Regels
Pre-ambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het realiseren van een nieuwe ruimte-voor-ruimte woning en nieuwe opslagruimte op de locatie Beerseweg 29a, in het buitengebied van Haps en vormt juridisch het nieuwe hoofdstuk 22t van het omgevingsplan van de gemeente Land van Cuijk. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening
https://www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op
https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22t van het omgevingsplan van de gemeente Land van Cuijk. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22t gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22t gelezen worden.
Artikel 1 Toepassingsbereik en voorrangsbepaling
1.1 Toepassingsbereik
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie, Beerseweg 29a in het buitengebied van Haps, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1982.TAMBuHaBeersewg29a-VA01 zoals vastgelegd op
https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
1.2 Voorrangsbepaling
- De regels in dit hoofdstuk gaan voor op de regels in de bestemmingsplannen/wijzigingsplannen:
- Buitengebied 2010 waarvan geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1684.18BPbuitengeb2010-VA01
- Buitengebied 2010, herziening 2016 waarvan geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1684.18BPbuitengeb2016-VA02
- Paraplubestemmingsplan Parkeernormen Land van Cuijk 2023 waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1982.BPParkeernormen23-VA01;
die onderdeel vormen van het tijdelijke deel van het omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.6 eerste lid onder g van de Invoeringswet Omgevingswet.
- De regels in dit hoofdstuk gaan voor op de regels van het omgevingsplan opgenomen in:
- hoofdstuk 22, afdeling 22.2 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken van rechtswege in overeenstemming met dit omgevingsplan (vergunningvrije activiteiten), en
- hoofdstuk 22, afdeling 22.3 Milieubelastende activiteiten,
voor zover de regels bedoeld in sub a en b in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
Artikel 2 Begripsbepalingen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
Artikel 3 Aanvullende begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
3.1 TAM-omgevingsplan
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Buitengebied Haps, Beerseweg 29a, wonen, met indificatienummer NL.IMRO.1982.TAMBuHaBeersewg29a-VA01 , in deze regeling eveneens als 'dit hoofdstuk' of 'Hoofstuk 22t' aangehaald;
3.2 Omgevingsplan
Het omgevingsplan van de gemeente Land van Cuijk;
3.3 Verbeelding
De digitale weergave van het TAM-omgevingsplan als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1982.TAMBuHaBeersewg29a-VA01;
3.4 Nota parkeernormen
"Nota Parkeernormen 2023 gemeente Land van Cuijk", vastgesteld op 2 november 2023 en werking getreden op 20 november 2023. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota.
Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit TAM-omgevingsplan in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hier niet van is afgeweken in het bepaalde in artikel 4 lid 1 tot en met 8.
4.1 De bepaling van het peil
- op droge grond is het peil: de hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer van het hoofdgebouw gelegen binnen maximaal 0,50 m van de hoogte van de weg waarop het bouwperceel ontsloten wordt, dan wel de hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer van het bestaande hoofdgebouw;
- op of in het water is het peil: het gemiddeld jaarlijks waterpeil ter plaatse van het bouwperceel.
4.2 De goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee te vergelijken constructiedeel.
4.3 De bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
4.4 De bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het laagste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals rioleringen, kabels, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
4.5 De oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
4.6 De inhoud van een bouwwerk
tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
4.7 De afstand tot de bouwperceelgrens
vanaf de bouwperceelgrens tot aan het gevelvlak van een bouwwerk.
4.8 Ondergeschikte bouwdelen
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt en de hoogte niet meer dan 3 m bedraagt.
Artikel 5 Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.
Artikel 6 Algemeen gebruiksverbod
Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten.
2 Functies en activiteiten
7.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als
Agrarisch.
7.2 Functieomschrijving
De volgende functie(s) en gebruiksactiviteit(en) zijn toegestaan:
- agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende agrarische voorzieningen;
- behoud en bescherming van de kazematten;
- (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen;
- groenvoorzieningen en bestaande tuinen;
- water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
- extensief recreatief medegebruik;
- nutsvoorzieningen.
7.3 Beoordelingsregels bouwwerken
7.3.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De volgende beoordelingsregels gelden voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
- De bouwhoogte en oppervlakte van kleinschalige voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik mag niet meer bedragen dan 4 m, respectievelijk 20 m².
- De bouwhoogte van ooievaarsnesten mag niet meer bedragen dan 7 m.
7.4 Aanwijzing afwijkende bouwwerken
7.4.1 Aanwijzing afwijkende bouwwerken kleinschalige voorzieningen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten uit te voeren:
- het bouwen van kleinschalige voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik
7.5 Beoordelingsregels afwijkende bouwwerken
7.5.1 Beoordelingsregels afwijkende bouwwerken kleinschalige voorzieningen
Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
- De subsubparagraaf 7.4.1 sub a voor het bouwen van kleinschalige voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik met een hogere hoogte tot 8 m en/of een grotere oppervlakte tot 30 m², mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is.
7.6 Specifieke functieregels
7.6.1 Aanwijzing verbod
Binnen een als
Agrarisch aangewezen locatie geldt een verbod op:
- Het gebruik van gronden ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor zover deze geen bouwwerken zijn.
7.6.2 Spuitzonering
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - spuitzonering' geldt een verbod op het gebruiken van chemische gewasbeschermingsmiddelen.
7.7 Aanwijzing afwijkend gebruik
7.7.1 Aanwijzing afwijkend gebruik tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten uit te voeren:
- het gebruik van gronden voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor zover deze geen bouwwerken zijn.
7.8 Beoordelingsregels afwijkend gebruik
7.8.1 Beoordelingsregels afwijkend gebruik tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in
artikel 7 lid 7 gelden de volgende beoordelingsregels:
- De tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen dienen landschappelijk aanvaardbaar te zijn.
8.1 Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als
Wonen.
8.2 Functieomschrijving
De volgende functie(s) en gebruiksactiviteit(en) zijn toegestaan:
- wonen;
- terras, tuinen, erven en terreinen;
- (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen;
- groenvoorzieningen;
- water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
- extensief recreatief medegebruik;
- een bedrijf-aan-huis en gebruik van het bijbehorend bouwwerk voor notenteelt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen-bedrijf-aan-huis'.
8.3 Beoordelingsregels bouwwerken
8.3.1 Woningen
De volgende beoordelingsregels gelden voor woningen:
- Nieuwbouw van woningen is niet toegestaan, met uitzondering van vervangende nieuwbouw.
- Bij vervangende nieuwbouw mag de woning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend.
- In afwijking van het bepaalde onder b mag de woning binnen het bouwvlak worden gesitueerd, indien een bouwvlak is aangegeven.
- De goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m.
- De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m.
- De inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m³.
- In afwijking van het bepaalde onder f mag ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – afwijkende inhoudsmaat’ de inhoud van een woning niet minder bedragen dan 600 m³ en niet meer bedragen dan 1.000 m³.
8.3.2 Bijbehorende bouwwerken bij woningen
De volgende beoordelingsregels gelden voor bijbehorende bouwwerken bij woningen:
- De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m.
- De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m.
- De gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m².
- In afwijking van het bepaalde onder c mag ter plaatse van de aanduiding 'maatvoering' de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedragen dan 500 m².
- Vrijstaande bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 2 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd.
- De afstand van vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot de woning mag niet meer bedragen dan 15 m.
8.3.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De volgende beoordelingsregels gelden voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
- De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevel van de woning niet meer mag bedragen dan 1 m.
- De bouwhoogte van ooievaarsnesten mag niet meer bedragen dan 7 m.
- De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevel van de woning niet meer mag bedragen dan 1 m.
8.4 Aanwijzing afwijkende bouwwerken
8.4.2 Aanwijzing afwijkende bouwwerken bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten uit te voeren:
- Het bouwen van erf- en terreinafscheidingen in afwijking van het bepaalde in subsubparagraaf 8.3.3 sub a.
- het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in afwijking van het bepaalde in subsubparagraaf 8.3.3 sub c.
8.5 Beoordelingsregels afwijkende bouwwerken
8.5.1 Beoordelingsregels afwijkende bouwwerken woningen en bijbehorende bouwwerken bij woningen
Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
- subsubparagraaf 8.4.1 sub a voor het bouwen van woningen met een hogere goothoogte tot maximaal 7,5 m en/of een hogere bouwhoogte tot maximaal 12 m, mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is.
- subsubparagraaf 8.4.1 sub b voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk op een afstand van meer dan 15 m van het hoofdgebouw mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is en dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel.
8.5.2 Beoordelingsregels afwijkende bouwwerken bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
- subsubparagraaf 8.4.2 sub a voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen met een hoogte van 2 m vóór de voorgevellijn mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast
- subsubparagraaf 8.4.2 sub b voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een hogere hoogte tot maximaal 6 m, mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is.
8.6 Specifieke functieregels
8.6.1 Aanwijzing verbod
Binnen een als 'Wonen' aangewezen locatie geldt een verbod op:
- een gebouw in gebruik te nemen als woonruimte, anders dan toegelaten op basis van artikel 8 lid 2;
- een woonruimte te splitsen in en te gebruiken als twee of meer (on)zelfstandige woon-ruimten;
- een zelfstandige woonruimte geheel of gedeeltelijk om te zetten in en te gebruiken als onzelfstandig woonruimte(n);
- onzelfstandige woonruimte(n) samen te voegen tot en te gebruiken als zelfstandige woonruimte(n);
- een onzelfstandige woonruimte te splitsen in en te gebruiken als twee of meer onzelfstandige woonruimten;
- een zelfstandige woonruimte aan de woonruimtevoorraad te onttrekken;
- een woonruimte te splitsen in en te gebruiken als twee of meer (on)zelfstandige woon-ruimten ten behoeve van een meergeneratiewoning.
- het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf;
- gronden en bouwwerken te gebruiken voor recreatieve nevenactiviteiten;
- het realiseren en het in gebruik nemen van een logiesruimte.
8.6.2 Voorwaardelijke verplichting 1
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 1' is het alleen toegestaan de locatie conform de functie te gebruiken, indien bij het eerst volgende plantseizoen doch uiterlijk binnen 18 maanden de voormalige agrarische bouwwerken zijn gesloopt en de landschappelijke inpassing is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform het in de Bijlage 1 van de regels opgenomen “Landschappelijk inpassingsplan Beerseweg 29a Haps”.
8.6.3 Voorwaardelijke verplichting 2
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 2' is het alleen toegestaan de te realiseren woning conform de functie te gebruiken, indien bij het eerst volgende plantseizoen doch uiterlijk binnen 18 maanden de voormalige agrarische bouwwerken zijn gesloopt en de landschappelijke inpassing is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform het in de Bijlage 1 van de regels opgenomen “Landschappelijk inpassingsplan Beerseweg 29a Haps”.
8.7 Aanwijzing afwijkend gebruik
8.7.1 Aanwijzing afwijkend gebruik ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf
Een omgevingsvergunning is vereist voor de volgende activiteiten;
- Het uitoefenen van een aan huis verbonden bedrijf anders dan toegelaten op basis van artikel 8 lid 2.
8.7.1.1 Beoordelingsregels afwijkend gebruik
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in
subsubparagraaf 8.7.1 (aanwijzing omgevingsplanactiviteit functie) gelden de volgende beoordelingsregels:
- Uitsluitend bedrijfstypes in de categorieën 1 en 2;
- maximaal 60% van de oppervlakte van de woning en bijgebouwen en andere bouwwerken met een dak mogen worden gebruikt voor het bedrijf tot een maximum van 400 m²;
- de activiteiten zijn uitsluitend toegestaan binnen de bestaande bebouwing, dan wel binnen bebouwing die ingevolge de bouwregels van dit omgevingsplan mag worden gebouwd;
- detailhandel is uitsluitend toegestaan voor zover deze plaatsvindt in directe samenhang met de ondergeschikte bedrijfsactiviteit en voor zover deze ondergeschikt is aan deze bedrijfsactiviteit;
- er slechts een geringe verkeersaantrekkende werking mag zijn welke is afgestemd op de aanwezige infrastructuur en waardoor geen onevenredige verkeersoverlast mag optreden;
- parkeren dient plaats te vinden op eigen erf;
- de activiteiten mogen niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische bedrijven;
- de bedrijfsactiviteit niet vergunningplichtig dan wel meldingplichtig mag zijn in verband met een milieubelastende activiteit;
- landschappelijke inpassing is verzekerd, ten behoeve van een goede ruimtelijke kwaliteit.
8.7.2 Aanwijzing afwijkend gebruik ten behoeve van recreatieve nevenactiviteiten
Een omgevingsvergunning is vereist voor de volgende activiteiten;
- Het uitoefenen van recreatieve nevenactiviteiten.
8.7.2.1 Beoordelingsregels afwijkend gebruik
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in
subsubparagraaf 8.7.2 (aanwijzing omgevingsplanactiviteit functie) gelden de volgende beoordelingsregels:
- aangetoond dient te zijn dat er sprake is van aan de woonfunctie ondergeschikte activiteiten;
- de bedrijfsactiviteiten uitgevoerd dienen te worden door een gebruiker van de woning;
- de bruto vloeroppervlakte voor bed & breakfast en plattelandskamerverhuur niet meer dan 50% van het aanwezige vloeroppervlak van de woning mag bedragen;
- de activiteiten uitsluitend zijn toegestaan binnen de bestaande gebouwen;
- detailhandel uitsluitend is toegestaan voor zover deze plaatsvindt in directe samenhang met de ondergeschikte activiteit en voor zover deze ondergeschikt is aan deze activiteit;
- er slechts een geringe verkeersaantrekkende werking mag zijn welke is afgestemd op de aanwezige infrastructuur en waardoor geen onevenredige verkeersoverlast mag optreden;
- parkeren dient plaats te vinden op eigen erf;
- de activiteiten niet mogen leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische bedrijven;
- landschappelijke inpassing is verzekerd, ten behoeve van een goede ruimtelijke kwaliteit.
8.7.3 Aanwijzing afwijkend gebruik ten behoeve van logiesruimte
Een omgevingsvergunning is vereist voor de volgende activiteiten;
- Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van logiesruimte.
8.7.3.1 Beoordelingsregels afwijkend gebruik
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in
subsubparagraaf 8.7.3 (Aanwijzing omgevingsplanactiviteit functie) gelden de volgende beoordelingsregels:
- De logeerplaatsen dienen een plek te krijgen binnen de bestaande bebouwing.
- De oppervlakte die gebruikt wordt ten behoeve van het kleinschalig logeren mag niet meer bedragen dan 50% van de gezamenlijke vloeroppervlakte tot een maximum oppervlakte van 150 m².
Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van:
- Een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
- De verkeersveiligheid;
- De sociale veiligheid;
- De milieusituatie;
- De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
- De aanwezige waarden.
Artikel 9 Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 10 Algemene regels voor bouwactiviteiten
10.1.1 Algemene parkeerregels
Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde parkeernormen.
10.1.2 Specifieke parkeerregels bij bouwplannen
Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de 'Nota Parkeernormen 2023 gemeente Land van Cuijk'. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota.
10.1.3 Specifieke parkeerregels bij gebruiksaanwijzingen
Indien het geheel of gedeeltelijk veranderen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte worden voorzien in voldoende parkeermogelijkheden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de nota parkeernormen. Indien deze nota gedurende de planperiode wijzigt of wordt vervangen, geldt de gewijzigde c.q. de vervangende nota.
10.1.4 Specifieke gebruiksregels
Ruimte(n) voor het parkeren van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.
10.2.1 Aanwijzing afwijkende bouwwerken
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten uit te voeren:
- Ondergronds bouwen;
- Bouwen van een onoverdekt zwembad.
10.2.2 Beoordelingsregels afwijkende bouwwerken
Voor het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in
subsubparagraaf 10.2.1 (Aanwijzing omgevingsplanactiviteit bouwwerken) gelden de volgende beoordelingsregels:
10.2.2.1 Ondergronds bouwen
- Op plaatsen waar hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken zijn of gelijktijdig worden gebouwd, mag eveneens ondergronds gebouwd worden, direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd.
- De verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan één bouwlaag.
- Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde onder a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk mits hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangepast.
10.2.2.2 Onoverdekte zwembaden
- Onoverdekte zwembaden zijn uitsluitend toegestaan in de bestemming waarbinnen de (bedrijfs) woning is gelegen.
- De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m².
- De afstand tot de woning mag niet meer bedragen dan 15 m.
Artikel 11 Algemene regels voor gebruiksactiviteiten
11.1 Verboden gebruiksactiviteiten
Onder strijdig gebruik van dit TAM-omgevingsplan wordt in ieder geval verstaan:
- Het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie.
- Het gebruik van bijbehorende bouwwerken bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte.
- Het gebruik van gronden ten behoeve van paardenbakken.
- Het gebruik van gronden en gebouwen voor speelautomatenhal, bingohal, discotheek of dancing.
- Permanente bewoning van voorzieningen ten behoeve van verblijfsrecreatie en kleinschalig kamperen.
- Het gebruik van de gronden buiten het agrarisch bouwvlak voor de opslag van mest, zoals mestzakken en foliebassins.
- Het gebruik van een bedrijfswoning, dienstwoning, woning en/of wooneenheid anders dan voor één huishouden.
- Het gebruik van een bijgebouw of bijbehorende bouwwerk ten behoeve van wonen in een onzelfstandige woonruimte.
11.2 Aanvullende gebruiksactiviteiten
In de functies waarin een woning is toegestaan of na een omgevingsvergunning mogelijk kan worden gemaakt, is ondergeschikt aan deze functies de uitoefening van een beroep-aan-huis of een bedrijf-aan-huis toegestaan als medegebruik, waarbij de volgende voorwaarden gelden:
- Het betreft een dienstverlenend of ambachtelijk beroep of bedrijf met een ruimtelijke uitwerking en uitstraling in overeenstemming met de functie wonen, zoals administratieve, juridische, (para-)medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerptechnische of daarmee vergelijkbare beroepen en bedrijven.
- Het medegebruik blijft van ondergeschikte betekenis en de woonfunctie blijft in ruimtelijke en visuele zin primair.
- Het betreft geen beroep of bedrijf waarvoor een milieuvergunning verleend moet worden of een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet milieubeheer.
- Er is geen sprake van detailhandel, waaronder in ieder geval begrepen de verkoop over de toonbank en het ophalen van goederen na elektronische betaling.
- Het beroep of bedrijf heeft geen structurele verkeersbewegingen tot gevolg, veroorzaakt door bezoekers en laden en lossen.
- De benodigde parkeervoorzieningen voor de (bedrijfs)woning en het beroep of bedrijf worden op eigen terrein gerealiseerd.
- Het medegebruik blijft beperkt tot de bewoners van de woning.
- Het medegebruik blijft beperkt tot maximaal 35% van de bruto-vloeroppervlakte van de woning, met een maximum van 50 m².
- De reclame-uitingen zijn onverlicht, hebben een maximale oppervlakte van 0,2 m² en een maximale bouwhoogte van 1,2 m.
11.3 Algemene regels voor gebiedsaanduidingen
11.3.1 overige zone - accentgebied boom- en vaste plantenteelt
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - accentgebied boom- en vaste plantenteelt' zijn, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke functies, hoge teeltondersteunende voorzieningen toegestaan mits de afstand tot (bedrijfs)woningen op naast gelegen percelen niet minder bedraagt dan 25 meter en de hoogte niet meer bedraagt dan 5 m
11.3.2 overige zone - funnel
Al dan niet in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2, geldt ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - funnel' ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor een hogere bebouwing dan:
- 150 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - funnel'; in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen.
11.3.3 overige zone - radarverstoringsgebied
Al dan niet in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2, geldt ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - radarverstoringsgebied' een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor een hogere bebouwing dan 65 m boven NAP.
11.4 Lozing van verontreinigd grondwater op of in de bodem
11.4.1 Lozen grondwater
Met het oog op de bescherming van het bodem- en watersysteem stelt dit TAM-omgevingsplan voorwaarden aan het op of in de bodem lozen van afvalwater dat afkomstig is van:
- een bodemsanering of grondwatersanering;
- onderzoek voorafgaand aan een grondwatersanering; en
- graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit.
11.4.2 Voorwaarden lozen afvalwater
Bij de activiteiten uit lid 1 geldt in ieder geval dat:
- de emissiegrenswaarden, bedoeld in bijlage XIX bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing zijn; en
ten minste vier weken voor het begin van de lozing, bedoeld in het eerste lid, en ten minste vier weken voor een eventuele wijziging van de activiteit, aan het gemeentebestuur gegevens en bescheiden worden verstrekt over:
- de aard en omvang van de lozing; en
- de verwachte datum van het begin van de activiteit.
11.4.3 Uitzonderingen verbod
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing als:
- het grondverzet ten hoogste 25 m³ bedraagt; en
- het lozen van grondwater afkomstig van ontwatering niet langer dan 48 uur duurt.
Artikel 12 Overgangsrecht
12.1 Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
- gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
- na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
- Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%.
- Het bepaalde onder 1 en 2 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat omgevingsplan.
12.2 Overgangsrecht functioneel gebruik
- Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
- Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 11 lid 1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
- Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
- Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.