direct naar inhoud van 4.2 Bodemkwaliteit
Plan: Hooltpad Zuid Oosterstreek
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0098.BPHooltpadZuid-VA01

4.2 Bodemkwaliteit

Algemeen

De tijd dat elke vervuiling moest worden aangepakt ligt achter ons. Belangrijkste criterium hierbij is of de vervuiling zodanig is, dat er sprake is van risico's voor gezondheid of milieu. In de praktijk blijken er vrijwel nooit risico's te zijn voor de gezondheid van mensen. Milieurisico's (verspreiding en ecologie) komen wel voor, maar meestal gaat het erom dat eventuele vervuilingen afstemming vereisen met bepaalde ontwikkelingen.

Op dit moment is er sprake van een omslag van saneren naar beheren en behoeven alleen de zogeheten "ernstige vervuilingen" in meer of mindere mate aangepakt te worden. De maatregelen worden daarbij afgestemd op de functie.

Regelgeving

Het nationale bodembeleid is geregeld in de Wet bodembescherming (Wbb). Het doel van de Wbb is om te voorkomen dat nieuwe gevallen van bodemverontreinigingen ontstaan. Voor bestaande bodemverontreinigingen is aangegeven in welke situaties (omvang en ernst van verontreiniging) en op welke termijn sanering moet plaatsvinden. Hierbij dient de bodemkwaliteit tenminste geschikt te worden gemaakt voor de functie die erop voorzien is, waarbij verspreiding van verontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie.

Door Ingenieursbureau Oranjewoud B.V. is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Verkennend bodemonderzoek grasland aan de Hooltpad te Oosterstreek, projectnr. 16546-233139, revisie 00, d.d. 19 juli 2010). In het uitgevoerde bodemonderzoek is overeenkomstig de NEN 5740 de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld.

Zintuiglijk

Zintuiglijk zijn er tijdens de veldwerkzaamheden geen bijzonderheden aangetroffen die duiden op het eventueel voorkomen van een bodemverontreiniging. Tijdens de terreininspectie en bij het uitvoeren van de boringen zijn geen asbestverdachte materialen in de grond waargenomen.

Grond

Uit de analyseresultaten blijkt dat er geen verhoogde gehalten zijn aangetoond. De gemeten gehalten zijn kleiner dan de achtergrondwaarde en/of detectiewaarden. Op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (zie tabel 4.1) wordt de grondslag beoordeeld als 'AW2000'.

Grondwater

Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater van peilbuis 6 een matig verhoogde concentratie aan nikkel is aangetroffen. Deze peilbuis ligt niet in het plangebied waar op basis van dit wijzigingsplan woningen gebouwd gaan worden. Een locatiespecifieke verontreiniging met nikkel in het grondwater wordt niet verwacht (geen bron bekend). Mogelijk is er een relatie de relatief lage pH in het grondwater. Verder zijn er enkele zware metalen in licht verhoogde concentraties aangetoond. De gehalten van de overige onderzochte componenten liggen beneden de streefwaarden en/ of detectiegrenzen. Het elektrisch geleidingsvermogen (EC) zijn niet afwijkend ten opzichte van een normale situatie. De zuurgraad (pH) is, zoals reeds aangegeven, relatief laag te noemen.

Conclusies en aanbevelingen

De vooraf opgestelde hypothese 'onverdachte locatie' wordt formeel verworpen. In het grondwater is een matig verhoogde concentratie aan nikkel aangetoond. Een locatiespecifieke verontreiniging met nikkel wordt echter niet verwacht (geen bron bekend). Naar alle waarschijnlijkheid kunnen de verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater worden toegeschreven aan natuurlijke omstandigheden, mede met het oog op de lage zuurgraad (pH) in peilbuis 6.

De onderzoeksresultaten geven op basis van de verwachte natuurlijke oorsprong geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek of sanerende maatregelen, omdat de (overige) gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende tussen- en interventiewaarde. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en de analyseresultaten van dit onderzoek.