direct naar inhoud van Besluittekst
Plan: Reactieve aanwijzing tav Buitengebied Etten-Leur
Status: vastgesteld
Plantype: reactieve aanwijzing
IMRO-idn: NL.IMRO.9930.ra0777bgEttenLeu-va01

Besluittekst

Hoofdstuk 1 Inleidende overwegingen

1.1. Raadsbesluit

Op 2 oktober 2013 hebben wij het besluit van 30 september 2013 met betrekking tot de vaststelling van het bestemmingsplan “Buitengebied” van de gemeente Etten-Leur ontvangen. Dit besluit gaat vergezeld van een nota van zienswijzen, nota van wijzigingen (planregels en verbeelding) en door de raad aangenomen amendementen.

1.2. Reactieve aanwijzing

Gelet op de provinciale belangen die in het geding zijn, vinden wij het noodzakelijk overeenkomstig artikel 3.8 lid 6 Wet ruimtelijke ordening een aanwijzing te geven tegen dit plan. De aan dit besluit ten grondslag liggende feiten, omstandigheden en overwegingen die ons beletten het betrokken provinciaal belang met inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden te beschermen, geven wij hieronder weer.

Dit aanwijzingsbesluit strekt ertoe dat het onderdeel van het bestemmingsplan waartegen van onze zijde bezwaren bestaan geen deel blijft uitmaken van het bestemmingsplan zoals het is vastgesteld. Ons besluit treedt op het moment van de bekendmaking in werking. Zodra ons aanwijzingsbesluit onherroepelijk is geworden, vervalt het vaststellingsbesluit voor dat onderdeel van het bestemmingsplan.

1.3. Inzet aanwijzingsbevoegdheid

Conform het bepaalde in de wet is een afweging vereist waarom het provinciaal belang niet met de inzet van andere aan ons toekomende instrumenten is beschermd.

In dit verband heeft de provincie de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 vast gelegd in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. De te beschermen provinciale ruimtelijke belangen zijn vastgelegd in de Verordening ruimte 2012 (hierna: Vr). Deze verordening is op 11 mei 2012 door Provinciale Staten vastgesteld en op 1 juni 2012 in werking getreden. Op 17 mei 2013 is een wijziging van de Vr vastgesteld gericht op een zorgvuldige veehouderij. Deze wijziging is op 31 mei 2013 in werking getreden. De Vr vormt het provinciaal toetsingskader voor ruimtelijke plannen.

Voor de inhoudelijke afweging of er provinciale belangen in het geding zijn, baseren wij ons op de Vr zoals deze gold op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan.

Daarbij zien wij de 'reactieve aanwijzing' als een slagvaardig en effectief middel om inwerkingtreding van een bestemmingsplan(onderdeel) tegen te houden wegens strijdigheid met een of meer regels van de Vr.

Wij achten ons bevoegd om, indien het provinciaal belang dat vergt, de reactieve aanwijzing in te zetten voor die zaken die in de Vr zijn beschreven.

Wij vinden het ook van belang dat bij het gebruik van dit instrument voor een ieder via www.ruimtelijkeplannen.nl direct kenbaar is waar plandelen niet in werking zijn getreden en welke overwegingen daarbij een rol spelen. Hier komt nog bij, dat wij de reactieve aanwijzing een aanmerkelijk doelmatiger en efficiënter instrument vinden dan de inzet van beroep en het in voorkomende gevallen vragen van een voorlopige voorziening, met name waar het wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden in het bestemmingsplan betreft, zoals zich ook in deze aanwijzing voordoet.

De provinciale belangen zijn ook specifiek voor dit bestemmingsplan uiteengezet en kenbaar gemaakt. Onze directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving heeft daartoe bij brief van 20 december 2012, nr. C2097677/3326155, een vooroverlegreactie uitgebracht over het voorontwerp van dit plan. Vervolgens hebben wij een zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan ingediend bij brief van 2 mei 2013, nr. C2116116/3397732.

Daarnaast is in de periode tussen het geven van het directie-advies en het vaststellen van het bestemmingsplan, diverse keren op ambtelijk niveau overleg gevoerd met de gemeente omtrent de provinciale belangen die in het bestemmingsplan in het geding zijn. Over het algemeen hebben wij daarbij met veel waardering kennis genomen van het bestemmingsplan. Op 21 oktober 2013 heeft nog een ambtelijk overleg plaatsgevonden naar aanleiding van het vastgestelde plan.

Gelet op het voorgaande zijn wij van mening dat de inzet van andere aan ons toekomende bevoegdheden in dit geval niet mogelijk was en dat de in het geding zijnde provinciale belangen genoegzaam bij de gemeenteraad bekend zijn.

Ons is gebleken dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan (op onderdelen) desondanks onvoldoende rekening is gehouden met provinciale belangen. Bij een ongewijzigde inwerkingtreding van het bestemmingsplan zullen deze belangen worden geschaad. 

1.4. Basis reactieve aanwijzing

De reactieve aanwijzing is gericht tegen het vastgestelde bestemmingsplan. Voor het opstellen van het digitale plan voor deze reactieve aanwijzing hebben wij echter niet de beschikking over het authentieke plan zoals vastgesteld door de gemeenteraad omdat dit pas later via www.ruimtelijkeplannen ter beschikking komt.

1.4.1 Verwijzing naar regels bestemmingsplan

Uit de tekst van de aanwijzing in combinatie met de motivering blijkt steeds waarop de aanwijzing ziet. Omdat het niet uitgesloten is dat later bij de beschikbaarstelling van het authentieke digitale plan blijkt dat de door ons opgenomen referentie bij de vaststelling toch nog vernummerd of anders aangeduid is, hebben wij in de aanwijzing zelf de strekking van de aanwijzing opgenomen.

De nummering van de artikelen is gebaseerd op het vastgestelde plan zoals wij dat analoog van de gemeente hebben ontvangen. Het is uiteindelijk aan de gemeente om de reactieve aanwijzing op een juiste manier bij beoordeling van verzoeken om bijvoorbeeld omgevingsvergunning te betrekken.

1.4.2 Tweede versie van aanwijzing met gedetailleerde begrenzing

Er worden doorgaans bij vaststelling van een bestemmingsplan buitengebied veranderingen opgenomen ten opzichte van het ontwerpplan, zoals percelen aan bestemmingen toevoegen of eruit verwijderen, bestemmingsvlakken vergroten of verkleinen, nieuwe aanduidingen opnemen. Omdat het authentieke plan nog niet op www.ruimtelijkeplannen.nl staat, hebben wij de juiste bestanden waarin deze wijzigingen van de gemeenteraad zijn verwerkt nog niet op het moment van het beslissen over de reactieve aanwijzing. Wij kunnen daardoor niet direct een gedetailleerd plan van de reactieve aanwijzing maken voor www.ruimtelijkeplannen.nl.

Daarom wordt in eerste instantie de hele tekst van de aanwijzing toegevoegd aan het hele bestemmingsplangebied, zonder onderscheid te maken waar welke aanwijzing van toepassing is. Nadat de gemeente het definitieve bestemmingsplan op www.ruimtelijkeplannen.nl heeft geplaatst zorgen wij dat er ook een zogenaamde geconsolideerde versie van deze aanwijzing op genoemde site wordt geplaatst. In deze tweede versie zal elke aanwijzing aan het relevante gebied of perceel van het vastgestelde bestemmingsplan worden gekoppeld.

1.5. Leeswijzer voor de (analoge) tekst

Deze reactieve aanwijzing is geen gewoon besluit, het is namelijk ook een digitaal plan. Dit heeft gevolgen voor de opzet van de tekst, omdat er vanuit wordt gegaan dat raadpleging plaats vindt via klikken op een locatie op de kaart, waarna de voor die locatie relevante informatie wordt getoond. De tekst is daarom zodanig ingericht, dat elke aanwijzing later gekoppeld kan worden aan dat onderdeel van de (digitale) kaart waarop dit betrekking heeft. Hierdoor komen in de analoge tekst sommige overwegingen regelmatig terug. Wij beschouwen dit als een nadeel dat niet opweegt tegen de voordelen van een goede digitale ontsluiting van de juiste informatie per locatie.

Het karakter van digitaal plan heeft nog andere gevolgen voor de tekst. Net als in een bestemmingsplan is er geen apart onderdeel met alle aanwijzingen op een rij (in juridische termen: dictum) opgenomen. In feite fungeert elke aanwijzing op zich als een stukje besluittekst/dictum, dat gevolgd wordt door de motivering voor die specifieke locatie of regel.
De vaststelling van deze reactieve aanwijzing is opgenomen in een apart vaststellingsbesluit dat ook te raadplegen is via www.ruimtelijkeplannen.nl.

Hoofdstuk 2 Aanwijzing t.a.v. de regels voor de bestemming Agrarisch

2.1. Aanwijzing ta.v. permanente teeltondersteunende voorzieningen op afstand buiten het bouwblok

Bij de bestemming 'Agrarisch' treedt artikel 3.6.10. lid c niet in werking.

Motivering
Het provinciaal beleid staat realisering van permanente teeltondersteunende voorzieningen in agrarisch gebied toe voor zover deze zijn gelegen binnen het bouwblok. Het gaat daarbij om ondersteunende voorzieningen voor onbepaalde tijd die onderdeel uitmaken van een vollegronds tuinbouwbedrijf of boomkwekerij. In de Verordening Ruimte is dit voor wat betreft het agrarisch gebied geregeld in artikel 8.3. lid 1d.

De bepaling dat permanente teeltondersteunende voorzieningen alleen binnen het bouwblok zijn toegestaan is ingegeven vanuit de provinciale doelstellingen voor het buitengebied: zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, behoud en ontwikkeling van het landschap en versterking van de ruimtelijke kwaliteit (artikel 2.1. Verordening). Realisering van teeltondersteunende voorzieningen -voor onbepaalde tijd- op afstand doet afbreuk aan deze doelstellingen.

Het bestemmingsplan staat ook permanente teeltondersteunende voorzieningen op afstand buiten het bouwblok toe. Het betreft de bepaling in artikel 3.6.10. lid c van de planregels. Deze bepaling is strijdig met de Verordening Ruimte. In verband met een mogelijke hernummering van de planregels merken wij voor de volledigheid op dat het de bepaling betreft die voorziet in het creëren van mogelijkheden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen op afstand.

Het gemeentebestuur stelt in de nota van zienswijzen dat de omvang van de huiskavels van agrarische bedrijven in Etten-Leur ondanks een ruilverkaveling beperkter is dan in andere gemeenten en dat permanente teeltondersteunende voorzieningen altijd landschappelijk moeten worden ingepast. Deze argumenten zijn naar ons oordeel onvoldoende zwaarwegend gelet op de provinciale doelstellingen zoals hierboven verwoord. Naar ons oordeel is een bouwblok op afstand gelijk te stellen met nieuwvestiging. Dit volgt uit de definitiebepaling ex artikel 1.59 Verordening waarin staat dat onder nieuwvestiging wordt verstaan: projectie van een al dan niet gekoppeld bouwblok op een locatie die volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan niet is voorzien van een zelfstandig bouwblok. Op grond van artikel 8.3 lid 1a Verordening is nieuwvestiging van agrarische bouwblokken uitgesloten. Hier kan uitsluitend van worden afgeweken bij een concreet groot openbaar belang. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake.

Hoofdstuk 3 Aanwijzing t.a.v. de regels voor de bestemming Agrarisch met waarden

3.1. Aanwijzing ta.v. permanente teeltondersteunende voorzieningen op afstand buiten het bouwblok

Bij de bestemming 'Agrarisch met waarden' treedt het artikel 4.6.9. lid d niet in werking.

Motivering
Het provinciaal beleid staat realisering van permanente teeltondersteunende voorzieningen in agrarisch gebied en de groenblauwe mantel toe voor zover deze zijn gelegen binnen het bouwblok. Het gaat daarbij om ondersteunende voorzieningen voor onbepaalde tijd die onderdeel uitmaken van een vollegronds tuinbouwbedrijf of boomkwekerij. In de Verordening Ruimte is dit voor wat betreft het groenblauwe mantel geregeld in artikel 6.4. lid 1d. en voor wat betreft het agrarisch gebied in artikel 8.3. lid 1d.


De bepaling dat permanente teeltondersteunende voorzieningen alleen binnen het bouwblok zijn toegestaan is ingegeven vanuit de provinciale doelstellingen voor het buitengebied: zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, behoud en ontwikkeling van het landschap en versterking van de ruimtelijke kwaliteit (artikel 2.1. Verordening). Realisering van teeltondersteunende voorzieningen -voor onbepaalde tijd- op afstand doet afbreuk aan deze doelstellingen.

Het bestemmingsplan staat ook permanente teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwblok toe. Het betreft artikel 4.6.9. lid d van de planregels. Deze bepaling is strijdig met de Verordening Ruimte. In verband met een mogelijke hernummering van de planregels merken wij voor de volledigheid op dat het de bepaling betreft die voorziet in het creëren van mogelijkheden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen op afstand.

Het gemeentebestuur stelt in de nota van zienswijzen dat de omvang van de huiskavels van agrarische bedrijven in Etten-Leur als gevolg vanondanks een ruilverkaveling beperkter is dan in andere gemeenten en dat permanente teeltondersteunende voorzieningen altijd landschappelijk moeten worden ingepast. Deze argumenten zijn naar ons oordeel onvoldoende zwaarwegend gelet op de provinciale doelstellingen zoals hierboven verwoord. Naar ons oordeel is een bouwblok op afstand gelijk te stellen met nieuwvestiging. Dit volgt uit de definitiebepaling ex artikel 1.5859 Verordening waarin staat dat onder nieuwvestiging wordt verstaan: projectie van een al dan niet gekoppeld bouwblok op een locatie die volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan niet is voorzien van een zelfstandig bouwblok is voorzien. Op grond van artikel 6.4. lid 1d en 8.3 lid 1a Vr is nieuwvestiging van agrarische bouwblokken uitgesloten. Hier kan uitsluitend van worden afgeweken bij een concreet groot openbaar belang. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake.