| Plan: | TAM-omgevingsplan Holte 7 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0037.TAMOP2402-vs01 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de functiewijziging van een bedrijfsfunctie naar een woonfunctie op de locatie Holte 7 te Onstwedde die is voorzien van de functie 'wonen' in de verbeelding behorende bij dit plan en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22b) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Stadskanaal. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening.
De in deze wijziging uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22b van het omgevingsplan van de gemeente Stadskanaal. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage [22b] gelezen worden.
In de in dit deel weergegeven artikelen moet in de artikel kop na het woord 'Artikel' en de spatie en direct voor het artikelnummer '22b.' gelezen worden.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk. Daarnaast geldt dat bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit de aanvrager dient te motiveren waarom hij/zij van oordeel is dat voldaan wordt aan de beoordelingsregels.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in:
zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:
het TAM-omgevingsplan Holte 7 met identificatienummer NL.IMRO.0037.TAMOP2402-vs01 van de gemeente Stadskanaal;
het omgevingsplan van de gemeente Stadskanaal;
een bijbehorend bouwwerk dat in directe fysieke verbinding staat met het hoofdgebouw waaraan het wordt aan- of uitgebouwd. Een aangebouwd bijbehorend bouwwerk houdt een toevoeging in van een afzonderlijke ruimte behorende bij een hoofdgebouw op hetzelfde bouwperceel, terwijl een uitgebouwd bijbehorend bouwwerk een vergroting van een bestaande ruimte is;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
een bedrijfsmatige voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt als toeristisch-recreatieve activiteit, welke bedrijfsmatige voorziening ondergeschikt is aan de hoofdfunctie;
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;
de bouwlaag of verdiepingsvloer van een gebouw ter hoogte van het peil;
beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten, die door hun beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend, zoals aangegeven in Bijlage 1;
een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw/bedrijfswoning verbonden, daar al dan niet tegenaan gebouwd(e) gebouw of overkapping;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
de grens van een bouwvlak;
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
een grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie;
openbaar toegankelijke voorzieningen ten behoeve van recreatief gebruik zoals voet-, fiets- en ruiterpaden, picknickplaatsen, parkeervoorzieningen, visoevers en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen;
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit en waaronder e-commerce niet is begrepen zonder showroom en toonbankfunctie;
velling die geschiedt als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van overblijvende houtopstand;
de bouwlaag op de begane grond;
een al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;
elk bouwwerk, dat voor een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
een voorziening ten behoeve van verblijfsrecreatie voor groepen van personen, daaronder begrepen voorzieningen die rechtstreeks ten dienste staan van en rechtstreeks verband houden met de verblijfsrecreatie;
iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
een gebouw, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is;
zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend die:
de teelt van bomen vanwege de houtproductie;
persoon of groep personen, die een huishouden voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling daarvan;
een onderkomen dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf, maar zonder een met de grond verbonden constructie en zonder een plaatsgebonden karakter, waaronder wordt begrepen:
een standplaats voor een kampeermiddel;
een terrein ter beschikking gesteld voor het plaatsen, dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen;
waarden in verband met de verschijningsvorm van een gebied en de aanwezigheid van waarneembare structuren en/of elementen in dat gebied;
elementen in het landschap in de vorm van bomen, bosschages, poelen en/of andere natte elementen en weg- en laanbeplanting;
biotische en abiotische waarden van een gebied;
een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede energieopwekking of -buffering en soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, bergbezinkbassins, telefooncellen en zendmasten;
elk bouwwerk dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand;
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden.
Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
recreatief verblijf, waarbij overnacht wordt in kampeermiddelen en/of recreatiewoningen;
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel daarvan die door de ligging, de situatie ter plaatse en de indeling van het gebouw het sterkst op de weg is gericht;
een bijbehorend bouwwerk dat vrijstaand van het hoofdgebouw waar het bij hoort wordt/is gebouwd en hoort bij het hoofdgebouw op hetzelfde bouwperceel;
door wind aangedreven molen die wordt gebruikt voor de productie van elektriciteit;
het gehuisvest zijn in een woning;
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in 5.1 tot en met 5.6.
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
vanaf het peil c.q. de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, ondergeschikte bouwdelen als goten van dakkapellen niet meegerekend;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
de oppervlakte gemeten op vloerniveau langs de verticale projectie van de buitenomtrek van de overkapping c.q. van de opgaande scheidingsconstructies inclusief de overstekken;
vanaf enig punt van een (hoofd)gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, tot de (zijdelingse) perceelgrens.
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen, worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, alsmede het plaatsen van een nieuwe muur om een bestaande gevel en het verlengde daarvan, mits de overschrijding van bouw- c.q. functiegrenzen ten hoogste 0,5 m bedraagt;
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.
Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de in dit hoofdstuk toegestane gebruiksactiviteiten.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Wonen.
De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
met de daarbijbehorende:
De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, mits:
De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor verblijfsrecreatie onder de volgende voorwaarden:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gronden en bouwwerken te gebruiken voor het houden van een kleinschalig kampeerterrein.
De omgevingsvergunning wordt verleend indien de gebruiksactiviteit voldoet aan de volgende voorwaarden:
De gronden en bouwwerken mogen in ieder geval niet worden gebruikt voor:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 gelden tevens de volgende beoordelingsregels in onderstaande leden.
Binnen de als Wonen - Landelijk gebied bouwen aangewezen locaties is de volgende beoordelingsregel voor gebouwen en overkappingen van toepassing:
De gezamenlijke oppervlakte van een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken bedraagt per bouwperceel ten hoogste:
Binnen de als Wonen - Landelijk gebied bouwen aangewezen locaties zijn de volgende beoordelingsregels voor hoofdgebouwen van toepassing:
Binnen de als Wonen - Landelijk gebied bouwen aangewezen locaties zijn de volgende beoordelingsregels voor bijbehorende bouwwerken van toepassing:
Binnen de als Wonen - Landelijk gebied bouwen aangewezen locaties zijn de volgende beoordelingsregels voor overige bouwwerken van toepassing:
De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt ook verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de milieusituatie, brandveiligheid, externe veiligheid en rampenbestrijding en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, in de volgende gevallen en in afwijking van:
Binnen 'Waarde - Archeologie 1' gelden regels voor het behoud van archeologische (verwachtings)waarden.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit in het gebied 'Waarde - Archeologie 1' wordt in het geval het bouwwerken betreft die de bodem dieper dan 0,4 m verstoren, in aanvulling op artikel 22.35 door de aanvrager een rapport overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders:
Indien uit het in lid 23.2 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders na het inwinnen van advies van een archeologisch deskundige één of meer van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:
Het is verboden in het gebied 'Waarde - Archeologie 1' zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:
Het verbod als bedoeld in lid 9.4.1 is niet van toepassing op activiteiten die:
Een vergunning als bedoeld in lid 9.4.1 wordt slechts verleend indien:
Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden kan een ter zake deskundige instantie om advies worden gevraagd. Bij negatief advies wordt de omgevingsvergunning niet verleend.
Binnen 'Waarde - Landschap' gelden regels voor de opbouw, het behoud en het herstel van landschappelijke en cultuurhistorische waarden in de gebieden zoals weergegeven op kaart in Bijlage 2, zoals:
Het is verboden op de gronden de volgende activiteiten te verrichten:
Het is verboden in het gebied 'Waarde - Landschap' zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:
Het in lid 10.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op activiteiten die:
Binnen 'Waarde - Landschappelijk waardevol open' gelden regels voor de bescherming van het open karakter van het landschap.
De gronden en bouwwerken mogen in ieder geval niet worden gebruikt voor:
Het is verboden in het gebied 'Waarde - Landschappelijk waardevol open' zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten:
Het in lid 11.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op activiteiten die:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - anti-dubbeltelregel':
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - algemene regels bouwactiviteiten'.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - algemene gebruiksregels'.
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.
De gronden en bouwwerken mogen in ieder geval niet worden gebruikt voor:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - aanvullende beoordelingsregels voor vergunningplichtige bouwactiviteiten'.
De omgevingsvergunning in de zin van artikel 22.26 wordt ook verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de woonsituatie, de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van het beschermd stadsgezicht, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, in de volgende gevallen:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels met betrekking tot bomen'.
Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders:
Een vergunning als bedoeld in 16.3 sub a wordt verleend indien:
Burgemeester en wethouders kunnen aan de in lid 16.3 bedoelde vergunning voorschriften verbinden:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels met betrekking tot reclame-uitingen'.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.
Het verbod in lid 17.2 is niet van toepassing in gevallen waarin door burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning is verleend en het gevaar en de hinder zijn betrokken in de afweging.
Een vergunning als bedoeld in 17.2 wordt verleend:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels met betrekking tot het aanleggen of veranderen van een uitweg'.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders:
Een vergunning als bedoeld in 18.2 wordt verleend indien:
Het bepaalde in lid 18.2 is niet van toepassing op beperkingenactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale verordening of waterschapsverordening.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels met betrekking tot het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg'.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de weg of een weggedeelte voor het plaatsen van voorwerpen te gebruiken anders dan overeenkomstig de functie daarvan is toegestaan.
De vergunning als bedoeld in 19.2 wordt verleend indien:
Burgemeester en wethouders kunnen nadere voorschriften verbinden aan de vergunning voor het plaatsen van objecten op of aan de weg om het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel het doelmatig beheer en onderhoud van de weg te bevorderen.
Bouwwerken voldoen aan redelijke eisen van welstand. Of hiervan sprake is wordt per deelgebied beoordeeld aan de hand van de welstandscriteria die zijn opgenomen in de volgende leden:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - regels met betrekking tot parkeren'.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - overgangsrecht'.