direct naar inhoud van REGELS
Plan: TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a Weezenlanden Noord
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0193.TAMh22a-0004

REGELS

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie 'Weezenlanden Noord' en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) van het omgevingsplan van de gemeente Zwolle. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Zwolle. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Toepassingsbereik

  • 1. De besluiten als bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld onder lid 3, voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder g van de Invoeringswet Omgevingswet.
  • 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie bedoeld onder lid 3, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk 22a.
  • 3. De regels in dit hoofdstuk 22a zijn van toepassing op de locatie 'Weezenlanden Noord', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0193.TAMh22a-0004 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

Artikel 2 Begripsbepalingen

2.1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk 22a.

2.2 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk 22a gelden aanvullend op artikel 2, lid 1, de volgende begripsbepalingen:

2.2.1 omgevingsplan

het omgevingsplan van de gemeente Zwolle;

2.2.2 TAM omgevingsplan

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Weezenlanden Noord';

2.2.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar regels worden gesteld ten aanzien van de functie, het gebied en/of de locatie;

2.2.4 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft;

2.2.5 bebouwing

één of meer gebouwen, bijbehorende bouwwerken en/of andere bouwwerken;

2.2.6 bedrijf

het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten;

2.2.7 bedrijf aan huis

een bedrijf, dat in of bij een woning in ieder geval door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

2.2.8 beroep aan huis

een beroep, dat in ieder geval door de bewoner in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

2.2.9 bijzondere woonvorm

een voorziening voor de huisvesting van personen die niet in staat zijn om zelfstandig te wonen en bij hun normale, dagelijkse functioneren huishoudelijke, sociale, sociaal-medische en/of medische begeleiding en/of verzorging behoeven;

2.2.10 bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van de zolder;

2.2.11 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

2.2.12 dienstverlenend bedrijf of dienstverlenende instelling

bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van diensten, waarbij, het publiek rechtstreeks al dan niet via een balie te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder zijn begrepen internetcafés, kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting;

2.2.13 dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij, het publiek rechtstreeks al dan niet via een balie te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder zijn begrepen internetcafés, kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting;

2.2.14 eengezinshuis

een gebouw, dat één woning omvat;

2.2.15 eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond;

2.2.16 erftoegangsweg

een straat of weg waar de doorgaande functie van het verkeer niet meer primair is en waar aandacht kan worden gegeven aan snelheidsreducerende maatregelen;

2.2.17 gemakswinkel

een detailhandelsbedrijf dat zich in hoofdzaak richt op het verkopen van voedings- en genotmiddelen en dagelijkse levensbenodigdheden in een algemeen assortiment, in de vorm van een zelfbedieningszaak, waarbij de vloeroppervlakte maximaal 150 m2 bedraagt;

2.2.18 horecabedrijf

een bedrijf, waar ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken worden verstrekt;

2.2.19 huishouden

een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en een gezamenlijke huishouding voeren;

2.2.20 inwoning

twee huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van één of meerdere voorzieningen en (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn;

2.2.21 kantoor

een ruimte of complex van ruimten, niet zijnde seats to meet, welke dient voor het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;

2.2.22 meergezinshuis

een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

2.2.23 normaal onderhoud

werkzaamheden die regelmatig nodig zijn voor een goed beheer van de gronden en/of bouwwerken;

2.2.24 ondergrondse bouwlaag

bouwlagen onder het straatpeil;

2.2.25 openbare nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van openbaar nut, zoals gas-, water-, elektriciteits- en communicatievoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de inzameling van afval;

2.2.26 opslag

het bewaren van goederen, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard;

2.2.27 overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw of bijbehorend bouwwerk zijnde;

2.2.28 prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

2.2.29 recreatief medegebruik

een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan;

2.2.30 seats to meet

ontmoetingsruimten, vergaderen of werkruimten met bijbehorende voorzieningen;

2.2.31 seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden;
onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan:
een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

2.2.32 sportschool

een gebouw of ruimte bestemd voor het op commerciële basis geven van onderricht in sport danwel gelegenheid geven te sporten al dan niet met (para)medische begeleiding;

2.2.33 stedenbouwkundig beeld

het beeld dat wordt opgeroepen door het samengaan van gebouwde elementen, beplantingselementen en onbebouwde ruimten;

2.2.34 straatpeil
  • voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  • voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
  • indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil);
  • voor bouwwerken die geen hoofdtoegang hebben, de hoogte vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven;
2.2.35 terras

een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van de inrichting waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid en/of verstrekt;

2.2.36 voorgevel

de naar de weg toegekeerde gevel;

2.2.37 winkel

een gebouw, dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling kennelijk bedoeld is te worden gebruikt voor detailhandel;

2.2.38 woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, waarbij inwoning is toegestaan;

2.2.39 zolder

een gedeelte van een gebouw dat door één of meer schuine dakschilden is afgedekt en waarvan de borstwering niet hoger is dan 1 meter;

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

3.1 de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

3.2 de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen als bedoeld in artikel, 3, lid 7;

3.3 de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of, bij het ontbreken van één of meerdere gevelvlakken, de buitenwerkse maat, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

3.4 de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, dan wel tussen het maaiveld bij het ontbreken van een begane grondvloer, de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren en/of, bij het ontbreken van één of meer gevelvlakken, de buitenwerkse maat, en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

3.5 de vloeroppervlakte

binnenwerks op de vloer van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor de bestemde functie;

3.6 de verticale bouwdiepte van een gebouw

de diepte van een gebouw, gemeten vanaf het straatpeil;

3.7 ondergeschikte bouwdelen die buiten beschouwing gelaten moeten worden:
  • a. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, stoeptreden, dorpels, kozijnen, gevelversieringen, dakgoten, dakranden, dakopbouwen, technische installaties, retentiebufferingsystemen, dakisolatie, dakafschotlaag, daktuinopbouwen, overstekende daken, luchtbehandelingsinstallaties, ventilatiekanalen, schoorstenen, antennes, luifels, erkers, balkons,en gevel- en kroonlijsten, buiten beschouwing gelaten, mits:
  • 1. de overschrijding van de aanduidingsgrenzen niet meer dan 1,30 meter bedraagt;
  • 2. de bouwhoogte van dakranden, dakopbouwen, technische installaties, dakisolatie, dakafschotlaag, retentiebufferingsystemen en daktuinopbouwen de maximum bouwhoogte van het betreffende gebouw met niet meer dan 2 meter overschrijdt.
  • b. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden erkers, balkons en luifels buiten beschouwing gelaten, mits:
    • 1. de overschrijding van de aanduidingsgrens niet meer dan 1,30 meter bedraagt;
    • 2. een erker niet breder is dan 3/5 deel van de betreffende gevel, en gericht naar het openbaar toegankelijk gebied en maximaal één bouwlaag betreft.

Hoofdstuk 2 Algemeen

Artikel 4 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.

Artikel 5 Anti-dubbelteltregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Hoofdstuk 3 Functies

Artikel 6 Gemengd - Plintfunctie Weezenlanden Noord

6.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Gemengd - plintfunctie Weezenlanden Noord' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor horeca in de vorm van het verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, detailhandel, seats to meet, een sportschool, sociaal-medische voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de dagopvang van kinderen.
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a benoemde activiteiten, zoals: wegen en paden, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstobjecten, geluidwerende voorzieningen, tuinen en erven.
6.2 Bijbehorende gebruiksactiviteiten
  • a. In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - terras' zijn de volgende bijbehorende gebruiksactiviteiten toegestaan:
  • 1. het gebruiken van gronden voor terrassen, uitsluitend voor zover behorende bij horeca.
6.3 Specifieke functieregels - maximum vloeroppervlak

In het gebied met de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels – maximum vloeroppervlak' gelden de volgende specifieke regels:

  • a. Het maximale vloeroppervlak aan de onder lid 1 sub a bedoelde gebruiksactiviteiten bedraagt gezamenlijk 2.251 m², met dien verstande dat het vloeroppervlak:
  • 1. ten behoeve van detailhandel niet meer mag bedragen dan 65 m²;
  • 2. ten behoeve van horeca in de vorm van het verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, niet meer mag bedragen dan 300 m²;
  • 3. ten behoeve van seats to meet niet meer mag bedragen dan 375 m² ;
  • 4. voor een sportschool niet meer mag bedragen dan 800 m².

Artikel 7 Groen

7.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Groen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor groenvoorzieningen;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voet- en fietspaden;
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • d. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor recreatief medegebruik;
  • e. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a. tot en met d benoemde activiteiten, zoals: speel- en sportvoorzieningen, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstobjecten, geluidwerende voorzieningen, infrastructurele voorzieningen en nutsvoorzieningen.
7.2 Afwijken toegelaten gebruiksactiviteiten
  • a. Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4 en artikel 7 lid 1, uitsluitend voor zover het een afwijking betreft in de vorm van het overschrijden van een aanduidingsgrens ten behoeve van balkons behorende bij meergezinshuizen.
  • b. Afwijken, zoals bedoeld onder sub a, kan uitsluitend onder de voorwaarde dat deze past binnen het stedenbouwkundige beeld dat met het plan wordt beoogd.

Artikel 8 Maatschappelijke voorzieningen

8.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Maatschappelijke voorzieningen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor maatschappelijke voorzieningen, zoals educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a. benoemde activiteiten, zoals: wegen en paden, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstobjecten, geluidwerende voorzieningen, tuinen en erven.
8.2 Bijbehorende gebruiksactiviteiten

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Maatschappelijke voorzieningen' zijn de volgende bijbehorende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor detailhandel en horeca, mits ondergeschikt aan en uitsluitend ten dienste van de activiteiten genoemd onder artikel 8, lid 1, sub a.

Artikel 9 Mobiliteitshub - centrum

9.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Mobiliteitshub - centrum' zijn de volgende

gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor een centrum-mobiliteitshub, zijnde een gebouwde parkeervoorziening voor auto en fiets en andere vervoersmiddelen, langs of direct nabij ontsluitingsweg(en) aan de randen van het stadscentrum, met bijbehorende activiteiten, zoals deelmobiliteit, fietsreparatie, pakketkluizen, ontmoetingsplekken, verblijfsruimten en gemakswinkels;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a. benoemde activiteiten, zoals: wegen en paden, in- en uitritten, fietsparkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstobjecten, geluidwerende voorzieningen.
9.2 Specifieke functieregels parkeerplaatsen

In het gebied met de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels – maximum aantal parkeerplaatsen' gelden de volgende specifieke regels:

  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels – maximum aantal parkeerplaatsen' geldt als maximum aantal parkeerplaatsen voor motorvoertuigen in de centrum-mobiliteitshub de daar bepaalde norm in aantallen.
9.3 Specifieke functieregels overige activiteiten

In het gebied met de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels – maximum oppervlak overige functies' gelden de volgende specifieke regels:

  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels – maximum oppervlak overige functies' geldt als maximaal oppervlak voor de bijbehorende activiteiten als bedoeld in lid 1 sub a, waaronder de gemakswinkel, de daar bepaalde norm in vierkante meters.
9.4 Specifieke functieregels detailhandel

In het gebied met de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels – detailhandel' gelden de volgende specifieke regels:

  • a. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding overige zone – specifieke functieregels – detailhandel' is een gebruik van gronden en bebouwing voor een gemakswinkel, behorende bij de centrum-mobiliteitshub, toegestaan;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor een gemakswinkel, behorende bij de centrum-mobiliteitshub is uitsluitend toegestaan op de begane grond;
  • c. Het maximale vloeroppervlak van de gemakswinkel bedraagt 150 m2.

Artikel 10 Verkeer - Erftoegangswegen

10.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Verkeer - Erftoegangswegen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor erftoegangswegen;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voet- en fietspaden;
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor parkeervoorzieningen;
  • d. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor groenvoorzieningen;
  • e. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor recreatief medegebruik;
  • g. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a. tot en met f benoemde activiteiten, zoals: speel- en sportvoorzieningen, water, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstobjecten, geluidwerende voorzieningen, infrastructurele voorzieningen en nutsvoorzieningen.
10.2 Specifieke functieregels - rijstroken

In het gebied met de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels - rijstroken uitgesloten' gelden de volgende specifieke regels:

  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels - rijstroken uitgesloten' zijn geen rijstroken toegestaan.
10.3 Bijbehorende gebruiksactiviteiten
  • a. In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - ontsluitingszijde mobiliteitshub' zijn de volgende bijbehorende gebruiksactiviteiten toegestaan:

1. het gebruiken van gronden en bebouwing voor een in- en uitrit behorende bij de in artikel 9 toegestane mobiliteitshub.

  • b. In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - terras' zijn de volgende bijbehorende gebruiksactiviteiten toegestaan:

1. het gebruiken van gronden voor terrassen behorende bij de in artikel 6 toegestane horeca.

  • c. In het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - laad- en losactiviteiten ' zijn de volgende bijbehorende gebruiksactiviteiten toegestaan:

1. het gebruiken van gronden en bebouwing voor laden en lossen ten dienste van de in artikel 6 en artikel 9 toegestane gebruiksactiviteiten.

10.4 Afwijken toegelaten gebruiksactiviteiten
  • a. Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4 en artikel 10, lid 1, uitsluitend voor zover het een afwijking betreft in de vorm van het overschrijden van een aanduidingsgrens ten behoeve van balkons behorende bij meergezinshuizen.
  • b. Afwijken, zoals bedoeld onder sub a, kan uitsluitend onder de voorwaarde dat deze past binnen het stedenbouwkundige beeld dat met het plan wordt beoogd en geen onevenredige hinder optreedt voor de gebruiksactiviteiten als bedoeld in artikel 10, lid 1.

Artikel 11 Water

11.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Water' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor waterberging;
  • b. het gebruiken van gronden en bebouwing voor waterhuishouding;
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor waterlopen;
  • d. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor scheepvaart;
  • e. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a. tot en met d benoemde activiteiten, zoals: oeververbindingen, civiele werken, bruggen, groenvoorzieningen, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstobjecten, aquathermie, infrastructurele voorzieningen en nutsvoorzieningen.

Artikel 12 Waterstaatswerk

12.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomscrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Waterstaatswerk' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor waterkeringen, dijken en kaden;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor de waterhuishouding;
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a en sub b benoemde activiteiten, zoals: oeververbindingen, civiele werken, bruggen, groenvoorzieningen, wadi's, paden, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstobjecten, aquathermie, infrastructurele voorzieningen en nutsvoorzieningen.

Artikel 13 Wonen - Eengezinshuizen

13.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Wonen - Eengezinshuizen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor eengezinshuizen;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor beroep of bedrijf aan huis, met dien verstande dat de vloeroppervlakte die voor beroep of bedrijf aan huis wordt gebruikt niet groter mag zijn dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning met inbegrip van de bijbehorende bouwwerken, met een absoluut maximum van 50 m²;
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a en sub b benoemde activiteiten, zoals: paden, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusieviteit, kunstobjecten, geluidwerende voorzieningen, tuinen en erven.
13.2 Specifieke functieregels - maximum aantal woningen

In het gebied met de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels – maximum aantal woningen' gelden de volgende specifieke regels:

  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels – maximum aantal woningen' geldt als maximum aantal woningen de daar bepaalde norm in aantallen.

Artikel 14 Wonen - Meergezinshuizen

14.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Wonen - Meergezinshuizen' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor meergezinshuizen;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor beroep of bedrijf aan huis, met dien verstande dat de vloeroppervlakte die voor beroep of bedrijf aan huis wordt gebruikt niet groter mag zijn dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning met inbegrip van de bijbehorende bouwwerken, met een absoluut maximum van 50 m².
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a en sub b benoemde activiteiten, zoals: wegen en paden, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusieviteit, kunstobjecten, geluidwerende voorzieningen, tuinen en erven.
14.2 Specifieke functieregels - maximum aantal woningen

In het gebied met de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels – maximum aantal woningen' gelden de volgende specifieke regels:

  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels – maximum aantal woningen' geldt als maximum aantal woningen de daar bepaalde norm in aantallen.
  • b. Daar waar binnen de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels – maximum aantal woningen' geen norm is aangeduid geldt dat het maximale aantal woningen in totaal 353 bedraagt.

Artikel 15 Wonen - Parkeergarage

15.1 Toegelaten gebruiksactiviteiten (functieomschrijving)

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - functie Wonen - Parkeergarage' zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor bergingen en stallingsruimte voor parkeren en fietsparkeren, ten dienste van eengezinshuizen en meergezinshuizen;
  • b. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor tuin en erf behorende bij de in artikel 13 toegestane eengezinshuizen en de in artikel 14 toegestane meergezinshuizen;
  • c. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor voorzieningen behorende bij de onder sub a en sub b benoemde activiteiten, zoals: wegen en paden, in- en uitritten, fietsparkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, wadi's, voorzieningen gericht op biodiversiteit en natuurinclusiviteit, kunstobjecten, geluidwerende voorzieningen
15.2 Specifieke functieregels - ontsluiting

In het gebied met de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels – ontsluitingszijde parkeergarage' zijn de volgende specifieke gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden en bebouwing voor de ontsluiting van de onder artikel 15, lid 1, sub a, genoemde activiteit.
15.3 Specifieke functieregels - parkeerplaatsen

In het gebied met de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels – maximum aantal parkeerplaatsen' gelden de volgende specifieke regels:

  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – specifieke functieregels – maximum aantal parkeerplaatsen' geldt als maximum aantal parkeerplaatsen voor motorvoertuigen in de parkeergarage de daar bepaalde norm in aantallen.

Hoofdstuk 4 Algemene regels over activiteiten

Artikel 16 Bouwactiviteiten

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk gelden de volgende beoordelingsregels:

16.1 Aanvullende beoordelingsregels voor bouwen binnen bouwvlakken
  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen – bouwvlak' zijn hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken toegestaan.
  • b. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - maximale bouwhoogte' geldt als maximum bouwhoogte van een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken de daar bepaalde norm in meters.
  • c. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over ondergronds bouwen – bouwvlak' zijn, uitsluitend ondergronds, hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken toegestaan.
  • d. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over ondergronds bouwen - maximum bouwdiepte' geldt als maximum bouwdiepte van een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken de daar bepaalde norm in meters.
  • e. In afwijking van het bepaalde in sub c zijn ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen – bijbehorende bouwwerken' bovengronds bijbehorende bouwwerken toegestaan.
  • f. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - maximale oppervlakte bijbehorende bouwwerken' geldt als maximum oppervlak aan bijbehorende bouwwerken de daar bepaalde norm in vierkante meters.
  • g. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - bijbehorende bouwwerken - maximale bouwhoogte' geldt als maximum bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken de daar bepaalde norm in meters.
  • h. De drempel ter plaatse van een toegang van de parkeergarage (niet zijnde een mobiliteishub) dient minimaal 5 cm hoger te liggen dan het aangrenzende maaiveld.
16.2 Aanvullende beoordelingsregels overige bouwwerken
  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - overige bouwwerken' zijn overige bouwwerken toegestaan.
  • b. De bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, maar de bouwhoogte van erf- of perceelafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, indien:
  • 1. op het erf of perceel al een gebouw staat, waarmee de erf- of perceelafscheiding in functionele relatie staat;
  • 2. gebouwd wordt achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan;
  • c. De bouwhoogte van overige bouwwerken, niet genoemd onder sub b, mag niet meer dan 10 meter bedragen.
16.3 Specifieke beoordelingsregels bouwactiviteiten

In afwijking van de beoordelingsregels voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken in dit hoofdstuk 22a, kan een omgevingsvergunning toch worden verleend, uitsluitend voor zover het een afwijking betreft van:

  • a. het bepaalde ten aanzien van de maximum bouwhoogte van gebouwen om toe te staan dat de bouwhoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen van bouwdelen die niet van ondergeschikte aard zijn, als, liftkokers, trappenhuizen, en lichtkappen, wordt vergroot, mits:
  • 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 50 m² bedraagt;
  • 2. de bouwhoogte niet meer dan 1,25 maal de maximum bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt;
  • b. de aanduidingsgrenzen, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
  • c. de aanduidingsgrenzen, ten behoeve van balkons, mits de overschrijding niet meer dan 3 meter bedraagt;
  • d. de grenzen van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen – bouwvlak' en de grenzen van de aanduiding 'overige zone - regels over bovengronds bouwen - maximale bouwhoogte', mits de overschrijding niet meer dan 1 meter bedraagt;
  • e. het bepaalde in artikel 16 lid 1 en 2, uitsluitend voor een luifel binnen het gebied met de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - buitenruimte kinderdagopvang', waarbij de bouwhoogte niet meer dan 4 meter bedraagt en de breedte niet meer dan 4 meter bedraagt;
  • f. afwijken, zoals bedoeld onder sub a tot en met sub e, kan uitsluitend onder de voorwaarde dat deze past binnen het stedenbouwkundige beeld dat met het plan wordt beoogd en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Artikel 17 Activiteit uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden

  • 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, voorzover de activiteit werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, van toepassing is verklaard in hoofdstuk 5.

Hoofdstuk 5 Thema's

Artikel 18 Erfgoed - Waarden cultuurhistorie structuur

18.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema erfgoed - waarden cultuurhistorie structuur' gelden de regels uit dit artikel bij:

  • a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken,
  • b. een omgevingsplanactiviteit uitvoeren werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, uitsluitend voor zover het betreft:
  • 1. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden;
  • 2. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden;
  • 3. het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen dan genoemd onder 2 met een oppervlakte van meer dan 10 m², en/of,
  • 4. het wijzigen van de (historische) aanleg van een park of tuin, en voorzover het geen normaal onderhoud betreft.
18.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het behoud van cultureel erfgoed.

18.3 Beoordelingsregels

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en/of een omgevingsvergunning uitvoeren werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, zoals aangegeven in artikel 18, lid 1, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend, indien:

  • a. naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate rekening wordt gehouden met het behoud of herstel van de cultuurhistorische waarden van de gronden, zoals verbeeld en beschreven in de van dit hoofdstuk 22a deel uitmakende Bijlage 1 Cultuurhistorie.
18.4 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het behoud van cultureel erfgoed voorschriften worden verbonden.

Artikel 19 Mobiliteit - Parkeren

19.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema mobiliteit - regels over parkeren' gelden de regels uit dit artikel bij:

  • a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken;
  • b. een omgevingsplanactiviteit afwijken gebruiksactiviteit.
19.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van parkeerhinder.

19.3 Beoordelingsregels

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit en/of een omgevingsvergunning activiteit afwijken gebruik, zoals aangegeven in artikel 19, lid 1, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend onder de voorwaarde dat:

  • a. is verzekerd, dat op eigen terrein, dat bij dat bouwwerk of terrein waarvoor vergunning wordt verleend hoort, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Daarbij moet worden voldaan worden aan de parkeeropgave, zoals neergelegd in de van dit hoofdstuk 22a deel uitmakende Bijlage 2 Parkeerregeling Zwolle
  • b. de onder sub a bedoelde plaatsen voor het parkeren van motorvoertuigen afmetingen hebben die afgestemd zijn op gangbare motorvoertuigen, zoals neergelegd in de van dit hoofdstuk 22a deel uitmakende Bijlage 2 Parkeerregeling Zwolle.
19.4 Specifieke beoordelingsregels parkeren

In afwijking van de beoordelingsregels, zoals aangegeven in artikel 19, lid 3, sub a, kan een omgevingsvergunning toch worden verleend:

  • a. voor zover op andere wijze in de nodige parkeergelegenheid wordt voorzien;
  • b. voor zover door een maatregel geen of minder dan de nodige parkeergelegenheid noodzakelijk is;
  • c. voor zover het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

Bij de toepassing van deze afwijking wordt rekening gehouden met de afwijkingsvoorwaarden, zoals deze zijn neergelegd in de van dit hoofdstuk 22a deel uitmakende Bijlage 2 Parkeerregeling Zwolle.

19.5 Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 19, lid 1,worden, aanvullend op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in afdeling 22.2 artikel 22.35, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een beschrijving van de beoogde parkeeroplossing als de aanvraag niet voorziet in parkeren op eigen terrein.
19.6 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van parkeerhinder voorschriften worden verbonden die ertoe strekken dat de toe te passen maatregelen, waarmee aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 19, lid 3 wordt voldaan, worden uitgevoerd en in stand worden gehouden.

Artikel 20 Mobiliteit - Laden en lossen

20.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema mobiliteit - regels over laden en lossen' gelden de regels uit dit artikel bij:

  • a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken;
  • b. een omgevingsplanactiviteit afwijken gebruiksactiviteit.
20.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van hinder ten gevolge van laden en lossen.

20.3 Beoordelingsregels

Indien de functie van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit en/of een omgevingsvergunning voor een activiteit afwijken gebruik, zoals aangegeven in artikel 20, lid 1, zijn verzekerd, dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen. Daarbij moet worden voldaan worden aan het bepaalde in de van dit hoofdstuk 22a deel uitmakende Bijlage 2 Parkeerregeling Zwolle.

20.4 Specifieke beoordelingsregels laden en lossen

In afwijking van de beoordelingsregels, zoals aangegeven in artikel 20, lid 3, kan een omgevingsvergunning toch worden verleend;

  • a. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien;
  • b. voor zover door een maatregel geen of minder dan de nodige laad- of losruimte noodzakelijk is;
  • c. voor zover het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

Bij de toepassing van deze afwijking wordt rekening gehouden met de afwijkingsvoorwaarden, zoals deze zijn neergelegd in de van dit hoofdstuk 22a deel uitmakende Bijlage 2 Parkeerregeling Zwolle.

20.5 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van de omgevingskwaliteit en het voorkomen of beperken van hinder tengevolge van laden en lossen voorschriften worden verbonden die ertoe strekken dat de toe te passen maatregelen, waarmee aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 20, lid 3, wordt voldaan, worden uitgevoerd en in stand worden gehouden.

Artikel 21 Milieu - Geluid bij wegen

21.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema milieu - geluid bij wegen' gelden de regels uit dit artikel bij:

  • a. een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, voor zover het gaat om een geluidgevoelig gebouw.
21.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en het milieu en in het bijzonder op het voorkomen of beperken van geluidhinder.

21.3 Gezamenlijk geluid
  • a. In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema milieu - geluid bij wegen' geldt, als waarde voor het gezamenlijke geluid op de gevel van geluidgevoelige gebouwen, de waarden bedoeld in onderstaande tabel:

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.TAMh22a-0004_0001.png"

  • b. De waarden voor het gezamenlijk geluid als bedoeld in de tabel in sub a, betreft de gevels zoals aangegeven op onderstaande verbeelding:

afbeelding "i_NL.IMRO.0193.TAMh22a-0004_0002.png"

  • c. De waarden voor het gezamenlijk geluid, zoals aangegeven onder sub a, geldt uitsluitend daar waar de standaardwaarde, bedoeld in tabel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt overschreden;
  • d. Met een maatwerkvoorschrift kan het college van burgemeester en wethouders afwijken van de waarden voor het gezamenlijk geluid onder sub a.
21.4 Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 21, lid 1, worden, aanvullend op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in afdeling 22.2 artikel 22.35, gegevens en bescheiden verstrekt waaruit blijkt dat voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 21, lid 3.

21.5 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder voorschriften worden verbonden. De voorschriften kunnen zich in ieder geval ertoe strekken dat het gezamenlijke geluid opnieuw wordt bepaald.

21.6 Meet- en rekenbepalingen

Op het bepalen van het geluid zijn de in de Omgevingsregeling gestelde regels van toepassing.

Artikel 22 Milieu - Geluid bij activiteiten

22.1 Toepassingsbereik

In het gebied met de aanduiding 'overige zone - thema milieu - geluid bij activiteiten' gelden de regels uit dit artikel bij een gebruiksactiviteit, anders dan het wonen, die geluid veroorzaakt op een geluidgevoelig gebouw.

22.2 Oogmerk

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en het milieu en in het bijzonder op het voorkomen of beperken van geluidhinder.

22.3 Gebruiksactiviteiten - specifieke functieregels

Op de gebruiksactiviteiten, anders dan het wonen, binnen de aanduiding 'overige zone - thema milieu - geluid bij activiteiten' die geluid veroorzaken op een geluidgevoelig gebouw is het bepaalde in paragraaf 22.3.4 onverkort van toepassing, met dien verstande dat de volgende specifieke functieregels gelden:

  • a. in afwijking van het bepaalde in artikel 22.63 gelden voor de gebruiksactiviteit centrum-mobiliteitshub, zoals bedoeld in artikel 9 lid 1, en de bijbehorende in- en uitrit, zoals bedoeld in artikel 10 lid 3:

- de standaardwaarden, bedoeld in tabel 5.65.1 Besluit kwaliteit leefomgeving, voor het toelaatbare geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw, en

- de grenswaarden, bedoeld in tabel 5.65.2 Besluit kwaliteit leefomgeving, voor het toelaatbare geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen.

  • b. voor de gebruiksactiviteit terrassen, zoals bedoeld in artikel 6 lid 2 en artikel 10 lid 3, geldt dat:

- een gebruik als zodanig uitsluitend is toegestaan tussen 08.00 en 23.00 uur, en

- geen muziek op het terras is toegestaan;

  • c. voor de gebruiksactiviteit laden en lossen, zoals bedoeld in artikel 10 lid 3, geldt dat:

- een gebruik als zodanig uitsluitend is toegestaan tussen 07.00 uur en 19.00 uur.

22.4 Afwijken toegelaten gebruiksactiviteiten
  • a. Bij een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4 en artikel 7, lid 1, door een buitenruimte toe te staan behorende bij een voorziening ten behoeve van de dagopvang van kinderen, zoals bedoeld in artikel 6 lid 1.
  • b. Afwijken, zoals bedoeld onder sub a, kan uitsluitend onder de voorwaarde dat:

- de buitenruimte gesitueerd is binnen de aanduiding 'overige zone - specifieke functieregels - buitenruimte kinderdagopvang',

- een gebruik als zodanig uitsluitend is toegestaan tussen 07.00 uur en 19.00 uur, en

- het (stem)geluid door deze activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.

22.5 Vergunningvoorschriften

Aan een omgevingsvergunning kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder voorschriften worden verbonden. De voorschriften kunnen zich in ieder geval ertoe strekken dat geluidreducerende maatregelen worden getroffen.

22.6 Meet- en rekenbepalingen

Op het bepalen van het geluid zijn de in de Omgevingsregeling gestelde regels van toepassing.

Hoofdstuk 6 Overgangsrecht

Artikel 23 Overgangsrecht bouwen en werken

  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van artikel 23, lid 1, een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%.
  • 3. Werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, of uitgevoerd kunnen worden krachtens een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden, zijn toegestaan.
  • 4. Artikel 23, lid 1, is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
  • 5. Artikel 23, lid 3, is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, die uitgevoerd worden op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar uitgevoerd worden zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.

Artikel 24 Overgangsrecht gebruik

  • 1. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • 2. Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 24, lid 1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • 3. Indien het gebruik, bedoeld artikel 24, lid 1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • 4. Artikel 24, lid 1, is niet van toepassing op het gebruik, dat al in strijd was met dit omgevingsplan voor de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.