direct naar inhoud van 3.1 Milieueffectrapport (MER)
Plan: Ruimte voor de Rivier
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0150.D130-VG01

3.1 Milieueffectrapport (MER)

3.1.1 Waarom een MER?

Voor het bestemmingsplan Ruimte voor de Rivier geldt de verplichting om een milieueffectrapportage (MER) op te stellen, omdat de nieuwe geulen in de IJssel in een gebied worden aangelegd, dat vanwege de aanwezigheid van bijzondere plant- en diersoorten aangewezen is als beschermd natuurgebied in het kader van de Natuurbeschermingswet. De voorgenomen activiteit kan mogelijk leiden tot significante negatieve effecten voor de natuurwaarden, waardoor een Passende Beoordeling noodzakelijk is. In de EU-richtlijn Strategische Milieubeoordeling (2001/42/EG) is opgenomen, dat voor een Passende Beoordeling een planMER moet worden opgesteld.

Daarnaast is er sprake van winning van delfstoffen in een aantal winplaatsen die tezamen 100 ha of meer omvatten en in elkaars nabijheid liggen. Hiermee is de initiatiefnemer volgens het Besluit m.e.r. (categorie C.16.1) verplicht om een projectMER op te stellen. Om aan de verplichtingen van beide procedures te voldoen hebben de gemeente Deventer en de provincie Overijssel besloten om een gecombineerde projectm.e.r.-/ planm.e.r.-procedure te volgen voor de Deventer projecten. Het Milieueffectrapport is getiteld "planstudie Ruimte voor de Rivier Deventer" en bestaat uit de delen A en B (november 2010, 9S8656.D0, Royal Haskoning).

3.1.2 Doelstellingen MER

De planstudie Ruimte voor de Rivier Deventer kent twee hoofddoelstellingen:

  • 1. Veiligheid: een verlaging van de maatgevende hoogwaterstand ter plaatse van rivierkilometer (km) 942,5-943,5 met tenminste 17 cm én ter plaatse van km 946,5-947,5 met tenminste 10 centimeter.
  • 2. Ruimtelijke Kwaliteit: een bijdrage aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het gehele plangebied.

Het uiteindelijk doel is om te komen tot een inrichting waarin de uiterwaardvergravingen voldoen aan de doelstellingen voor veiligheid en ruimtelijke kwaliteit, waar de Deventenaar en de bezoeker veel genoegen aan zal beleven en waar de natuur de ruimte krijgt om zich te ontwikkelen.

Veiligheid

De regering heeft besloten dat onze rivieren meer water moeten kunnen afvoeren. Dit om de voorspelde toename van de maximale afvoer op te vangen en de wettelijke norm voor overstroming van 1:1250 te kunnen handhaven. Vóór 2015 moet zoveel extra ruimte worden gegeven aan de rivier, dat bij Lobith via de Rijn 16.000 m3/s water kan binnenkomen zonder dat de dijken langs de Rijntakken hoeven te worden verhoogd. Bij Deventer betreft het ongeveer 110.000 liter extra water per seconde dat door de IJssel gaat. Om de veiligheid in het gebied te garanderen zijn maatregelen nodig.

Ruimtelijke kwaliteit

Provincie en gemeente hechten beide groot belang aan een goede ruimtelijke kwaliteit van de geulen. Het streefbeeld voor het plangebied is dat alle betrokken thema's, met in achtneming van de riviermaatregelen, per saldo kwaliteitswinst boeken.

De geulen dienen goed te worden ingepast in het Deventer uiterwaardenlandschap. De omvang van de maatregelen en beperkte ruimte in het winterbed, in het bijzonder bij de stad, noodzaken tot een uiterst genuanceerde en zorgvuldige benadering. Eerste zorg en wens daarbij is dat de historische stad, het landschap, de natuur en het cultuurhistorisch erfgoed, en de waarden die deze vertegenwoordigen, behouden blijven of versterkt worden.

De veiligheidsopgave biedt ook een kans voor vernieuwing. Kansen zijn er voor de recreatie, het landschap, de natuur, de cultuurhistorie en voor vernieuwing van de relatie tussen stad, rivier en uiterwaarden. De bestaande knelpunten kunnen worden opgelost en er is ruimte voor plannen en initiatieven die het gebruik en de inrichting verrijken binnen randvoorwaarden die vanuit diverse wet- en regelgeving worden gesteld.

3.1.3 Voorkeursalternatief

In een MER worden de effecten van de voorgenomen activiteit (in dit geval het aanleggen van (neven)geulen in de IJssel) beschreven aan de hand van concrete oplossingsrichtingen, aangeduid als alternatieven. De alternatieven moeten zodanig zijn, dat ze voldoen aan de geformuleerde doelen en dus een oplossing bieden voor het beschermen van het achterliggende land tegen het rivierwater van de IJssel bij hoog water. Er is in het kader van het MER een brede verkenning uitgevoerd naar mogelijke oplossingen tegen hoog water van de IJssel nabij Deventer. Daarbij staan de twee hoofddoelstellingen centraal, zoals aangegeven veiligheid en ruimtelijke kwaliteit. Uiteindelijk moet worden gekomen tot een inrichting waarin de uiterwaardvergravingen voldoen aan de doelstellingen voor veiligheid en ruimtelijke kwaliteit, waar de Deventenaar en de bezoeker veel genoegen aan zal beleven en waar de natuur de ruimte krijgt om zicht te ontwikkelen.

De genoemde verkenning heeft uiteindelijk geleid tot het aanduiden van drie alternatieven (A, B en C). Gedeputeerde Staten van de provincie Overijssel en het college van burgemeester en wethouders van gemeente Deventer zijn overeengekomen, dat deze de basis zijn voor de effectbeoordeling, advies, overleg en consultatie. De effectbeoordeling heeft geleid tot de keuze voor een voorkeursalternatief c.q. een combinatie van voorkeursvarianten. Het voorkeursalternatief is samengesteld uit alternatief C met bouwstenen van B en is weergegeven in figuur 3.1.

afbeelding "i_NL.IMRO.0150.D130-VG01_0011.jpg"

Figuur 3.1: Voorkeursalternatief

In het hoofdstuk Randvoorwaarden van dit bestemmingsplan wordt nader ingegaan op het MER (paragraaf 6.2). Voor een hoger detailniveau wordt verwezen naar het MER zelf. In het MER wordt dieper ingegaan op de aard van de maatregelen die in de verschillende deelgebieden worden genomen.