direct naar inhoud van Artikel 15 Recreatie - Golfbaan
Plan: Buitengebied 2013
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0986.BPbuitengebied2013-VG02

Artikel 15 Recreatie - Golfbaan

15.1 Bestemmingsomschrijving
15.1.1

De voor 'Recreatie - Golfbaan' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. de beoefening van de golfsport;
  • b. horecadoeleinden in de vorm van een clubhuis/-ontvangstruimte annex restaurant;
  • c. behoud en/of herstel en/of ontwikkeling van de bestaande dan wel oorspronkelijk aanwezige landschappelijke, bodemkundige, cultuurhistorische, landschapsecologische en/of natuurlijke waarden,

met daaraan ondergeschikt:

    • 1. parkeervoorzieningen;
    • 2. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
    • 3. landschappelijke inpassing van de bedrijfsgebouwen in de vorm van groenvoorzieningen met een visueel afschermende functie;
    • 4. wonen in een bedrijfswoning.
15.1.2

Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtname van de voorrangsregels uit artikel 41.2.

15.2 Bouwregels
15.2.1 Algemeen

Op de tot 'Recreatie - Golfbaan' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen ten behoeve van de in artikel 15.1 genoemde bestemming, met dien verstande dat gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak;
  • b. bedrijfswoningen tot ten hoogste het aangeduide 'maximum aantal wooneenheden';
  • c. de daar bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde.
15.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'

Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels:

  • a. binnen het bouwvlak mogen gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd;
  • b. het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwd;
  • c. de gevels van de gebouwen in de bouwgrenzen worden geplaatst;
  • d. de goothoogte mag maximaal 5 m bedragen;
  • e. de bouwhoogte mag maximaal 10 m bedragen;
  • f. gebouwen dienen te worden afgedekt met een kap, met een dakhelling van minimaal 12° en maximaal 45°, dan wel dezelfde dakhelling als de kap van de bestaande bebouwing als die wordt verbouwd of daarop wordt aangesloten;
  • g. de inhoud van de bedrijfswoning mag minimaal 250 m³ en maximaal 750 m³ bedragen.
15.2.3 Overige regels

Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:

  • a. bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag ten hoogste 4.00 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erfafscheidingen maximaal 2 m mag bedragen.
15.3 Nadere eisen
15.3.1 Onderwerpen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van:

  • a. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing;
  • b. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen;
  • c. het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan;
  • d. de aard, situering en oppervlakte van verhardingen.
15.3.2 Toepassingscriteria

De in artikel 15.3.1 genoemde nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van:

  • a. de stedenbouwkundige en/of landschappelijke inpassing;
  • b. de verkeerssituatie;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de sociale veiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
15.4 Afwijken van de bouwregels
15.4.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van schuilgelegenheden en bergruimten

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 15.2.2 onder a voor het buiten het bouwvlak bouwen van schuilgelegenheden en bergruimten ten behoeve van de beoefening van de golfsport, mits:

  • a. de afwegingsaspecten, zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels, in acht worden genomen;
  • b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de milieusituatie;
  • de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden,

met dien verstande dat:

    • 1. de oppervlakte van deze gebouwen maximaal 50 m² mag bedragen;
    • 2. de goothoogte maximaal 3,3 m mag bedragen;
    • 3. de gebouwen worden afgedekt met een kap, met een dakhelling van minimaal 12° en maximaal 45°.
15.4.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van ballenvangers

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 15.2.3 onder b voor het bouwen van ballenvangers, mits:

  • a. de afwegingsaspecten, zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels, in acht worden genomen;
  • b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de milieusituatie;
  • de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden,

met dien verstande dat:

    • 1. de hoogte van ballenvangers maximaal 20 m mag bedragen.
15.5 Specifieke gebruiksregels
15.5.1 Verboden gebruik

Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als:

  • a. het verrichten van exploratie- en exploitatieboringen ten behoeve van de winning van delfstoffen;
  • b. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingconstructies, behoudens voor zover deze verband houden met het op de bestemming gerichte gebruik;
  • c. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel;
  • d. het inrichten van een sport- en wedstrijdterrein, buitenmanege, zwembad en speel- en/of ligweide, uitgezonderd het gebruik voor de beoefening van de golfsport;
  • e. het beproeven van en/of racen met voertuigen, al dan niet in wedstrijdverband;
  • f. buitenopslag, behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik.
15.6 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en Wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 15.5.1 ten behoeve van het toestaan van aanvullende activiteiten ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' in de vorm van:

  • a. een zelfstandig kantoor;
  • b. lichte horeca
  • c. zorgvoorzieningen, niet behorende tot de eerstelijns zorg;
  • d. recreatiewoningen/-appartementen;
  • e. bedrijfsactiviteiten,

mits:

  • 1. de afwegingsaspecten, zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels, in acht worden genomen;
  • 2. de aanvullende activiteiten noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarden van de betreffende bebouwing/het betreffende perceel;
  • 3. de nieuwe activiteiten binnen de bestaande bebouwing worden ingepast;
  • 4. de activiteiten geen hinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen;
  • 5. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeers/-parkeeroverlast leiden;
  • 6. het vloeroppervlak van een recreatiewoning/-appartement maximaal 100 m² bedraagt;
  • 7. het ten aanzien van bedrijfsactiviteiten, bedrijfsactiviteiten uit categorie 1 van de VNG-handreiking Bedrijven en Milieuzonering (versie 2009) betreft.
15.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
15.7.1 Vergunningplicht

Het is verboden op of in de voor 'Recreatie - Golfbaan' aangewezen gronden in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het wijzigen van de grondwaterstand en/of de waterhuishouding;
  • b. het verrichten van werkzaamheden die de dood of ernstige beschadiging van waardevolle vegetatie kunnen veroorzaken;
  • c. het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen;
  • d. het vellen, rooien of beschadigen van houtgewas, behoudens bij wijze van verzorging;
  • e. het aanbrengen en/of amoveren van oppervlakteverhardingen;
  • f. het bebossen van gronden.
15.7.2 Uitzonderingen

Het bepaalde in artikel 15.7.1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden:

  • a. in het kader van normaal onderhoud en beheer;
  • b. van ondergeschikte betekenis;
  • c. die reeds anderszins vergunningplichtig zijn;
  • d. die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.
15.7.3 Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 15.7.1 zijn slechts toelaatbaar indien die werken en/of werkzaamheden geen onevenredig nadelige gevolgen hebben of kunnen hebben voor de aanwezige hydrologische, ecologische, bodemkundige en visuele waarden, alsmede de aanwezige agrarische waarden. Bij de toetsing van de toelaatbaarheid van de werken en/of werkzaamheden worden de afwegingsaspecten, zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels in acht genomen.

15.8 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
15.8.1 Vergunningplicht

Het is verboden op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden', zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de op de gronden aanwezige cultuurhistorische waardevolle en/of karakteristieke bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen.

15.8.2 Uitzonderingen

Het bepaalde in artikel 15.8.1 is niet van toepassing op:

  • a. normale onderhoudswerkzaamheden;
  • b. sloopwerkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
  • c. sloopwerkzaamheden gericht op de instandhouding van gebouwen en terreinen met cultuurhistorische waarden;
  • d. sloopwerkzaamheden, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.
15.8.3 Toepassingscriteria

De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 15.8.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen de aanwezige cultuurhistorisch waarden en/of karakteristieke bebouwing niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.

15.9 Wijzigingsbevoegdheid

Niet van toepassing.