direct naar inhoud van 4.3 Ecologie
Plan: Bestemmingsplan Oosterparkwijk
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0014.BP489Oosterparkwij-oh01

4.3 Ecologie

Huidige kenmerken en waarden

Dit stadsdeel kenmerkt zich als een vooroorlogse woonwijk met de vaak voorkomende typische bovenwoningenstructuur en tevens een aantal substantiële parken. De parken, het Oosterpark, het Pioenpark en het monumentale groen van het Damsterdiep-Balkgat, karakteriseren zich door relatief grote gazonpartijen en weinig inheemse struiken. Ecologisch gezien zijn ze, vooral dankzij hun forse oppervlakten, van belang. De variatie in ouderdom en soorten is hier redelijk groot. Er leven hier deelpopulaties van onder andere verschillende en beschermde vleermuissoorten, egels, amfibieën, vlinders en vooral veel typische stadsvogelsoorten. Het ontbreken van voldoende inheemse struiken en kruidenvegetaties heeft echter een beperkende invloed op de ecologische kwaliteit. De Gorechtkade en de Petrus Campersingel met hun water en groensingels werken ondanks de geringe variatie zeker ondersteunend in de ecologische structuur. Oostelijk liggen de vrij recent ontwikkelde kruidenvegetaties langs de Oostersluis met een grote variatie aan bloemen en nectarplanten. Zuidelijk grenst het plangebied aan de te ontwikkelen ecologische verbinding Damsterdiep.

Al de bovengenoemde gebieden zijn onderdeel van de stedelijke basisgroenstructuur.

Daarnaast zijn de vele zogenaamde “binnengroentjes” tussen de huizenblokken, zoals in het Blauwe Dorp en achter de Gorechtkade en verschillende pleintjes als het Linnaeus- en Kooykerplein evenals het groen bij de Duiventil, ondersteunend van belang.

afbeelding "i_NL.IMRO.0014.BP489Oosterparkwij-oh01_0052.png"

Monumentale bomen Oosterpark

Verschillende vleermuissoorten gebruiken de boomstructuren en/of waterpartijen als trekroute en foerageergebied. De trekroutes zijn wettelijk beschermd. Behoud en versterking van deze zones is van groot belang. Genoemde verbindingszones zijn vastgesteld op de Stedelijke Ecologische Structuurkaart van 2007/2008. Genetische uitwisseling en klimaatopwarming vragen om duurzame, goed functionerende verbindingen.

De groenstructuren van dit plan zijn op dit moment nog niet goed verbonden met het buitengebied van de stad en de andere stadsdelen.

Optimale stadsverbindingen zijn minimaal 25 meter breed en bevatten een boom-, struik- en kruidlaag om voor een doelsoort als wezel en egel passeerbaar te zijn. Bij langere verbindingszones zijn aansluitende kleinere groengebieden als ondersteuning van belang. Alle boomstructuren in het gebied zijn waardevol voor vogels en vleermuizen als nestplaats, voedselvoorziening en trekroute.

Waterstructuur

De bestaande vijvers in het Pioenpark, het Oosterpark en de Gorechtkade vormen belangrijke biotopen voor vissen, watervogels, amfibieën, libellen en vleermuizen. Water- en oevervegetaties zijn hier amper of niet ontwikkeld. Ook het doorzicht en de waterkwaliteit zijn onvoldoende.

Dit maakt dat de ecologische waarden van de waterpartijen op dit moment zeer laag zijn.

afbeelding "i_NL.IMRO.0014.BP489Oosterparkwij-oh01_0053.png" afbeelding "i_NL.IMRO.0014.BP489Oosterparkwij-oh01_0054.png"

Vijver Gorechtkade De Mezenvijver

Overige waarden

In de Oosterparkwijk komen in de woonblokken wijkbreed belangrijke kolonies gierzwaluwen voor. Hun voortplantingsplaatsen zijn jaarrond beschermd en moeten bij vernietiging vooraf worden gecompenseerd (zie het gemeentelijk registratiesysteem voor de locatie van de gierzwaluwkolonies). De zeldzamer wordende huismus broedt in dit plangebied alleen in de woonblokken rond het Oosterpark. Waarschijnlijk omdat alleen hier nog voldoende groen en voedsel aanwezig is. Recent zijn in de nieuwbouw van De Velden neststenen in de gevels opgenomen waarvan de eersten gelijk in gebruik zijn genomen. Ook plaatselijk in het Blauwe Dorp zijn er kleine kolonies. De aantallen van de soorten gierzwaluw en huismus lopen in deze wijk terug omdat bij nieuwbouw en dakrenovaties nestplaatsen verdwijnen en niet meer terugkomen. Tot slot is ook de roekenkolonie in het Oosterpark, met name in de zuidoosthoek, beschermd en komt er waardevolle muurvegetatie voor op de muren van het Linnaeusplein.

afbeelding "i_NL.IMRO.0014.BP489Oosterparkwij-oh01_0055.png" afbeelding "i_NL.IMRO.0014.BP489Oosterparkwij-oh01_0056.png"

Dof muurklokje Gedifferentieerd groen Pioenvijver

afbeelding "i_NL.IMRO.0014.BP489Oosterparkwij-oh01_0057.png"

Oranje arcering zijn gierzwaluwbroedplaatsen (m.u.v. Damsterdiep en P. Campersingel)

Gewenste ontwikkeling

Voor alle groenstructuren geldt dat er gestreefd wordt naar behoud en ontwikkeling. Struikstructuren zijn onvoldoende aanwezig en bieden te weinig variatie. Kruidenvegetaties ontbreken volledig. Hier liggen wensen en kansen om voor vogels, egels, insecten als vlinders, zweefvliegen en bijen nieuw leefgebied te vormen door het omvormen van delen van sierplantsoen en gazon in heester- en kruidenvegetaties.

Tevens kunnen in de kruidlaag onder de bomen stinzenplantenvegetaties ontwikkeld worden zodat er meer variatie en belevingswaarde ontstaat.

Ecologisch op te lossen of te versterken knelpunten zijn de aansluitingen en verbindingen van:

  • 1. Pioenpark noordoostelijk met Oosterpark via Mezenplein;
  • 2. Oosterpark zuidoostelijk met Pioenpark via Klaprooslaan;
  • 3. Pioenpark met Van Starkenborghkanaal via Asterstraat;
  • 4. Pioenpark met Damsterdiep via Mimosastraat en Duiventil;
  • 5. Gorechtkade met Oosterhamrikkanaal.

Voor ecologische wateren geldt dat gestreefd wordt naar een hogere waterkwaliteit (sanering riooloverstorten), doorzicht, doorstroming, aanwezigheid van ondergedoken waterplanten en het ontwikkelen van ecologische oevers. Bij de meeste vijvers is het doorzicht nog onvoldoende en ontbreken de ecologische oevers.

Inrichting en beheer van alle ecologische structuren moet afgestemd zijn op het Doelsoortenbeleid Centrum (stedelijk gebied)

Overige aandachtspunten

De bouwwijze van huizen in dit stadsdeel kenmerkt zich nog voor een groot deel door daken met pannen. Gebouwen met dakpannen en kleine openingen in muren bieden vaak ruimte aan waardevolle stadsdieren als gierzwaluwen, huismussen, roodstaarten en verschillende vleermuissoorten. De aantallen van deze soorten nemen stadsbreed af. Gierzwaluwnestplaatsen en verblijfplaatsen van vleermuizen zijn daarom jaarrond beschermd.

Bij renovatie en nieuwbouwplannen is het noodzakelijk voorzieningen voor deze soorten als randvoorwaarde op te nemen. Bij nieuwbouw moet tevens nadrukkelijk ingezet worden op het realiseren van dakvegetaties. Deze dragen in een intense stad in hoge mate bij aan verhoging van de kwaliteit van de leefomgeving.

Wet en regelgeving

Door middel van quickscans en zonodig nader onderzoek dienen de ruimtelijke ontwikkelingen getoetst te worden aan de Flora- en faunawet als ook het stedelijke ecologisch beleid.

De afstand tot de Ecologische Hoofdstructuur Structuur; de Koningslaagte bedraagt ongeveer 2,5 kilometer. De afstand tot het Leekstermeergebied bedraagt ruim 3,5 kilometer. Voorliggend bestemmingsplan tast deze gebieden niet aan.