direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Buitengebied, Berkenstouwe 6 te Staphorst
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0180.5112014004-VS01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Op de locatie Berkenstouwe 6 te Staphorst is een voormalige agrarische boerderij gesitueerd. Initiatiefnemer is voornemens om deze voormalige agrarische boerderij te splitsen ten behoeve van dubbele bewoning.

In het geldende bestemmingsplan heeft de locatie de bestemming 'Wonen - 1'. Op de locatie is één woning toegestaan. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van woningsplitsing, waarmee een extra woning in het hoofdgebouw mag worden gerealiseerd.

Met het voorliggende wijzigingsplan wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid om het bestemmingsplan te wijzigen waardoor dubbele woning wordt toegestaan.

1.2 Geldende bestemmingsplan

Het geldende bestemmingsplan is het bestemmingsplan 'Buitengebied' dat op 25 juni 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad (hierna ook wel: moederplan). Dit plan blijft onverkort van toepassing, behalve ten aanzien van het aantal woningen en het bestemmingsvlak 'Wonen - 1' op de locatie Berkenstouwe 6 te Staphorst.

1.3 De bij dit plan behorende stukken

Het wijzigingsplan 'Buitengebied, Berkenstouwe 6 te Staphorst' bestaat uit de volgende stukken:

  • verbeelding, schaal 1:1.000 (tek. nr.NL.IMRO.0180.5112014004-VS01);
  • regels;
  • toelichting.

Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied gelegen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen rechtskracht. In de toelichting zijn de aan het plan ten grondslag liggende onderzoeken en een planbeschrijving opgenomen.

Hoofdstuk 2 Het plan

2.1 Huidige en toekomstige situatie

Huidige situatie

Plangebied

De locatie Berkenstouwe 6 te Staphorst betreft een voormalige agrarische boerderij. Er is geen sprake meer van agrarische bedrijfsactiviteiten. Op de locatie is één woning toegestaan. De globale ligging van het plangebied is op de volgende afbeelding weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0180.5112014004-VS01_0001.jpg"

Afbeelding: Globale ligging plangebied

Buitengebied, Staphorst

De ontwikkeling van het huidige landschap van de gemeente Staphorst vindt zijn basis in de bodem, de waterhuishouding, de natuurlijke vegetatie en de invloed die de mens in de loop van de tijd hierop heeft gehad. Door verschillen in het reliëf, de waterhuishouding en de vruchtbaarheidstoestand van de bodem, heeft de mens het gebied op verschillende manieren in gebruik genomen. Hierdoor zijn verschillende landschapstypen te onderscheiden met eigen cultuurhistorische, visuele en functionele kenmerken.

De gemeente Staphorst was vroeger een groot en uitgestrekt hoogveengebied. Ten westen van de huidige dorpen Rouveen en Staphorst lag dit hoogveen op een ondergrond van laagveen, ten oosten hiervan op zand. De eerste nederzettingen ontstonden op de hogere ruggen langs het Zwarte Water en het Meppelerdiep. Vanaf de twaalfde eeuw vonden de hoogveenverveningen en ontginningen plaats, vanuit de ruggen in oostelijke richting in lange, smalle kavels. Doordat de ontginningsbasis een gebogen vorm had en de ontginners elk een gelijke breedte land ontgonnen, ontstonden gerende kavels, die op het hoogveen van de zandgronden samen kwamen in de Puntlanden.

Bij het ontginnen van het gebied werden de nederzettingen stapsgewijs naar het oosten verplaatst tot de huidige streekdorpen Staphorst en Rouveen. Door verervingen in Staphorst en Rouveen werden de lange smalle kavels in de lengte opgedeeld, waardoor nog smallere percelen ontstonden. Op elk van deze percelen werd een boerderij gebouwd, waardoor een aaneengesloten rij boerderijen langs de weg ontstond. Toen de verdeling in de lengte niet meer mogelijk was, werden de percelen in de breedte verdeeld en de boerderijen kwamen nu ook achter elkaar te staan. De erven werden afgebakend met beplanting, welke tevens dienst deed als veekering. Uiteindelijk werden de percelen te smal en te klein om doelmatig bewerkt te worden. Daarom werd in de jaren veertig de ruilverkaveling Staphorst uitgevoerd, waarbij de waterlopen en ontsluiting verbeterd werden. De dorpen Rouveen en Staphorst zijn echte veenrandnederzettingen, met ten westen van De Streek het grasland op de lagere gronden en ten oosten van het dorp (of streek) ook bouwland met de meer hoger gelegen gronden.

Het landschapstype van het plangebied en de omgeving is het 'jonge ontginningenlandschap'. Het jonge ontginningenlandschap is ontstaan op de voormalige hoogveen complexen. Door de aanwezigheid van wegbeplanting zijn er grote groene kamers ontstaan in het landschap. De verkaveling van het landschap is in rationele blokken. Hierdoor is sprake van grote erven en tamelijk veel groen. De groenstructuur van de kamers bestaat uit een laanbeplanting van eiken. Het gebied is met name in gebruik als gras- en hooiland en bouwland.

In het buitengebied komt verspreid bebouwing voor. Waar de landbouw langzaam maar zeker aan betekenis inboet, steken nieuwe functies de kop op. Het aantal burgerwoningen in het buitengebied zal de komende jaren toenemen. Dit is niet het gevolg van nieuwbouw in het buitengebied, maar het gevolg van het feit dat (voornamelijk de kleinere) agrarische bedrijven hun bedrijfsvoering staken en de bedrijfswoningen vervolgens als burgerwoning in gebruik worden genomen.

Om voormalige agrarische boerderijen te behouden, is een ontwikkelingsregeling opgenomen met betrekking tot het splitsen van boerderijen. Deze regeling biedt de mogelijkheid om door middel van een wijzigingsbevoegdheid de bestemming van de voormalige boerderij te wijzigen, waardoor dubbele bewoning is toegestaan.

Toekomstige situatie

Het voornemen is om de voormalige agrarische boerderij op de locatie Berkenstouwe 6 te splitsen ten behoeve van dubbele bewoning. Met het voorliggende wijzigingsplan wordt medewerking verleend aan de splitsing van deze voormalige agrarische boerderij.

Bij de woningsplitsing blijft de bestaande karakteristiek van het hoofdgebouw behouden. Ten behoeve van de woningsplitsing is een erfinrichtingsplan opgesteld. Dit plan is als Bijlage 1 toegevoegd. Op het erfinrichtingsplan is aangegeven waar ruimte is voor bijgebouwen en parkeergelegenheid.

2.2 Relevant ruimtelijk beleid

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Overijssel

In de Omgevingsvisie Overijssel heeft de provincie het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving aangegeven, voor de ontwikkeling van Overijssel tot 2020 en verder. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is 'een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden'. Leidend voor de beleidskeuzes die op dit gebied worden gemaakt, zijn de thema's duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit.

Voor de groene en stedelijke omgeving geeft de provincie ontwikkelingsperspectieven. Deze kunnen worden gezien als de ruimtelijke ontwikkelingsvisie om de beleidsambities en kwaliteitsambities te realiseren. Het perceel Berkenstouwe 6 maakt deel uit van een gebied dat aangeduid is als 'mixlandschap met landbouw, natuur, water en wonen als goede buren'. Dit zijn gebieden waar ruimte is voor landbouw, landschapsontwikkeling, natuur, cultuurhistorie, vrije tijd, wonen en overige bedrijvigheid.

Bij het sturen op ruimtelijk kwaliteit is in de Omgevingsvisie een sleutelrol weggelegd voor de gebiedskenmerken. Dit zijn de ruimtelijke kenmerken van een gebied of een gebiedstype, die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit ervan. Om de gebiedskenmerken inzichtelijk te maken, onderscheidt de Omgevingsvisie een viertal lagen: de natuurlijke laag, de laag van het agrarisch cultuurlandschap, de stedelijke laag en de 'lust & leisure'-laag. Elk gebied in de provincie wordt gekarakteriseerd door kenmerken uit de vier verschillende lagen. Vaak liggen ze over elkaar heen en is op één plek sprake van kenmerken van verschillende lagen. Op andere plekken is dat niet zo en domineert een bepaalde laag.

Voor het perceel Berkenstouwe 6 komen gebiedskenmerken voor uit de natuurlijke laag, de laag van het agrarisch cultuurlandschap en de 'lust & leisure'-laag.

In de natuurlijke laag maakt het perceel deel uit van een gebied dat aangeduid is als 'dekzandvlakte en ruggen'.

In de laag van het agrarisch cultuurlandschap maakt het plangebied deel uit van een gebied dat is aangeduid als 'jonge heide- en broekontginningslandschap'. De dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende grote ruimtematen bepalen het beeld van dit landschapstype.

De zogenaamde 'lust & leisure'-laag is het domein van de belevenis, betekenis en identiteit. In deze laag maakt het plangebied deel uit van de 'donkere' gebieden. Donkere gebieden vragen alleen minimaal noodzakelijke toepassing van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied.

Conclusie

Het voorliggende bestemmingsplan betreft een woningsplitsing. Er is geen sprake van nieuwbouw. De woningsplitsing heeft geen gevolgen voor de kenmerken van de betreffende lagen.

Gemeentelijk beleid

Toepassing uitvoeringskader hergebruik Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) in de gemeente Staphorst

In oktober 2006 is door de gemeente Staphorst de notitie "Toepassing uitvoeringskader hergebruik Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) in de gemeente Staphorst" vastgesteld. De notitie kan gezien worden als een uitwerking van het provinciale uitvoeringskader voor hergebruik van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen.

Het hoofddoel van het VAB-beleid is sociaal-economisch: het draagt bij aan het realiseren van nieuwe economische dragers voor het landelijk gebied ofwel het benutten van de resterende economische waarde van VAB voor andere functies. Hergebruik in plaats van kapitaalsvernietiging. Startende bedrijven worden gestimuleerd. De terugloop in de landbouw maakt het voor de leefbaarheid en de economische vitaliteit van het landelijk gebied noodzakelijk dat er zich in VAB andere functies kunnen vestigen, waaronder ook extra burgerwoningen. Een bijkomende doelstelling is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Immers een blijvende landelijke uitstraling van de omgeving en gebouwen is gewenst.

Eén van de criteria van het VAB-beleid is dat agrarische bedrijfswoningen kunnen worden gesplitst in twee afzonderlijke wooneenheden wanneer de inhoud van de voormalige bedrijfswoning tenminste 1.000 m3 bedraagt. Bij een inhoud boven 1.500 m3 zijn maximaal 3 wooneenheden toegestaan. Indien verzocht wordt om meer dan 3 wooneenheden in één pand te realiseren (bijvoorbeeld appartementen voor jongeren) zal per geval moeten worden beoordeeld of dit ook wenselijk is, zo luidt de visie van de gemeente. Uitgangspunt hierbij is dat een wooneenheid een inhoud van minimaal 400 m3 dient te hebben.

De woonboerderij in het plangebied heeft een inhoud van circa 2.000 m3. Hiermee voldoet het aan de voorwaarde voor woningsplitsing in twee afzonderlijke wooneenheden.

Geluidsbeleid in het kader van de Wet geluidhinder

De gemeenteraad heeft in 2011 het Geluidsbeleid in het kader van de Wet geluidhinder vastgesteld. De Wet geluidhinder regelt de beheersing van de geluidhinder van het wegverkeer, van het spoorverkeer en van de gezoneerde industrieterreinen. Voor zijn doorwerking is de wet veelal gekoppeld aan de Wet ruimtelijke ordening. Bij het opstellen van ruimtelijke plannen dient te worden voldaan aan de geluidsnormen. Het wettelijk regime maakt in het algemeen onderscheid tussen bestaande en nieuwe situaties.

Het beleid heeft betrekking op de ontheffingsmogelijkheden voor zover het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Staphorst bevoegd is om ontheffingen te verlenen. Dit betreft weg- en railverkeerslawaai en industrielawaai vanwege het gezoneerde industrieterrein.

In het moederplan is in de regels bij de wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van woningsplitsing een relatie gelegd met de Wet geluidhinder. Zie paragraaf 2.3. Hieruit blijkt dat bij de voorgenomen ontwikkeling wordt voldaan aan de Wet geluidhinder.

Landschapsplan Staphorst

De gemeenteraad heeft in 2011 het Landschapsplan Staphorst vastgesteld. Het buitengebied van Staphorst heeft bijzondere landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. De dynamiek in het buitengebied in de vorm van verschillende processen en ontwikkelingen hebben hun weerslag op het landschap. Aanleiding tot het opstellen van een landschapsplan zijn onder andere: de behoefte aan een integratiekader voor de afstemming van diverse functies in het buitengebied, ontwikkelingen in het landelijk gebied, die van invloed zijn op en kansen bieden voor de ontwikkeling van het landschap.

Het plangebied ligt in het deelgebied 'dekzandgebied' en heeft als landschapstype 'jonge ontginningenlandschap'. Het dekzandgebied kenmerkt zich door een afwisselend landschap van jonge ontginningen. Voor het dekzandgebied geldt dat de kavelstructuur - de ‘waaier’ waarvan alle lijnen uitkomen in de puntlanden – wordt benut als vormgevend principe voor landschapsversterking. In het dekzandgebied gaat het hierbij vooral om wegbeplanting en perceelgrensbeplanting.

In het gemeentelijk beleid worden mogelijkheden voor het investeren in ruimtelijke kwaliteit genoemd, zoals het herstel van karakteristieke waarden van bebouwing of landschapselementen en het nieuw aanleggen van singel- of erfbeplanting.

In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een erfinrichtingsplan opgesteld, zie paragraaf 2.3. Hierbij is ingespeeld op de landschappelijke karakteristieken van het gebied.

Externe veiligheidsvisie gemeente Staphorst

De gemeente heeft het eigen externe veiligheidsbeleid uitgewerkt in de Externe Veiligheidsvisie gemeente Staphorst. Aanleiding hiervoor is dat op landelijk niveau is afgesproken dat elke gemeente zijn eigen externe veiligheidsbeleid dient te voeren.

Conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zijn milieukwaliteitseisen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. De milieukwaliteitseisen zijn wettelijke normen die zijn gericht op bestuursorganen en moeten leiden tot een bepaalde veiligheidssituatie in een bepaald gebied. De wettelijke eisen zijn te onderscheiden in grenswaarden en richtwaarden. Uit het begrip milieukwaliteitseis vloeit voort dat de eisen moeten worden vertaald in bronmaatregelen, effectgerichte maatregelen of een combinatie van beide. Om aan vorenstaande een adequate invulling te geven, dient de Externe Veiligheidsvisie van de gemeente Staphorst als hulpmiddel. In het beleid is dan ook vastgelegd hoe in ruimtelijke plannen en bij het verlenen van vergunningen dient te worden omgegaan met externe veiligheid.

In paragraaf 2.3 is nader ingegaan op het aspect externe veiligheid in verband met de voorgenomen ontwikkeling.

Ruimtelijke Atlas en Welstandsnota

De Ruimtelijke Atlas en Welstandsnota van de gemeente Staphorst dient als vervanging van de voorgaande welstandsnota, die als te knellend werd ervaren. Daarvoor in de plaats is er een globaler welstandsbeleid op basis van een welstandskaart. De atlas is een analyse en verhaal in kaartbeelden van de gemeente. De welstandsnota is meer dan voorheen gebaseerd op de ruimtelijke opbouw van de gemeente en haar verschillende kernen. De welstandskaart is een specifieke uitwerking van de atlas voor het welstandsbeleid.

De Ruimtelijke Atlas en Welstandsnota bieden samen een ruimtelijk kader, waar een welstandscommissie of stadsbouwmeester maar ook stedenbouwkundige(n), architecten en andere adviseurs zich op kunnen baseren. Op deze manier fungeert de atlas als een soort raamwerk voor het ruimtelijk beleid en de welstandskaart als een overzichtelijk toetsinstrument.

Bij nieuwe ontwikkelingen vormen een goed ruimtelijk beleid en hierop afgestemde bestemmingsplannen de basis voor het welstandsbeleid, omdat hierin de bebouwingsvlakken, bouwenveloppen en/of bouwvolumes worden vastgelegd.

Voor het plangebied geldt een beperkt welstandsregime. Bij een beperkt welstandsregime wordt het gebouw of object alleen in relatie tot haar omgeving getoetst, de stedenbouwkundige benadering. Op dit niveau doet het bestemmingsplan in de regel uitspraken over oppervlakte en hoogte van de bebouwing, zonder in te gaan op de ruimtelijke vormgeving. Een beperkt welstandsregime beperkt zich tot het aansluiten bij de ruimtelijke structuur van de omgeving, het reageren op de bebouwing aan laan, straat of plein of in bouwblok, het handhaven of versterken van de specifieke kenmerken van het gebied, de vormgeving van de overgang tussen openbaar en privé gebied en de materiaaltoepassing en het kleurgebruik ten opzichte van de omgeving.

Voor zover mogelijk worden deze uitgangspunten vertaald in het voorliggende plan.   Bij de voorgenomen ontwikkeling blijft de bestaande karakteristieke hoofdvorm van de boerderij gehandhaafd. In het kader van welstand wordt het voorgenomen plan nader getoetst aan de gemeentelijke welstandsnota.

2.3 Toepassing van de wijzigingsbevoegdheid

Woningsplitsing

In het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied' is in artikel 38.7 onder a (de bestemming 'Wonen - 1') een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die woningsplitsing mogelijk maakt. De wijzigingsbevoegdheid luidt als volgt:

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de zin dat:

meerdere woningen in een bestaand hoofdgebouw worden gerealiseerd (woningsplitsing) mits wordt voldaan aan de genoemde randvoorwaarden.

Hieronder is nader op de randvoorwaarden ingegaan.

  • 1. De inhoud van iedere woning bedraagt niet minder dan 400 m3 en de inhoud van het hoofdgebouw bedraagt niet minder dan 1.000 m3 en in het geval het hoofdgebouw wordt gesplitst in drie woningen bedraagt de inhoud niet minder dan 1.500 m3.

Het hoofdgebouw wordt gesplitst in twee woningen. Bij de voorgenomen woningsplitsing heeft iedere woning een inhoud van 400 m3 of meer. De inhoud van het hoofdgebouw is circa 2.000 m3.

  • 2. Het totaal aantal woningen in een bestaand hoofdgebouw bedraagt maximaal drie.

Het hoofdgebouw wordt gesplitst in twee woningen.

  • 3. Per hoofdgebouw worden ten minste twee parkeerplaatsen op eigen erf gerealiseerd.

Per hoofdgebouw worden ten minste twee parkeerplaatsen op eigen erf gerealiseerd. Zie hiervoor het erfinrichtingsplan in Bijlage 1.

De uitvoering van het erfinrichtingsplan is gegarandeerd door middel van het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de regels van het voorliggende bestemmingsplan. Het erfinrichtingsplan is daarom ook als bijlage bij de regels toegevoegd.

  • 4. De bouwmassa en karakteristieke hoofdvorm van de oorspronkelijke boerderij of woning blijft na splitsing gehandhaafd.

Bij de voorgenomen ontwikkeling blijft de bouwmassa en karakteristieke hoofdvorm van de oorspronkelijke boerderij na splitsing gehandhaafd.

  • 5. De geluidsbelasting op de nieuwe woning(en) bedraagt niet meer dan de daarvoor geldende voorkeurswaarde of een hoger verkregen grenswaarde zoals bedoeld in de Wet geluidhinder.

Op de geluidscontourkaart van de gemeente Staphorst is de geluidsbelasting voor pandgeluid (Berkenstouwe 6) 38-43 dB. Deze voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevel. Om de woning te kunnen splitsen is derhalve geen akoestisch onderzoek noodzakelijk omdat voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde.

  • 6. Ter plekke kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd en omliggende bedrijven worden niet onevenredig aangetast in de bedrijfsvoering.

De voorgenomen ontwikkeling is milieuhygiënisch acceptabel. Nabijgelegen bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd:

  • Geluid: Zie hiervoor de motivering bij de voorwaarden met nummer 5.
  • Bodem:
    • 1. In verband met de voorgenomen woning is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (AvA Milieuonderzoek, Projectnummer 14204-AvA, van 14 januari 2014). Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 2.
      Kwaliteit bodem en herkomst verhoogde stoffen: In de onderzochte bodem (grond en grondwater) is maximaal een licht verhoogde waarde aan onderzochte stoffen aangetoond. Ter plaatse van de bovengrondse dieseltank is geen olieverontreiniging in de bodem aangetroffen. Er is tevens geen asbest in de bodem aangetoond. De gemeten licht verhoogde waarde betreft de stofgroep PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) en is aangetroffen in een mengmonster van de bovengrond. In de ondergrond alsmede in het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. De herkomst van de licht verhoogde gehalte aan PAK is niet exact aan te duiden. Op oudere woonerven worden echter veelal licht verhoogde gehalten aan PAK aangetroffen. De gemeten waarde wordt beschouwd als een lokaal verhoogde achtergrondwaarde.
      Eindconclusie: De onderzoekshypothese 'verdacht' voor een bodemverontreiniging met oliecomponenten ter plaatse van de bovengrondse olietank kan worden verworpen. De gehanteerde onderzoeksstrategie is echter doelmatig geweest voor onderzoek naar een bodemverontreiniging met oliecomponenten ter plaatse van de tank. De onderzoekshypothese 'onverdacht' voor het overige deel van het erf met opstal wordt gezien de maximaal gemeten licht verhoogde waarde als juist beschouwd. Met de gevolgde onderzoeksstrategie is de milieuhygiënische kwaliteit van het onderzochte perceel voldoende vastgelegd. Bij de gemeten gehalten zijn geen risico's voor milieu en volksgezondheid aanwezig en hoeft dus geen vervolgonderzoek plaats te vinden. Voor wat betreft de kwaliteit van de bodem hoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen beperkingen te worden gesteld aan het gebruik van de onderzochte locatie.
    • 2. Uit de beoordeling van het verkennend bodemonderzoek door de Regionale Uitvoeringsdienst IJsselland blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor het voorliggende plan.
  • Geur: Om de individuele geurbelasting te bepalen is gebruik gemaakt van de Geur Emissie Kaart (GEK). Op de kaart is te zien dat de locatie Berkenstouwe 6 niet binnen een geurcontour ligt, hetgeen betekent dat aan de norm uit de Wet geurhinder en veehouderij kan worden voldaan.
  • Externe veiligheid: Van de ramptypes die verband houden met externe veiligheid ('Indeling Leidraad maatramp') zijn met name ongevallen met brandbare/explosieve of giftige stoffen van belang. Deze ongevallen kunnen nader worden onderscheiden in ongevallen met betrekking tot inrichtingen, vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen en vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Het plangebied ligt niet in de invloedszone van risicovolle inrichtingen en hoofdgasleidingen. Ook vindt er in de directe nabijheid geen transport van gevaarlijke stoffen plaats.
  • Er wordt rekening gehouden met de belangen van de gebruikers en eigenaren van de aangrenzende gronden.
    • 1. Berkenstouwe 6 (plangebied). De locatie is in het voorgaande bestemmingsplan bestemd als agrarische doeleinden. In het nieuwe (geldende) bestemmingsplan 'Buitengebied' is het perceel als 'Wonen - 1' bestemd. Op 12 april 1988 is een melding in het kader van het Besluit mestbassins milieubeheer geaccepteerd vanwege de bouw van een betonnen mestkelder op de locatie. Op 24 december 1991 is een melding in het van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer gedaan vanwege het van toepassing worden van het voorgenoemd besluit op een reeds opgerichte melkrundveehouderij. De locatie stond in 2013 bij de gemeente nog bekend als een agrarisch bedrijf. Dit betekent dat er een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer aanwezig was. In verband met de voorgenomen ontwikkeling zijn de agrarische activiteiten middels een melding Activiteitenbesluit milieubeheer ingetrokken. In Bijlage 3 is de brief hierover weergegeven. Het houden van vee mag alleen hobbymatig en moet binnen de norm van 10 nge vallen.
    • 2. In de nabije omgeving van de te splitsen woning locatie zijn geen (agrarische) bedrijven gelegen. Het dichtstbijzijnde bedrijf is op circa 200 meter gelegen. Het betreft de locatie Berkenstouwe 6A.
    • 3. Berkenstouwe 6A: Op deze locatie is een bouwbedrijf gevestigd. Het bedrijf valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. De VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009) hanteert een afstand van 50 meter voor een bouwbedrijf met een bruto oppervlakte van < 2.000 m2. De afstand van het bedrijf tot de bestaande woning is circa 200 meter. Aan de aan te houden afstand wordt (ruim) voldaan. De locatie vormt geen belemmering voor de splitsing van de woning.
    • 4. Er is geen reden te veronderstellen dat met de woningsplitsing de belangen van de aangrenzende grondgebruikers zullen worden geschaad.

  • 7. De ontsluiting vindt plaats via de bestaande in-/uitrit.

Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van de bestaande inritten, er worden geen nieuwe inritten gerealiseerd. Zie hiervoor het erfinrichtingsplan in Bijlage 1. Door middel van een voorwaardelijke verplichting in de regels is de uitvoering van het erfinrichtingsplan gegarandeerd.

  • 8. Eventueel op het perceel voorkomende voormalig agrarische bebouwing wordt geheel gesloopt met uitzondering van karakteristieke gebouwen.

Op het perceel is geen (grootschalige) voormalige agrarische (bedrijfs-)bebouwing aanwezig welke landschapsontsierend is.

  • 9. De oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen per woning bedraagt niet meer dan 75 m2.

De oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen per woning bedraagt niet meer dan 75 m2. Dit is weergegeven op het erfinrichtingsplan in Bijlage 1.

  • 10. Een verzoek om wijziging gepaard gaat met een voorstel tot deling van het perceel en de bijbehorende vrijstaande bijgebouwen en overkappingen.

In Bijlage 1 is de deling van het perceel en de bijbehorende vrijstaande bijgebouwen en overkappingen weergegeven.

  • 11. Aan de wijziging kunnen voorwaarden worden verbonden ten aanzien van sloop, erfinrichting, beplanting en realisatie parkeerplekken.

Het perceel ligt er verzorgd bij. Er zullen daarom geen nadere voorwaarden worden gesteld ten aanzien van sloop en beplanting. Voor de uitvoering van het erfinrichtingsplan, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het voorliggende plan.

2.4 Juridisch

De raad heeft de mogelijkheid om aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid te geven het plan te wijzigen. Deze bevoegdheid staat in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening.

In artikel 38.7 onder a van het bestemmingsplan 'Buitengebied' staat dat burgemeester en wethouders het plan kunnen wijzigen in die zin dat meerdere woningen in een bestaand hoofdgebouw worden gerealiseerd (woningsplitsing) mits wordt voldaan aan de genoemde randvoorwaarden.

Van deze bevoegdheid wordt met dit wijzigingsplan gebruik gemaakt. Bij dit wijzigingsplan wordt het aantal woningen aangepast. Hiervoor is de aanduiding 'aantal (2)' opgenomen. Voor het overige blijft het moederplan onverkort in stand.

Voor de duidelijkheid (zichtbaarheid) zijn de overige bestemmingen en aanduidingen die op het perceel blijven rusten, opgenomen in dit plan.

Hoofdstuk 3 Uitvoerbaarheid

3.1 Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient een onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan.

Dit wijzigingsplan regelt alleen het opnemen van de aanduiding voor het aantal woningen. De locatie behoudt de overige bestemmingen en aanduidingen.

De kosten die verbonden zijn aan de bestemmingsplanwijziging en de uitvoering van het wijzigingsplan zijn voor rekening van initiatiefnemer. Ook is tussen de gemeente en initiatiefnemer een planschadeovereenkomst afgesloten. Een beschrijving van de economische uitvoerbaarheid wordt derhalve achterwege gelaten.

Het is in dit geval niet nodig om een exploitatieplan op- en vast te stellen.

3.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het wijzigingsplan 'Buitengebied, Berkenstouwe 6 te Staphorst' is conform artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening voorbereid met de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat er gelegenheid is gegeven voor het indienen van zienswijzen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

juli 2014.