direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Espelerweg 45 Espel
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0171.TAM0755-VS01

Regels

Preambule

Dit plan voorziet in het omzetten van de voormalige bedrijfswoning naar een reguliere woning op de locatie Espelerweg 45 Espel. Verder vinden geen bouw- of verbouwwerkzaamheden plaats.


Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Noordoostpolder. De in dit omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk 22b van het omgevingsplan van de gemeente Noordoostpolder. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22b' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22b' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende begripsbepalingen:

1.1 toepassing omgevingsplan

artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken.

1.2 plan

het omgevingsplan van de gemeente Noordoostpolder;

1.3 TAM-omgevingsplan

het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Espelerweg 45 Espel met identificatienummer NL.IMRO.0171.TAM0755-VS01 van de gemeente Noordoostpolder;

1.4 bebouwingsgebied

achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;

1.5 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.6 huishouden

bewoning van een woning door één persoon of meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, die een duurzame (gemeenschappelijke) huishouding voeren of willen voeren. In het geval dat meerdere personen samen een gemeenschappelijke huishouding voeren moet er sprake zijn van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling van de huishouding;

1.7 voorkant

met het oog op het bepalen van het achtererfgebied aangegeven lijn op de verbeelding;

1.8 woning

een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • a. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid.
  • b. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van het plan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan.
  • c. De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Espelerweg 45 Espel', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0171.TAM0755-VS01.

Artikel 3 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het plan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.

Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen, bedoeld in paragraaf 22.2.7 van het plan, zijn overeenkomstige toepassing op dit Tam-omgevingsplan.

Artikel 5 Algemeen gebruiks- en bouwverbod

Niet genoemde gebruiks- en bouwactiviteiten en gebruiks- en bouwactiviteiten die in strijd zijn met dit TAM-omgevingsplan zijn verboden, met uitzondering van bestaande bouwwerken.

Hoofdstuk 2 Gebruiksactiviteiten

Artikel 6 Voorwaardelijke verplichting

  • a. De gebruiksactiviteiten die zijn toegestaan op grond van Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3 van dit omgevingsplan mogen alleen worden uitgevoerd nadat een erfsingel, die voldoet aan de uitgangspunten zoals opgenomen in bijlage 1 is aangeplant.
  • b. De erfsingel dient onderhouden en in stand te worden gehouden, waaronder begrepen het zo nodig opnieuw beplanten conform de uitgangspunten zoals opgenomen in bijlage 1.

Artikel 7 Groen - groenactiviteiten erfsingel - toegestaan

7.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op 'groenactiviteiten erfsingel' ter plaatse van de locatie 'groen - groenactiviteiten erfsingel - toegestaan'.
  • b. Onder 'groenactiviteiten erfsingel' wordt verstaan: het in stand houden van een erfsingel, het in stand houden van een bebouwingsvrije onderhoudsstrook ten behoeve van de erfsingel, daaronder begrepen ook ondergeschikt en niet op verblijf gericht gebruik in de vorm van:
    • 1. groenvoorzieningen;
    • 2. nutsvoorzieningen;
    • 3. parkeervoorzieningen;
    • 4. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen;
    • 5. ontsluitingswegen en paden.
  • c. De locatie 'groen – groenactiviteiten erfsingel – toegestaan' maakt nadrukkelijk geen deel uit van het gebouwerf als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.
7.2 Groenactiviteiten erfsingel - toegestaan

Groenactiviteiten erfsingel zijn toegestaan.

Artikel 8 Verkeer - verkeersactiviteiten - toegestaan

8.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op verkeersactiviteiten ter plaatse van de locatie 'verkeer - verkeersactiviteiten - toegestaan'.
  • b. Onder verkeersactiviteiten wordt verstaan: het afhandelen van verkeersbewegingen met daarbijbehorende kunstwerken.
8.2 Verkeer - verkeersactiviteiten - toegestaan

Verkeersactiviteiten zijn toegestaan

Artikel 9 Wonen - woonactiviteiten - toegestaan

9.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op woonactiviteiten ter plaatse van de locatie 'wonen - woonactiviteiten - toegestaan';
  • b. Onder woonactiviteiten wordt verstaan: het huisvesten van één huishouden in één woning,
    met daarbij het aanleggen, in gebruik hebben en in stand houden van:
    • 1. groenvoorzieningen;
    • 2. nutsvoorzieningen;
    • 3. parkeervoorzieningen;
    • 4. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen;
    • 5. speelvoorzieningen; en
    • 6. ontsluitingswegen en paden.
  • c. Onder woonactiviteiten wordt niet verstaan: het gebruik van bijbehorende bouwwerken als zelfstandige of afhankelijke woonruimte.
9.2 Woonactiviteiten - toegestaan
  • a. Woonactiviteiten zijn toegestaan.
  • b. Het aantal woningen bedraag niet meer dan de met de aanduiding 'maximum aantal woningen' aangegeven aantal.

Hoofdstuk 3 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten

Artikel 10 Aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteiten - toegestaan

10.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op aan huis verboden beroep- of bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteiten - toegestaan'.
  • b. Onder aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten wordt verstaan:
    • 1. de uitoefening van een beroep (dan wel het verlenen van diensten) op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonactiviteit blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonactiviteit in overeenstemming is en daarbij ondergeschikt is aan de woonactiviteit;
    • 2. de uitoefening van bedrijvigheid die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonactiviteit kan worden uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonactiviteit blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonactiviteit in overeenstemming is.
10.2 Aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteiten - toegestaan

De uitoefening van aan huis verbonden beroep of bedrijfsactiviteiten is toegestaan als:

  • a. de oppervlakte van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit niet meer bedraagt dan 30% van de oppervlakte van de woning;
  • b. de oppervlakte van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit niet meer bedraagt dan 60% van de toegelaten oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken;
  • c. de gezamenlijke oppervlakte voor aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten niet meer bedraagt dan 75 m2 per woning;
  • d. de uitstraling van de woning intact blijft;
  • e. er geen detailhandel wordt uitgeoefend;
  • f. het gebruik voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor de afwikkeling van het verkeer;
  • g. de aan huis verbonden beroep- of bedrijfsactiviteit moet voldoen aan de Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2025;
  • h. de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit uitsluitend wordt uitgeoefend door een bewoner van de woning;
  • i. bij een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit moet het een activiteit betreffen die is genoemd in bijlage 2 of naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen is.

Hoofdstuk 4 Bouwactiviteiten

Artikel 11 Algemene regels voor bouwactiviteiten

11.1 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

11.2 Bodemgevoelig gebouw - melding

Wanneer de bouwactiviteiten als bedoeld in de artikelen 22.27 en 22.36 tevens betrekking heeft op het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Bkl op een bodemgevoelige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89h, moet dit ten minste vier weken voor het begin van de bouw worden gemeld bij het bevoegd gezag, waarbij:

  • a. De melding wordt ondertekend en ten minste bevat:
    • 1. de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
    • 2. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht;
    • 3. het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht;
    • 4. de dagtekening; en
    • 5. bij overschrijding van een waarde als bedoeld in artikel 5.89i, eerste lid van het Bkl: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.

Artikel 12 Hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht

12.1 Toepassingsbereik
  • a. Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van hoofdgebouwen ter plaatse van de locatie 'hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht'.
  • b. Indien het bouwen, verbouwen en/of in stand houden een hoofdgebouw voldoet aan de beoordelingsregels van lid 12.2 en tevens in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 22.27 van het plan, is de vergunningplicht als bedoeld in artikel 22.26 van het plan niet van toepassing.
12.2 Hoofdgebouw bouwen - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt alleen verleend als:

  • a. de goothoogte niet meer bedraagt dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte hoofdgebouw (m)';
  • b. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte hoofdgebouw (m)';
  • c. de dakhelling niet minder bedraagt dan ter plaatse van de aanduiding 'minimum dakhelling hoofdgebouw (graden)';
  • d. de dakhelling niet meer bedraagt dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum dakhelling hoofdgebouw(graden);
  • e. de inhoud niet meer bedraagt dan 1.200 m3, inclusief niet-functioneel ondergeschikte bijbehorende bouwwerken;
12.3 Hoofdgebouw bouwen - beoordelingsregel ruimtelijke kwaliteit

In afwijking van het bepaalde in artikel 22.29 lid 1 sub b wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 verleend als de te gebruiken materialen en architectuur het karakter van het hoofdgebouw ondersteunen. Of hiervan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van de beleidsregel “Uiterlijk bouwwerken”.

Artikel 13 Bijbehorend bouwwerk bouwen - vergunningplicht

13.1 Toepassingsbereik
  • a. Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de locatie 'bijbehorend bouwwerk bouwen - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het plan.
  • b. Indien het bouwen, verbouwen en/of in stand houden een bijbehorend bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van lid 13.2 en tevens in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 22.27 van het plan, is de vergunningplicht als bedoeld in artikel 22.26 van het plan niet van toepassing.
13.2 Bijbehorend bouwwerk bouwen - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk, alleen verleend als:

  • a. het bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd in het bebouwingsgebied van het hoofdgebouw;
  • b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken en overkappingen niet meer bedraagt dan 150 m2, met uitzondering van niet-functioneel ondergeschikte bijbehorende bouwwerken die deel uitmaken van het hoofdgebouw als bedoeld in lid 12.2, lid 1, onder e en met uitzondering van de bijbehorende bouwwerken als bedoeld in lid 13.3;
  • c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 3,5 m of de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte;
  • d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 6 m of de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte.
13.3 Bijbehorend bouwwerk bouwen - beoordelingsregels niet voor woning bestemde gebouwen

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een bijbehorende bouwwerk in de vorm van niet voor woning bestemde gebouwen, alleen verleend als:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van deze gebouwen niet meer dan 50 m2 bedraagt;
  • b. de goothoogte van deze gebouwen niet meer dan 3,5 m bedraagt;
  • c. de bouwhoogte van deze gebouwen niet meer dan 6 m bedraagt.

Artikel 14 Ander bouwwerk bouwen - vergunningplicht

14.1 Toepassingsbereik
  • a. Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van andere bouwwerken ter plaatse van de locatie 'ander bouwwerk bouwen - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het plan.
  • b. Indien het bouwen, verbouwen en/of in stand houden een ander bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van lid 14.2 en tevens in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 22.27 van het plan, is de vergunningplicht als bedoeld in artikel 22.26 van het plan niet van toepassing.
14.2 Ander bouwwerk bouwen - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt alleen verleend als:

  • a. het andere bouwwerk wordt gebouwd in het bebouwingsgebied van het hoofdgebouw;
  • b. de bouwhoogte van een pergola niet meer bedraagt dan 3m;
  • c. de bouwhoogte van een overig ander bouwwerk niet meer bedraagt dan 2 m.

Hoofdstuk 5 Algemene regels

Artikel 15 Parkeren

  • a. Bij bouwplannen en gebruikswijzigingen wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, zoals vastgelegd in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Noordoostpolder 2025' en wijzigingen of de rechtsopvolgers daarvan.
  • b. De onder a genoemde parkeergelegenheid moet in stand worden gehouden.

Hoofdstuk 6 Overgangs - en slotregels

Artikel 16 Overgangsrecht

16.1 Overgangsrecht gebruik
  • 1. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • 2. Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
16.2 Overgangsrecht bouwwerken
  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  • 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.