direct naar inhoud van 3.3 Gemeentelijk beleid
Plan: Recreatieterreinen en recreatiewoningen gemeente Dalfsen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0148.RterwngDlfs-vs02

3.3 Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie Landelijk Gebied

De gemeente Dalfsen heeft een ontwerp-structuurvisie voor het landelijk gebied van haar gemeente vastgesteld.

3.3.1.1 Visie op het buitengebied (algemeen)

Dalfsen is een plattelandsgemeente bij uitstek. Bossen, landerijen, rivieren en weteringen geven het buitengebied van de gemeente zijn eigen kracht en identiteit. Het buitengebied is ook een gebied waar de mensen wonen, werken en recreëren. Landbouw is een belangrijke drager van de plattelandseconomie. In de richting van 2030 spreekt de gemeente de ambitie uit, die eerder al eens is verwoord in de Plattelandsvisie, dat zij streeft naar "een landelijk gebied waar het goed werken en wonen is, waar de plattelandseconomie voldoende perspectief heeft op een duurzaam voortbestaan en waar de landschappelijke kwaliteiten zo hoog zijn dat het gebied ook voor de langere termijn een belangrijke recreatieve aantrekkingskracht heeft ontwikkeld".

In deze gemeentelijke ambitie zitten drie kernbegrippen gevat: economische vitaliteit, landschappelijke (ruimtelijke) kwaliteit en duurzaamheid.

3.3.1.1.1 Economische vitaliteit

Voor een leefbaar landelijk gebied is economische dynamiek belangrijk. Ontwikkelingen bieden de mogelijkheid voor een continue vernieuwing van dat landelijk gebied. Juist deze vernieuwing is nodig om het landelijk gebied de rol te laten spelen die het al die jaren heeft vervuld: als productiegebied, als uitloopgebied voor dorpen en steden en als leef- en woongebied voor mens en dier.

De gemeente Dalfsen wil daarom de verschillende functies in het buitengebied de ruimte bieden die nodig is voor een goed toekomstperspectief.

3.3.1.1.2 Landschappelijke kwaliteit

Het landschap is de pijler onder het landelijk gebied van Dalfsen. De eigenheid en verscheidenheid van het landelijk gebied wil de gemeente blijvend versterken. Op deze manier wordt de herkenbaarheid van het landschap benadrukt en de verbondenheid van de inwoners van de gemeente met hun omgeving vergroot. De gemeente wil dat ontwikkelingen in het buitengebied een bijdrage leveren aan het verhogen van deze landschappelijke kwaliteiten en richt daarom haar inspanningen op een verhoging van de belevingswaarde van het landschap. Dat betekent ook dat alleen functies in het landelijk gebied een plek krijgen als deze een bijdrage leveren aan deze landschappelijke ambities.

3.3.1.1.3 Duurzaamheid

Uit de ambitie van de gemeente spreekt dat zij op een duurzame en verantwoorde manier met haar buitengebied wil omgaan, dat de gemeente goede keuzes wil maken voor de juiste functie op de juiste plek, op een goede wijze afgestemd op de aanwezige landschappelijke kwaliteiten. Bij het maken van deze keuzes en het ontwikkelen van een toetsingskader kijkt de gemeente naar deze duurzaamheidsaspecten vanuit drie oogpunten:

  • ecologische duurzaamheid: respecteren van de natuurlijke omgeving;
  • economische duurzaamheid: juiste plek voor voortbestaan functie ook voor de langere termijn;
  • sociale duurzaamheid: passend bij de Dalfsense karakteristiek en cultuur.

Als bij elke ontwikkeling op al deze drie aspecten een meerwaarde kan worden behaald, zal zich een steeds toekomstbestendiger landelijk gebied ontwikkelen.

3.3.1.2 Trends op het gebied van recreatie en toerisme

Het buitengebied biedt een keur aan mogelijkheden tot recreatie. In het vastgestelde Beleidsplan recreatie en toerisme 2011-2020 is aangegeven waar de kwaliteiten liggen van de gemeente Dalfsen. De gemeente Dalfsen heeft een gevarieerd landschap met cultuurhistorische elementen, zoals de aanwezige landgoederen en monumentale panden. Juist die gevarieerdheid van het landschap vormt een kwaliteit voor toeristen, recreanten en eigen inwoners.

De vrijetijdseconomie (toerisme, cultuur, recreatie en sport) vormt een belangrijke economische drager in het Vechtdal. Deze sector vormt een belangrijke bron van inkomsten. Ondanks de landschappelijke kwaliteiten is in de afgelopen 5 jaar het bezoek teruggelopen met 15%.

Wat betreft werkgelegenheid is het aantal werkzame personen in de toeristische sector de laatste 4 jaar licht gestegen. Waren er in 2004 nog 818 personen in de sector werkzaam (horeca 502; cultuur en recreatie 316), in 2008 waren dat in totaal 869 (horeca 509; cultuur en recreatie 360). Dit betekent voor de gemeente Dalfsen dat de recreatief-toeristische sector verantwoordelijk is voor circa 9% van het totale aantal banen.

Op basis van de toeristenbelasting van alle verblijfsaccommodaties binnen de eigen gemeente valt er vanaf 2006 een daling te bespeuren van het aantal overnachtingen. Deze daling lijkt zich echter te stabiliseren. Tabel 5 maakt dat duidelijk.

Aantal
overnachtingen  
         
  2006   2007   2008   2009   2010  
  227.000   210.000   197.000   187.000   188.000  

Verwachting

Ondanks een trendmatige daling van het aantal overnachtingen is de verwachting dat dagrecreatie en verblijfsrecreatie in de gemeente een belangrijke rol blijven spelen. In het Beleidsplan recreatie en toerisme 2011-2020 is een aantal concrete stimuleringsmaatregelen opgenomen die betrekking hebben op:

  • het stimuleren van routegebonden vormen van recreatie, waarbij de beleving van natuur, landschap en cultuurhistorie centraal staat;
  • het stimuleren van watergebonden recreatie, waarbij de Vecht een belangrijke centrale rol speelt;
  • uitbreiden en kwaliteitsverbetering van verblijfrecreatie.

De verwachting is dat deze stimulansen zullen bijdragen aan een groei van dag- en verblijfstoerisme. Ook de visie Rust en Drukte in het Vechtdal biedt aanknopingspunten voor een kwalitatieve impuls voor waterveiligheid, natuur en recreatie.

3.3.1.3 Beleid voor recreatie en toerisme

De ontwikkelingsmogelijkheden zijn per deelgebied (landschapstypes) en vervolgens op thema verwoord.

De recreatieterreinen liggen in landschapstypen 'Vecht en uiterwaarden' en 'Bos- en landgoederenlandschap'.

Voor de Vecht en uiterwaarden is het volgende beleid voor recreatie en toerisme verwoord: Het gebied van de Vecht heeft recreatieve potenties. Recreatieve ontwikkelingen zijn echter ondergeschikt aan landschappelijke en ecologische kwaliteiten. Alleen kleinschalige vormen van recreatie zijn toegestaan, passend binnen de landschappelijke kwaliteiten en alleen als ze daar ook een meerwaarde aan kunnen geven. Dit deelgebied leent zich niet voor nieuwe (verblijfs)recreatieterreinen.
Infrastructurele en/of andere voorzieningen ten behoeve van recreatieve en/of toeristische activiteiten worden tussendijks op slechts een beperkt aantal locaties toegestaan, maximaal zes. Onder andere bij de stuw bij Vilsteren, het voetgangersveer bij de Stokte, het strandje Bellingeweer, kades, passantenhaven en waterbelevingspark bij de kern Dalfsen en de stuw bij Vechterweerd.

Voor het bos- en landgoederenlandschap is het volgende beleid voor recreatie en toerisme verwoord: Het bos- en landgoederenlandschap heeft een grote recreatieve aantrekkingskracht, hetgeen wordt versterkt door de ligging nabij de Vecht. Routegebonden recreatie is volop mogelijk in het gebied. De toegankelijkheid van de landgoederen en van het gebied is daarbij een aandachtspunt.

De gemeente wil de recreatie in het gebied behouden, maar niet actief vergroten. De gemeente zoekt voor dit deelgebied een goede balans tussen een sterke recreatieve infrastructuur en goede omstandigheden voor de aanwezige natuurwaarden. Recreatie en natuur vragen om een goede zonering van activiteiten.

In principe zullen particuliere initiatieven die een versterking betekenen voor de recreatieve infrastructuur worden gefaciliteerd. Daarbij waakt de gemeente voor een inbreuk of een aantasting van de landschappelijke of natuurlijke kwaliteiten, die juist de trekker van het gebied zijn.

Voor nieuwe grootschalige dag- of verblijfsrecreatie ziet de gemeente in dit deelgebied geen mogelijkheden op nieuwe locaties.

3.3.2 Beleidsplan Recreatie en toerisme 2011-2020

Het beleidsplan geeft de gemeentelijke visie en voorstellen voor het uitbouwen van de toeristisch-recreatieve sector weer.

Het beleidsplan gaat in op de volgende aspecten:

  • Brengt potenties en ontwikkelingen in beeld.
  • Schenkt aandacht aan gemeentelijke toeristische recreatieve thema’s die uitgewerkt dienen te worden.
  • Geeft de mogelijkheden aan op toeristisch recreatief gebied om de relatie tussen de kernen en het omliggende landelijke gebied beleidsmatig te versterken.
  • Het versterken van de toeristisch recreatieve identiteit van de gemeente en doen van voorstellen die het imago van de gemeente doen aansluiten bij deze nieuwe versterkte identiteit (geherformuleerde imagoschets; bewust genieten, ruimte voor ondernemen, doen (actief recreëren, dichtbij).
  • Voorwaardenscheppend beleid voor het faciliteren van toeristische en recreatieve initiatieven.

Uitgangspunt is dat de verblijfsrecreatieve sector wordt gefaciliteerd met maatwerk. Deze insteek sluit aan bij het bestaand beleid zoals verwoord in de plattelandsvisie, de Nota Kampeerbeleid, het bestemmingsplan buitengebied Dalfsen en het bestemmingsplan buitengebied Nieuwleusen. Verblijfsrecreatie is een kwaliteit van de plattelandsgemeente Dalfsen.

Vanwege de huidige marktsituatie in de verblijfsrecreatie (dalend aantal overnachtingen) zal maatwerk geboden zijn met betrekking tot de mogelijkheden tot het uitbreiden van bestaand aanbod en mogelijkheden voor ontwikkeling van nieuw aanbod. Uitbreidingen en kwaliteitsverbetering van bestaand aanbod gaan voor nieuw. Zowel bij bestaand als nieuw aanbod wil de gemeente inspelen op mogelijkheden voor diversiteit. Maximering van de totale overnachtingscapaciteit is niet aan de orde.

De gemeente wil ruimtelijke kwaliteit en duurzaam toerisme stimuleren en ruimte/ondersteuning bieden voor onderscheidende en luxe vormen van verblijfsrecreatie of vestiging in karakteristieke panden. De gemeente stelt zich ook op pro-actief op tegenover agrotoerisme.

3.3.3 Nota Kampeerbeleid 2011 (versie augustus 2011)

In 2008 heeft de gemeenteraad haar beleid voor kamperen vastgelegd in de Nota Kampeerbeleid. In 2011 is dit beleid geëvalueerd. Deze evaluatie heeft geresulteerd in de Nota Kampeerbeleid 2011.

De nota maakt onderscheid in verschillende typen kampeerterreinen: kampeerterreinen, kleinschalig kamperen, kamperen op verenigingskampeerterreinen, natuurkampeerterreinen, kamperen buiten kampeerterreinen en kamperen voor eigen gebruik.

Deze uitgevoerde evaluatie en actualisatie van de Nota Kampeerbeleid uit 2008 is mede getoetst aan de bij de doelstelling (betere) kansen vanuit het beleidsplan recreatie en toerisme 2011 - 2020. Met als resultaten:

  • 1. Meer gasten.
  • 2. Meerdaagse beleving (seizoensverbreding van dag- en verblijfsrecreatie).
  • 3. Meer directe omzet binnen de recreatie of toeristisch-recreatieve gerelateerde sectoren (en voor horeca en middenstand).
  • 4. Meer lokale werkgelegenheid binnen de recreatief toeristische sector en gerelateerde sectoren.
  • 5. Actief inspelen op kansen die de toeristische markt biedt of beter kan benutten.

De Nota Kampeerbeleid 2011 zal na vaststelling door de raad worden uitgewerkt in het bestemmingsplan en in bijstelling van de APV.

De belangrijkste beleidslijn voor de kampeerterreinen is het loslaten van de maximale aantallen kampeer- of slaapplaatsen. Het is aan de ondernemer om te bepalen hoeveel kampeer- of slaapplaatsen op het eigen terrein inpasbaar zijn. Parkeren moet in voldoende mate op het eigen terrein plaatsvinden. Bergingen bij stacaravans of recreatiewoningen moeten in verband met de ruimtelijke kwaliteit (minder 'rommelig') inpandig zijn. Trekkershutten, stacaravans, tenthuisjes en experimenteerruimte (voor nieuwe kampeervormen) mogen maximaal 70 m2 groot zijn. De maximale hoogte bedraagt 5 meter. Afschermende beplanting met inheemse soorten om het terrein heen is verplicht. De maximale hoogte bedraagt 5 meter.

3.3.4 Beleid t.a.v. permanent bewonen recreatiewoningen

In 1994 is beleid inzake permanente bewoning van recreatiewoningen vastgesteld. Dit beleid houdt in het kort in dat permanente bewoning verboden is, behalve in die situaties waarin men op 1 juli 1994 al in het GBA op het adres van de recreatiewoning stond ingeschreven, of op een andere manier kon aantonen dat de woning op die datum permanent werd bewoond. In deze situatie kreeg de recreatiewoning de status "permanente bewoning toegestaan". De gedoogsituatie is objectgebonden, wat betekent dat ook rechtsopvolgers deze recreatiewoning permanent mogen bewonen.

Dit beleid is destijds gepubliceerd en aan alle eigenaren/gebruikers van recreatiewoningen in de gemeente Dalfsen toegezonden. Ook in de media is hier met verschillende artikelen aandacht aan besteed. Latere kopers van recreatiewoningen konden hierdoor precies weten of een recreatiewoning permanent mocht worden bewoond. Tot op heden is op dit beleid nog nooit een uitzondering gemaakt en is dit beleid door alle rechterlijke instanties erkend en in stand gehouden.

In dit bestemmingsplan wordt een gebruiksregeling opgenomen voor deze gedoogsituaties, zowel in de regels als in een bijlage.

3.3.5 Kadernota Integrale Veiligheid 2011-2014

De gemeente Dalfsen wil haar burgers een veilige leefomgeving bieden. In die zin draagt zij een belangrijke verantwoordelijkheid als het gaat om externe veiligheid. Om die verantwoordelijkheid in te vullen heeft de gemeenteraad van Dalfsen in december 2006 de eerste beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Op 26 maart 2012 heeft de gemeenteraad van Dalfsen het vernieuwde (geactualiseerde) externe veiligheidsbeleid vastgesteld.

Bij externe veiligheid gaat het om de risico’s voor de omgeving die samenhangen met het produceren, verwerken, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen. Deze risico’s doen zich voor rondom zowel risicovolle inrichtingen, transportassen als buisleidingen waarover / waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd.

De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving en beleidsnota’s. Invulling geven aan wettelijke verplichtingen en beleid vormen een belangrijk onderdeel van het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid. De laatste jaren is er op het gebied van wet- en regelgeving het nodige veranderd en werd een aanpassing en actualisatie van het beleid noodzakelijk.

Doel van het externe veiligheidsbeleid is om duidelijk te maken welke externe veiligheidsrisico's in de gemeente Dalfsen aanwezig zijn en hoe met deze en toekomstige risico's dient te worden omgegaan. Dit betekent dat onder meer invulling wordt gegeven aan de wettelijke verplichting om het groepsrisico en plaatsgebonden risico te overwegen.

De gemeente Dalfsen streeft naar een verantwoord evenwicht tussen risico's en de behoefte aan de activiteiten die de risico's veroorzaken. Daartoe conformeert de gemeente Dalfsen zich aan haar wettelijke verplichtingen. Daar waar de gemeente als bevoegd gezag een beoordelingsvrijheid heeft maakt zij in dit beleidsdocument keuzes op het gebied van externe veiligheid. Die keuzes hebben de vorm van algemene uitgangspunten en gebiedsgerichte ambities.

Algemene uitgangspunten

  • 1. Voor de toepassing van dit externe veiligheidsbeleid onderscheidt de gemeente Dalfsen vijf gebiedstypen: woongebieden, bedrijventerrein, recreatiegebieden, overige gebieden en transportzones.
  • 2. Een balans dient gevonden te worden tussen enerzijds wonen en werken en anderzijds veiligheid en risico, waarbij de nadruk ligt op veiligheid.
  • 3. In woongebieden staat de veiligheid voorop. In woongebieden worden dan ook geen nieuwe risicobronnen toegelaten.
  • 4. De gemeente heeft weinig ruimte voor de vestiging van zware industrie en bedrijven met een groot externe veiligheidsrisico.
  • 5. Op het bedrijventerrein en in het landelijke gebied accepteert de gemeente een enigszins minder streng veiligheidsregime en is de komst van inrichtingen met enige risicobelasting op de omgeving onder voorwaarden mogelijk.
  • 6. Waar zich ev-knelpunten voor (kunnen) doen, besteedt de gemeente vooral aandacht aan bronmaatregelen om het risico te verkleinen. Pas daarna komen effectmaatregelen aan de orde.
  • 7. Bij het beoordelen van risicosituaties worden aanvullend op de beoordeling van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico ook de mogelijke effecten en beheersbaarheid van een calamiteit betrokken. Hierbij wordt zorgvuldig rekening gehouden met het advies van de Veiligheidsregio in het kader van de verantwoordingplicht groepsrisico.

Gebiedsgerichte ambities

Vanuit de typeringen van de verschillende gebiedstypen streeft de gemeente naar operationalisatie van verschillende ambitieniveaus op het gebied van externe veiligheid.

Gebiedseigen kwaliteiten   Voornaamste bestemming recreatieve doeleinden.

Meest voorkomende activiteiten: recreëren, werken (hoofdzakelijk agrarisch bedrijvigheid) en wonen.

Vestiging van nieuwe risicobronnen is onder voorwaarden op bescheiden schaal mogelijk.

Voor bestaande risicovolle activiteiten geldt dat bij verkleining van de risicovolle activiteit de vergunde (omgevingsvergunning) risicoruimte wordt aangepast aan de nieuwe situatie, bij beëindiging van de risicovolle activiteit wordt de vergunde risicoruimte ingetrokken.

Geschikt voor (beperkt) kwetsbare objecten.
 
Ambities plaatsgebonden risico   Geen kwetsbare objecten binnen 10-6 van een risicobron (wet).

Beperkt kwetsbare objecten binnen 10-6 contour van een risicobron zijn ongewenst, tenzij er zwaarwegende redenen aanwezig zijn en indien noodzakelijke veiligheidsverhogende maatregelen worden toegepast (zie paragraaf 4.4).

Geen inrichtingsgrens overschrijdende 10-6 contour van een risicobron. De 10-6 contour van een risicobron moet binnen de inrichtingsgrens moet blijven. Uitzondering op deze regel betreft situaties waarin de PR 10-6 contour:
door het stimuleren van bronmaatregelen gereduceerd is, en daarna uitsluitend een gebied inneemt buiten de inrichtingsgrens waarbinnen nu en in de toekomst binnen de contour geen (beperkt) kwetsbare objecten gevestigd zijn of zullen worden. Ook wanneer deze contour binnen de inrichtingsgrens valt, besteedt de gemeente veel aandacht aan het treffen van bronmaatregelen.
 
Ambities groepsrisico   De omgang met de toelaatbaarheid van de hoogte van het groepsrisico wordt bepaald na het doorlopen van de wettelijke verantwoordingsprocedure en het bestuurlijk oordeel als uitkomst van een integrale belangenafweging. Daarbij zullen de gebiedseigen kwaliteiten sterk worden meegewogen.

Bij het onderzoek naar optimalisatie van externe veiligheid maakt de gemeente gebruik van de veiligheidsoptimalisatieprocedure, waarin een mechanisme is opgenomen dat volgordelijk aandacht besteed aan bronmaatregelen, omgevingsmaatregelen en maatregelen in termen van beheersbaarheid.