direct naar inhoud van Artikel 11 Detailhandel - PDV
Plan: Dokkum Bûten de Bolwurken
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0058.081005-VA01

Artikel 11 Detailhandel - PDV

 

11. 1.    Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Detailhandel - PDV’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.    bedrijfsgebouwen ten behoeve van:

1.    perifere detailhandel, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel - ABC-goederen’, uitsluitend perifere detailhandel in ABC-goederen al dan niet met werkplaats is toegestaan;

2.    een tuincentrum, voorzover de gronden zijn voorzien van de aanduiding ‘tuincentrum’;

3.    horeca categorie 2, ter plaatse van de aanduiding ‘horeca van categorie 2’;

met de daarbijbehorende:

b.    parkeervoorzieningen;

c.    nutsvoorzieningen;

d.    tuinen, erven en terreinen;

e.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

11. 2.    Bouwregels

11. 2. 1. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van de in artikel 11 lid 11.1 sub a genoemde gebouwen gelden de volgende regels:

a.    als gebouw mogen uitsluitend bedrijfsgebouwen worden gebouwd;

b.    de gebouwen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd;

c.    voorzover grenzend aan de Murmerwoudsterweg dient de voorgevel van een gebouw in de naar deze weg gekeerde bouwgrens dan wel maximaal 2,00 m daarachter te worden gesitueerd;

d.    een gebouw dient te voldoen aan de aangegeven maatvoeringseisen;

e.    er mogen geen kassen worden gebouwd.

11. 2. 2. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

a.    de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 1,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevels(s) van het (hoofd)gebouw dat het dichtst aan de weg gesitueerd is en het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m mag bedragen;

b.    de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag ten hoogste 5,00 m bedragen.

11. 3.    Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

a.    een goede woonsituatie;

b.    de milieusituatie;

c.    de verkeersveiligheid;

d.    de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

11. 4.    Ontheffing van de bouwregels

11. 4. 1. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van:

a.    het bepaalde in artikel 11 lid 11.2.1 sub b en toestaan dat gebouwen (gedeeltelijk) buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits:

1.    er sprake is van een incidentele uitbreiding;

2.    uitsluitend ondergeschikte gebouwen geheel buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd.

11. 4. 2. De in artikel 11 lid 11.4.1 genoemde ontheffing kan uitsluitend worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:

a.    het straat- en bebouwingsbeeld;

b.    de woonsituatie;

c.    milieusituatie;

d.    de verkeersveiligheid;

e.    de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

11. 5.    Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van de gebouwen voor perifere en/of grootschalige detailhandel zodanig dat de verkoopvloeroppervlakte per detailhandelsbedrijf minder bedraagt dan 1.000 m²;

b.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van perifere detailhandel anders dan in de vorm van ABC-goederen, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel - ABC-goederen’;

c.    het gebruik van gebouwen voor bewoning;

d.    het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van opslag, voorzover het geen achtererf betreft, tenzij de gronden ter plaatse zijn voorzien van de aanduiding ‘opslag’, in welk geval (buiten)opslag is toegestaan.