direct naar inhoud van 3.4 Provinciaal beleid
Plan: Kamperveen 2012
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0166.00991077-VB01

3.4 Provinciaal beleid

Omgevingsvisie (2009)

Op 1 juli 2009 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld door Provinciale Staten van Overijssel. Hierin worden het streekplan, verkeer- en vervoerplan, waterhuishoudingsplan en milieubeleidsplan met elkaar geïntegreerd zodat één beleidsplan ontstaat voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In de Omgevingsvisie benoemt de provincie de provinciale belangen en geeft ze aan hoe ze de maatschappelijke opgaven samen met de partners gaat realiseren. De Omgevingsvisie is een structuurvisie in het kader van de Wro. Leidende thema's in de Omgevingsvisie zijn duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. De provincie onderscheidt in de Omgevingsvisie een aantal gebiedskenmerken. Als in een bepaald gebied een verandering aan de orde is dan geeft de 'catalogus gebiedskenmerken' richting aan de manier waarop dit moet plaatsvinden.

Het uitvoeringsinstrument dat aan de omgevingsvisie is gekoppeld, is de Omgevingsverordening Overijssel 2009 van de provincie. In deze verordening is juridisch vastgelegd dat bij bestemmingsplannen ingegaan moet worden op de verschillende lagen zoals deze zijn vastgelegd in de catalogus gebiedskenmerken, waarbij wordt onderbouwd dat de ontwikkeling bijdraagt aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit.

afbeelding "i_NL.IMRO.0166.00991077-VB01_0013.png"

Aan de Omgevingsvisie is in relatie tot Kamperveen het volgende ontleend.

Generieke beleidskeuzes

Intrekgebied Koppelerwaard

Het intrekgebied Koppelerwaard 'levert' feitelijk het grondwater voor de drinkwatervoorziening. Bescherming van de kwaliteit van het grondwater is daarmee van groot belang en zwaarwegend bij verdere ontwikkeling. In het intrekgebied worden geen functies toegelaten die risicovol zijn voor de grondwaterkwaliteit. Binnen het intrekgebied gelden regels voor grondwaterbescherming (zie onder 'Omgevingsverordening').

Er liggen in dit gebied kansen voor natuurontwikkeling, landbouw, recreatie, niet-bedreigende stedelijke functies.

Nationaal Landschap

De Zande ligt deels in het Nationale Landschap IJsseldelta.

Nationaal Landschap IJsseldelta bestaat uit de polder Mastenbroek, het Kampereiland, de Mandjeswaard, Polder de Pieper, de Zuiderzeepolder het rivierenland van de IJssel en het Zwarte Water met daaraan gelegen oude stads- en dorpskernen, dijken en keringen en het Zwarte Meer. Een rivierenland met eeuwenoude polders, terpenboerderijen en kreekruggen. De specifieke landschappelijke (kern)kwaliteiten zijn:

  • de grote mate van openheid;
  • de oudste, rationele, geometrische verkaveling;
  • reliëf in de vorm van huisterpen en kreekruggen.

Voor het Nationale Landschap zijn de kernkwaliteiten nader uitgewerkt in een Ontwikkelingsprogramma. Dit bestaat uit een ontwikkelingsperspectief en een uitvoeringsprogramma. Hierin geven gebiedspartners aan hoe zij de opgave voor deze gebieden zullen realiseren. Het programma geeft aan welke kwaliteiten het gebied uniek maken en wat zij zullen doen om deze te behouden en versterken: behoud door ontwikkeling.

Binnen het Nationaal Landschap mogen bestemmingsplannen alleen voorzien in nieuwe ontwikkelingen, indien deze bijdragen aan het behoud of versterken van de kernkwaliteiten. In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

Ecologische Hoofdstructuur (EHS)

Een deel van het plangebied bij de kern De Zande (uiterwaarden) is onderdeel van de EHS. Het provinciale ruimtelijk beleid voor de EHS is gericht op 'behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden' van de EHS waarbij rekening gehouden wordt met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. De kernkwaliteiten binnen de EHS zijn natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteiten en beleving van rust. Dat betekent dat er geen ruimte is voor ontwikkelingen die niet passen binnen de doelstelling van de EHS, tenzij er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang waar niet op een andere manier aan kan worden voldaan. Dergelijke ontwikkelingen worden binnen dit bestemmingsplan niet mogelijk gemaakt.

Natura 2000

Een deel van het plangebied bij de kern De Zande (uiterwaarden) maakt onderdeel uit van het Natura 2000-gebied 'Uiterwaarden IJssel'. Voor Natura 2000-gebieden is een beheerplan gemaakt. Een dergelijk plan geeft een uitwerking van de doelstellingen en de maatregelen die nodig zijn om die doelen te halen. De inzet is om bestaande activiteiten zoveel mogelijk ongewijzigd door te laten gaan en de externe werking (wettelijke bescherming buiten de begrenzing) tot een minimum te beperken. Voor nieuwe plannen of projecten in en nabij de Natura 2000-gebieden is een vergunningstelsel ingesteld. De provincie is hiervoor in veel gevallen het bevoegd gezag.

Met het voorliggende bestemmingsplan worden geen waarden aangetast die het behoud en het beheer van de Natura 2000-gebieden belemmeren.

Omgevingsverordening

Drinkwaterwinning

In het plangebied is sprake van een 'intrekgebied potentiële waterwinning'. Volgens de verordening moeten bestemmingsplannen voorzien in een aanduiding voor grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden waarbij alleen functies worden toegestaan die harmoniëren met de functie voor de drinkwatervoorziening. Omdat er sprake is van een bestaande situatie wordt er uitgegaan van het stand still-principe: de verslechtering van de grondwaterkwaliteit wordt tegengaan (geen nieuwe ontwikkelingen) en het vergroten van risico's op verontreiniging van het grondwater wordt voorkomen (idem). In paragraaf 4.7 wordt verder op dit onderwerp ingegaan.

Ontwikkelingsperspectief

Het plangebied voor de buurtschappen Zuideinde en Kamperveen aangemerkt als 'Buitengebied/Groene omgeving'. Het ontwikkelingsperspectief voor de buurtschappen is 'buitengebied, accent productie, schoonheid van de moderne landbouw'. Dit zijn gebieden voor landbouw die bijdragen aan de kwaliteit van grote open cultuurlandschappen en waar ruimte wordt gegeven aan verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw. De kwaliteitsambitie is om de diverse landschappen herkenbaar te houden ten opzichte van elkaar en verschillen en contrasten binnen deze landschappen te accentueren.

Het plangebied voor het buurtschap De Zande heeft de ontwikkelingsperspectieven 'dorpen en kernen als veelzijdige leefmilieus (woonwijk)', 'buitengebied accent veelzijdige gebruiksruimte (mixlandschap)' en 'realisatie groene en blauwe hoofdstructuur (natuurgebieden en watersysteem)'.

De ontwikkelingsperspectieven zijn in overeenstemming met de huidige situatie. Binnen dit bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. De ontwikkelingsperspectieven vormen daarom geen beperkingen voor dit gebied.

Gebiedskenmerken

Natuurlijke laag

In de natuurlijke laag ligt De Zande op de overgang van 'rivierengebied' met 'rivier en uiterwaarden' en 'oeverwallen' naar 'veengebied' met 'laagveengebied'.

Zuideinde en Kamperveen zijn gelegen in het 'veengebied' met 'laagveengebied'.

Rivierengebied: In de catalogus gebiedskenmerken is aangegeven dat de rivieren, uiterwaarden, rivierdalen en directe omgeving van insnijdende rivieren een beschermende bestemmingsregeling krijgen, gericht op instandhouding van een robuust watersysteem, de waterkwaliteit, ruimte voor water en de natuurkwaliteit. Deze waarden worden in dit bestemmingsplan niet landschappelijk beschermd, omdat ze vanwege de stedelijke inrichting voor een groot deel niet meer beleefbaar zijn. Wel wordt de bodem en de waarden beschermd door middel van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1', 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3', die gebaseerd zijn op de gemeentelijke archeologische waardenkaart.

Veengebied: Volgens de catalogus gebiedskenmerken krijgen de laagveenrestanten een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de waterkwaliteit en de natuurkwaliteit. De overige delen van de laagveengebieden krijgen een beschermende bestemmingsregeling, gericht op behoud van het veenpakket en het waterpeil is hier niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is. Voor dit bestemmingsplan is er enkel sprake van 'stedelijk' gebied. Het gebied met het kenmerkende open karakter valt buiten het plangebied.

Agrarische laag

In de agrarische laag ligt De Zande op de overgang van 'rivierengebied' met 'rivier en uiterwaarden' en 'oeverwallen' naar 'veengebied' met 'laagveenontginningen'.

Zuideinde en Kamperveen zijn gelegen in het 'veengebied' met 'laagveenontginningen'.

Rivierengebied: Een aantal woningen binnen het plangebied liggen in het buitendijksgebied. Deze woningen liggen ten noorden van de weg De Zande - Zalkerdijk. Hier geldt dat er geen danwel zeer beperkte bouwmogelijkheden zijn. Voor het winterbed van de rivier de IJssel dient een beschermende bestemmingsregeling te worden opgenomen. Voor het plangebied is daar geen sprake van.

Veengebied: Voor wat betreft laagveenontginningen wordt in de catalogus gebiedskenmerken ingezet op een beschermende bestemmingsregeling, gericht op instandhouding van de ter plaatse karakteristieke maat en schaal van de ruimte, met onderscheid tussen gebieden met grote open ruimtes en gebieden met een langgerekte kavelstructuur met beplanting. In de laagveenontginningen is het waterpeil niet lager dan voor graslandgebruik. Voor dit bestemmingsplan is er enkel sprake van 'stedelijk' gebied. Het gebied met het kenmerkende open karakter valt buiten het plangebied.

Stedelijke laag

De Zande is in de stedelijke laag voor het grootste deel benoemd als 'Woonwijken 1955 - nu'. Een groot deel van De Zande echter van voor 1955. Voor 'Woonwijken 1955 -nu' geeft de catalogus gebiedskenmerken aan dat als er ontwikkelingen plaatsvinden in naoorlogse wijken, dan dient de bebouwing zich te voegen in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel, maar het mag als onderdeel daarvan wel herkenbaar zijn. Een eventuele herstructurering borduurt voort op de bestaande kwaliteiten van de bebouwing en het stedenbouwkundig ontwerp en tevens op de natuurlijke laag en die van het agrarisch cultuurlandschap. Met het voorliggende plan worden geen nieuwe woningen mogelijk gemaakt.

Voor Zuideinde en Kamperveen geeft de stedelijke laag geen informatie.

Lust- en leisurelaag

Zuideinde is in de lust- en leisurelaag aangemerkt als 'donkerte'. Duisternis/donkerte betreft het gegeven dat donkerte een te koesteren kwaliteit wordt. Huidige 'donkere' gebieden, moeten minstens zo donker blijven. Dit betekent onder andere terughoudend zijn met verlichting en de lichtbronnen selectiever moeten worden gericht. Het voorliggende bestemmingsplan leidt niet tot een toename aan verlichting.

Voor het overige zijn binnen de lust- en leisurelaag voor het plangebied geen onderdelen aangemerkt. Deze laag is voor het plangebied dus voor het overige niet van toepassing.