direct naar inhoud van Artikel 21 Wonen - Woongebouw
Plan: Aengwirderweg
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0074.BPNAengwirderweg-VG01

Artikel 21 Wonen - Woongebouw

 

21. 1.    Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Wonen - Woongebouw’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    een woongebouw;

met daaraan ondergeschikt:

b.    wegen en paden;

c.    water;

d.    nutsvoorzieningen;

met de daarbijbehorende:

e.    parkeervoorzieningen;

f.     tuinen, erven en terreinen;

g.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

21. 2.    Bouwregels

21. 2. 1. Voor het bouwen van een woongebouw gelden de volgende regels:

a.    het woongebouw zal binnen het bouwvlak worden gebouwd;

b.    het woongebouw zal niet worden voorzien van een lessenaarsdak;

c.    de goothoogte van het woongebouw zal ten hoogste 6,00 m bedragen;

d.    de dakhelling van het woongebouw zal ten minste 30° bedragen;

e.    de dakhelling van het woongebouw zal ten hoogste 60° bedragen.

21. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a.    de oppervlakte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal, voorzover gebouwd vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan, ten hoogste 2 m² bedragen;

b.    de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw dan wel het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m zal bedragen;

c.    de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.

21. 3.    Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen, ten behoeve van een goede woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing.

21. 4.    Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend:

 

a.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden;

b.    het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van detailhandel.

21. 5.    Afwijken van de gebruiksregels

Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de landschappelijke waarden, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:

 

-       het bepaalde in lid 21.4 onder a in die zin dat woongebouwen worden gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, mits:

1.    de bedrijfsvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning, met een maximum van 50 m²;

2.    er geen sprake is van bezoek;

3.    er geen buitenopslag van materiaal plaatsvindt.