direct naar inhoud van Artikel 12 Natuur
Plan: Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0018.BP090Buitengebied-31va

Artikel 12 Natuur

12.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuurwetenschappelijke waarden, meren inbegrepen;
  • b. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke waarden, meren inbegrepen;
  • c. bescherming van het natuurlijk verschil in hoogteligging ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - reliëf';
  • d. bescherming van de herkenbaarheid van de verkavelingsrichting, ter plaatse van de aanduiding 'overig - opstrekkende verkaveling';
  • e. bescherming van de karakteristieke bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - karakteristieke objecten';
  • f. sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen;
  • g. waterhuishoudkundige doeleinden;

en daaraan ondergeschikt:

  • h. medegebruik voor agrarische activiteiten;
  • i. infrastructurele voorzieningen, waaronder het gebruik als vaarwater;
  • j. nutsvoorzieningen;
  • k. recreatief- en educatief medegebruik.

12.2 Bouwregels
12.2.1 Algemeen

Waar de plaats en de afmetingen van bestaande bouwwerken de minimale en/of maximale maten bepaald in deze bouwregels overschrijden, vormen de bestaande maten het minimum respectievelijk het maximum.

12.2.2 Gebouwen

Gebouwen zijn niet toegelaten.

12.2.3 Overige bouwwerken

Andere bouwwerken zijn toegelaten tot een hoogte van 5 meter.

12.3 Nadere eisen
12.3.1 Bevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen, ter bescherming of verbetering van

  • het straat- en bebouwingsbeeld, en
  • de aanwezige cultuurhistorische, landschaps-, en natuurwaarden, en
  • de woonsituatie, en
  • de verkeersveiligheid, en
  • de sociale veiligheid, en
  • de milieusituatie, en
  • de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden,

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van bebouwing.

12.3.2 Procedure

Voordat toepassing gegeven wordt aan deze bevoegdheid voor het stellen van nadere eisen zal belanghebbenden gedurende twee weken de gelegenheid geboden worden hun zienswijzen omtrent het voornemen naar voren te brengen.

12.4 Ontheffing van de bouwregels
12.4.1 Bevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van

  • het straat- en bebouwingsbeeld, en
  • de aanwezige cultuurhistorische, landschaps- en natuurwaarden, en
  • de woonsituatie, en
  • de verkeersveiligheid, en
  • de sociale veiligheid, en
  • de milieusituatie, en
  • de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden,

ontheffing verlenen van:

  • a. de op de plankaart of in de planregels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages, behalve waarvoor hiernavolgend andere maten en percentages genoemd worden;
  • b. de planregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, als een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
  • c. het bepaalde in 12.2.2 en gebouwen toestaan voor het beheer en onderhoud van het natuurgebied en voor recreatieve natuureducatie elk tot een grootte van 20 m2 en tot een bouwhoogte van 4 meter;

12.4.2 Procedure

Voordat toepassing gegeven wordt aan deze bevoegdheid voor het verlenen van ontheffing, zal belanghebbenden gedurende twee weken de gelegenheid geboden worden hun zienswijzen omtrent het voornemen naar voren te brengen. Een ontheffing kan onder beperkingen verleend worden en aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

12.5 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
  • b. het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen;
  • c. het gebruik van gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan voor de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten, werken en werkzaamheden;
  • d. het gebruik van gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) vaar-, vlieg- of voertuigen;
  • e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel, een horecabedrijf en/of seksinrichting.

12.6 Aanlegvergunning
12.6.1 Verbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - reliëf' de gronden op te hogen, af te graven, af te schuiven of te egaliseren;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'overig - opstrekkende verkaveling' het graven of (deels) dempen van sloten en andere watergangen, waarvan de richting meer dan 5 graden afwijkt van de in Bijlage 1 Bestaande kavelrichting bij deze planregels aangegeven bestaande kavelrichting;

12.6.2 Vrijstelling

Het onder het 12.6.1 genoemde verbod geldt niet voor de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op de eerste dag van terinzagelegging van het ontwerp van het plan;
  • c. waarvoor eerder vergunning is verleend dan de eerste dag van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan;

en ook niet voor:

  • d. ter plaatse van de aanduiding 'overig - opstrekkende verkaveling':
    • 1. het graven van sloten en andere watergangen als deze langs wegen-, fiets- en voetpaden zijn gelegen of als deze dienen als erfafscheiding;
    • 2. het (deels) dempen van sloten en andere watergangen als de onderlinge afstand tussen resterende sloten in dezelfde richting minder dan 100 meter is;

12.6.3 Voorwaarden

De vergunning wordt alleen verleend als:

  • a. de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doet aan de aanwezige cultuurhistorische, landschaps- en natuurwaarden;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - reliëf' dit niet ten koste gaat van de herkenbaarheid van het natuurlijke reliëf;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'overig - opstrekkende verkaveling':
    • 1. sloten en andere watergangen worden gegraven, waarvan de richting minder dan 10 graden afwijkt van de in Bijlage 1 Bestaande kavelrichting bij deze planregels aangegeven bestaande kavelrichting;
    • 2. het (deels) dempen van sloten en andere watergangen niet tot gevolg heeft dat de onderlinge afstand tussen resterende sloten in dezelfde richting meer dan 200 meter is.
12.7 Sloopvergunning
12.7.1 Verbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders een gebouw geheel of gedeeltelijk te slopen, als dat gebouw geheel of gedeeltelijk is gelegen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - karakteristieke objecten'.

12.7.2 Vrijstelling

Het onder het 12.7.1 genoemde verbod geldt niet voor het slopen van:

  • a. bouwwerken ingevolge een aanschrijving van burgemeester en wethouders op basis van de Woningwet;
  • b. bouwwerken waarvoor geen bouwvergunning is vereist;
  • c. bouwwerken waarvoor een tijdelijke bouwvergunning is verleend.

12.7.3 Voorwaarden

De vergunning wordt alleen verleend als:

  • a. een volgens de bouwverordening benodigde vergunning voor het slopen kan worden verleend;
  • b. het betreffende gebouw niet voldoet aan de criteria voor karakteristieke objecten zoals weergegeven in Bijlage 6 Criteria voor karakteristieke objecten van de planregels.