direct naar inhoud van Artikel 17 Horeca
Plan: Bestemmingsplan Hellum-Siddeburen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0040.bp00020-41vg

Artikel 17 Horeca

17.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. horeca mits het een horecabedrijf categorie 1 betreft;
  • b. zakelijke dienstverlening;
  • c. maatschappelijke dienstverlening;

met daaraan ondergeschikt:

  • groenvoorzieningen;
  • nutsvoorzieningen;
  • water;
  • verhardingen;
  • parkeervoorzieningen

met de daarbij behorende tuinen, erven en additionele voorzieningen;

en tevens voor:

17.1.1 horecabedrijf categorie 2

ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 2': het uitoefenen van een een horecabedrijf categorie 2;

17.1.2 horecabedrijf categorie 3

ter plaatse van de aanduiding 'horeca tot en met horecacategorie 3': het uitoefenen van een horecabedrijf categorie 2 of horecabedrijf categorie 3;

17.1.3 horecabedrijf categorie logies

ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie logies': het uitoefenen van een horecabedrijf categorie logies;

17.1.4 wonen

ter plaatse van de aanduiding 'wonen' voor wonen, al dan niet in combinatie met een vrij beroep als opgenomen in Bijlage 3 Lijst vrije beroepen.

17.2 Bouwregels

Bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen, waarbij bestaande bouwwerken zijn toegestaan:

17.2.1 Bouwwerken beperking

Zie Artikel 43.

17.2.2 Bouwwerken algemeen
  • a. ter plaatse van de aanduiding 'wonen' mag ten hoogste 1 woning worden opgericht die uitsluitend binnen een bouwvlak mag worden gebouwd waarbij de woningen uitsluitend als hoofdgebouw of onderdeel van een hoofdgebouw (inpandig) mogen worden gebouwd;
  • b. de afstand tussen gebouwen en overkappingen op een bouwperceel bedraagt tenminste 1 meter, tenzij de gebouwen en/of overkappingen aaneen worden gebouwd.
17.2.3 Hoofdgebouwen

Voor wat betreft hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. hoofdgebouwen en woningen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het hoofdgebouw wordt (gedeeltelijk) geplaatst in de naar de weg gekeerde bouwgrens dan wel op ten hoogste de bestaande afstand van die bouwgrens;
  • c. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 3 meter bedragen;
  • d. de horizontale diepte en breedte van een hoofdgebouw mogen niet minder dan 5 meter bedragen;
  • e. de goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw en de woning mogen niet meer c.q. minder bedragen dan is aangeduid, of dan in het volgende bouwschema is bepaald, mits vanaf de ten hoogste toegestane goothoogte gebouwen worden afgedekt met hellende dakvlakken, waarvan de helling niet meer of minder bedraagt dan in het volgende bouwschema is bepaald, met uitzondering van:
    • 1. rechtopstaande gevelconstructies, waaronder ook topgevels zijn toegestaan;
    • 2. overschrijding van de (denkbeeldige) 60 graden-lijn door dakkapellen, schoorstenen en andere uitstekende bouwdelen van ondergeschikte betekenis;
      Goothoogte (in meter)   Bouwhoogte (in meter)   Dakhelling  
      ten hoogste 4,50   ten hoogste 10   tenminste 30° en ten hoogste 60°  
  • f. het hoofdgebouw mag niet plat worden afgedekt of met een lessenaarsdak, tenzij ter plaatse de aanduiding "specifieke bouwaanduiding lessenaarskap", dan wel "plat dak" geldt, alwaar een hoofdgebouw met een lessenaarsdak, respectievelijk een platte afdekking mag worden afgedekt.
17.2.4 Bijgebouwen en overkappingen

Voor wat betreft bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak en/of binnen een afstand van ten hoogste 25 meter buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits:
    • 1. bijgebouwen en overkappingen tenminste 3 meter achter het voorerf worden gebouwd;
    • 2. de afstand van een aangebouwd bijgebouw tot de perceelsgrens die het verst van de weg is gelegen of in voorkomend geval, het verst van de op het bouwperceel aangeduide gevellijn is gelegen, ten minste 7,50 meter bedraagt;
    • 3. voorzover gelegen buiten het bouwvlak mogen bijgebouwen en overkappingen op hoeksituaties uitsluitend worden gebouwd:
      • op een afstand van tenminste 5 meter vanaf de kant van de rijbaan zoals die blijkt uit de bij het plan behorende ondergrond;
      • tenminste 1 meter achter het verlengde van de voorgevel van het om de hoek gelegen hoofdgebouw op het belendende perceel;
  • b. op het voorerf mogen erkers, entreeportalen en vergelijkbare bouwwerken worden gebouwd, mits:
    • 1. de afstand van de voorgevel van de erker, entreeportaal of vergelijkbaar bouwwerk tot de voorgevel van het hoofdgebouw ten hoogste 1,50 meter bedraagt, mits de horizontale diepte van het bestemmingsvlak dat na de uitbreiding onbebouwd blijft, niet minder dan 2 meter zal bedragen;
    • 2. de breedte ten hoogste 50% van de breedte van het bijbehorende hoofdgebouw bedraagt;
    • 3. de overbouwde oppervlakte van het gebouw moet passen binnen de overbouwde oppervlakte genoemd in 17.2.4 sub d;
    • 4. de hoogte niet meer dan 3 meter bedraagt;
  • c. de goot- en bouwhoogte en dakhelling van bijgebouwen en overkappingen mogen niet meer c.q. minder bedragen dan in het volgende bouwschema is bepaald, met dien verstande dat voorzover bebouwing met een bouwhoogte van meer dan 3 meter, op minder dan 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd, de volgende voorwaarden gelden:
      • de nokrichting mag niet meer dan 30° afwijken ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrens, tenzij sprake is van een wolfseind dat gericht is op de zijdelingse perceelsgrens of;
      • indien het gebouw van 1 hellend dakvlak is voorzien, moet de lage gootlijn op de dichtstbijzijnde perceelsgrens zijn gericht;
          Goothoogte (in meter)   Bouwhoogte (in meter)   Dakhelling  
        Bijgebouw of overkapping   ten hoogste 3   ten hoogste 5,50   platte afdekking of meerzijdige kap van ten hoogste 60°  
  • d. de gezamenlijke overbouwde oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen, met uitzondering van bijgebouwen en overkappingen die zijn gelegen op gronden waarop een hoofdgebouw is toegestaan, mag niet meer bedragen dan in onderstaand bouwschema per categorie bouwpercelen is genoemd:
Oppervlakte bouwperceel in m²   Ten hoogste toegestane oppervlakte in m²  
  Totale oppervlakte bijgebouwen + overkappingen  
kleiner dan 200   50  
200-600   75  
600-1000   100  
groter dan 1000   150  
17.2.5 Bouwwerken geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen, gelden de volgende regels:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 100 m², met dien verstande dat overkappingen tot de ten hoogste toegestane oppervlakte onder 17.2.4 sub d worden geschaard;
  • b. de maatvoering mag niet meer bedragen dan zoals in het volgende bouwschema is bepaald:
Type bouwwerk   Maximale bouwhoogte (in meter)  
  voorerf   overig  
Erf- en terrein afscheidingen   1   2  
Palen en masten, niet zijnde reclamemasten   8   8  
Overkappingen   n.v.t.   zie bijgebouwen 17.2.4  
Overige bouwwerken, geen gebouw zijnde   1   5  
17.3 Afwijken van de bouwregels
17.3.1 Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan met inachtneming van 17.3.2 een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van:

  • a. het bepaalde in 17.2.3 sub b voor het bouwen op ten hoogste 3 meter achter de gevellijn of;
    • 1. ten hoogste 10 meter achter de gevellijn onder voorwaarde dat de situering van kwetsbare objecten en/of geluidsgevoelige gebouwen deze afwijking vereisen;
  • b. het bepaalde in 17.2.3 sub f en toestaan dat de goothoogte van een hoofdgebouw ten hoogste 6 meter bedraagt.
17.3.2 Afwijkingsvoorwaarden

Bij de toepassing van een onder 17.3.1 genoemde Afwijkingsbevoegdheid zijn de voorwaarden zoals genoemd in 44.2 sub c van toepassing.

17.4 Specifieke gebruiksregels
17.4.1 Toegestaan gebruik
  • a. Gebruik van de woning voor het uitoefenen van een bed & breakfast wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, mits wordt voldaan aan hetgeen is gesteld in de Bijlage 6 Beleidsregels recreatieve verblijfsaccommodaties.
  • b. Gebruik van de woning voor het uitoefenen van administratieve werkzaamheden met betrekking tot internetwinkels en telefonische verkoop van goederen wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, mits:
    • 1. klanten niet op het perceel komen;
    • 2. geen buitenopslag van goederen, die verband houden met de internetwinkel, plaatsvindt;
    • 3. verkeersbewegingen vergelijkbaar zijn met die voor een woonfunctie.
  • c. Gebruik van de bijbehorende gronden ten behoeve van de stalling van ten hoogste 1 toercaravan en/of boot wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt.
17.4.2 Strijdig gebruik

Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning, dan wel de mogelijkheid hiertoe door het aanwezig hebben van de benodigde essentiële woonvoorzieningen;
  • b. de opslag van aan hun gebruik onttrokken voer- of vaartuigen, werktuigen of machines of onderdelen daarvan, verpakkingsmaterialen, bouwmaterialen, bagger en grondspecie, afval, puin, grind of brandstoffen, anders dan in verband met normaal onderhoud of ter verwezenlijking van de bestemming;
  • c. het hebben van reclame-uitingen die geen betrekking hebben op de op het perceel plaatsvindende niet wederrechtelijke activiteiten.
17.5 Wijzigingsbevoegdheid
17.5.1 Wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen met inachtneming van 17.5.2 op basis van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening de bestemming Horeca wijzigen en een horecabedrijf categorie 2 toestaan onder de volgende voorwaarden:

  • a. het horecabedrijf krijgt bij de waardering volgens de systematiek beschreven in paragraaf 6.1.1 van Bijlage 8 Beleidsregels (ho)reca en ondersteunende (ho)recaminder dan 45 punten;
  • b. de aanduiding 'horeca van categorie 2' wordt op de verbeelding opgenomen;
  • c. de wijziging mag geen onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige opbouw vormen;
  • d. in de onmiddellijke omgeving zal moeten worden voorzien in voldoende parkeervoorzieningen.
17.5.2 Wijzigingsprocedure

Bij de toepassing van de onder 17.5.1 genoemde wijzigingsregels zijn de voorwaarden zoals genoemd in 44.2 eveneens van toepassing.