direct naar inhoud van Bijlagen bij de regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Dannenkamp 5 Harbrinkhoek
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0183.TAMKKDANNENKAMP5-VG01

Bijlagen bij de regels

Bijlage 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van de regels gelden de volgende begripsbepalingen:

1.1 plan:

het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Dannenkamp 5 Harbrinkhoek met identificatienummer NL.IMRO.0183.TAMKKDANNENKAMP5-VG01 van de gemeente Tubbergen;

1.2 aan-huisverbonden beroep:

een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief juridisch medisch therapeutisch kunstzinnig ontwerp technisch of hiermee gelijk te stellen gebied dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan particulieren waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.3 aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en of het bebouwen van deze gronden;

1.4 aaneengebouwde woning:

een woning die onderdeel uitmaakt van minimaal drie aaneengebouwde woningen;

1.5 afzetten van hakhout:

het bij wijze van onderhoudsmaatregel vlak boven de stobbe verwijderen van alle bovengrondse delen van hakhout zodanig dat dit weer kan uitlopen;

1.6 agrarisch natuurbeheer:

natuurbeheer op landbouwgronden uitgevoerd door boeren gecombineerd met de agrarische bedrijfsvoering;

1.7 agrarisch gebruik:

het gebruik van gronden voor het telen van gewassen en het houden van dieren;

1.8 bassin:

een mest of waterbak voor de opslag van mest of water ten behoeve van agrarische en glastuinbouwactiviteiten;

1.9 bebouwing:

een of meer gebouwen en of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.10 bedrijf:

het bedrijfsmatig vervaardigen en of bewerken opslaan verhandelen installeren en of herstellen van goederen;

1.11 bedrijfsmatig:

gericht op het behalen van winst;

1.12 bedrijfsmatige kamerverhuur:

een samenstel van verblijfsruimten uitsluitend of mede bestemd of gebruikt om daarin aan anderen dan de rechthebbende en de personen behorende tot diens huishouden woonverblijf niet in de zin van zelfstandige woongelegenheid te verschaffen al dan niet met gehele of gedeeltelijke verzorging een en ander kan onder meer blijken uit het feit dat voor de kamers afzonderlijk huur wordt berekend en of betaald en elke kamer zelfstandig wordt bewoond waarbij al dan niet sprake is van enkele gemeenschappelijke voorzieningen;

1.13 beperkt kwetsbaar object:

een object waar ingevolge het besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico cq een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald waarmee rekening moet worden gehouden;

1.14 bestaand:

ten aanzien van de legaal aanwezige bouwwerken en de werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden en het overige gebruik bestaand ten tijde van het inwerkingtreden van het plan;

1.15 bestaand bouwwerk:

een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor het bouwen met uitzondering van het deel van de bouwwerken die niet legaal gebouwd zijn;

1.16 bestaand gebruik:

het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan met uitzondering van het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan;

1.17 bijbehorend bouwwerk:

een architectonisch ondergeschikte uitbreiding van een woonhuis bedrijfswoning dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend woonhuis bedrijfswoning verbonden daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander bouwwerk met een dak;

1.18 bomenrij:

drie of meer bomen al dan niet langs een bestaande of voormalige weg watergang en of perceel visueel als samenhangend element herkenbaar;

1.19 boom:

een houtachtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven;

1.20 bouwen:

het plaatsen het geheel of gedeeltelijk oprichten vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.21 bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd zulks met uitsluiting van een zolder en vliering;

1.22 bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond waarop ingevolge de regels een zelfstandige bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.23 bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel;

1.24 bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.25 bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.26 carport:

staanplaats stalling voor een auto onder een vrijstaand dak of afdak aan het huis;

1.27 containerteelt:

het niet in de volle grond telen van gewassen oftewel een niet grondgebonden teelt;

1.28 cultuurhistorische waarde:

de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt;

1.29 dak:

iedere vorm van bovenbeeindiging van een gebouw;

1.30 detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop het verkopen en of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps of bedrijfsactiviteit;

1.31 geluidsgevoelige functies:

in een gebouw of op een terrein aanwezige functies die maken dat een gebouw of een terrein als geluidsgevoelig object wordt aangemerkt;

1.32 geomorfologische waarden:

de waarden van een gebied die uitdrukking geven aan de vormen van het aardoppervlak in verband met de wijze van hun ontstaan;

1.33 hakhout:

bomen of boomvormers die na het afzetten tot op de stobbe weer uitlopen en waarbij periodiek afzetten voor de instandhouding ervan noodzakelijk is;

1.34 hoofdgebouw:

een gebouw dat gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;

1.35 huishouden:

een zelfstandige dan wel samenwonend persoon of groep van personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen zoals een keuken sanitaire voorzieningen en de entree;

1.36 inrichtingsplan:

een plan waarin inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze een ontwikkeling wordt ingepast op het betreffende perceel en in relatie tot de omgeving;

1.37 inwoning:

wonen in een ondergeschikt deel van een woning als medegebruiker van het pand;

1.38 kunstobject:

voortbrengsel van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk geen gebouw zijnde;

1.39 kunstwerk:

een bouwwerk geen gebouw zijnde voor civieltechnische en of infrastructurele doeleinden zoals een brug een dam een duiker een tunnel een via of aquaduct of een sluis dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening;

1.40 landgoed:

multifunctioneel gedeelte van het landelijk gebied met meerdere functies als landbouw bosbouw natuur en landschapsbeheer wonen werken en recreatie bestaande uit enkele van de volgende elementen hoofdhuis kasteel of buitenplaats of landhuis met tuin en of park en of boerderijen al dan niet met gebouwde aanhorigheden lanen bos en landbouwgronden natuurterreinen en wateren toebehorend aan een of meer natuurlijke of rechtspersonen het welk doorgaans als een economische eenheid wordt beheerd om het als zodanig duurzaam in stand te houden;

1.41 landschappelijke waarden:

waarden in verband met de verschijningsvorm van een gebied en de aanwezigheid van waarneembare structuren en of elementen in dat gebied;

1.42 natuurlijke waarden:

de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische bodemkundige en biologische elementen voorkomende in dat gebied bij de afweging van het begrip natuurlijke waarden zullen de natuurbeschermingswet en de flora en faunawet steeds onderdeel van het toetsingskader zijn;

1.43 normaal agrarisch gebruik:

het regulier gebruik dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor het agrarisch gebruik van de gronden;

1.44 normaal onderhoud:

het onderhoud dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer behoud en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren;

1.45 normale onderhouds en of exploitatiewerkzaamheden:

werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden;

1.46 nutsvoorziening:

voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening het telecommunicatieverkeer waterbeheer afvalinzameling het openbaar vervoer en of het wegverkeer waaronder straatmeubilair abris transformatorhuisjes bergbezinkbassins en retentievoorzieningen;

1.47 opslag:

het opbergen van goederen;

1.48 overige bouwwerk:

een bouwkundige constructie van enige omvang geen pand zijnde die direct en duurzaam met de aardeis verbonden;

1.49 prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen voor of met een ander tegen vergoeding;

1.50 prostitutiebedrijf:

een gebouw voer of vaartuig dan wel enig gedeelte daarvan geheel of gedeeltelijk bestemd dan wel in gebruik voor het daar uitoefenen van prostitutie;

1.51 twee aaneengebouwde woning:

een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen;

1.52 verdieping:

de bouwlaag respectievelijk bouwlagen die boven de begane grondbouwlaag gelegen is zijn;

1.53 verhard oppervlak:

gebouwen overkappingen en verhardingen;

1.54 voorgevel:

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of indien het een gebouw betreft zonder of met meer dan een naar de weg gekeerde gevel de gevel die door de ligging de situatie ter plaatse en of de feitelijke indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt;

1.55 voorgevelrooilijn:

de begrenzing van het bouwvlak waarop de voorgevel van het hoofdgebouw is georienteerd alsmede het verlengde daarvan;

1.56 vrijstaande woning:

een woning waarvan het hoofdgebouw vrijstaat van andere hoofdgebouwen;

1.57 water en waterhuishoudkundige voorzieningen:

voorzieningen ten behoeve en of ten dienste van de waterhuishouding waaronder wadis waterlopen waterpartijen watergangen bruggen dammen sluizen duikers retentiebekkens vijvers voorzieningen voor infiltratie buffering berging en afvoer van water voorzieningen ten behoeve van biologische waterzuivering en secundaire en of tertiaire bluswatervoorzieningen;

1.58 wonen:

het gehuisvest zijn in een woning;

1.59 woning:

een complex van ruimten uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden.