direct naar inhoud van 4.4 Flora en fauna
Plan: Bestemmingsplan Centrum Haaksbergen, 2013
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0158.BP1098-0002

4.4 Flora en fauna

Het natuurbeschermingsbeleid en de wet- en regelgeving op het gebied van flora en fauna kennen twee sporen, namelijk een gebiedsgericht en een soortgericht spoor. Als gevolg van ontwikkelingen op Europees niveau heeft de laatste jaren een actualiseringslag plaatsgevonden binnen het nationaal natuurbeschermingsrecht. Met de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn volledig in nationale wetgeving geïmplementeerd. De twee sporen hebben daarbij elk hun eigen wettelijk verankering. De Natuurbeschermingswet richt zich op de bescherming van gebieden, de Flora- en faunawet op de bescherming van soorten.

Actualisatie bestemmingsplan

In de gemeente Haaksbergen bevinden zich meerdere waardevolle natuurgebieden. De belangrijkste daarvan zijn het Haaksbergerveen, het Buurserzand en het Witte Veen. Daarnaast zijn er een aantal kleinere waardevolle natuurgebieden. De drie grotere gebieden zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. Het Haaksbergerveen alsmede het Buurserzand zijn aangewezen als TOP-gebieden. In deze gebieden dient verdroging met voorrang aangepakt te worden vanwege natuurdoelen die zijn gesteld.

Het plangebied van onderliggend bestemmingsplan is gelegen op minimaal 1.100 meter en heeft hierdoor geen directe invloed op de Natura 2000-gebieden in Haaksbergen. Hierdoor zijn er geen belemmeringen te verwachten omtrent verdroging en natuurdoelen in deze gebieden.

De soortbeschermingsregeling uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn is volledig geïmplementeerd in de Flora- en faunawet. In verband met de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met soortbescherming en met name de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Voor beheergerichte (onderdelen van) bestemmingsplannen, met geen of slechts geringe ontwikkelingsmogelijkheden, kan in het algemeen gesteld worden dat de uitvoerbaarheid niet ter discussie zal staan. Zelfs indien beschermde soorten aanwezig zijn mag worden aangenomen dat deze bij een voortzetting van het bestaande grondgebruik niet in hun voortbestaan zullen worden bedreigd. Anders ligt het voor (onderdelen van) bestemmingsplannen die een wijziging van het grondgebruik inhouden of bijvoorbeeld het slopen dan wel oprichten van nieuwe bebouwing en/of infrastructuur. Hiervoor dient een uitvoerbaarheidstoets flora en fauna te worden uitgevoerd. Voorliggend bestemmingsplan maakt geen nieuwe (in vergelijking met het vigerende bestemmingsplan) ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Een onderzoek naar flora en fauna is in het kader van het bestemmingsplan derhalve niet noodzakelijk.

Conclusie 

Op het gebied van flora en fauna zijn geen belemmeringen te verwachten voor het bestemmingsplan.