| Plan: | TAM-omgevingsplan Zonneparken gemeente Stadskanaal |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0037.TAMOP2502-vs01 |
De gemeente Stadskanaal is voornemens om de regeling voor tijdelijke zonneparken te wijzigen zodat afdwingbaar is dat de vijf verleende vergunningen voor grootschalige zonneparken die in de gemeente zijn verleend niet onbeperkt maar maximaal 30 jaar blijven staan. Deze tijdelijkheid is wel opgenomen in de individuele omgevingsvergunningen voor het afwijken van het bestemmingsplan opgenomen, maar niet aanwezig binnen de regels van de gemeentelijke omgevingsplan als verwoord in het Chw-bestemmingsplan gemeente Stadskanaal dat is vastgesteld op 8 april 2024. Om de tijdelijkheid ook in het omgevingsplan te borgen is dit wijzigingsplan voor het omgevingsplan zonneparken gemeente Stadskanaal nodig. Dit gebeurt op basis van een TAM-omgevingsplan.
Het werkingsgebied ligt over vijf verschillende gebieden heen, door heel de gemeente. Het gaat om de volgende zonneparken:
| nr. | locatie |
| 1 | Nabij Barkelazwet en nabij Beumeesweg in Alteveer (Zonnepark Alteveer, 2 delen) |
| 2 | Nabij Tweede Boerendiep in Musselkanaal (Zonnepark Musselkanaal) |
| 3 | Nabij Noorderdiep 27 in Stadskanaal (Zonnepark Noorderdiep) |
| 4 | Nabij Gedempte Vleddermond in Stadskanaal (Zonnepark Gedempte Vleddermond) |
| 5 | Nabij Van Boekerenweg, Wildeplaats 1 in Stadskanaal (Zonnepark Noord) |
Tabel 1 locaties zonneparken
In onderstaande afbeeldingen zijn de gebieden te zien.
Figuur 1.1 ligging werkingsgebied Zonnepark Alteveer, 2 delen
Figuur 1.2 ligging werkingsgebied Zonnepark Alteveer, 2 delen (bron: luchtfoto 2025)
Figuur 1.3 ligging werkingsgebied Zonnepark Musselkanaal
Figuur 1.4 ligging werkingsgebied Zonnepark Musselkanaal (bron: luchtfoto 2025)
Figuur 1.5 ligging werkingsgebied Zonnepark Noorderdiep
Figuur 1.6 ligging werkingsgebied Zonnepark Noorderdiep (luchtfoto 2025)
Figuur 1.7 ligging werkingsgebied Zonnepark Gedempte Vleddermond
Figuur 1.8 ligging werkingsgebied Zonnepark Gedempte Vleddermond (bron: luchtfoto 2025)
Figuur 1.9 ligging werkingsgebied Zonnepark Noord
Figuur 1.10 ligging werkingsgebied Zonnepark Noord (bron: luchtfoto 2025)
Voor het werkingsgebied geldt het omgevingsplan van de gemeente Stadskanaal. Uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn de regels van het Chw bestemmingsplan gemeente Stadskanaal (vastgesteld 8 april 2024) van toepassing. De gronden in het werkingsgebied zijn aangewezen voor diverse bestemmingen maar allen hebben vanwege de verleende omgevingsvergunningen daarover heen een aanduiding 'overige zone – zonnepark'. Dit maakt het realiseren van een zonnepark mogelijk.
In onderstaande afbeeldingen is de bestemming van de diverse locaties vanuit het Chw-bestemmingsplan (bron: Regels op de kaart) opgenomen.
Figuur 1.11 uitsnede omgevingsplan gemeente Stadskanaal, Zonnepark Alteveer, westelijk deel (bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart)
Figuur 1.12 uitsnede omgevingsplan gemeente Stadskanaal, Zonnepark Alteveer, oostelijk deel (bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart)
Figuur 1.13 uitsnede omgevingsplan gemeente Stadskanaal, Zonnepark Mussekanaal (bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart)
Figuur 1.14 uitsnede omgevingsplan gemeente Stadskanaal, Zonnepark Noorderdiep (bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart)
Figuur 1.15 uitsnede omgevingsplan gemeente Stadskanaal, Zonnepark Gedempte Vleddermond (bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart) l
Figuur 1.16 uitsnede omgevingsplan gemeente Stadskanaal, Zonnepark Noord (bron: Omgevingsloket - Regels op de kaart)
In Hoofdstuk 2 van deze motivering wordt het voornemen beschreven. In Hoofdstuk 3 komt participatie en (voor)overleg aan de orde. Hoofdstuk 4 gaat in op het relevante beleid van rijk, provincie en gemeente. In Hoofdstuk 5 worden de milieu- en omgevingsaspecten besproken. Hoofdstuk 6 behandelt de juridische vormgeving van de wijziging omgevingsplan. Hoofdstuk 7 gaat in op de financieel-economische uitvoerbaarheid van het voornemen en Hoofdstuk 8 op het overgangsrecht en de inwerkingtreding. Tot slot wordt de procedure behandeld in Hoofdstuk 9.
Op dit moment zijn vijf omgevingsvergunningen verleend voor het realiseren van een zonnepark. Vier ervan zijn al gerealiseerd, voor één zal binnenkort de realisatie beginnen. In alle vijf vergunningen is opgenomen een maximale instandhoudingstermijn. Na die termijn moeten de parken afgebroken worden en de originele toestand hersteld worden.
Deze vergunningen zijn verwerkt in het tijdelijke deel van het omgevingsplan gemeente Stadskanaal, te weten in het Chw-bestemmingsplan uit 2024. In artikel 104.9 is de volgende regeling voor deze zonneparken opgenomen:
104.9 overige zone - zonnepark
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zonnepark' gelden de volgende regels:
104.9.1 Aanduidingsomschrijving
De voor 'overige zone - zonnepark' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar geldende bestemming(en), mede bestemd voor het opwekken en opslaan van energie door middel van het omzetten van zonlicht in elektriciteit en/of warmte met gebruik van zonnepanelen, met de daarbij behorende voorzieningen.
104.9.2 Bouwregels
104.9.3 Specifieke gebruiksregels
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zonnepark' is het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken slechts toegestaan indien de voor de percelen genoemd onder 5 tot en met 9 in bijlage 7 benodigde landschappelijke inpassing van de gronden is dan wel wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
De provincie Groningen heeft niet ingestemd met deze regeling omdat niet voldaan is aan de regels uit de provinciale omgevingsverordening als genoemd in paragraaf 3.10.4 (zonne-energie) zoals hieronder opgenomen. Met name artikel 3.179 spreekt over een maximale instandhoudingstermijn van 30 jaar voor een zonnepark:
Paragraaf 3.10.4 Zonne-energie
Artikel 3.176 Oogmerken
Deze paragraaf bevat regels over de inhoud van omgevingsplannen en omgevingsvergunningen ten
behoeve van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het beschermen van
landschappelijke of stedenbouwkundige waarden.
Artikel 3.177 Aanwijzing en geometrische begrenzing zonneparken
Het gebied zonneparken is aangewezen en geometrisch begrensd in bijlage 2.
Artikel 3.178 Instructieregel zonneladder
Artikel 3.179 Instructieregel zonneparken - toegelaten gebieden
Artikel 3.180 Instructieregel zonneparken - voorwaarden
Een omgevingsplan voorziet niet in het plaatsen en inwerking hebben van een zonnepark binnen:
De provincie Groningen heeft met de gemeente Stadskanaal afgesproken dat deze regeling aangepast en gecorrigeerd zou worden in het omgevingsplan. Tot die tijd geldt een voorbereidingsbesluit Zonneparken gemeente Stadskanaal. Deze is gepubliceerd op 12 juli 2024 en geldt 1 ½ jaar. Aanvragen omgevingsvergunning voor het oprichten van een zonnepark in het werkingsgebied van dit voorbereidingsbesluit moeten worden geweigerd. Een en ander zoals verwoord in de beoordelingsregels van het besluit, zoals hieronder ingevoegd is.
Bijlage I. Voorbeschermingsregels
Om te voorkomen dat er zonneparken vergund moeten worden met een looptijd van meer dan 30 jaar, moet ook in het omgevingsplan een goede regeling opgenomen worden die daarin voorziet. Daartoe wordt in dit geval een TAM-omgevingsplan zonneparken gemeente Stadskanaal opgesteld.
In de nieuwe situatie zijn binnen het werkingsgebied van het TAM-omgevingsplan geen zonneparken die een looptijd van meer dan 30 jaar kennen meer mogelijk. Het gaat om een administratieve correctie, de omgevingsvergunningen zijn ook voor maximaal, maar soms ook minder dan, 30 jaar verleend. Dit is echter niet compleet opgenomen in het Chw-bestemmingsplan uit 2024.
Over het concept omgevingsplan is vooroverleg gevoerd met de provincie. Omdat het gaat om een administratieve correctie van het omgevingsplan en er geen andere belangen betrokken zijn bij dit concept ontwerp plan, zijn er geen andere partijen om vooroverleg gevraagd. Deze worden wel betrokken tijdens de ontwerpfase, dus als het ontwerp ter inzage ligt.
De provincie Groningen heeft op 12 augustus 2025 gereageerd op het concept ontwerp TAM-omgevingsplan zonneparken gemeente Stadskanaal. De reactie was dat er geen aanleiding tot een inhoudelijke reactie was.
Vervolgens heeft de provincie naar aanleiding van het ontwerp TAM-omgevingsplan zonneparken gemeente Stadskanaal een informele reactie ingediend met het verzoek de termijn in het TAM-omgevingsplan te verduidelijken door een koppeling te maken met de termijn uit de verleende vergunning. Ook is de suggestie gedaan te bepalen wat er na de instandhoudingstermijn met het zonnepark gebeuren gedaan moeten worden.
Dit hebben we verwerkt door in de planregels van het vast te stellen TAM-omgevingsplan per werkingsgebied van elk zonnepark de bijbehorende uiterlijke instandhoudingstermijnen op te nemen en door te bepalen water met het zonnepark gebeuren moet en wel als volgt:
| nr. | locatie |
| 1 | Zonnepark Alteveer, 12 december 2048 |
| 2 | Zonnepark Musselkanaal, de termijn zoals genoemd in de omgevingsvergunning d.d. 20 november 2020 met zaaknummer Z2020-00005762, en wel onder paragraaf 1.5: 30 jaar gerekend vanaf het moment dat is aangetoond dat er geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging ten aanzien waarvan spoedige sanering noodzakelijk is of als door het bevoegd gezag ingestemd is met het saneringsplan |
| 3 | Zonnepark Noorderdiep, 2 mei 2049 |
| 4 | Zonnepark Vleddermond, 20 december 2048 |
| 5 | Zonnepark Noord, 6 december 2048 |
De nieuwe tekst (hieronder in geel gearceerd) van artikel 33.3.3 sub b wordt dan:
b. het plaatsen en in werking hebben van een zonnepark voor een periode van maximaal 30 jaar plaatsvindt waarbij de volgende uiterlijke instandhoudingstermijn geldt:
c. de bestaande toestand hersteld is na afloop van de genoemde periode van 30 jaar. Het zonnepark met bijbehorende voorzieningen, waaronder de frames met panelen, overige bouwwerken, kabels en leidingen en aangelegde beplanting dienen verwijderd te zijn en te blijven na afloop van het uiterlijke instandhoudingstermijn van het betreffende zonnepark.
Omdat het gaat om het juist verwerken van eerder al verleende omgevingsvergunningen voor het afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van de realisatie van een tijdelijk zonnepark is er geen participatie gevoerd.
Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan.
Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien:
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:
Het voornemen voor de zonneparken past binnen deze afwegingsprincipes nu het gaat om een administratieve correctie van in het tijdelijke omgevingsplan reeds eerder verwerkte verleende omgevingsvergunningen. Bij het verlenen van deze vergunning is getoetst op rijksbeleid.
Omgevingsvisie provincie Groningen (geconsolideerd, 23 november 2024)
De Omgevingsvisie van de provincie Groningen bevat de integrale lange termijnvisie van de provincie op de fysieke leefomgeving. Doel van de Omgevingsvisie is het aantrekkelijke woon- en leefklimaat in de provincie verder verbeteren. Het accent in het beleid ligt op het benutten van de ontwikkelingsmogelijkheden, naast het beschermen van de karakteristieke bebouwde en onbebouwde elementen. De provincie wil ruimte bieden voor ondernemerschap om in te spelen op de dynamische ontwikkelingen. Activiteiten lopen steeds meer door elkaar heen. Dat heeft gevolgen voor het ruimtegebruik. Functies, als bijvoorbeeld wonen en werken, zijn steeds minder van elkaar gescheiden. Door samenwerking met medeoverheden en andere partijen en het leveren van maatwerk wil de provincie haar doelen bereiken.
Een belangrijk doel van de Omgevingsvisie is op strategisch niveau samenhang aan te brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarom zijn in deze Omgevingsvisie zoveel mogelijk de visies op verschillende terreinen, zoals ruimtelijke ontwikkeling, landschap en cultureel erfgoed, natuur, verkeer en vervoer, water, milieu en gebruik van natuurlijke hulpbronnen, samengevoegd en inhoudelijk met elkaar verbonden. Er zijn ook onderdelen opgenomen van het provinciale beleid voor economie, energie en cultuur en welzijn, voor zover die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. In deze Omgevingsvisie is al het provinciale beleid dat op een of andere manier raakt aan de fysieke leefomgeving geformuleerd en geordend in vijf samenhangende thema's en elf provinciale 'belangen'.
RUIMTE
NATUUR EN LANDSCHAP
WATER
MOBILITEIT
MILIEU
De Omgevingsvisie is een kaderstellend document voor de uitwerking van het beleid op deelterreinen door de provincie zelf en door gemeenten en waterschappen. Ook voor andere partijen (bedrijven) die iets willen dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, biedt de Omgevingsvisie houvast. De provincie wil met de Omgevingsvisie ruimte bieden en uitnodigen. Maar uit deze Omgevingsvisie vloeien ook richtlijnen en voorschriften voort die zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening. Hiermee werkt het omgevingsbeleid (ruimtelijke ordening, water, mobiliteit en milieu) door in plannen van gemeenten en waterschappen.
Omgevingsverordening provincie Groningen (3 juli 2025)
De Omgevingsverordening Provincie Groningen (hierna Omgevingsverordening genoemd) bevat regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Groningen. Deze regels richten zich op de thema's ruimtelijke ordening, water, infrastructuur, milieu en ontgrondingen. De Omgevingsverordening (geconsolideerde versie 3 juli 2025) is nauw verbonden met de Omgevingsvisie provincie Groningen 2016 - 2020 zoals hierboven is beschreven. In hoofdstuk 2 zijn de relevante artikelen reeds benoemd. Wij verwijzen dan ook naar dat hoofdstuk.
Het gemeentelijk beleid voor zonneparken is verwoord in de visie Stadskanaal op zon (2018) en de aanvulling Ruimtelijke visie oplaadzones Stadskanaal. De aangevraagde vergunningen zijn hieraan getoetst en akkoord bevonden. Daarop heeft het college de vergunningen verleend.
Dit TAM-omgevingsplan voorziet enkel in het juist administratief verwerken van deze verleende vergunningen als het gaat om de tijdelijkheid van maximaal 30 jaar.
Een en ander past dan ook in de beleidskaders van rijk, provincie, waterschap en gemeente.
Nu het gaat om een administratieve correctie van vijf reeds verleende zonneparken is dit niet van toepassing. Het enige verschil met het geldende tijdelijke omgevingsplan is namelijk de toevoeging van de maximale instandhoudingstermijn van de zonneparken van 30 jaar.
Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Ook twee bodemkaarten en de hogere waarde besluiten maken deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen.
De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte - IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl.
Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat geeft aan dat TAM-IMRO plannen uiterlijk voor 1 januari 2032 moeten worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD).
De Vereniging Nederlandse Gemeente (VNG) gaat uit van twee varianten van een TAM-IMRO omgevingsplan: de Basisvariant en de Crisis- en herstelwet-variant. Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan is opgezet volgens de Basisvariant. Deze blijft qua vorm en inhoud zo dicht mogelijk bij een bestemmingsplan. Daarbij wordt uiteraard wel aan alle eisen van de Omgevingswet en bijbehorende AMvB's voldaan
De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d, zonneparken gemeente Stadskanaal, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0037.TAMOP2502-on01 zoals vastgelegd op https//omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart. In Hoofdstuk 1 is een overzichtskaart van het werkingsgebied opgenomen, het werkingsgebied bestaat uit 6 werkingsgebieden: voor het zonnepark Alteveer zijn er de twee deelgebieden opgenomen en voor de andere vier zonneparken elk één gebied. De gebieden zijn in hoofdstuk 2 opgenomen en daar wordt dan ook naar verwezen.
De planregels van het omgevingsplan van rechtswege worden met dit TAM-IMRO omgevingsplan gewijzigd. Op dit moment is de regeling in het Chw-bestemming, artikel 104.9 als volgt opgenomen:
104.9 overige zone - zonnepark
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zonnepark' gelden de volgende regels:
104.9.1 Aanduidingsomschrijving
De voor 'overige zone - zonnepark' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar geldende bestemming(en), mede bestemd voor het opwekken en opslaan van energie door middel van het omzetten van zonlicht in elektriciteit en/of warmte met gebruik van zonnepanelen, met de daarbij behorende voorzieningen.
104.9.2 Bouwregels
104.9.3 Specifieke gebruiksregels
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zonnepark' is het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken slechts toegestaan indien de voor de percelen genoemd onder 5 tot en met 9 in bijlage 7 benodigde landschappelijke inpassing van de gronden is dan wel wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
De volgende wijzigingen zijn aangebracht (zoals hieronder in geel aangegeven):
33.3 overige zone - zonnepark
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zonnepark' gelden de volgende regels:
De voor 'overige zone - zonnepark' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar geldende bestemming(en), mede bestemd voor het gedurende een periode van maximaal 30 jaar opwekken en opslaan van energie door middel van het omzetten van zonlicht in elektriciteit en/of warmte met gebruik van zonnepanelen, met de daarbij behorende voorzieningen.
33.3.2 Regels voor bouwactiviteiten
33.3.3 Regels voor gebruiksactiviteiten
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - zonnepark' is het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een zonnepark slechts toegestaan indien:
De overige bestemmingen die ook gelden voor deze locaties zijn overgenomen uit het Chw-bestemmingsplan en zijn niet gewijzigd.
Het gaat om de volgende bestemmingen en aanduidingen:
| zonnepark | bestemming | aanduiding/maatvoering etc |
| Nabij Barkelazwet en nabij Beumeesweg in Alteveer | Bedrijf, Bedrijf – bouwen, (deel zandwinning) Bos, Bos- bouwen, Bos – aanleggen Groen, Groen – bouwen Waarde – Archeologie 2 Waarde – Landschap |
maximum bebouwingspercentage (%): 2 overige zone - welstandsgebied algemeen |
| Nabij Tweede Boerendiep in Musselkanaal | Agrarisch, Agrarisch – bouwen, Agrarisch – aanleggen Water, Water – bouwen Waarde – Archeologie 2 Waarde – Landschap |
geluidszone - industrie wetgevingszone - wijzigingsgebied 1 overige zone - welstandsgebied algemeen overige zone - welstandsgebied buitengebied |
| Nabij Noorderdiep 27 in Stadskanaal | Agrarisch, Agrarisch – bouwen, Agrarisch – aanleggen |
specifieke vorm van agrarisch – cultuurgrond wetgevingszone – wijzigingsbevoegdheid 1 wetgevingszone – wijzigingsbevoegdheid 2 overige zone - welstandsgebied algemeen overige zone - welstandsgebied buitengebied |
| Nabij Gedempte Vleddermond in Stadskanaal | Agrarisch, Agrarisch – bouwen, Agrarisch – aanleggen | geluidszone - industrie maximum bouwhoogte hoogtebeperkingsgebied (m): 75, 80, 85, 90, 95 en 100 overige zone - welstandsgebied algemeen overige zone - welstandsgebied buitengebied |
| Nabij Van Boekerenweg, Wildeplaats 1 in Stadskanaal | Agrarisch, Agrarisch – bouwen, Agrarisch – aanleggen Bedrijf, Bedrijf – bouwen, (deel biomassavergistingsinstallatie) Bedrijf – Nutsvoorziening, Bedrijf – Nutsvoorziening bouwen (trafostation) Verkeer, Verkeer - bouwen Leiding – Gas Waarde – Archeologie 1 Waarde – Archeologie 2 Waarde – Landschap |
geluidszone - industrie specifieke vorm van bedrijf – biomassavergistingsinstallatie maximum goothoogte (m): 8, maximum bouwhoogte (m): 12, maximum bebouwingspercentage (%): 80 specifieke vorm van bedrijf – transformatorstation maximum bouwhoogte (m) 6 overige zone - welstandsgebied algemeen overige zone - welstandsgebied buitengebied vrijwaringszone – straalpad hoogtebeperkingsgebied (m): 100 wetgevingszone - wijzigingsgebied 1 veiligheidszone – vervoer gevaarlijke stoffen |
Economische uitvoerbaarheid
In deze motivering is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan, in het verlengde daarvan, aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Vier van de vijf locaties zijn namelijk al gerealiseerd. De laatste zal ook op afzienbare termijn conform de vergunning gerealiseerd worden.
Kostenverhaal
Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat hier om kostenverhaal plichtige activiteiten als genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit, (hierna: 'een aangewezen bouwactiviteit'). Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte en/of een anterieure overeenkomst, cofinanciering, subsidies, gemeentelijk krediet, de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt/is verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit (Ob).
Nadeelcompensatie
In artikel 8.15 Ob worden de kostensoorten in de tabellen A en B van bijlage IV aangewezen als verhaalbare kostensoorten. In onderdeel A11 staat “Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet”. Nadeelcompensatie is een regeling voor schadevergoeding voor rechtmatig overheidsoptreden. Het gaat over schade boven het normale maatschappelijke risico en het bedrijfsrisico die iemand onevenredig zwaar treft. Het kan gaan om directe of indirecte schade. Directe schade is het gevolg van inperking van bestaande rechten van de eigenaar. Indirecte schade wordt veroorzaakt door activiteiten in de omgeving. In titel 4.5 Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan de grondslagen, inhoudelijke eisen en procedurele bepalingen over toekenning van nadeelcompensatie.
Nu het gaat om een administratieve correctie over het verwerken van reeds verleende omgevingsvergunningen speelt dit onderdeel niet.
Ten aanzien van het bouwen is geregeld dat een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, toegestaan is. Dit is onder de volgende voorwaarden toegestaan,
.Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bovenstaande. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%. Deze regel geldt niet voor bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan of de daarvoor geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan of die beheersverordening.
Ten aanzien van het gebruik is aangegeven dat het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is echter verboden het met het TAM-plan strijdige gebruik te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Wanneer het gebruik na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Deze regel is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan of de daarvoor geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan of die beheersverordening.
Als het college heeft ingestemd met het ontwerp TAM-omgevingsplan geeft de gemeente kennis van het ontwerp-omgevingsplan en wordt dit ontwerp voor zes weken ter inzage gelegd. Iedereen heeft daarbij de mogelijkheid binnen die termijn te reageren op het ontwerpplan door middel van het indienen van een zienswijze. Eventuele zienswijzen worden te zijner tijd in deze paragraaf opgenomen.
Er zijn geen zienswijzen ingediend over het ontwerp. Wel heeft de provincie Groningen een informele reactie ingediend met als doel om de termijn van 30 jaar nog beter te borgen door een koppeling met de verleende omgevingsvergunning te maken. Dit is dan ook gebeurd en is in de definitieve versie van het TAM-omgevingsplan zonneparken gemeente Stadskanaal verwerkt zoals hierboven is benoemd.
Aan de hand van eventueel ingediende zienswijzen en/of overige wijzigingen wordt daarna een besluit genomen over de vaststelling van het TAM-omgevingsplan. Het vastgestelde plan kan daarna worden gepubliceerd. Na vaststelling van het omgevingsplan staat gedurende zes weken beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een wijziging van een omgevingsplan treedt in beginsel in werking op de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt.