direct naar inhoud van 5.5 Externe veiligheid
Plan: Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0018.BP090Buitengebied-31va

5.5 Externe veiligheid

Algemeen

Externe veiligheid heeft betrekking op de beheersing van risico's die worden veroorzaakt door de op- of overslag, het bewerken of verwerken of het vervoer van gevaarlijke stoffen.

De wet- en regelgeving voor externe veiligheid is sterk in beweging en zal ook de komende jaren nog wijzigingen ondergaan. De veranderingen in de wet- en regelgeving leiden er onder andere toe dat in de omgeving van risicobronnen (inrichtingen, gasleidingen etc.) de externe veiligheidssituatie wordt bepaald door het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Plaatsgebonden risico (PR)

Dit betreft de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onafgeschermd op een plaats zou verblijven, komt te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval door de risicobron. De normering van het Plaatsgebonden risico stelt dat de kans dat iemand komt te overlijden niet meer mag bedragen dan 1 op de 1.000.000 per jaar. Om die norm te bereiken wordt het Plaatsgebonden risico uitgedrukt in een contour (10-6 contour) rondom de risicobron waarbinnen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten mogen worden opgericht. Welke objecten als (beperkt) kwetsbaar worden aangemerkt is weergegeven in de verschillende wetten en regels die gelden voor de verschillende risicobronnen. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat objecten waarin personen verblijven of waarin zich mensen bevinden die moeilijk uit een gevaarlijke situatie kunnen vluchten (kinderen, bejaarden, gehandicapten etc.) tot (beperkt) kwetsbare objecten worden gerekend. Het gaat om woningen, scholen, kinderdagverblijven, kantoren, horeca, campings etc.

Groepsrisico (GR)

Betreft de kans per jaar dat tenminste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een risicobron. Het Groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek (Fn-curve). Er bestaat geen harde norm voor het Groepsrisico die niet mag worden overschreden. Wel is er een toetsingswaarde vastgesteld die stelt dat een ongeval met 10 doden slechts met een kans van 1 op de 100.000 per jaar mag voorkomen, een ongeval met 100 doden slechts met een kans van 1 op de 1.000.000 per jaar etc. De toetsingswaarde heeft het karakter van een oriënterende waarde: er mag verantwoord van worden afgeweken. Die verantwoording moet voldoen aan een aantal eisen, waaronder ook het betrekken van de mogelijkheden voor rampbestrijding en zelfredzaamheid van de bevolking. Ook als het Groepsrisico onder de oriënterende waarde blijft, moet die worden verantwoord. De provincie geeft echter aan dat een uitgebreide Groepsrisico verantwoording achterwege kan blijven als het Groepsrisico met minder dan 10% toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. De regionale brandweer moet altijd in de gelegenheid worden gesteld om advies te geven over de Groepsrisico situatie.

Risicobronnen

Het steunpunt externe veiligheid Groningen heeft een inventarisatie verricht van de situatie rondom risicobronnen die van invloed kunnen zijn op de ontwikkelingsmogelijkheden in het plangebied. Hieronder is die inventarisatie verkort weergegeven. Het complete rapport van het steunpunt en de daarbij behorende kaarten is weergegeven in Bijlage 5 Inventarisatie externe veiligheid van deze plantoelichting.

Hogedruk gasbuisleidingen

Formeel moeten hogedruk gasbuisleidingen voor externe veiligheid nog worden getoetst aan de circulaire "Zonering langs hoge druk aardgastransportleidingen" uit 1984. De nieuwe AMvB, het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is in concept gepubliceerd en zal naar verwachting medio 2010 in werking treden. De minister van VROM adviseert om bij bestemmingsplannen te anticiperen op de nieuwe regelgeving.

Op verschillende locaties in of vlakbij dit plangebied liggen hogedruk aardgasbuisleidingen. Deze leidingen hebben op enkele plaatsen een 10-6 - contour die buiten de leiding valt. Meestal ligt de 10-6contour echter op de leiding. In één geval (NAM 218) is sprake van een condensaatleiding. Dit type leiding heeft over de gehele lengte een PR10-6 contour van 8 meter. Binnen een afstand van 8 meter van elke leiding mag niet worden gebouwd (belemmerde strook).

De nieuwe regelgeving gaat uit van de risicobenadering. Daarbij zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van belang. Wanneer de personendichtheid binnen de 100% letaliteitzone significant toeneemt, heeft dat dusdanige gevolgen voor het groepsrisico dat hiervoor een groepsrisico-berekening (QRA) moet worden gemaakt. Tevens moet dan een uitgebreide groepsrisicoverantwoording plaatsvinden. Er zijn geen locaties in het buitengebied met een dusdanig hoge personendichtheid nabij de leidingen, dat daarvoor een uitgebreide groepsrisicoverantwoording noodzakelijk is.

NAM-locaties

De NAM-locatie Kielwindeweer-1 (Kielsterachterweg) ligt in het plangebied. De NAM-locaties Annerveen, Annerveen OV, Wildervank en Sappemeer OV (Vosholen) liggen dicht bij het plangebied.

Voor alle genoemde locaties geldt een PR10-6 contour waarbinnen geen (geprojecteerde) kwetsbare objecten zijn toegestaan.

De exacte grootte van het invloedsgebied is van deze locaties nog niet bekend. Deze gegevens staan niet op de risicokaart vermeld. De NAM is bezig om vooruitlopend op een mogelijke wijziging in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) deze contouren met het rekenprogramma Safeti-NL te berekenen. De locatie Wolfsbarge betreft een tijdelijke installatie. Deze locatie wordt niet op de risicokaart vermeld. Hierover zijn geen nadere gegevens bekend.

Gasunie meet- en regelstations A133 en A447

De Gasunie meet- en regelstations A133 (nabij Vosholen) en A447 Windeweer (Zwarteweg) liggen in het plangebied. Het station A447 valt onder de werking van het BEVI, maar station A133 niet omdat de diameter van de aanvoerleiding hier kleiner is dan 20 inch. Beide stations staan nog niet op de risicokaart vermeld. Voor deze inrichtingen geldt geen plaatsgebonden risicocontour PR10-6.

De effectafstand 1% letaliteit voor het station A133 is 215 meter. Hierbinnen staan geen woningen. Van het station A447 is de grootte van de effectafstand 1% letaliteit niet bekend. De dichtstbijzijnde woonbebouwing aan de Pieter Venemakade ligt op ongeveer 750 meter afstand van het station A447.

Rijksweg A7 Groningen - Nieuweschans

Voor de A7 geldt geen plaatsgebonden risicocontour PR10-6. Het invloedsgebied is volgens het concept provinciale basisnet gesteld op 200 meter vanaf de rand van de weg. Ten aanzien van bebouwing geldt een plasbrand aandachtgebied van 30 meter, eveneens vanaf de rand van de weg. Deze 30 meter zone valt over een deel van het buitengebied. Binnen de 30 meter zone zijn geen bijzonder kwetsbare objecten aanwezig. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van deze weg, maar de bebouwingsdichtheid is daar zo gering dat een groepsrisicoberekening niet zinvol is.

Provincialeweg N860 / N385 / N386

Voor de provinciale wegen N860, N385 en N386 geldt geen plaatsgebonden risicocontour PR10-6. Het invloedsgebied is volgens het concept provinciale basisnet gesteld op 200 meter. Deze wegen liggen in het plangebied. Ten aanzien van bebouwing geldt een plasbrand aandachtgebied van 30 meter vanaf de rand van de weg. Daarbinnen mogen geen bijzonder kwetsbare objecten worden geprojecteerd.

Spoorlijn Groningen - Veendam / Nieuweschans

Met behulp van het rekenprogramma RBM-II is voor het plan Vosholen-2 een risicoberekening gemaakt voor de spoorlijn Groningen - Veendam / Nieuweschans. Deze berekening leverde geen waarde op voor de plaatsgebonden risicocontour PR10-6. De PR10-8 contour ligt volgens die berekening op 69 meter vanaf de rand van het spoor. Het invloedsgebied is volgens het concept provinciale basisnet gesteld op 200 meter. In het buitengebied is geen woonbebouwing van enige betekenis aanwezig binnen het invloedsgebied van deze spoorlijn. Een groepsrisicoberekening is derhalve niet zinvol.

Winschoterdiep

Het Winschoterdiep maakt deel uit van het landelijke (concept) basisnet water. Volgens dat basisnet geldt voor deze vaarroute geen plaatsgebonden risicocontour en geen plasbrand aandachtgebied. Het vaarwater ligt ter hoogte van de N860 bij Waterhuizen en bij het tuinbouwgebied Sappemeer-noord tegen het plangebied aan.

Inrichtingen buiten het plangebied

Van inrichtingen met gevaarlijke stoffen die buiten het plangebied zijn gelegen zijn de risico- en effectafstanden getoetst op relevantie voor vermelding in deze externe veiligheidsinventarisatie. De bedrijven met gevaarlijke stoffen (Bevi-inrichtingen zoals Bay systems, PPG, AVEBE en Holthausen) liggen op een zodanig ruime afstand van het plangebied, dat daarmee voor al deze inrichtingen wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Bovendien is er geen sprake is van een significant groepsrisico.

5.5.1 Bestemmingsplan buitengebied

Het bestemmingsplan mag geen ontwikkelingen mogelijk maken die niet voldoen aan de normen voor het Plaatsgebonden risico en het Groepsrisico. Ontwikkelingen die in dit bestemmingsplan rechtstreeks mogelijk worden gemaakt dienen geheel te voldoen aan die normen. Omdat geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen de 10-6 Plaatsgebonden risico contouren van risicobronnen worden voorgestaan en door de toegestane ontwikkelingen het Groepsrisico niet of uiterst weinig toeneemt, wordt voldaan aan die eis.

Ontwikkelingen die in dit bestemmingsplan met een flexibiliteitbepaling (ontheffingsbevoegdheid, wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht) mogelijk worden gemaakt, dienen uitvoerbaar te zijn. In dit bestemmingsplan zijn de flexibiliteitbepalingen alle uitvoerbaar omdat die mogelijk zijn om toe te passen buiten de 10-6 PR- contour en zonder dat de ontwikkelingen een significante toename van het Groepsrisico met zich meebrengen. Bij de toepassing van de flexibiliteitbepalingen zal echter de externe veiligheidssituatie nader dienen te worden beschouwd op de dan geldende externe veiligheidssituatie in relatie met de voorgestane ruimtelijke ontwikkeling.

Het ontwerp van dit bestemmingsplan zal worden toegezonden aan de regionale brandweer opdat deze advies kan uitbrengen over de externe veiligheidssituatie vanwege dit bestemmingsplan. De regionale brandweer heeft reeds een positief advies uitgebracht over het voorontwerp bestemmingsplan Buitengebied.