Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v Buitengebied Oploo, Gemertseweg 22 en 26, uitbreiding zorgboerderij
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1982.TAMBuOpGemertsw26-VA01

Regels

 
Pre-ambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op de uitbreiding van de zorgboerderij op de gekoppelde locaties aan de Gemertseweg 22 en 26 in het buitengebied van Oploo en vormt juridisch het nieuwe hoofdstuk 22v van het omgevingsplan van de gemeente Land van Cuijk. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22v van het omgevingsplan van de gemeente Land van Cuijk. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22v gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22v gelezen worden.

1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1 Toepassingsbereik en voorrangsbepaling

 

1.1 Toepassingsbereik

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie, Gemertseweg 22 en 26 in het buitengebied van Oploo, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1982.TAMBuOpGemertsw26-VA01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

1.2 Voorrangsbepaling

  1. De regels in dit hoofdstuk gaan voor op de regels in de bestemmingsplannen/wijzigingsplannen:
    • Buitengebied Sint Anthonis 2013 waarvan geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1702.8BPbuitengebied-VA02;
    • Buitengebied, Veegplan 1 waarvan geomotisch bepaalde planobjecten zijn verval in het GML-bestand NL.IMRO.1702.8BPveegplan1-VA01;
    • Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied Sint Anthonis 2013 waarvan geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1702.8BPBuiteng2016-VA01;
    • Veegplan 4 waarvan geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1702.8BPveegplan4-VA01;
    • Paraplubestemmingsplan Parkeernormen Land van Cuijk 2023 waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1982.BPParkeernormen23-VA01;
die onderdeel vormen van het tijdelijke deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6 eerste lid onder g van de Invoeringswet Omgevingswet.
  1. Regels in dit hoofdstuk gaan voor op de regels van het omgevingsplan opgenomen in:
    • hoofdstuk 22, afdeling 22.2 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan (vergunningvrije activiteiten), en
    • hoofdstuk 22, afdeling 22.3 Milieubelastende activiteiten 
    voor zover de regels bedoeld in sub a en b in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

Artikel 2 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk.

Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
 
TAM-omgevingsplan
Het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22v Buitengebied Oploo, Gemertseweg 22 en 26, uitbreiding zorgboerderij met identificatienummer NL.IMRO.1982.TAMBuOpGemertsw26-VA01, in deze regeling eveneens als 'dit hoofdstuk' of 'Hoofdstuk 22v' aangehaald.
Omgevingsplan
Het omgevingsplan van de gemeente Land van Cuijk.
Functievlak
Een geometisch bepaald vlak met eenzelfde functie waarbij een  functievlak van toepassing is op het transformerende plandeel.
Verbeelding
De digitale weergave van het TAM-omgevingsplan als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1982.TAMBuOpGemertsw26-VA01
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
aan huis verbonden beroep
een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruiker van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft in of bij de woning die met de woonfunctie in overeenstemming is waarbij beperkte detailhandel via internet mede is toegestaan. 
archeologische waarden
actuele waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen. 
archeologisch deskundige
zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet, artikel 2 van het Besluit Erfgoedwet archeologie, alsmede de vertegenwoordiger archeologie van het bevoegd gezag, mits deze een studie archeologie op universitair niveau of hoger onderwijs heeft afgerond. 
archeologisch eindrapport
archeologisch onderzoeksrapport waarmee de onderzoeksreeks in het kader van de archeologische monumentenzorg wordt afgesloten. 
archeologisch plangebied
alle gronden die deel uitmaken van een te (her)ontwikkelen gebied en waar grondverstorende ingrepen en activiteiten mogelijk worden gemaakt. 
archeologische verstoringsdiepte
de maximale diepte van een, voor mogelijk aanwezige archeologische waarden, grondverstorende ingreep onder het maaiveld. 
archeologische verstoringsoppervlakte
de maximale oppervlakte van een, voor mogelijk aanwezige archeologische waarden, grondverstorende ingreep, gerekend aan het maaiveld. 
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 
bedrijfsgebouw
een gebouw, niet zijnde een kas, dat dient voor de uitoefening van de hoofdfunctie. 
bedrijfswoning
één woning in of bij een gebouw of op een terrein, bedoeld voor het huishouden van één persoon of gezin, wiens huisvesting daar gelet op de functie noodzakelijk is. 
bodemingreep
werkzaamheden waarbij in de bodem wordt gegraven, danwel anderszins voorzieningen in de bodem worden ingebracht waardoor verstoring van de bodem kan plaatsvinden, zoals het slaan van heipalen.
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
bouwperceel
aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan. 
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel.
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 
bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt. 
dierenpension
inrichting waar kleine huisdieren bij afwezigheid van hun eigenaar tijdelijk kunnen verblijven. 
duurzame ontwikkeling
een ontwikkeling die zowel vanuit milieuoogpunt, in het bijzonder wat betreft ammoniak, geur, fijnstof en gezondheid voor mensen, als vanuit ruimtelijk oogpunt, in het bijzonder wat betreft natuur, landschap en cultuurhistorie, aanvaardbaar is. Daarbij dienen aantoonbare ruimtelijke-economische belangen voor de lange termijn aanwezig te zijn die de ontwikkeling rechtvaardigen. Daarnaast dient zuinig ruimtegebruik te worden toegepast. 
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, voorzover dit plan die inrichting niet verbiedt. 
erfbeplanting
afschermende (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bouwvlak van een agrarisch bedrijf of binnen of direct aansluitend aan een ander bedrijf of woning. 
evenementen
alle voor publiek toegankelijke verrichtingen van vermaak, waaronder herdenkingsplechtigheden braderieën, optochten op de weg, feesten, muziekvoorstellingen of wedstrijden op of aan de weg en kleine evenementen waaronder straatfeesten of buurtbarbecues op één dag begrepen. 
functie
doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.  
gevellijn
de als zodanig aangegeven lijn en het verlengde daarvan, die niet door hoofdgebouwen mag worden overschreden.  
groenblauwe mantel
gebieden die overwegend grenzen aan de ecologische hoofdstructuur, de ecologische verbindingszone of het zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen, en deze verbinden, zijnde gebieden met overwegend grondgebonden agrarisch gebruik en belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. 
hoofdfunctie
een functie waarvoor het hoofdgebouw en/of gronden als zodanig mag worden gebruikt. 
hoofdgebouw
een gebouw of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkste is; indien het hoofdgebouw geen woning is, maar op het perceel wel een of meer op de grond staande woningen aanwezig zijn, wordt die woning tevens als hoofdgebouw aangemerkt.
kampeermiddel
  • een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan.
  • enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde, dat geschikt is voor tijdelijke recreatief nachtverblijf, één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
kampeerterrein
terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht en bedrijfsmatig geëxploiteerd, en blijkens die inrichting en exploitatie bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen.
maatschappelijke voorzieningen
educatieve, sociaal-medische, (sociaal-)culturele en levensbeschouwelijke, religieuze, onderwijs-, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen.
nota parkeernormen
"Nota Parkeernormen 2023 gemeente Land van Cuijk", vastgesteld op 2 november 2023 en werking getreden op 20 november 2023. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota. 
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie, alsmede voorzieningen voor het openbaar vervoer en/of het wegverkeer.
onderkomen
een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn functie onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat/die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsmede een tent. 
opslag
het opbergen van materialen met de bedoeling en op een dergelijke wijze, dat men later weer over het materiaal kan beschikken. 
paardenbak/ rijbak
een onoverdekte voorziening bedoeld voor het berijden, africhten en laten bewegen van paarden. 
parkeergelegenheid/ parkeervoorzieningen
elke stallingsgelegenheid (op zowel openbaar als particulier terrein) ten behoeve van een motorvoertuig op meer dan twee wielen. 
perceelgrens
een kadastrale grenslijn tussen (bouw)percelen onderling.
permanente teeltondersteunende voorziening:
teeltondersteunende voorziening die voor onbepaalde tijd wordt gebruikt, niet zijnde een kas. 
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/ pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
teeltondersteunende voorziening
voorziening in, op of boven de grond die een onderdeel is van de vollegrondse bedrijfsvoering van een tuinbouwbedrijf of boomkwekerij en die wordt gebruikt om de volgende doelen na te streven:
  • verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringen van onkruidgroei en beperking van vraatschade;
  • verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen;
  • bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringen van onkruidbestrijding, effectief omgaan met water);
in de vorm van:
  • permanente teeltondersteunende voorzieningen: voorzieningen die voor onbepaalde tijd worden gebruikt, niet zijnde een kas;
  • tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen: voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, met een maximum van 6 aaneengesloten maanden; deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik; hieronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, vandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten. 
tuin
de gronden binnen een functievlak die behoren bij een (bedrijfs)woning. 
verblijfsrecreatie
vormen van recreatie die hoofdzakelijk gericht zijn op verstrekken van nachtverblijf.  
voorgevel
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 
voorgevelrooilijn
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van het hoofdgebouw tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen.
waterhuishoudkundige voorzieningen
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen, alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een geode wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit; hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etc.
weg
alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
werk
een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde. 
wet/ wettelijke regeling
indien en voorzover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald. 
woning
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvestiging van één afzonderlijk huishouden. 
zorgboerderij
de opvang van mensen met een zorgvraag, het zij als niet-agrarische neventak, hetzij als vervolgfunctie op een agrarisch bouwperceel, waarbij het meewerken in het agrarisch bedrijf of bij het kleinschalig houden van dieren een wezenlijk onderdeel is van resocialisatie of therapie.

Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit TAM-omgevingsplan in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in artikel 4.1 tot artikel 4.9.

4.1 De goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

4.2 De inhoud van een bouwwerk

  1. Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
  2. Bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen.

4.3 De bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

4.4 De oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

4.5 Afstand tot de bouwperceelgrens

Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.

4.6 Afstand tussen gebouwen

Tussen een bepaald punt van het ene bouwwerk en een bepaald punt van het andere bouwwerk, waar die afstand het kortst is.

4.7 Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. functiegrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.

4.8 Ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk.

4.9 Peil

  1. ter plaatste een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  2. indien in het water wordt gewerkt: de hoogte van de waterbodem;
  3. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende terrein.

Artikel 5 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.

Artikel 6 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten.

2 Functies en activiteiten

Artikel 7 Agrarisch

 

7.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Agrarisch.

7.2 Functieomschrijving

De volgende functie(s) en gebruiksactiviteit(en) zijn toegestaan:
  1. agrarisch bedrijfsmatig grondgebruik;
  2. agrarisch hobbymatig grondgebruik;
  3. erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen en bosschages;
 een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder:
  1. extensief dagrecreatief medegebruik;
  2. groenvoorzieningen;
  3. nutsvoorzieningen;
  4. bestaande paden, verkeers- en ontsluitingsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en in- en uitritten;
  5. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.

7.3 Beoordelingsregels bouwwerken

7.3.1 Gebouwen
De volgende beoordelingsregels gelden voor gebouwen:
  1. Kleinschalige voorzieningen ten behoeve van beheer of extensief recreatief medegebruik, waarvan de goot- en bouwhoogte maximaal respectievelijk 3 en 5 meter en de oppervlakte maximaal 30 m² mag bedragen.
7.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De volgende beoordelingsregels gelden voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
  1. De bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen met een open constructie bedraagt maximaal 1,50 meter.
  2. De bouwhoogte en inhoud van een voederberging of voerderruif voor de instandhouding van het wild mag niet meer bedragen dan respectievelijk 2 meter en 3 m³.

7.4 Aanwijzing afwijkende bouwwerken

 
7.4.1 Aanwijzing afwijkende bouwwerken hoogzit
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten uit te voeren:
  1. het bouwen van een hoogzit voor de uitoefening van de jacht of natuurstudie.
7.4.2 Aanwijzing afwijkende bouwwerken teeltondersteunende voorzieningen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten uit te voeren:
  1. het realiseren van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen.

7.5 Beoordelingsregels afwijkende bouwwerken

7.5.1 Beoordelingsregels afwijkende bouwwerken ten behoeve van een hoogzit
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7 lid 4 sub 1 (Aanwijzing omgevingsplanactiviteit bouwwerken) gelden de volgende beoordelingsregels:
  1. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 meter;
  2. de oppervlakte bedraagt maximaal 5 m².
7.5.2 Beoordelingsregels afwijkende bouwwerken ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7 lid 4 sub 2 (Aanwijzing omgevingsplanactiviteit bouwwerken) gelden de volgende beoordelingsregels:
  1. de bouwhoogte van tijdelijke hoge teeltondersteunende voorzieningen bedraagt maximaal 3 meter;
  2. bij tijdelijke lage teeltondersteunende voorzieningen de voorzieningen worden verwijderd nadat de teelt waarvoor deze worden aangelegd is beëindigd;
  3. aangetoond moet worden dat binnen het agrarisch functievlak geen reële mogelijkheden zijn voor realisering van de voorzieningen;
  4. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van actuele en bestaande natuur, landschappelijke, cultuurhistorische, abiotische en archeologische waarden;

7.6 Specifieke functieregels

 
7.6.1 Aanwijzing verbod
Binnen een als Agrarisch aangewezen locatie geldt een verbod op:
  1. kamperen;
  2. detailhandel;
  3. paardenbakken;
  4. waterbassin voor een agrarisch bedrijf; 
  5. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen, van wagens en materialen;
  6. het beproeven van en/of racen met voertuigen, al dan niet in wedstrijdverband;
  7. evenementen;
  8. tijdelijke lage teeltondersteunende voorzieningen, behoudens gedurende de teeltperiode waarvoor deze nodig zijn en met dien verstande dat deze uitsluitend zijn toegestaan indien de voorzieningen na afloop van de teeltperiode waarvoor deze worden gebruikt, worden opgeruimd/verwijderd;
  9. permanente teeltondersteunende voorzieningen;
  10. (buiten)opslag, waaronder de opslag van mest(stoffen), behalve als dit tijdelijk noodzakelijk is voor het op de functie gerichte tijdelijke gebruik;
  11. het plaatsen van zonnecollectoren en -panelen;
  12. het realiseren van voerplaten.
7.6.2 Spuitzonering
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - spuitzonering' geldt een verbod op het gebruiken van chemische gewasbeschermingsmiddelen.

7.7 Aanwijzing afwijkend gebruik

7.7.1 Aanwijzing afwijkend gebruik paardrijbak
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten uit te voeren:
  1. de inrichting en het gebruik van gronden als paardrijbak voor hobbymatig gebruik.
7.7.2 Aanwijzing afwijkend gebruik kleinschalig kampeerterrein
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten uit te voeren:
  1. het gebruik van gronden als kleinschalig kampeerterrein.

7.8 Beoordelingsregels afwijkend gebruik

 
7.8.1 Beoordelingsregels afwijkend gebruik ten behoeve van een paardrijbak
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7 lid 7 sub 1 gelden de volgende beoordelingsregels: 
  1. de noodzaak voor realisering van de rijbak wordt aangetoond;
  2. de paardrijbak uitsluitend mag worden gerealiseerd direct aansluitend aan functievlak volgens de functies: 'Agrarisch - Glastuinbouw',  'Groen', 'Agrarisch - Niet grondgebonden', 'Agrarisch - Paardenhouderij', Bedrijf', 'Bedrijf - Agrarisch technisch hulpbedrijf' 'Bedrijf - Agrarisch verwant bedrijf' of 'Wonen';
  3. aangetoond moet worden dat binnen het aangrenzende functievlak als bedoeld onder b. geen reële mogelijkheden zijn voor het gehele of gedeeltelijk realiseren van een paardrijbak;
  4. de oppervlakte maximaal 1200 m² bedraagt;
  5. de afstand tot woningen van derden minimaal 50 meter bedraagt;
  6. de afstand tot de as van de weg minimaal 15 meter bedraagt;
  7. tredmolens e.d. niet zijn toegestaan.
7.8.2 Beoordelingsregels afwijkend gebruik kleinschalig kampeerterrein
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7 lid 7 sub 2 gelden de volgende beoordelingsregels:
  1. het kampeerterrein uitsluitend wordt gerealiseerd direct aansluitend aan een functievlak volgens de functies 'Agrarisch - Glastuinbouw', 'Groen', 'Agrarisch - Intensieve veehouderij', 'Agrarisch - Niet grondgebonden', 'Agrarisch - Paardenhouderij' of 'Wonen';
  2. aangetoond moet worden dat binnen het functievlak als bedoeld onder a. geen reële mogelijkheden zijn voor geheel of gedeeltelijk realiseren van het kampeerterrein;
  3. het totaal aantal kampeermiddelen op het kampeerterrein inclusief het deel binnen het functievlak maximaal 25 bedraagt, met dien verstande dat stacaravans, chalets of trekkershutten niet zijn toegestaan;
  4. er voldoende parkeergelegenheid binnen het functievlak aanwezig is met afschermende randbeplanting;
  5. sanitaire en andere kampeervoorzieningen zoals verharding ten behoeve van parkeren uitsluitend mogen worden gerealiseerd in bestaande gebouwen en binnen het onder a. bedoelde functievlak;
  6. tussen de kampeermiddelen een onderlinge afstand dient te worden aangehouden van minimaal 5 meter.

Artikel 8 Groen

8.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Groen.

8.2 Functieomschrijving

De volgende functie(s) en gebruiksactiviteit(en) zijn toegestaan:
  1. de landschappelijke inpassing in de vorm van groenvoorzieningen met een visueel afschermende
    functie, zoals hagen, gebiedseigen bomen en opgaande / afschermende beplanting, een en
    ander overeenkomstig het erfbeplantingsplan zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels;
  2. boven- en/of ondergrondse waterhuishoudkundige voorzieningen.

8.3 Beoordelingsregels bouwwerken

 
8.3.1 Gebouwen
De volgende beoordelingsregels gelden voor gebouwen:
  1. Er zijn geen gebouwen toegestaan.
8.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De volgende beoordelingsregels gelden voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
  1. Er zijn geen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan.

8.4 Specifieke functieregels

8.4.1 Aanwijzing verbod
Binnen een als Groen aangewezen locatie geldt een verbod op:
  1. kamperen;
  2. paardenbakken;
  3. waterbassin voor een agrarisch bedrijf;
  4. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen, van wagens en materialen;
  5. het beproeven van en/of racen met voertuigen, al dan niet in wedstrijdverband;
  6. evenementen;
  7. teeltondersteunende voorzieningen;
  8. (buiten)opslag, waaronder de opslag van mest(stoffen);
  9. het plaatsen van zonnecollectoren en -panelen;
  10. het realiseren van voerplaten.

8.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

8.5.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten uit te voeren:
  1. het aanleggen of verharden van wegen, paden of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  2. het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van poelen;
  3. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, tenzij dit noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de functie gerichte gebruik van de grond;
  4. het vellen en/of rooien van houtgewas, met name hoogstamboomgaarden, of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van houtgewas tot gevolg kan hebben, behoudens bij wijze van verzorging;
  5. het verwijderen van graften, bosstroken en/of grasbanen;
  6. feesten en partijen.
8.5.2 Uitzonderingen
De in subsubparagraaf 8.5.1 opgenomen vergunningplicht is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
  1. van geringe omvang dan wel die het normale onderhoud en beheer betreffen;
  2. welke op het tijdstip waarop het plan in werking treedt, in uitvoering zijn;
  3. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

Artikel 9 Maatschappelijk

 

9.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Maatschappelijk.

9.2 Functieomschrijving

De volgende functie(s) en gebruiksactiviteit(en) zijn toegestaan:
  1. maatschappelijke voorzieningen, met dien verstande dat ter plaatse van de navolgende aanduidingen uitsluitend de daarbij aangegeven soorten maatschappelijke voorzieningen zijn toegestaan:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - bedrijfswoning', wonen in een bedrijfswoning;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - dagrecreatie', dagrecreatie;
    3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - 7'; een dierenpension;
    4. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - 11', een dierenweide;
    5. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - zorgboerderij 24-uurszorg', een zorgboerderij waar 24-uurszorg verleend wordt;
met daaraan ondergeschikt:
  1. bestaande legale aan huis verbonden beroepen en bedrijven in de bedrijfswoning en/of in daarbij behorende bijbehorende bouwwerken;
  2. tuinen en erven;
  3. wegen, voet- en rijwielpaden;
  4. parkeervoorzieningen;
  5. groenvoorzieningen;
  6. sportvoorzieningen ten behoeve van eigen gebruik;
  7. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  8. nutsvoorzieningen.

9.3 Beoordelingsregels bouwwerken

 
9.3.1 Bouwen binnen functievlak
De volgende beoordelingsregels gelden voor het bouwen binnen een bouwvlak:
  1. per functievlak is maximaal één maatschappelijke voorziening toegestaan, met dien verstande dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 9 lid 3 sub 2, sub 3 en sub 5;
  2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen te worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde kunnen worden gebouwd tot op de bouwvlakgrens, met dien verstande dat de afstand tot de zijdelingse en achterste bouwvlakgrens minimaal 5 meter dient te bedragen, behoudens terreinafscheidingen met een maximale hoogte van 2 meter;
  4. in afwijking van het bepaalde onder c. kunnen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op een kortere afstand tot de zijdelingse en achterste bouwvlakgrens worden gebouwd, mits de afstand tot de perceelsgrens van percelen van derden minimaal 5 meter bedraagt;
  5. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals waterbassins, verhardingen en parkeervoorzieningen kunnen worden gerealiseerd binnen het functievlak;
  6. bedrijfsgebouwen, bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  7. bedrijfsgebouwen, bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken kunnen worden gebouwd tot op de bouwvlakgrens, met dien verstande dat de afstand tot de zijdelingse en achterste functievlakgrens minimaal 5 meer dient te bedragen;
  8. in afwijking van het bepaalde onder g. kunnen bedrijfsgebouwen, bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken, op een kortere afstand tot de zijdelingse en achterste bouwvlakworden gebouwd, mits de afstand tot de perceelsgrens van percelen van derden minimaal 5 meter bedraagt;
9.3.2 Bedrijfsgebouwen
De volgende beoordelingsregels gelden voor bedrijfsgebouwen:
  1. de maximale goothoogte bedraagt 6 meter en de maximale bouwhoogte bedraagt 11 meter;
  2. de oppervlakte van bedrijfsgebouwen en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak' aangeduide bebouwde oppervlakte;
  3. het aantal zorgkamers bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal zorgkamers' aangeduide aantal zorgkamers.
  4. de voorgevel van de bedrijfsgebouwen dient te worden gebouwd op minimaal 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de bedrijfswoning.
9.3.3 Bedrijfswoningen
De volgende beoordelingsregels gelden voor bedrijfswoningen:
  1. per functievlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan, met dien verstande dat uitsluitend legale bestaande bedrijfswoningen zijn toegestaan;
  2. de voorgevel van de bedrijfswoning wordt gebouwd in de bestaande voorgevelrooilijn;
  3. de inhoud van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 750 m³;
  4. de goothoogte van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 6 meter;
  5. de bouwhoogte van de bedrijfswoning bedraagt maximaal 9 meter;
9.3.4 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen
De volgende beoordelingsregels gelden voor bijbehorende bouwwerken:
  1. de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 100 m², met dien verstande dat bij de woning aangebouwde bijbehorende bouwwerken binnen de maximum inhoudsmaat van 750 m³ niet worden meegerekend bij het bepalen van de maximale opperlvakte van 100 m²;
  2. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3 meter;
  3. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 5,5 meter;
  4. bijbehorende bouwwerken worden op een afstand van minimaal 3 meter achter de bestaande voorgevelrooilijn gebouwd.
  5. de afstand tussen de woning en daarbij behorende vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 20 meter.
9.3.5 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
De volgende beoordelingsregels gelden voor bouwwerken, geen gebouw zijnde:
  1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 6 meter, met uitzondering van:
    1. erf- en terreinafscheidingen, waarvan de bouwhoogte maximaal 1 meter bedraagt;
    2. erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, waarvan de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt;
    3. luifels binnen het bouwvlak en als onderdeel van de hoofdmassa, waarvan de hoogte maximaal 3 meter bedraagt;
    4. vlaggen, reclame en lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 10 meter bedraagt;
  2. omheiningen rond een paardrijbak zijn toegestaan, met dien verstande dat:
    1. de bouwhoogte maximaal 1,70 meter bedraagt;
    2. de omheiningen qua kleur en materiaalgebruik passen in de omgeving;
  3. lichtmasten rond een paardrijbak zijn toegestaan, met dien verstande dat:
    1. de bouwhoogte maximaal 6 meter bedraagt;
    2. de afstand van lichtmasten tot woningen van derden minimaal 75 meter dient te bedragen;
    3. de afstand van lichtpunten tot wegen minimaal 15 meter dient te bedragen;
    4. er maximaal 4 lichtpunten worden geplaatst;
    5. de lichtmasten zodanig worden geplaatst dat deze afschijnen van woningen van derden en van de openbare weg;
  4. zonnecollectoren en -panelen zijn toegestaan, met dien verstande dat:
    1. de zonnecollectoren en/of -panelen worden geplaatst binnen het functievlak op de grond;
    2. de zonnecollectoren en/of -panelen worden geplaatst op een afstand van 3 meter achter de voorgevelrooilijn;
    3. de zonnecollectoren en/of -panelen ten dienste staan van de (bedrijfs)woning;
    4. de bouwhoogte maximaal 2 meter bedraagt;
    5. de totale oppervlakte van het functievlak dat gebruikt wordt voor de plaatsing vanzonnecollectoren en/of -panelen maximaal 250 m² bedraagt;
    6. de zonnecollectoren en/of -panelen landschappelijk worden ingepast.

9.4 Specifieke functieregels

9.4.1 Aanwijzing verbod
Binnen een als Maatschappelijk aangewezen locatie geldt een verbod op:
  1. wonen;
  2. geluidszoneringsplichtige en risicovolle inrichtingen;
  3. verblijfsrecreatie;
  4. detailhandel;
  5. evenementen;
  6. seksinrichtingen;
  7. opslag van goederen en materialen buiten het bouwvlak;
  8. buitenopslag voor de voorgevelrooilijn;
  9. het splitsen van een functie-/bouwvlak en/of het vestigen van meerdere bedrijven in hetzelfde functie-/bouwvlak.
9.4.2 Voorwaardelijke verplichting
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - voorwaardelijke verplichting' mogen de gronden en bouwwerken alleen in gebruik worden genomen indien de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels, binnen 12 maanden na vaststelling van dit TAM-omgevingsplan, is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden.

3 Algemene regels

Artikel 10 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 11 Algemene regels voor bouwactiviteiten

 

11.1 Parkeerregels

11.1.1 Algemene parkeerregels
Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde parkeernormen.
11.1.2 Specifieke parkeerregels bij bouwplannen
Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de 'Nota Parkeernormen 2023 gemeente Land van Cuijk'. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota.
11.1.3 Specifieke parkeerregels bij gebruiksaanwijzingen
Indien het geheel of gedeeltelijk veranderen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte worden voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota.
11.1.4 Specifieke gebruiksregels
Ruimte(n) voor het parkeren van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.

11.2 Ondergronds bouwen

11.2.1 Aanwijzing afwijkende bouwwerken
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten uit te voeren:
  1. Ondergronds bouwen.
11.2.2 Beoordelingsregels afwijkende bouwwerken
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in subsubparagraaf 11.2.1  (Aanwijzing omgevingsplanactiviteit bouwwerken) gelden de volgende beoordelingsregels:
  1. Op plaatsen waar hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden, direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd;
  2. De verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan één bouwlaag;
  3. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde onder a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk mits hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangepast.

Artikel 12 Algemene regels voor gebruiksactiviteiten

12.1 Verboden gebruiksactiviteiten

Onder strijdig gebruik dit TAM-omgevingsplan wordt in ieder geval verstaan:
  1. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor en/of als seksinrichitng of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; 
  2. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor en/of als coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf;
  3. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor en/of als de winning van gas;
  4. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor en/of als het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens;
  5. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor en/of als opslag-, stort-, lozing- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke functie onttrokken voorwerpen en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de gronden;
  6. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor en/of als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen, voer- en vaartuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw-)materialen, afval, puin, grind en brandstoffen.

12.2 Aanvullende gebruiksactiviteiten

Binnen dit TAM-omgevingsplan is het toegestaan om in de functies waarin een (bedrijfs)woning is toegestaan of na een omgevingsvergunning mogelijk kan worden gemaakt, is ondergeschikt aan de functie paardrijbak als medegebruik, waarbij de volgende voorwaarden gelden:
  1. de paardrijbak behoort bij de binnen hetzelfde functievlak gelegen (bedrijfs)woning;
  2. de oppervlakte maximaal 1.200 m² bedraagt;
  3. de afstand tot woningen van derden minimaal 50 meter bedraagt;
  4. de afstand tot de as van de weg minimaal 15 meter bedraagt;
  5. de paardrijbak landschappelijk (groen/houtsingels) dient te worden ingepast met gebiedseigen beplanting;
  6. tredmolens e.d. niet zijn toegestaan;
  7. aanwezige waarden in het gebied niet onevenredig worden aangetast.
 

12.3 Algemene regels voor gebiedsaanduidingen

 
12.3.1 overige zone - beperkingen veehouderij
Binnen een locatie die is aangewezen als 'overige zone - beperkingen veehouderij' gelden beperkende regels
voor de veehouderij.
12.3.2 overige zone - groenblauwe mantel
Binnen een locatie die is aangewezen als 'overige zone - groenblauwe mantel' geldt dat de gronden tevens bestemd zijn voor behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken.

12.4 Lozing van verontreinigd grondwater op of in de bodem

12.4.1 Lozen grondwater
Met het oog op de bescherming van het bodem- en watersysteem stelt dit TAM-omgevingsplan voorwaarden aan het op of in de bodem lozen van afvalwater dat afkomstig is van:
  1. een bodemsanering of grondwatersanering;
  2. onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering; en
  3. graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.
12.4.2 Voorwaarden lozen afvalwater
Bij de activiteiten uit lid 1 geldt in ieder geval dat:
  1. de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing zijn; en
  2. ten minste vier weken voor het begin van de lozing, bedoeld in het eerste lid, en ten minste vier weken voor een eventuele wijziging van de activiteit, aan het gemeentebestuur gegevens en bescheiden worden verstrekt over:
    1. de aard en omvang van de lozing; en
    2. de verwachte datum van het begin van de activiteit. 
12.4.3 Uitzonderingen verbod
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing als:
  1. het grondverzet ten hoogste 25 m³ bedraagt; en
  2. het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering niet langer dan 48 uur duurt.
 

4 Overgangsregels

Artikel 13 Overgangsrecht

13.1 Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
  1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  3. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voro het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%;
  4. Het bepaalde onder 1 en 2 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat omgevingsplan.

13.2 Overgangsrecht functioneel gebruik

  1. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  2. het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 13 lid 1 sub 1 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  3. indien het gebruik, bedoeld in artikel 13 lid 2 sub 1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  4. artikel 13 lid 2 sub 1 is niet van toepassing op:
    1. het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat omgevingsplan;
    2. het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen op gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - spuitzonering'.