direct naar inhoud van 3.2 Ruimtelijke en functionele structuur
Plan: Binnenstad Zuid-Oost
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1110-vas1

3.2 Ruimtelijke en functionele structuur

3.2.1 Inleiding

Het plangebied Binnenstad Zuid-Oost is een gemengd gebied, gelegen in het zuidoostelijke deel van de binnenstad van Apeldoorn. Het heeft een zeer divers karakter, zowel ruimtelijk als functioneel. De bebouwing heeft uiteenlopende schalen van dorpsachtig tot stedelijk. Kenmerkend is verder het samenspel tussen de functies wonen en werken, een combinatie die in het gehele plangebied in verschillende vormen terugkomt.

In dit gebied komt de ambitie van de stad Apeldoorn direct tot uiting in de leefomgeving doordat nieuwbouw en historie naast elkaar bestaan. Delen van het plangebied zijn reeds herontwikkeld in het kader van het project Stationsgebied en het project Kanaaloevers. Andere delen wachten nog op uitwerking, maar beschikken over diverse oude structuren, objecten en potenties die waar mogelijk ingepast zullen worden in de nieuwe ontwikkelingen. Hierdoor kan het gebied in zijn geheel uitgroeien tot een woon-werkmilieu waar het goed verblijven is.

In deze paragraaf wordt eerst ingegaan op de bestaande ruimtelijk-functionele structuur van het gehele plangebied. Daarna wordt ingezoomd op de Beeldvisie Kanaaloevers, die een ruimtelijk toekomstbeeld biedt voor de gebiedsontwikkeling van de Apeldoornse kanaaloevers, die deels binnen het onderhavige plangebied valt. Via deze visie kunnen de reeds uitgevoerde ontwikkelingen binnen deelgebied Stadskade goed geplaatst worden en wordt een kader geboden voor mogelijke ontwikkelingen (deelgebied Veldhuis) op de langere termijn.

Ten slotte wordt dieper ingegaan op de drie onderscheiden deelgebieden binnen het plangebied:

  • Stadskade: recent ontwikkeld woongebied tussen centrum en kanaal.
  • Veldhuis: historisch gegroeid gebied met gemengde functies tussen station en kanaal.
  • Noordelijke Stationsomgeving: onderdeel van het cluster rondom het spoor met het accent op wonen en werken.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1110-vas1_0006.jpg"  
Figuur 5 Deelgebieden Binnenstad Zuid-Oost  
3.2.2 Algemene ruimtelijk-functionele structuur

De belangrijkste ruimtelijke dragers en tevens begrenzingen van het gebied zijn de spoorlijn Deventer - Zutphen in het zuiden en het Apeldoorns kanaal aan de oostzijde.

In het westen en noorden wordt het gebied begrensd door respectievelijk de Hoofdstraat en de Havenweg. De noordwestelijke begrenzing wordt gevormd door één van de belangrijkste hoofdwegen van het plangebied, namelijk de Kalverstraat/Molenstraat-Centrum.

De Molenstraat-Centrum komt in het oosten het plangebied binnen en vormt een natuurlijke begrenzing tussen de noordelijk gelegen nieuwbouwbuurt Stadskade en het zuidelijk gelegen gebied Veldhuis. Het is van oudsher een belangrijke verkeersader en tevens de zuidoostelijke entree tot het centrum. Deze functie als entreepoort is recentelijk versterkt door het renoveren van de Welgelegenbrug en de herinrichting van de Molenstraat-Centrum met een nieuwe bomenstructuur en nieuwe bebouwing aan de noordzijde van deze weg (in deelgebied Stadskade). Door het toevoegen van de nieuwe laanbomenstructuur wordt ook de groene allure van de straat nog verder versterkt.

In het westen wordt het plangebied doorsneden door de noord-zuidverbinding Stationsstraat. Evenals de Molenstraat-Centrum is de Stationsstraat een historische route en tevens een belangrijke ruimtelijke drager binnen het gebied. In het verleden vormde deze straat de verbinding tussen de villawijk 'De Parken' en het station, nu is het getransformeerd tot een stadsstraat met groene allure. De Stationsstraat vangt aan vanaf het Stationsplein. Dit plein is in samenhang ontworpen, waarbij de vormgeving van het plein, de (gemengde) functies er op en de bebouwing er omheen op elkaar zijn afgestemd. De openheid van het plein, de kwalitatief hoogwaardige inrichting en het Veluwse karakter zorgen voor een bijzondere stadsentree.

Dwars door het plangebied loopt in noord-zuidelijke richting de historische beekloop van de Kayersbeek. Hoewel deze beek niet meer zichtbaar is, is zijn loop in de verkaveling nog wel te herkennen. In het onderhavige plan wordt het tracé beschermd door deze vrij te houden van bebouwing. Hierdoor blijft het mogelijk om de beek op termijn bovengronds te halen.

Een belangrijk kenmerk in het gebied is het verschil in schaalgrootte in bebouwing; grootschalige complexen zoals het Belastingkantoor aan het Stationsplein versus de kleine arbeiderswoningen aan de Veldhuisstraat. Andere karakteristieke gebouwen binnen het gebied zijn onder andere het voormalige stationsgebouw uit 1876 aan het Stationsplein, de R.K. Mariakerk aan de Stationsstraat, de Eyup Sultan Moskee en verfstoffenfabriek Talens aan de Sophialaan en de voormalige Nettenfabriek aan de Spoorlaan.

3.2.3 Beeldvisie Kanaaloevers

De Beeldvisie Kanaaloevers is in april 1994 door burgemeester en wethouders vastgesteld als toekomstbeeld voor de kanaaloevers, grofweg het gebied tussen Deventerbrug en spoorbrug. De Beeldvisie bevat een ruimtelijk toekomstbeeld dat is gebaseerd op het uitgangspunt: behoud en versterk de bestaande kwaliteiten van het gebied en voeg daar nieuwe kwaliteiten aan toe. Bij het opstellen van de visie is gezocht naar het juiste evenwicht tussen de recreatieve potenties van de kanaaloevers, de woonkwaliteit van de centraal gelegen binnenstedelijke locatie en de noodzakelijke infrastructurele ringverbinding.

Doel van het project Kanaaloevers is de herontwikkeling van de Apeldoornse kanaaloevers tot een hoogwaardig binnenstedelijk woon- en werkmilieu. Tussen de binnenstad en de oostelijke woongebieden brengt Apeldoorn de ontbrekende sluitsteen aan. Dit biedt de mogelijkheid om - samen met de nieuwe kansen voor wonen, werken en stedelijke recreatie - ook een aantal klemmende problemen op te lossen in de verkeersafwikkeling rondom de Apeldoornse binnenstad.

Wat betreft verkeer is er in de Beeldvisie voor gekozen een binnenring om de binnenstad te realiseren en het ontbrekende oostelijke deel van die binnenring in de vorm van een nieuwe weg door Welgelegen aan te leggen, de Burg. Jhr. Quarles van Uffordlaan. In de Beeldvisie wordt de verwachting uitgesproken dat door het realiseren van deze ring de hoofdstraten in de noord-zuid- (Stationsstraat/Hofstraat) en de oost-westrichting (Molenstraat-Centrum/Kalverstraat/Sophialaan) in de binnenstad verkeersluwer zullen worden, ter versterking van de verblijfskwaliteit in het stadscentrum.

Er zijn veel kwaliteiten aanwezig die de herstructureringsopgave uitermate kansrijk maken: de nabijheid van de binnenstad, de bijzondere bocht in het kanaal (indertijd aangelegd om het voormalige landgoed Welgelegen te 'omzeilen'), de fraaie verbreding in het kanaal tussen de Welgelegenbrug en Deventerbrug (aangelegd als havenkom en zwaaikom voor de scheepvaart), de gemetselde loswallen aan weerszijden (fraai contrasterend met de taludvormige oevers) en - last but not least - de twee bruggen met bijbehorende bebouwing.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1110-vas1_0007.png"  
Figuur 6 Beeldvisie Kanaaloevers  

De volgende landschappelijke en stedenbouwkundige uitgangspunten zijn in de Beeldvisie geformuleerd:

  • behoud en versterking van de ruimtelijke werking van het kanaal, die als een grootschalige open ruimte het kleinschalige stedelijke landschap van Apeldoorn doorsnijdt, met lange vergezichten en een bijzonder lichteffect, als gevolg van de spiegeling van het wateroppervlak;
  • behoud en versterking van de ruimtelijke continuïteit langs beide zijden van het kanaal;
  • prioriteit voor de verblijfskwaliteit langs de kanaaloevers, door het weren van doorgaand autoverkeer;
  • handhaven en versterken van het karakteristieke verschil tussen groene kanaaltaluds en stenige kades;
  • accentuering van de ruimtelijke continuïteit van de Molenstraat als historische route.

Samenhangende hoogte-opbouw van project Kanaaloevers:

Het project Kanaaloevers kent een opbouw in bouwhoogte in vier stappen:

  • Laag: clusters met eengezinswoningen en kleinschalige voorzieningen van twee en drie bouwlagen;
  • Middelhoog: woonwanden van vijf bouwlagen, ter begeleiding van de ruimte van het kanaal;
  • Hoog: hogere objecten van 9 tot 11 bouwlagen, die enerzijds onderdeel zijn van de kanaalwand, maar die anderzijds bijzondere plekken markeren, zoals pleinvormige verwijdingen aan het kanaal, of bijzondere knooppunten, zoals de punten waar voetgangersroutes uitkomen bij het kanaal;
  • Extra Hoog: (reeksen van) woontorens van 12 bouwlagen en hoger, die als vrijstaande objecten zijn gesitueerd in de parkzones die parallel aan het kanaal zijn gelegen.

In de Beeldvisie is deelgebied Veldhuis het minst ver uitgewerkt. Naast de hiervoor genoemde algemene principes voor het hele kanaaloevergebied bevat de Beeldvisie daardoor weinig concrete uitgangspunten voor dit plangebied.

3.2.4 Stadskade

Stadskade is een driehoekige buurt aan de stadszijde van het kanaal die ingeklemd ligt tussen het kanaal en de Molenstraat-Centrum. Dit deelgebied is reeds herontwikkeld in het kader van het project Kanaaloevers. Het is overwegend een woongebied. Daarnaast zijn in de plint van de bebouwing aan de Molenstraat-Centrum diverse commerciële voorzieningen gesitueerd. Stadskade is het meest compact bebouwde deel van de Kanaaloevers. Hoewel het overgrote deel van de woningen bestaat uit appartementen van verschillende omvang, is er ook een deel laagbouwwoningen gerealiseerd. Deze huizen zijn voor een deel gesitueerd rondom het KaKa-pleintje.

Qua bebouwing is sprake van het principe van een 'dubbele schil'. De buitenschil langs de stedelijke hoofdruimten is grootschalig, de binnenschil is kleinschalig. De buitenschil aan de kanaalzijde kenmerkt zich door een langgerekte bebouwingsstructuur van gemiddeld zes lagen, die een tegenhanger vormt van de meer open structuur aan de overzijde van het kanaal. De gestrekte wand wordt op één plek onderbroken, waardoor een opening naar de kleinschalige binnenwereld rondom het KaKa-pleintje ontstaat. Naar de zijde van de Welgelegenbrug vindt accentuering en markering van de wand plaats door een extra bouwlaag en door een uitgesproken beëindiging in de vorm van een bouwdeel dat 'doorschiet' ten opzichte van de rooilijn aan de Molenstraat-Centrum.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1110-vas1_0008.png"  
afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1110-vas1_0009.png"  
Figuur 7 Fotoimpressie Stadskade  

Door de langgerekte bebouwingsstructuur langs het kanaal wordt de ruimtelijke werking van het kanaal versterkt. De woonwanden van zes lagen die de ruimte van het kanaal verder begeleiden, passen binnen het idee van de samenhangende hoogte-opbouw zoals beschreven in de Beeldvisie. Door ook een aaneengesloten bebouwingsfront te realiseren langs de Molenstraat-Centrum wordt de continuïteit van dit historische lint, alsmede diens functie als entreepoort richting centrum, verder benadrukt.

Kern van het project Kanaaloevers is het leefbaar maken en verlevendigen van het kanaal met omliggende gebieden. Dat gebeurt door het vervangen van bestaande functies en -vaak vervallen- gebouwen door nieuwe aantrekkelijke bebouwing en openbare ruimte. In het kanaaloeversgebied ontstaat daardoor een aantrekkelijk leefmilieu met voornamelijk woningen, hier en daar aangevuld met andere functies die zorgen voor extra levendigheid. Voorbeelden van die andere functies zijn restaurant De Brugwachter, het nieuwe Havencafé en de steiger in het kanaal. Ook de open groene ruimte van Welgelegenpark (aan de overzijde van het kanaal) en de kortgeleden opnieuw aangelegde weg en kade Kanaal Noord dragen bij aan levendigheid en aantrekkelijk woonmilieu. Een horecavestiging aan het kanaal op de kop van Stadskade en KaKapleintje (zie figuur 9) is wenselijk als aanvulling op die levendigheid en leefbaarheid van de kanaaloevers. Daarom is aan de gemengde bestemming voor dit bouwdeel een wijzigingsbevoegdheid toegevoegd waarmee burgemeester en wethouders, indien zich een concreet horeca-initiatief aandient, het bestemmingsplan kunnen wijzigen om een beperkt aantal vormen van lichte horeca toe te staan. Het gaat dan om horeca die is gericht op de verkoop van voornamelijk ter plaatse te nuttigen etenswaren en dranken, zoals een tearoom, konditorei, koffiecorner, croissanterie, broodjeszaak of ijssalon; een restaurant is niet toegestaan. In beperkte mate is ook een terras toegestaan. Deze bevoegdheid bestaat uitsluitend voor de eerste en tweede bovengrondse bouwlaag van het gebouw, die nu nog leegstaan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1110-vas1_0010.png"  
Figuur 8 Locatie mogelijke horeca Stadskade  
3.2.5 Veldhuis

Deelgebied Veldhuis is een gemengd gebied waarin de functies wonen en werken nauw met elkaar verweven zijn. Deze combinatie is ook ruimtelijk terug te zien in het gebied door de opvallende combinatie van grootschalige (fabrieks)bebouwing met kleinschalige vrijstaande arbeiderswoningen. Een aantal bijzondere panden (onder andere verfstoffenfabriek Talens en de voormalige Nettenfabriek) met een waardevol architectonisch beeld en veelal industriële uitstraling geven het gebied een eigen karakter.

Naast de belangrijkste structurerende en begrenzende elementen op het hogere schaalniveau (spoor, kanaal en historisch lint in de vorm van de Molenstraat-Centrum) omvat dit deelgebied enkele kleinschalige historische linten, namelijk de Molendwarsstraat, Sophialaan, Veldhuisstraat en Spoorstraat. Deze linten zijn qua profiel en inrichting duidelijk anders dan de Molenstraat-Centrum. Waar de Molenstraat-Centrum als belangrijke verkeersader vooral ingericht is op doorgaand verkeer zijn de historische linten met een smaller profiel veel meer gericht op de verblijfsfunctie.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1110-vas1_0011.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1110-vas1_0012.png"  
afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1110-vas1_0013.png"  
Figuur 9 Fotoimpressie Veldhuis  

Dit deelgebied is de laatste fase van de herstructureringsopgave Kanaaloevers. Het is nog onzeker of en wanneer deze herstructurering zal worden uitgevoerd. Daarom is deze in het onderhavige uitsluitend op het beheer gerichte bestemmingsplan niet opgenomen.

Bij herstructurering en herontwikkeling in de toekomst zal daarvoor een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan in procedure worden gebracht. In dat geval kan aangesloten worden bij de uitgangspunten van de in paragraaf 3.2.3 beschreven Beeldvisie Kanaaloevers. Het is in ieder geval de bedoeling het gebied "op te schonen" en een vernieuwde structuur te geven. Hierbij zal de cultuurhistorische achtergrond bewaard blijven door het waar mogelijk inpassen van waardevolle bebouwing. Het gebied zal een gemengd karakter behouden waar zowel gewoond als gewerkt wordt. Ook de mix van grootschalige en kleinschalige bebouwing zal terugkomen in de toekomstige plannen. De belangrijkste hoofdlijnen voor de mogelijke herontwikkeling van Veldhuis zijn:

  • Realiseren van een stevige wand aan de zijde van de Molenstraat-Centrum (als antwoord op de overzijde van de Molenstraat-Centrum) en langs het kanaal tot en met de Polstraat.
  • Realiseren van een bijzondere invulling langs de zijde van het spoor, waarbij de nieuwe bebouwing een duidelijke relatie heeft met het spoor. Gedachte is dat in het complex van de voormalige Nettenfabriek een ontwikkeling op gang komt richting de vestiging van kleinschalige bedrijven en creatieve industrie, het organiseren van evenementen en de vestiging van nog meer onderwijsinstellingen en dat in deze ontwikkeling de oude fabriekscomplexen als campusgebied ingepast zullen worden. Hierdoor zal een mix van nieuwe en oude bebouwing ontstaan.
  • Behouden en versterken van de originele Veldhuisstraat, met behoud van de kleinschalige en vrijstaande woningen.
  • Inpassen van de Kayersbeek als landschappelijke drager. De bestemming die aan de gronden van het ondergrondse tracé is gegeven maakt dit mogelijk.
  • Realiseren van een groene, recreatieve zone langs het kanaal met hierin enkele hogere bebouwingselementen.
3.2.6 Noordelijke Stationsomgeving

Het deel van de stationsomgeving dat binnen het plangebied valt, is gerealiseerd in het kader van het project 'Stationsgebied'. Dit betreft een brede visie op de herinrichting van het stationsgebied aan weerszijden van het spoor waardoor een goed functionerend OV-knooppunt gerealiseerd is bestaande uit een trein- en een busstation. Het ruimtelijke doel van deze visie is het inpassen van de vernieuwde stationsomgeving in de bestaande en zich ontwikkelende structuur van Apeldoorn. Van belang hierbij is het creëren van een herkenbare entree van Apeldoorn vanuit het spoor naar het winkelgebied van de binnenstad, passend bij een stedelijk milieu.

In functioneel opzicht heeft het stationsgebied een gemengde woon-werkbestemming. Hierbij wordt uitgegaan van een bundeling van activiteiten, die bij elkaar horen en elkaar versterken, waardoor een levendige en sociaal veilige stationsomgeving ontstaat. Dit geldt vooral voor de functies langs de voetgangersroute naar de binnenstad en die aan het Stationsplein: overwegend publieksgerichte functies op de begane grond met daarboven vooral woningen. Opvallende gebouwen zijn de R.K. Mariakerk aan de Hoofdstraat en het kantoor van de Belastingdienst aan het Stationsplein.

Een belangrijk ruimtelijk element is het royale Stationsplein in de vorm van een halve cirkel, waardoor de trein ook vanuit de stad zichtbaar is. De halve cirkelvorm wordt niet alleen geaccentueerd door een gebogen wand van bebouwing (een crescent) aan de noordzijde, maar ook door de gespiegelde open ruimte met dezelfde gebogen vorm aan de overzijde van het spoor. Hierdoor wordt het spoor in het algemeen en het 19e eeuwse stationsgebouw in het bijzonder, verder benadrukt. Ook vormt het stationsgebied daarmee de koppeling tussen Noord en Zuid. De vormgeving is terughoudend maar verzorgd. Het Stationsplein is een goede locatie voor het houden van evenementen. Door de manier waarop het plein is vormgegeven en omzoomd door hoge bebouwing leveren evenementen met geluidsversterking een forse geluidsbelasting voor de omringende woningen op. Om te voorkomen dat hier een onevenredige belasting ontstaat is het aantal evenementen met geluidsversterking in dit bestemmingsplan beperkt tot ten hoogste twee per jaar.

Het voornoemde voormalige stationsgebouw ligt als 'pareltje' midden tussen de beide halve cirkelvormige pleinen. Het stationsgebouw staat op de gemeentelijke monumentenlijst net als de overkapping op het middenperron en de koninklijke luifel tegen de achterzijde van het stationsgebouw. In het pand zijn diverse functies gehuisvest, passend bij het dynamische karakter van de stationsomgeving. Een levendige uitstraling met een publieke functie is hier gewenst.

Het plein is ingericht als een verblijfsgebied, de auto is slechts te gast. Het doorgaande autoverkeer (gemengd met voetgangers en fietsers) in de omgeving van het Stationsplein vindt plaats in twee richtingen, over de half rondlopende weg die de Hoofdstraat, Stationsstraat en Sophialaan verbindt. De halve cirkel vangt de straten op, die radiaal op het station uitkomen.

Het Stationsplein is opgenomen in het stelsel van openbare ruimten van de stad met een voor de voetganger vanzelfsprekende ruimtelijke oriëntatie in de richting van de Hoofdstraat en Stationsstraat. In de vormgeving van deze oriëntatie richting centrum en omgekeerd richting station vervult de monumentale Mariakerk voor de voetganger een essentiële rol.

Ten westen van het treinstation bevindt zich het moderne busstation, waarmee Apeldoorn beschikt over een goed functionerend OV-knooppunt met voldoende overstapmogelijkheden. Fietsen worden gestald in een bewaakte stalling onder het perron, die direct toegang geeft tot de perrontunnel, en een onbewaakte fietsenstalling in twee lagen ten westen van het stationsgebouw.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1110-vas1_0014.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1110-vas1_0015.png"  
   
afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1110-vas1_0016.png"  
Figuur 10 Fotoimpressie Noordelijke Stationsomgeving  

De Crescent, de gebogen wand die het Stationsplein omzoomt, vormt het decor voor de ontmoeting van stad en reiziger. Het middelste deel (gebouw De Wereld) bevat woningen op een extra hoge terugliggende voet met commerciële functies en 's zomers terrassen. Deze voorzieningen zijn gericht op passanten en zijn dan ook gedacht in kleinere eenheden. Een grote supermarkt past hier dus niet, net zo min als nachtclubs, bar-dancings en discotheken. De opbouw omvat vier woonlagen en een terugliggende laag met penthouses. Het oostelijke deel, het kantorenterras, heeft een verwante gevelopbouw en eenzelfde hoogte maar een verdieping minder door de grotere verdiepingshoogte. Ieder deel heeft een parkeerkelder. De hele Crescent vertoont een sterke samenhang in hoogte, gevelopbouw, kleur en materiaal.

Het woonpark tussen Molenstraat-Centrum en Sophialaan is als het ware een superblok met een hoge randbebouwing in tuinen rond een rustig groen binnenterrein, waaraan een aantal lagere en kleinere villa-blokjes staan. Tussen buiten- en binnenkant zijn enkele doorsteken voor voetgangers gesitueerd. Auto's hebben toegang tot het binnengebied vanaf de Stationsstraat.

Voor de bouw van vier appartementengebouwen De Prinsjes aan het Sophiapark en een appartementengebouw aan de Stationsstraat is al enige tijd geleden vergunning verleend; ze zijn nog niet gerealiseerd. Deze zijn uitvoerbaar en daarom positief bestemd.

Toekomstige ontwikkelingen

Het westelijke deel van de Crescent, Crescent-West genaamd, ontbreekt nog (zie figuur 12). Het gaat hier om het braakliggende terrein tussen het Stationsplein en de Hoofdstraat. Bedoeling is om de locatie Crescent-West op termijn te ontwikkelen tot wand met woningbouw en commerciële functies in de plint, vergelijkbaar met de gebouw De Wereld. Het terein heeft nu een verblijfsgebiedfunctie. Een andere mogelijke ontwikkeling, ook op de wat langere termijn, is de driehoek naast het kantoor van de Belastingdienst.

afbeelding "i_NL.IMRO.0200.bp1110-vas1_0017.png"  
Figuur 11 Locatie Crescent-West  

Het is nog onzeker of en wanneer deze ontwikkelingen zullen worden uitgevoerd. Daarom zijn ze in het onderhavige uitsluitend op het beheer gerichte bestemmingsplan niet opgenomen.