direct naar inhoud van Motivering
Plan: TAM-omgevingsplan Zonneparken gemeente Stadskanaal
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01

Motivering

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

De gemeente Stadskanaal is voornemens om de regeling voor tijdelijke zonneparken te wijzigen zodat afdwingbaar is dat de vijf verleende vergunningen voor grootschalige zonneparken die in de gemeente zijn verleend niet onbeperkt maar maximaal 30 jaar blijven staan. Deze tijdelijkheid is wel opgenomen in de individuele omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan opgenomen, maar niet aanwezig binnen de regels van de gemeentelijke omgevingsplan als verwoord in het Chw-bestemmingsplan gemeente Stadskanaal dat is vastgesteld op 8 april 2024. Om de tijdelijkheid ook in het omgevingsplan te borgen is dit wijzigingsplan voor het omgevingsplan zonneparken gemeente Stadskanaal nodig. Dit gebeurt op basis van een TAM-omgevingsplan.

1.2 Werkingsgebied

Het werkingsgebied ligt over vijf verschillende gebieden heen, door heel de gemeente. Het gaat om de volgende zonneparken:

nr.   locatie  
1   Nabij Barkelazwet en nabij Beumeesweg in Alteveer (Zonnepark Alteveer, 2 delen)  
2   Nabij Tweede Boerendiep in Musselkanaal (Zonnepark Musselkanaal)  
3   Nabij Noorderdiep 27 in Stadskanaal (Zonnepark Noorderdiep)  
4   Nabij Gedempte Vleddermond in Stadskanaal (Zonnepark Gedempte Vleddermond)  
5   Nabij Van Boekerenweg, Wildeplaats 1 in Stadskanaal (Zonnepark Noord)  

Tabel 1 locaties zonneparken

In onderstaande afbeeldingen zijn de gebieden te zien.

  • 1. Nabij Barkelazwet en nabij Beumeesweg in Alteveer (Zonnepark Alteveer, 2 delen)

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0002.png"
Figuur 1.1 ligging werkingsgebied Zonnepark Alteveer, 2 delen

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0003.png"
Figuur 1.2 ligging werkingsgebied Zonnepark Alteveer, 2 delen (bron: luchtfoto 2025)

  • 2. Nabij Tweede Boerendiep in Musselkanaal (Zonnepark Musselkanaal)

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0004.png"
Figuur 1.3 ligging werkingsgebied Zonnepark Musselkanaal

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0005.png"
Figuur 1.4 ligging werkingsgebied Zonnepark Musselkanaal (bron: luchtfoto 2025)

  • 3. Noorderdiep nabij 27 Stadskanaal in Stadskanaal (Zonnepark Noorderdiep)

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0006.png"
Figuur 1.5 ligging werkingsgebied Zonnepark Noorderdiep

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0007.png"
Figuur 1.6 ligging werkingsgebied Zonnepark Noorderdiep (luchtfoto 2025)

  • 4. Nabij Gedempte Vleddermond in Stadskanaal (Zonnepark Gedempte Vleddermond)

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0008.png"
Figuur 1.7 ligging werkingsgebied Zonnepark Gedempte Vleddermond

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0009.png"
Figuur 1.8 ligging werkingsgebied Zonnepark Gedempte Vleddermond (bron: luchtfoto 2025)

  • 5. Nabij Van Boekerenweg in Stadskanaal

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0010.png"
Figuur 1.9 ligging werkingsgebied Zonnepark Noord

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0011.png"
Figuur 1.10 ligging werkingsgebied Zonnepark Noord (bron: luchtfoto 2025)

1.3 Het omgevingsplan

Voor het werkingsgebied geldt het omgevingsplan van de gemeente Stadskanaal. Uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn de regels van het Chw bestemmingsplan gemeente Stadskanaal (vastgesteld 8 april 2024) van toepassing. De gronden in het werkingsgebied zijn aangewezen voor diverse bestemmingen maar allen hebben vanwege de verleende omgevingsvergunningen daarover heen een aanduiding 'overige zone – zonnepark'. Dit maakt het realiseren van een zonnepark mogelijk.

In onderstaande afbeeldingen is de bestemming van de diverse locaties vanuit het Chw-bestemmingsplan (bron: Regels op de kaart) opgenomen.

  • 1. Nabij Barkelazwet en nabij Beumeesweg in Alteveer (Zonnepark Alteveer, 2 delen)

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0012.png"
Figuur 1.11 uitsnede omgevingsplan gemeente Stadskanaal, Zonnepark Alteveer, westelijk deel (bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart)

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0013.png"
Figuur 1.12 uitsnede omgevingsplan gemeente Stadskanaal, Zonnepark Alteveer, oostelijk deel (bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart)

  • 2. Nabij Tweede Boerendiep in Musselkanaal (Zonnepark Musselkanaal)

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0014.png"
Figuur 1.13 uitsnede omgevingsplan gemeente Stadskanaal, Zonnepark Mussekanaal (bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart)

  • 3. Nabij Noorderdiep 27 in Stadskanaal (Zonnepark Noorderdiep)

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0015.png"
Figuur 1.14 uitsnede omgevingsplan gemeente Stadskanaal, Zonnepark Noorderdiep (bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart)

  • 4. Nabij Gedempte Vleddermond in Stadskanaal (Zonnepark Gedempte Vleddermond)

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0016.png"
Figuur 1.15 uitsnede omgevingsplan gemeente Stadskanaal, Zonnepark Gedempte Vleddermond (bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart) l

  • 5. Nabij Van Boekerenweg, Wildeplaats 1 in Stadskanaal (Zonnepark Noord)

afbeelding "i_NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01_0017.png"
Figuur 1.16 uitsnede omgevingsplan gemeente Stadskanaal, Zonnepark Noord (bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart)

1.4 Leeswijzer

In Hoofdstuk 2 van deze motivering wordt het voornemen beschreven. In Hoofdstuk 3 komt participatie en (voor)overleg aan de orde. Hoofdstuk 4 gaat in op het relevante beleid van rijk, provincie en gemeente. In Hoofdstuk 5 worden de milieu- en omgevingsaspecten besproken. Hoofdstuk 6 behandelt de juridische vormgeving van de wijziging omgevingsplan. Hoofdstuk 7 gaat in op de financieel-economische uitvoerbaarheid van het voornemen en Hoofdstuk 8 op het overgangsrecht en de inwerkingtreding. Tot slot wordt de procedure behandeld in Hoofdstuk 9.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

2.1 Bestaande activiteit/huidige situatie

Op dit moment zijn vijf omgevingsvergunningen verleend voor het realiseren van een zonnepark. Vier ervan zijn al gerealiseerd, voor één zal binnenkort de realisatie beginnen. In alle vijf vergunningen is opgenomen een maximale instandhoudingstermijn. Na die termijn moeten de parken afgebroken worden en de originele toestand hersteld worden.

Deze vergunningen zijn verwerkt in het tijdelijke deel van het omgevingsplan gemeente Stadskanaal, te weten in het Chw-bestemmingsplan uit 2024. In artikel 104.9 is de volgende regeling voor deze zonneparken opgenomen:

104.9 overige zone - zonnepark

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zonnepark' gelden de volgende regels:

104.9.1 Aanduidingsomschrijving

De voor 'overige zone - zonnepark' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar geldende bestemming(en), mede bestemd voor het opwekken en opslaan van energie door middel van het omzetten van zonlicht in elektriciteit en/of warmte met gebruik van zonnepanelen, met de daarbij behorende voorzieningen.

104.9.2 Bouwregels

  • a. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
    • 1. er zullen uitsluitend bedrijfsgebouwen en/of overkappingen ten behoeve van het opwekken, het opslaan en de distributie van duurzame energie, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes en een inkoopstation worden gebouwd;
    • 2. de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw of overkapping zal ten hoogste 3,00 m bedragen;
  • b. Voor het bouwen van zonnepanelen en de daarbij behorende voorzieningen gelden de volgende regels:
    • 1. per aanduidingsvlak zal ten hoogste één plaatsingssysteem worden toegepast;
    • 2. de zonnepanelen zullen pr aanduidingsvlak in één richting worden geplaatst;
    • 3. de bouwhoogte van de zonnepanelen zal ten hoogste 2,50 m bedragen.
  • c. Voor het bouwen van overige andere bouwwerken geldt de volgende regel:
    • 1. de bouwhoogte van terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,50 m bedragen.

104.9.3 Specifieke gebruiksregels

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zonnepark' is het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken slechts toegestaan indien de voor de percelen genoemd onder 5 tot en met 9 in bijlage 7 benodigde landschappelijke inpassing van de gronden is dan wel wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.

De provincie Groningen heeft niet ingestemd met deze regeling omdat niet voldaan is aan de regels uit de provinciale omgevingsverordening als genoemd in paragraaf 3.10.4 (zonne-energie) zoals hieronder opgenomen. Met name artikel 3.179 spreekt over een maximale instandhoudingstermijn van 30 jaar voor een zonnepark:

Paragraaf 3.10.4 Zonne-energie

Artikel 3.176 Oogmerken
Deze paragraaf bevat regels over de inhoud van omgevingsplannen en omgevingsvergunningen ten behoeve van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden.

Artikel 3.177 Aanwijzing en geometrische begrenzing zonneparken
Het gebied zonneparken is aangewezen en geometrisch begrensd in bijlage 2.

Artikel 3.178 Instructieregel zonneladder

  • 1. In een omgevingsplan dat voorziet in het plaatsen en in werking hebben van een zonnepark als bedoeld in artikel 3.179 wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik rekening gehouden met de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik en wordt de volgende prioritering bij het vinden van locaties voor de plaatsing van zonnepanelen aangehouden:
    • a. op daken en gevels;
    • b. op gronden binnen het stedelijk gebied;
    • c. op gronden met een andere primaire functie dan landbouwgrond, zoals voormalige slibdepots, gesloten stortplaatsen als bedoeld in artikel 8.47 Wet milieubeheer en in werking zijnde zandwinningsplassen;
    • d. op landbouwgronden;
  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing bij zonneparken binnen en/of aansluitend aan een bouwperceel, zoals bedoeld in artikel 3.179, derde lid, onder e.

Artikel 3.179 Instructieregel zonneparken - toegelaten gebieden

  • 1. Een omgevingsplan kan, met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik, voorzien in het plaatsen en in werking hebben van een zonnepark voor een periode van maximaal 30 jaar:
    • a. binnen het stedelijk gebied;
    • b. aansluitend aan het stedelijk gebied, als
      • de locatie en omvang van het zonnepark in overeenstemming is met een gemeentelijke gebiedsvisie zonne-energie waarmee Gedeputeerde Staten schriftelijk hebben ingestemd; en;
      • de mogelijkheden voor directe levering van de opgewekte energie aan lokale afnemers en financiële participatie van de lokale gemeenschap zijn betrokken bij de planvorming.
  • 2. Aan de omvang, situering en inrichting van het zonnepark, als bedoeld in het eerste lid, dient een
    (erf-) inrichtingsplan ten grondslag te liggen dat tot stand is gekomen met toepassing van de maatwerkmethode.
  • 3. Een omgevingsplan kan voorzien in het plaatsen en in werking hebben van een zonnepark voor een periode van maximaal 30 jaar:
    • a. binnen het gebied zonneparken:
    • b. op een als zodanig in het landschap herkenbaar voormalig slibdepot;
    • c. op een als zodanig in het landschap herkenbare gesloten stortplaats als bedoeld in artikel 8.47 Wet milieubeheer;
    • d. op in werking zijnde zandwinningsplassen;
    • e. binnen een bouwperceel in het buitengebied en/of aansluitend aan een bouwperceel, mits:
      • het op te stellen vermogen is afgestemd op het eigen energieverbruik op het perceel; en;
      • het aansluitende zonnepark zich ruimtelijk manifesteert als een hecht geheel met het bouwperceel en daar qua maatvoering ondergeschikt aan is.
  • 4. Aan de omvang, situering en inrichting van het zonnepark , als bedoeld in het derde lid, dient een
    (erf-) inrichtingsplan ten grondslag te liggen dat tot stand is gekomen met toepassing van de maatwerkmethode onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur en indien wordt voorzien in een opslaginstallatie, ook onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van omgevingsveiligheid;
  • 5. In het (erf-)inrichtingsplan, als bedoeld in het tweede lid en in het vierde lid, wordt in ieder geval rekening gehouden met:
    • a. de historisch gegroeide landschapsstructuur;
    • b. de afstand tot andere ruimtelijke elementen;
    • c. een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de voorzieningen voor de opwekking van zonne-energie.

Artikel 3.180 Instructieregel zonneparken - voorwaarden
Een omgevingsplan voorziet niet in het plaatsen en inwerking hebben van een zonnepark binnen:

  • a. op grond van de Omgevingswet beschermde dorpsgezichten;
  • b. wierden als bedoeld in artikel 3.89;
  • c. Natuurnetwerk Nederland - natuurgebieden als bedoeld in artikel 3.112;
  • d. Natuurnetwerk Nederland - natuur aanpassingsgebieden als bedoeld in artikel 3.114;
  • e. Natuurnetwerk Nederland - beheergebieden als bedoeld in artikel 3.116;
  • f. Natuurnetwerk Nederland - beheer aanpassingsgebieden als bedoeld in artikel 3.118;
  • g. Zoekgebied robuuste verbindingszone als bedoeld in artikel 3.120;
  • h. Bos- en natuurgebieden buiten Natuurnetwerk Nederland als bedoeld in artikel 3.122.

De provincie Groningen heeft met de gemeente Stadskanaal afgesproken dat deze regeling aangepast en gecorrigeerd zou worden in het omgevingsplan. Tot die tijd geldt een voorbereidingsbesluit Zonneparken gemeente Stadskanaal. Deze is gepubliceerd op 12 juli 2024 en geldt 1 ½ jaar. Aanvragen omgevingsvergunning voor het oprichten van een zonnepark in het werkingsgebied van dit voorbereidingsbesluit moeten worden geweigerd. Een en ander zoals verwoord in de beoordelingsregels van het besluit, zoals hieronder ingevoegd is.

Bijlage I. Voorbeschermingsregels

  • 1. Het is verboden om gronden te gebruiken voor een zonnepark dan wel bouwwerken op te richten voor een zonnepark. Hiervan uitgezonderd zijn gebruik en bouw conform de reeds verleende omgevingsvergunningen voor een zonnepark;

  • 2. De regels in artikel 104.9 van het Chw-bestemmingsplan Gemeente Stadskanaal buiten toepassing te verklaren. Uitgezonderd hiervan is, onder de voorwaarde dat de regels van artikel 1049 van toepassing blijven tot maximaal de instandhoudingstermijn die in de reeds verleende omgevingsvergunningen wordt genoemd, de uitvoering en instandhouding van de reeds verleende omgevingsvergunningen als bedoeld onder 1.

Om te voorkomen dat er zonneparken vergund moeten worden met een looptijd van meer dan 30 jaar, moet ook in het omgevingsplan een goede regeling opgenomen worden die daarin voorziet. Daartoe wordt in dit geval een TAM-omgevingsplan zonneparken gemeente Stadskanaal opgesteld.

2.2 Beoogde activiteit/toekomstige situatie

In de nieuwe situatie zijn binnen het werkingsgebied van het TAM-omgevingsplan geen zonneparken die een looptijd van meer dan 30 jaar kennen meer mogelijk. Het gaat om een administratieve correctie, de omgevingsvergunningen zijn ook voor maximaal, maar soms ook minder dan, 30 jaar verleend. Dit is echter niet compleet opgenomen in het Chw-bestemmingsplan uit 2024.

Hoofdstuk 3 Participatie en (voor)overleg

3.1 Vooroverleg/intaketafel

Over het concept omgevingsplan is vooroverleg gevoerd met de provincie. Omdat het gaat om een administratieve correctie van het omgevingsplan en er geen andere belangen betrokken zijn bij dit concept ontwerp plan, zijn er geen andere partijen om vooroverleg gevraagd. Deze worden wel betrokken tijdens de ontwerpfase, dus als het ontwerp ter inzage ligt.

De provincie Groningen heeft op 12 augustus 2025 gereageerd op het concept ontwerp TAM-omgevingsplan zonneparken gemeente Stadskanaal. De reactie was dat er geen aanleiding tot een inhoudelijke reactie was.

Vervolgens heeft de provincie naar aanleiding van het ontwerp TAM-omgevingsplan zonneparken gemeente Stadskanaal een informele reactie ingediend met het verzoek de termijn in het TAM-omgevingsplan te verduidelijken door een koppeling te maken met de termijn uit de verleende vergunning. Ook is de suggestie gedaan te bepalen wat er na de instandhoudingstermijn met het zonnepark gebeuren gedaan moeten worden.

Dit hebben we verwerkt door in de planregels van het vast te stellen TAM-omgevingsplan per werkingsgebied van elk zonnepark de bijbehorende uiterlijke instandhoudingstermijnen op te nemen en door te bepalen water met het zonnepark gebeuren moet en wel als volgt:

nr.   locatie  
1   Zonnepark Alteveer, 12 december 2048  
2   Zonnepark Musselkanaal, de termijn zoals genoemd in de omgevingsvergunning d.d. 20 november 2020 met zaaknummer Z2020-00005762, en wel onder paragraaf 1.5: 30 jaar gerekend vanaf het moment dat is aangetoond dat er geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging ten aanzien waarvan spoedige sanering noodzakelijk is of als door het bevoegd gezag ingestemd is met het saneringsplan  
3   Zonnepark Noorderdiep, 2 mei 2049  
4   Zonnepark Vleddermond, 20 december 2048  
5   Zonnepark Noord, 6 december 2048  

De nieuwe tekst (hieronder in geel gearceerd) van artikel 33.3.3 sub b wordt dan:

b. het plaatsen en in werking hebben van een zonnepark voor een periode van maximaal 30 jaar plaatsvindt waarbij de volgende uiterlijke instandhoudingstermijn geldt: 

    • 1. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – zonnepark Alteveer' 12 december 2048,
    • 2. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – zonnepark Musselkanaal' zoals genoemd in de omgevingsvergunning d.d. 20 november 2020 met zaaknummer Z2020-00005762, en wel onder paragraaf 1.5: 30 jaar gerekend vanaf het moment dat is aangetoond dat er geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging ten aanzien waarvan spoedige sanering noodzakelijk is of als door het bevoegd gezag ingestemd is met het saneringsplan,
    • 3. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – zonnepark Noorderdiep' 2 mei 2049,
    • 4. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – zonnepark Vleddermond' 20 december 2048,
    • 5. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – Zonnepark Noord' 6 december 2048.

c. de bestaande toestand hersteld is na afloop van de genoemde periode van 30 jaar. Het zonnepark met bijbehorende voorzieningen, waaronder de frames met panelen, overige bouwwerken, kabels en leidingen en aangelegde beplanting dienen verwijderd te zijn en te blijven na afloop van het uiterlijke instandhoudingstermijn van het betreffende zonnepark.

3.2 Participatie

Omdat het gaat om het juist verwerken van eerder al verleende omgevingsvergunningen voor het afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van de realisatie van een tijdelijk zonnepark is er geen participatie gevoerd.

Hoofdstuk 4 Beleidskader

4.1 Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie

Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan.
Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien:

  • a. een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en valleys;
  • b. over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed;
  • c. een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:

  • 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
  • 2. duurzaam economisch groeipotentieel;
  • 3. sterke en gezonde steden en regio's;
  • 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:

  • a. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;
  • b. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere;
  • c. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Het voornemen voor de zonneparken past binnen deze afwegingsprincipes nu het gaat om een administratieve correctie van in het tijdelijke omgevingsplan reeds eerder verwerkte verleende omgevingsvergunningen. Bij het verlenen van deze vergunning is getoetst op rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie provincie Groningen

Omgevingsvisie provincie Groningen (geconsolideerd, 23 november 2024)

De Omgevingsvisie van de provincie Groningen bevat de integrale lange termijnvisie van de provincie op de fysieke leefomgeving. Doel van de Omgevingsvisie is het aantrekkelijke woon- en leefklimaat in de provincie verder verbeteren. Het accent in het beleid ligt op het benutten van de ontwikkelingsmogelijkheden, naast het beschermen van de karakteristieke bebouwde en onbebouwde elementen. De provincie wil ruimte bieden voor ondernemerschap om in te spelen op de dynamische ontwikkelingen. Activiteiten lopen steeds meer door elkaar heen. Dat heeft gevolgen voor het ruimtegebruik. Functies, als bijvoorbeeld wonen en werken, zijn steeds minder van elkaar gescheiden. Door samenwerking met medeoverheden en andere partijen en het leveren van maatwerk wil de provincie haar doelen bereiken.

Een belangrijk doel van de Omgevingsvisie is op strategisch niveau samenhang aan te brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarom zijn in deze Omgevingsvisie zoveel mogelijk de visies op verschillende terreinen, zoals ruimtelijke ontwikkeling, landschap en cultureel erfgoed, natuur, verkeer en vervoer, water, milieu en gebruik van natuurlijke hulpbronnen, samengevoegd en inhoudelijk met elkaar verbonden. Er zijn ook onderdelen opgenomen van het provinciale beleid voor economie, energie en cultuur en welzijn, voor zover die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. In deze Omgevingsvisie is al het provinciale beleid dat op een of andere manier raakt aan de fysieke leefomgeving geformuleerd en geordend in vijf samenhangende thema's en elf provinciale 'belangen'.

RUIMTE

  • a. Ruimtelijke kwaliteit
  • b. Aantrekkelijk vestigingsklimaat
  • c. Ruimte voor duurzame energie
  • d. Vitale landbouw

NATUUR EN LANDSCHAP

  • e. Beschermen landschap en cultureel erfgoed
  • f. Vergroten biodiversiteit

WATER

  • g. Waterveiligheid
  • h. Schoon en voldoende water

MOBILITEIT

  • i. Bereikbaarheid

MILIEU

  • j. Tegengaan milieuhinder
  • k. Gebruik van de ondergrond

De Omgevingsvisie is een kaderstellend document voor de uitwerking van het beleid op deelterreinen door de provincie zelf en door gemeenten en waterschappen. Ook voor andere partijen (bedrijven) die iets willen dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, biedt de Omgevingsvisie houvast. De provincie wil met de Omgevingsvisie ruimte bieden en uitnodigen. Maar uit deze Omgevingsvisie vloeien ook richtlijnen en voorschriften voort die zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening. Hiermee werkt het omgevingsbeleid (ruimtelijke ordening, water, mobiliteit en milieu) door in plannen van gemeenten en waterschappen.

4.2.2 Omgevingsverordening provincie Groningen

Omgevingsverordening provincie Groningen (3 juli 2025)

De Omgevingsverordening Provincie Groningen (hierna Omgevingsverordening genoemd) bevat regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Groningen. Deze regels richten zich op de thema's ruimtelijke ordening, water, infrastructuur, milieu en ontgrondingen. De Omgevingsverordening (geconsolideerde versie 3 juli 2025) is nauw verbonden met de Omgevingsvisie provincie Groningen 2016 - 2020 zoals hierboven is beschreven. In hoofdstuk 2 zijn de relevante artikelen reeds benoemd. Wij verwijzen dan ook naar dat hoofdstuk.

4.3 Regionaal en gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid voor zonneparken is verwoord in de visie Stadskanaal op zon (2018) en de aanvulling Ruimtelijke visie oplaadzones Stadskanaal. De aangevraagde vergunningen zijn hieraan getoetst en akkoord bevonden. Daarop heeft het college de vergunningen verleend.
Dit TAM-omgevingsplan voorziet enkel in het juist administratief verwerken van deze verleende vergunningen als het gaat om de tijdelijkheid van maximaal 30 jaar.

Een en ander past dan ook in de beleidskaders van rijk, provincie, waterschap en gemeente.

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten

Nu het gaat om een administratieve correctie van vijf reeds verleende zonneparken is dit niet van toepassing. Het enige verschil met het geldende tijdelijke omgevingsplan is namelijk de toevoeging van de maximale instandhoudingstermijn van de zonneparken van 30 jaar.

Hoofdstuk 6 Juridisch systeem

6.1 Wijziging omgevingsplan

6.1.1 Omgevingsplan van rechtswege

Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Ook twee bodemkaarten en de hogere waarde besluiten maken deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen.

6.1.2 Toepassing TAM-IMRO

De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte - IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl.

Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat geeft aan dat TAM-IMRO plannen uiterlijk voor 1 januari 2032 moeten worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD).

De Vereniging Nederlandse Gemeente (VNG) gaat uit van twee varianten van een TAM-IMRO omgevingsplan: de Basisvariant en de Crisis- en herstelwet-variant. Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan is opgezet volgens de Basisvariant. Deze blijft qua vorm en inhoud zo dicht mogelijk bij een bestemmingsplan. Daarbij wordt uiteraard wel aan alle eisen van de Omgevingswet en bijbehorende AMvB's voldaan

6.1.3 Werkingsgebied

De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d, zonneparken gemeente Stadskanaal, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0037.TAMOP2502-on01 zoals vastgelegd op https//omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart. In Hoofdstuk 1 is een overzichtskaart van het werkingsgebied opgenomen, het werkingsgebied bestaat uit 6 werkingsgebieden: voor het zonnepark Alteveer zijn er de twee deelgebieden opgenomen en voor de andere vier zonneparken elk één gebied. De gebieden zijn in hoofdstuk 2 opgenomen en daar wordt dan ook naar verwezen.

6.1.4 Overzicht wijzigingen

De planregels van het omgevingsplan van rechtswege worden met dit TAM-IMRO omgevingsplan gewijzigd. Op dit moment is de regeling in het Chw-bestemming, artikel 104.9 als volgt opgenomen:

104.9 overige zone - zonnepark

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zonnepark' gelden de volgende regels:

104.9.1 Aanduidingsomschrijving

De voor 'overige zone - zonnepark' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar geldende bestemming(en), mede bestemd voor het opwekken en opslaan van energie door middel van het omzetten van zonlicht in elektriciteit en/of warmte met gebruik van zonnepanelen, met de daarbij behorende voorzieningen.

104.9.2 Bouwregels

  • a. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
    • 1. er zullen uitsluitend bedrijfsgebouwen en/of overkappingen ten behoeve van het opwekken, het opslaan en de distributie van duurzame energie, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes en een inkoopstation worden gebouwd;
    • 2. de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw of overkapping zal ten hoogste 3,00 m bedragen;
  • b. Voor het bouwen van zonnepanelen en de daarbij behorende voorzieningen gelden de volgende regels:
    • 1. per aanduidingsvlak zal ten hoogste één plaatsingssysteem worden toegepast;
    • 2. de zonnepanelen zullen pr aanduidingsvlak in één richting worden geplaatst;
    • 3. de bouwhoogte van de zonnepanelen zal ten hoogste 2,50 m bedragen.
  • c. Voor het bouwen van overige andere bouwwerken geldt de volgende regel:
    • 1. de bouwhoogte van terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,50 m bedragen.

104.9.3 Specifieke gebruiksregels

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zonnepark' is het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken slechts toegestaan indien de voor de percelen genoemd onder 5 tot en met 9 in bijlage 7 benodigde landschappelijke inpassing van de gronden is dan wel wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.

De volgende wijzigingen zijn aangebracht (zoals hieronder in geel aangegeven):

  • a. In artikel Algemeen (het huidige artikel 104.9.1) is de tijdelijkheid van een park toegevoegd: 'gedurende een periode van maximaal 30 jaar';
  • b. In artikel Regels voor gebruiksactiviteiten (het huidige artikel 104.9.3) is toegevoegd: het plaatsen en in werking hebben van een zonnepark voor een periode van maximaal 30 jaar plaatsvindt waarbij de volgende uiterlijke instandhoudingstermijn geldt:
    • 1. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – zonnepark Alteveer' 12 december 2048;
    • 2. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – zonnepark Musselkanaal' zoals genoemd in de omgevingsvergunning d.d. 20 november 2020 met zaaknummer Z2020-00005762, en wel onder paragraaf 1.5: 30 jaar gerekend vanaf het moment dat is aangetoond dat er geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging ten aanzien waarvan spoedige sanering noodzakelijk is of als door het bevoegd gezag ingestemd is met het saneringsplan;
    • 3. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – zonnepark Noorderdiep' 2 mei 2049;
    • 4. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – zonnepark Vleddermond' 20 december 2048;
    • 5. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – zonnepark Noord' 6 december 2048.
  • c. de bestaande toestand hersteld is na afloop van de genoemde periode van 30 jaar. Het zonnepark met bijbehorende voorzieningen, waaronder de frames met panelen, overige bouwwerken, kabels en leidingen en aangelegde beplanting dienen verwijderd te zijn en te blijven na afloop van het uiterlijke instandhoudingstermijn van het betreffende zonnepark.

33.3 overige zone - zonnepark
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zonnepark' gelden de volgende regels:

33.3.1 Algemeen

De voor 'overige zone - zonnepark' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar geldende bestemming(en), mede bestemd voor het gedurende een periode van maximaal 30 jaar opwekken en opslaan van energie door middel van het omzetten van zonlicht in elektriciteit en/of warmte met gebruik van zonnepanelen, met de daarbij behorende voorzieningen.

33.3.2 Regels voor bouwactiviteiten

  • a. Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
    • 1. er zullen uitsluitend bedrijfsgebouwen en/of overkappingen ten behoeve van het opwekken, het opslaan en de distributie van duurzame energie, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes en een inkoopstation worden gebouwd;
    • 2. de bouwhoogte van een bedrijfsgebouw of overkapping zal ten hoogste 3,00 m bedragen;
  • b. Voor het bouwen van zonnepanelen en de daarbij behorende voorzieningen gelden de volgende regels:
    • 1. per aanduidingsvlak zal ten hoogste één plaatsingssysteem worden toegepast;
    • 2. de zonnepanelen zullen per aanduidingsvlak in één richting worden geplaatst;
    • 3. de bouwhoogte van de zonnepanelen zal ten hoogste 2,50 m bedragen.
  • c. Voor het bouwen van overige andere bouwwerken geldt de volgende regel:
    de bouwhoogte van terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,50 m bedragen.

33.3.3 Regels voor gebruiksactiviteiten

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zonnepark' is het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een zonnepark slechts toegestaan indien:

  • a. de voor de percelen genoemd onder 5 tot en met 9 in bijlage 3 benodigde landschappelijke inpassing van de gronden is dan wel wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden;
  • b. het plaatsen en in werking hebben van een zonnepark voor een periode van maximaal 30 jaar plaatsvindt waarbij de volgende uiterlijke instandhoudingstermijn geldt:
    • 1. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – zonnepark Alteveer' 12 december 2048,
    • 2. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – zonnepark Musselkanaal' zoals genoemd in de omgevingsvergunning d.d. 20 november 2020 met zaaknummer Z2020-00005762, en wel onder paragraaf 1.5: 30 jaar gerekend vanaf het moment dat is aangetoond dat er geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging ten aanzien waarvan spoedige sanering noodzakelijk is of als door het bevoegd gezag ingestemd is met het saneringsplan;
    • 3. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – zonnepark Noorderdiep' 2 mei 2049;
    • 4. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – zonnepark Vleddermond' 20 december 2048;
    • 5. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – zonnepark Noord' 6 december 2048.
  • c. de bestaande toestand hersteld is na afloop van de genoemde periode van 30 jaar. Het zonnepark met bijbehorende voorzieningen, waaronder de frames met panelen, overige bouwwerken, kabels en leidingen en aangelegde beplanting dienen verwijderd te zijn en te blijven na afloop van het uiterlijke instandhoudingstermijn van het betreffende zonnepark.

6.2 Artikelsgewijze toelichting

De overige bestemmingen die ook gelden voor deze locaties zijn overgenomen uit het Chw-bestemmingsplan en zijn niet gewijzigd.

Het gaat om de volgende bestemmingen en aanduidingen:

zonnepark   bestemming   aanduiding/maatvoering etc  
Nabij Barkelazwet en nabij Beumeesweg in Alteveer   Bedrijf, Bedrijf – bouwen, (deel zandwinning)


Bos, Bos- bouwen, Bos – aanleggen
Groen, Groen – bouwen
Waarde – Archeologie 2
Waarde – Landschap  




maximum bebouwingspercentage (%): 2

overige zone - welstandsgebied algemeen  
Nabij Tweede Boerendiep in Musselkanaal   Agrarisch, Agrarisch – bouwen, Agrarisch – aanleggen
Water, Water – bouwen
Waarde – Archeologie 2
Waarde – Landschap  
geluidszone - industrie




wetgevingszone - wijzigingsgebied 1

overige zone - welstandsgebied algemeen
overige zone - welstandsgebied buitengebied  
Nabij Noorderdiep 27 in Stadskanaal   Agrarisch, Agrarisch – bouwen, Agrarisch – aanleggen
 
specifieke vorm van agrarisch – cultuurgrond
wetgevingszone – wijzigingsbevoegdheid 1
wetgevingszone – wijzigingsbevoegdheid 2

overige zone - welstandsgebied algemeen
overige zone - welstandsgebied buitengebied  
Nabij Gedempte Vleddermond in Stadskanaal   Agrarisch, Agrarisch – bouwen, Agrarisch – aanleggen   geluidszone - industrie

maximum bouwhoogte hoogtebeperkingsgebied (m): 75, 80, 85, 90,
95 en 100


overige zone - welstandsgebied algemeen
overige zone - welstandsgebied buitengebied  
Nabij Van Boekerenweg, Wildeplaats 1 in Stadskanaal   Agrarisch, Agrarisch – bouwen, Agrarisch – aanleggen
Bedrijf, Bedrijf – bouwen, (deel biomassavergistingsinstallatie)
Bedrijf – Nutsvoorziening, Bedrijf – Nutsvoorziening bouwen (trafostation)





Verkeer, Verkeer - bouwen
Leiding – Gas
Waarde – Archeologie 1
Waarde – Archeologie 2
Waarde – Landschap  
geluidszone - industrie

specifieke vorm van bedrijf – biomassavergistingsinstallatie
maximum goothoogte (m): 8,
maximum bouwhoogte (m): 12,
maximum bebouwingspercentage (%): 80
specifieke vorm van bedrijf – transformatorstation
maximum bouwhoogte (m) 6







overige zone - welstandsgebied algemeen
overige zone - welstandsgebied buitengebied
vrijwaringszone – straalpad

hoogtebeperkingsgebied (m): 100
wetgevingszone - wijzigingsgebied 1
veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen  

Hoofdstuk 7 Financieel-economische uitvoerbaarheid

7.1 Wettelijke kaders

Economische uitvoerbaarheid
In deze motivering is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan, in het verlengde daarvan, aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Vier van de vijf locaties zijn namelijk al gerealiseerd. De laatste zal ook op afzienbare termijn conform de vergunning gerealiseerd worden.

7.2 Toetsing

Kostenverhaal
Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat hier om kostenverhaal plichtige activiteiten als genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit, (hierna: 'een aangewezen bouwactiviteit'). Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte en/of een anterieure overeenkomst, cofinanciering, subsidies, gemeentelijk krediet, de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt/is verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit (Ob).

Nadeelcompensatie
In artikel 8.15 Ob worden de kostensoorten in de tabellen A en B van bijlage IV aangewezen als verhaalbare kostensoorten. In onderdeel A11 staat “Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet”. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die iemand onevenredig zwaar treft. Het kan gaan om directe of indirecte schade. Directe schade is het gevolg van inperking van bestaande rechten van de eigenaar. Indirecte schade wordt veroorzaakt door activiteiten in de omgeving. In titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie.
Nu het gaat om een administratieve correctie over het verwerken van reeds verleende omgevingsvergunningen speelt dit onderdeel niet.

Hoofdstuk 8 Overgangsrecht en inwerkingtreding

Ten aanzien van het bouwen is geregeld dat een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, toegestaan is. Dit is onder de volgende voorwaarden toegestaan,

  • 1. het bouwwerk mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • 2. het bouwwerk mag na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel, worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

.Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bovenstaande. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%. Deze regel geldt niet voor bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan of de daarvoor geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan of die beheersverordening.

Ten aanzien van het gebruik is aangegeven dat het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is echter verboden het met het TAM-plan strijdige gebruik te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

Wanneer het gebruik na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Deze regel is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan of de daarvoor geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan of die beheersverordening.

Hoofdstuk 9 Procedure en zienswijzen

Als het college heeft ingestemd met het ontwerp TAM-omgevingsplan geeft de gemeente kennis van het ontwerp-omgevingsplan en wordt dit ontwerp voor zes weken ter inzage gelegd. Iedereen heeft daarbij de mogelijkheid binnen die termijn te reageren op het ontwerpplan door middel van het indienen van een zienswijze. Eventuele zienswijzen worden te zijner tijd in deze paragraaf opgenomen.

Er zijn geen zienswijzen ingediend over het ontwerp. Wel heeft de provincie Groningen een informele reactie ingediend met als doel om de termijn van 30 jaar nog beter te borgen door een koppeling met de verleende omgevingsvergunning te maken. Dit is dan ook gebeurd en is in de definitieve versie van het TAM-omgevingsplan zonneparken gemeente Stadskanaal verwerkt zoals hierboven is benoemd.

Aan de hand van eventueel ingediende zienswijzen en/of overige wijzigingen wordt daarna een besluit genomen over de vaststelling van het TAM-omgevingsplan. Het vastgestelde plan kan daarna worden gepubliceerd. Na vaststelling van het omgevingsplan staat gedurende zes weken beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een wijziging van een omgevingsplan treedt in beginsel in werking op de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt.