direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0171.TAM0752-VS01

Regels

Preambule

Dit plan beoogt de ontwikkeling van de vierde fase van het woongebied Emmelhage in Emmeloord ten behoeve van de bouw van maximaal 406 woningen.

Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het Omgevingsplan gemeente Noordoostpolder.


De in deze wijziging van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk 22f van het Omgevingsplan gemeente Noordoostpolder.


In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22f' gelezen worden.


In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22f' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende begripsbepalingen:

1.1 toepassing omgevingsplan

artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken;

1.2 plan

het omgevingsplan van de gemeente Noordoostpolder;

1.3 TAM-omgevingsplan

het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4 met identificatienummer NL.IMRO.0171.TAM0752- van de gemeente Noordoostpolder;

1.4 aaneen gebouwd hoofdgebouw

meer dan twee hoofdgebouwen waarvan ten minste één gevel van de hoofdgebouwen aaneen zijn gebouwd;

1.5 ander bouwwerk

bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde;

1.6 bodemgevoelig gebouw

een bodemgevoelig gebouw zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Bkl;

1.7 bodemgevoelige locatie

een bodemgevoelige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89h van het Bkl;

1.8 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.9 huishouden

bewoning van een woning door één persoon of meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, die een duurzame (gemeenschappelijke) huishouding voeren of willen voeren. In het geval dat meerdere personen samen een gemeenschappelijke huishouding voeren moet er sprake zijn van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling van de huishouding;

1.10 kantooractiviteiten

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;

1.11 patiowoning

een type woning waarbij de leefruimtes zijn georganiseerd rondom een besloten binnenplaats of patio;

1.12 persoonlijke dienstverlening

dienstverlening ten behoeve van particulieren hieronder in ieder geval begrepen kapperszaken, schoonheidssalons, manicure en pedicure;

1.13 woning

een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • a. De regels in dit TAM-omgevingsplan wijzigen de regels van het Omgevingsplan van de gemeente Noordoostpolder aan, op de locatie als bedoeld onder d, zoals opgenomen in:
    • 1. het bestemmingsplan Emmelhage 2004, onherroepelijk op 30 september 2005;
    • 2. Parapluplan parkeren, vastgesteld op 8 juli 2019;
    • 3. het Paraplubestemmingsplan Wonen, vastgesteld 22 april 2024;
  • b. De regels van het Omgevingsplan gemeente Noordoostpolder blijven onverminderd van toepassing op de locatie bedoeld onder d, voorzover de regels van dit TAM-omgevingsplan deze regels niet hebben gewijzigd.
  • c. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van het plan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan.
  • d. De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22f Emmeloord - Emmelhage fase 4', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0171.TAM0752-VS01.

Artikel 3 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het plan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.

Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen, bedoeld in paragraaf 22.2.7 van het plan, zijn overeenkomstige toepassing op dit Tam-omgevingsplan.

Artikel 5 Algemeen gebruiks- en bouwverbod

Niet genoemde gebruiks- en bouwactiviteiten en gebruiks- en bouwactiviteiten die in strijd zijn met dit TAM-omgevingsplan zijn verboden, met uitzondering van het bouwen of gebruiken van bestaande bouwwerken.

Hoofdstuk 2 Gebruiksactiviteiten

Artikel 6 Algemene regels voor gebruiksactiviteiten

6.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Algemene regels voor gebruiksactiviteiten'.

6.2 Gebruiksactiviteiten algemeen - toegestaan

Ondergeschikt aan de ter plaatse toegestane gebruiksactiviteiten zijn de volgende voorzieningen toegestaan:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. nutsvoorzieningen;
  • c. parkeervoorzieningen;
  • d. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • e. speelvoorzieningen; en
  • f. wegen en paden.

Artikel 7 Wonen - Woonactiviteiten - toegestaan

7.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op woonactiviteiten al dan niet in combinatie met ondergeschikte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'Wonen - Woonactiviteiten - toegestaan';
  • b. Onder woonactiviteiten wordt verstaan: het wonen in een woning met dien verstande dat een vrijstaand bijbehorend bouwwerk niet wordt aangemerkt als woning.
  • c. Onder ondergeschikte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten wordt verstaan:
    • 1. de uitoefening van een beroep (dan wel het verlenen van diensten) op administratief, maatschappelijk, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig of een daarmee gelijk te stellen gebied, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonactiviteit blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonactiviteit in overeenstemming is;
    • 2. de uitoefening van bedrijvigheid die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonactiviteit kan worden uitgeoefend, waarbij in overwegende mate de woonactiviteit blijft behouden en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonactiviteit in overeenstemming is.
7.2 Woonactiviteiten - toegestaan
  • a. Woonactiviteiten zijn toegestaan.
  • b. Ondergeschikte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan als:
    • 1. de oppervlakte van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit niet meer bedraagt dan 30% van de oppervlakte van de woning;
    • 2. de oppervlakte van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit niet meer bedraagt dan 60% van de toegelaten oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken;
    • 3. de gezamenlijke oppervlakte voor aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten niet meer bedraagt dan 75 m² per woning;
    • 4. de uitstraling van de woning intact blijft;
    • 5. er geen detailhandel wordt uitgeoefend;
    • 6. het gebruik voor de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit geen onevenredig nadelige gevolgen heeft voor de afwikkeling van het verkeer;
    • 7. de aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit uitsluitend wordt uitgeoefend door een bewoner van de woning;
    • 8. het bij een aan huis verbonden bedrijfsactiviteit een activiteit betreft die is genoemd in bijlage 1 of naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen is.
  • c. Het aantal woningen bedraag niet meer dan 406.

Artikel 8 Groen - Groenactiviteiten - toegestaan

8.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op groenactiviteiten ter plaatse van de locatie 'Groen - Groenactiviteiten - toegestaan'.
  • b. onder groenactiviteiten wordt verstaan: het gebruiken en in stand houden van groenvoorzieningen in de open lucht, het gebruiken ten behoeve van de waterhuishouding en waterberging, geluidwerende voorzieningen met inbegrip van een geluidwal ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal', alsmede het gebruiken als waterweg, parkeren, met daarbijbehorende kunstwerken. Hieronder in ieder geval begrepen: spelen, recreatief sporten, verblijven, verpozen en verplaatsen mits naar aard en omvang passend bij de omgeving.
8.2 Groenactiviteiten - toegestaan

Groenactiviteiten zijn toegestaan, met dien verstande dat de hoogte van een geluidwal ten hoogste 3 m bedraagt.

Artikel 9 Verkeer - Verkeersactiviteiten - toegestaan

9.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op verkeersactiviteiten ter plaatse van de locatie 'Verkeer - Verkeersactiviteiten - toegestaan'.
  • b. Onder verkeersactiviteiten wordt verstaan: het afhandelen van verkeersbewegingen, het gebruiken als verblijfsgebied, parkeren en het houden van kleinschalige evenementen, met daarbijbehorende kunstwerken. Hieronder in ieder geval begrepen: spelen, recreatief sporten, verblijven, verpozen en verplaatsen mits naar aard en omvang passend bij de omgeving.
9.2 Verkeersactiviteiten - toegestaan

Verkeersactiviteiten zijn toegestaan.

Artikel 10 Water - Wateractiviteiten - toegestaan

10.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op wateractiviteiten ter plaatse van de locatie 'Water - Wateractiviteiten - toegestaan'.
  • b. Onder wateractiviteiten wordt verstaan: het gebruiken ten behoeve van de waterhuishouding en waterberging en het gebruiken als waterweg, met daarbijbehorende kunstwerken, recreatieve voorzieningen en oevers. Hieronder in ieder geval begrepen: spelen, recreatief sporten, verblijven, verpozen en verplaatsen mits naar aard en omvang passend bij de omgeving.
10.2 Wateractiviteiten - toegestaan

Wateractiviteiten zijn toegestaan.

Hoofdstuk 3 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten

Artikel 11 Medische activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

11.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken voor woonzorgactiviteiten in de eerste bouwlaag van een gebouw ter plaatse van de locatie 'medische activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan';
  • b. Onder medische activiteiten wordt verstaan: het verlenen van medische en paramedische diensten, zoals een huisarts, een tandarts of een fysiotherapeut.
11.2 Medische activiteiten - eerste bouwlaag - toegestaan

De uitoefening van medische activiteiten is toegestaan als:

  • a. de betreffende activiteiten uitsluitend in de eerste bouwlaag plaatsvinden;
  • b. de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte ten behoeve van de medische activiteiten ten hoogste 660 m2 bedraagt.

Hoofdstuk 4 Bouwactiviteiten

Artikel 12 Algemene regels voor bouwactiviteiten

12.1 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

12.2 Regels over het uiterlijk van bouwwerken
  • a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen en in standhouden van een bouwwerk wordt uitsluitend verleend als het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de op dat moment geldende 'beleidsregel uiterlijk bouwwerken'.
  • b. Het eerste lid is niet van toepassing op een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is.
  • c. Het eerste lid is niet van toepassing als het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning in afwijking van het eerste lid toch moet worden verleend.
12.3 Bodemgevoelig gebouw bouwen - meldingplicht

Wanneer de bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 14 tevens betrekking heeft op het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89g van het Bkl op een bodemgevoelige locatie zoals bedoeld in artikel 5.89h, moet dit ten minste vier weken voor het begin van de bouw worden gemeld bij het bevoegd gezag, waarbij:

  • a. De melding wordt ondertekend en ten minste bevat:
    • 1. de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
    • 2. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht;
    • 3. het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht;
    • 4. de dagtekening; en
    • 5. bij overschrijding van een waarde als bedoeld in artikel 5.89i, eerste lid van het Bkl: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.

Artikel 13 Hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht

13.1 Toepassingsbereik
  • a. Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van hoofdgebouwen ter plaatse van de locatie 'Hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht'.
  • b. Indien het bouwen, verbouwen en/of in stand houden van een hoofdgebouw voldoet aan de beoordelingsregels van lid 13.2 en tevens in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 22.27 van het plan, is de vergunningplicht als bedoeld in artikel 22.26 van het plan niet van toepassing.
13.2 Hoofdgebouw bouwen - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt alleen verleend als:

  • a. het aantal woningen per hoofdgebouw maximaal 1 bedraagt, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', in welk geval het aantal woningen ten hoogste het in de aanduiding aangegeven maximum aantal bedraagt;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - vrijstaand of twee-aaneen' uitsluitend vrijstaande of twee-aaneen gebouwde hoofdgebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat:
    • 1. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens niet minder bedraagt dan 3 m, bij een twee-aaneen gebouwd hoofdgebouw geldt deze regel voor één zijgevel;
    • 2. de breedte van een vrijstaand hoofdgebouw niet minder bedraagt dan 6 m;
    • 3. de breedte van een twee-aaneen gebouwd hoofdgebouw niet minder bedraagt dan 5 m;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd' uitsluitend aaneen gebouwde hoofdgebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat:
    • 1. de breedte van het hoofdgebouw niet minder bedraagt dan 4,5 m;
    • 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoningen' uitsluitend patiowoningen worden gebouwd;
    • 3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rug-aan-rug woningen' en 'specifieke bouwaanduiding - kwadrantwoningen' hoofdgebouwen tevens met de achtergevel aaneen worden gebouwd;
  • d. de maximum bouwhoogte niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte, met dien verstande dat:
    • 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kwadrantwoningen':
      • een hoofdgebouw in minimaal 2 bouwlagen wordt gebouwd;
      • de oppervlakte van een derde bouwlaag maximaal 60% van de oppervlakte van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw bedraagt;
  • e. de maximum goothoogte niet meer bedraagt dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven hoogte;
  • f. het bepaalde onder e is niet van toepassing indien een hoofdgebouw in 3 bouwlagen wordt gebouwd, waarbij de derde bouwlaag maximaal 60% van de oppervlakte van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw bedraagt;
  • g. indien hoofdgebouwen worden voorzien van een plat dak dient een hoofdgebouw, met uitzondering van een hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoningen' in minimaal 2 bouwlagen te worden gebouwd;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kwadrantwoningen' wordt een hoofdgebouw voorzien van een plat dak.

Artikel 14 Bijbehorend bouwwerk bouwen - toegestaan

14.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de locatie 'bijbehorend bouwwerk bouwen - toegestaan'.

14.2 Bijbehorend bouwwerk bouwen - algemene regels

In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 22.27 en 22.36 zijn bijbehorende bouwwerken ook toegestaan als:

  • a. een bijbehorend bouwwerk uitsluitend wordt gebouwd bij een hoofdgebouw als bedoeld in artikel 13;
  • b. een bijbehorend bouwwerk minimaal 1 m achter de voorgevel of het verlengde hiervan gebouwd wordt, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' één bijbehorend bouwwwerk per hoofdgebouw in of vóór het verlengde van het hoofdgebouw mag worden gebouwd, met inachtneming van de volgende beoordelingsregels:
    • 1. de oppervlakte bedraagt niet meer dan 25 m²;
    • 2. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3,5 m;
  • c. de afstand van een bijbehorend bouwwerk tot de zijdelingse perceelgrens niet minder bedraagt dan 1 m, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd;
  • d. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 50% van het bij het hoofdgebouw behorend achtererfgebied, met een maximum van 100 m², met dien verstande dat de oppervlakte van binnen de locatie 'hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht' gebouwde bijbehorende bouwwerken niet meetelt bij de bepaling van deze gezamenlijke oppervlakte. De in dit lid toegestane maximum gezamenlijke oppervlakte mag - in geval van een achtererfgebied met een oppervlakte van meer dan 500 m2 - worden verhoogd met 10 m2 per 100 m2 achtererfgebied dat de oppervlakte van 500 m2 te boven gaat en tot een totaal maximum van 200 m2;
  • e. de goothoogte niet meer dan 3,5 m bedraagt, met dien verstande dat die mag worden verhoogd tot ten hoogste 0,25 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw;
  • f. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw, verminderd met 20%;
  • g. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bij een hoofdgebouw met platte afdekking niet meer bedraagt dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van dat hoofdgebouw.

Artikel 15 Ander bouwwerk bouwen - toegestaan

15.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van andere bouwwerken ter plaatse van de locatie 'ander bouwwerk bouwen - toegestaan'.

15.2 Ander bouwwerk bouwen - algemene regels

In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 22.27 en 22.36 zijn andere bouwwerken ook toegestaan als:

  • a. het bouwwerk past binnen de activiteiten die op grond van hoofdstuk 2 zijn toegestaan;
  • b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen ten hoogste 2 m bedraagt, met dien verstande dat indien een erf- of terreinafscheiding vóór de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt gebouwd, de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedraagt;
  • c. de bouwhoogte van licht- en vlaggemasten ten hoogste 12 m bedraagt;
  • d. Ter plaatse van de aanduiding ‘geluidwal’ bedraagt de maximum hoogte van geluidwerende voorzieningen 3 m.
  • e. de bouwhoogte van een overig ander bouwwerk ten hoogste 2,5 m bedraagt.

Hoofdstuk 5 Algemene regels

Artikel 16 Spuitvrije zone - verbod

16.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels voor 'spuitvrije zone - verbod' gelden in aanvulling op artikel 5 - 'Woongebied uit te werken', zoals opgenomen in het bestemmingsplan Emmelhage 2004 met kenmerk NL.IMRO.01710110BP00378-.
  • b. De regels van het bestemmingsplan Emmelhage 2004 met kenmerk NL.IMRO.01710110BP00378- blijven van toepassing, met dien verstande dat de overgangsbepalingen van artikel 18 van dat plan op het spuitverbod opgenomen in lid 16.3 niet van toepassing is.
  • c. De regels in hoofdstuk 22 zijn niet van toepassing op de locatie 'spuitvrije zone - verbod' voor zover deze in strijd zijn met de regels die gelden voor deze locatie.
16.2 Spuitvrije zone - oogmerken

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid, het milieu en de natuur.

16.3 Spuitvrije zone - verbod
  • a. Het verboden de gronden te gebruiken dan wel laten gebruiken voor sier- en fruitteelt.
  • b. Het eerste lid geldt niet voor SKAL-gecertificeerde teelten, tenzij daarbij paraffine olie wordt gebruikt.

Artikel 17 Parkeerregels

17.1 Beoordelingsregel parkeren

Voor omgevingsvergunningen voor omgevingsplanactiviteiten bouwen wordt het beoogde gebruik van een bouwwerk als bedoeld in dit TAM-omgevingsplan aan de hand van de beleidsregels 'Parkeerbeleid 2025' of de daarop volgende versie getoetst, of sprake is van voldoende parkeergelegenheid.

17.2 Beoordelingsregel parkeren - laden en lossen

Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk wordt voorzien in die ruimte. Deze bepaling geldt niet:

  • a. voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik;
  • b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien.

Artikel 18 Gezamenlijk geluid

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - gezamenlijk geluid' geldt dat het gezamenlijk geluid op de gevels van een geluidgevoelig gebouw ten hoogste 56 dB Lden bedraagt.

Hoofdstuk 6 Overgangs - en slotregels

Artikel 19 Overgangsrecht

19.1 Overgangsrecht gebruiksactiviteiten
  • 1. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • 2. Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
  • 5. Het overgangsrecht voor gebruik zoals bedoeld in dit artikel:
    • a. heeft een geldingstermijn van 10 jaar vanaf de dag van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan;
    • b. is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'spuitvrije zone - verbod'.
19.2 Overgangsrecht bouwactiviteiten
  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  • 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
  • 4. Het overgangsrecht voor bouwwerken zoals bedoeld in artikel 19.2 van dit TAM-omgevingsplan, heeft een geldingstermijn van 10 jaar vanaf de dag van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan.