direct naar inhoud van Besluittekst
Plan: Reactieve aanwijzing tav Bedrijventerrein Reinierpolder
Status: vastgesteld
Plantype: reactieve aanwijzing
IMRO-idn: NL.IMRO.9930.ra0851Reinpolder-va01

Besluittekst

Hoofdstuk 1 Inleidende overwegingen

1.1. Raadsbesluit

Op 3 juli 2015 hebben wij het besluit van 25 juni 2015 met betrekking tot de vaststelling van het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Reinierpolder” ontvangen. Dit besluit gaat vergezeld van een nota van zienswijzen en door de raad aangenomen amendementen. De bestanden van het digitale plan zoals dit zou zijn vastgesteld zijn ons ook per 3 juli ter beschikking gesteld.

1.2. Reactieve aanwijzing

Gelet op de provinciale belangen die in het geding zijn, vinden wij het noodzakelijk overeenkomstig artikel 3.8 lid 6 Wet ruimtelijke ordening een aanwijzing te geven tegen dit plan. De aan dit besluit ten grondslag liggende feiten, omstandigheden en overwegingen die ons beletten het betrokken provinciaal belang met inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden te beschermen, geven wij hieronder weer.

Dit aanwijzingsbesluit strekt ertoe dat het onderdeel van het bestemmingsplan waartegen van onze zijde bezwaren bestaan geen deel blijft uitmaken van het bestemmingsplan zoals het is vastgesteld. Ons besluit treedt op het moment van de bekendmaking in werking. Zodra ons aanwijzingsbesluit onherroepelijk is geworden, vervalt het vaststellingsbesluit voor dat onderdeel van het bestemmingsplan.

1.3. Inzet aanwijzingsbevoegdheid

Conform het bepaalde in de wet is een afweging vereist waarom het provinciaal belang niet met de inzet van andere aan ons toekomende instrumenten is beschermd.

In dit verband heeft de provincie de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 vast gelegd in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. De te beschermen provinciale ruimtelijke belangen zijn vastgelegd in de Verordening ruimte. Ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan vormde de Verordening ruimte 2014 (versie 2013) het provinciaal toetsingskader voor ruimtelijke plannen. Voor de inhoudelijke afweging of er provinciale belangen in het geding zijn, baseren wij ons op deze Verordening ruimte 2014 (hierna: Vr). Inmiddels is de Verordening ruimte 2014 (per 15-7-2015) in werking getreden. Daarom is ook bezien of toetsing van het bestemmingsplan aan de inmiddels in werking getreden Verordening ruimte 2014 (per 15-7-2015) tot een ander oordeel zou leiden.

Voor de inhoudelijke afweging of er provinciale belangen in het geding zijn, baseren wij ons op de Vr zoals deze gold op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan.

Daarbij zien wij de 'reactieve aanwijzing' als een slagvaardig en effectief middel om inwerkingtreding van een bestemmingsplan(onderdeel) tegen te houden wegens strijdigheid met een of meer regels van de Vr.

Wij achten ons bevoegd om, indien het provinciaal belang dat vergt, de reactieve aanwijzing in te zetten voor die zaken die in de Vr zijn beschreven.

Wij vinden het ook van belang dat bij het gebruik van dit instrument voor een ieder via www.ruimtelijkeplannen.nl direct kenbaar is waar plandelen niet in werking zijn getreden en welke overwegingen daarbij een rol spelen. Hier komt nog bij, dat wij de reactieve aanwijzing een aanmerkelijk doelmatiger en efficiënter instrument vinden dan de inzet van beroep en het in voorkomende gevallen vragen van een voorlopige voorziening, met name waar het om wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden in het bestemmingsplan betreft, zoals zich ook in deze aanwijzing voordoet.

De provinciale belangen zijn ook specifiek voor dit bestemmingsplan uiteengezet en kenbaar gemaakt. Onze directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving heeft daartoe bij brief van 9 december 2014, nr. C2158598/3804738, een vooroverlegreactie uitgebracht over het voorontwerp van dit plan. Vervolgens hebben wij een zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan ingediend bij brief van 28 april 2015, nr. C2168356/3804738. Daarnaast is in de periode tussen het geven van het directie advies en het vaststellen van het bestemmingsplan, op ambtelijk niveau overleg gevoerd met de gemeente over de provinciale belangen die in het bestemmingsplan in het geding zijn.

Gelet op het voorgaande zijn wij van mening dat de inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden in dit geval niet mogelijk was en dat de in het geding zijnde provinciale belangen genoegzaam bij de gemeenteraad bekend zijn.

Ons is gebleken dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan (op onderdelen) desondanks onvoldoende rekening is gehouden met provinciale belangen. Bij een ongewijzigde inwerkingtreding van het bestemmingsplan zullen deze belangen worden geschaad.

1.4. Termijn reactieve aanwijzing

De reactieve aanwijzing is gericht tegen het vastgestelde bestemmingsplan. Voor het beoordelen van dit plan, het juist formuleren van de aanwijzingen en het correct digitaliseren van de reactieve aanwijzing dienen wij te kunnen beschikking over de digitale versie van het vastgestelde plan. Uit jurisprudentie hierover volgt dat wij ook na de wettelijke termijn van zes weken na het raadsbesluit nog een reactieve aanwijzing mogen geven, indien het digitale plan niet onverwijld na vaststelling van het plan aan ons ter beschikking wordt gesteld.

Overigens geldt dit ook indien er na het ter beschikking komen van het authentieke plan op www.ruimtelijkeplannen.nl vanuit het provinciaal belang gezien relevante verschillen in dat authentieke plan blijken te zitten ten opzichte van de bestanden die wij eerder hebben gehad. Dit kan er dan toe leiden dat er alsnog een aanwijzing of een aanvulling daarop volgt.

Wij hebben op 3 juli 2015, een week na de vaststelling van het bestemmingsplan, de beschikking gekregen over digitale bestanden van het plan.

Het besluit omtrent de aanwijzing hebben wij vervolgens zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk genomen.

Hoofdstuk 2 Aanwijzing(-en) t.a.v. de regels voor de bestemming Bedrijventerrein

2.1. Aanwijzing t.a.v. afwijkingsbevoegdheid voor zelfstandige kantoorvestigingen

Artikel 4, lid 4.5.3 met daarin de bevoegdheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 4, lid 4.1 voor de uitoefening van een zelfstandige kantoorvestiging treedt niet in werking.

Motivering
In artikel 4, lid 4.5.3 van de regels van het bestemmingsplan wordt, met afwijkingsbevoegdheid, op dit bedrijventerrein de mogelijkheid geboden voor de vestiging van zelfstandige kantoren. De vestiging van zelfstandige kantoren op dit bedrijventerrein achten wij strijdig met artikel 4.4 Vr omdat in dit geval sprake is van oneigenlijk ruimtegebruik op een bedrijventerrein.
Wij zijn van mening dat voor zelfstandige kantoren, inclusief zelfstandige kantoren die mogelijk zijn met een afwijkingsbevoegdheid, de behoefte dient te worden aangetoond alvorens deze mogelijk te maken in een bestemmingsplan. Artikel 4.4 Vr bepaalt dat sprake dient te zijn van een kantorenlocatie.

In dit geval is daar geen sprake van aangezien het om een middelzwaar bedrijventerrein met bedrijven in de milieucategorieën 3 en hoger gaat waar incidenteel kantoren door middel van een afwijkingsbevoegdheid mogelijk worden gemaakt. Nog afgezien daarvan dient bij de ontwikkeling van kantoren de onderbouwing vergezeld te gaan van de verantwoording van de behoefte en gemotiveerd te zijn in het kader van de ladder van duurzame verstedelijking. Deze verantwoording en motivering zijn niet opgenomen in het vastgestelde bestemmingsplan.

Naar aanleiding van onze zienswijze heeft de gemeente weliswaar extra voorwaarden gesteld aan de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid - de behoefte dient te zijn aangetoond en een motivering in het kader van de ladder van duurzame verstedelijking is vereist - maar wij blijven van mening dat het bestemmingsplan op dit punt strijdig is met artikel 4.4 Vr.
Er is zoals gezegd geen sprake van een kantorenlocatie. Verder dient in de toelichting van het voorliggende bestemmingsplan de behoefte en het voldoen aan de ladder van duurzame verstedelijking verantwoord te worden alvorens zelfstandige kantoren mogelijk te maken. Het bestemmingsplan bevat daarvoor geen, dan wel onvoldoende verantwoording.
In dit verband verwijzen wij naar uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder andere 201308486/1/R1 en 201305293/1/R1 waaruit blijkt dat, ook voor ruimtelijke ontwikkelingen die mogelijk zijn met afwijkingsbevoegdheid of met wijziging, het bestemmingsplan een verantwoording dient te bevatten zoals bovengenoemd.
Verder is er niet aangetoond dat er sprake is van een zwaarwegend belang waardoor de afwijkingsbevoegdheid gerechtvaardigd zou zijn.

Hoofdstuk 3 Grondslag en opzet van deze aanwijzing

3.1. Basis reactieve aanwijzing

De reactieve aanwijzing is gericht tegen het vastgestelde bestemmingsplan. Voor het beoordelen van dit plan, het juist formuleren van de aanwijzingen en het correct digitaliseren van de reactieve aanwijzing dienen wij te kunnen beschikking over de digitale versie van het vastgestelde plan. De gemeente heeft ons op ons verzoek een digitaal plan ter beschikking gesteld en hierop hebben wij deze aanwijzing gebaseerd.

Omdat het gemeentelijk plan nog niet is aangeboden op www.ruimtelijkeplannen.nl, is het niet uitgesloten dat later blijkt dat het authentieke plan vanuit provinciaal belang gezien toch nog relevante verschillen blijkt te bevatten ten opzichte van de bestanden die wij hebben gehad. Gelet op de jurisprudentie kan in dat geval alsnog een aanvullende of gewijzigde reactieve aanwijzing volgen, ook al is de gebruikelijke termijn van 6 weken verstreken.

3.2. Leeswijzer voor de (analoge) tekst

Deze reactieve aanwijzing is geen gewoon besluit, het is namelijk ook een digitaal plan. Dit heeft gevolgen voor de opzet van de tekst, omdat er vanuit wordt gegaan dat raadpleging plaats vindt via klikken op een locatie op de kaart, waarna de voor die locatie relevante informatie wordt getoond. De tekst is daarom zodanig ingericht, dat de aanwijzing gekoppeld kan worden aan dat onderdeel van de (digitale) kaart waarop dit betrekking heeft.

Net als in een bestemmingsplan is er verder geen apart onderdeel opgenomen waarin de aanwijzing(-en) nog een keer kort worden genoemd (in juridische termen: dictum). In feite fungeert elke aanwijzing op zich als een stukje besluittekst/dictum, dat gevolgd wordt door de motivering voor die specifieke locatie of regel.
De vaststelling van deze reactieve aanwijzing is opgenomen in een apart vaststellingsbesluit dat ook te raadplegen is via www.ruimtelijkeplannen.nl.