Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Farmsum
Status: onherroepelijk
Plan identificatie: NL.IMRO.0010.12BP-OH01

Artikel 11 Gemengd - 3

11.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Gemengd - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. maatschappelijke voorzieningen - onderwijs
  2. kantoor;
  3. horecabedrijf in de categorie 1;
  4. cultuur en ontspanning - atelier;
  5. bedrijfsverzamelruimten;
met daaraan ondergeschikt:
  1. restauratieve voorzieningen;
  2. kinderdagopvang;
  3. fitnessruimte;
met de daarbij behorende:
  1. verkeers- en verblijfsvoorzieningen;
  2. openbare nutsvoorzieningen;
  3. groenvoorzieningen en water;
met dien ten verstande dat:
  1. 1 sub c niet van toepassing is op restaurants op meer dan 1 bouwlaag. 
In de bestemming zijn niet begrepen:
  •  seksinrichtingen.
11.2 Bouwregels
11.2.1 gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
  1. een gebouw zal binnen een op de verbeelding weergegeven bouwvlak worden gebouwd;
  2. de bouw- en goothoogte bedragen niet meer dan de op de verbeelding weergegeven goot- en bouwhoogte, dan wel de bestaande bouw- en goothoogte indien deze meer bedragen;
11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en overkappingen gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en overkappingen mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van vlaggenmasten en lichtmasten niet meer dan 5 m bedraagt en de bouwhoogte van reclamemasten niet meer dan 6 meter bedraagt.
  2. de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt voor de naar de weg gekeerde bouwgrens ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbare weg (niet zijnde een brandgang tussen twee gebouwen) of openbaar groengebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt.
11.3 Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
nadere eisen stellen aan:
  1. de plaats van gebouwen in die zin dat de gebouwen in de naar de weg gekeerde bouwgrens moeten worden gebouwd;
  2. de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
11.4 Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik met deze bestemming zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval gerekend: 
  1. het gebruik van gebouwen voor bewoning;
  2. het gebruik van de gronden voor opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens deze bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden;
  3. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen;
  4. het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen.