ruimte aanwezig is voor het parkeren van auto's en fietsen en het laden en lossen van goederen. Dit volgens de 'Beleidsregel Parkeren' zoals vastgesteld op 13 juni 2024, die is opgenomen in Bijlage 2 Beleidsregel parkeren van de Bijlagen bij de regels, dan wel haar rechtsopvolger.
In aanvulling op artikel 22.29 van het omgevingsplan geldt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw of een bijbehorend bouwwerk of ander gebouw slechts wordt verleend indien wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de gestelde beeldkwaliteitseisen aan bouwwerken, zoals beschreven in Bijlage 3 Beeldkwaliteitsplan van de Bijlagen bij de regels, dan wel haar rechtsopvolger.
Het bevoegd gezag is bevoegd om bij een omgevingsvergunning af te wijken van de beeld kwaliteitseisen, zoals beschreven in Bijlage 3 Beeldkwaliteitsplan van de Bijlagen bij de regels, dan wel haar rechtsopvolger. Voor toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid gelden de volgende beoordelingsregels: .
Voor bouwwerken gelden, onverminderd het bepaalde in de artikelen 22.27 juncto 22.36 van het Omgevingsplan, de volgende regels:
Gebouwen waarvoor een aangegeven waarde voor maximum goothoogte en maximum bouwhoogte geldt, worden vanaf de aangegeven goothoogte afgedekt met hellende dak vlakken, waarvan de helling niet meer bedraagt dan 60 graden, met dien verstande dat:
Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften opnemen voor de situering en de omvang van bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor zover dit noodzakelijk is voor:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd maatwerkvoorschriften opnemen ten aanzien van de nokrichting van gebouwen, voor zover dit noodzakelijk is in verband met de stedenbouwkundige kwaliteit die met het TAM-omgevingsplan is beoogd.
Het bevoegd gezag is bevoegd om bij een omgevingsvergunning af te wijken van de regels gesteld in artikel 19.2, Voor toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid geldt dat de afwijking geen onevenredige afbreuk veroorzaakt aan de stedenbouwkundige en/of landschappelijke kwaliteit, zoals onder andere door het aangeven van een goothoogte en/of bouwhoogte is beoogd.
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het TAM-omgevingsplan ten behoeve van het bouwen van zonnecollectoren, beeldende kunstwerken (waaronder begrepen follies), riool-overstortkelders, rioolgemalen, boven- en ondergrondse containerruimten, informatie- en reclameborden, niet voor bewoning bestemde gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde van openbaar nut. Voor toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid gelden de volgende beoordelingsregels:
Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning af van de regels van het TAM-omgevingsplan ten behoeve van de bouwhoogte van antenne-installaties, voor toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid gelden de volgende beoordelingsregels:
Het bevoegd gezag is bevoegd om bij een omgevingsvergunning af te wijken van de regels van het TAM-omgevingsplan ten behoeve van de functiegrenzen, bouwgrenzen, aanduidingsgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak, voor toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid gelden de volgende beoordelingsregels:
Het bevoegd gezag is bevoegd om bij een omgevingsvergunning af te wijken van de regels van het TAM-omgevingsplan ten aanzien van bouwgrenzen, aanduidingsgrenzen en overige aanduidingen, voor toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid gelden de volgende beoordelingsregels:
Het bevoegd gezag is bevoegd om bij een omgevingsvergunning af te wijken van de regels van het TAM-omgevingsplan, ten behoeve van het afwijken ten aanzien van de voorgeschreven goothoogte en bouwhoogte van gebouwen, aanduidingsgrenzen, bouwhoogte van bouwwerken, oppervlakte van bebouwing, onderlinge afstand tussen gebouwen, dieptes, afstand tot perceelsgrenzen en overige aanwijzingen, maten en afstanden, eventueel met overschrijding van de bouwgrens, voor toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid gelden de volgende beoordelingsregels:
Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning af van de regels van het TAM-omgevingsplan ten behoeve van het plaatsen van jeugd-ontmoetingsplekken, voor toepassing van deze afwijkingsbevoegheid gelden de volgende beoordelingsregels:
Een beslissing omtrent het stellen van maatwerkvoorschriften, zoals opgenomen in artikel 20 en 21 wordt niet genomen dan nadat belanghebbenden schriftelijk in kennis zijn gesteld van het voornemen tot het stellen van nadere eisen en in de gelegenheid zijn gesteld zienswijzen tegen die voorgenomen nadere eisen bij burgemeester en wethouders in te dienen.