direct naar inhoud van REGELS
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Vlijtsepark
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.tam0021-vas1

REGELS

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie "Vlijtsepark' aan de Vlijtseweg en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22t) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Apeldoorn. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22t van het omgevingsplan van de gemeente Apeldoorn. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22t gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de 'bijlage 22t' gelezen worden.

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:

1.1 plan

Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Vlijtsepark met identificatienummer NL.IMRO.0200.tam0021-vas1 van de gemeente Apeldoorn.

1.2 aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.3 aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.4 aanduidingsvlak

Een vlak, door aanduidingsgrenzen van andere vlakken gescheiden.

1.5 achtererfgebied

Erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen.

1.6 AHN2-maaiveld

De maaiveldhoogte die is vastgelegd in het Actueel Hoogtebestand Nederland 2.

1.7 ander werk

Een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden.

1.8 antennedrager

Een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne.

1.9 antenne-installatie

Een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

1.10 bebouwing

Eén of meer gebouwen, geen gebouwen zijnde.

1.11 beroepsuitoefening aan huis

Een dienstverlenend beroep op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of technisch gebied of daarmee gelijk te stellen activiteiten, dat in een woning (inclusief bijgebouwen) wordt uitgeoefend, waarbij de (bedrijfs)woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling of uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

1.12 bestaand
  • bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan legaal aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning;
  • bij gebruik: het legale gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan.
1.13 bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak.

1.14 bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.15 bouwgrens

De grens van een bouwvlak.

1.16 bouwlaag

Een doorlopend gedeelte van een gebouw, begrensd door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen.

1.17 bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.18 dakopstand

Een bouwkundig element dat uitsteekt boven het dakvlak van een gebouw en dient voor functionele doeleinden, zoals daglichttoetreding, ventilatie, toegang tot het dak, of het huisvesten van technische installaties.

1.19 detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop of te huur aanbieden, hieronder begrepen de uitstalling ten verkoop of verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen en diensten aan degenen die deze goederen en diensten kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.20 dienstverlening

Het aanbieden van persoonlijke, zakelijke of maatschappelijke diensten, waaronder kappers, schoonheidssalons, uitvaartverzorging, reisbureaus, adviesbureaus, medische en paramedische praktijken, en overige niet-ambachtelijke diensten.

1.21 evenementen

Periodieke en/of incidentele manifestaties zoals sportmanifestaties, concerten, bijeenkomsten, voorstellingen, tentoonstellingen, shows, thematische beurzen en thematische markten. Onder evenementen worden in ieder geval niet begrepen activiteiten die zijn gericht op verkoop uit grote partijen met een beperkt assortiment door één of enkele aanbieders.

1.22 folly

Een bedoeld ter verfraaiing, als blikvanger of oriëntatiepunt, niet noodzakelijkerwijs functioneel van aard.

1.23 gebouw

Elk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.24 geluidsluwe gevel

Een gevel waarop de gevelbelasting voor alle bronsoorten gelijk is aan of lager is dan alle standaardwaarden.

1.25 gezondheidscentrum

maatschappelijke voorziening, waarbinnen een gecombineerd aanbod aan gezondheidszorg wordt geboden door zorgverleners, waaronder in ieder geval begrepen: huisartsen, apothekers, maatschappelijk werk, wijkverpleging, fysiotherapie en daarmee vergelijkbare therapie, consultatiebureau en verloskunde.

1.26 hoofdgebouw

Een gebouw dat op een kavel door zijn ligging, constructie, afmetingen of functie als belangrijkste valt aan te merken.

1.27 installatieruimte

Een afgesloten, al dan niet toegankelijke ruimte binnen of buiten een gebouw, bedoeld voor de plaatsing en het beheer van technische installaties ten behoeve van de gebouwfunctie.

1.28 kantoor

Een (deel van een) gebouw dat door aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard.

1.29 kavel

De bij een bestaand of te realiseren hoofdgebouw behorende gronden, samenvallend met de eigendomsgrens of met de grens van het gehuurde.

1.30 liftkoker

Een liftkoker is een bouwkundig element dat dient als verticale schacht voor de verplaatsing van een liftinstallatie, inclusief de benodigde technische voorzieningen.

1.31 nutsvoorziening

Een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en electriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse leidingen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten.

1.32 openbaar toegankelijk gebied

Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.

1.33 overkapping

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand.

1.34 peil

Het gemiddelde afgewerkte bouwterrein dat aansluit aan de naar de weg dan wel openbare ruimte gekeerde gevel.

1.35 prostitutie

Het tegen betaling hebben van seksuele omgang met anderen.

1.36 publieksgerichte dienstverlening

Een bedrijfsmatige activiteit uitsluitend of overwegend gericht op het verlenen van diensten aan particulieren met een rechtstreeks contact met het publiek, niet zijnde detailhandel, horeca of seksinrichting.

1.37 seksinrichting

Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, bestemd voor het bedrijfsmatig doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische aard en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar seksuele handelingen worden verricht; onder seksinrichting wordt mede begrepen:

  • a. seksbioscoop
    Een inrichting, bestemd voor het door middel van audiovisuele middelen doen plaatsvinden van voorstellingen van erotische en/of pornografische aard;
  • b. seksclub
    Een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar seksuele handelingen worden verricht;
  • c. seksautomaat
    Een inrichting, bestemd voor het door middel van automaten doen plaatsvinden van audiovisuele voorstellingen van erotische en/of pornografische aard;
  • d. sekswinkel
    Een ruimte, bestemd voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van seksartikelen, waaronder begrepen pornografische lectuur en gegevensdragers, aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker;
  • e. prostitutiebedrijf
    Een ruimte, bestemd dan wel in gebruik voor het daarin uitoefenen van prostitutie.
1.38 supermarkt

Een winkel met een verkoopvloeroppervlakte van meer dan 500 m2 waar een grote verscheidenheid aan artikelen, grotendeels bestaande uit levensmiddelen, wordt verkocht en waarbij overwegend sprake is van zelfbediening door klanten.

1.39 technische installatie

Een gebouwgebonden voorziening, die dient voor de energievoorziening, klimaatregeling, ventilatie, waterhuishouding of andere functionele ondersteuning van het gebouw of terrein.

1.40 twee-onder-een-kapwoningen

Twee woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar zijn gebouwd.

1.41 verblijfsgebied

Gebied bedoeld voor verblijf, waartoe in ieder geval (ontsluitings)wegen, fiets- en voetpaden, water, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen en hondenuitlaatplaatsen worden gerekend.

1.42 verkoopvloeroppervlakte

Het voor publiek toegankelijke deel van de winkelvloeroppervlakte, inclusief etalageruimte en de ruimte achter de toonbank dan wel kassaruimte.

1.43 voorerfgebied

Erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied.

1.44 windturbine

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de opwekking van energie door benutting van windkracht.

1.45 winkel

Een (deel van een) gebouw dat blijkens aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor de uitoefening van detailhandel en/of het verlenen van diensten, waaronder mede worden begrepen videotheken, kapsalons en buffetverkoop. Tot de winkel worden de voor publiek toegankelijke ruimte alsmede de bijbehorende magazijnruimte, kantoren en overige dienstruimten begrepen.

1.46 woning

Een gebouw of een zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen.

1.47 woonwagen

Een voor huisvesting van personen bestemd gebouw dat is geplaatst op een woonwagenstandplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.

1.48 woonwagenstandplaats

Terrein bestemd voor woonwagens en bijbehorende voorzieningen.

1.49 zakelijke dienstverlening

Kantoor met baliefunctie ten behoeve van publieksgerichte commerciële en/of maatschappelijke dienstverlening.

1.50 zonnecollector

Een ten behoeve van de opvang van zonne-energie.

Artikel 2 Meet - en rekenbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt als volgt gemeten:

2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.2 de goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.3 de oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.4 het bebouwingspercentage

De in procenten uitgedrukte verhouding van de oppervlakte van de bebouwing in een bouwvlak dan wel aanduidingsvlak tot de oppervlakte van dat bouwvlak dan wel aanduidingsvlak, per kavel gemeten.

2.5 de vloeroppervlakte

Tussen de (denkbeeldige) buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van scheidsmuren, met dien verstande dat vloeroppervlakte waarboven minder dan 1,50 meter bouwhoogte aanwezig is hierbij buiten beschouwing wordt gelaten.

2.6 de inhoud van een bouwwerk

Boven peil tussen de buitenwerkse gevelvlakken, dakvlakken en harten van scheidsmuren.

2.7 de bodemingreep

De oppervlakte van de bodem die daadwerkelijk is afgegraven dan wel wordt afgegraven bij de uitvoering van een verleende omgevingsvergunning.

2.8 de dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.9 de bouwhoogte van een windturbine

Vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.

Artikel 3 Toepassingsbereikbepaling

3.1 Toepassingsbereik

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k ,l , of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het tweede lid.

3.2 Geometrische toepassingsbereik

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie behorend bij dit TAM- omgevingsplan, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0200.tam0021-vas1 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

Hoofdstuk 2 FUNCTIES EN ACTIVITEITEN

Artikel 4 Cultuur en ontspanning

4.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie zoals aangewezen als Cultuur en ontspanning.

4.2 Functieomschrijving

Een als Cultuur en ontspanning aangewezen locatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de functies:

  • a. Dansschool
  • b. Ondergeschikte horeca
4.3 Voorzieningen en inrichting

Tot de locatie bedoeld in artikel 4.2 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende

  • a. nutsvoorzieningen
  • b. voorzieningen voor het laden en lossen.
4.4 Specifieke functieregels
  • a. De oppervlake voor de functie Cultuur en ontspanning mag ten hoogste 1.400 m² bedragen, inclusief de oppervlakte voor ondergeschikte horeca.
  • b. de functie Cultuur en ontspanning is uitsluitend in de ondergrondse bouwlaag en op de begane grond toegestaan.

Artikel 5 Detailhandel

5.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie zoals aangewezen als Detailhandel.

5.2 Functieomschrijving

De als Detailhandel aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functie:

5.3 Voorzieningen en inrichting

Tot de locatie bedoeld in artikel 5.2 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende

  • a. nutsvoorzieningen
  • b. voorzieningen voor het laden en lossen
5.4 Specifieke functieregels

Artikel 6 Dienstverlening

6.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie zoals aangewezen als Dienstverlening 

6.2 Functieomschrijving

De als Dienstverlening aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functie:

6.3 Voorzieningen en inrichting

Tot de locatie bedoeld in artikel 6.2 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende

  • a. nutsvoorzieningen
  • b. voorzieningen voor het laden en lossen
6.4 Specifieke functieregels
  • a. de oppervlakte voor dienstverlening mag ten hoogste 400 m² bedragen.
  • b. de functie Dienstverlening is uitsluitend in de ondergrondse bouwlaag en op de begane grond toegestaan.

Artikel 7 Groen

7.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Groen.

7.2 Functieomschrijving

Een als Groen aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies:

  • a. openbaar groen;
  • b. fiets- en voetpaden;
  • c. hondenuitlaatplaatsen.
  • d. balkons.
7.3 Voorzieningen en inrichting

Tot de locatie bedoeld in artikel 7.2 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. nutsvoorzieningen;
  • c. voorzieningen voor de waterhuishouding.
7.4 Specifieke functieregels
  • a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - balkons' zijn balkons toegestaan.

Artikel 8 Horeca

8.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie zoals aangewezen als Horeca.

8.2 Functieomschrijving

Een als Horeca aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functie:

8.3 Voorzieningen en inrichting

Tot de locatie bedoeld in artikel 8.2 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende

  • a. nutsvoorzieningen.
  • b. voorzieningen voor het laden en lossen.
8.4 Specifieke functieregels
  • a. De vloeroppervlakte voor de functie Horeca ten hoogste 400 m² mag bedragen.
  • b. De functie Horeca uitsluitend inpandig is toegestaan.
  • c. Een terras niet is toegestaan.
  • d. de functie Horeca is uitsluitend in de ondergrondse bouwlaag en op de begane grond toegestaan.
  • e. de functie Horeca uitsluitend op zondag tot en met donderdag van 07.00 tot 01.00 uur en op vrijdag en zaterdag van 07.00 tot uiterlijk 02.00 uur mag worden uitgeoefend.

Artikel 9 Maatschappelijk

9.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Maatschappelijk.

9.2 Functieomschrijving

Een als Maatschappelijk aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functie:

9.3 Voorzieningen en inrichting

Tot de locatie bedoeld in artikel 9.2 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende

  • a. nutsvoorzieningen
  • b. voorzieningen voor het laden en lossen
9.4 Specifieke functieregels
  • a. De oppervlakte voor de functie Maatschappelijk mag ten hoogste 2.100 m² bedragen.
  • b. de functie Maatschappelijk is uitsluitend in de ondergrondse bouwlaag en op de begane grond toegestaan.

Artikel 10 Verkeer - Verblijfsgebied

10.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Verkeer - Verblijfsgebied.

10.2 Functieomschrijving

Een als Verkeer - Verblijfsgebied aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies:

10.3 Voorzieningen en inrichting

Tot de locatie bedoeld in artikel 10.2 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende:

  • a. nutsvoorzieningen;
  • b. voorzieningen voor de waterhuishouding.

Artikel 11 Wonen

11.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen'.

11.2 Functieomschrijving

Een als 'Wonen' aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies:

11.3 Voorzieningen en inrichting

Tot de locatie bedoeld in artikel 11.2 worden in ieder geval ook gerekend de daarbij behorende:

  • a. nutsvoorzieningen;
  • b. tuininrichting en/of erfinrichting;
  • c. voorzieningen voor de waterhuishouding;
  • d. ontsluitingswegen.
11.4 Specifieke functieregels
  • a. De niet bebouwde grond mag uitsluitend als tuin of erf worden gebruikt; gebruik van de niet bebouwde grond ten behoeve van bedrijfsactiviteiten is niet toegestaan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit.
  • b. Het gebruik van gebouwen voor beroepsuitoefening aan huis en voor niet-publieksgerichte bedrijfsmatige activiteiten aan huis is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
    • 1. dit gebruik beslaat niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw met een gezamenlijk maximum van 50 m²;
    • 2. het gebruik heeft geen ernstig nadelige gevolgen voor het woon- en leefmilieu;
    • 3. het gebruik heeft geen ernstig nadelige invloed op de normale afwikkeling van het verkeer en veroorzaakt geen nadelige toename van de parkeerbehoefte;
    • 4. detailhandel is uitsluitend toegestaan in de vorm van verkoop via internet, met dien verstande dat uitstalling ten verkoop en het ter plaatse afhalen van goederen door klanten niet is toegestaan;
    • 5. de activiteiten veroorzaken geen duurzame ontwrichting van de bestaande distributieve voorzieningen en hebben geen ernstige verstoring van de verzorgingsstructuur tot gevolg;
    • 6. het beroep respectievelijk de bedrijfsmatige activiteiten wordt respectievelijk worden in ieder geval door de bewoner uitgeoefend;
    • 7. bedrijfsmatige activiteiten zijn alleen toegestaan voor zover deze zijn genoemd in de bij dit hoofdstuk behorende Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis, zoals opgenomen als Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis, dan wel naar hun aard en invloed vergelijkbaar zijn met de in deze Lijst genoemde activiteiten.
  • c. Ter plaatse van de aanduiding 'fietsenstalling' is een fietsenstalling toegestaan.

Artikel 12 overige zone - voorwaardelijke verplichting

Ter plaatse van de aanduiding overige zone - voorwaardelijke verplichting is de ingebruikname van woningen in de aanduiding overige zone - voorwaardelijke verplichting uitsluitend toegestaan, nadat de binnen de aanduiding overige zone - voorwaardelijke verplichting aanwezige dansschool volledig is gesloopt.

Artikel 13 Hoofdgebouw bouwen

13.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel hebben betrekking op het bouwen van een hoofdgebouw.

13.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen - algemeen

De omgevingsvergunning voor het bouwen van het hoofdgebouw wordt alleen verleend als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. het aangevraagde hoofdgebouw binnen het bouwvlak wordt gebouwd;
  • b. de bouwhoogte niet hoger is dan de aangegeven waarde ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)';
  • c. voor zover sprake is van een ondergrondse bouwlaag onder het hoofdgebouw: deze niet dieper is dan 3,50 meter en het gebruik daarvan past binnen de toegestane functie;
  • d. er wordt voldaan aan de algemene bouwregels, zoals opgenomen in artikel 19.
  • e. als het te bouwen hoofdgebouw is gelegen binnen het werkingsgebied van artikel 14 dient minimaal één verblijfsruimte te zijn gesitueerd aan de geluidsluwe gevel(s) van het te bouwen hoofdgebouw.
13.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen - specifiek
13.3.1 Toepassingsbereik

Deze regels binnen dit artikel zijn van toepassing op gronden en bouwwerken die worden gebruikt of ontwikkeld ten behoeve van de functie 'Wonen'.

13.3.2 Voorwaarde voor gebruik

Het gebruik van de gronden en bouwwerken voor 'Wonen' is uitsluitend toegestaan indien de initiatiefnemer de maatregelen, vaste als variabele waarden, toepast die voortvloeien uit het NIKA-beleid, gepubliceerd op 25 juni 2024 in het gemeenteblad van de gemeente Apeldoorn.

13.3.3 Verplichte maatregelen

De initiatiefnemer van de woontorens past de maatregelen voor de vaste waarden toe, zoals vermeld in het NIKA. Deze vaste waarden omvatten ten minste de waarden genoemd onder de volgende onderdelen:

  • Waterberging;
  • Groen op het maaiveld;
  • Aanplant van bomen;
  • Voorzieningen voor dieren die in gebouwen wonen;
  • Windcomfort.
13.3.4 Moment van verplichting

De verplichting geldt vanaf het moment dat de bouwactiviteit ten behoeve van 'Wonen' aanvangt of de gebouwen in gebruik worden genomen. Zonder toepassing van de genoemde NIKA-maatregelen is het gebruik voor 'Wonen' niet toegestaan.

13.3.5 Toetsing en handhaving

Burgemeester en wethouders toetsen bij de aanvraag van een omgevingsvergunning of aan de verplichting als opgenomen in 13.3.3 wordt voldaan. Indien dit niet het geval is, kan de vergunning worden geweigerd of het gebruik worden beëindigd.

13.4 Afwijking omgevingsvergunning bouwen - specifiek
  • a. Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van de verplichting zoals opgenomen in artikel 13.3, indien toepassing van die verplichting leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard;
  • b. Van een onbillijkheid van overwegende aard is sprake indien de toepassing van de vaste en/of variabele waarden uit het NIKA-beleid voor de initiatiefnemer of andere belanghebbenden onevenredige gevolgen heeft in verhouding tot het doel van de verplichting.
  • c. Een afwijking kan slechts worden verleend indien:
    • 1. sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
    • 2. de bijzondere omstandigheden die de onbillijkheid onderbouwen concreet en aantoonbaar zijn;
    • 3. de afwijking proportioneel is en gericht op het beperken van de gevolgen, zonder het geheel vervallen van de NIKA-verplichting.
  • d. Bij het besluit tot afwijking motiveert het college op welke gronden de afwijking wordt verleend en welke alternatieve of compenserende maatregelen worden getroffen om de doelen van het NIKA-beleid zoveel mogelijk te waarborgen.
13.5 Instandhouding NIKA-maatregelen
  • a. De maatregelen die zijn getroffen ter uitvoering van de verplichting zoals bedoeld in artikel 13.3 (NIKA-verplichting) bij de functie 'Wonen', dienen gedurende het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de functie 'Wonen' in stand te worden gehouden;
  • b. Onder instandhouding wordt verstaan het behouden, onderhouden en waar nodig herstellen van de getroffen maatregelen, zodanig dat de werking en het doel van de maatregelen conform het NIKA-beleid blijven behouden;
  • c. Indien het college van burgemeester en wethouders gebruik maakt van de afwijkingsbevoegdheid zoals bedoeld in artikel 13.4, geldt de instandhoudingsverplichting voor de maatregelen die in het kader van die afwijking zijn getroffen ter compensatie en/of mitigatie.

Artikel 14 Waarde - Gezamenlijk geluid

14.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - gezamenlijk geluid'.

14.2 Functieomschrijving

Een als 'Waarde - gezamenlijk geluid' aangewezen locatie heeft de functie om het gezamenlijk geluid op de gevel vast te leggen om daarmee de binnenwaarde van een geluidgevoelig gebouw te borgen, teneinde te kunnen voorzien in een gezonde en veilige fysieke leefomgeving.

14.3 Vast te leggen waarden

De aangegeven waarden voor de genoemde gevels zijn vastgelegd in bijlage 4 van de BIJLAGEN BIJ DE REGELS, in de kolom 'Lg (dB)'.

14.4 Afwijkende waarde

Indien naar oordeel van het bevoegd gezag uit nader akoestisch onderzoek voldoende blijkt dat de waarde afwijkt van de waarde als bedoeld in artikel 14.3, dan geldt de waarde voor het gezamenlijk geluid uit het nader akoestisch onderzoek.

Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS

Artikel 15 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 16 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.

Artikel 17 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen en het is verboden zonder omgevingsvergunning een bijbehorend bouwwerk te bouwen, als niet wordt voldaan aan de algemene regels, bedoeld in artikel 22.27 en 22.36 van het omgevingsplan.

Artikel 18 Parkeervoorzieningen

18.1 gebruik

Als gebruik in strijd met de bestemming geldt het gebruik van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte aanwezig is voor het parkeren van auto's en fietsen en het laden en lossen van goederen. Dit volgens de 'Beleidsregel Parkeren 2024', die is opgenomen in Bijlage 3 van de Bijlagen bij de regels.

18.2 bouwen

Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat in voldoende mate ruimte aanwezig is voor het parkeren van auto's en fietsen en het laden en lossen van goederen. Dit volgens de 'Beleidsregel Parkeren 2024' zoals, die is opgenomen in Bijlage 3 van de Bijlagen bij de regels, dan wel haar rechtsopvolger.

Artikel 19 Algemene bouwregels

19.1 Algemene regels

Voor bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken die ten dienste staan van de bestemming;
  • b. daar waar volgens deze regels bebouwing is toegestaan, mag tevens ondergronds worden gebouwd, met dien verstande dat uitsluitend zijn toegestaan ruimten die een functionele eenheid vormen met de ter plaatse toegestane functies, zoals (huishoudelijke) bergruimten, parkeerruimten en fietsenstallingen.
  • c. ter plaatse van de op de weg c.q. de openbare ruimte georiënteerde gevel, is overschrijding van de bouwgrens door ondergeschikte bouwdelen toegestaan, waaronder in ieder geval begrepen een erker, luifel of bouwwerk ten behoeve van de hoofdingang, waarvan de diepte niet meer dan 1,20 meter en de bouwhoogte niet meer dan 3,50 meter bedraagt;
  • d. ter plaatse van de op de weg c.q. de openbare ruimte georiënteerde gevel, is overschrijding van de bouwgrens voor een balkon toegestaan, waarvan de diepte vanuit de gevel niet meer dan 2.50 meter mag bedragen;
  • e. daar waar in dit plan is bepaald dat de gronden tevens mogen worden gebruikt voor nutsvoorzieningen mogen bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen, zowel binnen als buiten het bouwvlak, worden opgericht, met dien verstande dat indien het gebouwen betreft de inhoud niet meer dan 60 m3 en de goothoogte niet meer dan 4 meter bedraagt, en indien het bouwwerken, geen gebouwen zijnde betreft, de oppervlakte niet meer dan 10 m2 en de bouwhoogte niet meer dan 4 meter bedraagt.

Artikel 20 Vergunningplicht voor afwijken

20.1 Afwijkingsbepaling diverse bouwwerken

Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning af van de regels van het plan ten behoeve van het bouwen van zonnecollectoren, beeldende kunstwerken (waaronder begrepen follies), riool-overstortkelders, rioolgemalen, boven- en ondergrondse containerruimten, informatie- en reclameborden, niet voor bewoning bestemde gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde van openbaar nut, voor toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. het bouwwerk kan in redelijkheid niet worden ondergebracht in nabij gelegen bebouwing;
  • b. indien het gebouwen betreft, is de inhoud maximaal 60 m³ en de goothoogte maximaal 3 meter, van deze maximale inhoud zijn uitgezonderd riool-overstortkelders en rioolgemalen;
  • c. in het bouwwerken geen gebouwen betreft, is de oppervlakte maximaal 10 m² en de bouwhoogte maximaal 4 meter, van deze maximale bouwhoogte zijn uitgezonderd beeldende kunstwerken en ontluchtingspijpen en van deze maximale oppervlakte zijn uitgezonderd beeldende kunstwerken;
  • d. de stedenbouwkundige kwaliteit die met het plan is beoogd wordt niet onevenredig aangetast;
  • e. er zijn geen dringende redenen die zich tegen de afwijking verzetten.
20.2 Afwijkingsbepaling uitmeting terrein

Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning af van de regels van het plan ten behoeve van de functiegrenzen, bouwgrenzen, aanduidingsgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak, voor toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. afwijking is noodzakelijk ter aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein;
  • b. de stedenbouwkundige kwaliteit die met het plan is beoogd wordt niet onevenredig aangetast;
  • c. er zijn geen dringende redenen die zich tegen de afwijking verzetten.
20.3 Afwijkingsbepaling doelmatig gebruik

Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning af van de regels van het plan ten aanzien van bouwgrenzen, aanduidingsgrenzen en overige aanduidingen, voor toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. afwijken is noodzakelijk uit het oogpunt van doelmatig gebruik van de grond en bebouwing;
  • b. de afwijking bedraagt maximaal 10 meter ten opzichte van hetgeen is aangegeven in het plan;
  • c. de stedenbouwkundige kwaliteit die met het plan is beoogd wordt niet onevenredig aangetast;
  • d. er zijn geen dringende redenen die zich tegen de afwijking verzetten.
20.4 Afwijkingsbepaling 10%

Het bevoegd gezag wijkt bij een omgevingsvergunning af van de regels van het plan ten behoeve van het afwijken ten aanzien van de voorgeschreven goothoogte en bouwhoogte van gebouwen, aanduidingsgrenzen, bouwhoogte van bouwwerken, oppervlakte van bebouwing, onderlinge afstand tussen gebouwen, dieptes, afstand tot perceelsgrenzen en overige aanwijzingen, maten en afstanden, eventueel met overschrijding van de bouwgrens, voor toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. de afwijkingen bedragen maximaal 10% van de in het plan voorgeschreven maten, afstanden, oppervlakten en percentages;
  • b. de stedenbouwkundige kwaliteit die met het plan is beoogd wordt niet onevenredig aangetast;
  • c. er zijn geen dringende redenen die zich tegen de afwijking verzetten.

 

Hoofdstuk 4 ALGEMENE PROCEDUREREGELS

Artikel 21 Maatwerkvoorschriften

Een beslissing omtrent het stellen van maatwerkvoorschriften wordt niet genomen dan nadat belanghebbenden schriftelijk in kennis zijn gesteld van het voornemen tot het stellen van nadere eisen en in de gelegenheid zijn gesteld zienswijzen tegen die voorgenomen nadere eisen bij burgemeester en wethouders in te dienen.

BIJLAGEN BIJ DE REGELS

Bijlage 1 Toegelaten horecatypen

SBI   Omschrijving   Geur   Stof   Geluid   Gevaar   Grootste afstand   Categorie  
5510   Hotels en pensions met keuken   10   0   10   10   10   1  
561   Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding   10   0   10   10   10   1  
563.1   Café's, bars   0   0   10   10   10   1  

Bijlage 2 Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis

SBI-CODE   OMSCHRIJVING   CATEGORIE  
581   Uitgeverijen (kantoren)   1  
1814A   Grafische afwerking   1  
182   Reproduktiebedrijven opgenomen media   1  
9524   Meubelstoffeerderijen   1  
461   Handelsbemiddeling (kantoren)   1  
952   Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)   1  
50, 51   Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren)   1  
5222   Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren)   1  
5229   Expediteurs, cargadoors (kantoren)   1  
791   Reisorganisaties   1  
61   Telecommunicatiebedrijven   1  
64, 65   Banken, verzekeringsbedrijf/kantoor   1  
41, 68   Verhuur van en handel in onroerend goed   1  
62   Computerservice- en informatietechnologie-bureaus e.d.   1  
722   Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek   1  
63, 69 t/m71, 73, 74, 77, 78, 80 t/m 82   Overige zakelijke dienstverlening: kantoren   1  
9602   Schoonheidsspecialist op afspraak   1  
9602   Kapper op afspraak   1  

Bijlage 5 Proceduretabel

Ontwerpplan ter inzage
 
24-12-2025 - 03-02-2026  
Vaststelling door gemeenteraad
 
25-06-2026  
Terinzagelegging vastgesteld plan
 
09-07-2026 - 19-08-2026