| Plan: | Partiële herziening afwijkingsmogelijkheid 2e agrarische bedrijfswoning |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1970.Bp2ebedrijfswoning-VA01 |
Voor de gronden gelegen binnen dit plan, zijn de in hoofdstuk 1 Inleidende regels opgenomen regels van de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in artikel 1, lid 1.3 van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het bepaalde in dit plan.
Voor de gronden gelegen binnen het dit plan, zijn de regels van artikel 1 van de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in artikel 1, lid 1.3 van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel.
de Partiële herziening afwijkingsmogelijkheid 2e agrarische bedrijfswoning met identificatienummer NL.IMRO.1970.Bp2ebedrijfswoning-VA01 van de gemeente Noardeast-Fryslân;
de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage;
| Voormalige gemeente | Bestemmingsplan | Identificatienummer | "op de gronden ter plaatse van de aanduiding..." |
| Kollumerland en Nieuwkruisland | Partiële en correctieve herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 | NL.IMRO.0079.PChBg15-Vg01 | overige zone - buitengebied Kollumerland en Nieuwkruisland |
| Dongeradeel | Bûtengebiet Dongeradeel | NL.IMRO.0058.BPBG2012-VA01 | overige zone - buitengebied Dongeradeel |
| Dongeradeel | Bûtengebiet Dongeradeel, herziening 2015 | NL.IMRO.0058.141003-VG01 | overige zone - buitengebied Dongeradeel |
| Ferwerderadiel | Buitengebied | NL.IMRO.1722.1211606-0003 | overige zone - buitengebied Ferwerderadiel |
Voor de gronden gelegen binnen het dit plan, zijn de regels van artikel 2 van het geldende bestemmingsplan zoals genoemd in artikel 1, lid 1.3 van overeenkomstige toepassing.
Voor de gronden gelegen binnen dit plan, zijn de in hoofdstuk 2 Bestemmingsregels opgenomen regels van de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in artikel 1, lid 1.3 van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het bepaalde in dit plan.
Voor de gronden gelegen binnen het dit plan zijn, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel, de regels van de onderstaande bestemmingen van de geldende bestemmingsplannen zoals genoemd in artikel 1, lid 1.3 van overeenkomstige toepassing,
| Bestemmingsplan | Bestemming |
| Partiële en correctieve herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - buitengebied Kollumerland en Nieuwkruisland" | Artikel 3 Agrarisch |
| Partiële en correctieve herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - buitengebied Kollumerland en Nieuwkruisland" | Artikel 4 Agrarisch - Kleinbedrijf |
| Bûtengebiet Dongeradeel op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - buitengebied Dongeradeel" | Artikel 3 Agrarisch |
| Bûtengebiet Dongeradeel, herziening 2015 op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - buitengebied Dongeradeel" | Artikel 3 Agrarisch |
| Buitengebied op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - buitengebied Ferwerderadiel" | Artikel 3 Agrarisch |
Geen wijzigingen.
Geen wijzigingen.
| Bestemmingsplan | Bestemming | Regeling |
| Partiële en correctieve herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - buitengebied Kollumerland en Nieuwkruisland" | In artikel 3 Agrarisch, lid 3.4, onder 3.4.5 wordt doorgehaald: |
|
| Bestemmingsplan | Bestemming | Regeling |
| Partiële en correctieve herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - buitengebied Kollumerland en Nieuwkruisland" | Aan artikel 3 Agrarisch, lid 3.4, wordt sub 3.4.5 toegevoegd: |
3.4.5 (Tweede) bedrijfswoningen - Algemeen Er kan worden afgeweken van lid 3.2, sub 3.2.2, onder j en lid, 3.2, sub 3.2.3 onder e ten behoeve van het bouwen van een (tweede) bedrijfswoning, met dien verstande dat: a. met een bedrijfsplan wordt aangetoond dat: 1. het bedrijf beschikt over een toekomstperspectief van ten minste 10 jaar; 2. op basis van de economische omvang van het bedrijf sprake is van een volwaardig bedrijf voor minimaal twee arbeidskrachten en de noodzaak van de bedrijfswoning voor een verantwoorde bedrijfsvoering aannemelijk is gemaakt; 3. minimaal twee arbeidskrachten fulltime aan het werk zijn op het agrarisch bedrijf, die een volwaardig hoofdinkomen uit het bedrijf ontvangen en die de hoofdbewoners van de eerste en tweede bedrijfswoning zijn; b. werkzaamheden verricht in aanverwante en/of niet agrarische (neven)activiteiten binnen de bedrijfsvoering, nooit tot een tweede bedrijfswoning leiden; c. de woning in samenhang met de bestaande bebouwing wordt gebouwd; d. de woning binnen het bouwvlak wordt gebouwd; e. aangetoond moet worden dat de ontwikkeling op een zorgvuldige wijze landschappelijk is of wordt ingepast, hetgeen moet blijken uit een door aanvrager ingediend erfinrichtingsplan, dat in overeenstemming is met de bij deze regels behorende Bijlage 1 Handreiking landschappelijke inpassing tweede agrarische bedrijfswoning; f. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; g. de tweede bedrijfswoning enkel gerealiseerd kan worden indien en voor zover dit past binnen het door Gedeputeerde Staten geaccordeerd gemeentelijk woonprogramma en een door de gemeenteraad vastgestelde Beleidsvisie Wonen.; gh voor het overige de regels voor bedrijfswoningen in lid 3.2, sub 3.2.2, onder m en lid 3.2, lid 3.2.2, onder n van overeenkomstige toepassing zijn. |
| Partiële en correctieve herziening van het bestemmingsplan Buitengebied 2012 op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - buitengebied Kollumerland en Nieuwkruisland" | Aan artikel 4 Agrarisch - Kleinbedrijf, lid 4.4, wordt sub 4.4.4a toegevoegd: |
4.4.4a (Tweede) bedrijfswoningen - Algemeen Er kan worden afgeweken van lid 4.2, sub 4.2.1, onder j ten behoeve van het bouwen van een (tweede) bedrijfswoning, met dien verstande dat: a. met een bedrijfsplan wordt aangetoond dat: 1. het bedrijf beschikt over een toekomstperspectief van ten minste 10 jaar; 2. op basis van de economische omvang van het bedrijf sprake is van een volwaardig bedrijf voor minimaal twee arbeidskrachten en de noodzaak van de bedrijfswoning voor een verantwoorde bedrijfsvoering aannemelijk is gemaakt; 3. minimaal twee arbeidskrachten fulltime aan het werk zijn op het agrarisch bedrijf, die een volwaardig hoofdinkomen uit het bedrijf ontvangen en die de hoofdbewoners van de eerste en tweede bedrijfswoning zijn; b. werkzaamheden verricht in aanverwante en/of niet agrarische (neven)activiteiten binnen de bedrijfsvoering, nooit tot een tweede bedrijfswoning leiden; c. de woning in samenhang met de bestaande bebouwing wordt gebouwd; d. de woning binnen het bouwvlak wordt gebouwd; e. aangetoond moet worden dat de ontwikkeling op een zorgvuldige wijze landschappelijk is of wordt ingepast, hetgeen moet blijken uit een door aanvrager ingediend erfinrichtingsplan, dat in overeenstemming is met de bij deze regels behorende Bijlage 1 Handreiking landschappelijke inpassing tweede agrarische bedrijfswoning; f. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; g. de tweede bedrijfswoning enkel gerealiseerd kan worden indien en voor zover dit past binnen het door Gedeputeerde Staten geaccordeerd gemeentelijk woonprogramma en een door de gemeenteraad vastgestelde Beleidsvisie Wonen.; h. voor het overige de regels voor bedrijfswoningen in lid 4.2, sub 4.2.1, onder l en lid 4.2, lid 4.2.1, onder m van overeenkomstige toepassing zijn. |
| Bûtengebiet Dongeradeel op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - buitengebied Dongeradeel" | Aan artikel 3 Agrarisch, lid 3.3, wordt sub 3.3.3a toegevoegd: |
3.3.3a Tweede bedrijfswoning Er kan worden afgeweken van lid 3.2, sub 3.2.1, onder e ten behoeve van het bouwen van een tweede bedrijfswoning, met dien verstande dat: a. met een bedrijfsplan wordt aangetoond dat: 1. het bedrijf beschikt over een toekomstperspectief van ten minste 10 jaar; 2. op basis van de economische omvang van het bedrijf sprake is van een volwaardig bedrijf voor minimaal twee arbeidskrachten en de noodzaak van de bedrijfswoning voor een verantwoorde bedrijfsvoering aannemelijk is gemaakt; 3. minimaal twee arbeidskrachten fulltime aan het werk zijn op het agrarisch bedrijf, die een volwaardig hoofdinkomen uit het bedrijf ontvangen en die de hoofdbewoners van de eerste en tweede bedrijfswoning zijn; b. werkzaamheden verricht in aanverwante en/of niet agrarische (neven)activiteiten binnen de bedrijfsvoering, nooit tot een tweede bedrijfswoning leiden; c. de woning in samenhang met de bestaande bebouwing wordt gebouwd; d. de woning binnen het bouwvlak wordt gebouwd; e. aangetoond moet worden dat de ontwikkeling op een zorgvuldige wijze landschappelijk is of wordt ingepast, hetgeen moet blijken uit een door aanvrager ingediend erfinrichtingsplan, dat in overeenstemming is met de bij deze regels behorende Bijlage 1 Handreiking landschappelijke inpassing tweede agrarische bedrijfswoning; f. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; g. de tweede bedrijfswoning enkel gerealiseerd kan worden indien en voor zover dit past binnen het door Gedeputeerde Staten geaccordeerd gemeentelijk woonprogramma en een door de gemeenteraad vastgestelde Beleidsvisie Wonen.; h. voor het overige de regels voor bedrijfswoningen in lid 3.2, sub 3.2.1, onder f en h van overeenkomstige toepassing zijn. |
| Bûtengebiet Dongeradeel, herziening 2015 op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - buitengebied Dongeradeel" | Aan artikel 3 Agrarisch, lid 3.3, wordt sub 3.3.3a toegevoegd: |
3.3.3a Tweede bedrijfswoning Er kan worden afgeweken van lid 3.2, sub 3.2.1, onder e ten behoeve van het bouwen van een tweede bedrijfswoning, al dan niet in combinatie met het bepaalde in lid 3.3, sub 3.3.2, met dien verstande dat: a. met een bedrijfsplan wordt aangetoond dat: 1. het bedrijf beschikt over een toekomstperspectief van ten minste 10 jaar; 2. op basis van de economische omvang van het bedrijf sprake is van een volwaardig bedrijf voor minimaal twee arbeidskrachten en de noodzaak van de bedrijfswoning voor een verantwoorde bedrijfsvoering aannemelijk is gemaakt; 3. minimaal twee arbeidskrachten fulltime aan het werk zijn op het agrarisch bedrijf, die een volwaardig hoofdinkomen uit het bedrijf ontvangen en die de hoofdbewoners van de eerste en tweede bedrijfswoning zijn; b. werkzaamheden verricht in aanverwante en/of niet agrarische (neven)activiteiten binnen de bedrijfsvoering, nooit tot een tweede bedrijfswoning leiden; c. de woning in samenhang met de bestaande bebouwing wordt gebouwd; d. de woning binnen het bouwvlak wordtgebouwd; e. aangetoond moet worden dat de ontwikkeling op een zorgvuldige wijze landschappelijk is of wordt ingepast, hetgeen moet blijken uit een door aanvrager ingediend erfinrichtingsplan, dat in overeenstemming is met de bij deze regels behorende Bijlage 1 Handreiking landschappelijke inpassing tweede agrarische bedrijfswoning; f. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; g. de tweede bedrijfswoning enkel gerealiseerd kan worden indien en voor zover dit past binnen het door Gedeputeerde Staten geaccordeerd gemeentelijk woonprogramma en een door de gemeenteraad vastgestelde Beleidsvisie Wonen; h. voor het overige de regels voor bedrijfswoningen in lid 3.2, sub 3.2.1, onder f en g van overeenkomstige toepassing zijn. |
| Buitengebied op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - buitengebied Ferwerderadiel" | Aan artikel 3 Agrarisch, lid 3.3, wordt sub 3.3.6a toegevoegd: |
3.3.6a Tweede bedrijfswoning Er kan worden afgeweken van lid 3.2, sub 3.2.1, onder h ten behoeve van het bouwen van een tweede bedrijfswoning, al dan niet in combinatie met het bepaalde in lid 3.3, sub 3.3.3 en/of lid 3.3, sub 3.3.6, met dien verstande dat: a. met een bedrijfsplan wordt aangetoond dat: 1. het bedrijf beschikt over een toekomstperspectief van ten minste 10 jaar; 2. op basis van de economische omvang van het bedrijf sprake is van een volwaardig bedrijf voor minimaal twee arbeidskrachten en de noodzaak van de bedrijfswoning voor een verantwoorde bedrijfsvoering aannemelijk is gemaakt; 3. minimaal twee arbeidskrachten fulltime aan het werk zijn op het agrarisch bedrijf, die een volwaardig hoofdinkomen uit het bedrijf ontvangen en die de hoofdbewoners van de eerste en tweede bedrijfswoning zijn; b. werkzaamheden verricht in aanverwante en/of niet agrarische (neven)activiteiten binnen de bedrijfsvoering, nooit tot een tweede bedrijfswoning leiden; c. de woning in samenhang met de bestaande bebouwing wordt gebouwd; d. de woning binnen het bouwvlak wordt gebouwd; e. aangetoond moet worden dat de ontwikkeling op een zorgvuldige wijze landschappelijk is of wordt ingepast, hetgeen moet blijken uit een door aanvrager ingediend erfinrichtingsplan, dat in overeenstemming is met de bij deze regels behorende Bijlage 1 Handreiking landschappelijke inpassing tweede agrarische bedrijfswoning; f. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; g. de tweede bedrijfswoning enkel gerealiseerd kan worden indien en voor zover dit past binnen het door Gedeputeerde Staten geaccordeerd gemeentelijk woonprogramma en een door de gemeenteraad vastgestelde Beleidsvisie Wonen; h. voor het overige de regels voor bedrijfswoningen in lid 3.2, sub 3.2.1, onder k van overeenkomstige toepassing zijn. |
| Bestemmingsplan | Bestemming | Regeling |
| Buitengebied op gronden ter plaatse van de aanduiding "overige zone - buitengebied Ferwerderadiel" | In artikel 3 Agrarisch, lid 3.7, sub 3.7.6 wordt doorgehaald: |
3 |
Voor de gronden gelegen binnen dit plan zijn, met inachtneming van het bepaalde in dit plan, de in hoofdstuk 3 Algemene regels opgenomen regels van de geldende bestemmingsplannenn zoals genoemd in artikel 1, lid 1.3, van overeenkomstige toepassing,
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Deze regels worden aangehaald als:
“Regels van de Partiële herziening afwijkingsmogelijkheid 2e agrarische bedrijfswoning.”