direct naar inhoud van Artikel 15: Water
Plan: Goutum
Status: Vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0080.07001BP00-VG01

Artikel 15: Water

15.1. Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. waterlopen en waterpartijen;
  • b. oevers en paden;
  • c. aanleggelegenheid;

met de daarbijbehorende:

  • d. bruggen, ter plaatse van de aanduiding “brug”;
  • e. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder dammen en/of duikers.
15.2. Bouwregels
15.2.1. Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

15.2.2. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. er mogen geen steigers, vlonders en plankieren worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte van oeverbeschoeiingen zal ten hoogste 0,75 m bedragen;
  • c. bruggen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding “brug”;
  • d. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 2,00 m bedragen.
15.3. Afwijken van de bouwregels

Er kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:

  • het bepaalde in lid 15.2.2 sub b in die zin dat de bouwhoogte van oeverbeschoeiingen wordt verhoogd tot ten hoogste 1,00 m, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterstructuur en de waterhuishoudkundige situatie.
15.4. Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

  • het gebruik als ligplaats voor woonschepen dan wel andere vaartuigen die als zodanig gebruikt worden.
15.5. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
15.5.1. Vergunningplichtige werken en werkzaamheden

Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:

  • a. het wijzigen en/of dempen van waterlopen;
  • b. het vergraven van oevers.
15.5.2. Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 15.5.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden welke:

  • a. het normale onderhoud betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
15.5.3. Toetsingscriteria

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterstructuur en de waterhuishoudkundige situatie.