direct naar inhoud van 7.2 Totstandkoming
Plan: Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0018.BP090Buitengebied-31va

7.2 Totstandkoming

Belangrijke mijlpaal in de voorbereiding van een bestemmingsplan is een conceptplan, het zogenaamde voorontwerp. Het voorontwerp is het plan zoals dat door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Dit plan wordt voor overleg aan diverse instanties gezonden. Vaak wordt het tegelijk voor inspraak ter inzage gelegd. Belangstellenden kunnen dan hun mening geven.

De reacties op het voorontwerp gebruikt het college om een ontwerpplan te maken. Het ontwerpplan is het begin van de officiële voorbereidingsprocedure die is opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening.

7.2.1 Inspraak en overleg

Het voorontwerp van dit bestemmingsplan is op 29 juni 2006 opgesteld door het college van burgemeester en wethouders. In juli 2006 is het voorontwerp verzonden naar de wettelijke overlegpartners, en naar de gesprekspartners vanuit het uitgebreide voorbereidingstraject van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan lag ter inzage van 7 september tot en met 18 oktober 2006. In deze periode vonden inspraakavonden plaats in de dorpshuizen van Westerbroek en Kiel-Windeweer en in het gemeentehuis.

De verschillende reacties op het overleg en de inspraak, zijn gebundeld in deze paragraaf. Als analoge (losse) bijlage bij het bestemmingsplan zijn de reacties gebundeld. Wanneer het gaat om inspraakreacties betreffen dit de ingekomen brieven, de verslaglegging van mondelinge inspraak en de verslagen van de inspraakavonden.

De in dit plan genoemde reacties zijn ingevolge de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) anoniem weergegeven. Omdat het Besluit ruimtelijke ordening nergens expliciet verplicht tot het elektronisch beschikbaar stellen van persoonsgegevens, is de Wbp is van kracht bij de elektronische beschikbaarstelling van bestemmingsplannen op het internet. Dit betekent dat inspraakreacties, zienswijzen etc. niet elektronisch beschikbaar gesteld mogen worden indien deze NAW gegevens (naam, adres, woonplaats) bevatten of andere persoonsgegevens die vallen onder de Wbp. De werking van de Wbp strekt zich niet uit tot gegevens omtrent ondernemingen, welke behoren tot een rechtspersoon, zoals de BV, vereniging, stichting en publiekrechtelijke rechtspersonen. Deze namen worden niet geanonimiseerd, tenzij zij onmiddellijk herleidbaar zijn tot een natuurlijke persoon. Dat geldt ook voor personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure (namen van advocaten, gemachtigden, etc.).

Het is wel toegestaan persoonsgegevens elektronisch beschikbaar te stellen, zolang het noodzakelijk is in verband met de uitvoering van een publieke taak. Dit heeft tot gevolg dat NAW gegevens met betrekking tot persoonsgebonden overgangsrecht wél in een bestemmingsplan mogen worden genoemd en elektronisch beschikbaar zijn.

De reacties worden thematisch behandeld. Zoveel als mogelijk wordt daarbij de volgorde in het beleidsdeel van het bestemmingsplan gevolgd. Om de behandeling van de reactie bondig te houden, wordt op verscheidene plaatsen naar de plantoelichting verwezen voor meer informatie. Voor sommige reacties is de plantoelichting sowieso de meest aangewezen plaats voor beantwoording. Hieronder allereerst de essentie van de reacties. Vervolgens wordt het gemeentelijke standpunt hierover weergegeven. Wanneer een reactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan is dit aangegeven in deze paragraaf, of het onderdeel van de plantoelichting waarnaar is verwezen.

Inspraakreacties en positie gemeente

Land- en tuinbouw, landschap

Reacties

  • Agrarische bedrijven moeten zich niet kunnen vestigen in het vrije uitzicht van de woningen langs de Zuidlaarderweg.
  • De Kielsterachterweg zou in aanmerking moeten komen als potentiële vestigingslocatie voor agrarische bedrijven.
  • De verplaatsingsregeling voor agrarische bedrijven moet in die zin worden aangepast, dat de verplichting niet zou moeten gelden om de achter te laten bebouwing te voorzien van een passende invulling.
  • Vraag om voldoende afstand tussen natuurbestemming en het agrarische bedrijf te bewaren.
  • Bij recht anderhalve hectare aan bebouwingsmogelijkheden voor agrariërs toestaan in plaats van de hectare die nu wordt toegestaan in de planvoorschriften.
  • Gevraagd wordt naar aandacht voor mogelijkheden voor het opzetten van productie van duurzame energie als onderdeel van het agrarische bedrijf.
  • Graag mogelijkheid in bestemmingsplan opnemen, dat in het 'pure' buitengebied een schuilgelegenheid kan worden opgericht.
  • Een aantal als archeologisch waardevol aangeduide gebieden is al verstoord. Het heeft geen meerwaarde de betreffende aanduiding op het gebied te laten rusten.
  • In het buitengebied komt geen reliëf voor. De desbetreffende aanduiding is dan ook overbodig.
  • Bezwaar tegen 'biocentrale' ten noorden van het Achterdiep.

Positie gemeente

Deze reacties en meer aspecten ten aanzien van het onderwerp land- en tuinbouw, worden uitvoerig behandeld in de desbetreffende paragraaf (3.3) in de toelichting van het bestemmingsplan.

Nieuwbouw in Westerbroek

Reacties

  • Tegen tweede nieuwbouwwijk in Westerbroek.
  • Aantasting woongenot door verlies van uitzicht door woningbouwplan.
  • Aantasting woongenot door lichthinder van autolampen die in de woning zullen schijnen.
  • Aantasting woongenot door toename geluidoverlast door extra omwonenden/auto's.
  • Verdichting lint zou een betere optie zijn geweest dan realiseren nieuwbouwwijkje.
  • Ontsluiting slecht geregeld.
  • Verstoring natuur c.q. looppad van reeën.
  • Aandacht wordt gevraagd voor de parkeermogelijkheden in het nieuwbouwgebied.
  • Tegen aansluiting ontsluitingsweg Jellesbosch op de Hoflaan.
  • Sterke wens om 'De Bokkelaan' gevrijwaard te laten blijven van auto- en ander gemotoriseerd verkeer.

Positie gemeente

Gelet op de inspraakreacties en de provinciale reactie op de keuze in het voorontwerp voor "Jellesbosch", is besloten deze locatie los te laten als toekomstige uitbreidingslocatie van Westerbroek. Er is nu besloten om de toekomstige woonontwikkeling - bij wijzigingsmogelijkheid - te leggen aan de westzijde van de Oudeweg en, voor een kleiner deel, op de locatie van het huidige dorpshuis. Voor de nadere motivering van deze keuze en toelichting, wordt verwezen naar het betreffende beleidshoofdstuk (4.3) in de plantoelichting.

Nieuwbouw in Kiel-Windeweer

Reacties

  • Nokrichting nieuwe woningen zou niet per definitie haaks op het Kieldiep moeten hoeven komen.
  • Verzoek meer dan 18 bouwlocaties aan te wijzen in Kiel-Windeweer om te verzekeren, dat het beoogde aantal van 20 te realiseren woningen in 10 jaren ook daadwerkelijk wordt gehaald. Daarbij de door de vereniging dorpsbelangen aangedragen locaties serieus nemen.
  • De '70 meter' norm die de gemeente hanteert voor locaties voor nieuwe woningen niet hanteren. De norm zet het dorp op slot en vindt geen handvat in de historie van het dorp.
  • Nieuwe woningen moeten groter dan 100 m2 kunnen worden.
  • Bezwaren tegen bouwmogelijkheden algemeen.
  • Bezwaar tegen bouwmogelijkheid voor een woning op kavel tussen Dorpsstraat 250 en 252.
  • Bezwaar tegen bouwmogelijkheid voor een woning ten noorden van de Dorpsstraat 252.
  • Bezwaar tegen bouwmogelijkheid voor een woning tussen Pieter Venemakade 157 en 161.
  • Bezwaar tegen bouwmogelijkheid voor een woning tussen Dorpsstraat 298 en 300.
  • Bezwaar tegen bouwmogelijkheid voor een woning tussen Pieter Venemakade 161 en 163.
  • Bezwaar tegen bouwmogelijkheid voor een woning tussen Pieter Venemakade 213 en 215.
  • Bezwaar tegen bouwmogelijkheid voor een woning tussen Pieter Venemakade 298 en 300.
  • Bezwaar tegen bouwmogelijkheid voor een woning tegenover Dorpsstraat 220.
  • Bezwaar tegen bouwmogelijkheid voor een woning tegenover de Blinkbrug (kavel 8 uit het beeldkwaliteitplan).

Positie gemeente

De gemeente houdt vast aan het uitgangspunt 19 nieuwe woningen in Kiel-Windeweer mogelijk te maken. De opzet vanuit historisch ruimtelijke motieven, ondersteund door een beeldkwaliteitplan, is ruim voldoende voor een acceptabele inpassing van de woningen langs het historische lint van het dorp. Het is een versterking van de aanwezige beeldkwaliteit. De gemeente voelt zich in deze overtuiging gesterkt door de opinie hierover van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Uiteraard kunnen in concrete gevallen individuele belangen in het geding komen, bijvoorbeeld door vermindering van uitzicht vanuit bestaande woningen. Deze belangen acht de gemeente echter minder zwaarwegend dan bovengenoemd belang van nieuwbouw van woningen in het dorp. Voor het overige wordt verwezen naar het betreffende deel van de plantoelichting (paragraaf ).

Nieuwbouw op overige locaties

Reacties

  • Voorstel nieuwbouwmogelijkheid tussen percelen Oudeweg 34 en 35.
  • Voorstel ruimere nieuwbouwmogelijkheid langs de Kalkwijk.
  • Tegen bouwmogelijkheid voor woningen langs het Achterdiep.
  • Tegen bouwmogelijkheid voor een woning ten westen van perceel Achterdiep NZ 63.
  • Tegen bouwmogelijkheid voor een woning tussen Achterdiep NZ 13 en 14.
  • Tegen bouwmogelijkheden voor woningen langs de Laveiweg.
  • Bij aanleg van wegen in het uit te werken woongebied bij de Laveiweg, ervoor zorgen dat geen lichtinval van verkeer plaats vindt in de woningen langs de Verlengde Herenstraat.
  • De vanuit milieuregelgeving aan te houden afstand van woningen tot bestaande agrarische bedrijven, is voor een aantal locaties niet in acht genomen.
  • Nieuwbouw langs het lint van Westerbroek moet in uitzonderlijke gevallen mogelijk zijn.

Positie gemeente

Op zorgvuldig gekozen plekken in het buitengebied is, grotendeels met wijzigingsbevoegdheid, nieuwbouw mogelijk. Slechts in een beperkt aantal concrete gevallen is overgegaan tot directe bestemming. Verwezen wordt naar het betreffende beleidsdeel in de plantoelichting. In de dorpen wordt uitdrukkelijk gekozen voor concentratie in de kern, juist om de open ruimten in tact te laten. Het bestemmingsplan is op dit punt niet aangepast. Ook is in het bestemmingsplan geen regeling opgenomen om in uitzonderlijke situaties medewerking te kunnen verlenen aan verdichting van het lint. Dit zou leiden tot precedentwerking waardoor ongewenste ontwikkelingen in andere delen van het buitengebied kunnen ontstaan. Zie voor de afweging tussen het individuele belang in concrete situaties en het algemene belang van woningbouw in het buitengebied, naar wat bij het thema nieuwbouw in Kiel-Windeweer hierover is opgenomen.

Regeling bestaande woningen

Reacties

  • Niet alle bouwaanvragen moeten via een bouwvergunning gehonoreerd worden. In het beschermde dorpsgezicht Kiel-Windeweer moet met meldingen gewerkt kunnen blijven worden.
  • Graag uitbouw van woningen, bijvoorbeeld P. Venemakade 141, binnen het bouwvlak trekken.
  • Kiel-Windeweer, als lintdorp, heeft geen kern. Dat woord zou in het bestemmingsplan dan ook niet gebruikt moeten worden.
  • Het moet mogelijk zijn de bouwblokken voor woningbouw in Kiel-Windeweer naar achteren uit te breiden.
  • Graag een stuk agrarische bestemming nabij de Nieuwe Compagnie 21 een woonbestemming geven, zodat insprekers er een schuur/garage kunnen bouwen.
  • Graag de bestemming voor Achterdiep 80 zodanig verruimen dat bedrijvigheid bij het wonen is toegestaan.
  • Graag Achterdiep 79 een gemengde bestemming.
  • Boerderij Nieuwe Compagnie 2 nu als wonen bestemd. Graag ziet inspreker het bestemd worden als wonen annex bedrijf.
  • Eigendomsgrens in overeenstemming brengen met werkelijke situatie.
  • Gevraagd wordt naar de mogelijkheden om, vooruitlopend op inwerkingtreding van het bestemmingsplan, gebruik te kunnen maken van de nieuwe, ruimere, bijgebouwenregeling.

Positie gemeente

  • Voor bouwaanvragen geldt dat het hier een wettelijke regeling betreft, waarop de gemeente geen invloed heeft. Wat de gemeente wel doet, is er voor zorgen dat mensen geen 'hinder' van de regeling ondervinden door voor bouwplannen die voorheen via een melding te honoreren waren, binnen de termijnen die staan voor behandeling van een melding een bouwvergunning te verlenen zonder daarvoor leges te heffen.
  • Bij de bepaling van de omvang van het bouwvlak is de bestaande situatie leidend, de planregels kennen een mogelijkheid om buiten het bouwvlak te bouwen. Hiernaar wordt verwezen.
  • Wat bedoeld wordt in het bestemmingsplan is het meer verdichte deel van de lintbebouwing van het beschermde dorpsgezicht.
  • De bestaande situatie is bepalend bij het toekennen van de bouwvlakken. Zie verder hetgeen hiervoor is opgenomen.
  • Vanuit het oogpunt van behoud van het open gebied, is er geen reden om tot de gevraagde bestemmingswijziging over te gaan.
  • De bestaande situatie is bepalend voor de toekenning van de bestemming. Binnen de woonbestemming zijn aan huis verbonden beroepen en -bedrijven toegestaan.
  • De bestaande situatie is bepalend voor de toekenning van de bestemming. Binnen de woonbestemming zijn aan huis verbonden beroepen en -bedrijven toegestaan. Zie verder het voorgaande.
  • Naar verwachting wordt het bestemmingsplan in 2010 vastgesteld. Er is geen reden hierop vooruit te lopen.

Niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied

Reacties

  • Graag de mogelijkheid van vestiging van overlast veroorzakende bedrijven, zoals een erotische getint bedrijf, uitsluiten.
  • Verruimen bestemmingsvlak ''Bedrijfsdoeleinden'' voor Nieboer langs Nieuwe Compagnie naar privaatrechtelijke eigendomssituatie.
  • Aanduiding 'Opslag' verwijderen van bestemming 'Bedrijfsdoeleinden' bij Nieboer.
  • Woning Nieuwe Compagnie 11 als bedrijfswoning bestemmen.
  • Manege Nieboer ruimere bestemming geven.
  • Manege Nieboer ruimer bouwvlak geven.
  • Manege aan de Borgercompagnie 3 een ruimer bestemmings- en bouwvlak geven, afgestemd op de toekomstplannen van het bedrijf.

Positie gemeente

  • Alleen de bestaande erotische bedrijven zijn als zodanig bestemd. Nieuwe erotische bedrijven worden in het pure buitengebied uitgesloten.
  • Het bestemmingsvlak en het bouwvlak zijn op de locatie Nieboer aan de huidige situatie aangepast in het ontwerp bestemmingsplan.
  • De woning Nieuwe Compagnie 11 is overeenkomstig het huidige gebruik bestemd.
  • Manege Nieboer is bestemd overeenkomstig de huidige situatie.
  • In het ontwerp van het bestemmingsplan is rekening gehouden met de concrete ontwikkeling, die genoemd is in de inspraakreactie.

Detailhandel, horeca, recreatie en overige functies

Reacties

  • Tegen de aanleg van een jachthaven en een ijsbaan op de grens van Kiel-Windeweer en Annerveenschekanaal.
  • Tegen bevordering van recreatievaart (Oost Groninger Vaarcircuit) als onderdeel van wijziging bestemmingsplan Buitengebied.
  • Bezwaar tegen legaliseren prostitutiebedrijf door toekennen horecabestemming aan perceel Woldweg 177 te Kropswolde.
  • Voorstel om in plaats van 60 m2 aan detailhandel 100 m2 toe te staan.
  • Bestemming van het tennisveld in Westerbroek is onjuist.
  • Zijn alle hoofdwatergangen rond Westerbroek wel goed op de plankaart opgenomen?
  • Gevraagd wordt om de paardenbak naast de Bokkelaan te behouden.
  • Graag de verbindingsweg tussen Bokkelaan en Borgweg van een natuurbestemming voorzien.
  • Gevraagd wordt naar mogelijkheden om bouw- en bestemmingsvlakken uit te breiden.

Positie gemeente

  • De locatie op de grens van Kiel-Windeweer en Annerveenschekanaal blijft de meest aangewezen locatie voor de passantenhaven. In samenspraak met de provincie en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, is een nieuw plan ontwikkeld dat recht doet aan de cultuurhistorische waarden en de historie van het gebied. In het ontwerp is de ontwikkeling bij wijziging bestemd. In de plannen is overigens geen sprake meer van de realisering van een ijsbaan. De ontwikkeling laat geen onacceptabele effecten voor de omgeving zien.
  • De uitvoering van het provinciale beleidsdocument "Van turfvaart naar toervaart" is al in gang gezet en grotendeels al uitgevoerd. De uitstraling van dit project voor de lokale recreatieve- en toeristische sector blijkt erg positief voor de gemeente. Het bestemmingsplan wil ondersteunen door kleinschalige toeristische- en recreatieve initiatieven toe te staan.
  • Het bestaande erotische bedrijf is inmiddels gelegaliseerd en dienovereenkomstig bestemd.
  • Meer dan 60 m2 aan detailhandel als nevenactiviteit in het buitengebied is op basis van provinciaal beleid niet toegestaan. De mogelijkheden die het Provinciaal Omgevingsplan en -verordening biedt, zijn in het bestemmingsplan opgenomen.
  • Bestemming van het tennisveld is gecorrigeerd.
  • Alle hoofdwatergangen staan op de kaart met een zelfstandige waterbestemming. De kleinere waterlopen maken doorgaans deel uit van de bovenliggende hoofdbestemming.
  • Deze vraag is niet meer relevant nu "Jellesbosch" niet meer in beeld is als nieuwbouwlocatie.
  • De weg is niet aangemerkt als een landschappelijk waardevolle weg, en daarom niet als zodanig aangeduid.
  • Bij dit hoofdzakelijke conserverende bestemmingsplan, is de huidige situatie uitgangspunt bij de manier van bestemmen. Zie hiervoor de planregels.

Overlegreacties en positie gemeente

Inhoudelijke reacties op het voorontwerp bestemmingsplan kwamen binnen van de Commissie Bestemmingsplannen van de Provincie Groningen, het Waterschap Hunze en Aa's, ProRail, de Gasunie, de NAM, de Hulpverleningsdienst Groningen, de Gemeente Groningen en de KPN. Van de gemeente Veendam, de gemeente Tynaarlo, de Nederlandse Spoorwegen, Essent en het Waterbedrijf Groningen werd bericht ontvangen, dat men ten aanzien van het bestemmingsplan geen inhoudelijke op- dan wel aanmerkingen heeft. Hieronder een overzicht van de overlegreacties. Vervolgens wordt hier het gemeentelijke standpunt tegenover gesteld.

Commissie Bestemmingsplannen Provincie Groningen

Reacties

De Commissie Bestemmingsplannen heeft op een aantal hoofdlijnen van beleid kritiek op of suggesties voor verbetering van het bestemmingsplan. Het gaat dan bijvoorbeeld om de inpassing van de woningbouwlocaties, de agrarische bouwvlakken, het omgaan met voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, de bestemming van (cultuur)historische waarden en een aantal milieuaspecten.

Positie gemeente

In het beleidsdeel van de plantoelichting en ook op andere plaatsen in de toelichting, wordt ruimschoots ingegaan op de vraag hoe de gemeente met de verschillende provinciale opmerkingen is omgegaan.

Waterschap Hunze en Aa's

Reacties

Tuinbouw

Het waterschap mist zowel in toelichting als in de planvoorschriften de voorzieningen, die voor de tuinbouwontwikkelingen voor de waterhuishouding genomen moeten worden. Bij kassenbouw neemt de verharding toe. In de waterhuishouding zal daarvoor compensatie moeten komen. Om het waterhuishoudingplan voor het gebied tussen de Siepweg en het Achterdiep te realiseren, stelt het waterschap voor elke nieuwe ontwikkeling verantwoordelijk te stellen voor de te leveren compensatie voor de waterhuishouding. Hiervoor zal een regeling moeten worden getroffen in het ontwerp bestemmingsplan. De regeling dient er tevens in te voorzien, dat de plannen voor ontwikkelingen in dit gebied ter beoordeling van de waterhuishoudkundige aspecten dienen te worden voorgelegd aan het waterschap.

Natuurgebied

Ten onrechte niet als natuurgebied bestemd is een gebied in het zuidelijke deel van de gemeente, tussen de Woldweg en het Zuidlaardermeer. Dit is niet in overeenstemming met het Provinciaal Omgevingsplan. Dit geldt ook voor het zuidelijke deel van de Kropswolderbuitenpolder. Ten aanzien van de natuurwerkzaamheden nabij Westerbroek wordt gemeld, dat de werkzaamheden betreffende de waterhuishouding al zijn afgerond.

Water

Het zuidelijke deel van het Foxholstermeer en het Zuidlaardermeer moet, behalve een natuurfunctie, ook de functie water verkrijgen omdat de meren onderdeel uitmaken van het boezemsysteem en daarom van belang zijn voor de waterhuishouding in de gemeente. Gemist wordt voor het Zuidlaardermeer de functies viswater, zwemwater en vaarwater en daarnaast heeft de waterplas in het Tripsbos ook de functie zwemwater. Aan het Drentsche diep, ook onderdeel van de boezem, is niet de functie water toegekend. Daarnaast wordt verzocht dit water in overeenstemming met de POP kwalificatie als water met natuur en landschapswaarde aan te duiden.

Het waterschap stelt voor de doeleindenomschrijving van de bestemming water te wijzigen in: waterhuishouding, waterberging en water aan- en afvoer. Verder wordt voorgesteld, in verband met werkzaamheden, in de voorschriften of de plantoelichting een verwijzing naar de waterschapskeur aan te brengen. Ten aanzien van de geschrevene in de toelichting over de zoutwinningactiviteiten in de naburige gemeente, zijn de effecten van deze winning voor zover dat het grondgebied van de gemeente Hoogezand-Sappemeer betreft gering. Voor de gronden buiten de gemeente zijn de effecten groter en is een waterhuishoudingplan opgesteld.

Waterstaatsdoeleinden

Gemist wordt de dubbelbestemming Waterstaatsdoeleinden langs de oevers van het Foxholstermeer en het Zuidlaardermeer. Gevraagd wordt de boezemkering volledig op de plankaart aan te duiden. De boezemkering, aangegeven op bijlagekaart 7, is niet volledig juist; hiervoor worden door het waterschap nieuwe gegevens aangeleverd. Voorgesteld wordt in de voorschriften dan wel toelichting te verwijzen naar de waterschapskeur die regels geeft ten aanzien van boezemkeringen en de bijbehorende beschermingszones.

Woningbouw

Ook voor woningbouwprojecten gelden de in het gemeentelijke waterplan beschreven uitgangspunten van schoonhouden, scheiden, zuiveren en vasthouden, bergen, afvoeren. Ten aanzien van de nieuwbouwlocatie Westerbroek blijft het waterschap bij haar mening, dat nieuwbouw direct aansluitend aan het natuurgebied niet wenselijk is. Dit in verband met de aanwezige komvormige laagte en de ligging in de bufferzone van het westelijk gelegen natuurgebied. Ten aanzien van de bouwlocatie Laveiweg, is voor het waterschap de drooglegging een punt van aandacht dat niet wordt teruggevonden in het bestemmingsplan.

Recreatie

De wijzigingsmogelijkheid voor ontwikkeling van een jachthaven bij Kiel-Windeweer kan door het waterschap niet terug worden gevonden in het plan. Er wordt op gewezen, dat vanaf 2009 voor alle recreatieboten een verbod gaat gelden om huishoudelijk afvalwater te lozen en dat in havens voorzieningen aanwezig moeten zijn voor de opvang van vuil water.

Positie gemeente

Tuinbouw

Verwezen wordt hiervoor naar de waterparagraaf (5.4) in de toelichting bij dit bestemmingsplan.

Natuurgebied

Percelen die ten onrechte niet van een natuurbestemming zijn voorzien, worden in het ontwerp bestemmingsplan dienovereenkomstig bestemd. Van de opmerking, dat de werkzaamheden betreffende de waterhuishouding bij de natuurontwikkeling ten westen van Westerboek zijn afgerond wordt kennis genomen.

Water

De gemeente erkent het belang van de genoemde watergebieden voor de waterhuishouding. In het bestemmingsplan zijn deze onder de bestemming Natuurgebied gebracht. Grotendeels was dit ook in het plan Buitengebied 1993 het geval. Naar de mening van de gemeente, zijn de belangen van een goede waterhuishouding met de toekenning van deze bestemming voldoende gewaarborgd. De doeleindenomschrijving behorende bij de natuurbestemming stelt namelijk dat de gronden zijn bestemd voor waterhuishoudkundige doeleinden en voor sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen. De planregels geven verder aan, dat de gronden, voor zover aangewezen als zodanig, tevens zijn bestemd voor waterbergingsgebied. Uit de doeleindenomschrijving valt verder af te leiden, dat de gronden met de bestemming natuurgebied in ondergeschikte mate kunnen worden gebruikt voor recreatief- en educatief medegebruik. Tot slot kent de bestemming een aanlegvergunningstelsel waarmee handhaving van de diverse te onderscheiden landschapswaarden kan worden gewaarborgd. In dit verband verwijzen wij naar de juridische toelichting op de bestemming Natuurgebied. De suggesties van het waterschap voor aanpassing van de voorschriften bij de bestemming Water wordt niet gevolgd. In de waterparagraaf (5.4) van de toelichting zal wel worden verwezen naar de waterschapskeur. De opmerking over de effecten van de zoutwinning in de naburige gemeente zal in de plantoelichting worden genuanceerd op de wijze zoals door het waterschap voorgesteld.

Waterstaatsdoeleinden

Alle boezemkeringen die zijn aangegeven door het Waterschap staan in de verbeelding. In de waterparagraaf (5.4) van de toelichting zal wel worden verwezen naar de waterschapskeur.

Woningbouw

Het aspect water is één van de omgevingsfactoren die betrokken zijn bij de locatiekeuze en de inrichting van nieuwbouwlocaties in het buitengebied. Andere factoren zijn bijvoorbeeld de aanwezige ecologische waarden, geluid en bodem. Vanuit die optiek zijn in het vooroverleg de diverse nieuwbouwlocaties ook met het waterschap gesproken. Alle belangen afwegende is gekozen voor de diverse woningbouwlocaties, genoemd in het bestemmingsplan. De meer algemene opmerkingen geldend voor nieuwbouw zullen bij de te onderscheiden nieuwbouwontwikkelingen in de uitvoering meegenomen worden.

Recreatie

Er wordt kennis genomen van het (komende) verbod tot het lozen van huishoudelijk afvalwater vanaf recreatieboten en het feit dat in havens voorzieningen moeten zijn voor de opvang van vuil water. Planologisch is deze komende wijziging in regelgeving minder relevant.

ProRail

Reacties

ProRail heeft de volgende opmerkingen c.q. vragen ten aanzien van het bestemmingsplan:

  • Bij uitwerking van de plannen dient aandacht te worden gegeven aan de Spoorwegwet;
  • Men vraagt de bestemming van de gronden van ProRail te bevestigen;
  • Men heeft vragen over de planprocedure en de flexibiliteitbepalingen in het bestemmingsplan;
  • Er is een aantal opmerkingen over de plankaart en de plantoelichting;
  • Er bestaan vragen over een aantal waterhuishoudkundige aspecten van het bestemmingsplan.

Positie gemeente

Spoorwegwet

Bij uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met het bepaalde in de Spoorwegwet, specifiek de door ProRail genoemd artikelen van die wet. Overigens zitten in het bestemmingsplan geen mogelijkheden voor nieuwbouw van woningen direct langs het spoor, dan wel binnen de daarbij behorende geluidszone.

Bestemming gronden ProRail

De gronden waarop de spoorlijn is gelegen en de gronden in de directe omgeving daarvan, zijn belegd met een passende bestemming, waarmee naar de mening van de gemeente voldoende is gewaarborgd, dat de betreffende gronden worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor ze zijn bedoeld.

Wijzigings- en vrijstellingsbevoegdheid en planprocedure

Zowel bij vrijstellings- (nu: ontheffings-) en wijzigingsmogelijkheden binnen het bestemmingsplan, als bij gebruikmaking van de zogenaamde buitenplanse flexibiliteitbevoegdheden, zal ProRail geïnformeerd worden voor zover het gaat om ontwikkelingen op haar gronden dan wel in de onmiddellijke omgeving daarvan.

Plankaart

Het bestemmingsplan is grotendeels conserverend van aard. Er is een beperkt aantal nieuwe ontwikkelingen in het plan opgenomen, voornamelijk woonontwikkelingen. De woonontwikkelingen liggen alle op enkele kilometers afstand van de spoorlijn. Dit is vooral te verklaren door het feit, dat het spoortraject in de gemeente grotendeels in de bebouwde kom ligt en nu juist de bebouwde kom van Hoogezand-Sappemeer geen onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan. Het maximum aantal woningen is op de plankaart als een aanduiding en in de legenda aangeven.

Plantoelichting

Door het feit, dat de planvoorschriften juridisch bindend zijn en de toelichting niet, werd gekozen voor de betreffende volgorde.

Waterhuishouding

Wanneer ProRail met deze opmerking het oog heeft op de inrichting van de westelijke polders in de gemeente tot waterbergingsgebied, wordt opgemerkt dat deze werkzaamheden gereed zijn. De gemeente neemt aan, dat in de voorafgaande planvorming door waterschap, provincie en het Groninger Landschap voldoende rekening is gehouden met de belangen van ProRail. Voor zover het op de weg van de gemeente ligt, zal wanneer de door ProRail geschetste activiteiten zich in andere delen van het buitengebied voordoen, vroegtijdig contact met hen worden opgenomen.

Gasunie

Reacties

Door de Gasunie wordt het navolgende naar voren gebracht.

  • De Gasunie verzoekt de gemeente het RIVM te raadplegen in verband met de mogelijke nieuwe veiligheidsafstanden langs aardgastransportleidingen, in het kader van het nieuwe externe veiligheidsbeleid. Het RIVM zal dan vervolgens de aan te houden maximale afstanden verstrekken.
  • Met betrekking tot artikel 25 Leidingen van de voorschriften van het bestemmingsplan, dient de veiligheidszone 4 meter te betreffen ter weerszijden van de 40 bar regionale gastransportleidingen en 5 meter ter weerszijden van de 66 bar hoofdgastransportleidingen. Verzocht wordt de voorschriften op dit punt aan te passen.
  • Bij nieuwe ontwikkelingen rondom de bestaande leidingen wordt verzocht met het vorenstaande rekening te houden en Gasunie op de hoogte te houden van de verdere planvoortgang. De Gasunie wil gekend worden in de door de RIVM berekende afstanden en de mogelijk te treffen maatregelen.

Positie gemeente

De opmerkingen van de Gasunie, de NAM en de Hulpverleningsdienst zijn verwerkt in paragraaf 5.5 over externe veiligheid in de toelichting van het bestemmingsplan.

NAM

Reacties

  • Met betrekking tot de NAM-locatie aan de Kielsterachterweg bij Kiel-Windeweer, wordt verzocht de locatie te voorzien van een bestemming "Openbare nutsdoeleinden" en de inrichting te vermelden in de desbetreffende paragraaf: Overige functies van de plantoelichting. Dit in verband met het gegeven, dat de locatie nog meerdere jaren in productie zal blijven;
  • Met betrekking tot de geluids- en veiligheidszones wordt verzocht deze op de plankaart aan te duiden, en niet op een afzonderlijke beperkingenkaart, die overigens moeilijk leesbaar is;
  • Betreffende leidingen en kabels: de NAM constateert een inconsequentie tussen de voorschriften betreffende leidingen en de plantoelichting. Verzocht wordt dit aan te passen en de ondergrondse leidingen van de NAM eveneens op de plankaart op te nemen. De in artikel 25 Leidingen opgenomen bebouwingsvrije zone langs leidingen wordt niet altijd toereikend geacht. Voor het bepalen van de toepasselijk veiligheidsafstanden dient te worden uitgegaan van de uit 1984 daterende VROM circulaire "Zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen". Verzocht wordt in de voorschriften te verwijzen naar de circulaire of de NEN 2650 zonder vermelding van een bepaalde breedte omdat deze per leiding kan variëren. O.a. de diameter en ontwerpdruk van de leiding, het te transporteren en het soort op te richten bouwwerk zijn bepalend voor de bebouwingsafstand tot de leiding.

Positie gemeente

De opmerkingen van de Gasunie, de NAM en de Hulpverleningsdienst zijn verwerkt in de paragraaf 5.5over externe veiligheid in de toelichting van het bestemmingsplan.

Hulpverleningsdienst Groningen

Reacties

De Hulpverleningsdienst deelt de conclusie van de gemeente, dat het groepsrisico externe veiligheid in het gebied zeer gering is en niet verantwoord hoeft te worden. De veiligheidsparagraaf (5.5) acht men voldoende uitgewerkt. De Hulpverleningsdienst heeft echter een aantal opmerkingen ten aanzien van de veiligheidsparagraaf. De opmerkingen betreffen de:

  • NAM locatie De Vosholen;
  • risicocontouren NAM locaties;
  • aardgastransportleidingen.

Positie gemeente

De opmerkingen van de Gasunie, de NAM en de Hulpverleningsdienst zijn verwerkt in de paragraaf 5.5over externe veiligheid in de toelichting van het bestemmingsplan.

Gemeente Groningen

Reacties

Inhoudelijk gezien heeft de gemeente Groningen geen opmerkingen over het bestemmingsplan. Wel zou de gemeente Groningen graag zien, dat het ontwerp bestemmingsplan de realisering van de zuidelijke aansluiting van Meerstad op de A7 mogelijk maakt. Een klein deel van de voor de aansluiting benodigde percelen is gelegen op grondgebied van de gemeente Hoogezand-Sappemeer.

Positie gemeente

Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan is in verband met de genoemde aansluiting contact gezocht met het bureau Meerstad van de gemeente Groningen. Op dat moment was er nog geen sprake van een concreet plan voor de aansluiting op de A7. Het concrete plan is er nu wel, zodat het verzoek kan worden ingewilligd.

KPN

Reacties

KPN verzoekt bij de uitwerking van het bestemmingsplan rekening te houden met hun belangen. Het gaat dan om technische- en beheersmatige zaken. KPN verzoekt nader contact op te nemen in verband met de aanwezigheid van straalpaden in de gemeente.

Positie gemeente

Zoals gebruikelijk bij het maken van bestemmingsplannen, zullen de door KPN genoemde aandachtspunten bij uitwerking van het plan of onderdelen daarvan in acht worden genomen. Dit geldt overigens ook voor de aandachtspunten die door de andere nutsbedrijven naar voren werden gebracht. Daar waar nodig wordt tijdig met de nutsbedrijven overleg gepleegd. Ten aanzien van mogelijke straalverbindingspaden in de gemeente, is bij de voorbereiding van het bestemmingsplan al contact opgenomen met KPN. De gemeente is daarop bericht, dat volgens de laatste data geen straalverbindingen meer over het grondgebied van Hoogezand-Sappemeer lopen. Met het opstellen van het voorontwerp en het ontwerp bestemmingsplan is van deze informatie uitgegaan.

7.2.2 Ontwerp bestemmingsplan en zienswijzen

Het ontwerp van het bestemmingsplan Buitengebied lag ter inzage van 26 november 2009 tot en met 6 januari 2010. Een ieder kon in deze periode zijn zienswijze over het plan bekend maken. In totaal zijn 66 zienswijzen ontvangen. Eén zienswijze is na afloop van de termijn ingediend. Deze zienswijze is coulancehalve inhoudelijk beoordeeld.

In de bij dit bestemmingsplan behorende "Nota zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan Buitengebied" (onderdeel van de besluitvorming over dit bestemmingsplan) is ingegaan op de zienswijzen. In de nota is aangegeven waarom een zienswijze wel of niet is overgenomen en tot welke aanpassingen dit heeft geleid.