| Plan: | Chw bestemmingsplan Oostergast - Fase 2D-a noord en 3a |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1969.BPZU22UITB1-VA01 |
In deze bijlage is de overlegreactie opgenomen en in schuingedrukte tekst voorzien van de gemeentelijke reactie.
Het kader voor de beoordeling van bestemmingsplannen is de provinciale Omgevingsvisie en de in de Omgevingsverordening provincie Groningen 2016 (hierna: omgevingsverordening) opgenomen instructieregels. Deze regels hebben tot doel om de doorwerking van het provinciaal beleid in gemeentelijke ruimtelijke besluiten te borgen.
De woonwijk 'De Oostergast' bevindt zich aan de oostzijde van Zuidhorn. De wijk is volop in ontwikkeling en wordt in fasen aangelegd. De uitbreiding van de wijk is nu aan een volgende fase toe. In deze fase worden circa 240 woningen gebouwd. Dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte legt deze ontwikkelingsfase (2D-a noord en 3a) juridisch planologisch vast en vervangt daarmee het vigerende bestemmingsplan.
Het voorontwerp geeft de provincie aanleiding het volgende op te merken.
Provinciaal beleid
In paragraaf 4.3 van de toelichting wordt opgemerkt dat het voorliggende plangebied vanwege het huidige agrarische gebruik tot het buitengebied is gerekend (zie figuur 4.1) en daarom een wijziging van de grens van het buitengebied dient te worden aangevraagd. Op grond van artikel 2.13.1 van de Omgevingsverordening is het verbod van nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het buitengebied niet van toepassing - zoals in dit geval - op een stedelijke ontwikkeling die aansluit op het bestaand stedelijk gebied, op voorwaarde dat in de plantoelichting is aangetoond dat voor deze ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied geen ruimte beschikbaar is of na intensivering, revitalisering en herstructurering kan worden verkregen (vgl. ladder voor duurzame verstedelijking). Het plan voldoet hieraan. Voor deze ontwikkeling is dan ook geen wijziging van de grens mogelijk en noodzakelijk.
Onder het kopje provinciaal beleid staat dat de woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal overeenstemmen met een regionale woonvisie die rekening houdt met regionale woningbehoefteprognoses die de provincie elke twee jaar uitbrengt. Het plangebied bevindt zich in Zuidhorn en daarmee in de regio Groningen-Assen. De regionale afspraken waarnaar verwezen moet worden zijn de regionale planningslijsten voor woningbouw van de regio Groningen-Assen, zoals aangegeven in artikel 2.15.1, derde lid, onder b (Woningbouw) van de Omgevingsverordening. Vervolgens moet aangegeven worden dat de voorliggende plannen hier binnen passen. Ik verzoek u de toelichting op dit punt aan te vullen.
De tekst in paragraaf 4.3 van de toelichting is op deze punten aangepast.
Bodem
Volgens paragraaf 5.1 van de toelichting blijkt op basis van een vooronderzoek dat er op bepaalde verdachte deellocaties een bodemonderzoek uitgevoerd moet worden voordat de gronden voor woningbouw in gebruik kunnen worden genomen. Dat onderzoek is inmiddels in werking gezet. Ik adviseer u het bodemonderzoek en de uitkomsten daarvan te zijner tijd aan het plan toe te voegen.
Het onderzoek is inmiddels afgerond en als Bijlage 5 bij de toelichting opgenomen. Een samenvatting van de uitkomsten en conclusies van dat onderzoek is in hoofdstuk 5.1 van de toelichting opgenomen.
Externe veiligheid
Ik adviseer u het advies van de Omgevingsdienst, zoals genoemd in het plan, als bijlage op te nemen. Deze ontbreekt nog.
Het advies van de Omgevingsdienst Groningen van 25 november 2021 is opgenomen als Bijlage 10 bij de toelichting.
Wet natuurbescherming
Gebiedsbescherming
In de toelichting wordt gerefereerd aan de per 1 juli 2021 in werking getreden Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het bijbehorende besluit.
De Wsn regelt een vrijstelling van de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als
gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden. De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). Over de juridische houdbaarheid van de bouwvrijstelling lopen beroepen waarover binnenkort een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt verwacht. Het is wellicht aan te raden dat, zeker bij grotere woningbouwprojecten, wel een Aerius-berekening wordt gemaakt van de door de bouwactiviteiten veroorzaakte stikstofdepositie op N2000-gebieden.
De stikstofdepositie wordt ook berekend voor de aanlegfase.
Soortenbescherming
In paragraaf 5.3 wordt terecht een lijst met vrijgestelde soorten van een aantal specifieke genoemde verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming genoemd. Op 18 februari 2022 is de Actualisatie Omgevingsverordening provincie Groningen 2021 in werking getreden en de lijst bijgewerkt. Op grond daarvan zijn haas, hermelijn en bunzing binnen de provincie Groningen inmiddels niet langer vrijgesteld. Ik verzoek u de toelichting op dit punt aan te passen. Voor het bestemmingsplan is een ecologisch onderzoek (quickscan) uitgevoerd. Voor de soorten haas, bunzing en hermelijn dient het onderzoek te worden aangevuld.
De provincie Groningen hanteert geen (vaste) lijst met nesten die jaarrond beschermd zijn. Het is geen probleem als deze lijst benoemd wordt en als uitgangspunt gebruikt wordt. Er kunnen echter meer vogelsoorten onder deze categorie vallen waardoor de provincie geen strikte lijst hanteert, zoals het geval bij de kwetsbare akker- en weidevogels. Dit dient per situatie bekeken te worden. Zijn er vogelsoorten aanwezig of te verwachten waarvan de gunstige staat van instandhouding in het geding komt door de ontwikkeling? Is een betreffend nest essentieel of niet? Zijn er alternatieven? Is een Wnb-ontheffing aan de orde? Dit dient goed in het rapport te worden onderbouwd en staat los van ons beleid, zoals leefgebied weidevogels en akkervogels. Initiatiefnemer dient in overleg met het ecologisch adviesbureau opnieuw te kijken naar de mogelijk aanwezige vogelsoorten en broedsels en in het licht van het bovenstaande opnieuw te bepalen welke vogelnesten als beschermd moeten worden aangewezen. Voor eventuele vragen kan contact worden opgenomen met Natuurbeschermingswet@provinciegroningen.nl.
De toelichting wordt op de genoemde punten aangepast en de quickscan wordt voor de genoemde soorten aangevuld.
Open normen
Volgens de toelichting biedt het werken met open normen en beleidsregels flexibiliteit in De Oostergast. De open norm in het bestemmingsplan is langer houdbaar, de invulling van de beleidsregel kan eenvoudiger worden aangepast. Hiermee kan sneller worden ingespeeld op maatschappelijke behoeften en ontwikkelingen. Op voorhand is immers niet altijd goed in te schatten welke ontwikkelingen waar komen. Dit is op zich een terechte constatering, maar daarbij zal wel rekening dienen te worden gehouden met het volgende. In 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak zich inmiddels verschillende keren gebogen over kwesties in bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte. In de uitspraak van 27 oktober 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2388) over het Omgevingsplan Belvédère van de gemeente Maastricht heeft de Afdeling bestuursrechtspraak vanwege het rechtszekerheidsbeginsel b.v. beperkingen gesteld aan de mogelijkheden om in een planregel een koppeling te leggen met beleidsregels (zie o.a. overwegingen 9.4. en 9.5 hieronder). De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in deze uitspraak overwogen dat de planregel zelf voldoende concreet en objectief moet zijn begrensd. Of hieraan is voldaan, hangt af van de omstandigheden van het geval. Ook de uitspraak van 24 november 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2649) over het Omgevingsplan Binckhorst van de gemeente Den Haag ging onder meer over dit aspect. Uit de beschrijving in de toelichting kan niet worden opgemaakt in hoeverre de aanvaardbaarheid van de regeling is getoetst in het licht van de meest recente jurisprudentie op dit punt.
Voor de woningen en de appartementengebouwen zijn de bouwhoogtes in de regels van het Chw bestemmingsplan opgenomen, de goothoogtes in de beleidsregels. Hiermee zijn de regels voldoende concreet begrensd, de uitwerking van de andere aspecten vindt plaats via de beleidsregels. Met de regels voor de bouwhoogte is wel duidelijk dat niet hoger gebouwd mag worden.