direct naar inhoud van 3.7 Archeologie/Cultuurhistorie
Plan: Ulohof
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0106.00BP20116F-C001

3.7 Archeologie/Cultuurhistorie

Archeologie

Archeologische waarden dienen op grond van de Monumentenwet 1988 te worden mee gewogen in de besluitvorming over ruimtelijke ingrepen.

Uitgangspunt van de wet is het vroegtijdig betrekken van archeologische belangen in de planvorming en het behoud van archeologische waarden in situ (ter plaatse). Ook wordt in de Monumentenwet 1988 uitgegaan van het zogenaamde 'veroorzakerprincipe'. Dit principe houdt in dat degene die de ingreep pleegt, financieel verantwoordelijk is voor behoudsmaatregelen of voor een behoorlijk onderzoek van eventueel aanwezige archeologische waarden.

Onderzoek

Voor de gehele voormalige locatie van het garagebedrijf Wander is in 2006 een archeologisch onderzoek verricht (bron: De Steekproef; Assen, Vaart ZZ/Wanderlocatie (Dr.), Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek; rapport 2006-06/05; juni 2006).

Naar aanleiding van een bureauonderzoek wordt de verwachtingswaarde voor archeologische vondsten laag geschat. Het terrein ligt buiten de historische kern van Assen. Eerder zijn bij ontwikkelingen op het terrein geen vondsten gemeld bij de Rijksdienst voor Archeologie, Monumentenzorg en Cultuurlandschappen (lees: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Veldonderzoek heeft geen archeologische grondsporen of indicatoren opgeleverd. De bodem is sterk verstoord waardoor oudere grondsporen mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Archeologisch vervolgonderzoek wordt niet nodig geacht.

Cultuurhistorie

Een deel van het plangebied ligt in het beschermd stadsgezicht van Assen.

De Drentsche Hoofdvaart, een kanaal met flankerende wegen waarlangs bebouwing staat, dat als één hoofdelement wordt gezien, wordt beschouwd als een belangrijk onderdeel van het Beschermde Stadsgezicht. De lineaire uitstraling is hierbij van grote waarde.

De regelingen die voortvloeien uit de status beschermd stadsgezicht, hebben onder meer betrekking op het behoud van de uiterlijke verschijningsvorm van de historische bebouwing en de omgeving.

In het plangebied zelf is geen historisch waardevolle bebouwing meer aanwezig. Wel verdient een zorgvuldige inpassing van de bebouwing de aandacht, waarbij de lineaire structuur leidend is.