direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x Den Eik Westerbeek
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1982.TAMWeDenEik-VA01

Pre-ambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het verplaatsen van een bouwvlak voor een vrijstaande woning op de locatie Den Eik in Westerbeek en vormt juridisch het nieuwe hoofdstuk 22x van het omgevingsplan van de gemeente Land van Cuijk. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22x van het omgevingsplan van de gemeente Land van Cuijk. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22x gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22x gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Toepassingsbereik en voorrangsbepaling

De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Den Eik in Westerbeek, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1982.TAMWeDenEik-VA01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

De regels in dit hoofdstuk gaan voor op de regels in de bestemmingsplannen:

die onderdeel vormen van het tijdelijke deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6 eerste lid onder g van de Invoeringswet Omgevingswet.

De regels in dit hoofdstuk gaan voor op de regels van het omgevingsplan opgenomen in:

voor zover de regels bedoeld in sub a en b in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

Artikel 2 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk.

Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:

3.1 TAM-omgevingsplan

Het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22x Westerbeek, Den Eik, verplaatsen bouwvlak woning, met identificatienummer NL.IMRO.1982.TAMWeDenEik-VA01 in deze regeling eveneens als ‘dit hoofdstuk’ of ‘Hoofdstuk 22x’ aangehaald.

3.2 Omgevingsplan

Het omgevingsplan van de gemeente Land van Cuijk.

3.3 Verbeelding

De digitale weergave van het TAM-omgevingsplan als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1982.TAMWeDenEik-VA01.

3.4 Aan huis verbonden bedrijf

Een bedrijf dat in of bij (een gedeelte van) een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruiker van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.

3.5 Aan huis verbonden beroep

Een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruiker van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft in of bij de woning die met de woonfunctie in overeenstemming is waarbij beperkte detailhandel via internet mede is toegestaan.

3.6 Bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

3.7 Bed en breakfast

Een kleinschalige vorm van logiesaccommodatie waarbij één of meerdere gastenkamers aanwezig zijn en waarbij de gastenkamers geen eigen kookgelegenheid hebben en waarbij de gasten een door de ondernemer bereid ontbijt kunnen nuttigen.

3.8 Bestaand

bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van de inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald;

bij gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het moment van de inwerkingtreding van het plan.

3.9 Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

3.10 Bouwlaag

Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.

3.11 Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

3.12 Bouwperceelgrens

De grens van een bouwperceel.

3.13 Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

3.14 Bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

3.15 Carport

Een overkapping bestemd voor het overdekt stallen van motorvoertuigen.

3.16 Detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren, voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

3.17 Dienstverlening

Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen.

3.18 Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

3.19 Huishouden

Eén, of meerdere personen, die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid gericht op een duurzaam samenzijn.

3.20 Kamerverhuur

Het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij de kamerhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft.

3.21 Kap

Een constructie van één of meer dakvlakken met een helling van meer dan 30° en minder dan 65° niet zijnde een lessenaarsdak tenzij in de regels en / of de plankaart een andere regeling is opgenomen in welk geval die regeling geldt.

3.22 Nota parkeernormen

'Nota Parkeernormen 2023 gemeente Land van Cuijk', vastgesteld op 2 november 2023 en in werking getreden op 21 november 2023. Indien deze nota wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota.

3.23 Ondergeschikte activiteit

Een activiteit die in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan de ingevolge het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie. De ondergeschikte activiteit dient van beperkte functionele en/of ruimtelijke omvang te zijn, zodat de hoofdfunctie qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft.

3.24 Oprit

Het gedeelte van het bouwperceel voor het bereiken van de bij het bouwperceel behorende garage en/of carport en/of andere bij de desbetreffende bestemming behorende gebouwen waar verkeer over rijdt. Een oprit is altijd direct bereikbaar vanaf de openbare weg.

3.25 Overkapping

Een bouwwerk op het erf van een gebouw of standplaats, dat strekt tot vergroting van het woongenot van het gebouw of de standplaats. Daarbij geldt dat, indien vóór dan wel achter het (verlengde van) de voorgevel van een gebouw wordt gebouwd, het volgende:

  • vóór: het moet een open constructie zijn;
  • achter: maximaal drie wanden waarvan maximaal twee tot de constructie behoren.
3.26 Prostitutie

Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

3.27 Seksinrichting

Een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

3.28 Voorgevel

De gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.

Woning

Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

3.29 Zij- en achtererf

Voor Wonen: het gebied van het bouwperceel bij een woning met de bestemming Wonen waarbij de gronden vallende onder het bouwvlak uitgezonderd zijn.

Voor niet-Wonen: het gebied van het bouwperceel bij de niet-woonfunctie waarbij:

het zijerf wordt vormgegeven door de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel.

het achtererf wordt vormgegeven door de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan.

3.30 Zijdelingse (bouw)perceelgrens

Een niet naar een weg of openbaar gebied gekeerde grens van een bouwperceel.

Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit TAM-omgevingsplan in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt. In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van het omgevingsplan, gelden de volgende meetbepalingen:

4.1 Bebouwingspercentage

De oppervlakte aan gebouwen gedeeld door de oppervlakte van het bouwvlak tenzij dat in de regels anders is bepaald. In dat laatste geval telt de wijze van meten zoals die dan is gegeven.

4.2 Dakkapel en goothoogte

bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten.

4.3 De afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens

Tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.

4.4 De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het aansluitend afgewerkt terrein tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

4.5 De dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

4.6 De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het aansluitend afgewerkt terrein tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

4.7 De horizontale diepte van een gebouw

De diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd.

4.8 De inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

4.9 De oppervlakte van een bodemingreep

Het gebied binnen de buitenwerkse grens van de grondwerkzaamheden opwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het aansluitend afgewerkt bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

4.10 De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het aansluitend afgewerkt bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

4.11 De oppervlakte van een overkapping

Tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het aansluitend afgewerkt bouwterrein ter plaatse van de overkapping.

4.12 Diepte

Vanaf het aansluitend afgewerkt terrein tot aan het diepste punt van de ingreep.

4.13 Ondergeschikte onderdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

4.14 Ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk

Vanaf het aansluitend afgewerkt terrein tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.

4.15 Peil

Ter plaatse van een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang.

In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein.

Artikel 5 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.

Artikel 6 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten.

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten

Artikel 7 Wonen

7.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Wonen.

7.2 Functieomschrijving

De volgende functie(s) en gebruiksactiviteit(en) zijn toegestaan:

  • wonen, waarbij geldt dat maximaal 1 vrijstaande woning is toegestaan;
  • aan huis verbonden beroepen, waarbij geldt dat:
    • de omvang niet groter mag zijn dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning inclusief aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken met een maximum van in totaal 60 m2;
    • degene die de activiteiten uitvoert, bewoner van de woning is;
    • detailhandel niet is toegestaan, uitgezonderd beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit in verband met de activiteit;
  • voet en fietspaden.

met bijbehorende gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven.

7.3 Beoordelingsregels bouwwerken
7.3.1 Gebouwen en bijbehorende bouwwerken

De volgende beoordelingsregels gelden voor gebouwen:

  • Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken:
    • het hoofdgebouw wordt gebouwd binnen het bouwvlak;
    • de breedte van de voorgevel mag niet meer bedragen dan 20 m;
    • de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens is bij een vrijstaande woning aan beide zijden minimaal 3 m;
    • de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m;
    • de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 m;
    • het hoofdgebouw wordt voorzien van een kap;
  • Aan- en uitbouwen en vrijstaande bijbehorende bouwwerken mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken:
    • goothoogte maximaal 3 m, met dien verstande dat bij het uitbouwen van / aanbouwen aan een hoofdgebouw de goothoogte in elk geval ook net zo hoog mag zijn als de hoogte van de eerste bouwlaag +25 cm;
    • bouwhoogte maximaal 5,5 m, met dien verstande dat:
      • tot 1 m uit de perceelsgrens de maximale bouwhoogte maximaal 3,5 m bedraagt, en:
      • tot 2 m uit de perceelsgrens de maximale bouwhoogte maximaal 4,5 m bedraagt;
    • minimaal 2 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, met dien verstande dat:
      • aanbouwen (zoals erkers) tot (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, mits de:
      • bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt;
      • horizontale diepte maximaal 1,5 m bedraagt;
    • gebouwd op het zij- en achtererf waarbij het bouwperceel voor niet meer dan 50% mag worden bebouwd en waarbij geldt dat het te bebouwen oppervlak op een bouwperceel:
      • wat kleiner of gelijk is dan 500 m2 maximaal 90 m2 mag zijn;
      • wat groter is dan 500 m2 maar kleiner of gelijk aan 1.000 m2 maximaal 125 m2 mag zijn;
      • wat groter is dan 1.000 m2 maximaal 150 m2 mag zijn.
7.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De volgende beoordelingsregels gelden voor bouwwerken geen gebouwen zijnde:

  • Overkappingen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken:
    • goothoogte maximaal 3 m;
    • bouwhoogte maximaal 5,5 m, met dien verstande dat:
      • tot 1 m uit de perceelsgrens de maximale bouwhoogte maximaal 3,5 m bedraagt, en:
      • tot 2 m uit de perceelsgrens de maximale bouwhoogte maximaal 4,5 m bedraagt;
    • minimaal 2 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, met dien verstande dat overkappingen (zoals carports) tot (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd, mits de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt;
    • gebouwd op het zij- en achtererf waarbij het bouwperceel voor niet meer dan 50% mag worden bebouwd en waarbij geldt dat het te bebouwen oppervlak op een bouwperceel:
      • wat kleiner of gelijk is dan 500 m2 maximaal 90 m2 mag zijn;
      • wat groter is dan 500 m2 maar kleiner of gelijk aan 1.000 m2 maximaal 125 m2 mag zijn;
      • wat groter is dan 1.000 m2 maximaal 150 m2 mag zijn.
  • De bouwhoogte van andere bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt:
    • bij erf- en terreinafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1 m;
    • bij erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 2 m;
    • bij overige bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 3 m;
    • bij vlaggenmasten maximaal 6 m;
  • Reclame-uitingen bij een beroep aan huis en een bedrijf aan huis mogen uitsluitend aan de gevel worden geplaatst tot een oppervlakte van 0,2 m2.
7.4 Aanwijzing afwijkend gebruik

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten uit te voeren:

  • het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep tot een omvang die groter is dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken met een maximum van in totaal 100 m2;
  • het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf, detailhandel of dienstverlening van ondergeschikte aard;
  • het uitoefenen van een bed en breakfast.
7.5 Beoordelingsregels afwijkend gebruik

Voor het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7.6 gelden de volgende beoordelingsregels:

  • de belangen van de eigenaren en/of gebruik van betrokken en nabijgelegen gronden worden niet onevenredig geschaad;
  • het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen worden niet onevenredig geschaad;
  • door initiatiefnemer is een zekerheidstelling afgegeven met betrekking tot de (plan)kosten;
  • de afwijking wordt voorzien van een ruimtelijke motivatie;
  • ten behoeve van een aan huis verbonden beroep tot een omvang die groter is dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken:
    • de vloeroppervlakte bedraagt maximaal 100 m²;
  • ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf:
    • het betreft geen volumineuze detailhandel of een supermarkt;
    • het betreft een bedrijf dat qua aard past in de functie van de kern;
    • de omvang is niet groter dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken met een maximum van in totaal 100 m2;
    • diegene die de activiteiten uitvoert, de bewoner van de woning is.
  • ten behoeve van een bed en breakfast:
    • het aantal gastenkamers bedraagt maximaal 3 bedraagt;
    • niet meer dan 50% van het vloeroppervlakte van de woning wordt gebruikt ten dienste van de bed en breakfast tot een maximum van 120 m2.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 8 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 9 Algemene regels voor bouwactiviteiten

9.1 Ondergronds bouwen

Ondergronds bouwen is toegestaan tot een diepte van 5 m onder peil en op die plaatsen waar bovengronds gebouwd mag worden. De gegeven functieomschrijving blijft onverminderd van kracht.

Bij het berekenen van de blijkens deze regels geldende bebouwingspercentages, van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak dan wel maximale inhoud, wordt de oppervlakte dan wel inhoud van ondergrondse gebouwen niet meegerekend.

9.2 Parkeren
9.3.1 Algemene parkeerregels

Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde parkeernormen.

9.3.2 Specifieke bouwregels bij bouwplannen

Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de 'Nota Parkeernormen 2023 gemeente Land van Cuijk'. Indien deze nota wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota.

9.3.3 Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen

Indien het geheel of gedeeltelijk veranderen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte worden voorzien in voldoende parkeermogelijkheden.

De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de 'Nota Parkeernormen 2023 gemeente Land van Cuijk'. Indien deze nota wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota.

9.3.4 Specifieke gebruiksregels

Ruimte(n) voor het parkeren van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.

9.3 Aanwijzing afwijkende bouwwerken

Een omgevingsvergunning is vereist voor de volgende activiteiten:

  • het afwijken van de in de regels genoemde goothoogten en afstanden tot de perceelsgrens, waarbij een overschrijding van maximaal 10% is toegestaan;
  • het afwijken van de maximale bouwhoogte van gebouwen ten behoeven van plaatselijke verhogingen zoals luchtbehandelingsapparatuur, liftopbouwen en lichtkappen;
  • geringe afwijkingen, welke in het belang zijn van een ruimtelijk beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, dan wel de situering van ontsluitingen of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein.
9.4 Beoordelingsregels afwijkende bouwwerken

Voor het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 9.4 (Aanwijzing afwijkende bouwwerken) gelden de volgende beoordelingsregels:

  • de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
  • het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad;
  • door initiatiefnemer een zekerheidstelling is afgeven met betrekking tot de (plan)kosten;
  • de afwijking voorzien wordt van een ruimtelijke motivatie;
  • ten behoeve van het afwijken van de maximale bouwhoogte van gebouwen:
    • de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2;
    • de toegestane bouwhoogte met niet meer dan 25% wordt overschreden.

Artikel 10 Algemene regels voor gebruiksactiviteiten

Onder strijdig gebruik dit TAM-omgevingsplan wordt in ieder geval verstaan:

Hoofdstuk 4 Overgangsrecht

Artikel 11 Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:

11.1 Overgangsrecht functioneel gebruik
  • Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 11.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • Indien het gebruik, bedoeld in artikel 11.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • Artikel 11.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat omgevingsplan.