| Plan: | TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Marknesserweg 28 Marknesse |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0171.TAM0754-VS01 |
Preambule
Dit plan voorziet in het omzetten van de voormalige bedrijfswoning naar een reguliere woning op de locatie Marknesserweg 28 te Marknesse. Verder vinden geen bouw-, of verbouwwerkzaamheden plaats.
Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Noordoostpolder. De in dit omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk 22e van het omgevingsplan van de gemeente Noordoostpolder. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22e' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22e' gelezen worden.
Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende begripsbepalingen:
artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken.
het omgevingsplan van de gemeente Noordoostpolder;
het TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e Marknesserweg 28 Marknesse met identificatienummer NL.IMRO.0171.TAM0754-VS01 van de gemeente Noordoostpolder;
achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;
bewoning van een woning door één persoon of meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, die een duurzame (gemeenschappelijke) huishouding voeren of willen voeren. In het geval dat meerdere personen samen een gemeenschappelijke huishouding voeren moet er sprake zijn van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling van de huishouding;
met het oog op het bepalen van het achtererfgebied aangegeven lijn op de verbeelding;
een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het plan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.
De meet- en rekenbepalingen, bedoeld in paragraaf 22.2.7 van het plan, zijn overeenkomstige toepassing op dit Tam-omgevingsplan.
Niet genoemde gebruiks- en bouwactiviteiten en gebruiks- en bouwactiviteiten die in strijd zijn met dit TAM-omgevingsplan zijn verboden, met uitzondering van bestaande bouwwerken.
De uitoefening van aan huis verbonden beroep of bedrijfsactiviteiten is toegestaan als:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Wanneer de bouwactiviteiten als bedoeld in de artikelen 22.27 en 22.26 tevens betrekking heeft op het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Bkl op een bodemgevoelige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89h, moet dit ten minste vier weken voor het begin van de bouw worden gemeld bij het bevoegd gezag, waarbij:
In afwijking van het bepaalde in artikel 22.29 lid 1 sub b wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 verleend als de te gebruiken materialen en architectuur het karakter van het hoofdgebouw ondersteunen. Of hiervan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van de beleidsregel “Uiterlijk bouwwerken”.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk, alleen verleend als:
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk in de vorm van niet voor woning bestemde gebouwen, alleen verleend als:
Indien het bouwen, verbouwen en/of in stand houden een ander bouwwerk voldoet aan de beoordelingsregels van lid 11.2 en tevens in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 22.27 van het plan, is de vergunningplicht als bedoeld in artikel 22.26 van het plan niet van toepassing.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt alleen verleend als:
Het gezamenlijk geluid op de gevels van een geluidgevoelig gebouw bedraagt ten hoogste 61 dB Lden bedraagt.