direct naar inhoud van 9.3 Resultaten inspraak
Plan: Ruimte voor de Rivier
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0150.D130-VG01

9.3 Resultaten inspraak

Op grond van artikel 5 van de Inspraakverordening moet ter afronding van een inspraak een eindverslag gemaakt worden. Dit eindverslag bevat in elk geval:

  • een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;
  • een weergave van de inspraakreacties die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;
  • een reactie op deze inspraakreacties, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het bestemmingsplan wordt overgegaan.

Hieronder is het eindverslag integraal opgenomen.

Op grond van artikel 2 van de gemeentelijke Inspraakverordening heeft het voorontwerp bestemmingsplan 'Ruimte voor de Rivier' met ingang van 6 mei 2010 tot en met 16 juni 2010 voor iedereen ter inzage gelegen met de mogelijkheid een inspraakreactie in te dienen. Tijdens deze periode bestond de mogelijk om een inspraakreactie in te dienen. Op 19 mei 2010 heeft een inloopavond plaatsgevonden. Er zijn acht inspraakreacties ingediend.

  • 1. Inspreker 1
  • 2. Rederij Eureka B.V.
  • 3. Rederij Thuishaven Deventer B.V.
  • 4. Hengelsportverenigingen en Hengelsportfederatie Oost Nederland
  • 5. Vogelwerkgroep IJsselstreek
  • 6. Samenwerkende Deventer Watersportverenigingen
  • 7. Rederij Celjo
  • 8. Stichting IJssellandschap

De inspraakreacties zijn binnen de termijn ingediend en voorzien van alle benodigde gegevens en zijn derhalve ontvankelijk. Hierna zijn de inspraakreacties samengevat weergegeven en voorzien van beantwoording.

Inspreker 1

Samenvatting inspraakreactie

Inspreker is in het verleden namens de Bond Heemschut betrokken geweest bij het project “Ruimte voor de Rivier”. Hij laat weten dat de oplossingen voor rivierverruiming bij Deventer aanvaardbaar zijn, hoewel zijn eerdere bedenkingen uiteraard niet volledig zijn weggenomen. Inspreker hoopt op een spoedige feitelijke realisering van het project.

Beantwoording

De inspraakreactie wordt voor kennisgeving aangenomen.

Conclusie

De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Rederij Eureka B.V.

Samenvatting inspraakreactie

Inspreekster voert in twee min of meer gelijkluidende brieven van dezelfde datum de volgende bezwaren aan.

  • A. Bij het vaststellen van het inrichtingsplan is de inspraakreactie van inspreekster genegeerd. Inspreekster verzoekt haar inspraakreactie op het inrichtingsplan als herhaald en ingelast te beschouwen.
  • B. Het voorontwerp bestemmingsplan vermeldt ten onrechte dat het Worpplantsoen zijn huidige inrichting en functies behoudt. In de overwegingen wordt namelijk vermeld dat de aanlegplaatsen voor salonboten komen te vervallen.
  • C. Inspreekster beschikt aan de Worp over een eigen ponton waaraan twee grote en één kleiner dagpassagiersschip kunnen liggen. Op grond van het plan komt dit ponton kennelijk te vervallen zonder dat met inspreekster over een gelijkwaardig alternatief gesproken is.
  • D. Inspreekster stelt dat de noodzaak voor opheffing of verplaatsing van haar bedrijf niet aannemelijk is en dat zij rechtmatig ligplaats heeft aan de Worp.

Beantwoording

  • A. Het inrichtingsplan “Ruimte voor de Rivier” is op 20 oktober 2009 door burgemeester en wethouders vastgesteld, en is in deze procedure niet aan de orde. De uitvoering van het inrichtingsplan is op dit moment in handen van de waterschappen Groot Salland en Veluwe. De opmerkingen die hierop betrekking hebben, worden aan de waterschappen doorgestuurd. Voor zover de opmerkingen betrekking hebben op het hebben van een ligplaats of ter hoogte van de Worp, of aan de Pothoofdkade dan wel een andere locatie, wordt verwezen naar hiernavolgende beantwoordingen onder B, C en D.
  • B. Dit berust op een interpretatieverschil. In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt met 'het Worpplantsoen' gedoeld op de parkachtige ruimte die is gelegen tussen de IJssel en de woonwijk de Hoven en waarin onder meer het IJsselhotel staat. De IJssel, meer specifiek het gedeelte ter hoogte van het IJsselhotel, wordt niet tot het Worpplantsoen gerekend. Bij deze omschrijving is de stelling dat het Worpplantsoen zijn huidige inrichting en functies behoudt, juist.
  • C. In het verleden is namens de gemeente met de rederijen gesproken over het innemen van ligplaatsen op andere locaties en het aan- en afmeren aan de Pothoofdkade. Hierbij is voor zover bekend in positieve zin gesproken over de hoogte waarin de Pothoofdkade op dit moment wordt uitgevoerd. Er kon dan ook van uitgegaan worden dat de Pothoofdkade een goed alternatief is voor het vervallen van de aan- en afmeerplaats aan de Worp. Overigens is de hoogte van de Pothoofdkade vergelijkbaar met de hoogte van de IJsselkade te Zutphen. In aanvulling op de Pothoofdkade zullen de rederijen onder voorwaarden aan het Wellepad kunnen aan- en afmeren wanneer daar ruimte voor is. De gemeente is voornemens de voormalige cebecohaven in te richten als ligplaats en is hierover in gesprek met Rijkswaterstaat. Er is onder deze omstandigheden dan ook geen noodzaak om de ligplaatsen ter hoogte van het IJsselhotel in het bestemmingsplan op te nemen.
  • D. In het geldende bestemmingsplan “Uiterwaarden 2004” is niet voorzien in ligplaatsen voor dagpassagiersschepen of salonboten ter hoogte van het IJsselhotel. Het ponton van inspreekster en haar gebruik daarvan zijn in strijd met het thans geldende bestemmingsplan. Dit gebruik wordt door de gemeente gedoogd maar inspreekster heeft formeel volgens het bestemmingsplan geen rechtmatige ligplaats aan de Worp. Hoewel hier al geruime tijd sprake is van een feitelijke situatie, wordt dit in het bestemmingsplan niet positief bestemd. Er is een alternatief beschikbaar en het inrichtingsplan voor het project “Ruimte voor de Rivier Deventer” sluit uit dat nog door partyschepen van de Worp gebruik wordt gemaakt. Het belang van een onbelemmerd zicht tussen beide IJsseloevers weegt zwaarder dan het belang van inspreker om van de huidige aan- en afmeerplaats gebruik te blijven maken. Daarnaast heeft Rijkswaterstaat Oost-Nederland in 2008 het “Ligplaatsenbeleidsplan RWS Oost-Nederland BPR-gebied” vastgesteld. Uit dit beleid volgt dat ter hoogte van het IJsselhotel geen ligplaatsen zijn toegestaan en dat Rijkswaterstaat Oost-Nederland, als beheerder van de IJssel ter hoogte van Deventer, geen ontheffing van dit verbod zal verlenen.

Conclusie

De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Rederij Thuishaven Deventer B.V.

Samenvatting inspraakreactie

Inspreekster kan zich in hoofdzaak in de plannen vinden, met uitzondering van de aan te leggen steiger en afmeerplaats voor de veerschepen aan de Worp ter hoogte van het IJsselhotel, de geprojecteerde en geplande schipbrug en de hier geprojecteerde aanlegplaats voor pleziervaart. De brief van inspreekster van 2 juni 2009, met een reactie op het inrichtingsplan “Ruimte voor de Rivier”, is onverkort van toepassing.

  • A. Inspreekster constateert dat de aan- en afmeerplaats voor de partyschepen wordt verplaatst naar de Pothoofdkade en merkt hierover het volgende op:
    • 1. Als gevolg van het ontwerp van de Pothoofdkade en de opbouw van de partyschepen is het gebruik van deze kade door de partyschepen niet of slechts met zeer veel moeite mogelijk.
    • 2. Het in- en ontschepen van minder valide passagiers, als die van de Zonnebloem organisatie, levert daardoor onoverkomelijke problemen op. Inspreker vraagt hoe burgemeester en wethouders dit voor zich zien.
    • 3. De Pothoofdkade biedt onvoldoende ruimte om alle schepen die Deventer als vaste ligplaats hebben en de passantenschepen die Deventer gebruikelijk aandoen, van een accommodatie in de vorm van een ligplaats te voorzien. De kade is te kort voor alle schepen die er gebruik van zullen maken.
    • 4. Inspreekster vraagt zich af waarom de eerder aangedragen oplossing, een aanlegplaats nabij het IJsselhotel, even ten noorden van de huidige aanlegplaats, niet naar voren is gebracht dan wel in overweging is genomen.
    • 5. Indien Rijkswaterstaat bezwaren zou hebben tegen dit voorstel, stelt inspreekster een overleg voor met alle betrokken partijen om alle bezwaren te inventariseren en te bekijken of deze kunnen worden weggenomen.

  • B. Inspreekster constateert dat aan de Worp een schipbrug annex lange pleinruimte is geprojecteerd, geïnspireerd door de schipbrug die hier in het verleden gelegen heeft en merkt hierover het volgende op:
    • 1. De vergelijking van het voorgestelde ontwerp is onjuist, misplaatst en misleidend met als uitkomst een onwenselijke situatie. De thans voorgestelde brug is op geen enkele wijze een afspiegeling van de vroegere brug.
    • 2. Vanwege constructie, omvang en capaciteit van de brug kan inspreekster als eigenaar en schipper van de veerdienst tussen beide zijden van de IJssel bij het aan- en ontschepen de veiligheid niet garanderen. Een constructie waarbij de brug op palen staat met aan het uiteinde een loopbrug die uitkomt op een drijvend ponton zou een beter alternatief zijn.
    • 3. Inspreekster maakt bezwaar tegen het voorgestelde materiaal van de schipbrug. Het voorgestelde hout zal onderhevig zijn aan het klimaat; aan schimmelvorming, houtrot, slijtage etc. Dit materiaal zal duur onderhoud vergen waarvan inspreker vermoedt dat het vanwege de kosten niet de hoogste prioriteit zal krijgen. Gesleten hout kan ook glad worden waardoor passagiers kunnen uitglijden en vallen. Een duurzamer en meer slijtvast materiaal als staal of aluminium zou een beter alternatief zijn.
    • 4. De stijger kan een hangplek voor jongeren worden en zo voor overlast zorgen. Gezien de geringe woningen in de nabijheid ontbreekt hier sociale controle. Regelmatige controle door de politie is niet te verwachten, dat gebeurt op dit moment ook al niet.
    • 5. In de thans voorliggende plannen zijn de palen verdwenen die op dit moment nog gebruikt kunnen worden voor reserve veerschepen. Hier wordt geen alternatief voor geboden.
    • 6. In de plannen is geen rekening gehouden met de mogelijkheid twee veerschepen tegelijkertijd aan te meren. Dit zal vooral problemen opleveren bij evenementen in de Deventer binnenstad, waarbij aanzienlijk meer passagiers van het veer gebruik maken dan normaal. Gelet op de te verwachten evenementen en bezoekersaantallen valt een vermindering van het aantal passagiers tijdens de evenementen niet te verwachten.
    • 7. Het ontbreken van de mogelijkheid om ten minste twee veerschepen aan te meren heeft ook gevolgen voor het voortzetten van de dagtochtjes die aan de gasten van het IJsselhotel worden aangeboden. Dit concept kan niet voortgezet worden als er geen ruimte is om naast het reguliere veer aan te meren om passagiers te laten in- en ontschepen. Inspreekster zal eventuele schade als gevolg hiervan op de gemeente verhalen.
    • 8. Indien de gemeente de plannen handhaaft zal inspreekster niet meewerken aan het realiseren van een aan- en afmeerplaats voor veerschepen aan het hoofd van de voorgestelde brug.

  • C. Inspreekster geeft aan dat de tot op heden plaatsgevonden gesprekken en overleggen haar zorgen niet weg hebben kunnen nemen. Zij acht voor haar positie het volgende relevant:
    • 1. Het bedrijf van inspreekster beschikt over de nodige vergunningen voor het verzorgen van de veerdienst.
    • 2. De veerdienst wordt geëxploiteerd met eigen schepen.
    • 3. Voor het aan en van boord laten gaan van passagiers maakt inspreekster gebruik van eigen pontons die zijn gelegen aan beide zijden van de IJssel.
    • 4. De veerdienst wordt al bijna 50 jaar geëxploiteerd door inspreekster en haar voorgangers. Er is sprake van lang gevestigde rechten die niet zomaar terzijde kunnen worden geschoven.
    • 5. Inspreker beschikt al sinds jaar en dag over de vereiste toestemmingen van Rijkswaterstaat.
    • 6. De veerdienst heeft zijn nut bewezen voor de vele passagiers van en naar de stad Deventer. Het publiek zou zeer teleurgesteld zijn als de veerdienst in de toekomst niet of onder nadeliger omstandigheden voortgezet zou kunnen worden.
    • 7. Eerdere gerechtelijke procedures tussen gemeente en inspreekster zijn door inspreekster altijd gewonnen. Hoewel dit geen garantie is voor de toekomst meent inspreekster uit juridisch oogpunt een goede positie te hebben.

Beantwoording

  • A. Een aan- en afmeerplaats meer ten noorden van de huidige, maar nog wel nabij het IJsselhotel, stuit net als de huidige locatie op het bezwaar dat dit het zicht tussen beide IJsseloevers zou belemmeren. Nu er een alternatieve aan- en afmeerplaats wordt geboden aan de Pothoofdkade kan het belang van een onbelemmerd zicht tussen de beide IJsseloevers zwaarder wegen dan het aan- en afmeren van partyschepen ter hoogte van het IJsselhotel.

In het verleden is namens de gemeente door onder meer de markt- en havenmeester met de rederijen gesproken over het aan- en afmeren aan de Pothoofdkade. Hierbij is voor zover bekend in positieve zin gesproken over de hoogte waarin de Pothoofdkade op dit moment wordt uitgevoerd. Er kon dan ook van uitgegaan worden dat de Pothoofdkade een goed alternatief is voor het vervallen van de aan- en afmeerplaats aan de Worp.

  • B. Dit onderdeel van de inspraakreactie heeft grotendeels betrekking op de feitelijke inrichting van het plangebied zoals die is neergelegd in het door burgemeester en wethouders vastgestelde inrichtingsplan. Over de constructie en het materiaalgebruik van de schipbrug is in het bestemmingsplan niets geregeld. Voor de omvang van de schipbrug wordt uitsluitend een maximale bouwhoogte gesteld en geen beperkingen aan de oppervlakte. Dit wil evenwel niet zeggen dat de mogelijkheden maximaal benut worden; dit is een aspect van feitelijke uitvoering dat in het bestemmingsplan niet aan de orde is. De uitvoering van het inrichtingsplan is op dit moment in handen van de waterschappen Groot Salland en Veluwe. De opmerkingen die hierop betrekking hebben, worden aan de waterschappen doorgestuurd.

De gemeente Deventer is zich bewust van de waarde die het huidig voetveer heeft voor de stad Deventer. Zij is echter van mening dat twee veerboten alleen noodzakelijk zijn op hoogtijdagen (boekenmarkt, Charles Dickens, etc.). Dit betreft slechts enkele dagen in het jaar. Om die reden, maar met name vanuit esthetisch oogpunt, is de gemeente van mening dat de schipbrug geschikt gemaakt dient te worden voor de aanleg van één voetveer en niet standaard voor twee voetveren. Op deze wijze wordt het waterplein voor het IJsselhotel en de schipbrug het beste ervaren, zowel vanaf Worpzijde als vanaf stadzijde. Op hoogtijdagen kan er voor gekozen worden om tijdelijk een voorziening te treffen dat er twee voetveren tegelijkertijd kunnen afmeren. Ook kan er voor gekozen worden om met de voetveren op en neer te pendelen of de veren niet in elkaars verlengde af te meren aan de brug maar naast elkaar, zodat de passagiers de schipbrug bereiken via het andere afgemeerde veer. Een en ander zal in de kaderegeling omschreven worden. Het werkschip (met brandstof en werkruimte) zal niet terugkomen in de nieuwe plannen, deze zal moeten verhuizen naar de nieuwe, nog te realiseren ligplaats in de haven.

  • C. De gemeente waardeert de inspanningen die (het bedrijf van) inspreekster al geruime tijd levert om de veerverbinding tussen de Worp en de binnenstad van Deventer te onderhouden. Het is dan ook niet de bedoeling dat het bestemmingsplan hier iets aan verandert. Dit neemt echter niet weg dat aan de aan- en afmeerlocatie van inspreker aan de Worp nog ruimtelijke kwaliteit kan worden toegevoegd door een schipbrug, althans een andere aanlegvoorziening dan de huidige, het verplaatsen van het werkschip naar de nog te realiseren ligplaats in de haven en het laten vervallen van de ligplaatsen van salonboten.

De gemeente erkent dat het bedrijf van inspreekster een nuttige functie vervult als verbinding tussen de beide IJsseloevers. De gemeente is evenwel niet van mening dat de veerdienst na uitvoering van het inrichtingsplan “Ruimte voor de Rivier” onder ongunstigere omstandigheden plaats zal vinden.

Conclusie

De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Hengelsportverenigingen en Hengelsportfederatie Oost Nederland

Samenvatting inspraakreactie

  • A. Ten aanzien van de Zandweerdplas merken insprekers het volgende op:
    • 1. Door de nieuwe inrichting valt er een groot deel van het huidige wedstrijdparcours voor de wedstrijdvissers weg. Insprekers verzoeken om aan de noord- en zuidkant een stuk in te richten voor de wedstrijdvisserij. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheid een stoeltje en viskoffer op de oever te plaatsen en voldoende waterdiepte aan de kant.
    • 2. Insprekers verzoeken ook gebruik te mogen maken van de parkeervoorziening en de botenhelling bij de watersportverenigingen. Hier is het veiliger parkeren dan aan de overkant van de Roland Holstlaan en Rembrandtkade en geeft minder overlast voor bewoners.

  • B. Ten aanzien van de IJssel bij Diepenveen merken insprekers het volgende op:
    • 1. Het is op dit moment al zeer moeilijk om de IJssel bij Diepenveen te bereiken. De stichting IJssellandschap staat slechts voor zes viswedstrijden in 2010 het gebruik van de Grondbergsweg toe, daarbuiten is de weg afgesloten met een hek.
    • 2. Een individuele visser kan er de auto ook niet kwijt.
    • 3. In de stukken van “Ruimte voor de Rivier” staat wel benoemd dat er nog gevist kan worden in dit deel van de IJssel, maar als er geen goede toegangsvoorzieningen worden gemaakt, wordt het vissen hier onmogelijk. Insprekers pleiten voor dubbele klaphekken of valhekken zodat vissers en recreanten op een goede en veilige manier naar het water kunnen komen. Deze hekken moeten een breedte hebben van ongeveer 1 meter om er met het materiaal door te kunnen. Overstapjes zijn gevaarlijk en een hindernis voor het materiaal.

  • C. Ten aanzien van de IJssel bij de Bolwerksweg merken insprekers het volgende op:
    • 1. De loopafstanden worden groter terwijl de hengelsportverenigingen eerder op betere parkeervoorzieningen en kortere afstanden aangedrongen hebben.
    • 2. Het stuk oever tussen de Wilhelminabrug en de pont valt helemaal weg, voor het stuk tussen de pont en de spoorbrug is een slagboom geplaatst zodat ook hier afstanden langer worden. Het stuk nabij het Diekhuus, waar de geul vanuit de Ossenwaard de IJssel in komt, is niet meer te bevissen omdat het stuk niet meer toegankelijk is.

  • D. Insprekers vragen of het mogelijk is een en ander te compenseren door:
    • 1. 10 à 15 parkeerplaatsen aan te leggen bij de spoorbrug aan de stadskant en gebruik te kunnen maken van de parkeervoorzieningen bij de Zandweerdplas.
    • 2. De parkeervoorzieningen bij het Bolwerk (daar waar de IJssel de Bolwerksweg het dichtst nadert) te voorzien van graskeien en een licht glooiend pad vanaf de weg de uiterwaarden in.

Beantwoording

De inspraakreactie heeft hoofdzakelijk betrekking op de feitelijke inrichting van enkele locaties in het bestemmingsplangebied. Het bestemmingsplan bepaalt niet tot in detail hoe locaties ingericht worden, maar welk gebruik en welke bebouwing daar maximaal zijn toegestaan. Erfafscheidingen, al dan niet met klap- of valhekken, en paden en verhardingen zijn toegestaan binnen de bestemmingen Agrarisch met waarden en Natuur. Hetgeen gevraagd wordt, is dus niet uitgesloten. In hoeverre ook van deze mogelijkheden gebruik gemaakt wordt, is een aspect van feitelijke uitvoering dat hier niet aan de orde is. De uitvoering van het inrichtingsplan is op dit moment in handen van de waterschappen Groot Salland en Veluwe. De opmerkingen die hierop betrekking hebben, worden aan de waterschappen doorgestuurd.

Of insprekers van bepaalde locaties gebruik mogen maken is in dit verband evenmin aan de orde. De gemeente voert momenteel overleg met de gezamenlijke watersportverenigingen en de hengelsport over het medegebruik van de (parkeer)voorzieningen bij het watersportcomplex. Uitgangspunt is dat partijen hier in goed overleg uitkomen.

Het bestemmingsplan regelt niet of ergens al dan niet gevist mag worden. De beslissing om dit toe te laten is uiteindelijk aan de eigenaar van de grond. Wel is het zo dat door de uitvoering van het inrichtingsplan een aantal trajecten van de IJssel minder bereikbaar wordt en voor een klein deel komt te vervallen. Dit is inherent aan de uitvoering van het plan en de noodzaak om de veiligheid tegen overstroming te vergroten.

Parkeervoorzieningen zijn opgenomen in het inrichtingsplan. Door de uitvoering van het plan zal de parkeersituatie voor de hengelsport over het algemeen verbeteren. Het creëren van parkeerplaatsen tussen de IJssel en de IJsselkade, ten noordwesten van de spoorbrug, is echter niet wenselijk. Geparkeerde auto's in dit deel van de uiterwaarden doen afbreuk aan het beeld van de groene IJsseloever.

Conclusie

De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Vogelwerkgroep IJsselstreek

Samenvatting inspraakreactie

  • A. Inspreker is ervan overtuigd dat het er met dit plan voor wat betreft de vogels alleen maar beter op wordt in en rond de IJssel.
  • B. Desondanks zou inspreker nog wat extra voorzieningen voor vogels en vogelaars zien in het plan. Ten eerste een aantal oeverzwaluwwanden, bijvoorbeeld in de Keizers- en Stobbenwaarden nabij de Natuurderij of op het eiland in de Ossenwaard.
  • C. Ook stelt inspreker voor een observatiehut te realiseren nabij de Natuurderij.
  • D. Inspreker heeft van de stichting IJssellandschap begrepen dat deze de ideeën van harte onderschrijft.

Beantwoording

  • A. De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen.
  • B. Het bestemmingsplan biedt binnen de bestemming 'Natuur' de mogelijkheid om bij de natuurfunctie behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op te richten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een oeverzwaluwwand. Of een dergelijke wand ook zal worden aangebracht is echter aan de eigenaar van de grond.
  • C. Een observatiehut is een, weliswaar klein, gebouw en is daarom niet toegestaan binnen de bestemming 'Natuur' en binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden', voor zover buiten de op de verbeelding aangeduide bouwvlakken. De gemeente is echter bereid een afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan op te nemen waarmee een observatiehut te zijner tijd gerealiseerd kan worden.
  • D. De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen.

Conclusie

Er wordt een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om eenmalig een observatiehut voor vogelkijkers te realiseren. Het gaat om maximaal één observatiehut binnen de bestemming Agrarisch met waarden of Natuur met een hoogte van maximaal 3 m en een oppervlakte van maximaal 15 m2.

Samenwerkende Deventer Watersportverenigingen

Samenvatting inspraakreactie

De samenwerkende Deventer watersportverenigingen zijn:

  • Roei- en Zeilvereniging Daventria
  • Zeil- en Motorbootvereniging Deventer
  • Deventer Watersport Vereniging
  • Sloeproeivereniging Daventre Portu

Insprekers maken een groot aantal opmerkingen over zowel de verbeelding van het bestemmingsplan, als de regels en de toelichting. Deze opmerkingen worden hieronder, in afwijking van de volgorde in de inspraakreactie, gegroepeerd samengevat.

  • A. Insprekers verzoeken op de verbeelding van het bestemmingsplan de grens van het bouwvlak ter hoogte van de Zandweerdplas 25 m. in noordelijke richting op te schuiven.
  • B. Ten aanzien van de regels van het bestemmingsplan merken insprekers het volgende op:
    • 1. Insprekers verzoeken artikel 16, 'Waterstaat – Waterstaatskundige functie', zodanig aan te passen dat het botenhuis bij recht mogelijk is zonder dat hiervoor een ontheffing moet worden verleend.
    • 2. Insprekers vragen waarom de realisatie en verplaatsing van de gebouwen van de watersportverenigingen mogelijk zijn gemaakt door middel van artikel 20, 'Algemene aanduidingsregels', en niet door bijvoorbeeld het bouwvlak positief te bestemmen.
    • 3. Het botenhuis van Daventria is 8,5 m. hoog en daarmee hoger dan 6 m. die in het bestemmingsplan maximaal wordt toegestaan. Insprekers verzoeken de maximale bouwhoogte ten opzichte van de waterspiegel te verhogen naar 9 m.
    • 4. Insprekers verzoeken in artikel 20.6 helder te omschrijven wat er voor het bepalen van het maximale bebouwingsoppervlak moet worden meegeteld en de maximaal toegestane oppervlakte van gebouwen te vergroten tot 1.800 m2.
    • 5. Insprekers verzoeken de toegestane hoogte van palen en masten in overeenstemming te brengen met de huidige situatie, waarin palen even hoog zijn als de kruin van de dijk en de mast op het dak van het botenhuis van Daventria 2 a 3 m. boven het dak uitsteekt.
    • 6. Insprekers verzoeken de toekomstige situatie van steigers en accommodaties explicieter te beschrijven in artikel 20.6.1, sub i.

  • C. Ten aanzien van de toelichting bij het bestemmingsplan merken insprekers het volgende op:
    • 1. De paragraaf 'Functionele structuur' van hoofdstuk 2 dient op de volgende punten te worden aangepast:
      • De ondertitel van deze paragraaf moet niet 'recreatie' zijn maar 'verenigingsgebonden watersport en recreatie'.
      • Niet in het noordelijke, maar in het zuidelijke deel van de Zandweerdplas is een roeivereniging gevestigd. Het verdient echter de voorkeur de situatie als volgt te omschrijven: “In het noordelijk deel van de plas zijn drie watersportverenigingen gevestigd, in het zuidelijke deel is de roeivereniging gevestigd”.
      • De plas wordt niet gebruikt voor en door de kanosport. De DKV heeft elders langs de IJssel eigen faciliteiten.
    • 2. In hoofdstuk 3 worden de procedure (milieueffect rapportage, m.e.r.) en het bijbehorende rapport (Milieu Effect Rapport, MER) niet juist aangeduid.
    • 3. Over de planbeschrijving in hoofdstuk 5 voor het gebied Zandweerdplas en Rembrandtkade wordt het volgende opgemerkt:
      • Gesproken wordt over een halfverhard wandelpad. Dit pad wordt ook gebruikt als 'coachpad' bij de roeisport en heeft in die zin ook een functie als fietspad. Het pad moet beschreven worden als “fiets/wandelpad”.
      • Gesproken wordt over een waterdiepte van 4 m. ten opzichte van de mediane waterstand, maar dit zou 2 m. ten opzichte van de laagste waterstand moeten zijn. Bij een geringere diepte maken waterplanten het zeilen en roeien onmogelijk.
      • In de toelichting en verklarende woordenlijst dient de term 'pieren' te worden vervangen door 'vlotten'.
      • In de tekst moet worden opgenomen dat het botenhuis van Daventria aan de noordzijde van het complex moet worden georiënteerd met de vlotten zuidwaarts op een afstand van circa 50 m. van de meest noordelijke steiger van het jachthavencomplex.
      • De drijvende steigers zouden geen loopvlak van hout, maar van een op hout lijkende kunststof moeten krijgen. Dit in verband met gladheid na regen, het verwijderen van vogelpoep en de bijtende bestanddelen van vogelpoep.
      • Niet alleen de locatie nabij Daventria, maar ook andere locaties in het gebied zouden in aanmerking moeten komen als winteropslag voor boten.

  • D. Tenslotte maken insprekers de volgende opmerkingen die niet specifiek op de verbeelding, regels en toelichting te herleiden zijn:
    • 1. Op het complex zijn een woonark en een woonboot aanwezig die het hele jaar door bewoond worden door de havenmeester van de Zeil- en Motorbootvereniging Deventer respectievelijk de beheerder van Daventria. Het bestemmingsplan moet in deze mogelijkheid voorzien.
    • 2. Insprekers pleiten voor een passende terreininrichting om langer geparkeerde auto's en boottrailers te beschermen tegen vandalisme en ander ongemak. De trailerhelling dient afsluitbaar te zijn voor niet-leden.
    • 3. Het bestemmingsplan dient te voorzien in de volgende, thans aanwezige, voorzieningen:
      • Overdekte fietsenstalling
      • Opvang afgewerkte olie c.a.
      • Vervangende bergplaats voor zeilen en andere inventaris van de jeugdboten/jollen
      • Afvalverzamelplaats/afvalverdeelstation op de wal, niet openbaar bereikbaar
      • Vuilwaterontvanginstallatie
    • 4. In het bestemmingsplan wordt nergens melding gemaakt van duurzaamheid. Insprekers menen dat het correct is om hier bij de ontwikkeling van het project rekening mee te houden.

Beantwoording

  • A. De gemeente Deventer hecht veel waarde aan een vrije zichtlijn vanaf de Roland Holstlaan op de IJssel-uiterwaarden. Om die reden wil de gemeente niet dat de zichtlijn overschreden wordt. Dit betekent dat de noordgrens van het bouwvlak gehandhaafd dient te blijven. Binnen het bouwvlak dient ook de uitbreiding van het clubhuis van Daventria plaats te vinden. Dit is mogelijk binnen het bouwvlak zoals dat in het voorontwerp was aangeduid. Een aanpassing van het bouwvlak is daarom op dit punt niet nodig.

  • B. De gemeente antwoordt als volgt:
    • 1. De dubbelbestemming 'Waterstaat – Waterstaatkundige functie' is aan het gehele plangebied toegekend omdat dit een belang betreft dat zo zwaar weegt, dat alle andere belangen hier aan ondergeschikt zijn. Het betreft hier het geschikt houden van het plangebied voor het afvoeren van water. Om ontwikkelingen die deze functie kunnen aantasten tegen te kunnen houden, is bebouwing in het gebied afhankelijk gesteld van een ontheffing. Bij het besluit omtrent een dergelijke ontheffing kan worden beoordeeld of het gevraagde bouwplan uit het oogpunt van de waterstaatkundige functie toelaatbaar is. Dit geldt voor alle gebouwen in het plangebied. Er is geen aanleiding voor botenhuizen een uitzondering op deze regel te maken. Het belang van ruimte voor de rivier weegt zwaarder dan het belang van de watersportverenigingen om voor het realiseren of verplaatsen van een botenhuis geen ontheffingsprocedure te hoeven doorlopen.
    • 2. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is ervoor gekozen om bij het toekennen van bestemmingen aan gronden aan te sluiten bij het primaire gebruik van de grond. Zo hebben de lager gelegen delen van de uiterwaarden de bestemming 'Natuur' gekregen en de hoger gelegen delen de bestemming 'Agrarisch met waarden'. De delen van het plangebied die normaal gesproken uit water bestaan hebben de bestemming 'Water' gekregen. Dit geldt ook voor de Zandweerdplas. Omdat de recreatieve functie van de Zandweerdplas zich over verschillende bestemmingen uitstrekt is ervoor gekozen de recreatieve functie mogelijk te maken door middel van een gebiedsaanduiding 'recreatiegebied'. In praktische zin is er echter geen verschil met de situatie waarin aan het gebied een bestemming 'Recreatie' zou worden toegekend.
    • 3. De maximale hoogte van (drijvende) bouwwerken wordt verhoogd naar 9 meter ten opzichte van de waterspiegel.
    • 4. Voor het maximaal bebouwde oppervlak worden meegeteld alle drijvende gebouwen. Niet meegeteld worden steigers en als zodanig herkenbare schepen die al dan niet permanent ter plaatse worden gebruikt ten behoeve van de functies van de jachthaven. Deze laatste categorie kan gezien worden als een normaal, in het beeld passend onderdeel van de (jacht)haven, waaraan het niet wenselijk is beperkingen te stellen. De oppervlakte van de steigers wordt beperkt door het op de verbeelding weergegeven bouwvlak maar kan verder vrij ingedeeld worden, al naar gelang hetgeen wenselijk is in verband met de afmetingen van de schepen die daar aanleggen. Alleen ten aanzien van de drijvende gebouwen, zoals het botenhuis van Daventria, die door hun uiterlijk minder vanzelfsprekend in het beeld van een (jacht)haven in de uiterwaarden passen, geldt een maximum oppervlakte. De oppervlakte van 1.400 m2 blijft gehandhaafd. Gelet op het hiervoor gemaakte onderscheid is de verwachting dat dit voldoende zal zijn voor de huidige en eventuele toekomstige drijvende gebouwen.
    • 5. De planregels zullen worden aangepast in die zin dat palen en masten die in het water staan maximaal even hoog mogen zijn als de kruin van de dijk (Roland Holstlaan en Rembrandtkade) en dat de hoogte van masten bevestigd op andere bouwwerken ten opzichte van de waterspiegel maximaal 12 meter mag bedragen (dit is de maximale hoogte van (drijvende) bouwwerken plus de aangevoerde hoogte van de mast op het botenhuis van Daventria).
    • 6. Verwezen wordt naar onderdeel 4.

  • C. De gemeente antwoordt als volgt:
    • 1. De opmerkingen over de paragraaf 'Functionele structuur' van hoofdstuk 2 worden overgenomen.
    • 2. Naar de mening van de gemeente worden in hoofdstuk 3 van de toelichting de juiste begrippen en afkortingen gebruikt.
    • 3. Over de hier gemaakte opmerkingen wordt als volgt overwogen:
      • Het bedoelde pad zal worden omschreven als '(halfverhard) pad'. Hierbij wordt in het midden gelaten of dit een fiets- of voetpad is of een combinatie van beide.
      • Het valt niet te garanderen dat er altijd sprake zal zijn van een minimale waterdiepte van 2 meter ten opzichte van de laagste waterstand. De tekst in de toelichting blijft dan ook gehandhaafd.
      • Voor zover van toepassing wordt in de toelichting de term 'pier' vervangen door 'vlot'. In de begripsbepalingen van artikel 1 is deze term niet opgenomen; dit hoeft dan ook niet gewijzigd te worden.
      • De toelichting bij het bestemmingsplan is er niet voor bedoeld om te omschrijven hoe gebieden moeten worden ingericht. Er kan hooguit een beoogde toekomstige situatie worden geschetst, maar dit heeft geen juridisch bindende status. Dit staat overigens nog los van de wenselijkheid van de door insprekers beschreven inrichting.
      • Hoewel de beschrijving van de toekomstige situatie ook op het materiaalgebruik van steigers ingaat, wordt in het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan, de verbeelding en de regels, geen specifiek materiaal voorgeschreven. Bestemmingsplannen bevatten in het algemeen geen regels op dit niveau. Van belang is of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De vraag welk materiaal wordt gebruikt voor de steigers is in dat kader niet van belang en wordt daarom in het bestemmingsplan ook niet dwingend voorgeschreven. Details, zoals materiaalgebruik, zijn uit hoofdstuk 5 Planbeschrijving verwijderd.
      • Binnen het bouwvlak zijn steigers toegestaan alsmede een beperkte oppervlakte aan drijvende gebouwen. Hoe dit verder ingedeeld wordt, bepaalt het bestemmingsplan niet. Evenmin schrijft het bestemmingsplan voor welk deel van het gebied als winterligplaats voor boten gebruikt kan worden.

  • D. De gemeente antwoordt als volgt:
    • 1. Deze opmerking wordt overgenomen. Aan de regels voor het gebied met de aanduiding 'recreatiegebied' zal worden toegevoegd dat de betreffende gronden tevens zijn bestemd voor twee (drijvende) bedrijfswoningen ten behoeve van een havenmeester en een beheerder.
    • 2. Dit is een uitvoeringsaspect dat in het bestemmingsplan niet aan de orde is. Binnen de aanduiding 'recreatiegebied' zijn onder andere erf- en terreinafscheidingen van maximaal 2 m. hoog toegestaan. Het terrein zou dus met hekken afgesloten kunnen worden. Of dat ook zal gebeuren is in deze bestemmingsplanprocedure niet aan de orde.
    • 3. Het bestemmingsplan maakt ter hoogte van de aanduiding 'recreatiegebied' een jachthaven mogelijk met de daarbij behorende bouwwerken. De genoemde voorzieningen vallen alle onder deze omschrijving. Een nadere specificering in de planregels is niet noodzakelijk.
    • 4. De toelichting zal hierop worden aangepast. Het gebruik van duurzame materialen kan in de regels van het bestemmingsplan echter niet dwingend worden voorgeschreven, aangezien dit geen ruimtelijk relevant onderwerp is.

Conclusie

Het bestemmingsplan wordt als volgt aangepast:

  • In lid 20.6.2 onder c is de bouwhoogte van gebouwen verhoogd van 6 m naar 9 m.
  • In lid 20.6.2 onder f is de bouwhoogte van palen en masten gespecificeerd.
  • De ondertitel van paragraaf 2.4 is veranderd van 'recreatie' naar ' Verenigingsgebonden watersport en recreatie'.
  • In paragraaf 2.4 is de verwijzing naar kanoën verwijderd, aangezien de plas niet gebruikt wordt voor en door de kanosport.
  • In paragraaf 2.4 is het volgende tekstvoorstel toegevoegd: “In het noordelijk deel van de plas zijn drie watersportverenigingen gevestigd, in het zuidelijke deel is de roeivereniging gevestigd".
  • In de eerste alinea van paragraaf 5.4 is het wandelpad omschreven als '(halfverhard) pad'.
  • In paragraaf 5.4 is de term pier(en) vervangen door vlot(ten).
  • In hoofdstuk 5 zijn verwijzingen naar details, zoals materiaalgebruik, verwijderd, omdat deze niet dwingend voorgeschreven kunnen worden in een bestemmingsplan.
  • Aan lid 20.6 is toegevoegd dat maximaal twee bedrijfswoningen toegestaan zijn.
  • Aan paragraaf 4.5 is een samenvatting van het beleidsstuk Visie duurzaam Deventer toegevoegd en in paragraaf 5.4 is toegevoegd dat zoveel mogelijk gebruik wordt van duurzame materialen bij (her)bouw.

Rederij Celjo

Samenvatting inspraakreactie

  • A. Aan inspreekster is een alternatieve ligplaats voor haar salonschepen voorgesteld aan de gashaven. Inspreekster wil de huidige ligplaats aan het verlaagde Wellepad echter graag behouden. Een aanvaardbaar alternatief is een ligplaats in de Zandweerdplas nabij de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Het is inspreekster niet duidelijk of het bestemmingsplan deze mogelijkheid ook openlaat.
  • B. Inspreekster heeft begrepen dat als alternatieve locatie voor het aan- en afmeren van haar schepen de nieuwe Pothoofdkade zal worden voorgesteld. Inspreekster geeft de voorkeur aan de huidige locatie aan het verlaagde Wellepad, die voor wat betreft uitstraling en ontsluiting gunstiger is. Het door de gemeente geboden alternatief zal in ieder geval moeten voldoen aan de eisen om ook rolstoelgebruikers de mogelijkheid te bieden aan boord te komen. Daarnaast wenst inspreekster niet voor hogere kosten komen te staan. Uit het bestemmingsplan wordt niet duidelijk wat de bedoeling van de gemeente is. Ook is niet duidelijk of het bestemmingsplan de huidige afmeerplek en de beoogde afmeerplek juridisch mogelijk maakt.

Beantwoording

  • A. Het bestemmingsplan “Ruimte voor de Rivier” voorziet niet in aan- en afmeervoorzieningen voor partyschepen ter hoogte van de rioolwaterzuiveringsinstallatie aan de Roland Holstlaan. Deze locatie maakt deel uit van de Zandweerdplas, die hoofdzakelijk bestemd is voor de watersportverenigingen. Het is ook overigens ongewenst om de Zandweerdplas ter hoogte van de rioolwaterzuiveringsinstallatie als ligplaats in te richten. Dit gebied behoort namelijk tot het begin van het buitengebied en is bovendien opgenomen in de Ecologische Hoofdstructuur. Een permanente ligplaats voor salonboten, nog afgezien van de hiervoor noodzakelijke voorzieningen, past niet in het beeld van het buitengebied en de Ecologische Hoofdstructuur.
  • B. Verwezen wordt naar de beantwoording bij inspreker Rederij Eureka B.V., onder C en D. De gemeente is voornemens de voormalige cebecohaven in te richten als ligplaats en is hierover in gesprek met Rijkswaterstaat. Het aan- en afmeren kan plaatsvinden aan de Pothoofdkade en bij laag water eventueel aan de Wellekade. Dit laatste slechts onder voorwaarden en wanneer er ook daadwerkelijk ruimte voor is. De Wellekade, waar inspreekster thans haar aan- en afmeerplaats heeft, is primair bestemd voor de beroepsscheepvaart. Dit wordt overigens niet tot in detail in het bestemmingsplan geregeld, maar in de Kaderegeling die op dit moment in voorbereiding is.

Conclusie

De inspraakreactie geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

Stichting IJssellandschap

Samenvatting inspraakreactie

Inspreekster is de toekomstig exploitante van de Natuurderij en heeft inmiddels een aanvang gemaakt met het ontwikkelen van het ontwerp voor de Natuurderij. Inspreekster ziet in relatie tot het bestemmingsplan drie punten die mogelijk in de weg staan aan de uitvoering van het ontwerp.

  • A. In het bestemmingsplan is een maximaal bebouwd oppervlak van 4.000 m2 genoemd. Dit is de netto benodigde bebouwingsoppervlakte, bruto is echter meer overkapte ruimte nodig. Naar aanleiding van de voorlopige studies verwacht inspreekster voor de diverse functies op het perceel, zowel in de zomer als in de winter, circa 6.500 m2 nodig te hebben. Hiernaast moet nog een niet-overkapte mestopslag van 1.000 m2 mogelijk zijn.
  • B. Inspreekster beoogt een bouwplan waarbij bouwperceel uit verschillende terrassen bestaat en waarbij de bebouwing verschillende vloerpeilen heeft. De vraag is van welk peil uitgegaan moet worden bij het bepalen van de bouwhoogte.

De hoogteverschillen tussen de hoger en lager gelegen delen van de Natuurderij dienen bouwkundig overkomen te worden, waardoor de toegestane goot- en bouwhoogtes soms overschreden worden, zonder dat er meer bouwprogramma gerealiseerd wordt.

Het is niet wenselijk om per afzonderlijk gebouw of terras nok- en goothoogtes vast te leggen. Het huidige ontwerp voorziet in één overkapping van alle gebouwen, waarbij er onder aan de overkapping een kraan is bevestigd waarmee bijvoorbeeld veevoer verplaatst kan worden. De nokhoogte van het hoogste terras is daarmee bepalend voor de rest van de (aangesloten) nokken.

Inspreekster ziet in het bestemmingsplan graag een omschrijving opgenomen, waarbij het mogelijk is om na goedkeuring van het ontwerp door bijvoorbeeld het kwaliteitsteam, de gemeente en het Oversticht, door burgemeester en wethouders een uitzondering voor dit gebouw te maken.

  • C. Inspreekster verzoekt om naast de toegestane functies facilitaire/ondersteunende horeca, dagrecreatie en educatieve voorzieningen en ondergeschikte detailhandel ook een kantoortje, overnachtingsmogelijkheden voor tijdelijke werknemers en stagiairs (maximaal vier) en kleinschalige horeca. De nu opgenomen 'facilitaire/ondersteunende horeca' interpreteert inspreekster als een kantine en ontvangstruimte, terwijl er op termijn ook de mogelijkheid zou moeten zijn om aan passanten en recreanten een kleinschalige horecavoorziening aan te bieden, gerelateerd aan het boerenbedrijf.

Beantwoording

  • A. De maximale bebouwde oppervlakte van 4.000 m2 was gebaseerd op een eerder concept ontwerp voor de Natuurderij. Inmiddels is het ontwerpproces verder gevorderd. De vergrote bouwoppervlakte van 6.500 m2 en 1.000 m2 voor een niet-overdekte mestopslag passen ruimschoots hetgeen normaal gesproken voor een volwaardige melkveehouderij toegestaan zou zijn. Met deze oppervlaktes wordt bovendien de projectdoelstellingen in het kader van de verlaging van de waterstand nog gehaald. Er is om deze reden geen bezwaar tegen de uitbreiding.
  • B. In het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan “Buitengebied” wordt voor agrarische bedrijfsbebouwing een maximale goothoogte van 5,5 m en een maximale bouwhoogte van 12 m voorgeschreven. Deze maten in combinatie met de definitie van het begrip 'peil' die is opgenomen in het voorontwerp bestemmingsplan zijn voldoende om het thans voorliggende ontwerp voor de bebouwing van de Natuurderij te realiseren.
  • C. Een kantoor, behorend bij en ten dienste aan een agrarisch bedrijf, is op dit moment al binnen de bestemmingsplanregels mogelijk. Een ondergeschikte administratieve functie moet als normaal onderdeel van een agrarisch bedrijf worden gezien en hoeft daarom niet expliciet in de bestemmingsomschrijving te worden vermeld.

Voor logiesvoorzieningen voor personeel ligt dat anders. Voor de huisvesting van werknemers is expliciet voorzien in de mogelijkheid om bij het agrarisch bedrijf één bedrijfswoning met een maximum inhoud van 750 m3 op te richten. Het onderbrengen van tijdelijke werknemers of stagiairs dient binnen deze 750 m3 geregeld te worden. De voorzieningen mogen echter niet het karakter van een tweede bedrijfswoning krijgen. Evenmin is het toegestaan om bijgebouwen te gebruiken voor bewoning. Deze opzet is in lijn met het gemeentelijk beleid, dat bewoning van het buitengebied zo veel mogelijk beoogt te beperken.

Met 'facilitaire/ondersteunende horeca' wordt tenslotte precies bedoeld wat inspreekster voor ogen heeft: een ondergeschikte horecafunctie voor het publiek dat de Natuurderij bezoekt. Dit volgt ook uit het onderdeel 'Natuurderij' van de in de toelichting opgenomen planbeschrijving. In het voorontwerp bestemmingsplan zijn hiervoor overigens geen maximum maten opgenomen. Op basis van het thans voorliggende ontwerp voor de bebouwing van de Natuurderij kan geconcludeerd worden dat een maximale oppervlakte voor horeca en detailhandel tezamen van 250 m2 voldoende is. De horeca- en detailhandelsvoorzieningen moeten binnen de maximale bebouwingsoppervlakte van 6.500 m2 worden ondergebracht.

Conclusie

Het bestemmingsplan wordt als volgt aangepast:

  • Op het perceel van de Natuurderij mogen gebouwen met een maximale oppervlakte van in totaal 6.500 m2 worden opgericht. Daarnaast mag een niet-overdekte mestopslag met een oppervlakte van 1.000 m2 worden opgericht.
  • Binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' wordt de maximale goothoogte teruggebracht tot 5,5 m en wordt de maximale bouwhoogte verhoogd naar 12 m.
  • De maximale oppervlakte voor horeca en detailhandel is 250 m2.