| Plan: | TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0171.TAM0752-VS01 |
Preambule
Dit plan beoogt de ontwikkeling van de vierde fase van het woongebied Emmelhage in Emmeloord ten behoeve van de bouw van maximaal 406 woningen.
Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het Omgevingsplan gemeente Noordoostpolder.
De in deze wijziging van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk 22f van het Omgevingsplan gemeente Noordoostpolder.
In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22f' gelezen worden.
In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22f' gelezen worden.
Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende begripsbepalingen:
artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken;
het omgevingsplan van de gemeente Noordoostpolder;
het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4 met identificatienummer NL.IMRO.0171.TAM0752- van de gemeente Noordoostpolder;
meer dan twee hoofdgebouwen waarvan ten minste één gevel van de hoofdgebouwen aaneen zijn gebouwd;
bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde;
een bodemgevoelig gebouw zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Bkl;
een bodemgevoelige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89h van het Bkl;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
bewoning van een woning door één persoon of meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, die een duurzame (gemeenschappelijke) huishouding voeren of willen voeren. In het geval dat meerdere personen samen een gemeenschappelijke huishouding voeren moet er sprake zijn van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling van de huishouding;
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;
een type woning waarbij de leefruimtes zijn georganiseerd rondom een besloten binnenplaats of patio;
dienstverlening ten behoeve van particulieren hieronder in ieder geval begrepen kapperszaken, schoonheidssalons, manicure en pedicure;
een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het plan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.
De meet- en rekenbepalingen, bedoeld in paragraaf 22.2.7 van het plan, zijn overeenkomstige toepassing op dit Tam-omgevingsplan.
Niet genoemde gebruiks- en bouwactiviteiten en gebruiks- en bouwactiviteiten die in strijd zijn met dit TAM-omgevingsplan zijn verboden, met uitzondering van het bouwen of gebruiken van bestaande bouwwerken.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Algemene regels voor gebruiksactiviteiten'.
Ondergeschikt aan de ter plaatse toegestane gebruiksactiviteiten zijn de volgende voorzieningen toegestaan:
Groenactiviteiten zijn toegestaan, met dien verstande dat de hoogte van een geluidwal ten hoogste 3 m bedraagt.
Verkeersactiviteiten zijn toegestaan.
Wateractiviteiten zijn toegestaan.
De uitoefening van medische activiteiten is toegestaan als:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Wanneer de bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 14 tevens betrekking heeft op het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Bkl op een bodemgevoelige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89h, moet dit ten minste vier weken voor het begin van de bouw worden gemeld bij het bevoegd gezag, waarbij:
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt alleen verleend als:
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de locatie 'bijbehorend bouwwerk bouwen - toegestaan'.
In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 22.27 en 22.36 zijn bijbehorende bouwwerken ook toegestaan als:
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van andere bouwwerken ter plaatse van de locatie 'ander bouwwerk bouwen - toegestaan'.
In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 22.27 en 22.36 zijn andere bouwwerken ook toegestaan als:
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid, het milieu en de natuur.
Voor omgevingsvergunningen voor omgevingsplanactiviteiten bouwen wordt het beoogde gebruik van een bouwwerk als bedoeld in dit TAM-omgevingsplan aan de hand van de beleidsregels 'Parkeerbeleid 2025' of de daarop volgende versie getoetst, of sprake is van voldoende parkeergelegenheid.
Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk wordt voorzien in die ruimte. Deze bepaling geldt niet:
Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - gezamenlijk geluid' geldt dat het gezamenlijk geluid op de gevels van een geluidgevoelig gebouw ten hoogste 56 dB Lden bedraagt.