direct naar inhoud van 3.1 Historie
Plan: Binnenstad Zuid-Oost
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0200.bp1110-vas1

3.1 Historie

De stad Apeldoorn

Apeldoorn wordt voor het eerst in de 8e eeuw vermeld onder de naam Appoldro. In de 13e en 14e eeuw was Apeldoorn al een kerkdorp. De Veluwe werd in de Middeleeuwen doorsneden door handelsroutes, waarbij Apeldoorn als vergaderplaats heeft gefungeerd vanwege de centrale ligging. Apeldoorn ligt op de oostflank van een stuwwal, op de grens van hoog en laag respectievelijk droog en nat. Deze situatie was ideaal voor de ontwikkeling van een landbouwcultuur met een goede watervoorziening. Op grond van de ligging kon Apeldoorn worden gerangschikt onder de zogenaamde flankesdorpen. De boerderijen waren dicht bij elkaar rondom een brink gebouwd met daaromheen het bouwland.

Vanaf 1590 is een sprengenstelsel aangelegd ten behoeve van onder andere de papierfabricage. De stedelijke ontwikkeling werd rond 1810 aangezet. Deze ontwikkeling kwam niet tot stand door bijvoorbeeld industrialisatie, maar door het initiatief van koning Willem I om Het Loo als residentiële buitenplaats te kiezen. In 1840 werd door de opkomende nijverheid en industrialisatie in Apeldoorn het sprengenstelsel verbeterd.

Rond 1850 kenmerkte Apeldoorn zich door lintbebouwing in noord-zuidrichting langs de Dorpsstraat. In het noorden leidde dit lint naar één van de assen van Paleis Het Loo, in het zuiden kreeg dit lint een vervolg in de weg naar Arnhem.

In de tweede helft van de 19e eeuw ontwikkelde het agrarische dorp Apeldoorn zich steeds meer tot een villadorp. De verkaveling van enkele landgoederen in de loop van de tweede helft van de 19e eeuw en de aanleg van spoorlijnverbindingen boden voor welgestelden de mogelijkheid zich te vestigen nabij het paleis in een fraaie omgeving, met aansluiting op het spoorwegnet. De belangrijke wegen, onder andere richting Zutphen, Deventer en Arnhem, werden bestraat of begrind.

De ambachtelijke bedrijven, waaronder de papierfabrieken, bleken veelal niet meer rendabel te zijn en werden omgebouwd tot wasserij/blekerij. Deze markt werd voor Apeldoorn door de snelle groei belangrijk. De industriële ontwikkeling vond met name plaats langs het Apeldoorns Kanaal.

In de periode 1900-1940 nam het bevolkingsaantal van de gemeente Apeldoorn snel toe. De aantrekkelijkheid van Apeldoorn werd gevormd door de mooie omgeving, het van de grond komen van onderwijs- en gezondheidszorginstellingen en het steeds sterker wordende toerisme. De gemeente voerde daarbij tevens een aantrekkelijk woonbeleid.

De bevolkingstoename bracht veel werk voor de bouwnijverheid met zich mee, maar op industrieel vlak bleef de ontwikkeling enigszins achter. Dit kwam met name door de toenemende buitenlandse concurrentie voor de papierfabricage.

Tot 1960 verliep de ontwikkeling van Apeldoorn vrij natuurlijk. Dit veranderde met de vestiging van de overheids- en zakelijke dienstverlening waardoor een grote werkgelegenheidsgroei plaatsvond. Ook de woningbouw maakte een explosieve groei door, waardoor veel van de oorspronkelijke landschappelijke structuren verloren zijn gegaan. Dit is ook een gevolg van de ingrijpende infrastructurele projecten in die tijd. Met de aanleg van de A1 ten zuiden van Apeldoorn, de A50 aan de oostzijde en de aanleg van de ringweg binnen de bebouwde kom is de landschappelijke structuur ter hoogte van deze infrastructuur doorbroken en (gedeeltelijk) verdwenen.

Ondanks de sterke groei blijkt dat vergeleken met 100 jaar geleden, toch nog veel historische lijnen herkenbaar zijn gebleven. De historische wegen en de structuren in het landschap zijn veelal in acht genomen bij de ruimtelijke ontwikkelingen. De hoofdstructuur binnen Apeldoorn wordt evenals in 1907 gevormd door de spoorwegen, het Apeldoorns Kanaal en de wegen vanuit de binnenstad naar Arnhem en Deventer.

Plangebied

De ruimtelijke ontwikkeling van het gebied Binnenstad Zuid-Oost hangt nauw samen met de aansluiting van Apeldoorn op het landelijke netwerk van straat-, water- en spoorwegen in de 19e eeuw. De bereikbaarheid en ontsluiting van de kern verbeterde aanzienlijk door de verharding van de wegen naar Amersfoort (1808-1809), Deventer/Zutphen (1824), Arnhem (1830) en Zwolle (1844-1845) én door het graven van het noordelijke deel van het Apeldoorns kanaal met de havenkom bij de Deventerstraat in 1824-1829. De groeistuip van Apeldoorn begon pas echt in de tweede helft van de negentiende eeuw, als gevolg van het doortrekken in zuidelijke richting van het Apeldoorns kanaal naar Dieren (1869) en de aanleg van de spoorlijnen naar Zutphen (1876), Hattem en Dieren (1886) en Deventer (1891). De verbeterde en nieuw aangelegde straat-, spoor- en waterwegen verbraken het isolement van Apeldoorn en trokken nieuwe bedrijven aan. Aan de dorpszijde van het kanaal en het spoor, waarvan onderhavig plangebied deel uitmaakte, was ruimte voor groot- en kleinschalige industrie en ambacht.

Bij het kanaal en het spoor werden Nettenfabriek 'Von Zeppelin & Co' (1863/1883) en verfstoffenfabriek Talens (sinds 1899) gevestigd. Ter ondersteuning en facilitering van zowel de industriële (groot)bedrijven als de winkels kwam in Apeldoorn ook de kleinschaliger ambachtelijke bedrijvigheid tot ontwikkeling, onder andere in de Veldhuisstraat. In het laatste kwart van de 19e eeuw werd de Stationsstraat aangelegd. Deze straat verbond twee nieuwe elementen in de stad; het station en villawijk De Parken, en sloot aan op de Regentesselaan (een voormalige as op landgoed De Pasch). Het station en de spoorlijnen trokken een duidelijke grens aan de zuidzijde van Apeldoorn. Het in 1869 in zuidelijke richting doorgetrokken kanaal markeerde de oostgrens.

In 1895 werd de historische kern aangevuld met een nieuwe 'laag'. Bij het station werd het Sophiapark aangelegd. Dit park werd de kern van een nieuwe villabuurt waarin de Stationsstraat een verbindende schakel werd. Later is het parkgebied door ontwikkeling van het gebied verloren gegaan.

Het Apeldoorns kanaal is van grote invloed geweest op het ruimtebeeld van het aangrenzende gebied tot aan de historische kern. De aanleg van het kanaal is in twee fasen tot stand gekomen. Allereerst werd in de jaren 1824-1829 het noordelijke deel tussen Apeldoorn en de IJssel bij Hattem gegraven. Vervolgens werd tussen 1858 en 1966 het kanaal in zuidelijke richting doorgetrokken naar Dieren.

In het huidige structuurbeeld zijn de infrastructurele lijnen weliswaar nog dominant aanwezig, maar de daarmee verbonden bedrijvigheid en industriële architectuur is slechts fragmentarisch behouden.

De papierindustrie, het bouwbedrijf en het personenvervoer profiteerden van de nieuwe vaarroute. Het kanaal en de spoorlijnen betekenden een krachtige impuls voor de industrialisatie. De aan huis gebonden nijverheid maakte geleidelijk aan plaats voor grotere fabriekscomplexen. Belangrijke nog bestaande fabrieksgebouwen in het plangebied zijn de Nettenfabriek 'Von Zeppelin & Co' met een kantoorvleugel aan het Stationsplein/Spoorstraat en de productiehallen met sheddaken op het achterterrein tot aan de Veldhuisstraat (1883) en de verfstoffenfabriek Talens met een kantoorvleugel aan de Sophialaan (1927) en gestapelde bedrijfshallen op het achterterrein (sinds 1899).

Karakteristiek voor dit gebied was de vermenging van grootindustrie met aan huis gebonden kleinschalige bedrijvigheid. Het daarbij behorende ruimtebeeld bestond uit individuele woonhuizen op ruime kavels met bedrijfsbebouwing tussen en achter de woningen. Het functionele karakter van de kavels werd benadrukt door de stalling van apparatuur en de opslag van goederen op het erf. Dit karakteristieke beeld is op onderdelen nog herkenbaar in de Spoorstraat, Polstraat, Molenstraat-Centrum, en de Molendwarsstraat.

Het kanaal werd vanaf de jaren zestig in fasen voor de scheepvaart gesloten, maar behield zijn waterhuishoudkundige functie. Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw beleeft het kanaal een revival, vanuit de overtuiging dat het een meerwaarde kan betekenen voor de beleving en identiteit van het Apeldoornse centrum. Sindsdien is de transformatie van het gebied langs het kanaal in volle gang zoals dat in het plandeel Stadskade te zien is. In het gebied tussen Kanaal Noord, Molenstraat-Centrum, Sophialaan, Molendwarsstraat en Spoorstraat is het oorspronkelijke karakter van de kanaalzone nog waar te nemen.