Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Herziening Bestemmingsplan Buitengebied Westerkwartier
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1969.BPBG23HERS1-VA01

Regels

1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het bestemmingsplan "Herziening Bestemmingsplan Buitengebied Westerkwartier" van de gemeente Westerkwartier;

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1969.BPBG23HERS1-VA01 met de bijbehorende regels en bijlagen;

1.3 van toepassing verklaring

  1. de regels van het bestemmingsplan "Herziening Bestemmingsplan Buitengebied Westerkwartier" zijn van toepassing op alle bestemmingsplannen die ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan in werking waren. In Bijlage 1 bij de toelichting is een lijst opgenomen met deze ruimtelijke plannen;
  2. de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan "Herziening Bestemmingsplan Buitengebied Westerkwartier" is van toepassing op diverse wijzigingen die met het bestemmingsplan mogelijk zijn gemaakt. De verbeelding werkt aanvullend dan wel vervangend op de verbeelding behorende bij één van de bestemmingsplannen zoals opgenomen in Bijlage 1 bij de toelichting;
  3. de toelichting behorende bij het bestemmingsplan "Herziening Bestemmingsplan Buitengebied Westerkwartier" is van toepassing op de onderdelen die daarin worden genoemd. Voor de overige onderdelen wordt verwezen naar de toelichtingen bij één van de bestemmingsplannen zoals opgenomen in Bijlage 1 bij de toelichting.

1.4 aan huis verbonden beroep

  1. zakelijke en persoonlijke dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan bedrijven of personen zoals administratiekantoor, advocatenkantoor, reisbureau, artsenpraktijk, schoonheidssalon, kapsalon, en dergelijke, al dan niet met hieraan verbonden ondergeschikte detailhandel;
  2. praktijkpand, praktijkruimte, kantoor, atelier: een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat door de indeling en inrichting bestemd is als beroeps- of bedrijfsmatige werkruimte voor medische, administratieve, artistieke, ambachtelijke en daarmee gelijk te stellen beroepen, al dan niet in combinatie met hieraan verbonden ondergeschikte detailhandel;
mits de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de ruimtelijke uitwerking of uitstraling met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.5 aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist;

1.6 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.7 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.8 aanlegsteiger

een aan de oever en boven water gebouwde constructie en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken, bedoeld voor de aanleg van een vaartuig;

1.9 afhaalpunt

een locatie waar de consument uitsluitend via internethandel bestelde en betaalde goederen kan afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten behoeve van verkoop en/of overige activiteiten;

1.10 afwijking

een afwijking als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening;

1.11 afzetten

het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand met als doel dat de houtopstand opnieuw op de stronk/stobbe uitloopt. Dit t.b.v. hakhoutbeheer.

1.12 agrarisch bedrijf

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen (boom- en sierkwekerijen en fruit- en houtteelt daaronder begrepen) en/of door middel van het houden van dieren, niet zijnde: een glastuinbouwbedrijf, een champignonkwekerij, een gebruiksgerichte of productiegerichte paardenhouderij, een bollenteeltbedrijf of een vis- of wormenkwekerij;

1.13 agrarische bedrijfsbestemming

1.14 agrarisch grondgebruik

het telen van gewassen, niet in een volkstuin(complex) en niet zijnde bollenteelt anders dan bestaand of in het voorheen geldende bestemmingsplan toegestaan, en/of het weiden van dieren;

1.15 agroforestry

bij agroforestry, oftewel boslandbouw, worden bomen en struiken aangeplant als onderdeel van het landbouwsysteem. Hierbij worden de teelt van hout, biomassa, fruit of noten gecombineerd met akkerbouw of (pluim)veeteelt op een aaneengesloten stuk grond. Het doel is om te komen tot een positieve wisselwerking tussen de landbouw- en bosbouwcomponent. Beplantingsvormen in agroforestrysystemen bestaan hoofdzakelijk uit boomweides, houtwallen en houtsingels;

1.16 archeologische waarde

de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis;

1.17 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

1.18 bebouwingspercentage

de bebouwde oppervlakte van de gebouwen uitgedrukt in procenten van de totale oppervlakte van nader aangegeven gronden;

1.19 bed & breakfast

het tegen vergoeding aanbieden van een ten opzichte van het hoofdgebruik, ondergeschikte mogelijkheid tot kortdurend recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben, niet zijnde de uitoefening van een hotel, pension of ander bedrijf. Hieronder wordt niet verstaan het overnachten van tijdelijk of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. Er worden geen voorzieningen aangeboden om zelfstandig te koken;

1.20 bedrijf

beroepsbezigheid, handwerk en ook: onderneming die zich bezighoudt met het maken en/of verhandelen van bepaalde goederen en/of het leveren van bepaalde diensten;

1.21 bedrijfsgebouw

een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;

1.22 bedrijfsmatig

een bedrijf, stichting of ander rechtspersoon die deelneemt aan het economisch verkeer al dan niet met winstoogmerk, en activiteiten die hiermee naar aard, omvang en regelmaat zijn gelijk te stellen;

1.23 bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar in aantoonbare relatie staat tot de bestemming van het gebouw of het terrein. Het dient om een volwaardig bedrijf te gaan waarin minimaal één persoon fulltime werkzaam is;

1.24 beeldbepalende boom

een boom die door zijn grootte, vorm, verschijning monumentale en landschappelijke waarde onvervangbaar is voor het karakter van de omgeving. Dit betreffen met name eiken, essen, beuken en zoete kersen met (op 1.30 meter boven maaiveld gemeten) een diameter groter dan respectievelijk 40, 40, 40 en 30 centimeter. Maar ook oude elzen en knotwilgen met een diameter groter dan respectievelijk 55 en 40 centimeter;

1.25 beeldbepalende gebouwen

gebouwen die op grond van hun ruimtelijk relevante kenmerken bijdragen aan de visuele belevingswaarde van het landschap, zoals beschreven in Bijlage 1;

1.26 bedrijfsvloeroppervlakte

de totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel of bedrijf met inbegrip van daartoe behorende opslag- en administratieruimten, uitgezonderd de bedrijfswoning;

1.27 beperkt kwetsbare gebouwen en locaties

de overige gebouwen en locatie die niet zijn aangemerkt als 'zeer kwetsbaar' of 'kwetsbaar' zijn 'beperkt kwetsbaar'. De nadruk ligt op de bescherming de kwetsbare gebruiksfunctie van een gebouw en niet op de bescherming van het gebouw als geheel;

1.28 bestaand

  1. het gebruik dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig is en/of bebouwing (de maatvoering van een bouwwerk, de afstand tot een bouwwerk of een te bebouwen percentage) die op dat tijdstip aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen;
  2. het onder 1 bedoelde geldt niet voor zover sprake was van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder mede begrepen het overgangsrecht, of een afwijking als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening;

1.29 bestaande geitenhouderijen

de in de gemeente Westerkwartier aanwezigheden geitenhouderijen gelegen aan de: 
  • Provincialeweg 103 te Opende;
  • Oostindië 43 te Zevenhuizen;
  • Dijkswijk 11 te De Wilp; 
met het, op het moment van inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit Geitenhouderijen, d.d. 2 december 2020, op grond van de Wet milieubeheer vergunde aantal geiten;

1.30 bestaande paardenbak Grootegast

een paardenbak in het buitengebied van de voormalige gemeente Grootegast die als aanwezig zichtbaar is op de luchtfoto's van 10 en 11 maart 2014;

1.31 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

1.32 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; indien en voor zover twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden worden deze aangemerkt als één bestemmingsvlak;

1.33 bijgebouw

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; voor vrijstaande bijgebouwen is ook functionele ondergeschiktheid vereist;

1.34 biologische regelgeving

regelgeving zoals opgenomen in de Landbouwkwaliteitswet, het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007, de Landbouwkwaliteitsregeling 2007 en in het bijzonder verordening (EG)834/2007 en de bijbehorende bepalingen in verordening (EG) 889/2008 en verordening (EG) 1235/2008. Specifiek voor dierlijke productie, tevens de Wet dieren, het Besluit Diervoeders, de Regeling Diervoeders 2012, het Besluit Dierlijke producten en de Regeling Dierlijke producten 2012;

1.35 boerderijkamer

één of meerdere ruimtes in een (voormalig) agrarisch bedrijfsgebouw, die is/zijn ingericht voor recreatieve bewoning, inclusief daarbij behorende voorzieningen;

1.36 boerderijterras

een terras bij een agrarisch bedrijf, waar in hoofdzaak eigen of door agrariërs uit de regio geproduceerde producten worden verkocht voor consumptie ter plaatse;

1.37 boerderijwinkel

een winkel bij een agrarisch bedrijf, waar in hoofdzaak eigen of door agrariërs uit de regio geproduceerde agrarische producten worden verkocht;

1.38 boom- en/of sierkwekerij

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van beplantingsgewassen zoals bos- en haagplantsoen, laan- en parkbomen, vruchtbomen, rozenstruiken, sierconiferen, sierheesters en overige sierbeplanting, een en ander in de vorm van vollegrondteelt dan wel containerteelt;

1.39 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.40 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.41 bouwperceel agrarische bedrijven voormalige gemeente Winsum

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. Het agrarische bouwperceel bestaat uit een denkbeeldige rechthoek van 1,5 ha, dan wel 1 ha, afhankelijk van de kwetsbaarheid van het landschap;

1.42 bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel;

1.43 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.44 bouwvlak agrarische bedrijven voormalige gemeente Winsum

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. Het bouwvlak van het agrarisch bedrijf omvat een zoekgebied, waarin aaneengesloten bebouwing kan worden opgericht op een bouwperceel van 1,5 ha, dan wel 1 ha, afhankelijk van de kwetsbaarheid van het landschap;

1.45 bouwwerk

constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruik voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart;

1.46 chalet

  1. een gebouw, bestaande uit een lichte constructie, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning;
  2. een stacaravan met een oppervlakte groter dan 40 m2;

1.47 co-substraten

organische materialen/producten, die mogen worden toegevoegd aan een mestvergistingsproces, waarbij het eindproduct nog steeds onder de definitie meststof valt als bedoeld in de milieuwetgeving;

1.48 covergisting

een vorm van vergisting waarbij energie voor ten miste 50% wordt opgewekt uit dierlijke mest, aangevuld met plantaardige biomassa;

1.49 cultuurhistorische waarde

de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt;

1.50 daghoreca

een horecabedrijf dat in hoofdzaak kleine maaltijden, broodjes, gebak, koffie, thee en niet-alcoholische (fris)dranken verstrekt en dat qua openingstijden vergelijkbaar is met die van de detailhandel;

1.51 dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

1.52 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.53 detailhandel in weggebonden artikelen

detailhandel in een assortiment goederen dat is gebaseerd op de behoeftes van een automobilist of diens passagiers;

1.54 dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling

een bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en/of maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting;

1.55 dienstverlening

het verlenen van economische, openbare en/of maatschappelijke diensten aan derden;

1.56 digestaat

stabiel restproduct dat overblijft na het vergisten van 50% of meer van de dierlijke uitwerpselen met als nevenbestanddeel alleen producten die op grond van artikel 5 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet zijn aangewezen.

1.57 discotheek

een gebouw, waarin de bedrijfsuitoefening hoofdzakelijk is gericht op het bieden van gelegenheid tot dansen op mechanische en/of levende muziek en het serveren van al dan niet alcoholhoudende dranken;

1.58 dunnen

afzetten als een verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand. Dunnen in een houtsingel moet altijd als doel hebben dat de houtopstand weer uitgroeit;

1.59 eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond;

1.60 eerste verdieping

de tweede bouwlaag van een hoofdgebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen;

1.61 erfinrichtingsplan

een plan waarin met toepassing van de maatwerkmethode in overleg met het betrokken bedrijf de omvang, situering en ruimtelijke inrichting van het bouwperceel en de landschappelijke inpassing van de bebouwing en opslag- of andere voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, zijn vastgelegd;

1.62 erker

een hoek- of rondvormig uitgebouwd deel van een hoofdgebouw, bouwkundig bestaande uit een 'lichte' constructie met een overwegend transparante uitstraling;

1.63 fruitteeltbedrijf

een bedrijf dat is gericht op het telen van fruit;

1.64 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.65 gebruiksgerichte paardenhouderij

een bedrijf dat hoofdzakelijk is gericht op het beleren en trainen van paarden/pony's door het bedrijf zelf, het bieden van pensionstalling en/of een kunstmatig inseminatie bedrijf voor paarden/pony's, niet zijnde een manege;

1.66 geitenhouderij

het houden van vijftig geiten of meer;

1.67 gemeenschappelijke ruimte

voorzieningen voor gezamenlijk gebruik ten behoeve van de aanwezige recreatieve nachtverblijfeenheden en kampeermiddelen, waaronder sanitaire voorzieningen en een slechtweer voorziening;

1.68 gevaarlijke stoffen

gevaarlijke stoffen, gevaarlijke afvalstoffen en/of bestrijdingsmiddelen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen, zoals dit luidde tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;

1.69 hobbymatig agrarisch grondgebruik

het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren (niet zijnde: een glastuinbouwbedrijf, een champignonkwekerij, een gebruiksgerichte paardenhouderij, een bollenteeltbedrijf of een vis- of wormenkwekerij) op niet bedrijfsmatige wijze;

1.70 hoofdgebouw

een gebouw of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkste is;

1.71 hoofdverblijf

de plaats die fungeert als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van de bewoner;

1.72 horeca(bedrijf)

een bedrijf dat gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse, al dan niet in samenhang met het bedrijfsmatig verschaffen van logies en/of het exploiteren van zaalaccommodatie, met uitzondering van een discotheek;

1.73 horeca categorie 1 t/m 3

  1. horeca categorie 1:
    1. aan de detailhandelsfunctie verwante horeca zoals: automatiek, broodjeszaak, cafetaria, croissanterie, koffiebar, lunchroom, snackbar, tearoom, traiteur, bezorg- en/of afhaalservice.
    2. overige lichte horeca zoals hotel, restaurant al dan niet met bezorg- en/of afhaalservice (o.a. pizza, chinees, fastfood restaurants);
  2. horeca categorie 2:
    bedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken zoals: bar, bierhuis, biljartcentrum, café, coffeeshop, proeflokaal, shoarma/grillroom, zalenverhuur (zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek/dansevenementen);
  3. horeca categorie 3:
    bedrijven die voor een goed functioneren ook 's-nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen zoals: discotheek, nachtclub, partycentrum. Regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek-/dansevenementen;

1.74 houtsingel

een vrijliggende lijnvormige en aaneengesloten houtopstand, al dan niet groeiend op een aarden wal, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en/of struiken. De houtsingel is minimaal 20 meter lang en maximaal 10 meter breed;

1.75 houtteelt

de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt en waarvoor daartoe ontheffing is verleend van de melding en herplantplicht conform de Wet natuurbescherming;

1.76 houtwal

een vrijliggende lijnvormige en aaneengesloten houtopstand, al dan niet groeiend op een aarden wal, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en/of struiken. De houtwal is minimaal 20 meter lang en maximaal 10 meter breed;

1.77 huishouden

één of meerdere personen die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid gericht op een duurzaam samenzijn;

1.78 intensieve veehouderij

agrarische bedrijfsvoering, zelfstandig of als neventak, gericht op het geheel of nagenoeg geheel in gebouwen houden van varkens, pluimvee, vleeskalveren en vleesstieren, met uitzondering van het biologisch houden van dieren overeenkomstig de geldende biologische regelgeving;

1.79 internethandel

handel in goederen en/of diensten die plaatsvindt via het internet;

1.80 inwoning

het toevoegen van een tweede afzonderlijk huishouden in een woning, waarbij sprake is van een familiaire relatie of verwantschap tussen de twee huishoudens en er geen sprake is van een huurverhouding;

1.81 jachthaven

een haven met de daarbij behorende grond waar overwegend gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren, of afgemeerd houden van pleziervaartuigen;

1.82 kampeermiddel

een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan, dan wel enig ander onderkomen ten behoeve van recreatief nachtverblijf, dat is bedoeld om te kunnen worden verplaatst;

1.83 kamphuis/groepsaccommodatie

een gebouw dat periodiek dient voor recreatief verblijf van personen die elders hun hoofdverblijf hebben, waarbij wordt overnacht in gemeenschappelijke slaapzalen en/of kamers;

1.84 karakteristieke gebouwen

gebouwen die van cultuurhistorische waarde zijn op grond van karakteristieke hoofdvorm, architectuur, landschappelijke en/of stedenbouwkundige situering, bijdragen aan de herkenbaarheid van de omgeving, gaafheid of zeldzaamheid, zoals nader beschreven in Bijlage 1;

1.85 karakteristieke hoofdvorm

ruimtelijke verschijningsvorm van een gebouw zoals die wordt bepaald door bouwmassa naar hoofdafmetingen en onderlinge verhoudingen, dakvorm, nokrichting, dakoverstekken, goothoogte, daklijsten en schoorstenen, erkers en balkons;

1.86 karakteristieke objecten

objecten die van cultuurhistorische waarde zijn op grond van architectuur, landschappelijke en/of stedenbouwkundige situering, bijdrage aan de herkenbaarheid van de omgeving, gaafheid of zeldzaamheden, zoals nader omschreven in Bijlage 1;

1.87 karakteristieke sloot

natuurlijke waterlopen; deze waterlopen zijn niet alleen voor het patroon essentieel, maar ook individueel zeer waardevol (normaal onderhoud is mogelijk/niet dempbaar). Daarbij accentueren zij het karakteristieke verkavelingspatroon;

1.88 karakteristieke sloot met wijzigingsbevoegdheid

waterlopen die de (onregelmatige) blokverkaveling en/of de kleinschaligheid accentueren zijn belangrijk voor het landschappelijk karakter van het gebied. De sloten vertegenwoordigen niet ieder afzonderlijk een belangrijke waarde, maar zijn voor behoud van de blokverkaveling en kleinschaligheid van belang. Deze sloten zijn in de basis niet dempbaar, maar zijn onder voorwaarden uitwisselbaar voor een andere gelijkwaardig aan te wijzen sloot;

1.89 kappen

het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand;

1.90 kas

een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen of planten;

1.91 kleinschalige daghoreca

een kleinschalig horecabedrijf dat is gericht op het verstrekken van dranken en etenswaren, gedurende de dagperiode;

1.92 kleinschalige horeca

inrichting ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van in hoofdzaak kleine etenswaren, al dan niet in combinatie met alcoholvrije dranken, en waar de verstrekking van volledige maaltijden en/of het (laten) houden van feesten en partijen niet is toegestaan;

1.93 kleinschalig kampeerterrein

een afgebakend, landschappelijk ingepast kampeerterrein met een oppervlakte van niet meer dan 5.000 m2 én voor maximaal 25 kampeermiddelen (tenten, vouwwagens, campers, toercaravans of huifkarren) gedurende de periode van 15 maart tot en met 31 oktober;

1.94 kleinschalige pension

een aan wonen ondergeschikte nevenactiviteit voor verhuur van kamers voor logiesverstrekking per nacht met de daarbij behorende verstrekking van maaltijden en/of dranken voor consumptie ter plaatse.

1.95 kortdurend recreatief nachtverblijf

bewoning die plaatsvindt in het kader van kortdurend recreatief verblijf door een persoon of groep personen niet zijnde permanente bewoning en geen hoofdverblijf is;

1.96 kwetsbare gebouwen en locaties

kwetsbare gebouwen zijn alle gebouwen met een woonfunctie (niet verspreid liggende bebouwing) en locaties bestemd voor grote evenementen of voor recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen. Gebouwen en locaties zijn ook kwetsbaar als er veel personen een groot deel van de dag aanwezig zijn. Het gaat bijvoorbeeld om:
  • woonfunctie;
  • bijeenkomstfunctie;
  • kantoorfunctie;
  • sportfunctie;
  • scholen voor volwassenen;
  • gezondheidszorg zonder bedgebied;
  • locatie voor evenementen in de openlucht voor tenminste 5.000 personen;

1.97 landschappelijke waarde

de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied;

1.98 longeercirkel

ruimte (eventueel overdekt) in de vorm van een cirkel, waarin een paard onder begeleiding specifieke training gegeven kan worden;

1.99 maatschappelijke voorzieningen

educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen;

1.100 maatwerkmethode

methode van overleg via keukentafelgesprekken met als doel om op bedrijfsniveau overeenstemming te bereiken over omvang, situering en inrichting van het bouwperceel;

1.101 manege

een bedrijf met een publieksgericht karakter, dat is gericht op het bieden van gelegenheid tot het stallen van paarden/pony's en/of het berijden van paarden/pony's, waaronder begrepen lesgeven, verhuur en het houden van wedstrijden en/of andere hippische evenementen;

1.102 mantelzorg

intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;

1.103 mantelzorgwoning

een tijdelijke zelfstandige woonruimte in of bij het op hetzelfde perceel gelegen woning ten behoeve van de huisvesting van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning;

1.104 mono-vergisting

een vorm van vergisting waarbij energie voor 100% wordt opgewekt uit dierlijke mest;

1.105 nadere eis

een nadere eis als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder d van de Wet ruimtelijke ordening;

1.106 natuurlijke waarde

de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de geologische, bodemkundige en/of biologische elementen voorkomend in dat gebied;

1.107 nieuwvestiging geitenhouderijen

de start van een geitenhouderij op een andere locatie dan de locatie van bestaande geitenhouderijen. Hieronder wordt mede begrepen het toevoegen van geiten op een andere locatie waar al geiten zijn gevestigd waardoor een geitenhouderij ontstaat;  

1.108 normaal onderhoud

activiteiten die gericht zijn op het behoud van een bouwwerk waarbij vormgeving, detaillering en profilering niet wijzigen;

1.109 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden

werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming;

1.110 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening;

1.111 paardenbak/paardrijbak

een terrein met een andere ondergrond dan gras, met of zonder omheining, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden/pony's en/of anderszins beoefenen van de paardensport;

1.112 paddock

een omheind terrein met een andere ondergrond dan gras, waar één of meerdere paarden/pony's ter ontspanning en naar eigen inzicht vrij kunnen bewegen. Niet bedoeld voor het africhten en/of trainen van paarden/pony's;

1.113 peil

  1. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst:
    de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  2. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst:
    de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
  3. indien in of op het water wordt gebouwd:
    het plaatselijke niveau ten opzichte van het Nieuw Amsterdams Peil;

1.114 pension

een gebouw met een of meer pensionkamers, die zijn ingericht voor recreatief verblijf, inclusief daarbij behorende voorzieningen;

1.115 permanente bewoning

een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden met het oogmerk daar permanent verblijf te houden;

1.116 plattelandswoning

een agrarische bedrijfswoning die is gelegen binnen een agrarisch bouwperceel en die gebruikt mag worden door derden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf;

1.117 pleziervaartuig

een vaartuig dat uitsluitend bestemd en in gebruik is voor recreatiedoeleinden;

1.118 pré-mantelzorg

anticiperen op een te verwachten zorgbehoefte waardoor deze (nog) niet onder de vergunningsvrije mogelijkheden voor mantelzorg valt, maar waarvan wordt verwacht dat binnen 10 jaar wel wordt voldaan aan de criteria voor huisvesting in een vergunningsvrije mantelzorgwoning. De verwachting van de aanstaande mantelzorg wordt onderschreven door een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur;

1.119 pré-mantelzorgwoning

een tijdelijke zelfstandige woonruimte in of bij een op hetzelfde perceel gelegen woning ten behoeve van de huisvesting van één huishouden van maximaal twee personen, van wie, naar redelijke verwachting (bijvoorbeeld vanwege een progressieve ziekte), binnen 10 jaar ten minste één persoon op termijn mantelzorg zal verlenen aan of ontvangen van een bewoner van de woning;

1.120 productiegebonden detailhandel

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;

1.121 productiegerichte paardenhouderij

een paardenhouderij waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan en/of met paarden/pony's worden verricht, die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten, trainen en verhandelen van paarden/pony's;

1.122 prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding;

1.123 recreatief medegebruik

een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan;

1.124 recreatieve bewoning

de bewoning die plaatsvindt in het kader van weekend- en/of verblijfsrecreatie;

1.125 recreatiewoning

een gebouw dat periodiek dient voor recreatief (nacht)verblijf voor recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben;

1.126 reëel agrarisch bedrijf

een agrarisch bedrijf waarbij de arbeidsbehoefte minimaal een halve arbeidskracht (0,5 fte) bedraagt en de continuïteit op langere termijn verzekerd is;

1.127 risicovolle inrichting

een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden;

1.128 rooien

het verwijderen, kappen of aantasten van de beplanting inclusief stobbe en wortelgestel van de singel, met de bedoeling of het effect dat de beplanting niet meer terugkomt. Zeer zware snoei met het doel of effect dat de beplanting afsterft is hieraan gelijk gesteld;

1.129 seksinrichting

de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.130 sloot

algemene benaming voor een waterloop van beperkte breedte die stilstaand of slechts langzaam stromend water bevat;

1.131 sportkantine

een verblijfslocatie waarin de verstrekking van drank- en etenswaren gericht is op gebruikers van de sportvoorziening;

1.132 sportvoorziening

voorziening ten behoeve van een lichamelijke bezigheid ter ontspanning of als beroep met spel- of wedstrijdelement waarbij conditie en vaardigheid vereist zijn, respectievelijk bevorderd worden en waarvoor bepaalde regels gelden;

1.133 stacaravan

een caravan die als bouwwerk is aan te merken, die gedurende langere tijd op een kampeerterrein op dezelfde plaats blijft staan en die als één geheel te verplaatsen is;

1.134 standplaats voor detailhandel

een openbare en in de open lucht gelegen plaats om goederen en/of diensten te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren, gebruikmakend van mobiele middelen, zoals een boot, een kraam, een wagen of een tafel;

1.135 stapmolen

ruimte (eventueel overdekt) in de vorm van een cirkel, waar meerdere paarden/pony's tegelijk kunnen stappen, draven of galopperen door middel van aansturing via een computergestuurde bedieningskast;

1.136 teeltondersteunende kassen

kassen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven:
  • verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating;
  • verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen of
  • het voorkomen van schade door vorst;

1.137 teeltondersteunende voorzieningen

voorzieningen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven:
  • verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade;
  • verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen;
  • het bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringing onkruidbestrijding, effectief omgaan met water) of
  • het voorkomen van schade door vorst;

1.138 theetuin

een aan de hoofdfunctie ondergeschikte kleinschalige horecagelegenheid die is gericht op het verstrekken van alcoholvrije dranken, almede het verstrekken van etenswaren ten behoeve van consumptie ter plaatse, gedurende de dagperiode (07:00 – 19:00 uur);

1.139 trekkershut

een kleinschalig gebouw, bestaande uit een lichte constructie, dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor kortdurend recreatief nachtverblijf voor passanten;

1.140 uitbouw

een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Functionele ondergeschiktheid is niet vereist;

1.141 verbeelding

  1. de digitale verbeelding van het bestemmingsplan "Herziening Bestemmingsplan Buitengebied Westerkwartier";
  2. de verbeelding op papier van het bestemmingsplan "Herziening Bestemmingsplan Buitengebied Westerkwartier", bestaande uit de kaart met identificatienummer NL.IMRO.1969.BPBG23HERS1-VA01;

1.142 vergisting

toepassing van (proces)technieken gericht op het opwekken van energie uit mest of andere organische stoffen;

1.143 vervangende nieuwbouw

het vervangen van een op hetzelfde perceel aanwezig bestaand gebouw voor een gebouw van gelijke aard, omvang en karakter;

1.144 vissteiger

een bouwwerk, niet zijnde beschoeiingen, kennelijk bedoeld als voorziening ten behoeve van de vissport;

1.145 voederhaag

vorm van Agroforestry waarbij een gemengde inheemse struweelhaag (lijnvormig landschapselement) dient als mineralenvoorziening voor het vee, schaduw, veekering, windkering, biodiversiteit of groenblauwe dooradering;

1.146 voedselbos

een extensieve vorm van landbouw waarin bomen een belangrijke rol spelen. Er wordt een natuurlijk bosecosysteem nagebootst door gelaagdheid in de vegetatie en gebruik van meerjarige beplanting voor voedselproductie. In de boom- en struiklaag worden veelal noten en fruit gekweekt en op de open plekken groeien groentes, bloemen en kruiden;

1.147 volwaardig agrarisch bedrijf

een agrarisch bedrijf dat volledige werkgelegenheid biedt voor tenminste één arbeidskracht (1 fte) met een aanvaardbaar inkomen en de continuïteit op langere termijn verzekerd is.

1.148 voorgevel

de naar de weg gekeerde gevel van een woning of, bij onduidelijkheid daarover, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel;

1.149 voorgevelrooilijn

een denkbeeldige lijn die strak loopt langs de naar de openbare weg gekeerde gevel(s) van een hoofdgebouw voor zover op dat deel van de openbare weg voorgevels zijn gericht;

1.150 voorziening

bouwkundige of bouwtechnische maatregel aan een gebouw die strekt tot verbetering van de gebruiksfunctie, waaronder begrepen de daarbij noodzakelijke opheffing van gebreken aan de constructieve veiligheid;

1.151 vrijgekomen gebouwen

gebouwen die blijvend zijn of worden onttrokken aan het gebruik waarvoor ze oorspronkelijk zijn opgericht en/of zijn bestemd;

1.152 vuurwerkbedrijf

een bedrijf dat (mede) is gericht op de vervaardiging of assemblage van vuurwerk of de (detail)handel in vuurwerk c.q. de opslag van vuurwerk en/of de daarvoor benodigde stoffen;

1.153 waterloop

een langgerekte verlaging in het terrein van natuurlijk of kunstmatige oorsprong die permanent of periodiek stromend water bevat;

1.154 werkschuur

een gebouw bestemd voor de opslag van materieel en producten ten behoeve van het agrarisch bedrijf;

1.155 wijziging

een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening;

1.156 windturbine

door de wind aangedreven bouwwerk, waarmee energie wordt opgewekt;

1.157 woning

een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden met het oogmerk daar permanent verblijf te houden;

1.158 wooneenheid

een zelfstandig (gedeelte van een) gebouw met eigen toegang, dat dient voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend is de aanwezigheid van eigen voorzieningen, waaronder minimaal een toiletruimte, badruimte en een keuken met kooktoestel;

1.159 woongebouw

een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden;

1.160 woonwagen

een voor bewoning bestemde ruimte die is geplaatst op een standplaats en die in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst;

1.161 woonhuis

een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat;

1.162 zeer kwetsbare gebouwen

een gebouw voor personen die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen. Het gebouw kent één van de volgende gebruiksfuncties:
  1. een woonfunctie voor 24-uurszorg;
  2. een bijeenkomstfunctie:
    1. voor kinderopvang; of
    2. voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking;
  3. een celfunctie (gebruiksfunctie voor dwangverblijf van personen);
  4. een gezondheidszorgfunctie met een bedgebied;
  5. een onderwijsfunctie:
    1. voor basisschoolonderwijs; of
    2. voor onderwijs aan minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking;

1.163 zonnepark

een ruimtelijk samenhangende, grondgebonden of drijvende installatie voor het opwekken van zonne-energie, groter dan 200 m2;

1.164 zorgboerderij

een of meerdere bestaande gebouwen van een (voormalig) agrarisch bedrijf, waar bedrijfsmatig dagbesteding voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking, personen met een psychische of sociale hulpvraag en/of zorgbehoevende ouderen, al dan niet in combinatie met overnachtingsmogelijkheden voor de doelgroepen wordt geboden.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 Gebouwen en bouwwerken

2.1.1 De breedte van een gebouw
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren.
2.1.2 De dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
2.1.3 De goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.1.4 De bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.1.5 De inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.1.6 De oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.1.7 De bouwhoogte van een reclame- of antennemast
vanaf het hoogste punt van het bouwwerk tot aan het aansluitende afgewerkte terrein, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein gemeten wordt vanaf het niveau van het afgewerkte terrein dat direct aansluit op de dichtstbijzijnde weg als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994.
2.1.8 De ashoogte van een windturbine
vanaf het middelpunt van de as van de wieken tot aan het aansluitende afgewerkte terrein, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein gemeten wordt vanaf het niveau van het afgewerkte terrein dat direct aansluit op de dichtstbijzijnde weg als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994.
2.1.9 De tiphoogte van een windturbine
de hoogte van de windturbine wanneer één van die wieken verticaal boven de mast staat.
2.1.10 De wieklengte van een windturbine
de afstand tussen de uiterste punt van een wiek en de naaf.

2.2 Ondergeschikte bouwdelen

Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, overstekende daken en erkers buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,5 m bedraagt.

2.3 Maatvoering

Alle maten zijn tenzij anders aangegeven:
  1. voor lengten in meters (m);
  2. voor oppervlakten in vierkante meters (m²);
  3. voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³);
  4. voor verhoudingen in procenten (%);
  5. voor hoeken/hellingen in graden (°).

2.4 Meten

Bij de toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van de lijn.

2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het agrarische grondgebruik, met uitzondering van een boom- en/of sierkwekerij-, houtteelt- of fruitteeltbedrijf, een bollenteeltbedrijf, een gebruiksgerichte paardenhouderij en een productiegerichte paardenhouderij;
  2. voederhagen;
  3. infrastructurele voorzieningen zoals deze bestonden tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  4. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water, niet zijnde voorzieningen ten behoeve van ijsbanen of siervijvers;
  5. voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik en educatief medegebruik, zoals wandel-, fiets- en ruiterpaden en parkeervoorzieningen ten behoeve van toeristische voorzieningen;
  6. bos- en/of natuurelementen met een oppervlakte van minder dan 2 hectare;
  7. natuurvriendelijke oeverzones van 5 m breed aan weerszijden van een watergang;
  8. ter plaatse van de aanduiding 'ijsbaan' voor een ijsbaan;
  9. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' voor een parkeerterrein;
  10. ter plaatse van de aanduiding 'sport' voor een drafbaan;
  11. ter plaatse van de aanduiding 'fruitteelt' voor een landschappelijke boomgaard;
  12. ter plaatse van de aanduiding 'natuur' voor een vogelkijkhut ten behoeve van het observeren van vogels;
  13. ter plaatse van de aanduiding 'weg' voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de karakteristiek van de weg;
  14. ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bosontwikkeling' voor houtteelt en bos;
  15. ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' voor een renbaan met landschappelijke beplanting, een boomgaard en natuurontwikkeling;
  16. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuur' de bescherming van de cultuurhistorische waarden van de Oude Heereweg';
  17. ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein' voor een kleinschalig kampeerterrein;
  18. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - werkschuur' voor de bestaande werkschuur met een maximale oppervlakte van 450 m2;
  19. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kampeerterrein' voor een kleinschalig kampeerterrein;
  20. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuur', de bescherming van de cultuurhistorische waarde van de Oude Heereweg;
  21. fruitverkoop en ondergeschikte detailhandel ten dienste van het nabijgelegen fruitteeltbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - ondergeschikte detailhandel';
  22. volkstuinen ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin';
  23. een veeschuur ter plaatse van de aanduiding 'veeschuur';
  24. een kleinschalig kampeerterrein met maximaal 15 kampeermiddelen bij het perceel Oudeweg 47 te Nuis ter plaatse van de aanduiding 'kleinschalig kampeerterrein'; 
  25. het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren ter plaatse van het adres Tolbertervaart 6 te Tolbert, waarbij een relatie aanwezig is met het gebruik binnen de bestemming 'Wonen - Zorg';
  26. twee-aaneengebouwde recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'recreatie'.
met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde - geen windturbines zijnde -, tuinen, erven, terreinen, parkeervoorzieningen en andere werken.

3.2 Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 
3.2.1 Gebouwen
  1. op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat stallen, schuren en vogelkijkhutten die legaal aanwezig zijn tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 of die op dat moment gebouwd mogen worden, mogen worden gehandhaafd naar de omvang die zij op dat moment hadden;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'ijsbaan' ten behoeve van deze functie gebouwen mogen worden opgericht met een oppervlakte van niet meer dan 30 m2 en een bouwhoogte van niet meer dan 3 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een grotere oppervlakte en/of hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die grotere oppervlakte en/of die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw; 
  3. in afwijking van het bepaalde onder a zijn ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' twee aaneengebouwde recreatiewoning toegestaan, met een maximale goothoogte van 3 m en een maximale bouwhoogte van 6 m;
  4. in afwijking van het bepaalde onder a zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gebouw' stallen en schuren toegestaan naar de omvang die zij hadden tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023.
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 1,5 m bedragen;
  2. kuilvoerplaten, sleufsilo's en voorzieningen ten behoeve van de opslag van (kunst)mest zijn niet toegestaan, uitgezonderd bestaande solitair gesitueerde voorzieningen voor de opslag van mest en veevoer;
  3. teeltondersteunende voorzieningen in een directe relatie tot de bebouwing op de agrarische bedrijfsbestemming of de bestemming 'Agrarisch - Kwekerij' of 'Agrarisch - Fruitteelt' zijn toegestaan tot niet meer dan 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte die wordt aangewend voor de teelt, met dien verstande dat:
    1. in afwijking van het bepaalde onder a de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen;
    2. voor het percentage van 20% worden de teeltondersteunende voorzieningen in de agrarische bedrijfsbestemming of de bestemming 'Agrarisch - Kwekerij' of 'Agrarisch - Fruitteelt' meegerekend;
    3. teeltondersteunende voorzieningen niet zijn toegestaan indien de grond de dubbelbestemming 'Waarde - Houtsingelreservaat', 'Waarde - Open gebied', 'Waarde - Pingoruïne' of 'Waarde - Verkaveling' heeft.

3.3 Nadere eisen

3.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. de verkeersveiligheid;
  2. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  3. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel'.
3.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

3.4 Afwijken van de bouwregels

3.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 3.2 aanhef en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning is of wordt verleend als bedoeld in artikel 3.6, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 3.6 genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de bouwregels;
  2. artikel 3.2.2 onder b en toestaan dat mestopslagen, kuilvoerplaten en/of sleufsilo's worden gebouwd, mits:
    1. objectief is aangetoond dat plaatsing op de gronden met de agrarische bedrijfsbestemming niet mogelijk is vanwege ruimtelijke of milieuhygiënische belemmeringen;
    2. de afstand tussen de mestopslag/kuilvoerplaat/sleufsilo en de bouwperceelgrens van de agrarische bedrijfsbestemming niet meer bedraagt dan 25 m;
    3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m;
    4. over de landschappelijke aanvaardbaarheid en de wijze van inpassing van de mestopslag/kuilvoerplaat/sleufsilo's advies wordt ingewonnen bij een onafhankelijke, dan wel een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur en de nakoming van eventueel te stellen voorwaarden aan de landschappelijk inpassing worden geborgd in de voorwaarde bij de omgevingsvergunning;
    5. er per saldo geen afbreuk wordt gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden. Dit is ter beoordeling van een bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap. 
3.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2

3.5 Specifieke gebruiksregels

3.5.1 Strijdig gebruik
Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruiken of laten gebruiken van de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden ten behoeve van een (kleinschalig) kampeerterrein, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein';
  2. het gebruik van gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuur' op een zodanige wijze dat de bestaande kenmerken, zichtbaarheid en/of herkenbaarheid van de Oude Heereweg verloren gaan.
3.5.2 Voorwaardelijke verplichting - Scheiding 11/Poelbuurt 1a en Scheiding 43
  1. het gebruik van de paardenbak op de locatie Scheiding 11/Poelbuurt 1a conform het bepaalde in artikel 3.1, is twee jaar na het in werking treden van het wijzigingsplan zoals vastgesteld op 7 december 2022, uitsluitend toegestaan voor zover de landschappelijke inpassing is gerealiseerd, zoals opgenomen in Bijlage 4 en Bijlage 5 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier';
  2. het gebruik van de paardenbak op de locatie Scheiding 43 conform het bepaalde in artikel 3.1, is twee jaar na realisatie van het bedrijf, uitsluitend toegestaan voor zover de inrichting en de landschappelijke inpassing is gerealiseerd, zoals opgenomen in Bijlage 4 en Bijlage 6 van het bestemmingsplan "Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier";
  3. de landschappelijke inpassing dient duurzaam in stand te worden gehouden.

3.6 Afwijken van de gebruiksregels

3.6.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 3.1 onder a voor de uitoefening van agrarisch grondgebruik ten behoeve van een boom- en/of sierkwekerij- of fruitteeltbedrijf met dien verstande dat van deze bevoegdheid geen gebruik wordt gemaakt op gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Houtsingelreservaat', 'Waarde - Landschap', 'Waarde - Open gebied', 'Waarde - Verkaveling', 'Waarde - Pingoruïne', 'Waarde - Reliëf' of 'Waarde - Wierde invloedszone';
  2. artikel 3.1 ten behoeve van bos en/of natuurelementen, voedselbossen en agroforestry, mits:
    1. per saldo geen afbreuk wordt gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden;
    2. de aanleg past in een - op basis van landschap, bodem en water als leidend principe vastgestelde gemeentelijke structuurvisie;
    3. er een historische analyse en landschappelijke analyse wordt ingediend en akkoord wordt bevonden; en
    4. de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van landschapsarchitectuur;
    5. de aanleg van bos en/of natuurelementen, voedselbossen en agroforestry is niet mogelijk voor zover het gronden betreffen rondom wierden, essen en esgehuchten of grootschalig open gebieden en/of weidevogelgebieden; 
  3. artikel 3.1 ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover de gronden grenzen aan de agrarische bedrijfsbestemming, 'Agrarisch - Fruitteelt', 'Agrarisch - Kwekerij', 'Agrarisch - Paardenhouderij', 'Agrarisch - Paardenhouderij 2', 'Sport - Manege', 'Wonen', 'Wonen - 1' of 'Wonen - a1' en op die gronden een kleinschalig kampeerterrein niet op een logische, landschappelijk verantwoorde manier kan worden ingepast en dit in de bestemming 'Agrarisch' wel het geval is, met dien verstande dat:
  1. het kampeerterrein een maximum oppervlakte van 0,5 hectare heeft en maximaal 25 kampeerplaatsen;
  2. de afstand van het kampeerterrein tot aan het naastgelegen bestemmingsvlak, niet zijnde het bestemmingsvlak waarbij het kampeerterrein behoort, minimaal 50 m bedraagt; 
  3. het kampeerterrein wordt gerealiseerd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  4. de oppervlakte aan gebouwen ten behoeve van het kampeerterrein maximaal 50 m2 is, mits aangesloten bij bestaande bebouwing. Indien gebruik wordt gemaakt van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen geldt deze oppervlakte beperking niet;
  5. er sprake moet zijn van een beheerderswoning bij het kleinschalige kampeerterrein;
  6. er geen chalets, trekkershutten en stacaravans zijn toegestaan;
  7. wordt gezorgd voor een goede landschappelijke inpassing;
  8. de exploitatie tijdens het jaar plaatsvindt tussen 15 maart en 31 oktober;
  9. voldoende parkeergelegenheid aanwezig is, parkeren op eigen terrein plaatsvindt en onderdeel is van de landschappelijke inpassing;
  10. van de bevoegdheid geen gebruik wordt gemaakt voor gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Houtsingelreservaat', 'Waarde - Landschap', 'Waarde - Open gebied', 'Waarde - Reliëf', 'Waarde - Verkaveling' of Waarde - Wierde invloedszone'.
3.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2

3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oppervlakteverharding meer dan 200 m2; en het vergroten van bestaande oppervlakte verharding tot meer dan 200 m2
    • het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen;
    • het aanleggen van (dag)recreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van singels en lijnvormige houtopstanden uitgezonderd erfbeplanting;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het aanleggen van voederhagen;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  7. bij het aanleggen van voederhagen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
    • er mag per saldo geen afbreuk worden gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden. Dit is ter beoordeling van een bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • de aanleg past in een op basis van landschap, bodem en water als leidend principe vastgestelde gemeentelijke structuurvisie;
    • er dient zowel een historische analyse als een landschappelijke analyse te worden ingediend door de initiatiefnemer. Deze moet worden goedgekeurd door een bij de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • over de landschappelijke aanvaardbaarheid en de wijze van inpassing van de voederhaag advies wordt ingewonnen bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap en de nakoming van eventueel te stellen voorwaarden aan de landschappelijke inpassing worden geborgd in de voorwaarde bij de omgevingsvergunning.

3.8 Wijzigingsbevoegdheid

3.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen:
  1. de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in een nieuw agrarisch bouwperceel, indien en voor zover:
    1. er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf dat verplaatst wordt;
    2. wijziging plaatsvindt ten behoeve van de uitplaatsing van een bestaand bedrijf uit het Natuurnetwerk Nederland in de provincie of omdat de bestaande bedrijfsvoering aantoonbaar niet kan voldoen aan actuele wettelijke milieuhygiënische normen of omdat de bedrijfsvoering op de oorspronkelijke vestigingslocatie aantoonbaar ernstige overlast veroorzaakt, die niet op een andere manier kan worden tegengegaan of vanwege een actuele stedelijke ontwikkeling, of aanleg van infrastructuur binnen de provincie Groningen, dan wel het Besluit externe veiligheid buisleidingen continuering van de bedrijfsvoering in de weg staat, of op basis van een door Gedeputeerde Staten vastgestelde specifieke taakstelling tot inplaatsing van agrarische bedrijven, mits: 
      1. in de plantoelichting is gemotiveerd dat redelijkerwijs geen gebruik kan worden gemaakt van een bestaand agrarisch bouwperceel gelegen in de nabijheid van de bij het bedrijf in gebruik zijnde gronden;
      2. is verzekerd dat het bestemmingsvlak van waaruit de verplaatsing plaatsvindt niet opnieuw kan worden gebruikt ten behoeve van een agrarisch bedrijf;
      3. de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie Groningen werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
    3. aan de omvang, situering en vormgeving van de nieuwe agrarische bedrijfslocatie een erfinrichtingsplan ten grondslag ligt, waarbij in ieder geval rekening is gehouden met de aspecten die zijn genoemd in artikel 90.3.2;
    4. het nieuwe agrarisch bouwperceel bedoeld in het eerste lid kan niet groter zijn dan 2 hectare.
    5. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  2. de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in een (agrarische) bedrijfsbestemming ten behoeve van wijziging in de vorm van het bestemmingsvlak van de (agrarische) bedrijfsbestemming, indien en voor zover:
    1. de gronden grenzen aan een (agrarische) bedrijfsbestemming en de wijziging plaatsvindt in dezelfde (agrarische) bedrijfsbestemming;
    2. de gronden niet de dubbelbestemming 'Waarde - Dijk', 'Waarde - Kolk', 'Waarde - Open gebied', 'Waarde - Pingoruïne', 'Waarde - Verkaveling' of 'Waarde - Wierde invloedszone' hebben;
    3. gelijktijdig de (agrarische) bedrijfsbestemming wordt gewijzigd in een aansluitende (agrarische) gebiedsbestemming;
    4. de oppervlakte van het bestemmingsvlak van de (agrarische) bedrijfsbestemming na wijziging niet is vergroot;
  3. de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in een (agrarische) bedrijfsbestemming ten behoeve van vergroting van het bouwperceel, indien en voor zover:
    1. de gronden grenzen aan een (agrarische) bedrijfsbestemming;
    2. de gronden niet de dubbelbestemming 'Waarde - Dijk', 'Waarde - Kolk', 'Waarde - Open gebied', 'Waarde - Pingoruïne', 'Waarde - Verkaveling' of 'Waarde - Wierde invloedszone' hebben;
    3. de oppervlakte van het bestemmingsvlak na de wijziging niet meer bedraagt dan 2 hectare;
    4. aannemelijk is gemaakt dat de wijziging uit bedrijfseconomisch oogpunt gewenst is;
    5. de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
    6. deze wijziging niet wordt toegepast ten behoeve van een intensieve veehouderij;
  4. de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf', 'Bedrijf - Garage', 'Bedrijf - Opslag', 'Detailhandel', 'Detailhandel - Tuincentrum', 'Horeca' of 'Maatschappelijk' ten behoeve van vergroting van het bestemmingsvlak van deze bestemmingen met maximaal 20%, met dien verstande dat:
    1. de gronden moeten grenzen aan de bestemming waarvoor de vergroting van het bestemmingsvlak is bedoeld;
    2. de gronden niet de dubbelbestemming 'Waarde - Dijk', 'Waarde - Kolk', 'Waarde - Open gebied', 'Waarde - Pingoruïne', 'Waarde - Verkaveling' of 'Waarde - Wierde invloedszone' hebben;
    3. deze bedrijven en maatschappelijke voorzieningen niet gevestigd mogen zijn in voormalige agrarische bedrijfsbebouwing;
    4. deze vergroting uitsluitend mag plaatsvinden in combinatie met een eenmalige uitbreiding van de bedrijfsbebouwing met maximaal 20% van de aanwezige bedrijfsbebouwing, en:
    5. er rekening wordt gehouden met: 
      1. de historisch gegroeide landschapsstructuur;
      2. de ruimtelijk relevante kenmerken van de bestaande bebouwing;
      3. de evenwichtigheid van de ordening, maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonende;
      5. het aspect nachtelijke uitstraling;
  5. de bestemming 'Agrarisch' wijzigen ten behoeve van natuurontwikkeling, met dien verstande dat:
    1. grondverwerving plaatsvindt op basis van vrijwilligheid;
    2. verhoging van het waterpeil in natuurgebieden pas aan de orde is als grotere aaneengesloten waterhuishoudkundige beheersbare gebieden zijn verworven;
    3. verhoging van het waterpeil in natuurgebieden niet mag leiden tot vernatting van aangrenzende landbouwgronden;
    4. in beginsel geen hydrologische bufferzones buiten het Natuurnetwerk Nederland worden ingesteld;
    5. realisatie van het Natuurnetwerk Nederland niet mag leiden tot beperkingen op aangrenzende landbouwgronden;
  6. de aanduiding 'intensieve veehouderij' verwijderen indien en voor zover de intensieve veehouderijactiviteiten feitelijk zijn beëindigd en de locatie gelet op de ligging ten opzichte van omringende functies (zoals lintbebouwing, ecologische hoofdstructuur of Natura 2000-gebied) uit een oogpunt van milieu niet geschikts is voor een intensieve veehouderij.
3.8.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
3.8.3 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 4 Agrarisch - 1

De bestemming 'Agrarisch' van het bestemmingsplan 'Buitengebied Winsum' van de voormalige gemeente Winsum, vastgesteld door de gemeenteraad op 20 maart 2013, en het bestemmingsplan 'Veegplan Buitengebied Winsum', vastgesteld op 14 december 2017, wordt in onderhavig bestemmingsplan herzien. Met dien verstande dat:        
  1. de regels van dit bestemmingsplan in samenhang moeten worden gelezen met de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Winsum' en het bestemmingsplan 'Veegplan Buitengebied Winsum';    
  2. de bestemming 'Agrarisch' van het bestemmingsplan 'Buitengebied Winsum' en het bestemmingsplan 'Veegplan Buitengebied Winsum' in onderhavig plan moeten worden gelezen als 'Agrarisch - 1'.

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het agrarische grondgebruik met uitzondering van een boom- en/of sierkwekerij-, houtteelt- of fruitteeltbedrijf, een bollenteeltbedrijf, een gebruiksgerichte paardenhouderij en een productiegerichte paardenhouderij;
  2. bestaande agrarische bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf';
  3. bestaande intensieve veehouderijbedrijven (ondergeschikt of volwaardig), uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij';
  4. bestaande glastuinbouwbedrijven;
  5. landschappelijke inpassing;
  6. voederhagen;    
  7. een landschappelijk ingepast kleinschalig kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch bedrijf’;
  8. een bed & breakfast in de bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch bedrijf’ of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen. De bed & breakfast heeft maximaal 2 kamers, waarbij de oppervlakte niet meer dan 30% van het bestaande vloeroppervlak van de gebouwen op het perceel mag bedragen, met een maximum van 50 m2;       
  9. een aan huis verbonden beroep ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch bedrijf’, met dien verstande dat:
    1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 70 m2;
    2. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen, binnen welke gebouwen de uitoefening dient plaats te vinden;
    3. de bepalingen onder 1 en 2 eveneens van toepassing zijn, indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden;
    4. buitenopslag niet is toegestaan;
    5. internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheden en zonder afhaalpunt is toegestaan;
  10. voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik en educatief medegebruik, zoals wandel-, fiets- en ruiterpaden en parkeervoorzieningen ten behoeve van toeristische voorzieningen;
  11. infrastructurele voorzieningen zoals deze bestonden tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  12. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water, niet zijnde voorzieningen ten behoeve van ijsbanen of siervijvers;
  13. natuurvriendelijke oeverzones van 5 m breed aan weerszijden van een watergang;
  14. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  15. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (zoals een boerderijwinkel, een boerderijterras, een ontvangstruimte voor rondleidingen of lezingen) ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch bedrijf’ waarbij geldt dat de gebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd tot een oppervlakte van niet meer dan 120 m2;
  16. parkeervoorzieningen waarbij geldt dat die bij een agrarisch bedrijf op eigen terrein gerealiseerd dienen te worden;
  17. ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch bedrijf’ voor niet meer dan 1 hobbymatige paardenbak en/of andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen voor eigen gebruik, zoals longeercirkels, paddocks en stap- en trainingsmolens, met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 800 m2, waarvoor geldt dat de afstand tot de woning van derden niet minder dan 25 m mag bedragen;
  18. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' voor een loonbedrijf;
  19. ter plaatse van de aanduiding 'manege' voor een manege;
  20. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' voor een ontsluitingsweg ten behoeve van de aanliggende boerderij;
  21. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - beheerboerderij' voor een beheerboerderij;
  22. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - windmolen' voor een windmolen;
  23. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - paardrijbak' voor een paardrijbak;
  24. ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein' voor een kleinschalig kampeerterrein;
  25. ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch bedrijf’ wonen ten behoeve van het bedrijf, inclusief de daarbij behorende gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde;
  26. ter plaatse van de aanduiding 'windturbine' voor een windturbine;
met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde - geen windturbines zijnde -, tuinen, erven, terreinen en andere werken. Van de in de bestemming begrepen wegen mag het aantal rijstroken ten hoogste twee bedragen.

4.2 Bouwregels

Op de voor ‘Agrarisch - 1’ aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch bedrijf’ mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken worden gebouwd ten dienste van een reëel agrarisch bedrijf.
4.2.1 Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:       
  1. alle gebouwen dienen te worden gebouwd binnen het bouwperceel dat is gelegen in het bouwvlak waarbij het bouwvlak als zoekgebied fungeert;  
  2. de grootte van het bouwperceel op de gronden die geheel of gedeeltelijk zijn bestemd als ‘Waarde - Landschap’, 'Waarde - Natuur en Landschap' of ‘ Waarde - Wierde invloedszone ’ bedraagt niet meer dan 1 ha;  
  3. in afwijking van sub b, bedraagt de grootte van het bouwperceel op de gronden die niet geheel of gedeeltelijk zijn bestemd als ‘Waarde - Landschap’, ‘Waarde - Natuur en Landschap’ of ‘Waarde - Wierde invloedszone’ maximaal 1,5 ha, dan wel de bestaande grootte indien deze meer bedraagt;  
  4. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  5. nieuwe gebouwen dienen aan te sluiten bij het aanwezige bebouwingspatroon, waarbij tevens rekening wordt gehouden met het uitzicht van (bedrijfs)woningen;     
  6. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;      
  7. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;        
  8. de goothoogte mag niet meer dan 4,50 m bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;          
  9. de bouwhoogte mag niet meer dan 14 m bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een grotere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  10. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreiding van dat gebouw;
  11. teeltondersteunende kassen mogen uitsluitend worden gebouwd indien en voor zover de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1.000 m2 en het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch-1';
  12. de oppervlakte die mag worden aangewend voor intensieve veehouderijen mag niet meer bedragen dan de oppervlakte die daarvoor werd aangewend tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  13. de oppervlakte die mag worden aangewend voor glastuinbouwbedrijven mag niet meer bedragen dan het bestaand oppervlakte zoals aanwezig op 17 juni 2009;
  14. bebouwing verbonden door middel van de aanduiding ‘relatie’ wordt aangemerkt als behorend tot één agrarisch bedrijf;
  15. voorzieningen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing.
4.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bedrijf mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd; met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
4.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:       
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;       
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;       
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen een bouwperceel
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:      
  1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen te worden gebouwd binnen het bouwperceel dat is gelegen in het bouwvlak waarbij het bouwvlak als zoekgebied fungeert, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen en bouwwerken ten behoeve van dagrecreatieve voorzieningen;
  2. de bouwhoogte van hooikiepen, kunstmest- en/of voedersilo's mag niet meer dan 18 m bedragen;       
  3. de bouwhoogte van drijfmestsilo's mag niet meer dan 6 m bedragen;        
  4. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 10 m bedragen;       
  5. teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan tot niet meer dan 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte die wordt aangewend voor de teelt, met dien verstande dat:         
    1. deze uitsluitend zijn toegestaan indien en voor zover het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch - 1';       
    2. voor het percentage van 20% worden de teeltondersteunende voorzieningen in de welke zijn gelegen binnen het bouwperceel van de bestemming ‘ Agrarisch - 1’ meegerekend;       
  6. hooikiepen, voedersilo's, kuilvoerplaten, sleufsilo's, voorzieningen ten behoeve van de opslag van (kunst)mest en teeltondersteunende voorzieningen worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;       
  7. de bouwhoogte van sleufsilo's en kuilvoerplaten mag niet meer dan 3 m bedragen.        
  8. de bouwhoogte van omheiningen bij paardenbakken en andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen mag niet meer dan 1,80 m bedragen.
 
4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten een bouwperceel
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:      
  1. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 1,5 m bedragen;
  2. kuilvoerplaten, sleufsilo's en voorzieningen ten behoeve van de opslag van (kunst)mest zijn niet toegestaan, uitgezonderd bestaande solitair gesitueerde voorzieningen voor de opslag van mest en veevoer;
  3. teeltondersteunende voorzieningen in een directe relatie tot de bebouwing op de bestemming ‘Agrarisch - 1' zijn toegestaan tot niet meer dan 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte die wordt aangewend voor de teelt, met dien verstande dat:
    1. in afwijking van het bepaalde onder a de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen;
    2. voor het percentage van 20% worden de teeltondersteunende voorzieningen welke zijn gelegen binnen het bouwperceel van de bestemming ‘Agrarisch - 1’ meegerekend;
    3. teeltondersteunende voorzieningen niet zijn toegestaan indien de grond de dubbelbestemming 'Waarde - Open gebied' heeft.

4.3 Nadere eisen

4.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
4.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

4.4 Afwijken van de bouwregels

4.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 4.2.1 onder h ten behoeve van een hogere goothoogte voor bedrijfsgebouwen, indien dit uit bedrijfseconomisch oogpunt gewenst is en het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  2. artikel 4.2.1 onder j ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  3. artikel 4.2.1 onder l ten behoeve van vergroting van de oppervlakte die wordt aangewend ten behoeve van intensieve veehouderijen, mits:
    1. de vergroting noodzakelijk is om tegemoet te komen aan aangescherpte wet- en regelgeving op het gebied van milieu, en/of;
    2. dient om het welzijn van de te houden dieren te vergroten, zonder dat wettelijke normen hiertoe verplichten;
    3. én het vergunde aantal dieren (dierplaatsen) zoals vergund op 1 januari 2019 niet toeneemt;
  4. artikel 4.2.1 onder k ten behoeve van teeltondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000 m2, indien en voor zover:
    1. de gronden grenzen aan de bestemming 'Agrarisch';
    2. de oppervlakte noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
    3. de nieuwe oppervlakte van de kassen voor ten minste 50% ondergeschikt is aan het bebouwde oppervlak dat aangewend wordt voor de agrarische bedrijfsactiviteiten;
    4. de situering van de kassen geen onevenredige afbreuk doet aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de (aangrenzende) gronden;
    5. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast;
  5. artikel 4.2.1 onder m ten behoeve van een uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven, mits:
    1. de uitbreiding maximaal 20% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing, zoals aanwezig op 17 juni 2009 betreft;
    2. in afwijking van het eerst lid kan voorzien worden in een uitbreiding van maximaal 50% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing zoals aanwezig op 17 juni 2009 als hiervoor de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur.
  6. artikel 4.2.1 onder o ten behoeve van sanitaire voorzieningen bij een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover:
    1. door de aanvrager is aangetoond dat daarvoor in de bestaande bebouwing geen mogelijkheden bestaan;
    2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2;
  7. artikel 4.2.2 onder a ten behoeve van een tweede bedrijfswoning, met dien verstande dat:
    1. een tweede bedrijfswoning noodzakelijk moet zijn in verband met:
      1. constant toezicht en verzorging van vee en;
      2. constant toezicht en onderhoud van apparatuur ter preventie van calamiteiten en/of onregelmatige werktijden, constante bereikbaarheid en organisatorische efficiency;
    2. welke noodzaak in elk geval niet aanwezig wordt geacht indien het bedrijf binnen 5 minuten (obstakelvrij) met de auto vanuit een kern bereikbaar is;
    3. de omvang van het bedrijf zodanig moet zijn dat sprake is van een volwaardig tweepersoonsbedrijf, waarvan sprake is als het volledige werkgelegenheid en (binnen afzienbare tijd) een aanvaardbaar inkomen biedt aan ten minste twee arbeidskrachten;
    4. op basis van een ondernemersplan, opgesteld door een agrarische adviesinstantie, aannemelijk moet zijn gemaakt dat het bedrijf de komende tien jaar als volwaardig tweepersoonsbedrijf blijft bestaan, waarbij wordt gekeken naar de bedrijfsopzet, het uitgezette pad voor bedrijfsovername, de gebouwen en stalcapaciteit, productierechten en leeftijd, opleiding en ervaring van beide arbeidskrachten;
    5. de tweede bedrijfswoning een duidelijke ruimtelijke relatie moet hebben met het agrarische bedrijf, waarvan geen sprake is bij een afstand van meer dan 25 m tussen de bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw;
  8. artikel 4.2.4 onder c ten behoeve van een drijfmestsilo met een bouwhoogte van 8 m, mits de landschappelijk en cultuurhistorische waarden niet worden aangetast;
  9. artikel 4.2.4 onder d ten behoeve van mono-vergistingsinstallaties met een bouwhoogte van niet meer dan 14 m, mits tegelijkertijd een omgevingsvergunning wordt verleend ingevolge artikel 4.6.1 van het bepaalde in artikel 4.5.1 onder b of c;
  10. artikel 4.2.4 onder a en toestaan dat mestopslagen, kuilvoerplaten en/of sleufsilo's worden gebouwd, mits:
    1. objectief is aangetoond dat plaatsing op de gronden met de agrarische bedrijfsbestemming niet mogelijk is vanwege ruimtelijke of milieuhygiënische belemmeringen;
    2. de afstand tussen de mestopslag/kuilvoerplaat/sleufsilo en de bouwperceelsgrens van de agrarische bedrijfsbestemming niet meer bedraagt dan 25 m;
    3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m;
    4. over de landschappelijke aanvaardbaarheid en de wijze van inpassing van de mestopslag/kuilvoerplaat/sleufsilo's advies wordt ingewonnen bij een onafhankelijke, dan wel een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur en de nakoming van eventueel te stellen voorwaarden aan de landschappelijk inpassing worden geborgd in de voorwaarde bij de omgevingsvergunning;
    5. er mag per saldo geen afbreuk worden gedaan de bestaande natuur- en landschapswaarden. Dit is ter beoordeling van een bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap. 
4.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2

4.5 Specifieke gebruiksregels

4.5.1 Strijdig gebruik
Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van ligboxenstallen, waarvoor de bouwaanvraag is getoetst aan dit bestemmingsplan, indien de lichtsterkte meer dan 150 lux bedraagt, dan wel de stal tussen 20.00 uur en 6.00 uur niet is voorzien van voorzieningen die de lichtuitstraling met ten minste 90% reduceren;
  2. het vergisten van mest, met uitzondering van bestaande vergunde situaties;
  3. het vergisten van mest en het verhandelen van de daarbij vrijkomende energie, met uitzondering van bestaande vergunde situaties;
  4. het gebruik van de gebouwen voor detailhandel, met uitzondering van detailhandel als niet zelfstandig onderdeel van het agrarisch bedrijf of als onderdeel van een ondergeschikte nevenactiviteit, mits deze activiteit beperkt blijft tot de verkoop van hoofdzakelijk ambachtelijke, agrarische en/of aan de agrarische sector gelieerde producten, inclusief de internethandel in deze producten en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 60 m2.
  5. het gebruik van de molen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – windmolen’ voor wonen;
  6. het gebruiken of laten gebruik van de voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden ten behoeve van een (kleinschalig) kampeerterrein, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf'.

4.6 Afwijken van de gebruiksregels

4.6.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 4.1 ten behoeve van bos en/of natuurelementen, voedselbossen en agroforestry, mits:
    1. per saldo geen afbreuk wordt gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden;
    2. de aanleg past in een - op basis van landschap, bodem en water als leidend principe vastgestelde gemeentelijke structuurvisie;
    3. er een historische analyse en landschappelijke analyse wordt ingediend en akkoord wordt bevonden; en
    4. de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van landschapsarchitectuur;
    5. de aanleg van bos en/of natuurelementen, voedselbossen en agroforestry is niet mogelijk voor zover het gronden betreffen rondom wierden, essen en esgehuchten of grootschalig open gebieden en/of weidevogelgebieden;
  2. artikel 4.1 ten behoeve van agrarisch verwante neventakken, zoals loonbedrijven, agrarische hulpbedrijven, kaasmakerijen, ijsmakerijen, veehandelsbedrijven, hooi- en stro-opslagbedrijven, zorgboerderijen, met dien verstande dat:
    1. de neventakken worden ondergebracht in bestaande bedrijfsgebouwen, die ten behoeve daarvan mogen worden verbouwd;
    2. niet meer dan 200 m2 mag worden aangewend ten behoeve van de neventakken (exclusief de kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen als bedoeld in artikel 4.1 onder o en de bed & breakfast als bedoeld in artikel 4.1 onder h);
  3. artikel 4.1 ten behoeve van kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers, met dien verstande dat:
    1. de boerderijkamers in één bedrijfsgebouw worden ondergebracht, dat ten behoeve daarvan mag worden verbouwd;
    2. de oppervlakte per boerderijkamer niet meer bedraagt dan 50 m2;
    3. de gezamenlijke oppervlakte van de boerderijkamers niet meer bedraagt dan 250 m2;
    4. het aantal boerderijkamers niet meer bedraagt dan 10;
    5. de boerderijkamers een duidelijke ruimtelijke relatie hebben met het boerenbedrijf;
    6. permanente bewoning niet is toegestaan;
  4. artikel 4.1 onder h ten behoeve van het gebruiken van de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen voor een bed & breakfast groter dan 50 m2, mits:
    1. de vloeroppervlakte ten behoeve van een bed & breakfast maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen op het perceel bedraagt, met een maximum van 250 m2;
    2. het parkeren van de gasten van de bed & breakfast op eigen erf plaatsvindt;
    3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  5. artikel 4.5.1 onder b en onder c ten behoeve van het vergisten van mest eventueel in combinatie met het verhandelen van de daarbij vrijkomende energie, mits:
    1. het gaat om het verwerken van eigen geproduceerde mest en de vergiste mest (digestaat) op tot het eigen bedrijf behorende gronden wordt gebruikt;
    2. de verwerkingscapaciteit van de installatie maximaal 25.000 m3 per jaar bedraagt;      
    3. de vergistingsinstallatie ten dienste staat van of verband houdt met de bedrijfseigen agrarische activiteiten;
    4. de vergistingsinstallatie qua bedrijfsactiviteit ondergeschikt is aan de hoofdbedrijfsactiviteit;
    5. de installatie wordt opgericht binnen een bouwperceel c.q. bouwvlak;
    6. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
    7. de infrastructurele ontsluiting van het bouwperceel toereikend is;
    8. de afstand vanaf het middelpunt van een gaszak waarin vergistingsgas wordt opgeslagen tot de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht ten minste 50 m bedraagt;
    9. de afstand vanaf het aftappunt van een opslagtank waarin vloeibaar gemaakt vergistingsgas wordt opgeslagen tot de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht ten minste 50 m bedraagt;
    10. de afstand vanaf een gaszak of een opslagtank waarin vergistingsgas wordt opgeslagen of het aftappunt van een opslagtank waarin vloeibaar gemaakt vergistingsgas wordt opgeslagen tot een locatie voor overnachting door derden en recreatief verblijf ten minste 50 m bedraagt.
  6. artikel 4.5.1 onder f ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover de gronden grenzen aan de bestemming ‘ Agrarisch - 1' met de aanduiding ‘agrarisch bedrijf’, 'Sport - Manege', 'Wonen' of ‘Wonen - 1’ en op die gronden een kleinschalig kampeerterrein niet op een logische, landschappelijk verantwoorde manier kan worden ingepast en dit in de bestemming 'Agrarisch - 1' wel het geval is, met dien verstande dat:
    1. het kampeerterrein een maximum oppervlakte van 0,5 hectare heeft en maximaal 25 kampeerplaatsen;
    2. de afstand van het kampeerterrein tot aan het naastgelegen bestemmingsvlak, niet zijnde het bestemmingsvlak waarbij het kampeerterrein behoort, minimaal 50 m bedraagt;
    3. het kampeerterrein wordt gerealiseerd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
    4. de oppervlakte aan gebouwen ten behoeve van het kampeerterrein maximaal 50 m2 is, mits aangesloten bij bestaande bebouwing. Indien gebruik wordt gemaakt van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen geldt deze oppervlakte beperking niet;
    5. er moet sprake zijn van een beheerderswoning bij het kleinschalige kampeerterrein;
    6. er geen chalets, trekkershutten en stacaravans zijn toegestaan;
    7. wordt gezorgd voor een goede landschappelijke inpassing;
    8. de exploitatie tijdens het jaar plaatsvindt tussen 15 maart en 31 oktober;
    9. voldoende parkeergelegenheid aanwezig is, parkeren op eigen terrein plaatsvindt en onderdeel is van de landschappelijke inpassing;
    10. van de bevoegdheid geen gebruik wordt gemaakt voor gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap', 'Waarde - Open gebied' of 'Waarde - Wierde invloedszone'.
4.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2

4.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het verwijderen van stobben;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen;
    • het graven en dempen van sloten en watergangen;
    • het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel van sloten en watergangen;
    • het verwijderen van stuwen en dammen;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren;
    • het aanbrengen van oppervlakteverharding meer dan 200 m2; en het vergroten van bestaande oppervlakte verharding tot meer dan 200 m2
    • het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen;
    • het aanleggen van (dag)recreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk rooien en lijnvormige houtopstanden uitgezonder erfbeplanting;
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het ophogen, afgraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplantingen op die wierde.
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het aanleggen van voederhagen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
    • er mag per saldo geen afbreuk worden gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden. Dit is ter beoordeling van een bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • de aanleg past in een op basis van landschap, bodem en water als leidend principe vastgestelde gemeentelijke structuurvisie;
    • er dient een historische analyse en landschappelijke analyse te worden ingediend door de initiatiefnemer en akkoord worden bevonden door een bij de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • over de landschappelijke aanvaardbaarheid en de wijze van inpassing van de voederhaag advies wordt ingewonnen bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap en de nakoming van eventueel te stellen voorwaarden aan de landschappelijke inpassing worden geborgd in de voorwaarde bij de omgevingsvergunning.

4.8 Wijzigingsbevoegdheid

4.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen:
  1. het bestemmingsplan wijzigen voor het vergroten van de totale bebouwde oppervlakte binnen het bouwvlak, tot maximaal 2 ha, met uitzondering van intensieve veehouderijen en met uitzondering van gronden die geheel of gedeeltelijk mede bestemd zijn als ‘Waarde - Landschap’, ‘ Waarde - Natuur en Landschap' of  'Waarde - Wierde invloedszone’, mits:     
    1. aannemelijk is gemaakt dat de uitbreiding uit bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk is;
    2. is aangetoond dat binnen het bestaande bouwperceel geen ruimte meer is voor de benodigde uitbreiding;
    3. een erfinrichtingsplan is opgesteld waarbij in ieder geval rekening is gehouden met achtereenvolgens:
      1. de historisch gegroeide landschapsstructuur;
      2. de afstand tot andere ruimtelijke elementen;
      3. de evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
      5. de nachtelijke lichtuitstraling;
      6. het uitgangspunt dat voor de bedrijfsvoering ontsierende opstallen, met uitzondering van monumentale of karakteristieke gebouwen, op de bouwpercelen worden gesloopt.
    4. de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
    5. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch'.     
  2. de bestemming 'Agrarisch - 1' wijzigen in een nieuw agrarisch bouwperceel, indien en voor zover:
    1. er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf dat verplaatst wordt;
    2. wijziging plaatsvindt ten behoeve van de uitplaatsing van een bestaand bedrijf uit het Natuurnetwerk Nederland in de provincie of omdat de bestaande bedrijfsvoering aantoonbaar niet kan voldoen aan actuele wettelijke milieuhygiënische normen of omdat de bedrijfsvoering op de oorspronkelijke vestigingslocatie aantoonbaar ernstige overlast veroorzaakt, die niet op een andere manier kan worden tegengegaan of vanwege een actuele stedelijke ontwikkeling, of aanleg van infrastructuur binnen de provincie Groningen, dan wel het Besluit externe veiligheid buisleidingen continuering van de bedrijfsvoering in de weg staat, of op basis van een door Gedeputeerde Staten vastgestelde specifieke taakstelling tot inplaatsing van agrarische bedrijven, mits:
      1. in de plantoelichting is gemotiveerd dat redelijkerwijs geen gebruik kan worden gemaakt van een bestaand agrarisch bouwperceel gelegen in de nabijheid van de bij het bedrijf in gebruik zijnde gronden;
      2. is verzekerd dat het bestemmingsvlak van waaruit de verplaatsing plaatsvindt niet opnieuw kan worden gebruikt ten behoeve van een agrarisch bedrijf;
      3. de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie Groningen werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
    3. aan de omvang, situering en vormgeving van het nieuwe agrarische bouwperceel bedoeld in het eerste lid een erfinrichtingsplan ten grondslag ligt, waarbij in ieder geval rekening is gehouden met achtereenvolgens:
      1. de historisch gegroeide landschapsstructuur;
      2. de afstand tot andere ruimtelijke elementen;
      3. de evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
      5. de nachtelijke lichtuitstraling;
      6. het uitgangspunt dat voor de bedrijfsvoering ontsierende opstallen, met uitzondering van monumentale of karakteristieke gebouwen, op de verlaten bouwpercelen worden.
    4. het nieuwe agrarisch bouwperceel bedoeld in het eerste lid kan niet groter zijn dan 2 hectare;
    5. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  3. de bestemming 'Agrarisch - 1' wijzigen ten behoeve van natuurontwikkeling, met dien verstande dat:
    1. grondverwerving plaatsvindt op basis van vrijwilligheid;
    2. verhoging van het waterpeil in natuurgebieden pas aan de orde is als grotere aaneengesloten waterhuishoudkundige beheersbare gebieden zijn verworven;
    3. verhoging van het waterpeil in natuurgebieden niet mag leiden tot vernatting van aangrenzende landbouwgronden;
    4. in beginsel geen hydrologische bufferzones buiten het Natuurnetwerk Nederland worden ingesteld;
    5. realisatie van het Natuurnetwerk Nederland niet mag leiden tot beperkingen op aangrenzende landbouwgronden;
  4. de aanduiding 'intensieve veehouderij' verwijderen indien en voor zover de intensieve veehouderijactiviteiten feitelijk zijn beëindigd en de locatie gelet op de ligging ten opzichte van omringende functies (zoals lintbebouwing, ecologische hoofdstructuur of Natura 2000-gebied) uit een oogpunt van milieu niet geschikts is voor een intensieve veehouderij.
  5. de bestemming 'Agrarisch - 1' voor zover de aanduiding ‘agrarisch – bedrijf’ aanwezig is wijzigen in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemming(en) en daarbij aanduidingen opnemen, indien het agrarische bedrijf is of wordt beëindigd, dan wel geen sprake meer is van een reële agrarische bedrijfsvoering.
  6. de bestemming 'Agrarisch - 1’ voor zover de aanduiding ‘agrarisch – bedrijf’ aanwezig is wijzigen ten behoeve van hoveniersbedrijven, mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  7. de bestemming 'Agrarisch - 1' voor zover de aanduiding ‘agrarisch – bedrijf’ aanwezig is wijzigen ten behoeve van bedrijven zoals genoemd in Bijlage 5, binnen opslag, sociale, culturele, kunstzinnige, medische, therapeutische, algemeen maatschappelijke en met het buitengebied samenhangende educatieve functies, mits de milieubelasting niet meer bedraagt dan die van een categorie 2-activiteit als bedoeld in Bijlage 6;
  8. de bestemming 'Agrarisch - 1' voor zover de aanduiding ‘agrarisch-bedrijf’ aanwezig is wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij', 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' of 'Sport - Manege', mits:
    1. uit een bedrijfsplan is gebleken dat de bestaande bebouwde oppervlakte niet toeneemt;
    2. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';  
    3. het bestemmingsvlak grenst aan een weg.
4.8.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 4.8.1 onder e genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;      
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
4.8.3 Voorwaarden wijziging andere functie
Toepassing van de in artikel 4.8.1 onder f en g genoemde bevoegdheden vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de nieuwe functie moet plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing;
  2. de vrijgekomen bebouwing mag niet worden vergroot en er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, anders dan vervangende nieuwbouw;
  3. bij de nieuwe functie mag uitsluitend worden gewoond indien een voormalige bedrijfswoning aanwezig is; in dat geval mag de woonfunctie uitsluitend worden uitgeoefend in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte, waarbij geldt dat in totaal niet meer dan 1 woning aanwezig mag zijn;
  4. de landschappelijke kenmerken van het erf mogen niet worden aangetast;
  5. de karakteristiek van de bebouwing mag niet worden aangetast;
  6. de verkeersfunctie moet een toename van de nieuwe functie toelaten;
  7. de nieuwe functie mag niet leiden tot extra beperkingen van de exploitatie- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven, hetgeen dient te zijn aangetoond aan de hand van de van toepassing zijnde milieuregelgeving en de daarop gebaseerde jurisprudentie (omgekeerde werking);
  8. met de toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
4.8.4 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
4.8.5 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 5 Agrarisch - Agrarisch bedrijf

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een reëel agrarisch bedrijf - met uitzondering van een boom- en/of sierkwekerij, houtteelt- of fruitteeltbedrijf, bollenteeltbedrijf, gebruiksgerichte paardenhouderij en productiegerichte paardenhouderij - met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, windturbines en agrarische gronden, met dien verstande dat:
  1. per bestemmingsvlak niet meer dan 1 agrarisch bedrijf is toegestaan;
  2. intensieve veehouderijen, zowel als hoofdtak als neventak, uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij';
  3. bestaande glastuinbouwbedrijven zijn toegestaan;
  4. de gronden mede mogen worden gebruikt voor voerderhagen;
  5. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing, waarbij geldt dat op de volgende adressen de erfinrichting en de landschappelijke inpassing dient plaats te vinden met inachtneming van de waarden zoals omschreven in de betreffende bijlage:
    1. Medenerweg 13 Den Ham: Bijlage 9, waarbij geldt dat de stal onder architectuur wordt gebouwd;
    2. Pieterzijlsterweg 5 Pieterzijl: Bijlage 10;
    3. Aalsumerweg 11 Oldehove: Bijlage 11;
    4. Nieuwburgsterweg 2 Den Horn: Bijlage 12;
    5. Waardweg 8 Grijpskerk: Bijlage 13;
    6. Hogeweg 16 Den Horn: Bijlage 14;
    7. Hoendiep 32 Den Horn; Bijlage 15
    8. Barnwerderweg 10 Oldehove: Bijlage 16;
    9. Selwerd 4 Oldehove: Bijlage 17;
  6. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  7. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een theetuin;
  8. de gronden mede mogen worden gebruikt voor voerderhagen;
  9. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een landschappelijk ingepast kleinschalig kampeerterrein;
  10. de gebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (zoals een boerderijwinkel, een boerderijterras, een ontvangstruimte voor rondleidingen of lezingen) tot een oppervlakte van niet meer dan 120 m2;
  11. de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van een bed & breakfast met maximaal 2 kamers tot een oppervlakte van niet meer 30% van het bestaande vloeroppervlak van de gebouwen op het perceel, met een maximum van 50 m2;
  12. de gronden mede zijn bestemd voor een aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat:
    1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 70 m2;
    2. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen, binnen welke gebouwen de uitoefening dient plaats te vinden;
    3. de bepalingen onder 1 en 2 eveneens van toepassing zijn, indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden;
    4. buitenopslag niet is toegestaan;
    5. internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheden en zonder afhaalpunt is toegestaan;
  13. ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' de gronden mede zijn bestemd voor een zorgboerderij;
  14. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' de gronden mede mogen worden gebruikt voor:
    1. Teenstraweg 7, Lauwerzijl: reparatie- en metaalbewerkingsbedrijf tot een oppervlakte van niet meer dan 500 m2;
    2. Woltersweg 11, Den Ham: handelsbedrijf;
    3. Heereburen 16, Niehove: een aannemersbedrijf tot een oppervlakte van niet meer dan 200 m2;
    4. Aalsumerweg 8, Oldehove: een bouw- en adviesbureau;
  15. ter plaatse van de aanduiding 'plattelandswoning' de gronden mede zijn bestemd voor een plattelandswoning;
  16. per bouwperceel niet meer dan 1 hobbymatige paardenbak en/of andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen voor eigen gebruik, zoals longeercirkels, paddocks en stap- en trainingsmolens, zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 800 m2, waarvoor geldt dat de afstand tot de woning van derden niet minder dan 25 m mag bedragen;
  17. parkeervoorzieningen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd.

5.2 Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van een reëel agrarisch bedrijf worden gebouwd.
5.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de goothoogte mag niet meer dan 4,50 m bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  5. de bouwhoogte mag niet meer dan 14 m bedragen, tenzij op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een grotere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  6. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreiding van dat gebouw;
  7. teeltondersteunende kassen mogen uitsluitend worden gebouwd indien en voor zover de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1.000 m2 en het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  8. de oppervlakte die mag worden aangewend voor intensieve veehouderijen mag niet meer bedragen dan de oppervlakte die daarvoor werd aangewend tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  9. de oppervlakte die mag worden aangewend voor glastuinbouwbedrijven mag niet meer bedragen dan het bestaand oppervlakte zoals aanwezig op 17 juni 2009;
  10. voorzieningen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing.
5.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd; met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
5.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van hooikiepen, kunstmest- en/of voedersilo's mag niet meer dan 18 m bedragen;
  2. de bouwhoogte van drijfmestsilo's mag niet meer dan 6 m bedragen;
  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 10 m bedragen;
  4. teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan tot niet meer dan 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte die wordt aangewend voor de teelt, met dien verstande dat:
    1. deze uitsluitend zijn toegestaan indien en voor zover het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
    2. voor het percentage van 20% de teeltondersteunende voorzieningen in de bestemming 'Agrarisch' worden meegerekend; 
  5. hooikiepen, voedersilo's, kuilvoerplaten, sleufsilo's, voorzieningen ten behoeve van de opslag van (kunst)mest en teeltondersteunende voorzieningen worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  6. de bouwhoogte van sleufsilo's en kuilvoerplaten mag niet meer dan 3 m bedragen.
  7. de bouwhoogte van omheiningen bij paardenbakken en andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen mag niet meer dan 1,80 m bedragen;
  8. de ashoogte van windturbines bedraagt niet meer dan 15 m, dan wel niet meer dan de bestaande ashoogte indien deze meer bedraagt; de wieklengte bedraagt niet meer dan 2/3 van de ashoogte; de afstand van de windturbine tot de dubbelbestemming ‘Leiding - Gas’ bedraagt ten minste de masthoogte + 1/3 wieklengte;
  9. In afwijking van sub h geldt dat binnen het gebied Middag Humsterland ten hoogste 2 windturbines binnen het bestemmingsvlak zijn toegestaan, mits wordt voldaan aan Bijlage 19 "Naar een koers duurzaam Middag Humsterland - Ruimtelijk scenario onderzoek duurzame energieopwekking".
5.2.5 Voorwaardelijke verplichting Rijksstraatweg 40 Noordhorn
Het bouwen van agrarische bedrijfsbebouwing en het realiseren van opslagvoorzieningen, geen bouwwerken zijnde, is uitsluitend toegestaan overeenkomstig het erfinrichtingsplan zoals opgenomen in Bijlage 32 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier'.

5.3 Nadere eisen

5.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
5.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

5.4 Afwijken van de bouwregels

5.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 5.2 aanhef en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning is of wordt verleend als bedoeld in artikel 5.6, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 5.6 genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de bouwregels;
  2. artikel 5.2.1 onder d ten behoeve van een hogere goothoogte voor bedrijfsgebouwen, indien dit uit bedrijfseconomisch oogpunt gewenst is en het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  3. artikel 5.2.1 onder f ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  4. artikel 5.2.1 onder h ten behoeve van vergroting van de oppervlakte die wordt aangewend ten behoeve van intensieve veehouderijen, mits:
    1. de vergroting noodzakelijk is om tegemoet te komen aan aangescherpte wet- en regelgeving op het gebied van milieu, en/of;
    2. dient om het welzijn van de te houden dieren te vergroten, zonder dat wettelijke normen hiertoe verplichten;
    3. én het vergunde aantal dieren (dierplaatsen) zoals vergund op 1 januari 2019 niet toeneemt;
  5. artikel 5.2.1 onder g ten behoeve van teeltondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000 m2, indien en voor zover;
    1. de gronden grenzen aan de bestemming 'Agrarisch';
    2. de oppervlakte noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
    3. de nieuwe oppervlakte van de kassen voor ten minste 50% ondergeschikt is aan het bebouwde oppervlak dat aangewend wordt voor de agrarische bedrijfsactiviteiten;
    4. de situering van de kassen geen onevenredige afbreuk doet aan de natuurlijke en landschappelijk waarden van de (aangrenzende) gronden;
    5. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast;
  6. artikel 5.2.1 onder i ten behoeve van een uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven, mits:
    1. de uitbreiding maximaal 20% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing, zoals aanwezig op 17 juni 2009 betreft;
    2. in afwijking van het eerst lid kan voorzien worden in een uitbreiding van maximaal 50% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing zoals aanwezig op 17 juni 2009 als hiervoor de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
  7. artikel 5.2.1 onder j ten behoeve van sanitaire voorzieningen bij een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover:
    1. door de aanvrager is aangetoond dat daarvoor in de bestaande bebouwing geen mogelijkheden bestaan;
    2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2.
  8. artikel 5.2.2 onder a ten behoeve van een tweede bedrijfswoning, met dien verstande dat:
    1. een tweede bedrijfswoning noodzakelijk moet zijn in verband met:
      1. constant toezicht en verzorging van vee en;
      2. constant toezicht en onderhoud van apparatuur ter preventie van calamiteiten en/of onregelmatige werktijden, constante bereikbaarheid en organisatorische efficiency;
      welke noodzaak in elk geval niet aanwezig wordt geacht indien het bedrijf binnen 5 minuten (obstakelvrij) met de auto vanuit een kern bereikbaar is;
    2. de omvang van het bedrijf zodanig moet zijn dat sprake is van een volwaardig tweepersoonsbedrijf, waarvan sprake is als het volledige werkgelegenheid en (binnen afzienbare tijd) een aanvaardbaar inkomen biedt aan ten minste twee arbeidskrachten;
    3. op basis van een ondernemersplan, opgesteld door een agrarische adviesinstantie, aannemelijk moet zijn gemaakt dat het bedrijf de komende tien jaar als volwaardig tweepersoonsbedrijf blijft bestaan, waarbij wordt gekeken naar de bedrijfsopzet, het uitgezette pad voor bedrijfsovername, de gebouwen en stalcapaciteit, productierechten en leeftijd, opleiding en ervaring van beide arbeidskrachten;
    4. de tweede bedrijfswoning een duidelijke ruimtelijke relatie moet hebben met het agrarische bedrijf, waarvan geen sprake is bij een afstand van meer dan 25 m tussen de bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw;
  9. artikel 5.2.4 onder b ten behoeve van een drijfmestsilo met een bouwhoogte tot 8 m, mits de landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet worden aangetast.
5.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

5.5 Specifieke gebruiksregels

5.5.1 Strijdig gebruik
Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van ligboxenstallen, waarvoor de bouwaanvraag is getoetst aan dit bestemmingsplan, indien de lichtsterkte meer dan 150 lux bedraagt, dan wel de stal tussen 20.00 uur en 6.00 uur niet is voorzien van voorzieningen die de lichtuitstraling met ten minste 90% reduceren;
  2. het gebruik van de gebouwen voor detailhandel, met uitzondering van detailhandel als niet zelfstandig onderdeel van het agrarisch bedrijf of als onderdeel van een ondergeschikte nevenactiviteit, mits deze activiteit beperkt blijft tot de verkoop van hoofdzakelijk ambachtelijke, agrarische en/of aan de agrarische sector gelieerde producten, inclusief de internethandel in deze producten en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 60 m2.
5.5.2 Voorwaardelijke verplichting Rijksstraatweg 40 Noordhorn
  1. onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen in overeenstemming met het in Bijlage 32 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijk inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
  2. in afwijking van het bepaalde onder sub a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van twaalf maanden na het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen in overeenstemming het in Bijlage 32 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijk inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

5.6 Afwijken van de gebruiksregels

5.6.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 5.1 ten behoeve van agrarisch verwante neventakken, zoals loonbedrijven, agrarische hulpbedrijven, kaasmakerijen, ijsmakerijen, veehandelsbedrijven, hooi- en stro-opslagbedrijven, zorgboerderijen, met dien verstande dat:
    1. de neventakken worden ondergebracht in bestaande bedrijfsgebouwen, die ten behoeve daarvan mogen worden verbouwd;
    2. niet meer dan 200 m2 mag worden aangewend ten behoeve van de neventakken (exclusief de kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen als bedoeld in artikel 5.1 onder j en de bed & breakfast als bedoeld in artikel 5.1 onder k);
  2. artikel 5.1 ten behoeve van kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers, met dien verstande dat:
    1. de boerderijkamers in één bedrijfsgebouw worden ondergebracht, dat ten behoeve daarvan mag worden verbouwd;
    2. de oppervlakte per boerderijkamer niet meer bedraagt dan 50 m2;
    3. de gezamenlijke oppervlakte van de boerderijkamers niet meer bedraagt dan 250 m2;
    4. het aantal boerderijkamers niet meer bedraagt dan 10;
    5. de boerderijkamers een duidelijke ruimtelijke relatie hebben met het boerenbedrijf;
    6. permanente bewoning niet is toegestaan;
  3. artikel 5.1 onder k ten behoeve van het gebruiken van de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen voor een bed & breakfast groter dan 50 m2, mits:
    1. de vloeroppervlakte ten behoeve van een bed & breakfast maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen op het perceel bedraagt, met een maximum van 250 m2;
    2. het parkeren van de gasten van de bed & breakfast op eigen erf plaatsvindt;
    3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  4. artikel 5.5.1 onder b en c ten behoeve van het vergisten van mest eventueel in combinatie met het verhandelen van de daarbij vrijkomende energie, mits:
    1. het gaat om het verwerken van eigen geproduceerde mest en de vergiste mest (digestaat) op tot het eigen bedrijf behorende gronden wordt gebruikt;
    2. de verwerkingscapaciteit van de installatie maximaal 25.000 m3 per jaar bedraagt;      
    3. de vergistingsinstallatie ten dienste staat van of verband houdt met de bedrijfseigen agrarische activiteiten;
    4. de vergistingsinstallatie qua bedrijfsactiviteit ondergeschikt is aan de hoofdbedrijfsactiviteit;
    5. de installatie wordt opgericht binnen een bouwperceel c.q. bouwvlak;
    6. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
    7. de infrastructurele ontsluiting van het bouwperceel toereikend is;
    8. de afstand vanaf het middelpunt van een gaszak waarin vergistingsgas wordt opgeslagen tot de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht ten minste 50 m bedraagt;
    9. de afstand vanaf het aftappunt van een opslagtank waarin vloeibaar gemaakt vergistingsgas wordt opgeslagen tot de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht ten minste 50 m bedraagt;
    10. de afstand vanaf een gaszak of een opslagtank waarin vergistingsgas wordt opgeslagen of het aftappunt van een opslagtank waarin vloeibaar gemaakt vergistingsgas wordt opgeslagen tot een locatie voor overnachting door derden en recreatief verblijf ten minste 50 m bedraagt.
5.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

5.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van singels en lijnvormige houtopstanden uitgezonderd erfbeplanting;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    • het aanleggen van voederhagen;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  7. bij het aanleggen van voederhagen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
    • er mag per saldo geen afbreuk worden gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden. Dit is ter beoordeling van een bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • de aanleg past in een op basis van landschap, bodem en water als leidend principe vastgestelde gemeentelijke structuurvisie;
    • er dient een historische analyse en landschappelijke analyse te worden ingediend door de initiatiefnemer en akkoord worden bevonden door een bij de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • over de landschappelijke aanvaardbaarheid en de wijze van inpassing van de voederhaag advies wordt ingewonnen bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap en de nakoming van eventueel te stellen voorwaarden aan de landschappelijke inpassing worden geborgd in de voorwaarde bij de omgevingsvergunning.

5.8 Wijzigingsbevoegdheid

5.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen:
  1. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemming(en) en daarbij aanduidingen opnemen, indien het agrarische bedrijf is of wordt beëindigd, dan wel geen sprake meer is van een reële agrarische bedrijfsvoering.
  2. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' wijzigen ten behoeve van hergebruik van vrijkomende gebouwen voor een andere functie, niet zijnde een woonfunctie, op voorwaarde dat:
    1. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieuhygiënisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
    2. opslag van materialen en goederen op het erf uitsluitend is toegestaan indien dit is opgenomen in een door burgemeester en wethouders goedgekeurd landschapsplan voor het erf;
    3. detailhandel beperkt blijkt tot ter plaatse vervaardigde producten;
waarbij geldt dat de regels van de betreffende bestemming kunnen worden gewijzigd ter waarborging van de genoemde voorwaarden;
  1. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' wijzigen ten behoeve van hoveniersbedrijven, mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  2. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij', de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' of de bestemming 'Sport - Manege', mits:
    1. uit een bedrijfsplan is gebleken dat de bestaande bebouwde oppervlakte niet toeneemt;
    2. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
    3. het bestemmingsvlak grenst aan een weg;
  3. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Fruitteelt' of 'Agrarisch - Kwekerij', mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  4. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' wijzigen ten behoeve van natuurontwikkeling, indien en voor zover het bedrijf is of wordt verplaatst ten behoeve van het (te realiseren) Natuur Netwerk Nederland;
  5. de aanduiding 'intensieve veehouderij' verwijderen indien en voor zover de intensieve veehouderijactiviteiten feitelijk zijn beëindigd en de locatie gelet op de ligging ten opzichte van omringende functies (zoals lintbebouwing, ecologische hoofdstructuur of Natura 2000-gebied) uit een oogpunt van milieu niet geschikt is voor een intensieve veehouderij;
  6. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' aanbrengen, met dien verstande dat:
    1. de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast indien een bedrijfswoning wordt bewoond door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, niet noodzakelijk is;
    2. medewerking alleen op voldoende onderbouwd verzoek van zowel de bewoner als de bedrijfsvoerder wordt overwogen;
    3. er ten minste sprake is van een reële agrarische bedrijfsvoering;
    4. er voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden, gemotiveerd vanuit de planologische maximale mogelijkheden voor het agrarisch bedrijf;
    5. na toekennen van de aanduiding geen medewerking wordt verleend voor nieuwe bedrijfswoningen bij het agrarische bedrijf;
    6. de bestaande functionele inrichting tussen het agrarisch bedrijf en de plattelandswoning uitgangspunt is om de visueel ruimtelijke impact tot een minimum te beperken en de visuele eenheid van het geheel zo goed mogelijk te waarborgen;  
  7. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' verwijderen, met dien verstande dat de naastgelegen agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en de aanduiding voor het bouwvlak ter plaatse is verwijderd dan wel de plattelandswoning opnieuw als agrarische bedrijfswoning in gebruik wordt genomen;
  8. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' wijzigen ten behoeve van bedrijven zoals genoemd in Bijlage 5, binnen opslag, sociale, culturele, kunstzinnige, medische, therapeutische, algemeen maatschappelijke en met het buitengebied samenhangende educatieve functies, mits de milieubelasting niet meer bedraagt dan die van een categorie 2-activiteit als bedoeld in Bijlage 6.
5.8.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 5.8.1 onder a genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;  
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;      
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
5.8.3 Voorwaarden wijziging andere functie
Toepassing van de in artikel 5.8.1 onder c, d en e genoemde bevoegdheden vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de nieuwe functie moet plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing;
  2. de vrijgekomen bebouwing mag niet worden vergroot en er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, anders dan vervangende nieuwbouw;
  3. bij de nieuwe functie mag uitsluitend worden gewoond indien een voormalige bedrijfswoning aanwezig is; in dat geval mag de woonfunctie uitsluitend worden uitgeoefend in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte, waarbij geldt dat in totaal niet meer dan 1 woning aanwezig mag zijn;
  4. de landschappelijke kenmerken van het erf mogen niet worden aangetast;
  5. de karakteristiek van de bebouwing mag niet worden aangetast;
  6. de verkeersfunctie moet een toename van de nieuwe functie toelaten;
  7. de nieuwe functie mag niet leiden tot extra beperkingen van de exploitatie- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven, hetgeen dient te zijn aangetoond aan de hand van de van toepassing zijnde milieuregelgeving en de daarop gebaseerde jurisprudentie (omgekeerde werking);
  8. met de toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
5.8.4 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
5.8.5 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 6 Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een reëel agrarisch bedrijf - met uitzondering van een boom- en/of sierkwekerij, houtteelt- of fruitteeltbedrijf, bollenteeltbedrijf, gebruiksgerichte paardenhouderij en productiegerichte paardenhouderij - met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, windturbines en agrarische gronden, met dien verstande dat:
  1. per bestemmingsvlak niet meer dan 1 agrarisch bedrijf is toegestaan;
  2. intensieve veehouderijen, zowel als hoofdtak als neventak, uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij';
  3. bestaande glastuinbouwbedrijven zijn toegestaan;
  4. de oppervlakte van het bouwperceel niet meer mag bedragen dan 0,5 ha, waarbij geldt dat indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden, de oppervlakte van de gezamenlijke bouwpercelen niet meer mag bedragen dan 0,5 ha;
  5. de gronden mede mogen worden gebruikt voor voederhagen; 
  6. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  7. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een theetuin;
  9. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een landschappelijk ingepast kleinschalig kampeerterrein;
  10. de gebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (zoals een boerderijwinkel, een boerderijterras, een ontvangstruimte voor rondleidingen of lezingen) tot een oppervlakte van niet meer dan 120 m2;
  11. de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van een bed & breakfast met maximaal 2 kamers tot een oppervlakte van niet meer 30% van het bestaande vloeroppervlak van de gebouwen op het perceel, met een maximum van 50 m2;
  12. de gronden mede zijn bestemd voor een aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat:
    1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 70 m2;
    2. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen, binnen welke gebouwen de uitoefening dient plaats te vinden;
    3. de bepalingen onder 1 en 2 eveneens van toepassing zijn, indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden;
    4. buitenopslag niet is toegestaan;
    5. internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheden en zonder afhaalpunt is toegestaan;
  13. ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' de gronden mede zijn bestemd voor een zorgboerderij;
  14. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie uitgesloten - theetuin en bijbehorend parkeren' de gronden niet gebruikt mogen worden ten behoeve van de theetuin en het bijbehorend parkeren;
  15. ter plaatse van de aanduiding 'wonen' uitsluitend een agrarische bedrijfswoning is toegestaan;
  16. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' de gronden op het adres De Wissel 1, Tolbert mede zijn bestemd voor een bed & breakfast;
  17. per bouwperceel niet meer dan 1 hobbymatige paardenbak en/of andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen voor eigen gebruik, zoals longeercirkels, paddocks en stap- en trainingsmolens, zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 800 m2, waarvoor geldt dat de afstand tot de woning van derden niet minder dan 25 m mag bedragen;
  18. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van de bestaande bedrijfsactiviteiten zoals deze bestonden tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  19. parkeervoorzieningen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd.

6.2 Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van een reëel agrarisch bedrijf worden gebouwd. 
6.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de goothoogte mag niet meer dan 4,50 m bedragen, tenzij op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  5. de bouwhoogte mag niet meer dan 14 m bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een grotere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  6. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreiding van dat gebouw;
  7. teeltondersteunende kassen mogen uitsluitend worden gebouwd indien en voor zover de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1.000 m2 en het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  8. de oppervlakte die mag worden aangewend voor intensieve veehouderijen mag niet meer bedragen dan de oppervlakte die daarvoor werd aangewend tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  9. de oppervlakte die mag worden aangewend voor glastuinbouwbedrijven mag niet meer bedragen dan het bestaand oppervlakte zoals aanwezig op 17 juni 2009;
  10. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bebouwing' mag niet worden gebouwd ten behoeve van een toename van het aantal dieren;
  11. voorzieningen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing.
6.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt. 
6.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van hooikiepen, kunstmest- en/of voedersilo's mag niet meer dan 18 m bedragen;
  2. de bouwhoogte van drijfmestsilo's mag niet meer dan 6 m bedragen;
  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 10 m bedragen;
  4. teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan tot niet meer dan 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte die wordt aangewend voor de teelt, met dien verstande dat:
    1. deze uitsluitend zijn toegestaan indien en voor zover het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
    2. voor het percentage van 20% worden de teeltondersteunende voorzieningen in de bestemming ‘ Agrarisch ’ meegerekend.
  5. hooikiepen, voedersilo's, kuilvoerplaten, sleufsilo's, voorzieningen ten behoeve van de opslag van (kunst)mest en teeltondersteunende voorzieningen worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  6. de bouwhoogte van sleufsilo's en kuilvoerplaten mag niet meer dan 3 m bedragen;
  7. de bouwhoogte van omheiningen bij paardenbakken en andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen mag niet meer dan 1,80 m bedragen;
  8. de ashoogte van windturbines bedraagt niet meer dan 15 m, dan wel niet meer dan de bestaande ashoogte indien deze meer bedraagt; de wieklengte bedraagt niet meer dan 2/3 van de ashoogte; de afstand van de windturbine tot de dubbelbestemming ‘Leiding - Gas’ bedraagt ten minste de masthoogte + 1/3 wieklengte.

6.3 Nadere eisen

6.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
6.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

6.4 Afwijken van de bouwregels

6.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 6.2 aanhef en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning is of wordt verleend als bedoeld in artikel 6.6, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 6.6 genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de bouwregels;
  2. artikel 6.2.1 onder d ten behoeve van een hogere goothoogte voor bedrijfsgebouwen, indien dit uit bedrijfseconomisch oogpunt gewenst is en het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  3. artikel 6.2.1 onder f ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  4. artikel 6.2.1 onder g ten behoeve van teeltondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000 m2, indien en voor zover:
    1. de gronden grenzen aan de bestemming 'Agrarisch';
    2. de oppervlakte noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
    3. de nieuwe oppervlakte van de kassen voor ten minste 50% ondergeschikt is aan het bebouwde oppervlak dat aangewend wordt voor de agrarische bedrijfsactiviteiten;
    4. de situering van de kassen geen onevenredige afbreuk doet aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de (aangrenzende) gronden;
    5. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast;
  5. artikel 6.2.1 onder h ten behoeve van vergroting van de oppervlakte die wordt aangewend ten behoeve van intensieve veehouderijen, mits:
    1. de vergroting noodzakelijk is om tegemoet te komen aan aangescherpte wet- en regelgeving op het gebied van milieu, en/of;
    2. dient om het welzijn van de te houden dieren te vergroten, zonder dat wettelijke normen hiertoe verplichten;
    3. én het vergunde aantal dieren (dierplaatsen) zoals vergund op 1 januari 2019 niet toeneemt;
  6. artikel 6.2.1 onder i ten behoeve van een uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven, mits:
    1. de uitbreiding maximaal 20% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing, zoals aanwezig op 17 juni 2009 betreft;
    2. in afwijking van het eerst lid kan voorzien worden in een uitbreiding van maximaal 50% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing zoals aanwezig op 17 juni 2009 als hiervoor de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur.
  7. artikel 6.2.1 onder c ten behoeve van sanitaire voorzieningen bij een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover:
    1. door de aanvrager is aangetoond dat daarvoor in de bestaande bebouwing geen mogelijkheden bestaan;
    2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2
  8. artikel 6.2.2 onder a ten behoeve van een tweede bedrijfswoning, met dien verstande dat:
    1. een tweede bedrijfswoning noodzakelijk moet zijn in verband met:
      1. constant toezicht en verzorging van vee en;
      2. constant toezicht en onderhoud van apparatuur ter preventie van calamiteiten en/of onregelmatige werktijden, constante bereikbaarheid en organisatorische efficiency;
      welke noodzaak in elk geval niet aanwezig wordt geacht indien het bedrijf binnen 5 minuten (obstakelvrij) met de auto vanuit een kern bereikbaar is;
    2. de omvang van het bedrijf zodanig moet zijn dat sprake is van een volwaardig tweepersoonsbedrijf, waarvan sprake is als het volledige werkgelegenheid en (binnen afzienbare tijd) een aanvaardbaar inkomen biedt aan ten minste twee arbeidskrachten;
    3. op basis van een ondernemersplan, opgesteld door een agrarische adviesinstantie, aannemelijk moet zijn gemaakt dat het bedrijf de komende tien jaar als volwaardig tweepersoonsbedrijf blijft bestaan, waarbij wordt gekeken naar de bedrijfsopzet, het uitgezette pad voor bedrijfsovername, de gebouwen en stalcapaciteit, productierechten en leeftijd, opleiding en ervaring van beide arbeidskrachten;
    4. de tweede bedrijfswoning een duidelijke ruimtelijke relatie moet hebben met het agrarische bedrijf, waarvan geen sprake is bij een afstand van meer dan 25 m tussen de bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw;
  9. artikel 6.2.4 onder b ten behoeve van een drijfmestsilo met een bouwhoogte tot 8 m, mits de landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet worden aangetast.
6.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

6.5 Specifieke gebruiksregels

6.5.1 Strijdig gebruik
Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van ligboxenstallen, waarvoor de bouwaanvraag is getoetst aan dit bestemmingsplan, indien de lichtsterkte meer dan 150 lux bedraagt, dan wel de stal tussen 20.00 uur en 6.00 uur niet is voorzien van voorzieningen die de lichtuitstraling met ten minste 90% reduceren;
  2. het gebruik van de gebouwen voor detailhandel, met uitzondering van detailhandel als niet zelfstandig onderdeel van het agrarisch bedrijf of als onderdeel van een ondergeschikte nevenactiviteit, mits deze activiteit beperkt blijft tot de verkoop van hoofdzakelijk ambachtelijke, agrarische en/of aan de agrarische sector gelieerde producten, inclusief de internethandel in deze producten en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 60 m2.

6.6 Afwijken van de gebruiksregels

6.6.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 6.1 ten behoeve van een boom- en/of sierkwekerij of fruitteeltbedrijf, indien en voor zover het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  2. artikel 6.1 ten behoeve van agrarisch verwante neventakken, zoals loonbedrijven, agrarische hulpbedrijven, kaasmakerijen, ijsmakerijen, veehandelsbedrijven, hooi- en stro-opslagbedrijven, zorgboerderijen, met dien verstande dat:
    1. de neventakken worden ondergebracht in bestaande bedrijfsgebouwen, die ten behoeve daarvan mogen worden verbouwd;
    2. niet meer dan 200 m2 mag worden aangewend ten behoeve van de neventakken (exclusief de kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen als bedoeld in artikel 6.1 onder j en de bed & breakfast als bedoeld in artikel 6.1 onder k);
  3. artikel 6.1 onder k ten behoeve van het gebruiken van de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen voor een bed & breakfast groter dan 50 m2, mits:
    1. de vloeroppervlakte ten behoeve van een bed & breakfast maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen op het perceel bedraagt, met een maximum van 250 m2;
    2. het parkeren van de gasten van de bed & breakfast op eigen erf plaatsvindt;
    3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  4. artikel 6.1 ten behoeve van kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers, met dien verstande dat:
    1. de boerderijkamers in één bedrijfsgebouw worden ondergebracht, dat ten behoeve daarvan mag worden verbouwd;
    2. de oppervlakte per boerderijkamer niet meer bedraagt dan 50 m2;
    3. de gezamenlijke oppervlakte van de boerderijkamers niet meer bedraagt dan 250 m2;
    4. het aantal boerderijkamers niet meer bedraagt dan 10;
    5. de boerderijkamers een duidelijke ruimtelijke relatie hebben met het boerenbedrijf;
    6. permanente bewoning niet is toegestaan.
6.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

6.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels en lijnvormige houtopstanden uitgezonderd erfbeplanting;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    • het aanleggen van voederhagen;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  7. bij het aanleggen van voederhagen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
    • er mag per saldo geen afbreuk worden gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden. Dit is ter beoordeling van een bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • de aanleg past in een op basis van landschap, bodem en water als leidend principe vastgestelde gemeentelijke structuurvisie;
    • er dient een historische analyse en landschappelijke analyse te worden ingediend door de initiatiefnemer en akkoord worden bevonden door een bij de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • over de landschappelijke aanvaardbaarheid en de wijze van inpassing van de voederhaag advies wordt ingewonnen bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap en de nakoming van eventueel te stellen voorwaarden aan de landschappelijke inpassing worden geborgd in de voorwaarde bij de omgevingsvergunning.

6.8 Wijzigingsbevoegdheid

6.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen:
  1. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2', 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 3' of 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 4', mits:
    1. aannemelijk is gemaakt dat de wijziging uit bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk is;
    2. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  2. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1' wijzigen in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemming(en) en daarbij aanduidingen opnemen, indien het agrarische bedrijf is of wordt beëindigd, dan wel geen sprake meer is van een reële agrarische bedrijfsvoering;
  3. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Fruitteelt' of 'Agrarisch - Kwekerij', mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  4. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1' wijzigen ten behoeve van hoveniersbedrijven, mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
  5. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1' wijzigen ten behoeve van bedrijven zoals genoemd in Bijlage 5, binnen opslag, sociale, culturele, kunstzinnige, medische, therapeutische, algemeen maatschappelijke en met het buitengebied samenhangende educatieve functies, mits de milieubelasting niet meer bedraagt dan die van een categorie 2-activiteit als bedoeld in Bijlage 6;
  6. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij', de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' of de bestemming 'Sport - Manege', mits:
    1. uit een bedrijfsplan is gebleken dat de bestaande bebouwde oppervlakte niet toeneemt;
    2. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
    3. het bestemmingsvlak grenst aan een weg;
  7. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1' wijzigen ten behoeve van natuurontwikkeling, indien en voor zover het bedrijf is of wordt verplaatst ten behoeve van het (te realiseren) Natuur Netwerk Nederland;
  8. de aanduiding 'intensieve veehouderij' verwijderen indien en voor zover de intensieve veehouderijactiviteiten feitelijk zijn beëindigd en de locatie gelet op de ligging ten opzichte van omringende functies (zoals lintbebouwing, ecologische hoofdstructuur of Natura 2000-gebied) uit een oogpunt van milieu niet geschikt is voor een intensieve veehouderij;
  9. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' wordt aangebracht, met dien verstande dat:
    1. de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast indien een bedrijfswoning wordt bewoond door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, niet noodzakelijk is;
    2. medewerking alleen op voldoende onderbouwd verzoek van zowel de bewoner als de bedrijfsvoerder wordt overwogen;
    3. er ten minste sprake is van een reële agrarische bedrijfsvoering;
    4. er voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden, gemotiveerd vanuit de planologische maximale mogelijkheden voor het agrarisch bedrijf;
    5. na toekennen van de aanduiding geen medewerking wordt verleend voor nieuwe bedrijfswoningen bij het agrarische bedrijf;
    6. de bestaande functionele inrichting tussen het agrarisch bedrijf en de plattelandswoning uitgangspunt is om de visueel ruimtelijke impact tot een minimum te beperken en de visuele eenheid van het geheel zo goed mogelijk te waarborgen;  
  10. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' verwijderen, met dien verstande dat de naastgelegen agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en de aanduiding voor het bouwvlak ter plaatse is verwijderd dan wel de plattelandswoning opnieuw als agrarische bedrijfswoning in gebruik wordt genomen;
  11. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1' wijzigen ten behoeve van bedrijven zoals genoemd in Bijlage 5, binnenopslag, sociale, culturele, kunstzinnige, medische, therapeutische, algemeen maatschappelijke en met het buitengebied samenhangende educatieve functies, mits de milieubelasting niet meer bedraagt dan die van een categorie 2-activiteit als bedoeld in Bijlage 6;
6.8.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 6.8.1 onder b genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;      
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
6.8.3 Voorwaarden wijziging andere functie
Toepassing van de in artikel 6.8.1 onder d, e en f genoemde bevoegdheden vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de nieuwe functie moet plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing;
  2. de vrijgekomen bebouwing mag niet worden vergroot en er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, anders dan vervangende nieuwbouw;
  3. bij de nieuwe functie mag uitsluitend worden gewoond indien een voormalige bedrijfswoning aanwezig is; in dat geval mag de woonfunctie uitsluitend worden uitgeoefend in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte, waarbij geldt dat in totaal niet meer dan 1 woning aanwezig mag zijn;
  4. de landschappelijke kenmerken van het erf mogen niet worden aangetast;
  5. de karakteristiek van de bebouwing mag niet worden aangetast;
  6. de verkeersfunctie moet een toename van de nieuwe functie toelaten;
  7. de nieuwe functie mag niet leiden tot extra beperkingen van de exploitatie- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven, hetgeen dient te zijn aangetoond aan de hand van de van toepassing zijnde milieuregelgeving en de daarop gebaseerde jurisprudentie (omgekeerde werking);
  8. met de toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
6.8.4 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
6.8.5 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 7 Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een reëel agrarisch bedrijf - met uitzondering van een boom- en/of sierkwekerij, houtteelt- of fruitteeltbedrijf, bollenteeltbedrijf, gebruiksgerichte paardenhouderij en productiegerichte paardenhouderij - met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, windturbines en agrarische gronden, met dien verstande dat:
  1. per bestemmingsvlak niet meer dan 1 agrarisch bedrijf is toegestaan;
  2. intensieve veehouderijen, zowel als hoofdtak als neventak, uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij';
  3. bestaande glastuinbouwbedrijven zijn toegestaan;
  4. de oppervlakte van het bouwperceel niet meer mag bedragen dan 1 ha, waarbij geldt dat indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden, de oppervlakte van de gezamenlijke bouwpercelen niet meer mag bedragen dan 1 ha;
  5. de gronden mede mogen worden gebruikt voor voederhagen;
  6. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  7. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een theetuin;
  9. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een landschappelijk ingepast kleinschalig kampeerterrein;
  10. de gebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (zoals een boerderijwinkel, een boerderijterras, een ontvangstruimte voor rondleidingen of lezingen) tot een oppervlakte van niet meer dan 120 m2;
  11. de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van een bed & breakfast met maximaal 2 kamers tot een oppervlakte van niet meer 30% van het bestaande vloeroppervlak van de gebouwen op het perceel, met een maximum van 50 m2;
  12. de gronden mede zijn bestemd voor een aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat:
    1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 70 m2;
    2. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke grondoppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen, binnen welke gebouwen de uitoefening dient plaats te vinden;
    3. de bepalingen onder 1 en 2 eveneens van toepassing zijn, indien en voor zover twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden;
    4. buitenopslag niet is toegestaan;
    5. internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheid en zonder afhaalpunt is toegestaan;
  13. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van de bestaande bedrijfsactiviteiten zoals deze bestonden tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  14. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' de gronden op het adres Mensumaweg 39 in Tolbert mede mogen worden gebruikt voor een museum met een oppervlakte van 225 m2;
  15. ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' de gronden mede zijn bestemd voor een zorgboerderij;
  16. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf aan huis' de gronden op het adres Postdijk 3 in Marum mede mogen worden gebruikt voor een lasbedrijf met een oppervlakte van 276 m2;
  17. per bouwperceel niet meer dan 1 hobbymatige paardenbak en/of andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen voor eigen gebruik, zoals longeercirkels, paddocks en stap- en trainingsmolens, zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 800 m2, waarvoor geldt dat de afstand tot de woning van derden niet minder dan 25 m mag bedragen;
  18. parkeervoorzieningen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd.

7.2 Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van een reëel agrarisch bedrijf worden gebouwd.
7.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de goothoogte mag niet meer dan 4,50 m bedragen tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  5. de bouwhoogte mag niet meer dan 14 m bedragen, tenzij optijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een grotere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  6. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreiding van dat gebouw;
  7. teeltondersteunende kassen mogen uitsluitend worden gebouwd indien en voor zover de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1.000 m2 en het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  8. de oppervlakte die mag worden aangewend voor intensieve veehouderijen mag niet meer bedragen dan de oppervlakte die daarvoor werd aangewend tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  9. de oppervlakte die mag worden aangewend voor glastuinbouwbedrijven mag niet meer bedragen dan het bestaand oppervlakte zoals aanwezig op 17 juni 2009;
  10. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bebouwing' mag niet worden gebouwd ten behoeve van een toename van het aantal dieren;
  11. voorzieningen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing.
7.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt. 
7.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van hooikiepen, kunstmest- en/of voedersilo's mag niet meer dan 18 m bedragen;
  2. de bouwhoogte van drijfmestsilo's mag niet meer dan 6 m bedragen;
  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 10 m bedragen;
  4. teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan tot niet meer dan 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte die wordt aangewend voor de teelt, met dien verstande dat:
    1. deze uitsluitend zijn toegestaan indien en voor zover het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
    2. voor het percentage van 20% worden de teeltondersteunende voorzieningen in de bestemming 'Agrarisch' meegerekend.
  5. hooikiepen, voedersilo's, kuilvoerplaten, sleufsilo's, voorzieningen ten behoeve van de opslag van (kunst)mest en teeltondersteunende voorzieningen worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  6. de bouwhoogte van sleufsilo's en kuilvoerplaten mag niet meer dan 3 m bedragen;
  7. de bouwhoogte van omheiningen bij paardenbakken en andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen mag niet meer dan 1,80 m bedragen;
  8. de ashoogte van windturbines bedraagt niet meer dan 15 m, dan wel niet meer dan de bestaande ashoogte indien deze meer bedraagt; de wieklengte bedraagt niet meer dan 2/3 van de ashoogte; de afstand van de windturbine tot de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' bedraagt ten minste de masthoogte + 1/3 wieklengte.

7.3 Nadere eisen

7.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
7.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

7.4 Afwijken van de bouwregels

 
7.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 7.2 aanhef en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning is of wordt verleend als bedoeld om artikel 7.6, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 7.6 genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de bouwregels;
  2. artikel 7.2.1 onder d ten behoeve van een hogere goothoogte voor bedrijfsgebouwen, indien dit uit bedrijfseconomische oogpunt gewenst is en het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  3. artikel 7.2.1 onder f ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  4. artikel 7.2.1 onder g ten behoeve van teeltondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000 m2, indien en voor zover:
    1. de gronden grenzen aan de bestemming 'Agrarisch';
    2. de oppervlakte noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
    3. de nieuwe oppervlakte van de kassen voor ten minste 50% ondergeschikt is aan het bebouwde oppervlak dat aangewend wordt voor de agrarische bedrijfsactiviteiten;
    4. de situering van de kassen geen onevenredige afbreuk doet aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de (aangrenzende) gronden;
    5. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast;
  5. artikel 7.2.1 onder h ten behoeve van vergroting van de oppervlakte die wordt aangewend ten behoeve van intensieve veehouderijen, mits:
    1. die noodzakelijk is om tegemoet te komen aan aangescherpte wet- en regelgeving op het gebied van milieu, en/of;
    2. dient om het welzijn van de te houden dieren te vergroten, zonder dat wettelijke normen hiertoe verplichten;
    3. én het vergunde aantal dieren (dierplaatsen) zoals vergund op 1 januari 2019 niet toeneemt;
  6. artikel 7.2.1 onder i ten behoeve van een uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven, mits:
    1. de uitbreiding maximaal 20% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing, zoals aanwezig op 17 juni 2009 betreft;
    2. in afwijking van het eerst lid kan voorzien worden in een uitbreiding van maximaal 50% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing zoals aanwezig op 17 juni 2009 als hiervoor de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur.
  7. artikel 7.2.1 onder k ten behoeve van sanitaire voorzieningen bij een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover:
    1. door de aanvrager is aangetoond dat daarvoor in de bestaande bebouwing geen mogelijkheden bestaan;
    2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2;
  8. artikel 7.2.2 onder a ten behoeve van een tweede bedrijfswoning, met dien verstande dat:
    1. een tweede bedrijfswoning noodzakelijk moet zijn in verband met:
      1. constant toezicht en verzorging van vee en;
      2. constant toezicht en onderhoud van apparatuur ter preventie van calamiteiten en/of onregelmatige werktijden, constante bereikbaarheid en organisatorische efficiency;
      welke noodzaak in elk geval niet aanwezig wordt geacht indien het bedrijf binnen 5 minuten (obstakelvrij) met de auto vanuit een kern bereikbaar is;
    2. de omvang van het bedrijf zodanig moet zijn dat sprake is van een volwaardig tweepersoonsbedrijf, waarvan sprake is als het volledige werkgelegenheid en (binnen afzienbare tijd) een aanvaardbaar inkomen biedt aan ten minste twee arbeidskrachten;
    3. op basis van een ondernemersplan, opgesteld door een agrarische adviesinstantie, aannemelijk moet zijn gemaakt dat het bedrijf de komende tien jaar als volwaardig tweepersoonsbedrijf blijft bestaan, waarbij wordt gekeken naar de bedrijfsopzet, het uitgezette pad voor bedrijfsovername, de gebouwen en stalcapaciteit, productierechten en leeftijd, opleiding en ervaring van beide arbeidskrachten;
    4. de tweede bedrijfswoning een duidelijke ruimtelijke relatie moet hebben met het agrarische bedrijf, waarvan geen sprake is bij een afstand van meer dan 25 m tussen de bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw;
  9. artikel 7.2.4 onder b ten behoeve van een drijfmestsilo met een bouwhoogte tot 8 m, mits de landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet worden aangetast.
7.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

7.5 Specifieke gebruiksregels

7.5.1 Strijdig gebruik
Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van ligboxenstallen, waarvoor de bouwaanvraag is getoetst aan dit bestemmingsplan, indien de lichtsterkte meer dan 150 lux bedraagt dan wel de stal tussen 20.00 uur en 6.00 uur niet is voorzien van voorzieningen die de lichtuitstraling met ten minste 90% reduceren;
  2. het gebruik van de gebouwen voor detailhandel, met uitzondering van detailhandel als niet zelfstandig onderdeel van het agrarisch bedrijf of als onderdeel van een ondergeschikte nevenactiviteit, mits deze activiteit beperkt blijft tot de verkoop van hoofdzakelijk ambachtelijke, agrarische en/of aan de agrarische sector gelieerde producten, inclusief de internethandel in deze producten en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 60 m2.

7.6 Afwijken van de gebruiksregels

7.6.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 7.1 ten behoeve van een boom- en/of sierkwekerij of fruitteeltbedrijf, indien en voor zover het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  2. artikel 7.1 ten behoeve van agrarisch verwante neventakken, zoals loonbedrijven, agrarische hulpbedrijven, kaasmakerijen, ijsmakerijen, veehandelsbedrijven, hooi- en stro-opslagbedrijven, zorgboerderijen, met dien verstande dat:
    1. de neventakken worden ondergebracht in bestaande bedrijfsgebouwen, dien ten behoeve daarvan mogen worden verbouwd;
    2. niet meer dan 200 m2 mag worden aangewend ten behoeve van de neventakken (exclusief de kleinschalige dagrecreatieve voorziening als bedoeld in artikel 7.1 onder j en de bed & breakfast als bedoeld in artikel 7.1 onder k;
  3. artikel 7.1 onder k ten behoeve van het gebruiken van de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen voor een bed & breakfast groter dan 50 m2, mits:
    1. de vloeroppervlakte ten behoeve van een bed & breakfast maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen op het perceel bedraagt, met een maximum van 250 m2;
    2. het parkeren van de gasten van de bed & breakfast op eigen erf plaatsvindt;
    3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  4. artikel 7.1 ten behoeve van kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers, met dien verstande dat:
    1. de boerderijkamers in één bedrijfsgebouw worden ondergebracht, dat ten behoeve daarvan mag worden verbouwd;
    2. de oppervlakte per boerderijkamer niet meer bedraagt dan 50 m2;
    3. de gezamenlijke oppervlakte van de boerderijkamers niet meer bedraagt dan 250 m2;
    4. het aantal boerderijkamers niet meer bedraagt dan 10;
    5. de boerderijkamers een duidelijke ruimtelijke relatie hebben met het boerenbedrijf;
    6. permanente bewoning niet is toegestaan.
7.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

7.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van singels en lijnvormige houtopstanden uitgezonderd erfbeplanting;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    • het aanleggen van voederhagen;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  7. bij het aanleggen van voederhagen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
    • er mag per saldo geen afbreuk worden gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden. Dit is ter beoordeling van een bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • de aanleg past in een op basis van landschap, bodem en water als leidend principe vastgestelde gemeentelijke structuurvisie;
    • er dient een historische analyse en landschappelijke analyse te worden ingediend door de initiatiefnemer en akkoord worden bevonden door een bij de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • over de landschappelijke aanvaardbaarheid en de wijze van inpassing van de voederhaag advies wordt ingewonnen bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap en de nakoming van eventueel te stellen voorwaarden aan de landschappelijke inpassing worden geborgd in de voorwaarde bij de omgevingsvergunning.

7.8 Wijzigingsbevoegdheid

 
7.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen:
  1. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1
  2. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 3' of 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 4', mits:
    1. aannemelijk is gemaakt dat de wijziging uit bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk is;
    2. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  3. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2' wijzigen in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemming(en) en daarbij aanduidingen opnemen, indien het agrarische bedrijf is of wordt beëindigd, dan wel geen sprake meer is van een reële agrarische bedrijfsvoering;
  4. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Fruitteelt' of 'Agrarisch - Kwekerij', mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  5. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2' wijzigen ten behoeve van bedrijven zoals genoemd in Bijlage 5, binnen opslag, sociale, culturele, kunstzinnige, medische, therapeutische, algemeen maatschappelijke en met het buitengebied samenhangende educatieve functies, mits de milieubelasting niet meer bedraagt dan die van een categorie 2-activiteit als bedoeld in Bijlage 6;
  6. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2' wijzigen ten behoeve van hoveniersbedrijven, mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
  7. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij', de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' of de bestemming 'Sport - Manege', mits:
    1. uit een bedrijfsplan is gebleken dat de bestaande bebouwde oppervlakte niet toeneemt;
    2. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
    3. het bestemmingsvlak grenst aan een weg;
  8. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2' wijzigen ten behoeve van natuurontwikkeling, indien en voor zover het bedrijf is of wordt verplaatst ten behoeve van het (te realiseren) Natuur Netwerk Nederland;
  9. de aanduiding 'intensieve veehouderij' verwijderen indien en voor zover de intensieve veehouderijactiviteiten feitelijk zijn beëindigd en de locatie gelet op de ligging ten opzichte van omringende functies (zoals lintbebouwing, ecologische hoofdstructuur of Natura 2000-gebied) uit een oogpunt van milieu niet geschikt is voor een intensieve veehouderij;
  10. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' wordt aangebracht, met dien verstande dat:
    1. de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast indien een bedrijfswoning wordt bewoond door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, niet noodzakelijk is;
    2. medewerking alleen op voldoende onderbouwd verzoek van zowel de bewoner als de bedrijfsvoerder wordt overwogen;
    3. er ten minste sprake is van een reële agrarische bedrijfsvoering;
    4. er voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden, gemotiveerd vanuit de planologische maximale mogelijkheden voor het agrarisch bedrijf;
    5. na toekennen van de aanduiding geen medewerking wordt verleend voor nieuwe bedrijfswoningen bij het agrarische bedrijf;
    6. de bestaande functionele inrichting tussen het agrarisch bedrijf en de plattelandswoning uitgangspunt is om de visueel ruimtelijke impact tot een minimum te beperken en de visuele eenheid van het geheel zo goed mogelijk te waarborgen;
  11. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' wordt verwijderd, met dien verstande dat de naastgelegen agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en de aanduiding voor het bouwvlak ter plaatse is verwijderd dan wel de plattelandswoning opnieuw als agrarische bedrijfswoning in gebruik wordt genomen.
7.8.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 7.8.1 onder c genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;    
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;      
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
7.8.3 Voorwaarden wijziging andere functie
Toepassing van de in artikel 7.8.1 onder e, f en g genoemde bevoegdheden vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de nieuwe functie moet plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing;
  2. de vrijgekomen bebouwing mag niet worden vergroot en er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, anders dan vervangende nieuwbouw;
  3. bij de nieuwe functie mag uitsluitend worden gewoond indien een voormalige bedrijfswoning aanwezig is; in dat geval mag de woonfunctie uitsluitend worden uitgeoefend in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte, waarbij geldt dat in totaal niet meer dan 1 woning aanwezig mag zijn;
  4. de landschappelijke kenmerken van het erf mogen niet worden aangetast;
  5. de karakteristiek van de bebouwing mag niet worden aangetast;
  6. de verkeersfunctie moet een toename van de nieuwe functie toelaten;
  7. de nieuwe functie mag niet leiden tot extra beperkingen van de exploitatie- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven, hetgeen dient te zijn aangetoond aan de hand van de van toepassing zijnde milieuregelgeving en de daarop gebaseerde jurisprudentie (omgekeerde werking);
  8. met de toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
7.8.4 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
7.8.5 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 8 Agrarisch - Agrarisch bedrijf 3

 

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een reëel agrarisch bedrijf - met uitzondering van een boom- en/of sierkwekerij, houtteelt- of fruitteeltbedrijf, bollenteeltbedrijf, gebruiksgerichte paardenhouderij en productiegerichte paardenhouderij - met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, windturbines en agrarische gronden, met dien verstande dat:
  1. per bestemmingsvlak niet meer dan 1 agrarisch bedrijf is toegestaan;
  2. intensieve veehouderijen, zowel als hoofdtak als neventak, uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij';
  3. bestaande glastuinbouwbedrijven zijn toegestaan;
  4. de oppervlakte van het bouwperceel niet meer mag bedragen dan 1,5 ha, waarbij geldt dat indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden de oppervlakte van de gezamenlijke bouwpercelen niet meer mag bedragen dan 1,5 ha; 
  5. de gronden mede mogen worden gebruikt voor voederhagen;
  6. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  7. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een theetuin;
  9. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een landschappelijk ingepast kleinschalig kampeerterrein;
  10. de gebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (zoals een boerderijwinkel, een boerderijterras, een ontvangstruimte voor rondleidingen of lezingen) tot een oppervlakte van niet meer dan 120 m2;
  11. de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van een bed & breakfast met maximaal 2 kamers tot een oppervlakte van niet meer 30% van het bestaande vloeroppervlak van de gebouwen op het perceel, met een maximum van 50 m2;
  12. de gronden mede zijn bestemd voor een aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat:
    1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 70 m2;
    2. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke grondoppervlakte van de bedrijfswoning of de plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en de daarbij behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen, binnen welke gebouwen de uitoefening dient plaats te vinden;
    3. de bepalingen onder 1 en 2 eveneens van toepassing zijn, indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden
    4. buitenopslag is niet toegestaan;
    5. internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheden en zonder afhaalpunt is toegestaan;
  13. ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' de gronden mede zijn bestemd voor een zorgboerderij;
  14. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' de gronden mede zijn bestemd voor een plattelandswoning; 
  15. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' de gronden mede zijn bestemd voor een loonbedrijf;
  16. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' de gronden op het adres Maarsdijk 3 te Niekerk mede mogen worden gebruikt voor een kampeerterrein van 1 ha;
  17. per bouwperceel niet meer dan 1 hobbymatige paardenbak en/of andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen voor eigen gebruik, zoals longeercirkels, paddocks en stap- en trainingsmolens, zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 800 m2, waarvoor geldt dat de afstand tot de woning van derden niet minder dan 25 m mag bedragen;
  18. parkeervoorzieningen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd.

8.2 Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 3' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van een reëel agrarisch bedrijf worden gebouwd.
8.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de goothoogte mag niet meer dan 4,50 m bedragen tenzij op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  5. de bouwhoogte mag niet meer dan 14 m bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een grotere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  6. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreiding van dat gebouw;
  7. teeltondersteunende kassen mogen uitsluitend worden gebouwd indien en voor zover de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1.000 m2 en het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  8. de oppervlakte die mag worden aangewend voor intensieve veehouderijen mag niet meer bedragen dan de oppervlakte die daarvoor werd aangewend tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  9. de oppervlakte die mag worden aangewend voor glastuinbouwbedrijven mag niet meer bedragen dan het bestaand oppervlakte zoals aanwezig op 17 juni 2009;
  10. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bebouwing' mag niet worden gebouwd ten behoeve van een toename van het aantal dieren van de intensieve veehouderij;
  11. voorzieningen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing.
8.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
8.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
8.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van hooikiepen, kunstmest- en/of voedersilo's mag niet meer dan 18 m bedragen;
  2. de bouwhoogte van drijfmestsilo's mag niet meer dan 6 m bedragen;
  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 10 m bedragen;
  4. teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan tot niet meer dan 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte die wordt aangewend voor de teelt, met dien verstande dat:
    1. deze uitsluitend zijn toegestaan indien en voor zover het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
    2. voor het percentage van 20% worden de teeltondersteunende voorzieningen in de bestemming 'Agrarisch' meegerekend.
  5. hooikiepen, voedersilo's, kuilvoerplaten, sleufsilo's, voorzieningen ten behoeve van de opslag van (kunst)mest en teeltondersteunende voorzieningen worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  6. de bouwhoogte van sleufsilo's en kuilvoerplaten mag niet meer dan 3 m bedragen;
  7. de bouwhoogte van omheiningen bij paardenbakken en andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen mag niet meer dan 1,80 m bedragen;
  8. de ashoogte van windturbines bedraagt niet meer dan 15 m, dan wel niet meer dan de bestaande ashoogte indien deze meer bedraagt; de wieklengte bedraagt niet meer dan 2/3 van de ashoogte; de afstand van de windturbine tot de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' bedraagt ten minste de masthoogte + 1/3 wieklengte.

8.3 Nadere eisen

8.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
8.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

8.4 Afwijken van de bouwregels

8.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 8.2 aanhef en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning is of wordt verleend als bedoeld in artikel 8.6, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 8.6 genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de bouwregels;
  2. artikel 8.2.1 onder d ten behoeve van een hogere goothoogte voor bedrijfsgebouwen, indien dit uit bedrijfseconomisch oogpunt gewenst is en het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  3. artikel 8.2.1 onder f ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  4. artikel 8.2.1 onder g ten behoeve van teeltondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000 m2, indien en voor zover:
    1. de gronden grenzen aan de bestemming 'Agrarisch';
    2. de oppervlakte noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
    3. de nieuwe oppervlakte van de kassen voor ten minste 50% ondergeschikt is aan het bebouwde oppervlak dat aangewend wordt voor de agrarische bedrijfsactiviteiten; 
    4. de situering van de kassen geen onevenredige afbreuk doet aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de (aangrenzende) gronden;
    5. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast;
  5. artikel 8.2.1 onder h ten behoeve van vergroting van de oppervlakte die wordt aangewend ten behoeve van intensieve veehouderijen, mits:
    1. de vergroting noodzakelijk is om tegemoet te komen aan aangescherpte wet- en regelgeving op het gebied van milieu, en/of;
    2. dient om het welzijn van de te houden dieren te vergroten, zonder dat wettelijke normen hiertoe verplichten;
    3. én het vergunde aantal dieren (dierplaatsen) zoals vergund op 1 januari 2019 niet toeneemt;
  6. artikel 8.2.1 onder i ten behoeve van een uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven, mits:
    1. de uitbreiding maximaal 20% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing, zoals aanwezig op 17 juni 2009 betreft;
    2. in afwijking van het eerst lid kan voorzien worden in een uitbreiding van maximaal 50% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing zoals aanwezig op 17 juni 2009 als hiervoor de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
  7. artikel 8.2.1 onder k ten behoeve van sanitaire voorzieningen bij een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover:
    1. door de aanvrager is aangetoond dat daarvoor in de bestaande bebouwing geen mogelijkheden bestaan;
    2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2;
  8. artikel 8.2.2 onder a ten behoeve van een tweede bedrijfswoning, met dien verstande dat:
    1. een tweede bedrijfswoning noodzakelijk moet zijn in verband met:
      1. constant toezicht en verzorging van vee en;
      2. constant toezicht en onderhoud van apparatuur ter preventie van calamiteiten en/of onregelmatige werktijden, constante bereikbaarheid en organisatorische efficiency;
      welke noodzaak in elk geval niet aanwezig wordt geacht indien het bedrijf binnen 5 minuten (obstakelvrij) met de auto vanuit een kern bereikbaar is;
    2. de omvang van het bedrijf zodanig moet zijn dat sprake is van een volwaardig tweepersoonsbedrijf, waarvan sprake is als het volledige werkgelegenheid en (binnen afzienbare tijd) een aanvaardbaar inkomen biedt aan ten minste twee arbeidskrachten;
    3. op basis van een ondernemersplan, opgesteld door een agrarische adviesinstantie, aannemelijk moet zijn gemaakt dat het bedrijf de komende tien jaar als volwaardig tweepersoonsbedrijf blijft bestaan, waarbij wordt gekeken naar de bedrijfsopzet, het uitgezette pad voor bedrijfsovername, de gebouwen en stalcapaciteit, productierechten en leeftijd, opleiding en ervaring van beide arbeidskrachten;
    4. de tweede bedrijfswoning een duidelijke ruimtelijke relatie moet hebben met het agrarische bedrijf, waarvan geen sprake is bij een afstand van meer dan 25 m tussen de bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw;
  9. artikel 8.2.4 onder b ten behoeve van een drijfmestsilo met een bouwhoogte tot 8 m, mits de landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet worden aangetast.
8.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

8.5 Specifieke gebruiksregels

8.5.1 Strijdig gebruik
Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van ligboxenstallen, waarvoor de bouwaanvraag is getoetst aan dit bestemmingsplan, indien de lichtsterkte meer dan 150 lux bedraagt dan wel de stal tussen 20.00 uur en 6.00 uur niet is voorzien van voorzieningen die de lichtuitstralingen met tenminste 90% reduceren;
  2. het gebruik van de gebouwen voor detailhandel, met uitzondering van detailhandel als niet zelfstandig onderdeel van het agrarisch bedrijf of als onderdeel van een ondergeschikte nevenactiviteit, mits deze activiteit beperkt blijkt tot de verkoop van hoofdzakelijk ambachtelijke, agrarische en/of aan de agrarische sector gelieerde producten, inclusief de internethandel in deze producten en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 60 m2.
8.5.2 Voorwaardelijke verplichting - Provincialeweg 138-140 Doezum
Ter plaatse van Provincialeweg 138-140 dient de landschappelijke inpassing overeenkomstig Bijlage 7 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier', binnen 1 jaar na de vaststelling van dit bestemmingsplan te zijn gerealiseerd en kwantitatief en kwalitatief in stand te worden gehouden.
8.5.3 Voorwaardelijke verplichting - 't Pad 11a Niebert
Tot een met de bestemming strijdig gebruik ter plaatse van 't Pad 11a te Niebert wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschaps- en inrichtingsmaatregelen conform het in de Bijlage 8 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijk inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing.

8.6 Afwijken van de gebruiksregels

8.6.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 8.1 ten behoeve van een boom- en/of sierkwekerij of fruitteeltbedrijf, indien en voor zover het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  2. artikel 8.1 ten behoeve van agrarisch verwante neventakken, zoals loonbedrijven, agrarische hulpbedrijven, kaasmakerijen, ijsmakerijen, veehandelsbedrijven, hooi- en stro-opslagbedrijven, zorgboerderijen, met dien verstande dat:
    1. de neventakken worden ondergebracht in bestaande bedrijfsgebouwen, dien ten behoeve daarvan mogen worden verbouwd;
    2. niet meer dan 200 m2 mag worden aangewend ten behoeve van de neventak (exclusief de kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen als bedoeld in artikel 8.1 onder j en de bed & breakfast als bedoeld in artikel 8.1 onder k);
  3. artikel 8.1 onder k ten behoeve van het gebruiken van de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen voor een bed & breakfast groter dan 50 m2, mits:
    1. de vloeroppervlakte ten behoeve van een bed & breakfast maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen op het perceel bedraagt, met een maximum van 250 m2;
    2. het parkeren van de gasten van de bed & breakfast op eigen erf plaatsvindt;
    3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  4. artikel 8.1 ten behoeve van kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers, met dien verstande dat:
    1. de boerderijkamers in één bedrijfsgebouw worden ondergebracht, dat ten behoeve daarvan mag worden verbouwd;
    2. de oppervlakte per boerderijkamer niet meer bedraagt dan 50 m2;
    3. de gezamenlijke oppervlakte van de boerderijkamers niet meer bedraagt dan 250 m2;
    4. het aantal boerderijkamers niet meer bedraagt dan 10;
    5. de boerderijkamers een duidelijke ruimtelijke relatie hebben met het boerenbedrijf;
    6. permanente bewoning niet is toegestaan.
8.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

8.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van singels en lijnvormige houtopstanden uitgezonderd erfbeplanting;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen;  
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    • het aanleggen van voederhagen;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  7. bij het aanleggen van voederhagen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
    • er mag per saldo geen afbreuk worden gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden. Dit is ter beoordeling van een bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • de aanleg past in een op basis van landschap, bodem en water als leidend principe vastgestelde gemeentelijke structuurvisie;
    • er dient een historische analyse en landschappelijke analyse te worden ingediend door de initiatiefnemer en akkoord worden bevonden door een bij de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • over de landschappelijke aanvaardbaarheid en de wijze van inpassing van de voederhaag advies wordt ingewonnen bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap en de nakoming van eventueel te stellen voorwaarden aan de landschappelijke inpassing worden geborgd in de voorwaarde bij de omgevingsvergunning.

8.8 Wijzigingsbevoegdheid

8.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen:
  1. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 3' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1' of 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2';
  2. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 3' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 4', mits:
    1. aannemelijk is gemaakt dat de wijziging uit bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk is;
    2. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  3. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 3' wijzigen in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemming(en) en daarbij aanduidingen opnemen, indien het agrarische bedrijf is of wordt beëindigd dan wel geen sprake meer is van reële agrarische bedrijfsvoering;
  4. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 3' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Fruitteelt' of 'Agrarisch - Kwekerij', mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  5. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 3' wijzigen ten behoeve van bedrijven zoals genoemd in Bijlage 5, binnen opslag, sociale, culturele, kunstzinnige, medische, therapeutische, algemeen maatschappelijke en met het buitengebied samenhangende educatieve functies, mits de milieubelasting niet meer bedraagt dan die van een categorie 2-activiteit als bedoeld in Bijlage 6;
  6. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 3' wijzigen ten behoeve van hoveniersbedrijven, mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
  7. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 3' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij', de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' of de bestemming 'Sport - Manege', mits:
    1. uit een bedrijfsplan is gebleken dat de bestaande bebouwde oppervlakte niet toeneemt;
    2. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
    3. het bestemmingsvlak grenst aan een weg;
  8. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 3' wijzigen ten behoeve van natuurontwikkeling, indien en voor zover het bedrijf is of wordt verplaatst ten behoeve van het (te realiseren) Natuur Netwerk Nederland;
  9. de aanduiding 'intensieve veehouderij' verwijderen indien en voor zover de intensieve veehouderijactiviteiten feitelijk zijn beëindigd en de locatie gelet op de ligging ten opzichte van omringende functies (zoals lintbebouwing, ecologische hoofdstructuur of Natura 2000-gebied) uit een oogpunt van milieu niet geschikt is voor een intensieve veehouderij;
  10. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' wordt aangebracht, met dien verstande dat:
    1. de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast indien een bedrijfswoning wordt bewoond door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, niet noodzakelijk is;
    2. medewerking alleen op voldoende onderbouwd verzoek van zowel de bewoner als de bedrijfsvoerder wordt overwogen;
    3. er ten minste sprake is van een reële agrarische bedrijfsvoering;
    4. er voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden, gemotiveerd vanuit de planologische maximale mogelijkheden voor het agrarisch bedrijf;
    5. na toekennen van de aanduiding geen medewerking wordt verleend voor nieuwe bedrijfswoningen bij het agrarische bedrijf;
    6. de bestaande functionele inrichting tussen het agrarisch bedrijf en de plattelandswoning uitgangspunt is om de visueel ruimtelijke impact tot een minimum te beperken en de visuele eenheid van het geheel zo goed mogelijk te waarborgen;  
  11. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' wordt verwijderd, met dien verstande dat de naastgelegen agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en de aanduiding voor het bouwvlak ter plaatse is verwijderd dan wel de plattelandswoning opnieuw als agrarische bedrijfswoning in gebruik wordt genomen.
8.8.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 8.8.1 onder c genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;      
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
8.8.3 Voorwaarden wijziging in andere functie
Toepassing van de in artikel 8.8.1 onder e, f en g genoemde bevoegdheden vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de nieuwe functie moet plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing;
  2. de vrijgekomen bebouwing mag niet worden vergroot en er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, anders dan vervangende nieuwbouw;
  3. bij de nieuwe functie mag uitsluitend worden gewoond indien een voormalige bedrijfswoning aanwezig is; in dat geval mag de woonfunctie uitsluitend worden uitgeoefend in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte, waarbij geldt dat in totaal niet meer dan 1 woning aanwezig mag zijn;
  4. de landschappelijke kenmerken van het erf mogen niet worden aangetast;
  5. de karakteristiek van de bebouwing en het erf mogen niet worden aangetast;
  6. de verkeersinfrastructuur moet een toename van de nieuwe functie toelaten;
  7. de nieuwe functie mag niet leiden tot extra beperkingen van de exploitatie- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven, hetgeen dient te zijn aangetoond aan de hand van de van toepassing zijnde milieuregelgeving en de daarop gebaseerde jurisprudentie (omgekeerde werking);
  8. met de toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
8.8.4 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3
8.8.5 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 9 Agrarisch - Agrarisch bedrijf 4

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een reëel agrarisch bedrijf - met uitzondering van een boom- en/of sierkwekerij, houtteelt- of fruitteeltbedrijf, bollenteeltbedrijf, gebruiksgerichte paardenhouderij en productiegerichte paardenhouderij - met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, windturbines en agrarische gronden, met dien verstande dat:
  1. per bestemmingsvlak niet meer dan 1 agrarisch bedrijf is toegestaan;
  2. intensieve veehouderijen, zowel als hoofdtak als neventak, uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij';
  3. bestaande glastuinbouwbedrijven zijn toegestaan;
  4. de oppervlakte van het bouwperceel niet meer mag bedragen dan 2 ha, waarbij geldt dat indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden de oppervlakte van de gezamenlijke bouwpercelen niet meer mag bedragen dan 2 ha;
  5. de gronden mede mogen worden gebruikt voor voederhagen;
  6. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  7. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een theetuin;
  9. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een landschappelijk ingepast kleinschalig kampeerterrein;
  10. de gebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (zoals een boerderijwinkel, een boerderijterras, een ontvangstruimte voor rondleidingen of lezingen) tot een oppervlakte van niet meer dan 120 m2;
  11. de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van een bed & breakfast met maximaal 2 kamers tot een oppervlakte van niet meer 30% van het bestaande vloeroppervlak van de gebouwen op het perceel, met een maximum van 50 m2;
  12. de gronden mede zijn bestemd voor een aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat:
    1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 70 m2;
    2. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen, binnen welke gebouwen de uitoefening dient plaats te vinden;
    3. de bepalingen onder 1 en 2 eveneens van toepassing zijn, indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden;
    4. buitenopslag niet is toegestaan;
    5. internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheden en zonder afhaalpunt is toegestaan;
  13. ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' de gronden mede zijn bestemd voor een zorgboerderij;
  14. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' op het adres Noorderweg 18 in Tolbert een mono-mestvergistingsinstallatie is toegestaan;
  15. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf aan huis' voor een internetwinkel tot een oppervlakte zoals die bestond tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  16. per bouwperceel niet meer dan 1 hobbymatige paardenbak en/of andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen voor eigen gebruik, zoals longeercirkels, paddocks en stap- en trainingsmolens, zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 800 m2, waarvoor geldt dat de afstand tot de woning van derden niet minder dan 25 m mag bedragen;
  17. parkeervoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd.

9.2 Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 4' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van een reëel agrarisch bedrijf worden gebouwd.
9.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de goothoogte mag niet meer dan 4,50 m bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere groothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  5. de bouwhoogte mag niet meer dan 14 m bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een grotere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  6. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij optijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreiding van dat gebouw;
  7. teeltondersteunende kassen mogen uitsluitend worden gebouwd indien en voor zover de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1.000 m2 en het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  8. de oppervlakte die mag worden aangewend voor intensieve veehouderijen mag niet meer bedragen dan de oppervlakte die daarvoor werd aangewend tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  9. de oppervlakte die mag worden aangewend voor glastuinbouwbedrijven mag niet meer bedragen dan het bestaand oppervlakte zoals aanwezig op 17 juni 2009;
  10. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bebouwing' mag niet worden gebouwd ten behoeve van een toename van het aantal dieren;
  11. voorzieningen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing.
9.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat;
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
9.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
9.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van hooikiepen, kunstmest- en/of voedersilo's mag niet meer dan 18 m bedragen;
  2. de bouwhoogte van drijfmestsilo's mag niet meer dan 6 m bedragen;
  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 10 m bedragen;
  4. teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan tot niet meer dan 20% van de totale bedrijfsvloeroppervlakte die wordt aangewend voor de teelt, met dien verstande dat:
    1. deze uitsluitend zijn toegestaan indien en voor zover het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
    2. voor het percentage van 20% worden de teeltondersteunende voorzieningen in de bestemming 'Agrarisch' meegerekend.
  5. hooikiepen, voedersilo's, kuilvoerplaten, sleufsilo's, voorzieningen ten behoeve van de opslag van (kunst)mest en teeltondersteunende voorzieningen worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  6. de bouwhoogte van sleufsilo's en kuilvoerplaten mag niet meer dan 3 m bedragen;
  7. de bouwhoogte van omheiningen bij paardenbakken en andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen mag niet meer dan 1,80 m bedragen;
  8. de ashoogte van windturbines bedraagt niet meer dan 15 m, dan wel niet meer dan de bestaande ashoogte indien deze meer bedraagt; de wieklengte bedraagt niet meer dan 2/3 van de ashoogte; de afstand van de windturbine tot de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' bedraagt ten minste de masthoogte + 1/3 wieklengte.
9.2.5 Voorwaardelijke verplichting - Provincialeweg 81 Kornhorn
Het bouwen van agrarische bedrijfsbebouwing is uitsluitend toegestaan overeenkomstig het erfinrichtingsplan zoals opgenomen in Bijlage 33 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied'.

9.3 Nadere eisen

9.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing en ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
9.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

9.4 Afwijken van de bouwregels

9.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 9.2 aanhef en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning is of wordt verleend als bedoeld in artikel 9.6, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 9.6 genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de bouwregels;
  2. artikel 9.2.1 onder d ten behoeve van een hogere goothoogte voor bedrijfsgebouwen, indien dit uit bedrijfseconomisch oogpunt gewenst is en het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  3. artikel 9.2.1 onder f ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  4. artikel 9.2.1 onder g ten behoeve van teeltondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000 m2, indien en voor zover:
    1. de gronden grenzen aan de bestemming 'Agrarisch;'
    2. de oppervlakte noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
    3. de nieuwe oppervlakte van de kassen voor ten minste 50% ondergeschikt is aan het bebouwde oppervlak dat aangewend wordt voor de agrarische bedrijfsactiviteiten;
    4. de situering van de kassen geen onevenredige afbreuk doet aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de (aangrenzende) gronden;
    5. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast;
  5. artikel 9.2.1 onder h ten behoeve van vergroting van de oppervlakte die wordt aangewend ten behoeve van intensieve veehouderijen, mits:
    1. die noodzakelijk is om tegemoet te komen aan aangescherpte wet- en regelgeving op het gebied van milieu, en/of;
    2. dient om het welzijn van de te houden dieren te vergroten, zonder dat wettelijke normen hiertoe verplichten;
    3. én het vergunde aantal dieren (dierplaatsen) zoals vergund op 1 januari 2019 niet toeneemt;
  6. artikel 9.2.1 onder i ten behoeve van een uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven, mits:
    1. de uitbreiding maximaal 20% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing, zoals aanwezig op 17 juni 2009 betreft;
    2. in afwijking van het eerst lid kan voorzien worden in een uitbreiding van maximaal 50% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing zoals aanwezig op 17 juni 2009 als hiervoor de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
  7. artikel 9.2.1 onder k ten behoeve van sanitaire voorzieningen bij een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover:
    1. door de aanvrager is aangetoond dat daarvoor in de bestaande bebouwing geen mogelijkheden bestaan;
    2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2;
  8. artikel 9.2.2 onder a ten behoeve van een tweede bedrijfswoning, met dien verstande dat:
    1. een tweede bedrijfswoning noodzakelijk moet zijn in verband met:
      1. constant toezicht en verzorging van vee en;
      2. constant toezicht en onderhoud van apparatuur ter preventie van calamiteiten en/of onregelmatige werktijden, constante bereikbaarheid en organisatorische efficiency;
      welke noodzaak in elk geval niet aanwezig wordt geacht indien het bedrijf binnen 5 minuten (obstakelvrij) met de auto vanuit een kern bereikbaar is;
    2. de omvang van het bedrijf zodanig moet zijn dat sprake is van een volwaardig tweepersoonsbedrijf, waarvan sprake is als het volledige werkgelegenheid en (binnen afzienbare tijd) een aanvaardbaar inkomen biedt aan ten minste twee arbeidskrachten;
    3. op basis van een ondernemersplan, opgesteld door een agrarische adviesinstantie, aannemelijk moet zijn gemaakt dat het bedrijf de komende tien jaar als volwaardig tweepersoonsbedrijf blijft bestaan, waarbij wordt gekeken naar de bedrijfsopzet, het uitgezette pad voor bedrijfsovername, de gebouwen en stalcapaciteit, productierechten en leeftijd, opleiding en ervaring van beide arbeidskrachten;
    4. de tweede bedrijfswoning een duidelijke ruimtelijke relatie moet hebben met het agrarische bedrijf, waarvan geen sprake is bij een afstand van meer dan 25 m tussen de bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw;
  9. artikel 9.2.4 onder b ten behoeve van een drijfmestsilo met een bouwhoogte tot 8 m, mits de landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet worden aangetast.
9.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

9.5 Specifieke gebruiksregels

9.5.1 Strijdig gebruik
Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van ligboxenstallen, waarvoor de bouwaanvraag is getoetst aan dit bestemmingsplan, indien de lichtsterkte meer dan 150 lux bedraagt dan wel de stal tussen 20.00 uur en 6.00 uur niet is voorzien van voorzieningen die de lichtuitstraling met tenminste 90% reduceren;
  2. het gebruik van de gebouwen voor detailhandel, met uitzondering van detailhandel als niet zelfstandig onderdeel van het agrarisch bedrijf of als onderdeel van een ondergeschikte nevenactiviteit, mits deze activiteit beperkt blijft tot de verkoop van hoofdzakelijk ambachtelijke, agrarische en/of aan de agrarische sector gelieerde producten, inclusief de internethandel, in deze producten en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 60 m2.
9.5.2 Voorwaardelijke verplichting - Provincialeweg 81 Kornhorn
Het gebruik van de ligboxenstallen en overige bedrijfsgebouwen is toegestaan wanneer, voorafgaand aan de ingebruikname van de ligboxenstallen en overige bedrijfsgebouwen, de landschappelijke inpassing conform 
Bijlage 33 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' is aangelegd en in stand gehouden wordt.
9.5.3 Voorwaardelijke verplichting - Zuiderweg 10 Niekerk
Ter plaatse van Zuiderweg 10 te Niekerk dient de landschappelijke inpassing overeenkomstig Bijlage 9 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' binnen 1 jaar na de vaststelling van dit bestemmingsplan te zijn gerealiseerd en kwantitatief en kwalitatief in stand te worden gehouden.
9.5.4 Voorwaardelijke verplichting - Dijkstreek 6 Niekerk
Het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken ter plaatse van Dijkstreek 6 te Niekerk zonder de aanleg en instandhouding van het landschappelijk inpassingsplan conform het in Bijlage 10 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen plan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. In afwijking hiervan mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van twaalf maanden na het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 10 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen plan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

9.6 Afwijken van de gebruiksregels

9.6.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 9.1 ten behoeve van een boom- en/of sierkwekerij of fruitteeltbedrijf, indien en voor zover het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  2. artikel 9.1 ten behoeve van agrarisch verwante neventakken, zoals loonbedrijven, agrarische hulpbedrijven, kaasmakerijen, ijsmakerijen, veehandelsbedrijven, hooi- en stro-opslagbedrijven, zorgboerderijen, met dien verstande dat:
    1. de neventakken worden ondergebracht in bestaande bedrijfsgebouwen, dien ten behoeve daarvan mogen worden verbouwd;
    2. niet meer dan 200 m2 mag worden aangewend ten behoeve van de neventak (exclusief de kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen als bedoeld in artikel 9.1 onder j en de bed & breakfast als bedoeld in artikel 9.1 onder k);
  3. artikel 9.1 onder k ten behoeve van het gebruiken van de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen voor een bed & breakfast groter dan 50 m2, mits:
    1. de vloeroppervlakte ten behoeve van een bed & breakfast maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen op het perceel bedraagt met een maximum van 250 m2;
    2. het parkeren van de gasten van de bed & breakfast op eigen erf plaatsvindt;
    3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  4. artikel 9.1 ten behoeve van kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers, met dien verstande dat:
    1. de boerderijkamers in één bedrijfsgebouw worden ondergebracht, dat ten behoeve daarvan mag worden verbouwd;
    2. de oppervlakte per boerderijkamer niet meer bedraagt dan 50 m2;
    3. de gezamenlijke oppervlakte van de boerderijkamers niet meer bedraagt dan 250 m2;
    4. het aantal boerderijkamers niet meer bedraagt dan 10;
    5. de boerderijkamers een duidelijke ruimtelijke relatie hebben met het boerenbedrijf;
    6. permanente bewoning niet is toegestaan.
9.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

9.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van singels en lijnvormige houtopstanden uitgezonderd erfbeplanting;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    • het aanleggen van voederhagen;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  7. bij het aanleggen van voederhagen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
    • er mag per saldo geen afbreuk worden gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden. Dit is ter beoordeling van een bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • de aanleg past in een op basis van landschap, bodem en water als leidend principe vastgestelde gemeentelijke structuurvisie;
    • er dient een historische analyse en landschappelijke analyse te worden ingediend door de initiatiefnemer en akkoord worden bevonden door een bij de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • over de landschappelijke aanvaardbaarheid en de wijze van inpassing van de voederhaag advies wordt ingewonnen bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap en de nakoming van eventueel te stellen voorwaarden aan de landschappelijke inpassing worden geborgd in de voorwaarde bij de omgevingsvergunning.

9.8 Wijzigingsbevoegdheid

9.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen:
  1. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 4' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 1', 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2' of 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 3';
  2. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 4' wijzigen in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemming(en) en daarbij aanduidingen opnemen, indien het agrarische bedrijf is of wordt beëindigd dan wel geen sprake meer is van reële agrarische bedrijfsvoering;
  3. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 4' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Fruitteelt' of 'Agrarisch - Kwekerij', mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  4. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 4' wijzigen ten behoeve van bedrijven zoals genoemd in Bijlage 5, binnen opslag, sociale, culturele, kunstzinnige, medische, therapeutische, algemeen maatschappelijke en met het buitengebied samenhangende educatieve functies, mits de milieubelasting niet meer bedraagt dan die van een categorie 2-activiteit als bedoeld in Bijlage 6;
  5. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 4' wijzigen ten behoeve van hoveniersbedrijven, mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
  6. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 4' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij', de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' of de bestemming 'Sport - Manege', mits:
    1. uit een bedrijfsplan is gebleken dat de bestaande bebouwde oppervlakte niet toeneemt;
    2. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
    3. het bestemmingsvlak grenst aan een weg;
  7. de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 4' wijzigen ten behoeve van natuurontwikkeling, indien en voor zover het bedrijf is of wordt verplaatst ten behoeve van het (te realiseren) Natuur Netwerk Nederland;
  8. de aanduiding 'intensieve veehouderij' verwijderen indien en voor zover de intensieve veehouderijactiviteiten feitelijk zijn beëindigd en de locatie gelet op de ligging ten opzichte van omringende functies (zoals lintbebouwing, ecologische hoofdstructuur of Natura 2000-gebied) uit een oogpunt van milieu niet geschikt is voor een intensieve veehouderij;
  9. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' wordt aangebracht, met dien verstande dat:
    1. de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast indien een bedrijfswoning wordt bewoond door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, niet noodzakelijk is;
    2. medewerking alleen op voldoende onderbouwd verzoek van zowel de bewoner als de bedrijfsvoerder wordt overwogen;
    3. er ten minste sprake is van een reële agrarische bedrijfsvoering;
    4. er voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden, gemotiveerd vanuit de planologische maximale mogelijkheden voor het agrarisch bedrijf;
    5. na toekennen van de aanduiding geen medewerking wordt verleend voor nieuwe bedrijfswoningen bij het agrarische bedrijf;
    6. de bestaande functionele inrichting tussen het agrarisch bedrijf en de plattelandswoning uitgangspunt is om de visueel ruimtelijke impact tot een minimum te beperken en de visuele eenheid van het geheel zo goed mogelijk te waarborgen;
  10. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' wordt verwijderd, met dien verstande dat de naastgelegen agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en de aanduiding voor het bouwvlak ter plaatse is verwijderd dan wel de plattelandswoning opnieuw als agrarische bedrijfswoning in gebruik wordt genomen.
9.8.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 9.8.1 onder b genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;      
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
9.8.3 Voorwaarden wijziging in andere functie
Toepassing van de in artikel 9.8.1 onder d, e en f genoemde bevoegdheden vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de nieuwe functie moet plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing;
  2. de vrijgekomen bebouwing mag niet worden vergroot en er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, anders dan vervangende nieuwbouw;
  3. bij de nieuwe functie mag uitsluitend worden gewoond indien een voormalige bedrijfswoning aanwezig is; in dat geval mag de woonfunctie uitsluitend worden uitgeoefend in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte, waarbij geldt dat in totaal niet meer dan 1 woning aanwezig mag zijn;
  4. de landschappelijke kenmerken van het erf mogen niet worden aangetast;
  5. de karakteristiek van de bebouwing en het erf mogen niet worden aangetast;
  6. de verkeersinfrastructuur moet een toename van de nieuwe functie toelaten;
  7. de nieuwe functie mag niet leiden tot extra beperkingen van de exploitatie- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven, hetgeen dient te zijn aangetoond aan de hand van de van toepassing zijnde milieuregelgeving en de daarop gebaseerde jurisprudentie (omgekeerde werking);
  8. met de toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
9.8.4 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
9.8.5 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 10 Agrarisch - Fruitteelt

10.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Fruitteelt' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een fruitteeltbedrijf, met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en windturbines zijnde, tuinen, erven en gronden, met dien verstande dat:
  1. per bestemmingsvlak niet meer dan 1 fruitteeltbedrijf is toegestaan;
  2. bestaande glastuinbouwbedrijven zijn toegestaan;
  3. de gronden mede mogen worden gebruikt voor voederhagen;
  4. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  5. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  6. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een theetuin;
  7. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een landschappelijk ingepast kleinschalig kampeerterrein;
  8. de gebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (zoals een boerderijwinkel, een boerderijterras, een ontvangstruimte voor rondleidingen of lezingen) tot een oppervlakte van niet meer dan 120 m2;
  9. de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van een bed & breakfast met maximaal 2 kamers tot een oppervlakte van niet meer 30% van het bestaande vloeroppervlak van de gebouwen op het perceel, met een maximum van 50 m2;
  10. de gronden mede zijn bestemd voor een aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat:
    1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 70 m2;
    2. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke grondoppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen, binnen welke gebouwen de uitoefening dient plaats te vinden;
    3. de bepalingen onder 1 en 2 eveneens van toepassing zijn, indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden;
    4. buitenopslag is niet toegestaan;
    5. internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheden en zonder afhaalpunt is toegestaan;
  11. per bouwperceel niet meer dan 1 hobbymatige paardenbak en/of andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen voor eigen gebruik, zoals longeercirkels, paddocks en stap- en trainingsmolens, zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 800 m2, waarvoor geldt dat de afstand tot de woning van derden niet minder dan 25 m mag bedragen;
  12. parkeervoorzieningen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd.

10.2 Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch - Fruitteelt' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van een reëel agrarisch bedrijf worden gebouwd.
10.2.1 Gebouwen
Voor gebouwen gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de goothoogte mag niet meer dan 4,50 m bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  5. de bouwhoogte mag niet meer dan 14 m bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een grotere bouwhoogte aanwezig was, in welke geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  6. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreiding van dat gebouw;
  7. teeltondersteunende kassen mogen uitsluitend worden gebouwd indien en voor zover de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1.000 m2 en het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  8. de oppervlakte die mag worden aangewend voor glastuinbouwbedrijven mag niet meer bedragen dan het bestaand oppervlakte zoals aanwezig op 17 juni 2009;
  9. voorzieningen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing.
10.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal; 
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
 
10.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
10.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van (kunst)mestsilo's mag niet meer dan 18 m bedragen;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 10 m bedragen;
  3. voorzieningen ten behoeve van de opslag van (kunst)mest en teeltondersteunende voorzieningen worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  4. de bouwhoogte van omheiningen bij paardenbakken en andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen mag niet meer dan 1,80 m bedragen.

10.3 Nadere eisen

 
10.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
10.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

10.4 Afwijken van de bouwregels

10.4.1 Afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 10.2 aanhef en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning is of wordt verleend als bedoeld in artikel 10.6, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 10.6 genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de bouwregels;
  2. artikel 10.2.1 onder f ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  3. artikel 10.2.1 onder g ten behoeve van teeltondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000 m2, indien en voor zover:
    1. de gronden grenzen aan de bestemming 'Agrarisch;'
    2. de oppervlakte noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
    3. de nieuwe oppervlakte van de kassen voor ten minste 50% ondergeschikt is aan het bebouwde oppervlak dat aangewend wordt voor de agrarische bedrijfsactiviteiten;
    4. de situering van de kassen geen onevenredige afbreuk doet aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de (aangrenzende) gronden;
    5. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast;
  4. artikel 10.2.1 onder h ten behoeve van een uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven, mits:
    1. de uitbreiding maximaal 20% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing, zoals aanwezig op 17 juni 2009 betreft;
    2. in afwijking van het eerst lid kan voorzien worden in een uitbreiding van maximaal 50% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing zoals aanwezig op 17 juni 2009 als hiervoor de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur.
  5. artikel 10.2.1 onder i ten behoeve van sanitaire voorzieningen bij een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover:
    1. door de aanvrager is aangetoond dat daarvoor in de bestaande bebouwing geen mogelijkheden bestaan;
    2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2;
  6. artikel 10.2.2 onder a ten behoeve van een tweede bedrijfswoning, met dien verstande dat:
    1. een tweede bedrijfswoning noodzakelijk moet zijn in verband met:
      1. constant toezicht en verzorging van vee en;
      2. constant toezicht en onderhoud van apparatuur ter preventie van calamiteiten en/of onregelmatige werktijden, constante bereikbaarheid en organisatorische efficiency;
      welke noodzaak in elk geval niet aanwezig wordt geacht indien het bedrijf binnen 5 minuten (obstakelvrij) met de auto vanuit een kern bereikbaar is;
    2. de omvang van het bedrijf zodanig moet zijn dat sprake is van een volwaardig tweepersoonsbedrijf, waarvan sprake is als het volledige werkgelegenheid en (binnen afzienbare tijd) een aanvaardbaar inkomen biedt aan ten minste twee arbeidskrachten;
    3. op basis van een ondernemersplan, opgesteld door een agrarische adviesinstantie, aannemelijk moet zijn gemaakt dat het bedrijf de komende tien jaar als volwaardig tweepersoonsbedrijf blijft bestaan, waarbij wordt gekeken naar de bedrijfsopzet, het uitgezette pad voor bedrijfsovername, de gebouwen en stalcapaciteit, productierechten en leeftijd, opleiding en ervaring van beide arbeidskrachten;
    4. de tweede bedrijfswoning een duidelijke ruimtelijke relatie moet hebben met het agrarische bedrijf, waarvan geen sprake is bij een afstand van meer dan 25 m tussen de bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw.
10.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

10.5 Specifieke gebruiksregels

10.5.1 Strijdig gebruik
Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van de gebouwen voor detailhandel, met uitzonder van detailhandel als niet zelfstandig onderdeel van het agrarisch bedrijf of als onderdeel van een ondergeschikte nevenactiviteit, mits deze activiteit beperkt blijft tot de verkoop van hoofdzakelijk ambachtelijke, agrarische en/of aan de agrarische sector gelieerde producten, inclusief de internethandel in deze producten en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 60 m2.

10.6 Afwijken van de gebruiksregels

10.6.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 10.1 ten behoeve van agrarisch verwante neventakken, zoals loonbedrijven, agrarische hulpbedrijven, kaasmakerijen, ijsmakerijen, veehandelsbedrijven, hooi- en stro-opslagbedrijven, zorgboerderijen, met dien verstande dat:
    1. de neventakken worden ondergebracht in bestaande bedrijfsgebouwen, die ten behoeve daarvan mogen worden verbouwd;
    2. niet meer dan 200 m2 mag worden aangewend ten behoeve van de neventakken (exclusief de kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen als bedoeld in artikel 10.1 onder h en de bed & breakfast als bedoeld in artikel 10.1 onder i);
  2. artikel 10.1 onder i ten behoeve van het gebruiken van de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen voor een bed & breakfast groter dan 50 m2, mits:
    1. de bedrijfsvloeroppervlakte ten behoeve van een bed & breakfast maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen op het perceel bedraagt, met een maximum van 250 m2;
    2. het parkeren van de gasten van de bed & breakfast op eigen erf plaatsvindt;
    3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  3. artikel 10.1 ten behoeve van kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers, met dien verstande dat:
    1. de boerderijkamers in één bedrijfsgebouw worden ondergebracht, dat ten behoeve daarvan mag worden verbouwd;
    2. de oppervlakte per boerderijkamer niet meer bedraagt dan 50 m2;
    3. de gezamenlijke oppervlakte van de boerderijkamers niet meer bedraagt dan 250 m2;
    4. het aantal boerderijkamers niet meer bedraagt dan 10;
    5. de boerderijkamers een duidelijke ruimtelijke relatie hebben met het boerenbedrijf;
    6. permanente bewoning niet is toegestaan.
10.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

10.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van singels en lijnvormige houtopstanden uitgezonderd erfbeplanting;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    • het aanleggen van voederhagen; 
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  7. bij het aanleggen van voederhagen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
    1. er mag per saldo geen afbreuk worden gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden. Dit is ter beoordeling van een bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    2. de aanleg past in een op basis van landschap, bodem en water als leidend principe vastgestelde gemeentelijke structuurvisie;
    3. er dient een historische analyse en landschappelijke analyse te worden ingediend door de initiatiefnemer en akkoord worden bevonden door een bij de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    4. over de landschappelijke aanvaardbaarheid en de wijze van inpassing van de voederhaag advies wordt ingewonnen bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap en de nakoming van eventueel te stellen voorwaarden aan de landschappelijke inpassing worden geborgd in de voorwaarde bij de omgevingsvergunning.

10.8 Wijzigingsbevoegdheid

10.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch - Fruitteelt' wijzigen:
  1. in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemming(en) en daarbij aanduidingen opnemen, indien het agrarische bedrijf is of wordt beëindigd, dan wel geen sprake meer is van reële agrarische bedrijfsvoering;
  2. in een agrarische bedrijfsbestemming of de bestemming 'Agrarisch - Kwekerij' met dien verstande dat:
    1. sprake moet zijn van een volwaardig en toekomstgericht bedrijf, welke kwalificaties door middel van een bedrijfsplan aannemelijk moeten zijn gemaakt;
    2. het bestemmingsvlak moet grenzen aan de bestemming 'Agrarisch';  
  3. ten behoeve van bedrijven zoals genoemd in Bijlage 5 binnen opslag, sociale, culturele, kunstzinnige, medische, therapeutische, algemeen maatschappelijke en met het buitengebied samenhangende educatieve functies, mits de milieubelasting niet meer bedraagt dan die van een categorie 2-activiteit als bedoeld in Bijlage 6;
  4. ten behoeve van hoveniersbedrijven, mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
  5. in de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij', de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' of de bestemming 'Sport - Manege', mits:
    1. uit een bedrijfsplan is gebleken dat de bestaande bebouwde oppervlakte niet toeneemt;
    2. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
    3. het bestemmingsvlak grenst aan een weg;
  6. ten behoeve van natuurontwikkeling, indien en voor zover het bedrijf is of wordt verplaatst ten behoeve van het (te realiseren) Natuur Netwerk Nederland.
10.8.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 10.8.1 onder a genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;       
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
10.8.3 Voorwaarden wijziging andere functies
Toepassing van de in artikel 10.8.1 onder c, d en e genoemde bevoegdheden vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de nieuwe functie moet plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing;
  2. de vrijgekomen bebouwing mag niet worden vergroot en er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, anders dan vervangende nieuwbouw;
  3. bij de nieuwe functie mag uitsluitend worden gewoond indien een voormalige bedrijfswoning aanwezig is; in dat geval mag de woonfunctie uitsluitend worden uitgeoefend in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte, waarbij geldt dat in totaal niet meer dan 1 woning aanwezig mag zijn;
  4. de landschappelijke kenmerken van het erf mogen niet worden aangetast;
  5. de karakteristiek van de bebouwing en het erf mogen niet worden aangetast;
  6. de verkeersinfrastructuur moet een toename van de nieuwe functie toelaten;
  7. de nieuwe functie mag niet leiden tot extra beperkingen van de exploitatie- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven, hetgeen dient te zijn aangetoond aan de hand van de van toepassing zijnde milieuregelgeving en de daarop gebaseerde jurisprudentie (omgekeerde werking);
  8. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing
10.8.4 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3
10.8.5 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 11 Agrarisch - Kwekerij

11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Kwekerij' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een boom- en/of sierkwekerij, met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en geen windturbines zijnde, tuinen, erven en gronden, met dien verstande dat:
  1. per bestemmingsvlak niet meer dan 1 kwekerij is toegestaan;
  2. bestaande glastuinbouwbedrijven zijn toegestaan;
  3. de gronden mede mogen worden gebruikt voor voederhagen;
  4. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  5. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  6. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een theetuin;
  7. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een landschappelijk ingepast kleinschalig kampeerterrein;
  8. de gebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (zoals een boerderijwinkel, een boerderijterras, een ontvangstruimte voor rondleidingen of lezingen) tot een oppervlakte van niet meer dan 120 m2;
  9. de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van een bed & breakfast met maximaal 2 kamers tot een oppervlakte van niet meer 30% van het bestaande vloeroppervlak van de gebouwen op het perceel, met een maximum van 50 m2;
  10. de gronden mede zijn bestemd voor een aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat:
    1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 70 m2;
    2. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke grondoppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen, binnen welke gebouwen de uitoefening dient plaats te vinden;
    3. de bepalingen onder 1 en 2 eveneens van toepassing zijn, indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden;
    4. buitenopslag niet is toegestaan;
    5. internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheid en zonder afhaalpunt is toegestaan;
  11. per bouwperceel niet meer dan 1 hobbymatige paardenbak en/of andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen voor eigen gebruik, zoals longeercirkels, paddocks en stap- en trainingsmolens, zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 800 m2, waarvoor geldt dat de afstand tot de woning van derden niet minder dan 25 m mag bedragen;
  12. ter plaatse van de aanduiding 'bomenteelt uitgesloten' het kweken van bomen niet is toegestaan;
  13. een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning'.

11.2 Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch - Kwekerij' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van een reëel agrarisch bedrijf worden gebouwd.
11.2.1 Gebouwen
Voor gebouwen gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de goothoogte mag niet meer dan 4,50 m bedragen tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  5. de bouwhoogte mag niet meer dan 14 m bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een grotere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  6. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreiding van dat gebouw;
  7. teeltondersteunende kassen mogen uitsluitend worden gebouwd indien en voor zover de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1.000 m2 en het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  8. de oppervlakte die mag worden aangewend voor intensieve veehouderijen mag niet meer bedragen dan de oppervlakte die daarvoor werd aangewend tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  9. de oppervlakte die mag worden aangewend voor glastuinbouwbedrijven mag niet meer bedragen dan het bestaand oppervlakte zoals aanwezig op 17 juni 2009 met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak' de gezamenlijke oppervlakte het aangeven oppervlakte mag bedragen;
  10. in afwijking van het bepaalde onder a tot en met i is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bebouwing' geen bebouwing toegestaan;
  11. voorzieningen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing.
11.2.2 Bedrijfswoning
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
 
11.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
11.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van (kunst)mestsilo's mag niet meer dan 18 m bedragen;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 10 m bedragen;
  3. voorzieningen ten behoeve van de opslag van (kunst)mest en teeltondersteunende voorzieningen worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  4. de bouwhoogte van omheiningen bij paardenbakken en andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen mag niet meer dan 1,80 m bedragen.

11.3 Nadere eisen

 
11.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
11.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

11.4 Afwijken van de bouwregels

11.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 11.2 aanhef en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning is of wordt verleend als bedoeld in artikel 11.6, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 11.6 genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de bouwregels;
  2. artikel 11.2.1 onder d ten behoeve van een hogere goothoogte voor bedrijfsgebouwen, indien dit uit bedrijfseconomisch oogpunt gewenst is;
  3. artikel 11.2.1 onder f ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  4. artikel 11.2.1 onder g ten behoeve van teeltondersteunende kassen met een gezamenlijke oppervlakte van niet meer dan 2.000 m2, indien en voor zover:
    1. de gronden grenzen aan de bestemming 'Agrarisch;'
    2. de oppervlakte noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering;
    3. de nieuwe oppervlakte van de kassen voor ten minste 50% ondergeschikt is aan het bebouwde oppervlak dat aangewend wordt voor de agrarische bedrijfsactiviteiten;
    4. de situering van de kassen geen onevenredige afbreuk doet aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de (aangrenzende) gronden;
    5. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast;
  5. artikel 11.2.1 onder i ten behoeve van een uitbreiding van bestaande glastuinbouwbedrijven, mits:
    1. de uitbreiding maximaal 20% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing, zoals aanwezig op 17 juni 2009 betreft;
    2. in afwijking van het eerst lid kan voorzien worden in een uitbreiding van maximaal 50% van de bestaande totale oppervlakte van de bedrijfsbebouwing zoals aanwezig op 17 juni 2009 als hiervoor de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
  6. artikel 11.2.1 onder k ten behoeve van sanitaire voorzieningen bij een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover:
    1. door de aanvrager is aangetoond dat daarvoor in de bestaande bebouwing geen mogelijkheden bestaan;
    2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2;
  7. artikel 11.2.2 onder a ten behoeve van een tweede bedrijfswoning, met dien verstande dat:
    1. een tweede bedrijfswoning noodzakelijk moet zijn in verband met:
      1. constant toezicht en verzorging van vee en;
      2. constant toezicht en onderhoud van apparatuur ter preventie van calamiteiten en/of onregelmatige werktijden, constante bereikbaarheid en organisatorische efficiency;
      welke noodzaak in elk geval niet aanwezig wordt geacht indien het bedrijf binnen 5 minuten (obstakelvrij) met de auto vanuit een kern bereikbaar is;
    2. de omvang van het bedrijf zodanig moet zijn dat sprake is van een volwaardig tweepersoonsbedrijf, waarvan sprake is als het volledige werkgelegenheid en (binnen afzienbare tijd) een aanvaardbaar inkomen biedt aan ten minste twee arbeidskrachten;
    3. op basis van een ondernemersplan, opgesteld door een agrarische adviesinstantie, aannemelijk moet zijn gemaakt dat het bedrijf de komende tien jaar als volwaardig tweepersoonsbedrijf blijft bestaan, waarbij wordt gekeken naar de bedrijfsopzet, het uitgezette pad voor bedrijfsovername, de gebouwen en stalcapaciteit, productierechten en leeftijd, opleiding en ervaring van beide arbeidskrachten;
    4. de tweede bedrijfswoning een duidelijke ruimtelijke relatie moet hebben met het agrarische bedrijf, waarvan geen sprake is bij een afstand van meer dan 25 m tussen de bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw.
11.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

11.5 Specifieke gebruiksregels

 
11.5.1 Strijdig gebruik
Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van de gebouwen voor detailhandel, met uitzondering van detailhandel als niet zelfstandig onderdeel van het agrarisch bedrijf of als onderdeel van een ondergeschikte nevenactiviteit, mits deze activiteit beperkt blijft tot de verkoop van hoofdzakelijk ambachtelijke, agrarische en/of aan de agrarische sector gelieerde producten, inclusief de internethandel in deze producten en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 60 m2.
11.5.2 Voorwaardelijke verplichting - Halbe Wiersemaweg 2b Niebert
Onder een strijdig gebruik met de bestemming ter plaatse van Halbe Wiersemaweg 2b wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gebouwen voor de uitoefening van een boom- en/of sierkwekerij tenzij binnen 2 jaar na onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de gronden overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan als opgenomen in Bijlage 11  en Bijlage 11a van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' zijn ingericht en vervolgens in stand wordt gehouden.

11.6 Afwijken van de gebruiksregels

11.6.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 11.1 ten behoeve van een fruitteeltbedrijf, indien en voor zover het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch'; 
  2. artikel 11.1 ten behoeve van agrarisch verwante neventakken, zoals loonbedrijven, agrarische hulpbedrijven, kaasmakerijen, ijsmakerijen, veehandelsbedrijven, hooi- en stro-opslagbedrijven, zorgboerderijen, met dien verstande dat:
    1. de neventakken worden ondergebracht in bestaande bedrijfsgebouwen, die ten behoeve daarvan mogen worden verbouwd;
    2. niet meer dan 200 mmag worden aangewend ten behoeve van de neventakken (exclusief de kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen als bedoeld in artikel 11.1 onder h en de bed & breakfast als bedoeld in artikel 11.1 onder i);
  3. artikel 11.1 onder i ten behoeve van het gebruiken van de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen voor een bed & breakfast groter dan 50 m2, mits:
    1. de vloeroppervlakte ten behoeve van een bed & breakfast maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen op het perceel bedraagt, met een maximum van 250 m2;
    2. het parkeren van de gasten van de bed & breakfast op eigen erf plaatsvindt;
    3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  4. artikel 11.1 ten behoeve van kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers, met dien verstande dat:
    1. de boerderijkamers in één bedrijfsgebouw worden ondergebracht, dat ten behoeve daarvan mag worden verbouwd;
    2. de oppervlakte per boerderijkamer niet meer bedraagt dan 50 m2;
    3. de gezamenlijke oppervlakte van de boerderijkamers niet meer bedraagt dan 250 m2;
    4. het aantal boerderijkamers niet meer bedraagt dan 10;
    5. de boerderijkamers een duidelijke ruimtelijke relatie hebben met het boerenbedrijf;
    6. permanente bewoning niet is toegestaan.
11.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

11.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oppervlakte verharding meer dan 200 m2;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van singels en lijnvormige houtopstanden uitgezonderd erfbeplanting;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    • het aanleggen van voederhagen;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  7. bij het aanleggen van voederhagen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
    • er mag per saldo geen afbreuk worden gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden. Dit is ter beoordeling van een bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • de aanleg past in een op basis van landschap, bodem en water als leidend principe vastgestelde gemeentelijke structuurvisie;
    • er dient een historische analyse en landschappelijke analyse te worden ingediend door de initiatiefnemer en akkoord worden bevonden door een bij de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • over de landschappelijke aanvaardbaarheid en de wijze van inpassing van de voederhaag advies wordt ingewonnen bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap en de nakoming van eventueel te stellen voorwaarden aan de landschappelijke inpassing worden geborgd in de voorwaarde bij de omgevingsvergunning.

11.8 Wijzigingsbevoegdheid

11.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch - Kwekerij' wijzigen:
  1. in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemming(en) en daarbij aanduidingen opnemen, indien het agrarische bedrijf is of wordt beëindigd, dan wel geen sprake meer is van reële agrarische bedrijfsvoering;
  2. in een agrarische bedrijfsbestemming of de bestemming 'Agrarisch - Fruitteelt' met dien verstande dat:
    1. sprake moet zijn van een volwaardig en toekomstgericht bedrijf, welke kwalificaties door middel van een bedrijfsplan aannemelijk moeten zijn gemaakt;
    2. het bestemmingsvlak moet grenzen aan de bestemming 'Agrarisch';  
  3. ten behoeve van bedrijven zoals genoemd in Bijlage 5 binnen opslag, sociale, culturele, kunstzinnige, medische, therapeutische, algemeen maatschappelijke en met het buitengebied samenhangende educatieve functies, mits de milieubelasting niet meer bedraagt dan die van een categorie 2-activiteit als bedoeld in Bijlage 6;
  4. ten behoeve van hoveniersbedrijven, mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
  5. in de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij', de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' of de bestemming 'Sport - Manege', mits:
    1. uit een bedrijfsplan is gebleken dat de bestaande bebouwde oppervlakte niet toeneemt;
    2. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
    3. het bestemmingsvlak grenst aan een weg;
  6. ten behoeve van natuurontwikkeling, indien en voor zover het bedrijf is of wordt verplaatst ten behoeve van het (te realiseren) Natuur Netwerk Nederland;
  7. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' wordt aangebracht, met dien verstande dat:
    1. de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast indien een bedrijfswoning wordt bewoond door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, niet noodzakelijk is;
    2. medewerking alleen op voldoende onderbouwd verzoek van zowel de bewoner als de bedrijfsvoerder wordt overwogen;
    3. er ten minste sprake is van een reële agrarische bedrijfsvoering;
    4. er voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden, gemotiveerd vanuit de planologische maximale mogelijkheden voor het agrarisch bedrijf;
    5. na toekennen van de aanduiding geen medewerking wordt verleend voor nieuwe bedrijfswoningen bij het agrarische bedrijf;
    6. de bestaande functionele inrichting tussen het agrarisch bedrijf en de plattelandswoning uitgangspunt is om de visueel ruimtelijke impact tot een minimum te beperken en de visuele eenheid van het geheel zo goed mogelijk te waarborgen;
  8. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' wordt verwijderd, met dien verstande dat de naastgelegen agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en de aanduiding voor het bouwvlak ter plaatse is verwijderd dan wel de plattelandswoning opnieuw als agrarische bedrijfswoning in gebruik wordt genomen.
11.8.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 11.8.1 onder a genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;      
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
11.8.3 Voorwaarden wijziging andere functies
Toepassing van de in artikel 11.8.1 onder c, d en e genoemde bevoegdheden vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de nieuwe functie moet plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing;
  2. de vrijgekomen bebouwing mag niet worden vergroot en er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, anders dan vervangende nieuwbouw;
  3. bij de nieuwe functie mag uitsluitend worden gewoond indien een voormalige bedrijfswoning aanwezig is; in dat geval mag de woonfunctie uitsluitend worden uitgeoefend in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte, waarbij geldt dat in totaal niet meer dan 1 woning aanwezig mag zijn;
  4. de landschappelijke kenmerken van het erf mogen niet worden aangetast;
  5. de karakteristiek van de bebouwing en het erf mogen niet worden aangetast;
  6. de verkeersinfrastructuur moet een toename van de nieuwe functie toelaten;
  7. de nieuwe functie mag niet leiden tot extra beperkingen van de exploitatie- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven, hetgeen dient te zijn aangetoond aan de hand van de van toepassing zijnde milieuregelgeving en de daarop gebaseerde jurisprudentie (omgekeerde werking);
  8. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
11.8.4 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
11.8.5 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 12 Agrarisch - Paardenhouderij

12.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Paardenhouderij' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een gebruiksgerichte paardenhouderij, waaronder begrepen de stalling van pensionpaarden, met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde - waaronder begrepen paardenbakken en andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen - tuinen, erven en gronden, met dien verstande dat:
  1. per bestemmingsvlak niet meer dan 1 paardenhouderij is toegestaan;
  2. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  3. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  4. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een theetuin;
  5. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een landschappelijk ingepast kleinschalig kampeerterrein;
  6. de gebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (zoals een boerderijwinkel, een boerderijterras, een ontvangstruimte voor rondleidingen of lezingen) tot een oppervlakte van niet meer dan 120 m2;
  7. de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van een bed & breakfast met maximaal 2 kamers tot een oppervlakte van niet meer 30% van het bestaande vloeroppervlak van de gebouwen op het perceel, met een maximum van 50 m2;
  8. de gronden mede zijn bestemd voor een aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat:
    1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 70 m2;
    2. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke grondoppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen, binnen welke gebouwen de uitoefening dient plaats te vinden;
    3. de bepalingen onder 1 en 2 eveneens van toepassing zijn, indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden;
    4. buitenopslag niet is toegestaan;
    5. internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheid of zonder afhaalpunt is toegestaan;
  9. ter plaatse van de aanduiding 'zwembad' een zwemschool is toegestaan;
  10. op het perceel Oudewijk 2 te Zevenhuizen kleinschalige manegeactiviteiten als ondergeschikt zijn toegestaan;
  11. op het perceel Pasop 6 te Midwolde tevens een dierenartsenpraktijk aanwezig is.

12.2 Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch - Paardenhouderij' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van een reëel agrarisch bedrijf worden gebouwd.
12.2.1 Gebouwen
Voor gebouwen gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de afstand tot de perceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen;
  5. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m, tenzij op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  6. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m, tenzij op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  7. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  8. de oppervlakte die mag worden aangewend voor paardenhouderijen mag niet meer bedragen dan de oppervlakte die daarvoor werd aangewend tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 en legaal tot stand is gekomen;
  9. voorzieningen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing.
12.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
 
12.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
12.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer dan 6 m bedragen;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 2,50 m bedragen;
  3. de bouwhoogte van omheiningen bij paardenbakken en andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen mag niet meer dan 1,80 m bedragen.

12.3 Nadere eisen

12.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
12.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

12.4 Afwijken van de bouwregels

12.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van bepaalde in:
  1. artikel 12.2 aanhef en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning is of wordt verleend als bedoeld in artikel 12.6.1, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 12.6.1 genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de bouwregels;
  2. artikel 12.2.1 onder g ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast.
  3. artikel 12.2.1 onder h ten behoeve van een grotere maximale oppervlakte, indien en voor zover de uitbreiding niet meer mag bedragen dan 20% van de bestaande bebouwde bedrijfsvloeroppervlakte;
  4. artikel 12.2.1 onder i ten behoeve van sanitaire voorzieningen bij een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover:
    1. door de aanvrager is aangetoond dat daarvoor in de bestaande bebouwing geen mogelijkheden bestaan;
    2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2;
  5. artikel 12.2.2 onder a ten behoeve van een tweede bedrijfswoning, met dien verstande dat:
    1. een tweede bedrijfswoning noodzakelijk moet zijn in verband met:
      1. constant toezicht en verzorging van vee en;
      2. constant toezicht en onderhoud van apparatuur ter preventie van calamiteiten en/of onregelmatige werktijden, constante bereikbaarheid en organisatorische efficiency;
      welke noodzaak in elk geval niet aanwezig wordt geacht indien het bedrijf binnen 5 minuten (obstakelvrij) met de auto vanuit een kern bereikbaar is;
    2. de omvang van het bedrijf zodanig moet zijn dat sprake is van een volwaardig tweepersoonsbedrijf, waarvan sprake is als het volledige werkgelegenheid en (binnen afzienbare tijd) een aanvaardbaar inkomen biedt aan ten minste twee arbeidskrachten;
    3. op basis van een ondernemersplan, opgesteld door een agrarische adviesinstantie, aannemelijk moet zijn gemaakt dat het bedrijf de komende tien jaar als volwaardig tweepersoonsbedrijf blijft bestaan, waarbij wordt gekeken naar de bedrijfsopzet, het uitgezette pad voor bedrijfsovername, de gebouwen en stalcapaciteit, productierechten en leeftijd, opleiding en ervaring van beide arbeidskrachten;
    4. de tweede bedrijfswoning een duidelijke ruimtelijke relatie moet hebben met het agrarische bedrijf, waarvan geen sprake is bij een afstand van meer dan 25 m tussen de bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw.
12.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

12.5 Specifieke gebruiksregels

12.5.1 Strijdig gebruik
Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van (ligboxen)stallen, waarvoor de bouwaanvraag is getoetst aan dit bestemmingsplan, indien de lichtsterkte meer dan 150 lux bedraagt, dan wel de stal tussen 20.00 uur en 6.00 uur niet is voorzien van voorzieningen die de lichtuitstraling met ten minste 90% reduceren;
  2. het gebruik van gebouwen voor detailhandel, met uitzondering van detailhandel als niet zelfstandig onderdeel van het agrarisch bedrijf of als onderdeel van een ondergeschikte nevenactiviteit, mits deze activiteit beperkt blijft tot de verkoop van hoofdzakelijk ambachtelijke, agrarische en/of aan de agrarische sector gelieerde producten, inclusief de internethandel in deze producten en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 60 m2.
12.5.2 Voorwaardelijke verplichting - Bosweg 2 Opende
  1. tot een met de bestemming strijdig gebruik ter plaatse van Bosweg 2 te Opende wordt in elk geval gerekend:
    1. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 12.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 12 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijk inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
    2. het bouwen van de woning in afwijking van de positionering van de woning zoals opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan (zie Bijlage 12 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier');
  2. in afwijking van het bepaalde onder a sub 1 mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de artikel 12.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van 12 maanden na het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals weergegeven en beschreven in het inpassingsplan (Bijlage 12 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier'), teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
  3. het gebruik voor wonen overeenkomstig de in artikel 12.1 opgenomen bestemmingsomschrijving ter plaatse van Bosweg 2 te Opende is uitsluitend toegestaan nadat alle voormalige bedrijfsbebouwing is gesloopt dan wel verwijderd in overeenstemming met het in Bijlage 12 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen inpassingsplan.

12.6 Afwijken van de gebruiksregels

 
12.6.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 12.1 ten behoeve van agrarisch verwante neventakken, zoals loonbedrijven, agrarische hulpbedrijven, kaasmakerijen, ijsmakerijen, veehandelsbedrijven, hooi- en stro-opslagbedrijven, zorgboerderijen, met dien verstande dat:
    1. de neventakken worden ondergebracht in bestaande bedrijfsgebouwen, die ten behoeve daarvan mogen worden verbouwd;
    2. niet meer dan 200 m2 mag worden aangewend ten behoeve van de neventakken (exclusief de kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen als bedoeld in artikel 12.1 onder f en de bed & breakfast als bedoeld in artikel 12.1 onder g)
  2. artikel 12.1 onder g ten behoeve van het gebruiken van de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen voor een bed & breakfast groter dan 50 m2, mits:
    1. de bedrijfsvloeroppervlakte ten behoeve van een bed & breakfast maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen op het perceel bedraagt, met een maximum van 250 m2;
    2. het parkeren van de gasten van de bed & breakfast op eigen erf plaatsvindt;
    3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  3. artikel 12.1 ten behoeve van kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers, met dien verstande dat:
    1. de boerderijkamers in één bedrijfsgebouw worden ondergebracht, dat ten behoeve daarvan mag worden verbouwd;
    2. de oppervlakte per boerderijkamer niet meer bedraagt dan 50 m2;
    3. de gezamenlijke oppervlakte van de boerderijkamers niet meer bedraagt dan 250 m2;
    4. het aantal boerderijkamers niet meer bedraagt dan 10;
    5. de boerderijkamers een duidelijke ruimtelijke relatie hebben met het boerenbedrijf;
    6. permanente bewoning niet is toegestaan.
12.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

12.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oppervlakte verharding meer dan 200 m2;
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

12.8 Wijzigingsbevoegdheid

12.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen:
  1. de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' wijzigen in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemming(en), indien het bedrijf is of wordt beëindigd, dan wel geen sprake meer is van reële bedrijfsvoering;
  2. de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' wijzigen in een nieuw agrarisch bouwperceel, indien en voor zover:
    1. er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf dat verplaatst wordt;
    2. wijziging plaatsvindt ten behoeve van de uitplaatsing van een bestaand bedrijf uit het Natuurnetwerk Nederland in de provincie of omdat de bestaande bedrijfsvoering aantoonbaar niet kan voldoen aan actuele wettelijke milieuhygiënische normen of omdat de bedrijfsvoering op de oorspronkelijke vestigingslocatie aantoonbaar ernstige overlast veroorzaakt, die niet op een andere manier kan worden tegengegaan of vanwege een actuele stedelijke ontwikkeling, of aanleg van infrastructuur binnen de provincie Groningen, dan wel het Besluit externe veiligheid buisleidingen continuering van de bedrijfsvoering in de weg staat, of op basis van een door Gedeputeerde Staten vastgestelde specifieke taakstelling tot inplaatsing van agrarische bedrijven, mits:
      1. in de plantoelichting is gemotiveerd dat redelijkerwijs geen gebruik kan worden gemaakt van een bestaand agrarisch bouwperceel gelegen in de nabijheid van de bij het bedrijf in gebruik zijnde gronden;
      2. is verzekerd dat het bestemmingsvlak van waaruit de verplaatsing plaatsvindt niet opnieuw kan worden gebruikt ten behoeve van een agrarisch bedrijf;
      3. de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie Groningen werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
    3. aan de omvang, situering en vormgeving van het nieuwe agrarische bouwperceel bedoeld in het eerste lid een erfinrichtingsplan ten grondslag ligt, waarbij in ieder geval rekening is gehouden met achtereenvolgens:
      1. de historisch gegroeide landschapsstructuur;
      2. de afstand tot andere ruimtelijke elementen;
      3. de evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
      5. de nachtelijke lichtuitstraling;
      6. het uitgangspunt dat voor de bedrijfsvoering ontsierende opstallen, met uitzondering van monumentale of karakteristieke gebouwen, op de verlaten bouwpercelen worden.
    4. het nieuwe agrarisch bouwperceel bedoeld in het eerste lid kan niet groter zijn dan 2 hectare;
    5. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  3. de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' wijzigen ten behoeve van bedrijven zoals genoemd in Bijlage 5, binnen opslag, sociale, culturele, kunstzinnige, medische, therapeutische, algemeen maatschappelijke en met het buitengebied samenhangende educatieve functies, mits de milieubelasting niet meer bedraagt dan die van een categorie 2-activiteit als bedoeld in Bijlage 6;
  4. de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' wijzigen ten behoeve van hoveniersbedrijven, mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
  5. de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' wijzigen in de bestemming een manegebestemming, mits:
    1. uit een bedrijfsplan is gebleken dat de bestaande bebouwde oppervlakte niet toeneemt;
    2. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
    3. het bestemmingsvlak grenst aan een weg;
  6. de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' wijzigen ten behoeve van natuurontwikkeling, indien en voor zover het bedrijf is of wordt verplaatst ten behoeve van het (te realiseren) Natuur Netwerk Nederland;
  7. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' wordt aangebracht, met dien verstande dat:
    1. de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast indien een bedrijfswoning wordt bewoond door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, niet noodzakelijk is;
    2. medewerking alleen op voldoende onderbouwd verzoek van zowel de bewoner als de bedrijfsvoerder wordt overwogen;
    3. er ten minste sprake is van een reële agrarische bedrijfsvoering;
    4. er voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden, gemotiveerd vanuit de planologische maximale mogelijkheden voor het agrarisch bedrijf;
    5. na toekennen van de aanduiding geen medewerking wordt verleend voor nieuwe bedrijfswoningen bij het agrarische bedrijf;
    6. de bestaande functionele inrichting tussen het agrarisch bedrijf en de plattelandswoning uitgangspunt is om de visueel ruimtelijke impact tot een minimum te beperken en de visuele eenheid van het geheel zo goed mogelijk te waarborgen;
  8. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' wordt verwijderd, met dien verstande dat de naastgelegen agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en de aanduiding voor het bouwvlak ter plaatse is verwijderd dan wel de plattelandswoning opnieuw als agrarische bedrijfswoning in gebruik wordt genomen.
12.8.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 12.8.1 onder a genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;      
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
12.8.3 Voorwaarden wijziging andere functies
Toepassing van de in artikel 12.8.1 onder c, d en e genoemde bevoegdheden vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de nieuwe functie moet plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing;
  2. de vrijgekomen bebouwing mag niet worden vergroot en er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, anders dan vervangende nieuwbouw;
  3. bij de nieuwe functie mag uitsluitend worden gewoond indien een voormalige bedrijfswoning aanwezig is; in dat geval mag de woonfunctie uitsluitend worden uitgeoefend in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte, waarbij geldt dat in totaal niet meer dan 1 woning aanwezig mag zijn;
  4. de landschappelijke kenmerken van het erf mogen niet worden aangetast;
  5. de karakteristiek van de bebouwing en het erf mogen niet worden aangetast;
  6. de verkeersinfrastructuur moet een toename van de nieuwe functie toelaten;
  7. de nieuwe functie mag niet leiden tot extra beperkingen van de exploitatie- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven, hetgeen dient te zijn aangetoond aan de hand van de van toepassing zijnde milieuregelgeving en de daarop gebaseerde jurisprudentie (omgekeerde werking);
  8. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
12.8.4 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
12.8.5 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 13 Agrarisch - Paardenhouderij 2

13.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een productiegerichte paardenhouderij, met in ondergeschikte mate een gebruiksgerichte paardenhouderij, met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde - waaronder begrepen paardenbakken en andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen - tuinen, erven en gronden, met dien verstande dat:
  1. per bestemmingsvlak niet meer dan 1 paardenhouderij is toegestaan;
  2. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  3. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  4. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een theetuin;
  5. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een landschappelijk ingepast kleinschalig kampeerterrein;
  6. de gebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (zoals een boerderijwinkel, een boerderijterras, een ontvangstruimte voor rondleidingen of lezingen) tot een oppervlakte van niet meer dan 120 m2;
  7. de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van een bed & breakfast met maximaal 2 kamers tot een oppervlakte van niet meer 30% van het bestaande vloeroppervlak van de gebouwen op het perceel, met een maximum van 50 m2;
  8. de gronden mede zijn bestemd voor een aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat:
    1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 70 m2;
    2. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke grondoppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen, binnen welke gebouwen de uitoefening dient plaats te vinden;
    3. de bepalingen onder 1 en 2 eveneens van toepassing zijn, indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden
    4. buitenopslag niet is toegestaan;
    5. internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheid of zonder afhaalpunt is toegestaan;
  9. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - ondergeschikte dagbesteding' de gronden mede zijn bestemd voor een ondergeschikte dagbesteding;
  10. ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' de gronden mede zijn bestemd voor een zorgboerderij;
  11. ter plaatse van de aanduiding 'manege' de gronden mede zijn bestemd voor een manege.

13.2 Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van een reëel agrarisch bedrijf worden gebouwd.
13.2.1 Gebouwen
Voor gebouwen gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de afstand tot de perceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen;
  5. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  6. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m, tenzij op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  7. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  8. de oppervlakte die mag worden aangewend voor paardenhouderijen mag niet meer bedragen dan de oppervlakte die daarvoor werd aangewend tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 en legaal tot stand is gekomen;
  9. voorzieningen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing.
13.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
 
13.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
13.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer dan 6 m bedragen;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 2,50 m bedragen;
  3. de bouwhoogte van omheiningen bij paardenbakken en andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen mag niet meer dan 1,80 m bedragen.

13.3 Nadere eisen

13.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
13.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

13.4 Afwijken van de bouwregels

13.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van bepaalde in:
  1. artikel 13.2 aanhef en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning is of wordt verleend als bedoeld in artikel 13.6, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 13.6 genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de bouwregels;
  2. artikel 13.2.1 onder g ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast.
  3. artikel 13.2.1 onder h ten behoeve van een grotere maximale oppervlakte, indien en voor zover de uitbreiding niet meer mag bedragen dan 20% van de bestaande bebouwde bedrijfsvloeroppervlakte;
  4. artikel 13.2.1 onder i ten behoeve van sanitaire voorzieningen bij een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover:
    1. door de aanvrager is aangetoond dat daarvoor in de bestaande bebouwing geen mogelijkheden bestaan;
    2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2;
  5. artikel 13.2.2 onder a ten behoeve van een tweede bedrijfswoning, met dien verstande dat:
    1. een tweede bedrijfswoning noodzakelijk moet zijn in verband met:
      1. constant toezicht en verzorging van vee en;
      2. constant toezicht en onderhoud van apparatuur ter preventie van calamiteiten en/of onregelmatige werktijden, constante bereikbaarheid en organisatorische efficiency;
      welke noodzaak in elk geval niet aanwezig wordt geacht indien het bedrijf binnen 5 minuten (obstakelvrij) met de auto vanuit een kern bereikbaar is;
    2. de omvang van het bedrijf zodanig moet zijn dat sprake is van een volwaardig tweepersoonsbedrijf, waarvan sprake is als het volledige werkgelegenheid en (binnen afzienbare tijd) een aanvaardbaar inkomen biedt aan ten minste twee arbeidskrachten;
    3. op basis van een ondernemersplan, opgesteld door een agrarische adviesinstantie, aannemelijk moet zijn gemaakt dat het bedrijf de komende tien jaar als volwaardig tweepersoonsbedrijf blijft bestaan, waarbij wordt gekeken naar de bedrijfsopzet, het uitgezette pad voor bedrijfsovername, de gebouwen en stalcapaciteit, productierechten en leeftijd, opleiding en ervaring van beide arbeidskrachten;
    4. de tweede bedrijfswoning een duidelijke ruimtelijke relatie moet hebben met het agrarische bedrijf, waarvan geen sprake is bij een afstand van meer dan 25 m tussen de bedrijfswoning en een bedrijfsgebouw;
13.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

13.5 Specifieke gebruiksregels

13.5.1 Strijdig gebruik
Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van (ligboxen)stallen, waarvoor de bouwaanvraag is getoetst aan dit bestemmingsplan, indien de lichtsterkte meer dan 150 lux bedraagt, dan wel de stal tussen 20.00 uur en 6.00 uur niet is voorzien van voorzieningen die de lichtuitstraling met ten minste 90% reduceren;
  2. het gebruik van gebouwen voor detailhandel, met uitzondering van detailhandel als niet zelfstandig onderdeel van het agrarisch bedrijf of als onderdeel van een ondergeschikte nevenactiviteit, mits deze activiteit beperkt blijft tot de verkoop van hoofdzakelijk ambachtelijke, agrarische en/of aan de agrarische sector gelieerde producten, inclusief de internethandel in deze producten en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 60 m2.
13.5.2 Voorwaardelijke verplichting - Lindsterlaan 51 De Wilp
Ter plaatse van Lindsterlaan 51 te De Wilp dient de landschappelijke inpassing overeenkomstig Bijlage 13 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' binnen 1 jaar na de vaststelling van voornoemd bestemmingsplan te zijn gerealiseerd en kwantitatief en kwalitatief in stand te worden gehouden.

13.6 Afwijken van de gebruiksregels

 
13.6.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 13.1 ten behoeve van agrarisch verwante neventakken, zoals loonbedrijven, agrarische hulpbedrijven, kaasmakerijen, ijsmakerijen, veehandelsbedrijven, hooi- en stro-opslagbedrijven, zorgboerderijen, met dien verstande dat:
    1. de neventakken worden ondergebracht in bestaande bedrijfsgebouwen, die ten behoeve daarvan mogen worden verbouwd;
    2. niet meer dan 200 m2 mag worden aangewend ten behoeve van de neventakken (exclusief de kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen als bedoeld in artikel 13.1 onder f en de bed & breakfast als bedoeld in artikel 13.1 onder g);
  2. artikel 13.1 onder g ten behoeve van het gebruiken van de bedrijfswoning of een plattelandswoning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - plattelandswoning' en/of de daarbij behorende bijgebouwen voor een bed & breakfast groter dan 50 m2, mits:
    1. de bedrijfsvloeroppervlakte ten behoeve van een bed & breakfast maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen op het perceel bedraagt, met een maximum van 250 m2;
    2. het parkeren van de gasten van de bed & breakfast op eigen erf plaatsvindt;
    3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  3. artikel 13.1 ten behoeve van kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers, met dien verstande dat:
    1. de boerderijkamers in één bedrijfsgebouw worden ondergebracht, dat ten behoeve daarvan mag worden verbouwd;
    2. de oppervlakte per boerderijkamer niet meer bedraagt dan 50 m2;
    3. de gezamenlijke oppervlakte van de boerderijkamers niet meer bedraagt dan 250 m2;
    4. het aantal boerderijkamers niet meer bedraagt dan 10;
    5. de boerderijkamers een duidelijke ruimtelijke relatie hebben met het boerenbedrijf;
    6. permanente bewoning niet is toegestaan.
13.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

13.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oppervlakte verharding meer dan 200 m2;
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

13.8 Wijzigingsbevoegdheid

13.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen:
  1. de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' wijzigen in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemming(en), indien het bedrijf is of wordt beëindigd, dan wel geen sprake meer is van reële bedrijfsvoering;
  2. de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' wijzigen in een nieuw agrarisch bouwperceel, indien en voor zover:
    1. er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf dat verplaatst wordt;
    2. wijziging plaatsvindt ten behoeve van de uitplaatsing van een bestaand bedrijf uit het Natuurnetwerk Nederland in de provincie of omdat de bestaande bedrijfsvoering aantoonbaar niet kan voldoen aan actuele wettelijke milieuhygiënische normen of omdat de bedrijfsvoering op de oorspronkelijke vestigingslocatie aantoonbaar ernstige overlast veroorzaakt, die niet op een andere manier kan worden tegengegaan of vanwege een actuele stedelijke ontwikkeling, of aanleg van infrastructuur binnen de provincie Groningen, dan wel het Besluit externe veiligheid buisleidingen continuering van de bedrijfsvoering in de weg staat, of op basis van een door Gedeputeerde Staten vastgestelde specifieke taakstelling tot inplaatsing van agrarische bedrijven, mits:
      1. in de plantoelichting is gemotiveerd dat redelijkerwijs geen gebruik kan worden gemaakt van een bestaand agrarisch bouwperceel gelegen in de nabijheid van de bij het bedrijf in gebruik zijnde gronden;
      2. is verzekerd dat het bestemmingsvlak van waaruit de verplaatsing plaatsvindt niet opnieuw kan worden gebruikt ten behoeve van een agrarisch bedrijf;
      3. de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie Groningen werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
    3. aan de omvang, situering en vormgeving van het nieuwe agrarische bouwperceel bedoeld in het eerste lid een erfinrichtingsplan ten grondslag ligt, waarbij in ieder geval rekening is gehouden met achtereenvolgens:
      1. de historisch gegroeide landschapsstructuur;
      2. de afstand tot andere ruimtelijke elementen;
      3. de evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
      5. de nachtelijke lichtuitstraling;
      6. het uitgangspunt dat voor de bedrijfsvoering ontsierende opstallen, met uitzondering van monumentale of karakteristieke gebouwen, op de verlaten bouwpercelen worden.
    4. het nieuwe agrarisch bouwperceel bedoeld in het eerste lid kan niet groter zijn dan 2 hectare;
    5. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  3. de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' wijzigen ten behoeve van bedrijven zoals genoemd in Bijlage 5, binnen opslag, sociale, culturele, kunstzinnige, medische, therapeutische, algemeen maatschappelijke en met het buitengebied samenhangende educatieve functies, mits de milieubelasting niet meer bedraagt dan die van een categorie 2-activiteit als bedoeld in Bijlage 6;
  4. de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' wijzigen ten behoeve van hoveniersbedrijven, mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
  5. de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' wijzigen in de bestemming een manegebestemming, mits:
    1. uit een bedrijfsplan is gebleken dat de bestaande bebouwde oppervlakte niet toeneemt;
    2. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
    3. het bestemmingsvlak grenst aan een weg;
  6. de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' wijzigen ten behoeve van natuurontwikkeling, indien en voor zover het bedrijf is of wordt verplaatst ten behoeve van het (te realiseren) Natuur Netwerk Nederland;
  7. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' wordt aangebracht, met dien verstande dat:
    1. de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast indien een bedrijfswoning wordt bewoond door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, niet noodzakelijk is;
    2. medewerking alleen op voldoende onderbouwd verzoek van zowel de bewoner als de bedrijfsvoerder wordt overwogen;
    3. er ten minste sprake is van een reële agrarische bedrijfsvoering;
    4. er voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden, gemotiveerd vanuit de planologische maximale mogelijkheden voor het agrarisch bedrijf;
    5. na toekennen van de aanduiding geen medewerking wordt verleend voor nieuwe bedrijfswoningen bij het agrarische bedrijf;
    6. de bestaande functionele inrichting tussen het agrarisch bedrijf en de plattelandswoning uitgangspunt is om de visueel ruimtelijke impact tot een minimum te beperken en de visuele eenheid van het geheel zo goed mogelijk te waarborgen;
  8. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' wordt verwijderd, met dien verstande dat de naastgelegen agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en de aanduiding voor het bouwvlak ter plaatse is verwijderd dan wel de plattelandswoning opnieuw als agrarische bedrijfswoning in gebruik wordt genomen.
13.8.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 13.8.1 onder a genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;      
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
13.8.3 Voorwaarden wijziging andere functies
Toepassing van de in artikel 13.8.1 onder c, d en e genoemde bevoegdheden vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de nieuwe functie moet plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing;
  2. de vrijgekomen bebouwing mag niet worden vergroot en er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, anders dan vervangende nieuwbouw;
  3. bij de nieuwe functie mag uitsluitend worden gewoond indien een voormalige bedrijfswoning aanwezig is; in dat geval mag de woonfunctie uitsluitend worden uitgeoefend in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte, waarbij geldt dat in totaal niet meer dan 1 woning aanwezig mag zijn;
  4. de landschappelijke kenmerken van het erf mogen niet worden aangetast;
  5. de karakteristiek van de bebouwing en het erf mogen niet worden aangetast;
  6. de verkeersinfrastructuur moet een toename van de nieuwe functie toelaten;
  7. de nieuwe functie mag niet leiden tot extra beperkingen van de exploitatie- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven, hetgeen dient te zijn aangetoond aan de hand van de van toepassing zijnde milieuregelgeving en de daarop gebaseerde jurisprudentie (omgekeerde werking);
  8. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
13.8.4 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
13.8.5 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 14 Agrarisch met waarden - Natuur

14.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden - Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het agrarische grondgebruik, met uitzondering van een boom- en/of sierkwekerij-, houtteelt- of fruitteeltbedrijf, een bollenteeltbedrijf, een gebruiksgerichte paardenhouderij en een productiegerichte paardenhouderij;
  2. bos- en/of natuurelementen met een oppervlakte van minder dan 2 hectare;
  3. voederhagen;
  4. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden;
  5. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  6. infrastructurele voorzieningen zoals deze bestonden tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  7. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water, niet zijnde voorzieningen ten behoeve van ijsbanen of siervijvers;
  8. natuurlijkvriendelijke oeverzones van 5 m breed aan weerszijden van een watergang;
  9. voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, zoals wandel-, fiets- en ruiterpaden en parkeervoorzieningen ten behoeve van toeristische voorzieningen;
  10. ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bosontwikkeling' voor houtteelt en bos;
met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en geen windturbines zijnde, en andere werken.  

14.2 Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch met waarden - Natuur' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 
14.2.1 Gebouwen
Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat stallen, schuren en vogelkijkhutten die legaal aanwezig zijn tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 of die op dat moment gebouwd mogen worden, mogen worden gehandhaafd naar de omvang die zij op dat moment hadden.
14.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van mag niet meer dan 1,50 m bedragen;
  2. kuilvoerplaten, sleufsilo's en voorzieningen ten behoeve van de opslag van mest zijn niet toegestaan;
  3. teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan.

14.3 Nadere eisen

 
14.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. de verkeersveiligheid;
  2. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  3. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden;
  4. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  5. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel'.
14.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

14.4 Afwijken van de bouwregels

14.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 14.2.2 onder b en toestaan dat mestopslagen, kuilvoerplaten en/of sleufsilo's worden gebouwd, mits:
  1. objectief is aangetoond dat plaatsing op de gronden met de agrarische bedrijfsbestemming niet mogelijk is vanwege ruimtelijke of milieuhygiënische belemmeringen;
  2. de afstand tussen de mestopslag/kuilvoerplaat/sleufsilo's en de bouwperceelgrens van de agrarische bedrijfsbestemming niet meer bedraagt dan 25 m;
  3. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m;
  4. over de landschappelijke aanvaardbaarheid en de wijze van inpassing van de mestopslag/kuilvoerplaat/sleufsilo's advies wordt ingewonnen bij een onafhankelijke, dan wel een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur en de nakoming van eventueel te stellen voorwaarden aan de landschappelijke inpassing wordt geborgd in de vorm van een voorwaarde bij de omgevingsvergunning;
  5. er per saldo geen afbreuk wordt gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden. Dit is ter beoordeling van een bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap.
14.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

14.5 Afwijken van de gebruiksregels

14.5.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 14.1 ten behoeve van bos en/of natuurelementen, voedselbossen en agroforestry, mits:
    1. per saldo geen afbreuk wordt gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden;
    2. de aanleg past in een - op basis van landschap, bodem en water als leidend principe vastgestelde gemeentelijke structuurvisie;
    3. er een historische analyse en landschappelijke analyse wordt ingediend en akkoord wordt bevonden; en
    4. de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van landschapsarchitectuur;
    5. de aanleg van bos en/of natuurelementen, voedselbossen en agroforestry is niet mogelijk voor zover het gronden betreffen rondom wierden, essen en esgehuchten of grootschalig open gebieden en/of weidevogelgebieden.
14.5.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

14.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het afgraven, ophogen, vergraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld;
    • het scheuren van grasland;
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het aanbrengen van onderbemaling;
    • het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    • het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen;
    • het aanbrengen van oppervlakteverharding meer dan 200 m2;
    • het aanleggen van (dag)recreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het aanleggen van voederhagen;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  7. bij het aanleggen van voederhagen zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
    • er mag per saldo geen afbreuk worden gedaan aan de bestaande natuur- en landschapswaarden. Dit is ter beoordeling van een bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • de aanleg past in een op basis van landschap, bodem en water als leidend principe vastgestelde gemeentelijke structuurvisie;
    • er dient een historische analyse en landschappelijke analyse te worden ingediend door de initiatiefnemer en akkoord worden bevonden door een bij de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap;
    • over de landschappelijke aanvaardbaarheid en de wijze van inpassing van de voederhaag advies wordt ingewonnen bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap en de nakoming van eventueel te stellen voorwaarden aan de landschappelijke inpassing worden geborgd in de voorwaarde bij de omgevingsvergunning.

14.7 Wijzigingsbevoegdheid

14.7.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur' wijzigen:
  1. ten behoeve van natuurontwikkeling, met dien verstande dat:
    1. grondverwerving plaatsvindt op basis van vrijwilligheid;
    2. verhoging van het waterpeil in natuurgebieden pas aan de orde is als grotere aaneengesloten waterhuishoudkundige beheersbare gebieden zijn verworven;
    3. verhoging van het waterpeil in natuurgebieden niet mag leiden tot vernatting van aangrenzende landbouwgronden;
    4. in beginsel geen hydrologische bufferzones buiten het Natuur Netwerk Nederland worden ingesteld;
    5. realisatie van het Natuur Netwerk Nederland niet mag leiden tot beperkingen op aangrenzende landbouwgronden;
  2. in een (agrarische) bedrijfsbestemming ten behoeve van wijziging van de vorm van het bestemmingsvlak van de (agrarische) bedrijfsbestemming, indien en voor zover:
    1. de gronden grenzen aan een (agrarische) bedrijfsbestemming en de wijziging plaatsvindt in dezelfde (agrarische) bedrijfsbestemming;
    2. de gronden niet de dubbelbestemming 'Waarde - Houtsingelreservaat', 'Waarde - Open gebied' of 'Waarde - Verkaveling' hebben;
    3. gelijktijdig de (agrarische) bedrijfsbestemming wordt gewijzigd in een aansluitende (agrarische) gebiedsbestemming;
    4. de oppervlakte van het bestemmingsvlak van de (agrarische) bedrijfsbestemming na wijziging niet is vergroot.
  3. in de bestemming 'Bedrijf', 'Bedrijf - Garage', 'Bedrijf - Opslag', 'Detailhandel', 'Detailhandel - Tuincentrum', 'Horeca', 'Maatschappelijk' ten behoeve van vergroting van het bestemmingsvlak van deze bestemmingen met maximaal 20%, met dien verstande dat:
    1. de gronden moeten grenzen aan de bestemming waarvoor de vergroting van het bestemmingsvlak is bedoeld;
    2. de gronden niet de dubbelbestemming 'Waarde - Open gebied' of 'Waarde - Verkaveling' hebben;
    3. deze bedrijven en maatschappelijke voorzieningen niet gevestigd mogen zijn in voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, en;
    4. deze vergroting uitsluitend mag plaatsvinden in combinatie met een eenmalige uitbreiding van de bedrijfsbebouwing met maximaal 20% van de aanwezige bedrijfsbebouwing, en:
    5. er rekening wordt gehouden met:
      1. de historisch gegroeide landschapsstructuur;
      2. de ruimtelijk relevante kenmerken van de bestaande bebouwing;
      3. de evenwichtigheid van de ordening, maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
      5. het aspect nachtelijke uitstraling.
14.7.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
14.7.3 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 15 Bedrijf

15.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor het uitoefen van bedrijfsmatige activiteiten, opslag en installaties, met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde - geen windturbines zijnde -, tuinen, erven, terreinen, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen, met dien verstande dat:
  1. uitsluitend bedrijven zijn toegelaten als genoemd in de Bijlage 5;
  2. detailhandel niet is toegestaan, met uitzondering van internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheden en zonder afhaalpunt;
  3. in afwijking van het bepaalde onder a en b ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' op de volgende adressen tevens de volgende bedrijfsactiviteiten en detailhandel zijn toegestaan:
    Abel Tasmanweg 8a - Lutjegast
    Dienstverlenende groothandel met opslag van metaal producten en aanverwante artikelen met machines om profielen te fabriceren voor ondernemers en bedrijven
    Bombay 16 - Lutjegast
    Loonwerk
    Brandsloot 3A en 3B – Doezum
    Inpandige metaalbewerking
    Doezumertocht 1 – Doezum
    Metaalbewerking
    Doezumertocht 35 – Doezum
    Houtbewerking
    Doezumertocht 43 – Doezum
    Houtzagerij- en handel
    Eesterweg 24 – Doezum
    Autosloperij
    Hoofdstraat 2a – Grootegast
    Loonwerk
    Ipo Haaimaweg 2/2a – Doezum
    Aannemer
    Kolonieweg 9 – Opende
    Loonwerk
    Kroonsfelderweg 16 – Oldekerk
    Aannemer
    Langewolderweg 34-36 – Oldekerk
    Landbouwmechanisatiebedrijf
    Munnikeweg 14 – Grootegast
    Champignonkwekerij
    Openderweg 1 – Opende
    Timmerbedrijf
    Peebosserdwarsweg 1 – Doezum
    Weg- en waterbouw
    Peebos 57 – Doezum
    Metaalbewerking
    Provincialeweg 116 – Doezum
    Loonwerk
    Provincialeweg 122 – Doezum
    Loonwerk
    Scheiding 11/ Poelbuurt 1a – Opende
    Productie en verkoop aanhangwagens en aanverwante artikelen
    Scheiding 35 – Opende
    Loonwerk
    Smidshornerweg 12 - Niekerk
    Loonwerk
    Westerhornerweg 36 – Lutjegast
    Houthandel, houtbewerking en fabricage van staalconstructies
    Zandumerweg 27 – Oldekerk
    Schoonmaakbedrijf
    Zandumerweg 31 – Oldekerk
    Loonwerk
    Zandumerweg 42 – Oldekerk
    Interieurbouw
    Havinga's Reed 4 – Grootegast
    Autosloperij
    Langewolderweg 17 – 19 – Oldekerk
    Stratenmakersbedrijf
    Hoofdweg 7 – Boerakker
    Aannemer
    Schilligepad 17 – Boerakker
    Loonwerk
    Nieuweweg 44 – Nuis
    Transportbedrijf
    Mienscheer 7 – Nuis
    Loonwerk
    Oosterweg 65-67 – De Wilp
    Fouragebedrijf
    Carolieweg 2a – Niebert
    Loonwerk
    Jonkersvaart 38 – Jonkersvaart
    Loonwerk
    Jonkersvaart 118 – Jonkersvaart
    Conform lijst cat 1 en 2
    Keuningsweg 18 – De Wilp
    Aannemer
    Jan Gosseswijk 21 – De Wilp
    Loonwerk
    Nieuwlandweg 4 – De Wilp
    Aannemer
    Westerweg 46 – Noordwijk
    Wagenmakerij
    Zuiderhoekseweg 1a – Nuis
    Houtverwerking, houtbewerking, impregneren, handel in hout, bouwmaterialen, doe het zelf artikel en tweedehandsgoederen
    Haarsterweg 47B – Marum
    Champignonkwekerij
    / groothandel in biologische verswaren
    Westerhornerweg 24 – Grijpskerk
    Autosloopbedrijf
    Ooster Waarddijk 8 – Kommerzijl
    Inkoop en reparatie heftrucks
    Electraweg 1 – Oldehove
    Transport- en fouragebedrijf
    De Kampen 5 – Oldehove
    Aannemer
    Aalsumerweg 2 – Oldehove
    Hobbyartikelen
    Aalsumerweg 9 – Oldehove
    Loonbedrijf
    Poelweg 20 – Grijpskerk
    Aannemer
    Stationsweg 20a – Visvliet
    Timmerwerkplaats en uitsluitend binnenopslag en binnenstalling van bouwmaterialen, machines en gereedschappen en voertuigen waaronder caravans  
    Hoendiep Westzijde 66 – Zuidhorn
    Logiesverstrekking, fietsverhuur en fietsarrangementen, alsmede het houden van vrije uitloop kippen als neventak
    Gaweg 8 – Zuidhorn
    Hoveniersbedrijf met een oppervlakte van maximaal 520 m2, waarbij ter plaatse geen bedrijfsmatige beplantingsactiviteiten ten behoeve van het hoveniersbedrijf zijn toegelaten
    Gaweg 14 – Zuidhorn
    Timmerwerkplaats en uitsluitend binnenopslag en binnenstalling van bouwmaterialen, machines en gereedschappen en voertuigen waaronder caravans 
    Hoofdstraat 167 – Lettelbert
    Transportbedrijf
    Hoofdstraat 180 – Lettelbert
    Aannemersbedrijf/loonbedrijf/landbouwmechanisatiebedrijf
    Hoofdstraat 202 – A (ten westen van nr. 204 en ten noorden van nr. 202) - Lettelbert
    Ten behoeve van dierenartspraktijk voor paarden
    Hoofdstraat 106 – Midwolde
    Metaalbewerkingsbedrijf
    Pasop 7 – Midwolde
    Technisch installatiebedrijf
    Pasop 11 – Midwolde
    Bouwbedrijf
    Pasop 15 – Midwolde
    Seksinrichting
    De Holm 14 – Tolbert
    Agrarisch loonbedrijf + grondverzet
    De Holm 32 – Tolbert
    Kunstreproductiebedrijf + lunchroom (detailhandel op maximaal 60 m2)
    Noorderweg 10 – Tolbert
    Handel in landbouwmechanisatie machines
    Bremerweg 2 – Zevenhuizen
    Loonbedrijf
    Bremerweg 6 – Zevenhuizen
    Loonbedrijf
    Bremerweg 14 – 16 – Zevenhuizen
    Aannemersbedrijf met vee
    Evertswijk 54-3 – Zevenhuizen
    Agrarisch loonbedrijf + opslag
    Jonkersvaart 85 – Zevenhuizen
    Loonbedrijf
    Jonkersvaart 124- Zevenhuizen
    Technisch installatiebedrijf
    Jonkersvaart 126 – Zevenhuizen
    Houtbewerkingsbedrijf
    Jonkersvaart 128- Zevenhuizen
    Autobedrijf
    Oostindië 45 – Zevenhuizen
    Loonbedrijf/bedrijfsmatig houden van koeien overeenkomstig de bestaande situatie
    Oudestreek 13 – Zevenhuizen
    Reparatie elektrische apparaten
    Oudestreek 15 – Zevenhuizen
    Technisch installatiebedrijf
    Oudestreek 34 – Zevenhuizen
    Aannemer/opslag/distributie/manege
    Oudestreek 44-I – Zevenhuizen
    Transportbedrijf/handelsonderneming met dien verstande dat niet meer dan zes vrachtwagens zijn toegestaan
    Oudestreek 47 – Zevenhuizen
    Saunabedrijf
    Oudestreek 50 – Zevenhuizen
    Landbouwmechanisatie/detailhandel
    Traansterweg 15 – Tolbert
    Viskwekerij
    Veldstreek 43 – Zevenhuizen
    Aannemer/tegelzetbedrijf
    Drachtsterweg 96 – Opende
    Siloreparatiebedrijf
    Ontginningsweg 11 – Opende
    Grondverzetbedrijf
  4. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - kinderopvang' voor een kinderopvang;
  5. verhuur van opslagruimte, uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslagbedrijf';
  6. de gronden op het adres Zandumerweg 42 te Oldekerk mede zijn bestemd voor een woning die geen bedrijfswoning is, die voor de bouwmogelijkheden wordt gelijkgesteld met een bedrijfswoning;
  7. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' mogen de gronden uitsluitend worden gebruikt als erf/tuin behorende bij de bedrijfswoning; 
  8. de gronden op het adres Oostumerweg 3 te Garnwerd zijn bestemd voor bedrijven in milieucategorie 1 en 2, een handelsonderneming in tractoren en stalinrichting, een verhuurbedrijf voor landbouwmachines, kleinschalige detailhandel in streekproductenverkoop, opfok van jongvee en wonen ten behoeve van het bedrijf, al dan niet in combinatie met een bed & breakfast tot een oppervlakte van maximaal 50 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte;
  9. inrichtingen als bedoeld in de Wet geluidhinder niet zijn toegestaan;
  10. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  11. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  12. ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal' uitsluitend geluidwerende voorzieningen zijn toegestaan, met dien verstande dat de bouwhoogte van een voorziening niet minder dan 3 m en niet meer dan 3,50 m mag bedragen.

15.2 Bouwregels

Op de voor 'Bedrijf' aangewezen gronden mogen uitsluitend mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
15.2.1 Gebouwen
Voor gebouwen gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte (exclusief de oppervlakte van de bedrijfswoning en de bij de bedrijfswoning behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen) mag eenmalig met maximaal 20% worden vergroot ten opzichte van het bestaand oppervlak ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 en welke legaal tot stand zijn gekomen. Uitzonderingen gelden voor de adressen: 
    1. Pasop 15 te Midwolde:
      Voor dit adres geldt een maximum bebouwd oppervlak van 390 m2:
    2. De Holm 14 (agrarisch grondverzet- en loonbedrijf) te Tolbert:
      Voor dit adres geldt een maximum bebouwd oppervlak van 2.900 m2;
    3. Oudestreek 44-I (transport) te Zevenhuizen
      Voor dit adres geldt een maximum bebouwd bedrijfsvloeroppervlak van 512 m2;
    4. Evertswijk 54-3 (agrarisch loonbedrijf + opslag) te Zevenhuizen:
      Voor dit adres geldt een bestemmingsvlak met een maximale oppervlakte van 1,8 hectare en een maximum bebouwd bedrijfsvloeroppervlak van 4.350 m2;
  5. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  6. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  7. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  8. ter plaatse van de aanduiding 'opslag' mogen geen gebouwen worden gebouwd;
  9. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - voormalige boerderij' dient de woonfunctie beperkt te blijven tot het hoofdgebouw van de voormalige boerderij en dient de bestaande maatvoering, die bepaald wordt door de goothoogte, dakhelling, nokhoogte, nokrichting en oppervlakte, te worden gehandhaafd, behoudens geringe uitwendige aanpassingen.
 
15.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal.
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt;
  4. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - voormalige boerderij' is de woonfunctie beperkt tot het hoofdgebouw van de voormalige boerderij;
  5. indien de aanduiding 'bedrijfswoning' is opgenomen, dient de bedrijfswoning binnen het aanduidingsvlak gebouwd te worden.
15.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
15.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van erfafscheidingen die voor de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden gebouwd mag niet meer bedragen dan 1 m;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 2,50 m bedragen;
  3. er mag maximaal 1 reclamebord aanwezig zijn van maximaal 1,5 m2 groot en een bouwhoogte van niet meer dan 2 m.

15.3 Nadere eisen

15.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
15.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

15.4 Afwijken van de bouwregels

15.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 15.2 aanhef en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning is of wordt verleend als bedoeld in artikel 15.6, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 15.6 genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de bouwregels;
  2. artikel 15.2.1 onder d ten behoeve van het uitbreiden van de bestaande
    gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte mag met meer dan 20% worden vergroot, mits:
    1. is aangetoond dat redelijkerwijs niet op een andere locatie dan waar het bedrijf is gevestigd, in de ruimtebehoefte kan worden voorzien, en;    
    2. een erfinrichtingsplan met toepassing van de maatwerkmethode is opgesteld onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel niet groter wordt dan 0,5 hectare of een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel groter wordt dan 0,5 hectare;
    3. rekening is gehouden met: 
      1. de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur;
      2. de ruimtelijke relevante kenmerken van de bestaande bebouwing;
      3. een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
      5. het aspect nachtelijke uitstraling;
    4. in de vorm van een voorwaarde bij de omgevingsvergunning wordt geborgd dat:
      1. de bebouwing en de voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd en aangelegd; 
      2. erfbeplanting overeenkomstig het erfinrichtingsplan wordt aangelegd en in stand wordt gehouden;
  3. artikel 15.2.1 onder g ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast.
15.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

15.5 Specifieke gebruiksregels

15.5.1 Voorwaardelijke verplichting - Oosterweg 65 De Wilp
  1. het gebruik van het bedrijfsperceel conform het bepaalde in artikel 15.1 ter plaatse van Oosterweg 65 is uitsluitend toegestaan voor zover de inrichting en de landschappelijke inpassing is gerealiseerd, zoals opgenomen in Bijlage 14 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier';
  2. de landschappelijke inpassing dient duurzaam in stand te worden gehouden.
15.5.2 Voorwaardelijke verplichting - Hoofdstraat 2 Grootegast
  1. tot en met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 15.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 34 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen beplantingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
  2. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden overeenkomstig de in artikel 15.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebuikt onder de voorwaarde dat binnen een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 34 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen beplantingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

15.6 Afwijken van de gebruiksregels

15.6.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van:
  1. het bepaalde in artikel 15.1 onder a en toestaan dat bedrijven worden gevestigd die niet zijn genoemd in Bijlage 5, indien die bedrijven naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de toegelaten bedrijven;
  2. het bepaalde in artikel 15.1 onder b ten behoeve van productiegebonden detailhandel.
15.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

15.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oppervlakte verharding meer dan 200 m2;
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

15.8 Wijzigingsbevoegdheid

15.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en:
  1. de aanduiding 'bedrijf' verwijderen, indien en voor zover de betreffende functie feitelijk is beëindigd;
  2. op gronden met de aanduiding 'bedrijf' andere bedrijfsactiviteiten toestaan, mits de milieubelasting van die bedrijfsactiviteiten geringer is of ten hoogste gelijk is aan de milieubelasting van de toegestane bedrijfsactiviteiten;
  3. de bestemming 'Bedrijf' wijzigen in de bestemmingen 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemming(en) en daarbij aanduidingen opnemen;
  4. de bestemming 'Bedrijf' wijzigen in een nieuw agrarisch bouwperceel, indien en voor zover:
    1. er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf dat verplaatst wordt;
    2. wijziging plaatsvindt ten behoeve van de uitplaatsing van een bestaand bedrijf uit het Natuurnetwerk Nederland in de provincie of omdat de bestaande bedrijfsvoering aantoonbaar niet kan voldoen aan actuele wettelijke milieuhygiënische normen of omdat de bedrijfsvoering op de oorspronkelijke vestigingslocatie aantoonbaar ernstige overlast veroorzaakt, die niet op een andere manier kan worden tegengegaan of vanwege een actuele stedelijke ontwikkeling, of aanleg van infrastructuur binnen de provincie Groningen, dan wel het Besluit externe veiligheid buisleidingen continuering van de bedrijfsvoering in de weg staat, of op basis van een door Gedeputeerde Staten vastgestelde specifieke taakstelling tot inplaatsing van agrarische bedrijven, mits:
      1. in de plantoelichting is gemotiveerd dat redelijkerwijs geen gebruik kan worden gemaakt van een bestaand agrarisch bouwperceel gelegen in de nabijheid van de bij het bedrijf in gebruik zijnde gronden; 
      2. is verzekerd dat het bestemmingsvlak van waaruit de verplaatsing plaatsvindt niet opnieuw kan worden gebruikt ten behoeve van een agrarisch bedrijf; 
      3. de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie Groningen werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;  
    3. aan de omvang, situering en vormgeving van het nieuwe agrarische bouwperceel bedoeld in het eerste lid een erfinrichtingsplan ten grondslag ligt, waarbij in ieder geval rekening is gehouden met achtereenvolgens:
      1. de historisch gegroeide landschapsstructuur; 
      2. de afstand tot andere ruimtelijke elementen; 
      3. de evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen; 
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden; 
      5. de nachtelijke lichtuitstraling; 
      6. het uitgangspunt dat voor de bedrijfsvoering ontsierende opstallen, met uitzondering van monumentale of karakteristieke gebouwen, op de verlaten bouwpercelen worden.     
    4. het nieuwe agrarisch bouwperceel bedoeld in het eerste lid kan niet groter zijn dan 2 hectare;
    5. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  5. de bestemming van bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - voormalige boerderij' wijzigen ten behoeve van:
    1. wonen;
    2. sociale, culturele en educatieve voorzieningen;
    3. bedrijven behorende tot de milieucategorieën 1 en 2, alsmede behorende tot categorie 3.1 voor zover naar aard en invloed op de omgeving met de categorieën 1 en 2 gelijk te stellen bedrijvigheid in de publicatie Bedrijven en Milieuzonering van de VNG;
    4. recreatieve functies in de vorm van groepsaccommodaties, hotels en/of pensions;
    5. maneges.
15.8.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 15.8.1 onder c genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;      
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
15.8.3 Voorwaarden wijziging voormalige boerderij
Toepassing van de in artikel 15.8.1 onder e genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de activiteiten onder 2 tot en met 5 zijn uitsluitend toegestaan in combinatie met de woonfunctie;
  2. de activiteiten dienen plaats te vinden binnen de gebouwen en op het bijbehorende erf;
  3. de functie wonen blijft beperkt tot het hoofdgebouw;
  4. bij wijziging naar de woonfunctie bedraagt het aantal woningen niet meer dan één;
  5. de bestaande maatvoering die wordt bepaald door de goothoogte, dakhelling, nokhoogte, nokrichting en oppervlakte, blijft gehandhaafd, behoudens geringe uitwendige aanpassingen;
  6. er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen (agrarische) bedrijven;
  7. er dient zorg te worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing;
  8. er mag geen onaanvaardbare verkeersaantrekkende werking ontstaan;
  9. de opslag van materialen of goederen op het erf, anders dan voor het verwezenlijken van de bestemming, is uitgesloten;
  10. detailhandel, anders dan in ambachtelijke, agrarische of aan de agrarische sector gelieerde producten, is uitdrukkelijk uitgesloten, waarbij de bedrijfsvloeroppervlakte beperkt dient te blijven tot maximaal 60 m2;
  11. onnodige sloop van monumentale bebouwing dient te worden voorkomen;
  12. de vesting van maneges is uitsluitend in de nabijheid van kernen;
  13. na wijziging behoudt het perceel de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - voormalige boerderij' en de bestemming die past bij de nieuwe functie (respectievelijk Wonen, Horeca, Maatschappelijk, Recreatie - Recreatiewoning of Sport - Manege). Ook is het mogelijk om de bestemming weer te wijzigen naar de agrarische bedrijfsbestemming.
15.8.4 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
15.8.5 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 16 Bedrijf - 1

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten, opslag en installaties, met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde - geen windturbines zijnde -, tuinen, erven, terreinen, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen, met dien verstande dat:
  1. ter plaatse van Scheiding 43 - Opende uitsluitend een bedrijf in productie, verkoop en reparatie van aanhangwagens en aanverwante artikelen is toegestaan, alsmede bedrijven die zijn genoemd in Bijlage 2;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn', dient de naar de Scheiding gerichte gevel van het bedrijfsgebouw overwegend in de gevellijn te worden geplaatst;
  3. één bedrijfswoning is toegestaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
  4. ter plaatse van de aanduiding 'tuin' uitsluitend tuin is toegestaan, behorend bij het op hetzelfde perceel gelegen bedrijf;
  5. risicovolle inrichtingen niet zijn toegestaan
  6. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  7. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen.

16.2 Bouwregels

Op de voor 'Bedrijf - 1' aangewezen gronden mogen uitsluitend mogen:
  1. behalve ter plaatse van de aanduiding 'tuin' uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'tuin' geen overkappingen of bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van de artikel 16.2.4 onder sub a en b toegestane bouwwerken en/of bouwwerken die op basis van de reclameregels van de gemeente Westerkwartier zijn toegestaan.
16.2.1 Gebouwen
Voor gebouwen gelden de volgende regels:
  1. de gebouwen mogen uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak worden gebouwd;
  2. de afstand tot de perceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen;
  3. het gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlak (exclusief de oppervlakte van de bedrijfswoning en de bij de bedrijfswoning behorende bouwwerken artikel 16.2.3 genoemde maxima) mag niet meer bedragen dan 1.200 m2;
  4. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m;
  5. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m;
  6. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen. 
16.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. er mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd;
  2. de grondoppervlakte van een bedrijfswoning mag niet meer dan 185 m2 bedragen.
16.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning
Voor een bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
  1. de afstand van een bijbehorende bouwwerk tot de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan mag niet minder dan 1 m bedragen;
  2. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 185 m2;
  3. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  4. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  5. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen;
  6. in afwijking van het bepaalde in a tot en met e geldt, indien een kleinere afstand, een grotere oppervlakte, een hogere bouwhoogte, een hogere goothoogte aanwezig is op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, deze afstand, oppervlakte, bouwhoogte, goothoogte als minimale afstand, maximale oppervlakte, maximale bouwhoogte en maximale goothoogte geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw.
16.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. in afwijking van het bepaalde onder artikel 16.2 sub b mogen ter plaatse van de aanduiding 'tuin' erf- en terreinafscheidingen worden gebouwd, met een bouwhoogte van ten hoogste 1 m;
  2. in afwijking van het bepaalde onder artikel 16.2 sub b sub b is ter plaatse van de aanduiding 'tuin' één display toegestaan, met een bouwhoogte van ten hoogste 1 m, bedoeld om één aanhangwagen te tonen;
  3. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag, behalve ter plaatse van de aanduiding 'tuin', niet meer dan 2,50 m bedragen, voor zover gelegen op een afstand van 1 m achter de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan.

16.3 Specifieke gebruiksregels

16.3.1 Strijdig gebruik
Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning;
  2. het gebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor zelfstandige bewoning;
  3. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten, voor zover dit niet uitdrukkelijk op grond van artikel 16.1 is toegestaan;
  4. het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'tuin' voor opslag en/of stalling van voertuigen en/of aanhangwagens, met uitzondering van hetgeen artikel 16.2.4 sub b is toegestaan.
16.3.2 Voorwaardelijke verplichting - Scheiding 11/Poelbuurt 11a
  1. het gebruik van het bedrijfsperceel conform het bepaalde in artikel 16.1 onder a tot en met g is, twee jaar na afronding van het bedrijf, uitsluitend toegestaan voor zover de inrichting en de landschappelijke inpassing is gerealiseerd, zoals opgenomen in Bijlage 4 en Bijlage 6 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier';
  2. de landschappelijke inpassing dient duurzaam in stand te worden gehouden.

Artikel 17 Bedrijf - Afval

17.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Bedrijf - Afval'' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. een afvalbedrijf, met dien verstande dat de volgende voorwaarden gelden:
    1. de verwerkingscapaciteit van de composteerinrichting mag maximaal 10.000 ton/jaar bedragen;
    2. puinbreken is toegestaan tot een maximum capaciteit van 100.000 ton/jaar;
    3. de hoogte van buitenopslag mag maximaal 4 m bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslag' de hoogte niet meer mag bedragen dan 9 m;
  2. een (gemeentelijke) milieustraat;
  3. ondersteunende activiteiten;
met de daarbij behorende:
  1. gebouwen;
  2. bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning' en met dien verstande dat bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder a tot en met c ter plaatse niet zijn toegestaan;
  3. bouwwerken geen gebouw zijnde;
  4. werken, geen bouwwerk zijnde, onder meer in de vorm van ontsluitingswegen;
    voorzieningen, onder meer in de vorm van groen- en waterhuishoudkundige voorzieningen;
    parkeervoorzieningen.

17.2 Bouwregels

Op de voor 'Bedrijf - Afval' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
17.2.1 Gebouwen
Voor een bedrijfsgebouw gelden de volgende regels:
  1. deze dienen te worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  2. deze dienen te worden gebouwd binnen een bouwvlak;
  3. deze mogen worden gerealiseerd ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning';
  4. de afstand tot de perceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen;
  5. het gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 10.000 m2;
  6. de goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte respectievelijk hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte respectievelijk hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  7. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  8. de dakhelling mag niet minder of meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'minimum dakhelling (graden), maximum dakhelling (graden)' aangegeven dakhelling, tenzij op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  9. in afwijking van het bepaalde onder a en d geldt dat indien een kleinere afstand legaal aanwezig is tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023, deze afstand wordt gehanteerd als minimale afstand voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw.
17.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal.
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
 
17.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
17.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van erfafscheidingen die voor de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden gebouwd mag niet meer bedragen dan 1 m;
  2. de bouwhoogte van keerwanden ten behoeve van opslagvakken mag ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslag' maximaal 5 m bedragen;
  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 2,50 m bedragen.

17.3 Nadere eisen

17.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
17.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

17.4 Afwijken van de bouwregels

17.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 17.2.1  onder e ten behoeve van een grotere maximale oppervlakte, in welk geval de uitbreiding niet meer mag bedragen dan 10% van het gezamenlijke oppervlak van de gebouwen, deze afwijking tot maximaal 10% eenmalig wordt toegepast, mits de uitbreiding landschappelijk wordt ingepast en het landschappelijk inpassingsplan door middel van de maatwerkmethode tot stand is gekomen;
  2. artikel 17.2.1 onder h ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  3. artikel 17.2.4 onder b ten behoeve van het bouwen van keerwanden ten behoeve van opslagvakken buiten de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslag' tot maximaal 5 m;
  4. artikel 17.2.4 onder c ten behoeve van een hogere bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen tot maximaal 5 m.
17.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

17.5 Specifieke gebruiksregels

17.5.1 Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
  1. het innemen, op- en overslaan, storten en/of opwekken van radioactieve stoffen;
  2. het innemen, op- en overslaan, storten en/of opwekken van dierlijke afvalstoffen;
  3. het innemen, op- en overslaan, storten en/of opwekken van meststoffen;
  4. het innemen, op- en overslaan, storten en/of opwekken van groente-, fruit- en tuinafvalstoffen.
17.5.2 Voorwaardelijke verplichting - Tweemat 7 Grootegast
  1. tot een met de bestemming strijdig ter plaatse van Tweemat 7 gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe bouwwerken overeenkomstig de in artikel 17.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in Bijlage 15 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier', teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
  2. in afwijking van het bepaalde onder a mogen nieuwe bouwwerken overeenkomstig de in artikel 17.1 opgenomen bestemmingsomschrijving in gebruik worden genomen indien uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in Bijlage 15 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier', teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
  3. onder een landschapsmaatregel als bedoeld onder a en b worden tevens verstaan (waterbergende) voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding.

17.6 Afwijken van de gebruiksregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 17.5.2  indien in plaats van de landschapsmaatregelen, zoals opgenomen in het inpassingsplan in Bijlage 15 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier’  andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat:
  1. de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in het Inpassingsplan in Bijlage 15 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in het Inpassingsplan in Bijlage 15 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier'genoemde landschapsmaatregelen zijn bepaald;
  2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden;
  3. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.

Artikel 18 Bedrijf - Garage

18.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Garage' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. de verkoop, het onderhoud, de reparatie - met uitzondering van plaatwerken en/of spuiten - en de stalling van motorvoertuigen, met dien verstande dat op het bestemmingsvlak gelegen op het volgende adres tevens is toegestaan:
    1. Oosterweg 22 Noordwijk: autospuiterij;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' voor de verkoop van motorbrandstoffen, met uitzondering van lpg.
  3. ter plaatse van de aanduiding 'opslag lpg' opslag voor lpg;
  4. ter plaatse van de aanduiding 'vulpunt lpg' een vulpunt voor lpg;
  5. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - afleverzuil lpg' een afleverzuil voor lpg;
  6. landschappelijke inpassing;
  7. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en geen windturbines zijnde, erven, terreinen en parkeervoorzieningen. 

18.2 Bouwregels

Op de voor 'Bedrijf - Garage' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
18.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie
  2. gebouwen uitsluitend mogen worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de afstand tot de perceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen;
  5. de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte (exclusief de oppervlakte van de bedrijfswoning en de bij de bedrijfswoning behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen) mag eenmalig met maximaal 20% worden vergroot ten opzichte van het bestaand oppervlak ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 en welke legaal tot stand zijn gekomen;
  6. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m, tenzij op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor de uitbreidingen van dat gebouw;
  7. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  8. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw.
18.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal.
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
 
18.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
18.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 2,50 m bedragen;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' mag een luifel voor de verkoop van motorbrandstoffen worden gebouwd met een bouwhoogte van niet meer dan 6 m;
  3. er mag maximaal 1 reclamebord aanwezig zijn van maximaal 1,5 m2 groot en een bouwhoogte van niet meer dan 2 m.

18.3 Nadere eisen

18.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
18.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

18.4 Afwijken van de bouwregels

18.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 18.2.1 onder e ten behoeve van het uitbreiden van de bestaande gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte mag met meer dan 20% worden vergroot, mits:
    1. is aangetoond dat redelijkerwijs niet op een andere locatie dan waar het bedrijf is gevestigd, in de ruimtebehoefte kan worden voorzien, en;    
    2. een erfinrichtingsplan met toepassing van de maatwerkmethode is opgesteld onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel niet groter wordt dan 0,5 hectare of een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel groter wordt dan 0,5 hectare;
    3. rekening is gehouden met: 
      1. de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur;
      2. de ruimtelijke relevante kenmerken van de bestaande bebouwing;
      3. een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
      5. het aspect nachtelijke uitstraling;
    4. in de vorm van een voorwaarde bij de omgevingsvergunning wordt geborgd dat:
      1. de bebouwing en de voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd en aangelegd; 
      2. erfbeplanting overeenkomstig het erfinrichtingsplan wordt aangelegd en in stand wordt gehouden;
  2. artikel 18.2.1 onder h ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast.
18.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

18.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oppervlakte verharding meer dan 200 m2;
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

18.6 Wijzigingsbevoegdheid

18.6.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen:
  1. de bestemming 'Bedrijf - Garage' wijzigen in de bestemmingen 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemming(en) en daarbij aanduidingen opnemen;
  2. de bestemming 'Bedrijf - Garage' wijzigen in de bestemming 'Bedrijf';  
  3. de bestemming 'Bedrijf - Garage' wijzigen in een nieuw agrarisch bouwperceel, indien en voor zover:  
    1. er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf dat verplaatst wordt;
    2. wijziging plaatsvindt ten behoeve van de uitplaatsing van een bestaand bedrijf uit het Natuurnetwerk Nederland in de provincie of omdat de bestaande bedrijfsvoering aantoonbaar niet kan voldoen aan actuele wettelijke milieuhygiënische normen of omdat de bedrijfsvoering op de oorspronkelijke vestigingslocatie aantoonbaar ernstige overlast veroorzaakt, die niet op een andere manier kan worden tegengegaan of vanwege een actuele stedelijke ontwikkeling, of aanleg van infrastructuur binnen de provincie Groningen, dan wel het Besluit externe veiligheid buisleidingen continuering van de bedrijfsvoering in de weg staat, of op basis van een door Gedeputeerde Staten vastgestelde specifieke taakstelling tot inplaatsing van agrarische bedrijven, mits:
      1. in de plantoelichting is gemotiveerd dat redelijkerwijs geen gebruik kan worden gemaakt van een bestaand agrarisch bouwperceel gelegen in de nabijheid van de bij het bedrijf in gebruik zijnde gronden; 
      2. is verzekerd dat het bestemmingsvlak van waaruit de verplaatsing plaatsvindt niet opnieuw kan worden gebruikt ten behoeve van een agrarisch bedrijf; 
      3. de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie Groningen werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;  
    3. aan de omvang, situering en vormgeving van het nieuwe agrarische bouwperceel bedoeld in het eerste lid een erfinrichtingsplan ten grondslag ligt, waarbij in ieder geval rekening is gehouden met achtereenvolgens:
      1. de historisch gegroeide landschapsstructuur; 
      2. de afstand tot andere ruimtelijke elementen; 
      3. de evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen; 
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden; 
      5. de nachtelijke lichtuitstraling; 
      6. het uitgangspunt dat voor de bedrijfsvoering ontsierende opstallen, met uitzondering van monumentale of karakteristieke gebouwen, op de verlaten bouwpercelen worden.     
    4. het nieuwe agrarisch bouwperceel bedoeld in het eerste lid kan niet groter zijn dan 2 hectare;
    5. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch'.
18.6.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 18.6.1 onder a genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;      
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
18.6.3 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
18.6.4 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 19 Bedrijf - Leiding gas

19.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Leiding gas' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. de aanleg en instandhouding van een afsluitervoorziening ten behoeve van een aardgastransportleiding;
  2. ondergrondse en bovengrondse leidingen en bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
met de daarbij behorende gebouwen - geen bedrijfswoningen zijnde -, bouwwerken, geen gebouw zijnde, terreinen, parkeervoorzieningen, wegen en paden, water en groenvoorzieningen.

19.2 Bouwregels

Op de voor 'Bedrijf - Leiding gas' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
19.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 4 m mag bedragen.
19.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen.

19.3 Nadere eisen

19.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  7. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  8. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
19.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

19.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het ophogen, afgraven, vergraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het scheuren van grasland;
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het verwijderen van stobben;
    • het aanleggen van drainage;
    • het graven van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, kolken);
    • het rooien van erfbeplanting op wierde;
    • het aanbrengen van houtgewas (m.u.v. erfbeplanting);
    • het omzetten van grasland in bouwland;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover meerdere werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, en te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 20 Bedrijf - Nutsbedrijf

20.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Nutsbedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. voor zover het bestemmingsvlak is gelegen aan Van Starkenborghkanaal Zuidzijde te Zuidhorn: een waterzuiveringsinstallatie;
  2. voor zover het bestemmingsvlak is gelegen aan Hoendiep Zuidzijde te Oldekerk: een waterzuiverings-, afvalverwerkings- en composteerbedrijf;
  3. op het openbare net aangesloten nutsvoorzieningen, zoals transformatoren, gasdrukregel en -meetstations en naar de aard daarmee gelijkt te stellen voorzieningen;
  4. gaswinning;
  5. landschappelijke inpassing;
  6. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
met daarbij behorende gebouwen - geen bedrijfswoning zijnde -, bouwwerken, geen gebouw zijnde en terreinen. 

20.2 Bouwregels

Op de voor 'Bedrijf - Nutsbedrijf' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
20.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m;
  3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m.
20.2.2 Bouwwerk, geen gebouw zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen.

20.3 Nadere eisen

20.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
20.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

20.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oppervlakte verharding meer dan 200 m2;
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 21 Bedrijf - Nutsvoorziening

21.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. op het openbare net aangesloten nutsvoorzieningen, zoals transformatoren, gasdrukregel en -meetstations, gemalen, rioolwaterzuiveringsinstallaties en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen;
  2. terreinen en bouwwerken ten behoeve van de winning, verwerking, opslag en/of distributie van aardgas en/of olie, uitsluitend aan de Mensumaweg, Pasop en Zevenhuizen;
  3. gemalen;
  4. gaswinning;
  5. molens;
  6. een windturbine ter plaatse van de aanduiding 'windturbine';
  7. landschappelijke inpassing;
  8. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
met daarbij behorende bedrijfsgebouwen - geen bedrijfswoningen zijnde -, bouwwerken, geen gebouw zijnde, terreinen, parkeervoorzieningen, wegen en paden, water en groenvoorzieningen.

21.2 Bouwregels

Op de voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
21.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 6 m mag bedragen.
21.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen.

21.3 Nadere eisen

21.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingels';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
21.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oppervlakte verharding meer dan 200 m2;
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 22 Bedrijf - Opslag

22.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Opslag' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. de opslag van materialen, met uitzondering van de opslag van gevaarlijke stoffen, met dien verstande dat op het perceel kadastraal bekend gemeente Zuidhorn, sectie C, nummer 1157 langs het van Starkenborghkanaal baggerslib mag worden opgeslagen, ook als dat als gevaarlijke stof moet worden aangemerkt, alsmede voor
Abel Tasmanweg 5 - Lutjegast Transportbedrijf
Lietsweg 9 - NuisSloopbedrijf
Zuiderhoekseweg 14 - NuisZand- en grinthandel en kijktuin
Verlengde Oosterweg 7 - De WilpBandenhandel en montage
Molenweg 7 - NiebertHandelsonderneming
Jonkersweg 2-4 - Nuis Groothandel ijzer/staal/auto's
  1. kleinschalige houtbewerking ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kleinschalige werkplaats';
  2. landschappelijke inpassing;
  3. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;  
met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en terreinen.

22.2 Bouwregels

Op de voor 'Bedrijf - Opslag' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
22.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de afstand tot de perceelsgrens mag niet minder dan 3 m bedragen;
  5. de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte (exclusief de oppervlakte van de bedrijfswoning en de bij de bedrijfswoning behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen) mag eenmalig met maximaal 20% worden vergroot ten opzichte van het bestaand oppervlak ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 en welke legaal tot stand zijn gekomen
  6. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreiding van dat gebouw;
  7. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  8. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw.
22.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
 
22.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen
22.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van erfafscheidingen die voor de voorgevel van het hoofdgebouw of verlengde daarvan worden gebouwd mag niet meer bedragen dan 1 m;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 2,50 m bedragen;
  3. er mag maximaal 1 reclamebord aanwezig zijn van maximaal 1,5 m2 groot en een bouwhoogte van niet meer dan 2 m.

22.3 Nadere eisen

22.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
22.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

22.4 Afwijken van de bouwregels

22.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in
  1. artikel 22.2.1 onder e ten behoeve van het uitbreiden van de bestaande gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte mag met meer dan 20% worden vergroot, mits:
    1. is aangetoond dat redelijkerwijs niet op een andere locatie dan waar het bedrijf is gevestigd, in de ruimtebehoefte kan worden voorzien, en;
    2. een erfinrichtingsplan met toepassing van de maatwerkmethode is opgesteld onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel niet groter wordt dan 0,5 hectare of een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel groter wordt dan 0,5 hectare;
    3. rekening is gehouden met:
      1. de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur;
      2. de ruimtelijke relevante kenmerken van de bestaande bebouwing;
      3. een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
      5. het aspect nachtelijke uitstraling;
    4. in de vorm van een voorwaarde bij de omgevingsvergunning wordt geborgd dat:
      1. de bebouwing en de voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd en aangelegd;
      2. erfbeplanting overeenkomstig het erfinrichtingsplan wordt aangelegd en in stand wordt gehouden;
  2. artikel 22.2.1 onder h ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast.
22.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

22.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oppervlakte verharding meer dan 200 m2;
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

22.6 Wijzigingsbevoegdheid

22.6.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen:
  1. de bestemming 'Bedrijf - Opslag' wijzigen in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemmingen en daarbij aanduidingen opnemen;
  2. de bestemming 'Bedrijf - Opslag' wijzigen in de bestemming 'Groen' ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing van de infrastructuur, mits:
    1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
    2. deze wijziging uitsluitend wordt toegepast ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 2';
    3. voorzienbaar is dat de betreffende opslagfunctie ter plaatse wordt beëindigd.
22.6.2 Voorwaarden wijziging woning
Toepassing van de in artikel 22.6.1 onder a genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;     
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
22.6.3 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3
22.6.4 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 23 Bos

 

23.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. bos;
  2. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden;
  3. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  4. infrastructurele voorzieningen zoals deze bestonden tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  5. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water;
  6. voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief en educatief medegebruik, zoals wandel-, fiets- en ruiterpaden en parkeervoorzieningen ten behoeve van toeristische voorzieningen;
  7. ter plaatse van de aanduiding 'dagrecreatie' voor een openluchttheater;
met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en andere werken. 

23.2 Bouwregels

Op de voor 'Bos' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 
23.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 1,50 m mag bedragen.

23.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het afgraven, ophogen, vergraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    • het aanbrengen van onderbemaling;
    • het aanleggen van drainage;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
    • het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen;
    • het aanbrengen van oppervlakte verharding meer dan 200 m2;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 24 Detailhandel

24.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor detailhandel, hieronder ook begrepen internethandel, met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, terreinen en parkeervoorzieningen, met dien verstande dat:
  1. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  2. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  3. ter plaatse van de aanduiding 'opslag' voor de opslag van materialen, met uitzondering van de opslag van gevaarlijke stoffen.

24.2 Bouwregels

Op de voor 'Detailhandel' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
24.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de afstand tot de perceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen;
  5. de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte (exclusief de oppervlakte van de bedrijfswoning en de bij de bedrijfswoning behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen) mag eenmalig met maximaal 20% worden vergroot ten opzichte van het bestaand oppervlak ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 en welke legaal tot stand zijn gekomen;
  6. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor uitbreidingen van dat gebouw;
  7. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  8. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreiding van dat gebouw.
24.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
 
24.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
24.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van erfafscheidingen die voor de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden gebouwd mag niet meer bedragen dan 1 m;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 2,50 m bedragen;
  3. er mag maximaal 1 reclamebord aanwezig zijn van maximaal 1,5 mgroot en een bouwhoogte van niet meer dan 2 m.

24.3 Nadere eisen

24.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
24.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

24.4 Afwijken van de bouwregels

24.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 24.2.1 onder e ten behoeve van het uitbreiden van de bestaande gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte mag met meer dan 20% worden vergroot, mits:
    1. is aangetoond dat redelijkerwijs niet op een andere locatie dan waar het bedrijf is gevestigd, in de ruimtebehoefte kan worden voorzien, en;
    2. een erfinrichtingsplan met toepassing van de maatwerkmethode is opgesteld onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel niet groter wordt dan 0,5 hectare of een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel groter wordt dan 0,5 hectare;
    3. rekening is gehouden met:
      1. de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur;
      2. de ruimtelijke relevante kenmerken van de bestaande bebouwing;
      3. een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
      5. het aspect nachtelijke uitstraling;
    4. in de vorm van een voorwaarde bij de omgevingsvergunning wordt geborgd dat:
      1. de bebouwing en de voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd en aangelegd;
      2. erfbeplanting overeenkomstig het erfinrichtingsplan wordt aangelegd en in stand wordt gehouden;
  2. artikel 24.2.1 onder h ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast.
24.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

24.5 Wijzigingsbevoegdheid

24.5.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Detailhandel' wijzigen in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemmingen en daarbij aanduidingen opnemen.
24.5.2 Voorwaarden wijziging naar wonen
Toepassing van de in artikel 24.5.1 genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;      
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
24.5.3 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
24.5.4 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 25 Detailhandel - Tuincentrum

25.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Detailhandel - Tuincentrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor het kweken van en detailhandel in bloemen en planten, waaronder begrepen beplantingsgewassen en detailhandel in tuinartikelen, met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, terreinen en parkeervoorzieningen, met dien verstande dat:
  1. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  2. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen.

25.2 Bouwregels

Op de voor 'Detailhandel - Tuincentrum' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
25.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de afstand tot de perceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen;
  5. de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte (exclusief de oppervlakte van de bedrijfswoning en de bij de bedrijfswoning behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen) mag eenmalig met maximaal 20% worden vergroot ten opzichte van het bestaand oppervlak ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 en welke legaal tot stand zijn gekomen;
  6. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m, tenzij op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor uitbreidingen van dat gebouw;
  7. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  8. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreiding van dat gebouw.
25.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
 
25.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
25.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van erfafscheidingen die voor de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden gebouwd mag niet meer bedragen dan 1 m;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 2,50 m bedragen;
  3. er mag maximaal 1 reclamebord aanwezig zijn van maximaal 1,5 mgroot en een bouwhoogte van niet meer dan 2 m.

25.3 Nadere eisen

25.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel;
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
25.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

25.4 Afwijken van de bouwregels

25.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 25.2.1 onder e ten behoeve van het uitbreiden van de bestaande gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte mag met meer dan 20% worden vergroot, mits:
    1. is aangetoond dat redelijkerwijs niet op een andere locatie dan waar het bedrijf is gevestigd, in de ruimtebehoefte kan worden voorzien, en;
    2. een erfinrichtingsplan met toepassing van de maatwerkmethode is opgesteld onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel niet groter wordt dan 0,5 hectare of een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel groter wordt dan 0,5 hectare;
    3. rekening is gehouden met:
      1. de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur;
      2. de ruimtelijke relevante kenmerken van de bestaande bebouwing;
      3. een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
      5. het aspect nachtelijke uitstraling;
    4. in de vorm van een voorwaarde bij de omgevingsvergunning wordt geborgd dat:
      1. de bebouwing en de voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd en aangelegd;
      2. erfbeplanting overeenkomstig het erfinrichtingsplan wordt aangelegd en in stand wordt gehouden;
  2. artikel 25.2.1 onder h ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast.
25.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

25.5 Wijzigingsbevoegdheid

25.5.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Detailhandel - Tuincentrum' wijzigen in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemmingen en daarbij aanduidingen opnemen.
25.5.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 25.5.1 genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;      
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
25.5.3 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
25.5.4 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 26 Gemengd

26.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. maatschappelijke voorzieningen;
  2. sportvoorzieningen;
met daaraan ondergeschikt:
  1. horeca;
met daarbij behorende:
  1. tuinen;
  2. houtsingels;
  3. erven;
  4. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  5. groenvoorzieningen;
  6. wegen en paden;
  7. parkeervoorzieningen.

26.2 Bouwregels

Op de voor 'Gemengd' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
26.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. deze dienen te worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  2. deze dienen te worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  3. deze dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  4. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m;
  5. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m.
26.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer dan 6 m bedragen;
  2. de bouwhoogte van erfafscheidingen die voor de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden gebouwd mag niet meer bedragen dan 1 m;
  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 2,50 m bedragen.

26.3 Nadere eisen

26.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming.
26.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

26.4 Afwijken van de bouwregels

 
26.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
  1. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de verkeersveiligheid.
afwijken van het bepaalde in:
  • artikel 26.2.1  mits wordt voldaan aan de vereiste van een goede landschappelijke inpassing.
26.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

26.5 Specifieke gebruiksregels

26.5.1 Strijdig gebruik
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horeca, anders dan in de vorm van een kantine ten behoeve van de ter plaatse uitgeoefende maatschappelijke activiteiten en sportactiviteiten.

Artikel 27 Groen

27.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. groenvoorzieningen;
  2. landschappelijke en/of ecologische voorzieningen;
  3. de bescherming en ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden;
  4. speelvoorzieningen;
  5. bermen en waterlopen en -partijen;
met daaraan ondergeschikt;
  1. nutsvoorzieningen;
  2. geluid- en/of lichtwerekende voorzieningen;
  3. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  4. in- en uitritten;
  5. fiets- en wandelpaden;
  6. erftoegangswegen;
  7. verhardingen;
  8. cultuurgrond;
met de daarbij behorende:
  1. bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde.

27.2 Bouwregels

Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
27.2.1 Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
27.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte mag niet meer dan 5,00 m bedragen.

27.3 Specifieke gebruiksregels

27.3.1 Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend de aanleg van parkeervoorzieningen.

27.4 Wijzigingsbevoegdheid

27.4.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat:
  1. de bestemming 'Groen' wordt gewijzigd in de bestemming 'Water', mits:
    1. deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1';
    2. de noodzaak van de verbreding van het Van Starkenborghkanaal aanwezig is;
    3. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de regels van 'Water' van toepassing zijn.
27.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
27.4.3 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 28 Horeca

28.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor horeca(bedrijven) met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, erven en parkeervoorzieningen, met dien verstande dat:
  1. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  2. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  3. in het bestemmingsvlak aan de Jensemaweg 3 te Oldehove tevens een kleinschalig kampeerterrein is toegestaan.

28.2 Bouwregels

Op de voor 'Horeca' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
28.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de afstand tot de perceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen;
  5. de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte (exclusief de oppervlakte van de bedrijfswoning en de bij de bedrijfswoning behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen) mag eenmalige met maximaal 20% worden vergroot ten opzichte van het bestaand oppervlak ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 en welke legaal tot stand zijn gekomen;
  6. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor uitbreidingen van dat gebouw;
  7. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  8. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreiding van dat gebouw.
28.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
 
28.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
28.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van erfafscheidingen die voor de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden gebouwd mag niet meer bedragen dan 1 m;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 2,50 m bedragen;
  3. er mag maximaal 1 reclamebord aanwezig zijn van maximaal 1,5 mgroot en een bouwhoogte van niet meer dan 2 m.

28.3 Nadere eisen

28.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel;
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
28.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

28.4 Afwijken van de bouwregels

28.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 28.2.1 onder e ten behoeve van het uitbreiden van de bestaande gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte mag met meer dan 20% worden vergroot, mits:
    1. is aangetoond dat redelijkerwijs niet op een andere locatie dan waar het bedrijf is gevestigd, in de ruimtebehoefte kan worden voorzien, en;
    2. een erfinrichtingsplan met toepassing van de maatwerkmethode is opgesteld onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel niet groter wordt dan 0,5 hectare of een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel groter wordt dan 0,5 hectare;
    3. rekening is gehouden met:
      1. de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur;
      2. de ruimtelijke relevante kenmerken van de bestaande bebouwing;
      3. een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
      5. het aspect nachtelijke uitstraling;
    4. in de vorm van een voorwaarde bij de omgevingsvergunning wordt geborgd dat:
      1. de bebouwing en de voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd en aangelegd;
      2. erfbeplanting overeenkomstig het erfinrichtingsplan wordt aangelegd en in stand wordt gehouden;
  2. artikel 28.2.1 onder h ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast.
28.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

28.5 Wijzigingsbevoegdheid

28.5.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Horeca' wijzigen in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemmingen en daarbij aanduidingen opnemen.
28.5.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 28.5.1 genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;      
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
28.5.3 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
28.5.4 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 29 Maatschappelijk

29.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, erven, terreinen, parkeervoorzieningen en nutsvoorzieningen, met dien verstande dat:
  1. ter plaatse van de aanduiding 'museum' uitsluitend een museum is toegestaan, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'feestzaal' mede een zaalruimte die gebruikt mag worden voor zalenverhuur ten behoeve van bruiloften, feesten en partijen is toegestaan; 
    2. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 2' mede een restaurant is toegestaan;
    3. ter plaatse van de aanduiding 'cultuur en ontspanning' mede een film- en theaterzaal is toegestaan;
    4. onder gebruik ten behoeve van een museum worden begrepen exposities, congressen, beurzen, een voorlichtingscentrum, en bij voornoemde functies behorende horeca;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'horeca' horecavoorzieningen met inbegrip van vergaderaccommodatie, trouwlocatie en bed & breakfast is toegestaan;
  3. ter plaatse van de aanduiding 'zorginstelling' uitsluitend een werkvoorzieningsorganisatie is toegestaan;
  4. ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening' uitsluitend dienstverlening is toegestaan; 
  5. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - standplaats' een standplaats voor ambulante detailhandel is toegestaan;
  6. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  7. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen.

29.2 Bouwregels

Op de voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
29.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de afstand tot de perceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen;
  5. de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte (exclusief de oppervlakte van de bedrijfswoning en de bij de bedrijfswoning behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen) mag eenmalig met maximaal 20% worden vergroot ten opzichte van het bestaand oppervlak ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 en welke legaal tot stand zijn gekomen;
  6. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor uitbreidingen van dat gebouw;
  7. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  8. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreiding van dat gebouw.
29.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
 
29.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
29.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van erfafscheidingen die voor de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden gebouwd mag niet meer bedragen dan 1 m;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 2,50 m bedragen.

29.3 Nadere eisen

29.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
29.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

29.4 Afwijken van de bouwregels

29.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 29.2.1 onder e ten behoeve van het uitbreiden van de bestaande gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte mag met meer dan 20% worden vergroot, mits:
    1. is aangetoond dat redelijkerwijs niet op een andere locatie dan waar het bedrijf is gevestigd, in de ruimtebehoefte kan worden voorzien, en;
    2. een erfinrichtingsplan met toepassing van de maatwerkmethode is opgesteld onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel niet groter wordt dan 0,5 hectare of een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, indien de omvang van het bouwperceel groter wordt dan 0,5 hectare;
    3. rekening is gehouden met:
      1. de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur;
      2. de ruimtelijke relevante kenmerken van de bestaande bebouwing;
      3. een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
      5. het aspect nachtelijke uitstraling;
    4. in de vorm van een voorwaarde bij de omgevingsvergunning wordt geborgd dat:
      1. de bebouwing en de voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd en aangelegd;
      2. erfbeplanting overeenkomstig het erfinrichtingsplan wordt aangelegd en in stand wordt gehouden;
  2. artikel 29.2.1 onder h ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast.
29.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

29.5 Specifieke gebruiksregels

Ter plaatse van het adres Oudestreek 11 te Zevenhuizen is het gebruik van de gronden en bebouwing conform de bestemming 'Maatschappelijk' uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing overeenkomstig Bijlage 18 is gerealiseerd en kwantitatief en kwalitatief in stand wordt gehouden.

29.6 Wijzigingsbevoegdheid

29.6.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Maatschappelijk' wijzigen in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemmingen en daarbij aanduidingen opnemen.
29.6.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 29.6.1 genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;      
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
29.6.3 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
29.6.4 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 30 Maatschappelijk - Begraafplaats

 

30.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk - Begraafplaats' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. een begraafplaats;
  2. landschappelijke inpassing;
  3. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde, erven, terreinen, parkeervoorzieningen, voorzieningen en materiaalberging, wegen en paden, water, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. 

30.2 Bouwregels

Op de voor 'Maatschappelijk - Begraafplaats' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
30.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  2. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen per bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan 50 m2, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een grotere oppervlakte aanwezig was, in welk geval die grotere oppervlakte als maximum geldt;
  3. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,50 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor de uitbreidingen van dat gebouw; 
  4. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,50 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor de uitbreidingen van dat gebouw.
30.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van beeldende kunstwerken mag niet meer bedragen dan 4 m;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer bedragen dan 3 m.

30.3 Nadere eisen

30.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
30.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

Artikel 31 Maatschappelijk - landschappelijke waarde

31.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk - landschappelijke waarde' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. educatieve, sociaal-medische en sociaal-culturele voorzieningen in de vorm van een multifunctionele accommodatie ten behoeve van een geschikte werkplek voor kwetsbare inwoners om werkritme en werkervaring op te doen, alsmede, in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen:
    1. ondergeschikte horeca, in de vorm van een theehuis met theetuin;
    2. een kantoor;
    3. een bijeenkomstruimte
    4. parkeervoorzieningen. 
  2. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van natuurlijke en landschappelijke waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  3. voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik en educatief medegebruik, zoals wandel-, fiets- en ruiterpaden en parkeervoorzieningen ten behoeve van toeristische overstappunten;
  4. cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  5. infrastructurele voorzieningen zoals deze bestonden tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  6. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water, niet zijnde voorzieningen ten behoeve van ijsbaan of siervijvers;
  7. natuurvriendelijke oeverzones van 5 m breed aan weerszijden van een watergang;
Met dien verstande dat:
  1. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde, en andere werken.

31.2 Bouwregels

Op de voor 'Maatschappelijk - landschappelijke waarde' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
31.2.1 Gebouwen
Voor gebouwen gelden de volgende regels:
  1. gebouwd dient te worden binnen het bouwvlak. Met dien verstande dat het bouwvlak voor maximaal 80% bebouwd mag zijn;
  2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 7 meter;
  4. de dakhelling mag niet minder bedragen dan 22°, met dien verstande dat:
    1. voor een oppervlakte van ten hoogste 100m2 de dakhelling 0° mag bedragen;
    2. indien tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere dakhelling had, deze lagere dakhelling als minimum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw.
31.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: 
  1. de bouwhoogte mag niet meer dan 1,50 m bedragen;
  2. teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan.
31.2.3 Voorwaardelijke verplichting compensatie
Het bouwen en gebruik van gebouwen ter plaatse van Peebos 1a Opende is alleen mogelijk indien wordt aangetoond dat de vereiste Natuurcompensatie van het Natuurnetwerk Nederland met een oppervlakte van 0,2 hectare op de locatie hoek Provincialeweg / Peebos te Doezem is uitgevoerd en in stand gehouden.
31.2.4 Voorwaardelijke verplichting - Peebos 1a Opende
Het bouwen en gebruik van gebouwen ter plaatse van Peebos 1a Opende is alleen mogelijk indien wordt aangetoond dat de landschapsmaatregelen, de bebouwing en de voorzieningen zijn aangelegd en gebouwd overeenkomstig het inpassingsplan, zoals opgenomen in Bijlage 16 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' en in stand worden gehouden.

31.3 Nadere eisen

31.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, voor:  
  1. de verkeersveiligheid;
  2. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  3. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden;
  4. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  5. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming.
31.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

31.4 Specifieke gebruiksregels

31.4.1 Theehuis
De volgende specifieke gebruiksregels zijn van toepassing op de ondergeschikt horeca;
  1. er mogen geen feesten en partijen worden gehouden;
  2. er mogen geen activiteiten in de theetuin plaatsvinden na 18.00 uur;
  3. er mogen geen alcoholhoudende dranken worden geschonken.

Artikel 32 Natuur

32.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. bestaande bos- en natuurgebieden;
  2. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden;
  3. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  4. infrastructurele voorzieningen zoals deze bestonden tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  5. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water;
  6. cultuurgrond met daarbij behorende paden en sloten;
  7. natuurvriendelijke oeverzones;
  8. voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief en educatief medegebruik, zoals wandel-, fiets- en ruiterpaden en parkeervoorzieningen ten behoeve van toeristische voorzieningen;
  9. ter plaatse van de aanduiding 'motorcrossterrein' voor een motorcrossterrein;
  10. ter plaatse van de aanduiding 'cultuur en ontspanning' een beeldentuin;
  11. ter plaatse van de aanduiding 'ijsbaan' een ijsbaan;
met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde en andere werken. 
 
Onder de bestemming zijn maatregelen met het oog op de ontwikkeling van natuurwaarden in combinatie met dagrecreatieve voorzieningen begrepen, conform de door de provincie en het waterschap voor het gebied vastgestelde inrichtingsplannen.

32.2 Bouwregels

Op de voor 'Natuur' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
32.2.1 Gebouwen
Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat vogelkijkhutten die legaal aanwezig zijn tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 of die op dat moment gebouwd mogen worden, mogen worden gehandhaafd naar de omvang die zij op dat moment hadden.
32.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde geldt dat:
  1. ter plaatse van de aanduiding 'cultuur en ontspanning' de bouwhoogte niet meer dan 4 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 1,50 m mag bedragen.

32.3 Specifieke gebruiksregels

32.3.1 Voorwaardelijke verplichting - Landgoed Vredewold nabij Hoofdstraat 200 te Lettelbert
Tot het strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming zonder de instandhouding van de inrichting van het terrein conform Bijlage 35 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier'.

32.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het afgraven, ophogen, vergraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    • het aanleggen van drainage;
    • het aanbrengen van onderbemaling;
    • het scheuren van grasland;
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
    • het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen;
    • het aanbrengen van oppervlakte verharding meer dan 200 m2;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart
    • het kappen, dunnen en/of afzetten van beeldbepalende bomen;
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 33 Natuur - Agrarisch

33.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur - Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het agrarische grondgebruik, met uitzondering van een boom- en/of sierkwekerij-, houtteelt- of fruitteeltbedrijf, een bollenteeltbedrijf, een gebruiksgerichte paardenhouderij en een productiegerichte paardenhouderij;
  2. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden;
waarbij geldt dat gronden die zijn ingericht voor natuur niet mogen worden omgezet in agrarische gronden en dat het gebruik voor agrarische doeleinden respectievelijk natuurdoeleinden geen onevenredige nadelige gevolgen mag hebben voor de andere functie;
  1. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  2. infrastructurele voorzieningen zoals deze bestonden tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  3. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water;
  4. natuurvriendelijke oeverzones;
  5. voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik en educatief medegebruik, zoals wandel-, fiets- en ruiterpaden en parkeervoorzieningen ten behoeve van toeristische voorzieningen;
  6. ontsluitingswegen van aangrenzende bouwpercelen, waarbij de ontsluiting op de openbare weg uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' is toegestaan; 
  7. ter plaatse van de aanduiding 'ijsbaan' voor een ijsbaan;
met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde en andere werken.

33.2 Bouwregels

Op de voor 'Natuur - Agrarisch' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
33.2.1 Gebouwen
Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met dien verstande:
  1. dat stallen, schuren en vogelkijkhutten die legaal aanwezig zijn tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 of die op dat moment gebouwd mogen worden, mogen worden gehandhaafd naar de omvang die zij op dat moment hadden;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwing' een uitbouw van het bestaande kantoordeel met een oppervlakte van niet meer dan 30 m2 is toegestaan.
33.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte mag niet meer dan 1,50 m bedragen;
  2. kuilvoerplaten, sleufsilo's en voorzieningen ten behoeve van de opslag van mest zijn niet toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwing' een betonplaat met een oppervlakte van niet meer dan 375 m2 met een opstaande rand van niet meer dan 0,5 m is toegestaan;
  3. teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan.

33.3 Nadere eisen

 
33.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. de verkeersveiligheid;
  2. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  3. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden;
  4. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  5. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel'.
33.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

33.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    1. het afgraven, ophogen, vergraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    2. het scheuren van grasland;
    3. het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    4. het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld;
    5. het indrijven van voorwerpen in de grond;
    6. het aanbrengen van onderbemaling;
    7. het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    8. het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    9. het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
    10. het omzetten van grasland in bouwland;
    11. het aanbrengen van oppervlakte verharding meer dan 200 m2;
    12. het aanleggen of verwijderen van ondergrondse leidingen;
    13. het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    14. het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart
    15. het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen;  
    16. het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

33.5 Wijzigingsbevoegdheid

33.5.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Natuur - Agrarisch' wijzigen:
  1. in een (agrarische) bedrijfsbestemming ten behoeve van wijziging van de vorm van het bestemmingsvlak van de (agrarische) bedrijfsbestemming, indien en voor zover:
    1. de gronden grenzen aan de (agrarische) bedrijfsbestemming en de wijziging plaatsvindt in dezelfde (agrarische) bedrijfsbestemming;
    2. gelijktijdig de (agrarische) bedrijfsbestemming wordt gewijzigd in een aansluitende (agrarische) gebiedsbestemming;
    3. de oppervlakte van het bestemmingsvlak van de (agrarische) bedrijfsbestemming na wijziging niet is vergroot;
  2. ten behoeve van natuurontwikkeling, met dien verstande dat:
    1. grondverwerving plaatsvindt op basis van vrijwilligheid;
    2. verhoging van het waterpeil in natuurgebieden pas aan de orde is als grotere aaneengesloten waterhuishoudkundig beheersbare gebieden zijn verworven;
    3. verhoging van het waterpeil in natuurgebieden niet mag leiden tot vernatting van aangrenzende landbouwgronden;
    4. in beginsel geen hydrologische bufferzones buiten het Natuur Netwerk Nederland worden ingesteld;
    5. realisatie van het Natuur Netwerk Nederland niet mag leiden tot beperkingen op aangrenzende landbouwgronden.
33.5.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
33.5.3 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 34 Recreatie - Dagrecreatie

34.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Dagrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. voor fruitteelt, dagrecreatieve activiteiten met fruit, visvijvers en een kleinschalig kampeerterrein, alsmede daaraan ondergeschikte horeca uitsluitend ten dienste van de dagrecreatieve activiteiten en het kleinschalige kampeerterrein;
  2. voor zover het bestemmingsvlak is gelegen aan het Schilligepad 10 te Tolbert: een visvijver;
  3. voor zover het bestemmingsvlak is gelegen aan de Medenerweg 5 te Den Ham: een theehuis, culturele activiteiten en een siertuin;
  4. voor zover het bestemmingsvlak is gelegen aan de Roodehaansterweg (ongenummerd) te Saaksum: watersportvoorzieningen;
  5. voor zover het bestemmingsvlak is gelegen aan de Verbindingsweg 3 te Opende: sportdoeleinden met kantine;
  6. voor zover het bestemmingsvlak is gelegen aan de Provincialeweg 143 te Doezum: sporthal en zwembad;
  7. ter plaatse van de aanduiding 'attractiepark':
    1. een kinderboerderij, een miniatuurstoomtreinbaan, een modelspoorbaan, een speeltuin, een overdekte speelhal en daarmee vergelijkbare recreatieve voorzieningen;
    2. niet meer dan twee trekkershutten ten behoeve van recreatieve overnachting;
    3. een wandel- en fietspark;
    4. sportdoeleinden;
    5. daghoreca;
  8. ter plaatse van de aanduiding 'zwembad': een zwembad, een midgetgolfbaan, boogschietbaan en daghoreca;
  9. ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein':
    1. een evenemententerrein;
    2. incidenteel kamperen;
    3. ballonafvaarten;
    4. mensport en sportdoeleinden, waarbij geldt dat gemotoriseerde sporten niet zijn toegestaan;
  10. ter plaatse van de aanduiding 'horeca' een havengebouw met sanitaire voorzieningen en daghoreca;
  11. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - standplaats' een standplaats voor ambulante detailhandel is toegestaan;
  12. ter plaatse van de aanduiding 'museum': een museum;
  13. voor zover het bestemmingsvlak is gelegen tussen het Leeksterhoofddiep en Hoofdstraat 168 te Lettelbert: voor een picknickplaats;
  14. voor zover het bestemmingsvlak is gelegen aan de Hoofdstraat te Lettelbert: voor een recreatieplas;
  15. landschappelijke inpassing;
  16. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de waarden zoals die ter plaatse voorkomen;

34.2 Bouwregels

Op de voor 'Recreatie - Dagrecreatie' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
34.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. de afstand tot de perceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen, met uitzondering van het havengebouw waarvoor een afstand van 1 m geldt;
  4. de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte (exclusief de oppervlakte van de bedrijfswoning en de bij de bedrijfswoning behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen) mag niet meer bedragen dan het bestaand oppervlak ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingplan op 19 december 2023 en welke legaal tot stand zijn gekomen;
  5. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  6. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  7. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw.
34.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan op het bestemmingsvlak, gelegen aan het Schilligepad 10 te Tolbert, waarbij geldt dat het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding 'aantal bedrijfswoningen' aangegeven aantal en waarbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden' het aantal aaneen te bouwen woonhuizen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal en dat de aaneen gebouwde woonhuizen niet mogen worden vervangen door vrijstaande woonhuizen;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
 
34.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
34.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde geldt de volgende regel:
  1. de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen.

34.3 Nadere eisen

34.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
34.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

34.4 Afwijken van de bouwregels

34.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 34.2.1 onder d en de genoemde maximale oppervlakte vergroten, indien en voor zover is aangetoond dat de uitbreiding landschappelijk inpasbaar is;
  2. artikel 34.2.1 onder g ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast.
34.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

34.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden uit te voeren:
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleinschalige geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen en verwijderen van ondergrondse leidingen;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • rooien van de erfbeplanting op de wierde;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 35 Recreatie - Verblijfsrecreatie

35.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. bedrijfsmatig geëxploiteerde kampeerterreinen voor toercaravans, vouwwagens, campers, tenten, huifkarren, trekkershutten en tenthuisjes, met dien verstande dat:
    1. op het bestemmingsvlak gelegen aan de Midwolderweg 19 te Leek:
      1. mede stacaravans en chalets zijn toegestaan, waarbij geldt dat het aantal niet meer mag bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal eenheden' aangegeven aantal:
      2. ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein' uitsluitend kampeermiddelen zijn toegestaan (dus geen stacaravans en chalets);
    2. op het bestemmingsvlak gelegen aan Bolmeer 6 te Zevenhuizen in afwijking van de aanhef uitsluitend een kamphuis/groepsaccommodatie is toegestaan (dus geen kampeermiddelen e.d.), waarbij geldt dat niet meer dan 1 kamphuis/groepsaccommodatie is toegestaan;
    3. op de aan de volgende adressen gelegen bestemmingsvlakken ook stacaravans zijn toegestaan
      1. Teenstraweg 4 te Lauwerzijl;
      2. Niekerkerdiep 1 te Niekerk;
    4. op de aan de volgende adressen gelegen bestemmingsvlakken ook stacaravans en chalets zijn toegestaan:
      1. Kloosterweg 1 te Marum;
      2. Roordaweg 3a te Niebert;
      3. Openderweg 26 te Opende;
    5. op het bestemmingsvlak gelegen aan de Kolonieweg 20 te Opende tevens:
      1. binnen de bestaande bebouwing: de uitoefening van een agrarisch bedrijf is toegestaan;
      2. 1 chalet is toegestaan;
    6. op het bestemmingsvlak gelegen aan de Kolonieweg 16 te Opende uitsluitend een groepsaccommodatie is toegestaan;
    7. op het bestemmingsvlak gelegen aan de Jonkersvaart 10 te Jonkersvaart ook 1 (vakantie)appartementengebouw is toegestaan;
    8. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - stacaravan' ook stacaravans en chalets zijn toegestaan;
    9. ter plaatse van de aanduiding 'feestzaal' ook een feestzaal is toegestaan;
    10. ter plaatse van de aanduiding 'haven' ook een jachthaven is toegestaan;
    11. recreatiewoningen uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning', dan wel op de aan de volgende adressen gelegen bestemmingsvlakken, voor zover bestaand op tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023:
      1. Noorderweg 35 te Boerakker;
      2. Hamrik 17 te Marum;
      3. Postdijk 11 t/m 25 te Marum; 
    12. per bestemmingsvlak ten hoogste 1 kamphuis/groepsaccommodatie is toegestaan;
    13. per bestemmingsvlak ten hoogste 1 pension is toegestaan;
    14. de bedrijfswoning en/of de daarbij behorende bijgebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van een bed & breakfast met maximaal 2 kamers tot een oppervlakte maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlak van de gebouwen op het perceel, met een maximum van 50 m2;
  2. ter plaatse van kampeerterrein Overdaips te Roodehaan gelegen aan de Roodehaansterweg 12a in Saaksum: een bedrijfsmatig geëxploiteerd kampeerterrein, met dien verstande dat:
    1. op het bestemmingsvlak maximaal 15 camper- en/of toercaravansplaatsen gedurende de periode van 15 maart tot en met 31 oktober zijn toegestaan, met de daarbij behorende voorzieningen;
    2. aan de verblijfsrecreatie ondergeschikte horeca is toegestaan;
    3. een passantensteiger en een botenhuis, met daarbij behorende voorzieningen zoals een hellingbaan;
    4. botenverhuur en fietsverhuur;
    5. dagrecreatieve voorzieningen, een en ander uitsluitend of in hoofdzaak ten dienste van de verblijfsrecreatieve voorzieningen;
    6. openbaar water;
  3. ter plaatse van Westerzand 11 te Sebaldeburen: een bedrijfsmatig geëxploiteerd natuurkampeerterrein voor toercaravans, vouwwagens, campers, tenten en huifkarren, met dien verstande dat:
    1. het aantal standplaatsen niet meer mag bedragen dan 30 per hectare;
    2. per bestemmingsvlak ten hoogste 1 groepsaccommodatie is toegestaan;
    3. 1 bedrijfswoning is toegestaan;
    4. 1 woning is toegestaan;
  4. daarbij behorende voorzieningen, waaronder begrepen dagrecreatieve voorzieningen, detailhandel, horeca(bedrijf) en dienstverlenende bedrijven, een en ander uitsluitend of in hoofdzaak ten dienste van de verblijfsrecreatieve voorzieningen, met dien verstande dat op het bestemmingsvlak gelegen aan Bolmeer 6 te Zevenhuizen tevens een terrasvoorziening voor passanten is toegestaan;
  5. landschappelijke inpassing;
  6. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  7. scouting;
  8. een windturbine ter plaatse van de aanduiding 'windturbine';
met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen, paden, parkeervoorzieningen, water en groenvoorzieningen.

35.2 Bouwregels

Op de voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
35.2.1 Gebouwen
Voor alle gebouwen geldt dat deze dienen te worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86.
35.2.2 Gebouwen ten behoeve van voorzieningen
Voor gebouwen ten behoeve van voorzieningen, met uitzondering van een bedrijfswoning en daarbij behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen, gelden de volgende regels:
  1. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen mag niet meer bedragen dan 5% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een grotere oppervlakte daarvoor werd aangewend, in welk geval die grotere oppervlakte als maximum geldt;
  2. de bouwhoogte mag niet meer dan 8 m bedragen;
  3. ter plaatse van het perceel Roodehaansterweg 12a in Saaksum gelden de volgende regels:
    1. er mag één gebouw worden gebouwd ten behoeve van ondergeschikte horeca, sanitaire voorzieningen ten behoeve van het kampeerterrein en voor de opslag van vaartuigen en aanverwante materialen;
    2. er mag één gebouw worden gebouwd ten behoeve van beheer en onderhoud;
    3. de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)';
    4. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'.
35.2.3 Trekkershutten en tenthuisjes
Voor trekkershutten en tenthuisjes gelden de volgende regels:
  1. de oppervlakte van een trekkershut of tenthuisje mag niet meer bedragen dan 30 m2;
  2. vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan;
  3. de bouwhoogte mag niet meer dan 3,80 m bedragen.
35.2.4 Stacaravans
Voor stacaravans gelden de volgende regels:
  1. de oppervlakte van een stacaravan inclusief aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen mag niet meer dan 40 m2 bedragen;
  2. vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan;
  3. de bouwhoogte mag niet meer dan 3,80 m bedragen.
35.2.5 Chalets
Voor chalets gelden de volgende regels:
  1. de oppervlakte van een chalet inclusief aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen mag niet meer dan 70 m2 bedragen;
  2. vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan;
  3. de bouwhoogte mag niet meer dan 3,80 m bedragen.
35.2.6 Recreatiewoningen
Voor recreatiewoningen gelden de volgende regels:
  1. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal eenheden' mag het aantal recreatiewoningen niet meer bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. recreatiewoningen mogen uitsluitend vrijstaand worden gebouwd;
  3. de onderlinge afstand tussen de recreatiewoningen mag niet minder bedragen dan 10 m;
  4. de oppervlakte van een recreatiewoning inclusief aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen mag niet meer dan 80 m2 bedragen;
  5. vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan;
  6. de goothoogte mag niet meer dan 3 m bedragen;
  7. de bouwhoogte mag niet meer dan 6 m bedragen.
35.2.7 Kamphuis/groepsaccommodatie
Voor een kamphuis/groepsaccommodatie gelden de volgende regels:
  1. de oppervlakte mag niet meer dan 200 m2 bedragen, met dien verstande dat indien een bestaand gebouw met een grotere oppervlakte dan 200 m2 voor groepsaccommodatie wordt gebruikt, de oppervlakte voor groepsaccommodatie niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van het bestaande gebouw;  
  2. de bouwhoogte mag niet meer dan 8 m bedragen.
35.2.8 Pensions
Voor een pension gelden de volgende regels:
  1. de pensionkamers worden in één gebouw ondergebracht;
  2. de oppervlakte per pensionkamer mag niet meer dan 50 m2 bedragen;
  3. de gezamenlijke oppervlakte van de pensionkamers mag niet meer bedragen dan 250 m2;
  4. het aantal pensionkamers mag niet meer dan 10 bedragen.
35.2.9 Appartementengebouwen
Voor een appartementengebouw gelden de volgende regels:
  1. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 270 m2;
  2. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m.
35.2.10 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
35.2.11 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
35.2.12 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van verkeers-, sport- en spelvoorzieningen mag niet meer dan 6 m bedragen;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 m bedragen;
  3. de bouwhoogte van een uitkijktoren op het perceel Jonkersvaart 10 te Jonkersvaart mag niet meer dan 8 m bedragen.
35.2.13 Overige bouwwerken
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2,00 m bedragen;
  2. steigers zijn toegestaan, mits:
    1. de bouwhoogte van de steiger (ten opzichte van het waterpeil) 0,30 m is;
    2. het oppervlakte van de steiger niet meer dan 20 m2 bedraagt;
  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 6,00 m bedragen.

35.3 Nadere eisen

35.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
35.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

35.4 Afwijken van de bouwregels

35.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 35.2.2 onder a en toestaan dat voor de gebouwen een maximaal te bebouwen oppervlak van ten hoogste 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak wordt benut.
35.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

35.5 Specifieke gebruiksregels

 
35.5.1 Toegestaan gebruik
Het gebruik voor de in artikel 35.1 onder b genoemde ondergeschikte horeca ter plaatse is uitsluitend toegestaan met inachtneming van de volgende randvoorwaarden:
  1. de horecavoorziening heeft in de zomermaanden een brutovloeroppervlakte van niet meer dan 65 m2; deze oppervlakte is exclusief het terras en het winterterras (overdekte hellingbaan);
  2. de openingstijden zijn maximaal van 10.00-23.00 uur;
  3. de horecavoorziening is buiten het kampeerseizoen (van 15 maart tot en met 31 oktober) alleen op vrijdag en zaterdag geopend;
  4. de horecavoorziening is niet gericht op groepen en heeft een aanbod dat is gericht op het serveren van kleine gerechten en dranken.
35.5.2 Strijdig gebruik
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruiken of laten gebruiken van recreatiewoningen, groepsaccommodaties, pensions, chalets, stacaravans, trekkershutten, toercaravans, vouwwagens, campers, tenten, huifkarren en andere recreatieobjecten voor permanente bewoning;
  2. het gebruik van de gronden en gebouwen als permanente ligplaats voor (woon)schepen;
  3. het gebruik van de gronden en gebouwen indien de landschappelijke inpassing niet is uitgevoerd en in stand wordt gehouden zoals is aangegeven in de 'Landschappelijke randvoorwaarden herinrichting Roode Haan' die als Bijlage 17 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' is opgenomen, met dien verstande dat de uitvoering moet worden afgerond binnen een half jaar na (de volledige) ingebruikneming van het terrein te rekenen vanaf 15 maart 2021).

35.6 Afwijken van de gebruiksregels

 
35.6.1 Afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 35.1 onder a, sub 14 ten behoeve van het gebruiken van de bedrijfswoning en/of de daarbij behorende bijgebouwen voor een bed & breakfast groter dan 50 m2, mits:
    1. de vloeroppervlakte ten behoeve van een bed & breakfast maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen op het perceel bedraagt, met een maximum van 250 m2;
    2. het parkeren van de gasten van de bed & breakfast op eigen erf plaatsvindt;
    3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
35.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

35.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden uit te voeren:
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleinschalige geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen en verwijderen van ondergrondse leidingen;
    • rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

35.8 Wijzigingsbevoegdheid

35.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen aanduidingen opnemen die de bouw van recreatiewoningen mogelijk maakt, met dien verstande dat:
  1. het aantal niet meer dan 10 bedraagt;
  2. uit een bedrijfsplan is gebleken dat sprake is van een bedrijfsmatige exploitatie;
  3. permanente bewoning niet is toegestaan.
35.8.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
35.8.3 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 36 Sport

36.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. sportvoorzieningen;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'speelvoorziening' mede voor een crossterrein;
  3. ter plaatse van de aanduiding 'sportveld' uitsluitend voor sportvelden;
  4. ter plaatse van de aanduiding 'ijsbaan' uitsluitend voor een ijsbaan en hondenrennen;
  5. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - menterrein' mede voor een menterrein; 
met daarbij behorende gebouwen - geen bedrijfswoningen zijnde - en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

36.2 Bouwregels

Op de voor 'Sport' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
36.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. de afstand tot de perceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen;
  4. het gezamenlijke bebouwde oppervlak mag niet meer bedragen dan het bestaand oppervlak ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 en welke legaal tot stand zijn gekomen;
  5. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor uitbreidingen van dat gebouw;
  6. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw.
36.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer dan 6 m bedragen;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 2,50 m bedragen.

36.3 Nadere eisen

36.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
36.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

36.4 Afwijken van de bouwregels

 
36.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 36.2.1 onder d en genoemde maximale oppervlakte vergroten, mits:
  1. de uitbreiding niet meer bedraagt dan 20% van de bestaande oppervlakte;
  2. is aangetoond dat de sportvoorzieningen gebonden is aan het landelijk gebied en de uitbreiding landschappelijk inpasbaar is.
36.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

Artikel 37 Sport - Manege

37.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport - Manege' aangewezen gronden zijn bestemd voor een manege, met daarbij behorende gebouwen, bedrijfswoningen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, erven en gronden, parkeervoorzieningen en nutsvoorzieningen, met dien verstande dat:
  1. per bestemmingsvlak niet meer dan 1 manege is toegestaan;
  2. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  3. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  4. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een landschappelijk ingepast kleinschalig kampeerterrein;
  5. de gebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (zoals een boerderijwinkel, een boerderijterras, een ontvangstruimte voor rondleidingen of lezingen) tot een oppervlakte van niet meer dan 120 m2;
  6. de bedrijfswoning en/of de daarbij behorende bijgebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van een bed & breakfast met maximaal 2 kamers tot een oppervlakte van maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlak van de gebouwen op het perceel, met een maximum van 50 m2;
  7. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van kleinschalige horeca ten dienste van de manege;
  8. ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' voor kleinschalige dag- en verblijfsrecreatieve activiteiten in de vorm van bed & breakfast, trekkershut, pipowagen, groepsaccommodatie en daghoreca;
  9. ter plaatse van de aanduiding 'plattelandswoning' 1 plattelandswoning is toegestaan.

37.2 Bouwregels

Op de voor 'Sport - Manege' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
37.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. gebouwen mogen niet worden gebouwd vóór de voorgevel;
  4. de afstand tot de perceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen;
  5. de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte (exclusief de oppervlakte van de bedrijfswoning en de bij de bedrijfswoning behorende aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen) mag niet meer bedragen dan het bestaand oppervlak ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 en welke legaal tot stand zijn gekomen;
  6. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,50 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere goothoogte aanwezig was, in welk geval die hogere goothoogte als maximum geldt voor uitbreidingen van dat gebouw;
  7. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een hogere bouwhoogte aanwezig was, in welk geval die hogere bouwhoogte als maximum geldt voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw;
  8. de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen, tenzij tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw een lagere respectievelijk hogere dakhelling had, deze lagere respectievelijk hogere dakhelling als minimum dan wel maximum dakhelling geldt voor dat gebouw en voor uitbreiding van dat gebouw;
  9. voorzieningen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing.
37.2.2 Bedrijfswoningen
Voor een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 bedrijfswoning worden gebouwd, met dien verstande dat:
    1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan;
    2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal bedrijfswoningen' het aantal bedrijfswoningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal;
  2. de oppervlakte van de bedrijfswoning inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. de goot- en bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 3,50 m en 9 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze meer bedraagt.
37.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
37.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer dan 6 m bedragen;
  2. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag niet meer dan 2,50 m bedragen.

37.3 Nadere eisen

37.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelstemming of aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of natuurlijke waarden.
37.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

37.4 Afwijken van de bouwregels

37.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van bepaalde in:
  1. artikel 37.2 aanhef en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning is of wordt verleend als bedoeld in artikel 37.6, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 37.6 genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de bouwregels;
  2. artikel 37.2.1 onder e ten behoeve van een grotere maximale oppervlakte, indien en voor zover de uitbreiding niet meer mag bedragen dan 20% van de bestaande bebouwde oppervlakte;
  3. artikel 37.2.1 onder h ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast;
  4. artikel 37.2.1 onder i ten behoeve van sanitaire voorzieningen bij een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover:
    1. door de aanvrager is aangetoond dat daarvoor in de bestaande bebouwing geen mogelijkheden bestaan;
    2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2.
37.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

37.5 Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van trekkershutten, pipowagen, groepsaccommodaties en andere recreatieobjecten voor permanente bewoning.

37.6 Afwijken van de gebruiksregels

37.6.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 37.1 ten behoeve van agrarisch verwante neventakken, zoals loonbedrijven, agrarische hulpbedrijven, kaasmakerijen, ijsmakerijen, veehandelsbedrijven, hooi- en stro-opslagbedrijven, zorgboerderijen, met dien verstande dat:
    1. de neventakken worden ondergebracht in bestaande bedrijfsgebouwen, die ten behoeve daarvan mogen worden verbouwd;
    2. niet meer dan 200 m2 mag worden aangewend ten behoeve van de neventakken (exclusief de kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen als bedoeld in artikel 37.1 onder e en de bed & breakfast als bedoeld in artikel 37.1 onder f);
  2. artikel 37.1 ten behoeve van kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers, met dien verstande dat:
    1. de boerderijkamers in één bedrijfsgebouw worden ondergebracht, dat ten behoeve daarvan mag worden verbouwd;
    2. de oppervlakte per boerderijkamer niet meer bedraagt dan 50 m2;
    3. de gezamenlijke oppervlakte van de boerderijkamers niet meer bedraagt dan 250 m2;
    4. het aantal boerderijkamers niet meer bedraagt dan 10;
    5. de boerderijkamers een duidelijke ruimtelijke relatie hebben met het boerenbedrijf;
    6. permanente bewoning niet is toegestaan;
  3. artikel 37.1 ten behoeve van het gebruiken van de bedrijfswoning en/of de daarbij behorende bijgebouwen voor een bed & breakfast groter dan 50 m2, mits:
    1. de vloeroppervlakte ten behoeve van een bed & breakfast maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen op het perceel bedraagt, met een maximum van 250 m2;
    2. het parkeren van de gasten van de bed & breakfast op eigen erf plaatsvindt;
    3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
37.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

37.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het aanbrengen van oppervlakte verharding meer dan 200 m2;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

37.8 Wijzigingsbevoegdheid

37.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen:
  1. de bestemming 'Sport - Manege' wijzigen in de bestemming 'Wonen' en de aansluitende gebiedsbestemming(en), indien het bedrijf is of wordt beëindigd, dan wel geen sprake meer is van reële bedrijfsvoering;
  2. de bestemming 'Sport - Manege' wijzigen in een nieuw agrarisch bouwperceel, indien en voor zover:
    1. er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf dat verplaatst wordt;
    2. wijziging plaatsvindt ten behoeve van de uitplaatsing van een bestaand bedrijf uit het Natuurnetwerk Nederland in de provincie of omdat de bestaande bedrijfsvoering aantoonbaar niet kan voldoen aan actuele wettelijke milieuhygiënische normen of omdat de bedrijfsvoering op de oorspronkelijke vestigingslocatie aantoonbaar ernstige overlast veroorzaakt, die niet op een andere manier kan worden tegengegaan of vanwege een actuele stedelijke ontwikkeling, of aanleg van infrastructuur binnen de provincie Groningen, dan wel het Besluit externe veiligheid buisleidingen continuering van de bedrijfsvoering in de weg staat, of op basis van een door Gedeputeerde Staten vastgestelde specifieke taakstelling tot inplaatsing van agrarische bedrijven, mits:
      1. in de plantoelichting is gemotiveerd dat redelijkerwijs geen gebruik kan worden gemaakt van een bestaand agrarisch bouwperceel gelegen in de nabijheid van de bij het bedrijf in gebruik zijnde gronden;
      2. is verzekerd dat het bestemmingsvlak van waaruit de verplaatsing plaatsvindt niet opnieuw kan worden gebruikt ten behoeve van een agrarisch bedrijf;
      3. de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een bij de provincie Groningen werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
    3. aan de omvang, situering en vormgeving van het nieuwe agrarische bouwperceel bedoeld in het eerste lid een erfinrichtingsplan ten grondslag ligt, waarbij in ieder geval rekening is gehouden met achtereenvolgens:
      1. de historisch gegroeide landschapsstructuur;
      2. de afstand tot andere ruimtelijke elementen;
      3. de evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
      5. de nachtelijke lichtuitstraling;
      6. het uitgangspunt dat voor de bedrijfsvoering ontsierende opstallen, met uitzondering van monumentale of karakteristieke gebouwen, op de verlaten bouwpercelen worden
    4. het nieuwe agrarisch bouwperceel bedoeld in het eerste lid kan niet groter zijn dan 2 hectare;
    5. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch';
  3. de bestemming 'Sport - Manege' wijzigen ten behoeve van bedrijven zoals genoemd in Bijlage 5, binnen opslag, sociale, culturele, kunstzinnige, medische, therapeutische, algemeen maatschappelijke en met het buitengebied samenhangende educatieve functies, mits de milieubelasting niet meer bedraagt dan die van een categorie 2-activiteit als bedoeld in Bijlage 6;
  4. de bestemming 'Sport - Manege' wijzigen ten behoeve van  dierenpensions/hondenkennels, hoveniersbedrijven, dierenklinieken mits het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
  5. de bestemming wijzigen 'Sport - Manege' in de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' of 'Agrarisch - Paardenhouderij 2', mits:
    1. uit een bedrijfsplan is gebleken dat de bestaande bebouwde oppervlakte niet toeneemt;
    2. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch' en/of de bestemming 'Agrarisch met waarden - Natuur';
    3. het bestemmingsvlak grenst aan een weg;
  6. de bestemming 'Sport - Manege' wijzigen ten behoeve van natuurontwikkeling, indien en voor zover het bedrijf is of wordt verplaatst ten behoeve van het (te realiseren) Natuur Netwerk Nederland;
  7. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' wordt aangebracht, met dien verstande dat:
    1. de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast indien een bedrijfswoning wordt bewoond door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, niet noodzakelijk is;
    2. medewerking alleen op voldoende onderbouwd verzoek van zowel de bewoner als de bedrijfsvoerder wordt overwogen;
    3. er ten minste sprake is van een reële agrarische bedrijfsvoering;
    4. er voldoende woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden, gemotiveerd vanuit de planologische maximale mogelijkheden voor het agrarisch bedrijf;
    5. na toekennen van de aanduiding geen medewerking wordt verleend voor nieuwe bedrijfswoningen bij het agrarische bedrijf;
    6. de bestaande functionele inrichting tussen het agrarisch bedrijf en de plattelandswoning uitgangspunt is om de visueel ruimtelijke impact tot een minimum te beperken en de visuele eenheid van het geheel zo goed mogelijk te waarborgen;
  8. de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – plattelandswoning' wordt verwijderd, met dien verstande dat de naastgelegen agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en de aanduiding voor het bouwvlak ter plaatse is verwijderd dan wel de plattelandswoning opnieuw als agrarische bedrijfswoning in gebruik wordt genomen.
37.8.2 Voorwaarden wijziging wonen
Toepassing van de in artikel 37.8.1 onder a genoemde bevoegdheid vindt plaats met in achtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de woonfunctie mag uitsluitend worden uitgeoefend:
    1. in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte;
    2. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'karakteristiek' is aangeduid;
    3. in een bij het hoofdgebouw behorend gebouw dat als 'beeldbepalend' is aangeduid;
    mits het toevoegen van nieuwe woningen past in de 'Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025'. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  2. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;       
  3. bedrijfsactiviteiten beperkt blijven tot activiteiten die naar aard en omvang ruimtelijk, milieutechnisch en verkeerskundig inpasbaar zijn;
  4. de mogelijkheid van opslag van materialen en goederen op het erf worden beperkt;
  5. de mogelijkheid voor het uitoefenen van detailhandel wordt beperkt;
  6. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing, wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
37.8.3 Voorwaarden wijziging andere functie
Toepassing van de in artikel 37.8.1 onder c en d genoemde bevoegdheden vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
  1. de nieuwe functie moet plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing;
  2. de vrijgekomen bebouwing mag niet worden vergroot en er mogen geen nieuwe gebouwen worden opgericht, anders dan vervangende nieuwbouw;
  3. bij de nieuwe functie mag uitsluitend worden gewoond indien een voormalige bedrijfswoning aanwezig is; in dat geval mag de woonfunctie uitsluitend worden uitgeoefend in de voormalige bedrijfswoning en in een aan de voormalige bedrijfswoning aangebouwde voormalige bedrijfsruimte, waarbij geldt dat in totaal niet meer dan 1 woning aanwezig mag zijn;
  4. de landschappelijke kenmerken van het erf mogen niet worden aangetast;
  5. de karakteristiek van de bebouwing en het erf mogen niet worden aangetast;
  6. de verkeersinfrastructuur moet een toename van de nieuwe functie toelaten;
  7. de nieuwe functie mag niet leiden tot extra beperkingen van de exploitatie- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven, hetgeen dient te zijn aangetoond aan de hand van de van toepassing zijnde milieuregelgeving en de daarop gebaseerde jurisprudentie (omgekeerde werking);
  8. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' aan het bestemmingsvlak toegekend en zijn de regels van artikel 86.8 van toepassing.
37.8.4 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
37.8.5 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 38 Tuin

38.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. tuinen geen erven zijnde, behorende bij op hetzelfde bouwperceel gelegen woonhuizen;
met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

38.2 Bouwregels

Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
38.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
  1. er mogen uitsluitend erf- en terreinafscheidingen worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte van een erf- en terreinafscheiding zal ten hoogste 1,00 m bedragen.

Artikel 39 Verkeer

39.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het vervoer over de weg;
  2. bruggen, ter plaatse van de aanduiding 'brug';
  3. een laad- en losplaats, ter plaatse van de aanduiding 'laad- en losplaats'
  4. water;
met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde en voorzieningen, fiets- en voetpaden, op- en afritten, bermen en beplanting en parkeervoorzieningen.

39.2 Bouwregels

Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
39.2.1 Gebouwen en overkappingen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
39.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde gelden de volgende regels:
  1. bruggen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'brug';
  2. de bouwhoogte van een brug mag niet meer dan 12,00 m bedragen, danwel de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen
  3. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 10,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van cameramasten niet meer dan 16,00 m mag bedragen;
  4. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1,00 m bedragen;
  5. er mogen geen reclamemasten worden gebouwd;
  6. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, mag niet meer dan 5,00 m bedragen.

39.3 Specifieke gebruiksregels

39.3.1 Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van de gronden als verkooppunt van motorbrandstoffen
  2. het inrichten van het bestemmingsvlak met een groter aantal rijstroken dan 2;
  3. het in gebruik nemen van de nieuw aan te leggen weg/nieuw te bouwen bruggen op het moment dat het compenseren van de te dempen karakteristieke sloten, zoals benoemd en beschreven in de toelichting van het bestemmingsplan "Aduard-Nieuwklap, Vervanging brug Aduard en aanleg rondweg Aduard - Nieuwklap", nog niet zijn vastgelegd in een concreet haalbaar en door Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen vastgesteld compensatieplan dat de instemming heeft van burgemeester en wethouders.

39.4 Afwijken van de gebruiksregels

 
39.4.1 Afwijking
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 39.3 in die zin dat wordt afgeweken van het aantal rijstroken per weg, mits de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde.
39.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

Artikel 40 Verkeer - 1

 

40.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het vervoer over de weg;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' voor de verkoop van motorbrandstoffen, waaronder begrepen lpg met een doorzet van niet meer dan 1.500 m3 per jaar en detailhandel in weggebonden artikelen;
  3. ter plaatse van de aanduiding 'vulpunt lpg' voor een lpg-vulpunt;
  4. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - reservoir lpg' voor een ondergronds lpg-reservoir;
  5. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - afleverzuil lpg' voor een afleverzuil lpg;
  6. waterlopen;
met daarbij behorende gebouwen, zoals bushaltes, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voorzieningen, fietspaden, bermen en bermsloten, taluds, ongelijkvloerse kruisingen, faunapassages, carpoolplaatsen, parkeer- en groenvoorzieningen.

40.2 Bouwregels

Op de voor 'Verkeer - 1' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
40.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen ten behoeve van de verkoop van motorbrandstoffen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg';
  2. de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van de verkoop van motorbrandstoffen mag niet meer bedragen dan 770 m2;
  3. de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van de verkoop van motorbrandstoffen en detailhandel in weggebonden artikelen mag niet meer bedragen dan 4 m;
  4. de bouwhoogte van bushaltes en andere wachtruimtes mag niet meer bedragen dan 3 m;
  5. de oppervlakte van bushaltes en andere wachtruimtes mag niet meer bedragen dan 50 m2.
40.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 10 m mag bedragen.

40.3 Nadere eisen

 
40.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
40.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

40.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het aanleggen van een weg, bestaande uit meer dan twee maal twee rijstroken.

Artikel 41 Verkeer - 3

 

41.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het vervoer over de weg;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' voor de verkoop van motorbrandstoffen, waaronder begrepen lpg met een doorzet van meer dan 1.000 m3 per jaar en detailhandel in weggebonden artikelen;
  3. ter plaatse van de aanduiding 'vulpunt lpg' voor een lpg-vulpunt;
  4. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - reservoir lpg' voor een ondergronds lpg-reservoir;
  5. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - afleverzuil lpg' voor een afleverzuil lpg;
  6. waterlopen;
met daarbij behorende gebouwen, zoals bushaltes, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voorzieningen, fietspaden, bermen en bermsloten, taluds, ongelijkvloerse kruisingen, faunapassages, carpoolplaatsen, parkeer- en groenvoorzieningen, met dien verstande dat de verkoop van motorbrandstoffen niet is toegestaan.

41.2 Bouwregels

Op de voor 'Verkeer - 3' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
41.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van bushaltes en andere wachtruimtes mag niet meer bedragen dan 3 m;
  2. de oppervlakte van bushaltes en andere wachtruimtes mag niet meer bedragen dan 50 m2.
41.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 10 m mag bedragen.

41.3 Nadere eisen

 
41.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
41.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

41.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het aanleggen van een weg, bestaande uit meer dan twee rijstroken.

41.5 Afwijken van de gebruiksregels

41.5.1 Afwijking
Bij een omgevingsvergunning kan ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - afwijkingsgebied' worden afgeweken van het bepaalde in artikel 41.1 ten behoeve van de verkoop van motorbrandstoffen, mits sprake is van bebouwing met een kwalitatief hoogwaardige ruimtelijke uitstraling.
41.5.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

Artikel 42 Verkeer - 4

42.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het vervoer over de weg;
  2. ter plaatse van de aanduiding 'weg' voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de karakteristiek van de weg;
  3. waterlopen;
met daarbij behorende gebouwen, zoals bushaltes, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voorzieningen, fietspaden, bermen en bermsloten, taluds, ongelijkvloerse kruisingen, faunapassages, carpoolplaatsen, parkeer- en groenvoorzieningen, met dien verstande dat de verkoop van motorbrandstoffen niet is toegestaan. 

42.2 Bouwregels

Op de voor 'Verkeer - 4' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
42.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van bushaltes en andere wachtruimtes mag niet meer bedragen dan 3 m;
  2. de oppervlakte van bushaltes en andere wachtruimtes mag niet meer bedragen dan 50 m2;
  3. per woonschip bij het adres Hoofdstraat 270, Oostwold is niet meer dan 1 berging toegestaan, waarvan de oppervlakte niet meer dan 20 m2 mag bedragen en de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen.
42.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 10 m mag bedragen.

42.3 Nadere eisen

 
42.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
42.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

42.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het aanleggen van een weg, bestaande uit meer dan twee rijstroken.

Artikel 43 Verkeer - Parkeerterrein

 

43.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Parkeerterrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor parkeervoorzieningen met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen. 

43.2 Bouwregels

Op de voor 'Verkeer - Parkeerterrein' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarvoor geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 6 m mag bedragen. 

Artikel 44 Verkeer - Railverkeer

44.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor het vervoer over het spoor met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen, zoals bermen en bermsloten, taluds, ongelijkvloerse kruisingen, faunapassages, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. 

44.2 Bouwregels

Op de voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, waarvoor geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 10 m mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte ter plaatse van een brug niet meer dan 45 m mag bedragen.

Artikel 45 Verkeer - Verblijf

45.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. wegen en straten;
  2. voet- en rijwielpaden;
met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde en voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, water. Met daaraan ondergeschikt tuinen en erven.

45.2 Bouwregels

Op de voor 'Verkeer - Verblijf' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
45.2.1 Gebouwen
Op of in deze gronden worden geen gebouwen gebouwd.
45.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt niet meer dan 6 m;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, bedraagt niet meer dan 5 m.

Artikel 46 Verkeer - Wegverkeer

46.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het vervoer over wegen;
  2. wegen, met dien verstaande dat het aantal rijstroken ten hoogste twee bedragen.
met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen, bruggen, voet- en fietspaden, parkeer- en groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen.

46.2 Bouwregels

Op de voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, waarvoor geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 6 m mag bedragen.

46.3 Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het veranderen van het wegprofiel, dan wel het veranderen van bestaande geluidsreducerende maatregelen, waardoor de voorkeursgrenswaarde of een hoger verkregen grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder wordt overschreden.

Artikel 47 Water

 

47.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. kanalen, vaarten, plassen, waterbergingen, watergangen, waterlopen, waterpartijen, voorzieningen voor het keren en beheersen van water en andere waterhuishoudkundige voorzieningen;
  2. oeverstroken;
  3. de recreatie- en beroepsvaart;
  4. extensief recreatief medegebruik;
  5. ter plaatse van de aanduiding 'woonschepenligplaats' voor woonschepen, waarbij geldt dat indien geen aantal is opgenomen 1 woonschip is toegestaan en dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal eenheden' maximaal het aangegeven aantal woonschepen is toegestaan;
  6. ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven' of 'haven' een jachthaven;
  7. ter plaatse van de aanduiding 'weg' voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de karakteristiek van de weg;
  8. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - recreatievaartuig' een ligplaats voor recreatievaartuigen;
met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen, zoals bruggen, dammen, duikers, stuwen, sluizen, gemalen, beschoeiingen en groenvoorzieningen.

47.2 Bouwregels

Op de voor 'Water' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
47.2.1 Gebouwen
Voor gebouwen gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'woonschepenligplaats';
  2. bergingen zijn uitsluitend toegestaan bij woonschepen, waarbij geldt dat per woonschip niet meer dan 1 berging is toegestaan;
  3. de oppervlakte van een berging mag niet meer dan 20 m2 bedragen;
  4. de bouwhoogte van een berging mag niet meer dan 3 m bedragen.
47.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde geldende volgende regels:
  1. de bouwhoogte van scheepvaarttekens, bruggen, sluizen en daarmee gelijk te stellen kunstwerken mag niet meer bedragen dan 15 m;
  2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 2,5 m;        
  3. de bouw van een aanlegsteiger ten behoeve van een pleziervaartuig en/of een vissteiger is niet toegestaan.

47.3 Nadere eisen

 
47.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
47.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

47.4 Afwijken van de bouwregels

47.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 47.2.2 onder c ten behoeve van de bouw van aanlegsteigers, mits:
  1. per bouwperceel ten hoogste één steiger wordt gebouwd;
  2. de steiger evenwijdig aan de oeverlijn wordt gebouwd;
  3. de lengte van de steiger (evenwijdig aan het water) maximaal 5 meter bedraagt;
  4. de breedte van de steiger maximaal 4 meter bedraagt;
  5. de bouwhoogte van een steiger maximaal 1,5 meter bedraagt;
  6. de waterbeheerder of waterschap toestemming geeft voor de aanleg van de steiger.
47.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

47.5 Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het aanleggen of laten aanleggen van woonschepen, behalve ter plaatse van de aanduiding 'woonschepenligplaats'.

47.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    • het aanbrengen en verwijderen van ondergrondse leidingen;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden.

47.7 Wijzigingsbevoegdheid

47.7.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Water' wijzigen ten behoeve van verhogen van het maximaal aantal eenheden van de functieaanduiding 'woonschepenhaven' van twee naar drie, met dien verstande dat:
  1. sprake moet zijn van toestemming van het bevoegde waterschap;
  2. er een inrichtingsplan is opgesteld waarbij rekening is gehouden met:
    1. de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur;
    2. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
    3. het aspect nachtelijke lichtuitstraling.
47.7.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
47.7.3 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 48 Water - Karakteristieke sloot

48.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water - Karakteristieke sloot' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud van de waterlopen en oeverstroken. 

48.2 Bouwregels

Op de voor 'Water - Karakteristieke sloot' aangewezen gronden geldt dat het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet is toegestaan. 

48.3 Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen het verleggen, dempen en/of het vergraven van de in artikel 48.1 bedoelde waterlopen.

48.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    • het aanbrengen en verwijderen van ondergrondse leidingen;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden.

48.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied' de bestemming 'Water - Karakteristieke sloot' wijzigen in de bestemming 'Agrarisch' in die zin dat een sloot kan worden gedempt of vergraven, met dien verstande dat:
  1. het verleggen of dempen van een (deel van een) sloot redelijkerwijs noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering;
  2. bij het verleggen of dempen van een (deel van een) sloot er een gelijkwaardige sloot wordt aangelegd of een nieuwe gelijkwaardige sloot wordt aangewezen;
  3. het verleggen van een (deel van een) sloot de kleinschaligheid van het landschap en de onregelmatige blokverkaveling accentueert, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige aardkundige waarden;
  4. het dempen van een (deel van een) sloot gepaard gaat met het realiseren van een compenserende sloot, die de kleinschaligheid van het landschap en de onregelmatige blokverkaveling accentueert, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige aardkundige waarden;
  5. het verleggen of dempen van een (deel van een) sloot alleen kan plaatsvinden nadat de nieuwe sloot is gerealiseerd, dan wel het realiseren van de nieuwe sloot geborgd is in een uitvoeringsovereenkomst; en
  6. bij gebruikmaking van de wijzigingsbevoegdheid advies wordt ingewonnen bij de Gebiedsraad Middag- Humsterland en bij het waterschap.

Artikel 49 Wonen

 

49.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in woonhuizen met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, erven en parkeervoorzieningen, met dien verstande dat:
  1. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  2. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  3. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van een landschappelijk ingepast kleinschalig kampeerterrein;
  4. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van hobbymatig agrarisch gebruik, voor agrarisch gebruik ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch' en voor bestaand agrarisch gebruik door derden;
  5. per bouwperceel niet meer dan 1 hobbymatige paardenbak en/of andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen voor eigen gebruik, zoals longeercirkels, paddocks en stap- en trainingsmolens, zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 800 m2, waarvoor geldt dat de afstand tot de woning van derden niet minder dan 25 m mag bedragen;
  6. de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van een bed & breakfast met maximaal 2 kamers tot een oppervlakte van niet meer 30% van het bestaande vloeroppervlak van de gebouwen op het perceel, met een maximum van 50 m2;
  7. de gronden mede zijn bestemd voor een aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat:
    1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 70 m2;
    2. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke grondoppervlakte van het hoofdgebouw, aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen;
    3. de bepalingen onder 1 en 2 eveneens van toepassing zijn, indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden
    4. internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheden en zonder afhaalpunt is toegestaan;
    5. buitenopslag is niet toegestaan;
  8. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf aan huis' de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van de bestaande, legaal opgerichte bedrijfsactiviteiten zoals deze bestonden tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023, danwel op de adressen zoals opgenomen in Bijlage 8 tevens de aangegeven nevenactiviteiten zijn toegestaan tot de aangegeven oppervlakte in m2;
  9. ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' uitsluitend recreatieve bebouwing is toegestaan in een recreatiewoning, met een maximale oppervlakte van 80 m2 inclusief aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde, waarbij vrijstaande bijgebouwen niet zijn toegestaan, een maximale goothoogte van 3 meter en een maximale bouwhoogte van 6 m, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte recreatiewoning (m2)' het oppervlakte van de reactiewoning maximaal het aangegeven oppervlakte mag bedragen;
  10. ter plaatse van de aanduiding 'atelier' een atelier/galerie;
  11. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' een kantoor;
  12. een kattenpension, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - kattenpension';
  13. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig pension' de gronden mede zijn bestemd voor een kleinschalig pension in vrijstaande bijgebouwen tot 180 m2;
  14. ter plaatse van de aanduiding 'windturbine' mede bestemd voor een windturbine;
  15. bergingen bij woonschepen, ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen';
  16. ter plaatse van de aanduiding 'boomgaard' de gronden mede zijn bestemd voor een boomgaard;
  17. ter plaatse van de aanduiding 'groen' de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van houtsingels;
  18. ter plaatse van de aanduiding 'tuin' de gronden zijn bestemd voor een tuin;
  19. ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' geen woonhuis is toegestaan;
  20. indien ter plaatse de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - woning' is opgenomen, mag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding gewoond worden in een woonhuis;
  21. het wonen uitsluitend mag plaatsvinden in de bestaande woning en de bestaande aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen door één huishouden, met dien verstande dat indien tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 de bestaande woning en de bestaande aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen rechtmatig worden bewoond door meer dan één huishouden dan wel bestaande vrijstaande bijgebouwen rechtmatig worden gebruikt voor bewoning, deze situatie mag worden voortgezet.

49.2 Bouwregels

Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
49.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie en van het bepaalde in artikel 86;
  2. de oppervlakte van het woonhuis inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. indien een bouwvlak is opgenomen, mag uitsluitend gebouwd worden binnen het bouwvlak;
  4. voorzieningen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing.
49.2.2 Hoofdgebouwen in casu woonhuizen
Voor hoofdgebouwen in casu woonhuizen gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 woonhuis worden gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse 'maximum aantal wooneenheden' het aantal woonhuizen niet meer dan het aangegeven aantal mag bedragen en waarbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden' het aantal aaneen te bouwen woningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal en dat de aaneen gebouwde woonhuizen niet mogen worden vervangen door vrijstaande woonhuizen;
  2. het woonhuis wordt gebouwd binnen een zone van 20 m diep, gemeten vanuit de voorgevel zoals die bestond tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 of het verlengde daarvan;
  3. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,50 m;
  4. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m;
  5. de dakhelling mag niet minder bedragen dan 25° en niet meer dan 60° bedragen;
  6. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – voormalige boerderij’ dient de woonfunctie beperkt te blijven tot het hoofdgebouw en dient de bestaande maatvoering, die wordt bepaald door de goothoogte, dakhelling, nokhoogte, nokrichting en oppervlakte, te worden gehandhaafd, behoudens geringe uitwendige aanpassingen.
  7. in afwijking van het bepaalde onder b geldt dat indien tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw aanwezig was dat voor een diepte van meer dan 20 m als woonhuis werd gebruikt, deze grotere diepte als maximale zone gemeten vanaf de voorgevel geldt;
  8. in afwijking van het bepaalde onder c tot en met f geldt, indien een hogere goothoogte, een hogere bouwhoogte of een andere dakhelling aanwezig is tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023, dat deze goothoogte, bouwhoogte of dakhelling voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw als maximale goothoogte, maximale bouwhoogte en minimale of maximale dakhelling geldt;
  9. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' de gevel van het desbetreffende gebouw, aan de zijde van de Noorderweg, een zogenaamde dove gevel moet zijn;
  10. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - woonfunctie uitgesloten’ geen woonfunctie is toegestaan.
49.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een woning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een woning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
49.2.4 Bergingen bij woonschepen
Voor het bouwen van bergingen bij woonschepen gelden de volgende regels:
  1. een berging bij een woonschip mag uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’;
  2. er mag per woonschip ten hoogste één berging worden gebouwd; 
  3. de oppervlakte van een berging mag niet meer dan 10 m2 bedragen;
  4. de bouwhoogte van een berging mag niet meer dan 2 m bedragen.
49.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen;
  2. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,50 m bedragen;
  3. de bouwhoogte van omheiningen bij paardenbakken en andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen mag niet meer dan 1,80 m bedragen.

49.3 Nadere eisen

 
49.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
49.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

49.4 Afwijken van de bouwregels

 
49.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 49.2 aanhef en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning is of wordt verleend als bedoeld in artikel 49.6, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 49.6  genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de bouwregels;
  2. artikel 49.2.1 onder d ten behoeve van sanitaire voorzieningen bij een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover:
    1. door de aanvrager is aangetoond dat daarvoor in de bestaande bebouwing geen mogelijkheden bestaan;
    2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2;
  3. artikel 49.2.2 onder a en toestaan dat een hoofdgebouw of een bij het hoofdgebouw behorend gebouw die zijn aangewezen als karakteristiek of beeldbepalend en voorkomen in bijlage 1 en een omvang van minimaal 1.000 m3hebben worden verbouwd ten behoeve van twee woningen, waarbij geen vergroting mag plaatsvinden van het bouwvolume;
  4. artikel 49.2.2 onder a en toestaan dat een hoofdgebouw met de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' of 'specifieke vorm van wonen - vrijkomende bebouwing buitengebied dat een omvang van minimaal 1.000 m3 heeft wordt verbouwd ten behoeve van twee woningen, waarbij geen vergroting mag plaatsvinden van het bouwvolume;
  5. artikel 49.2.2 onder a en toestaan dat een hoofdgebouw of een bij het hoofdgebouw behorend gebouw die zijn aangewezen als karakteristiek of beeldbepalend en voorkomen in bijlage 1 en een omvang van minimaal 1.500 m3 hebben worden verbouwd ten behoeve van drie woningen, waarbij geen vergroting mag plaatsvinden van het bouwvolume;
  6. artikel 49.2.2 onder a en toestaan dat een hoofdgebouw met de aanduiding 'vrijkomende bebouwing buitengebied' of 'specifieke vorm van wonen - vrijkomende bebouwing buitengebied dat een omvang van minimaal 1.500 m3heeft wordt verbouwd ten behoeve van drie woningen, waarbij geen vergroting mag plaatsvinden van het bouwvolume;
  7. artikel 49.2.2 onder b ten behoeve van een andere situering van het woonhuis, indien en voor zover dit stedenbouwkundig aanvaardbaar is;
  8. artikel 49.2.2 onder e ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast.
49.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

49.5 Specifieke gebruiksregels

49.5.1 Strijdig gebruik
Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning;
  2. het gebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor zelfstandige bewoning;
  3. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een aan huis verbonden beroep;
  4. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten, voor zover dit niet uitdrukkelijk op grond van artikel 49.1 is toegestaan.
49.5.2 Voorwaardelijke verplichting - Mensumaweg 37 Tolbert
Tot een met de bestemming strijdig gebruik ter plaatse van Mensumaweg 37 te Tolbert wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken voor de woonfunctie zonder:
    1. dat alle voormalige bedrijfsbebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting' binnen zowel de bestemming 'Wonen' als de bestemming 'Agrarisch' zijn gesloopt dan wel verwijderd;
    2. de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 18 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijk inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
  2. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van 24 maanden na het gereedmelden van de bouw van de woningen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 18 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijk inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
49.5.3 Voorwaardelijke verplichting - Allardsoogsterweg 9A Zevenhuizen
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt ter plaatse van Allardsoogsterweg 9A te Zevenhuizen tevens begrepen:
  1. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zonder de aanleg, inachtneming en instandhouding van het landschappelijke inpassingsplan in overeenstemming met het in Bijlage 19 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijke inrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inrichting;
49.5.4 Voorwaardelijke verplichting - De Haspel - Boven 1A, 3 en 5 Zevenhuizen
  1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - compensatiewoning' wordt tot een met de bestemming strijdig gebruik in elk geval gerekend het in gebruik nemen van de woning zonder:
    1. dat alle voormalige bedrijfsbebouwing, inclusief silo's en bijbehorende erfverharding ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - voorwaardelijke verplichting' zijn gesloopt dan wel verwijderd in overeenstemming met de in Bijlage 20 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijke inpassing;
    2. de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in het erfinrichtingsplan, zoals weergegeven in Bijlage 20 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier', teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
  2. in afwijking van het bepaalde onder a lid 2 mag de woning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - compensatiewoning' worden in gebruik worden genomen, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van twaalf maanden na het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen in overeenstemming het in Bijlage 20 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijk inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
49.5.5 Voorwaardelijke verplichting - 't Pad 11 Niebert
Tot een met de bestemming strijdig gebruik ter plaatse van 't Pad 11 te Niebert wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschaps- en inrichtingsmaatregelen conform het in de Bijlage 8 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing.
49.5.6 Voorwaardelijke verplichting - Jonkersvaart 19 en 45 De Wilp
  1. tot een met de bestemming strijdig gebruik ter plaatse van Jonkersvaart 19 te De Wilp en Jonkersvaart 45 te Jonkersvaart wordt in elk geval gerekend:
    1. het gebruik van -en het in gebruik laten nemen- van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 21 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen inpassingsplan voor de Jonkersvaart 19 in De Wilp, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
    2. het gebruik van -en het in gebruik laten nemen- van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 22 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen inpassingsplan voor de Jonkersvaart 45 in Jonkersvaart, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
  2. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van 12 maanden na het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals weergegeven en beschreven in de inpassingsplannen (Bijlage 21 en Bijlage 22 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier'), teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
  3. het gebruik voor wonen ter plaatse van het perceel aan de Jonkersvaart 45 in Jonkersvaart overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is uitsluitend toegestaan nadat alle voormalige bedrijfsbebouwing, inclusief de mestsilo en bijbehorende erfverharding is gesloopt dan wel verwijderd zoals weergegeven op de situatietekening, opgenomen als Bijlage 23 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier'.
49.5.7 Voorwaardelijke verplichting - Hooiweg 31 Lucaswolde
Tot strijdig gebruik ter plaatse van Hooiweg 31 te Lucaswolde wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken ten behoeve van wonen, indien de landschappelijke inpassing niet is aangelegd en in stand wordt gehouden, zoals is vastgelegd in het landschappelijk inpassingsplan dat als Bijlage 24 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' is gevoegd.
49.5.8 Voorwaardelijke verplichting - Molenweg 94 Niebert
Onder strijdig gebruik met deze bestemming ter plaatse van Molenweg 94 te Niebert wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van artikel 49.1, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
  1. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zonder de aanleg, inachtneming en instandhouding van het landschappelijke inpassingsplan in overeenstemming met het in Bijlage 25 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen teneinde te komen tot een goede landschappelijke inrichting;
  2. buitenopslag;
  3. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zolang de bestaande bedrijfsbebouwing niet is gesloopt.
49.5.9 Voorwaardelijke verplichting - Noorderweg 30 en 30a Noordwijk
  1. tot een met de bestemming strijdig ter plaatse van Noorderweg 30 en 30a te Noordwijk gebruik wordt in elk geval gerekend:
    1. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het inpassingsplan in Bijlage 26 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier', teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
    2. het bouwen van de woning in afwijking van de positionering van de woning zoals opgenomen in het erfinrichtingsplan (zie onder andere figuur 9 van Bijlage 26 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier');
  2. in afwijking van het bepaalde onder a sub 1 mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van 12 maanden na het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals weergegeven en beschreven in het inpassingsplan (Bijlage 26 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier'), teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
  3. het gebruik voor wonen overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is uitsluitend toegestaan nadat alle voormalige bedrijfsbebouwing is gesloopt dan wel verwijderd in overeenstemming met het in Bijlage 26 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen inpassingsplan.
  4. het gebruik voor wonen overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is uitsluitend toegestaan:
    1. wanneer de vereiste karakteristieke geluidwering van de gevels (GA,k) voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit, en;
    2. de naar de weg gekeerde gevel van woning als dove gevel wordt uitgevoerd.
49.5.10 Voorwaardelijke verplichting - Fanerweg 1 Niekerk
Onder strijdig gebruik met deze bestemming ter plaatse van Fanerweg 1 te Niekerk wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van artikel 49.1, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
  1. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zonder de aanleg, inachtneming en instandhouding van het inpassingsplan in overeenstemming met Bijlage 27 het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier', teneinde te komen tot een goede landschappelijke inrichting met dien verstande dat:
    1. in afwijking hiervan mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van 24 maanden na het gereed melden van de bouw van de woningen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 27 het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
  2. buitenopslag;
  3. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving, zolang de bestaande bedrijfsbebouwing niet is gesloopt.
49.5.11 Voorwaardelijke verplichting - Oude Wijk 17 en 19 Niekerk
  1. tot een met de bestemming strijdig gebruik ter plaatse van Oude Wijk 17 en 19 te Niekerk wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 28  van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
  2. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van 24 maanden na het in gebruik nemen van de nieuwe bouwwerken, uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals weergegeven en beschreven in het inpassingsplan (Bijlage 28  van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier'), teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
49.5.12 Voorwaardelijke verplichting - Lutjegasterweg 52 Grootegast
  1. ter plaatse van de bestemming 'Wonen' aan de Lutjegasterweg 52 wordt tot een met de bestemming strijdig gebruik in elk geval gerekend het in gebruik nemen van de woning zonder:
    1. dat alle voormalige bebouwing is gesloopt dan wel verwijderd in overeenstemming met de in Bijlage 29 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijke inpassing;
    2. de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in het erfinrichtingsplan, zoals weergegeven in Bijlage 29 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier', teneinde komen tot een goede landschappelijke inpassing.
  2. in afwijking van het bepaalde onder a lid 2 mag de woning ter plaatse van de bestemming 'Wonen' in gebruik worden genomen, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van twaalf maanden na het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen in overeenstemming met het in Bijlage 29 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijk inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
49.5.13 Voorwaardelijke verplichting - De Wit's Reed 2a Kornhorn
  1. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken ter plaatse van De Wit's Reed 2a te Kornhorn voor de woonfunctie zonder:
    1. dat alle voormalige bedrijfsbebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - voorwaardelijke verplichting' binnen zowel de bestemming 'Wonen' als de bestemming 'Natuur - Agrarisch' zijn gesloopt dan wel verwijderd;
    2. de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 30 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijk inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
  2. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van 24 maanden na het gereedmelden van de bouw van de woningen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 30 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijk inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
49.5.14 Voorwaardelijke verplichting - Spanjaardsdijk Zuid 5a Aduard
  1. tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
    1. het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving ten behoeve van een nieuwe woning zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 36 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
    2. het bouwen van de woning in afwijking van de positionering van de woning zoals opgenomen in het Bijlage 36 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen erfinrichtingsplan;
  2. in afwijking van het bepaalde onder a sub 1 mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebuikt uitsluitend en voor zover binnen een termijn van 12 maanden na het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, uitvoer wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen zoals weergegeven en beschreven in het erfinrichtingsplan (Bijlage 36 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier'), teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
49.5.15 Voorwaardelijke verplichting - Jensemaweg 7 Oldehove
  1. onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen in overeenstemming met het in Bijlage 37 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijk inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
  2. in afwijking van het bepaalde onder sub a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 49.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van twaalf maanden na het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen in overeenstemming het in Bijlage 37 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijk inpassingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
49.5.16 Voorwaardelijke verplichting - Veldstreek 45 Zevenhuizen
  1. tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming, waarbij geen rekening is gehouden met kaders die in het landschappelijk inpassingsplan staan en/of geformuleerd. Het inpassingsplan is als Bijlage 38 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen;
  2. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming worden gebruikt, uitsluitend en voor zover binnen een termijn van 12 maanden na de gereedmelding van de bouw van de woning, uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 38 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschappelijk inpassingsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijk inpassing;
  3. het oprichten van de woning op de ruimte voor ruimte kavel aan de Veldstreek 45 in Zevenhuizen is slechts toegestaan na de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op het perceel. Deze sloop moet zijn gerealiseerd voordat de omgevingsvergunning (bouw) kan worden afgegeven.
49.5.17 Voorwaardelijke verplichting - Veldstreek 6A Zevenhuizen
  1. tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming, waarbij geen rekening is gehouden met kaders die in het landschap- en beeldkwaliteitsplan zijn geformuleerd. Zie voor de kaders het in Bijlage 39 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschap- en beeldkwaliteitsplan. Het gaat hierbij met name om de beschreven positie van de kavel, de bebouwing op kavel en de oriëntatie op het landschap (pagina 11 e.v. van het landschap- en beeldkwaliteitsplan) en de erfbeplanting en erfafscheiding (pagina 15 van het landschap- en beeldkwaliteitsplan);
  2. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming worden gebruikt, uitsluitend en voor zover binnen een termijn van 12 maanden na de gereedmelding van de bouw van de woning, uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 39 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschaps- en beeldkwaliteitsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
  3. het oprichten van de woning op de ruimte voor ruimte kavel aan de Veldstreek 6A in Zevenhuizen is slechts toegestaan na de sloop van (een deel van) de stal en de romneyloods. Deze sloop moet zijn gerealiseerd voordat de omgevingsvergunning (bouw) kan worden afgegeven.
49.5.18 Voorwaardelijke verplichting - Jonkersvaart 81 Zevenhuizen
Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, uitsluitend indien en voor zover binnen een termijn van 24 maanden na het gereed melden van de gebouwen, bouwwerken geen gebouw zijnde en uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage IV van het bestemmingsplan 'Jonkersvaart 81 & 83 Zevenhuizen', zoals vastgesteld op 12 maart 2024, opgenomen landschapsplan (inclusief erfinrichtingsplan), teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.
49.5.19 Voorwaardelijke verplichting - Dwarshaspel 15 Zevenhuizen
  1. tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming, waarbij geen rekening is gehouden met kaders die in het erfinrichtingsplan zijn geformuleerd. Zie voor de kaders het in bijlage 1 bij deze regels opgenomen erfinrichtingsplan. Het gaat hierbij om de beschreven positie van de kavel, de bebouwing op kavel en de oriëntatie op het landschap in combinatie met de erfbeplanting;
  2. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming worden gebruikt, uitsluitend en voor zover binnen een termijn van 12 maanden na de gereedmelding van de bouw van de woning, uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in bijlage 1 van het wijzigingsplan 'Dwashaspel 15 Zevenhuizen', zoals vastgesteld op 26 maart 2024, opgenomen erfinrichtingsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
  3. het oprichten van de tweede woning binnen het bestemmingsvlak is slechts toegestaan met in achtneming van sloop van de voormalige varkensstal. Deze sloop moet zijn gerealiseerd binnen een jaar na het onherroepelijk worden van een omgevingsvergunning voor de bouw van de tweede woning.

49.6 Afwijken van de gebruiksregels

49.6.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 49.1 onder f ten behoeve van het gebruiken van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen voor een bed & breakfast groter dan 50 m2, mits:
    1. de bedrijfsvloeroppervlakte ten behoeve van een bed & breakfast maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen op het perceel bedraagt, met een maximum van 250 m2;
    2. het parkeren van de gasten van de bed & breakfast op eigen erf plaatsvindt;
    3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  2. artikel 49.1 ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf, mits:
    1. de bedrijfsactiviteit wordt uitgeoefend door een van de bewoners van de woning;
    2. de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair moet blijven;
    3. de woonfunctie en/of gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredige worden aangetast;
    4. er geen onevenredige parkeerdruk voor de omgeving optreedt;
    5. er geen detailhandel plaatsvindt anders dan productiegebonden detailhandel;
    6. de bedrijvigheid zich beperkt tot bedrijven behorende tot de milieucategorieën 1 en 2 van de publicatie Bedrijven en Milieuzonering of daaraan qua aard en omvang gelijk te stellen;
  3. artikel 49.1 ten behoeve van kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers in voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat:
    1. de boerderijkamers in één bedrijfsgebouw worden ondergebracht, dat ten behoeve daarvan mag worden gebouwd;
    2. de oppervlakte per boerderijkamer niet meer bedraagt dan 50 m2;
    3. de gezamenlijke oppervlakte van de boerderijkamers niet meer bedraagt dan 250 m2;
    4. het aantal boerderijkamers niet meer bedraagt dan 10;
    5. de boerderijkamers een duidelijke ruimtelijke relatie hebben met de woning;
    6. permanente bewoning niet is toegestaan.
49.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2

49.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het aanbrengen van oppervlakte verharding meer dan 200 m2;
    • het dempen van de huisgracht op/langs de wierde;
    • het rooien van de erfbeplanting op de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

49.8 Wijzigingsbevoegdheid

49.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Wonen' wijzigen:
  1. in een agrarische bedrijfsbestemming, de bestemming 'Agrarisch - Fruitteelt', 'Agrarisch - Kwekerij', 'Agrarisch - Paardenhouderij' of 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' met dien verstande dat:
    1. sprake moet zijn van een volwaardig en toekomstgericht bedrijf, welke kwalificaties door middel van een bedrijfsplan aannemelijk moeten zijn gemaakt;
    2. het een voormalig agrarisch bedrijfscomplex moet betreffen, dat in het vorige bestemmingsplan een agrarisch bestemming had;
    3. het bestemmingsvlak moet grenzen aan de bestemming 'Agrarisch';
  2. voor zover het bestemmingsvlak is gelegen aan de Kuzemerweg 18 te Oldekerk in de bestemming 'Sport - Manege' ten behoeve van het gebruik als bedrijfswoning bij de naast gelegen manege en het gebruik als tuin.
49.8.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
49.8.3 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 50 Wonen - 1

50.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in woonhuizen met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven, met dien verstande dat:
  1. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  2. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  3. de gronden mede mogen worden gebruikt ten behoeve van hobbymatig agrarisch gebruik, voor agrarisch gebruik ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch' en voor bestaand agrarisch gebruik door derden;
  4. per bouwperceel niet meer dan 1 hobbymatige paardenbak en/of andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen voor eigen gebruik, zoals longeercirkels, paddocks en stap- en trainingsmolens, zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 800 m2, waarvoor geldt dat de afstand tot de woning van derden niet minder dan 25 m mag bedragen;
  5. de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen mede mogen worden gebruikt en verbouwd ten behoeve van een bed & breakfast met maximaal 2 kamers tot een oppervlakte van niet meer 30% van het bestaande vloeroppervlak van de gebouwen op het perceel, met een maximum van 50 m2;
  6. de gronden mede zijn bestemd voor een aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat:
    1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 70 m2;
    2. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke grondoppervlakte van het hoofdgebouw, aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen;
    3. de bepalingen onder 1 en 2 eveneens van toepassing zijn, indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden;
    4. internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheden en zonder afhaalpunt is toegestaan;
    5. buitenopslag is niet toegestaan;
met daaraan ondergeschikt:
  1. groenvoorzieningen;
  2. nutsvoorzieningen;
  3. speelvoorzieningen;
  4. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  5. wegen, straten en paden; 
met de daarbij behorende:
  1. tuinen en erven;
  2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

50.2 Bouwregels

Op de voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
50.2.1 Gebouwen
Voor een gebouwen gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie en van het bepaalde in artikel 86;
  2. de oppervlakte van het woonhuis inclusief de bijbehorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen bedraagt ten hoogste 300 m2, dan wel de bestaande en legaal tot stand gekomen oppervlakte indien deze meer bedraagt;
  3. indien een bouwvlak is opgenomen, mag uitsluitend gebouwd worden binnen het bouwvlak;
  4. voorzieningen ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bebouwing.
50.2.2 Hoofdgebouwen in casu woonhuizen
Voor hoofdgebouwen in casu woonhuizen gelden de volgende regels:
  1. per bestemmingsvlak mag niet meer dan 1 woonhuis worden gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse 'maximum aantal wooneenheden' het aantal woonhuizen niet meer dan het aangegeven aantal mag bedragen en waarbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden' het aantal aaneen te bouwen woningen niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal en dat de aaneen gebouwde woonhuizen niet mogen worden vervangen door vrijstaande woonhuizen;
  2. het woonhuis wordt gebouwd binnen een zone van 20 m diep, gemeten vanuit de voorgevel zoals die bestond tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 of het verlengde daarvan;
  3. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m;
  4. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m;
  5. de dakhelling mag niet minder bedragen dan 25° en niet meer dan 60° bedragen;
  6. in afwijking van het bepaalde onder b geldt dat indien tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een gebouw aanwezig was dat voor een diepte van meer dan 20 m als woonhuis werd gebruikt, deze grotere diepte als maximale zone gemeten vanaf de voorgevel geldt;
  7. in afwijking van het bepaalde onder c tot en met f geldt, indien een hogere goothoogte, een hogere bouwhoogte of een andere dakhelling aanwezig is tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023, dat deze goothoogte, bouwhoogte of dakhelling voor dat gebouw en voor uitbreidingen van dat gebouw als maximale goothoogte, maximale bouwhoogte en minimale of maximale dakhelling geldt.
50.2.3 Aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen bij een woning
Voor een aanbouw, uitbouw en bijgebouw bij een woning gelden de volgende regels:
  1. een aanbouw, uitbouw of bijgebouw dient achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd, waarbij de afstand tot de voorgevel en het verlengde daarvan niet minder dan 2 m mag bedragen;
  2. de bouwhoogte van een aanbouw, uitbouw of een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning;
  3. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  4. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5,50 m bedragen.
50.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen;
  2. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen;
  3. de bouwhoogte van omheiningen bij paardenbakken en andere aan de paardensport gerelateerde voorzieningen mag niet meer dan 1,80 m bedragen.

50.3 Nadere eisen

 
50.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
50.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

50.4 Afwijken van de bouwregels

50.4.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 50.2 aanhef en toestaan dat wordt gebouwd ten behoeve van een functie waarvoor een omgevingsvergunning is of wordt verleend als bedoeld in artikel 50.6, mits dit in overeenstemming is met de in artikel 50.6 genoemde voorwaarden en wordt gebouwd conform de bouwregels;
  2. artikel 50.2.1 onder d ten behoeve van sanitaire voorzieningen bij een kleinschalig kampeerterrein, indien en voor zover:
    1. door de aanvrager is aangetoond dat daarvoor in de bestaande bebouwing geen mogelijkheden bestaan;
    2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2;
  3. artikel 50.2.2 onder b ten behoeve van een andere situering van het woonhuis, indien en voor zover dit stedenbouwkundig aanvaardbaar is;
  4. artikel 50.2.2 onder e ten behoeve van een afwijkende dakvorm, indien en voor zover het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast.
50.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

50.5 Specifieke gebruiksregels

50.5.1 Strijdig gebruik
Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning;
  2. het gebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor zelfstandige bewoning;
  3. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een aan huis verbonden beroep;
  4. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten, voor zover dit niet uitdrukkelijk op grond van artikel 50.1 is toegestaan.
50.5.2 Voorwaardelijke verplichting - Scheiding 11/Poelbuurt 1a Opende
  1. het gebruik van het woonperceel conform het bepaalde in artikel 50.1 is uitsluitend toegestaan voor zover de inrichting en de landschappelijke inpassing is gerealiseerd, zoals opgenomen in Bijlage 5 en Bijlage 6 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier';
  2. de landschappelijke inpassing dient duurzaam in stand te worden gehouden.

50.6 Afwijken van de gebruiksregels

50.6.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:
  1. artikel 50.1 onder e ten behoeve van het gebruiken van de woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen voor een bed & breakfast groter dan 50 m2, mits:
    1. de bedrijfsvloeroppervlakte ten behoeve van een bed & breakfast maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlakte van de gebouwen op het perceel bedraagt, met een maximum van 250 m2;
    2. het parkeren van de gasten van de bed & breakfast op eigen erf plaatsvindt;
    3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  2. artikel 50.1 ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf, mits:
    1. de bedrijfsactiviteit wordt uitgeoefend door een van de bewoners van de woning;
    2. de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair moet blijven;
    3. de woonfunctie en/of gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredige worden aangetast;
    4. er geen onevenredige parkeerdruk voor de omgeving optreedt;
    5. er geen detailhandel plaatsvindt anders dan productiegebonden detailhandel;
    6. de bedrijvigheid zich beperkt tot bedrijven behorende tot de milieucategorieën 1 en 2 van de publicatie Bedrijven en Milieuzonering of daaraan qua aard en omvang gelijk te stellen;
  3. artikel 50.1 ten behoeve van kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van boerderijkamers in voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat:
    1. de boerderijkamers in één bedrijfsgebouw worden ondergebracht, dat ten behoeve daarvan mag worden gebouwd;
    2. de oppervlakte per boerderijkamer niet meer bedraagt dan 50 m2;
    3. de gezamenlijke oppervlakte van de boerderijkamers niet meer bedraagt dan 250 m2;
    4. het aantal boerderijkamers niet meer bedraagt dan 10;
    5. de boerderijkamers een duidelijke ruimtelijke relatie hebben met de woning;
    6. permanente bewoning niet is toegestaan.
50.6.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

50.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren;
    • het ontgronden, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; 
    • het aanbrengen of verwijderen van boom- en struikbeplanting buiten bouwvlakken;
    • het buiten bouwvlakken aanleggen of verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakte verhardingen met een oppervlakte van meer dan 100 m2;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
  2. de onder a bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

50.8 Wijzigingsbevoegdheid

50.8.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Wonen - 1' wijzigen in een agrarische bedrijfsbestemming, de bestemming 'Agrarisch - Fruitteelt', 'Agrarisch - Kwekerij', 'Agrarisch - Paardenhouderij' of 'Agrarisch - Paardenhouderij 2' met dien verstande dat:
  1. sprake moet zijn van een volwaardig en toekomstgericht bedrijf, welke kwalificaties door middel van een bedrijfsplan aannemelijk moeten zijn gemaakt;
  2. het een voormalig agrarisch bedrijfscomplex moet betreffen, dat in het vorige bestemmingsplan een agrarisch bestemming had;
  3. het bestemmingsvlak moet grenzen aan de bestemming 'Agrarisch'.
50.8.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.
50.8.3 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 51 Wonen - Woonwagenstandplaats

51.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - Woonwagenstandplaats' aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen in woonwagens en woonhuizen, met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, erven en parkeervoorzieningen, met dien verstande dat:
  1. het gezamenlijke aantal woonwagens en woonhuizen niet meer mag bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal, waarbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden' het aantal aaneen te bouwen woonwagens niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal en dat de aaneen gebouwde woonwagens/woonhuizen niet mogen worden vervangen door vrijstaande woonwagens/woonhuizen;
  2. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing;
  3. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  4. de gronden mede zijn bestemd voor een aan huis verbonden beroep, met dien verstande dat:
    1. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 70 m2;
    2. de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de gezamenlijke grondoppervlakte van het hoofdgebouw, aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen;
    3. de bepalingen onder 1 en 2 eveneens van toepassing zijn indien twee bestemmingsvlakken middels de aanduiding 'relatie' met elkaar verbonden zijn;
    4. internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheden en zonder afhaalpunt is toegestaan;
    5. buitenopslag is niet toegestaan.

51.2 Bouwregels

Op de voor 'Wonen - Woonwagenstandplaats' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
51.2.1 Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels:
  1. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde in artikel 86;
  3. de oppervlakte van een woonwagen, inclusief aanbouwen en uitbouwen mag niet meer bedragen dan 65 m2, tenzij ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 een grotere oppervlakte aanwezig was, in welk geval de oppervlakte de op dat tijdstip aanwezige oppervlakte mag bedragen;
  4. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per woonwagen mag niet meer bedragen dan 40 m2;
  5. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m;
  6. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m.
51.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 2,50 m mag bedragen.

51.3 Nadere eisen

 
51.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
51.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

Artikel 52 Wonen - Zorg

52.1 Bestemmingsomschrijving

De op voor 'Wonen - Zorg' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in zorgwoningen met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen, erven en parkeervoorzieningen, al dan niet in combinatie met bijbehorende:
  1. gemeenschappelijke ruimtes;
  2. dagbesteding;
  3. fysiotherapie;
  4. sanitaire voorzieningen;
  5. ondersteunende bedrijfsruimtes.

52.2 Bouwregels

52.2.1 Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
  1. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  2. de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw zullen ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen.
52.2.2 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels:
  1. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  2. aan- en uitbouwen en bijgebouwen zullen ten minste 3 m achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd;
  3. de goot- en bouwhoogte van een aan- en uitbouw en bijgebouw zullen ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte bedragen.
52.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn ten hoogste 1 m zal bedragen;
  2. de bouwhoogte van vlaggenmasten maximaal 7 m mag bedragen;
  3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 3 m bedragen.

52.3 Nadere eisen

 
52.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie'
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen.
  8. de waarde van ter plaatse voorkomende dubbelbestemmingen of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
52.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

52.4 Specifieke gebruiksregels

52.4.1 Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van de gronden ten behoeve van zelfstandige woningen;
  2. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning.
52.4.2 Voorwaardelijke verplichting Tolbertervaart 6 Tolbert
  1. tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de parkeervoorzieningen voor de zorgwoningen overeenkomstig de in artikel 52.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van volgende landschapsmaatregelen conform Bijlage 31 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier';
  2. in afwijking van het bepaalde onder a mogen de parkeervoorzieningen overeenkomstig de in artikel 52.1 opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na de ingebruikname uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het Landschappelijk inpassingsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

52.5 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 52.4.2 indien in plaats van de landschapsmaatregelen zoals opgenomen in Bijlage 31 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier', andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat:
  1. de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 31 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' opgenomen landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in Bijlage 31 van het bestemmingsplan 'Veegplan reparatiepercelen buitengebied Westerkwartier' genoemde landschapsmaatregelen zijn bepaald;
  2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden.

Artikel 53 Agrarisch - Zonnepark Voorlopig

53.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Zonnepark Voorlopig' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. het opwekken van energie door middel van het omzetten van zonlicht in elektriciteit en/of warmte met gebruik van zonnepanelen, met de daarbij behorende voorzieningen;
  2. infrastructurele voorzieningen zoals deze bestonden tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023;
  3. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water, niet zijnde voorzieningen ten behoeve van ijsbanen of siervijvers;
  4. met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde en geen windturbines zijnde, erven, terreinen, parkeervoorzieningen en andere werken.

53.2 Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch - Zonnepark Voorlopig' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen die legaal aanwezig zijn tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 of die op dat moment gebouwd mogen worden en bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
53.2.1 Gebouwen
Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat gebouwen, stallen, schuren en vogelkijkhutten, die legaal aanwezig zijn tijdens de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan op 19 december 2023 of die op dat moment gebouwd mogen worden, mogen worden gehandhaafd naar de omvang die zij op dat moment hadden, met dien verstande dat ten behoeve van het zonnepark:
  1. de oppervlakte aan gebouwen niet meer mag bedragen dan 300 m2;
  2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 m.
53.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  1. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde niet meer mag bedragen dan 3 m;
  2. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 2 m;
  3. zonnepanelen zijn toegestaan met dien verstande dat:
    1. er één type zonnepanelen wordt toegepast;
    2. er één plaatsingssysteem wordt toegepast;
    3. de zonnepanelen in één hoofdrichting worden geplaatst;
    4. de zonnepanelen worden geclusterd in rechthoekige opstellingen;
    5. de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedraagt;
    6. het kleur- en materiaalgebruik eenduidig is.

53.3 Nadere eisen

53.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het bebouwingsbeeld;
  2. de landschappelijke inpassing;
  3. de verkeersveiligheid;
  4. de milieusituatie;
  5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  6. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  7. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  8. de landschappelijke en/of natuurlijke waarden.
53.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

53.4 Geldigheidstermijn van de voorlopige bestemming

De voorlopige bestemming geldt 30 jaar vanaf de datum van bekendmaking van de verleende omgevingsvergunning aan de aanvrager.

53.5 Definitieve bestemming bij voorlopige bestemming

Als definitieve bestemming gelden de regels van artikel 3 Agrarisch van dit bestemmingsplan zo ten tijde van vaststelling van dit bestemmingsplan.

Artikel 54 Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding

54.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:
  1. ter plaatse en in de directe nabijheid van de aanduiding 'hartlijn leiding - hoogspanningsverbinding' voor leidingen ten behoeve van het transport van elektriciteit;
  2. de bescherming van de leidingen ten behoeve van het transport van elektriciteit;
met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen.
 
Het bepaalde in artikel 91.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing.

54.2 Bouwregels

Op de tot 'Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden:
  1. mag niet worden gebouwd ten dienste van de basisbestemming;
  2. mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten dienste van de hoogspanningsleiding, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 60 m mag bedragen.

54.3 Afwijken van de bouwregels

54.3.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 54.2 onder a en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van de basisbestemming.
54.3.2 Afwegingskader
Een in artikel 54.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien uit overleg met de leidingbeheerder(s) blijkt dat daartegen met het oog op het doelmatig functioneren van de hoogspanningsverbinding(en) en/of het aspect veiligheid geen bezwaar bestaat.

54.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld;
    • het wijzigen van het maaiveld door ontgronding, ophoging of andere graafwerkzaamheden;
    • het verwijderen van stobben;
    • het aanbrengen van diepwortelende beplanting en bomen, dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld;
    • het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, kolken);
    • het aanleggen van verharde wegen en paden of het aanbrengen van andere verhardingen;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van singels en lijnvormige houtopstanden uitgezonderd erfbeplanting;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het rooien van erfbeplanting op de wierde;
    • het aanbrengen van houtgewas (m.u.v. erfbeplanting);
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerder werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde werken en/of werkzaamheden mogen de belangen van leidingen niet schaden. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien met een vooraf ingewonnen advies van de betreffende leidingbeheerder wordt aangetoond dat de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en er geen afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leidingen.
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 55 Leiding - Gas

55.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:
  1. ter plaatse en in de directe nabijheid van de aanduiding ' hartlijn leiding - gas' voor één of meer leidingen ten behoeve van het transport van aardgas;
  2. hoofdgastransportleidingen;
  3. een belemmeringenstrook ten behoeve van een hoofdgastransportleiding en het onderhoud en beheer daarvan;
  4. de aanleg en instandhouding van een afsluitervoorziening ten behoeve van een aardgastransportleiding;
  5. de bescherming van de leiding(en) ten behoeve van het transport van aardgas.
met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen.
 
Het bepaalde in artikel 91.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing.

55.2 Bouwregels

Op de voor ' Leiding - Gas' aangewezen gronden:
  1. mag niet worden gebouwd ten dienste van de basisbestemming;
  2. mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten dienste van de aardgastransportleiding, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 2,50 m mag bedragen.

55.3 Afwijken van de bouwregels

55.3.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 55.2 onder a en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van de basisbestemming.
55.3.2 Afwegingskader
Een in artikel 55.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien en voor zo ver uit overleg met de leidingbeheerder(s) blijkt dat daartegen geen bezwaar bestaat.

55.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het ophogen, afgraven, vergraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het scheuren van grasland;
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het verwijderen van stobben;
    • het aanleggen van drainage;
    • het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, kolken);
    • het rooien van erfbeplanting op wierde;
    • het aanbrengen van houtgewas (m.u.v. erfbeplanting)
    • het omzetten van grasland in bouwland;
    • het omzetten van gras-/bouwland in graszoden
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het aanleggen van verharde wegen en paden of het aanbrengen van andere verhardingen;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerder werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde werken en/of werkzaamheden mogen de belangen van leidingen niet schaden. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien met een vooraf ingewonnen advies van de betreffende leidingbeheerder wordt aangetoond dat de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en er geen afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leidingen;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 56 Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding

56.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:
  1. de aanleg, het beheer en instandhouding van een hoogspanningsverbinding,
met daarbij behorende:
  1. belemmerde strook;
  2. voorzieningen;
Het bepaalde in artikel 91.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing.
 

56.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:
  1. op of in de in dit artikel bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de hoogspanningsverbinding worden gebouwd;
  2. op of in de in dit artikel bedoelde gronden zijn geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan, met uitzondering van bestaande (vergunde) gebouwen;
  3. indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

56.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 56.2 ten behoeve van de bouw van in de andere bestemming(en) genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, na voorafgaand schriftelijk positief advies van de betreffende leidingbeheerder en mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het veilig en doelmatig functioneren van de hoogspanningsleiding.

56.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld;
    • het wijzigen van het maaiveld door ontgronding, ophoging of andere graafwerkzaamheden;
    • het verwijderen van stobben;
    • het aanbrengen van diepwortelende beplanting en bomen, dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld;
    • het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, kolken);
    • het aanleggen van verharde wegen en paden of het aanbrengen van andere verhardingen;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van singels en lijnvormige houtopstanden uitgezonderd erfbeplanting;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het rooien van erfbeplanting op de wierde;
    • het aanbrengen van houtgewas (m.u.v. erfbeplanting);
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerder werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde werken en/of werkzaamheden mogen de belangen van leidingen niet schaden. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien met een vooraf ingewonnen advies van de betreffende leidingbeheerder wordt aangetoond dat de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en er geen afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leidingen.
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 57 Leiding - Riool

57.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen(en), mede bestemd voor een rioolpersleiding en de daarbij behorende belemmeringenstrook.
 
Het bepaalde in artikel 91.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing.

57.2 Bouwregels

Op de voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden:
  1. mag niet worden gebouwd ten dienste van de basisbestemming;
  2. mogen bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd ten dienste van de aardgastransportleiding, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 2,00 m mag bedragen

57.3 Afwijken van de bouwregels

57.3.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 57.2 en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van de basisbestemming.
57.3.2 Afwegingskader
Een in artikel 57.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien en voor zo ver uit overleg met de leidingbeheerder(s) blijkt dat daartegen geen bezwaar bestaat

57.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
    • het aanbrengen van een gesloten wegdek;
    • het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging;
    • het verrichten van graafwerkzaamheden;
    • het aanbrengen van diepwortelende beplanting;
    • het permanent opslaan van goederen;
    • het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond.
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning horen burgemeester en wethouders de betreffende leidingbeheerder(s).

Artikel 58 Waarde - Archeologie 1

58.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden van de gronden. 
 
Het bepaalde in artikel 91.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing.

58.2 Bouwregels

Voor het bouwen van bouwwerken is een vergunning van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed noodzakelijk. Een aanvraag daartoe dient bij de gemeente Westerkwartier te worden ingediend.

58.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die betrekking hebben op een oppervlakte die minder dan 50 m2 bedraagt en die minder dan 50 cm beneden maaiveld plaatsvinden.

Artikel 59 Waarde - Archeologie 2

59.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de in de grond aanwezige archeologische waarden.
 
Het bepaalde in artikel 91.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing.

59.2 Bouwregels

  1. op of in de in artikel 59.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming worden gebouwd, mits op basis van archeologisch (voor)onderzoek is vastgesteld dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn of de aanwezige behoudenswaardige archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad;
  2. het vereiste archeologische (voor)onderzoek is niet van toepassing op bouwactiviteiten die betrekking hebben op grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte die niet groter is dan 50 m2.

59.3 Afwijken van de bouwregels

59.3.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 59.2 en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van en conform de basisbestemming of een andere dubbelbestemming.
59.3.2 Afwegingskader
De in artikel 59.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend:
  1. indien is gebleken dat er geen archeologische resten in de bodem, waarop wordt gebouwd, aanwezig zijn, hetgeen moet blijken uit een door de aanvrager over te leggen rapport van een deskundige instantie op het gebied van archeologie;
  2. voor zover sprake zou kunnen zijn van een verstoring van archeologische resten, indien aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende regels worden verbonden:
    1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
    2. de verplichting tot het doen van opgravingen;
    3. de verplichting om werkzaamheden ten behoeve van de bouw te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg (volgens Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie).

59.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het scheuren van grasland;
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het verwijderen van stobben;
    • het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
    • het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
    • het rooien van erfbeplanting op wierde;
    • het aanbrengen van houtgewas (m.u.v. erfbeplanting)
    • het omzetten van grasland in bouwland;
    • het omzetten van gras-/bouwland in graszoden
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of normale exploitatie betreffen;
  3. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die betrekking hebben op een oppervlakte die minder dan 50 m2 bedraagt en die minder dan 50 cm beneden maaiveld plaatsvinden;
  4. voordat de onder a bedoelde vergunning wordt verleend dient de aanvrager een rapport te overleggen van een deskundige instantie op het gebied van de archeologie, in welk rapport de in artikel 59.1 genoemde archeologische waarden van het terrein in voldoende mate zijn vastgesteld;
  5. het overleggen van een rapport als bedoeld onder d is niet noodzakelijk als uit eerder archeologisch onderzoek is gebleken dat geen archeologische resten aanwezig zijn.
  6. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  7. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

59.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' wordt verwijderd:
  1. indien uit deskundig archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden;
  2. voor gronden die zijn aangewezen als beschermd monument.

Artikel 60 Waarde - Archeologie 3

60.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de in de grond aanwezige archeologische waarden.
 
Het bepaalde in artikel 91.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing.

60.2 Bouwregels

  1. op of in de in artikel 60.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming worden gebouwd, mits op basis van archeologisch (voor)onderzoek is vastgesteld dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn of de aanwezige behoudenswaardige archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad;
  2. het vereiste archeologische (voor)onderzoek is niet van toepassing op bouwactiviteiten die betrekking hebben op grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte die niet groter is dan 50 m2.

60.3 Afwijken van de bouwregels

60.3.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 60.2 en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van en conform de basisbestemming of een andere dubbelbestemming.
60.3.2 Afwegingskader
De in artikel 60.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend:
  1. indien is gebleken dat er geen archeologische resten in de bodem, waarop wordt gebouwd, aanwezig zijn, hetgeen moet blijken uit een door de aanvrager over te leggen rapport van een deskundige instantie op het gebied van archeologie;
  2. voor zover sprake zou kunnen zijn van een verstoring van archeologische resten, indien aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende regels worden verbonden:
    1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
    2. de verplichting tot het doen van opgravingen;
    3. de verplichting om werkzaamheden ten behoeve van de bouw te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg (volgens Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie).

60.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    1. het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage;
    2. het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    3. het scheuren van grasland;
    4. het indrijven van voorwerpen in de grond;
    5. het verwijderen van stobben;
    6. het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    7. het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    8. het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
    9. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
    10. het rooien van erfbeplanting op wierde;
    11. het aanbrengen van houtgewas (m.u.v. erfbeplanting)
    12. het omzetten van grasland in bouwland;
    13. het omzetten van gras-/bouwland in graszoden
    14. het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    15. het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of normale exploitatie betreffen;
  3. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die betrekking hebben op een oppervlakte die minder dan 50 m2 bedraagt en die minder dan 50 cm beneden maaiveld plaatsvinden;
  4. voordat de onder a bedoelde vergunning wordt verleend dient de aanvrager een rapport te overleggen van een deskundige instantie op het gebied van de archeologie, in welk rapport de in artikel 60.1 genoemde archeologische waarden van het terrein in voldoende mate zijn vastgesteld;
  5. het overleggen van een rapport als bedoeld onder d is niet noodzakelijk als uit eerder archeologisch onderzoek is gebleken dat geen archeologische resten aanwezig zijn;
  6. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  7. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

60.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' wordt verwijderd:
  1. indien uit deskundig archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden;
  2. voor gronden die zijn aangewezen als beschermd monument.

Artikel 61 Waarde - Archeologie 4

61.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de in de grond verwachte (hoge of specifieke (beekdal)) archeologische waarden.
 
Het bepaalde in artikel 91.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 

61.2 Bouwregels

  1. op of in de in artikel 61.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming worden gebouwd, mits op basis van archeologisch (voor)onderzoek is vastgesteld dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn of de aanwezige behoudenswaardige archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad.
  2. het vereiste archeologische (voor)onderzoek is niet van toepassing op bouwactiviteiten die betrekking hebben op grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte die niet groter is dan 500 m2.

61.3 Afwijken van de bouwregels

61.3.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 61.2 en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van en conform de basisbestemming of een andere dubbelbestemming.
61.3.2 Afwegingskader
De in artikel 61.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend:
  1. indien is gebleken dat er geen archeologische resten in de bodem, waarop wordt gebouwd, aanwezig zijn, hetgeen moet blijken uit een door de aanvrager over te leggen rapport van een deskundige instantie op het gebied van archeologie;
  2. voor zover sprake zou kunnen zijn van een verstoring van archeologische resten, indien aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende regels worden verbonden:
    1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
    2. de verplichting tot het doen van opgravingen;
    3. de verplichting om werkzaamheden ten behoeve van de bouw te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg (volgens Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie).

61.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het scheuren van grasland;
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het verwijderen van stobben;
    • het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
    • het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
    • het rooien van erfbeplanting op wierde;
    • het aanbrengen van houtgewas (m.u.v. erfbeplanting)
    • het omzetten van grasland in bouwland;
    • het omzetten van gras-/bouwland in graszoden
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of normale exploitatie betreffen;
  3. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die betrekking hebben op een oppervlakte die minder dan 500 m2 bedraagt en die minder dan 50 cm beneden maaiveld plaatsvinden;
  4. voordat de onder a bedoelde vergunning wordt verleend dient de aanvrager een rapport te overleggen van een deskundige instantie op het gebied van de archeologie, in welk rapport de in artikel 61.1 genoemde archeologische waarden van het terrein in voldoende mate zijn vastgesteld;
  5. het overleggen van een rapport als bedoeld onder b is niet noodzakelijk als uit eerder archeologisch onderzoek is gebleken dat geen archeologische resten aanwezig zijn;
  6. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  7. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

61.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' wordt verwijderd:
  1. indien uit deskundig archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden;
  2. voor gronden die zijn aangewezen als beschermd monument.

Artikel 62 Waarde - Archeologie 5

62.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de in de grond aanwezige archeologische waarden (middelhoge archeologische verwachting).
 
Het bepaalde in artikel 91.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing.

62.2 Bouwregels

  1. op of in de in artikel 62.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming worden gebouwd, mits op basis van archeologisch (voor)onderzoek is vastgesteld dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn of de aanwezige behoudenswaardige archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad;
  2. het vereiste archeologische (voor)onderzoek is niet van toepassing op bouwactiviteiten die betrekking hebben op grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte die niet groter is dan 1.000 m2.

62.3 Afwijken van de bouwregels

62.3.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 62.2 en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van en conform de basisbestemming of een andere dubbelbestemming.
62.3.2 Afwegingskader
De in artikel 62.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend:
  1. indien is gebleken dat er geen archeologische resten in de bodem, waarop wordt gebouwd, aanwezig zijn, hetgeen moet blijken uit een door de aanvrager over te leggen rapport voor een deskundige instantie op het gebied van de archeologie;
  2. voor zover sprake zou kunnen zijn van een verstoring van archeologische resten, indien aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende regels worden verbonden:
    1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
    2. de verplichting tot het doen van opgravingen;
    3. de verplichting om werkzaamheden ten behoeve van de bouw te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg (volgens Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie).

62.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het scheuren van grasland;
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het verwijderen van stobben;
    • het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
    • het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
    • het rooien van erfbeplanting op wierde;
    • het aanbrengen van houtgewas (m.u.v. erfbeplanting)
    • het omzetten van grasland in bouwland;
    • het omzetten van gras-/bouwland in graszoden
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of normale exploitatie betreffen;
  3. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die betrekking hebben op een oppervlakte die minder dan 1.000 m2 bedraagt en die minder dan 50 cm beneden maaiveld plaatsvinden;
  4. voordat de onder a bedoelde vergunning wordt verleend dient de aanvrager een rapport te overleggen van een deskundige instantie op het gebied van de archeologie, in welk rapport de in artikel 62.1 genoemde archeologische waarden van het terrein in voldoende mate zijn vastgesteld;
  5. het overleggen van een rapport als bedoeld onder d is niet noodzakelijk als uit eerder archeologisch onderzoek is gebleken dat geen archeologische resten aanwezig zijn;
  6. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  7. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

62.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' wordt verwijderd:
  1. indien uit deskundig archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden;
  2. voor gronden die zijn aangewezen als beschermd monument. 

Artikel 63 Waarde - Archeologie 6

63.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de in de grond aanwezige archeologische waarden (lage archeologische verwachting).
 
Het bepaalde in artikel 91.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing.

63.2 Bouwregels

  1. op of in de in artikel 63.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming worden gebouwd, mits op basis van archeologisch (voor)onderzoek is vastgesteld dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn of de aanwezige behoudenswaardige archeologische waarden niet onevenredig worden geschaad;
  2. het vereiste archeologische (voor)onderzoek is niet van toepassing op bouwactiviteiten die betrekking hebben op grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte die niet groter is dan 5.000 m2.

63.3 Afwijken van de bouwregels

63.3.1 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 63.2 en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van en conform de basisbestemming of een andere dubbelbestemming.
63.3.2 Afwegingskader
De in artikel 63.3.1 genoemde omgevingsvergunning wordt slechts verleend:
  1. indien is gebleken dat er geen archeologische resten in de bodem, waarop wordt gebouwd, aanwezig zijn, hetgeen moet blijken uit een door de aanvrager over te leggen rapport voor een deskundige instantie op het gebied van de archeologie;
  2. voor zover sprake zou kunnen zijn van een verstoring van archeologische resten, indien aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende regels worden verbonden:
    1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
    2. de verplichting tot het doen van opgravingen;
    3. de verplichting om werkzaamheden ten behoeve van de bouw te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg (volgens Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie).

63.4 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6' wordt verwijderd:
  1. indien uit deskundig archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse geen sprake is van behoudenswaardige archeologische waarden;
  2. voor gronden die zijn aangewezen als beschermd monument. 

Artikel 64 Waarde - Beschermd dorpsgezicht

64.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Beschermd dorpsgezicht' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en herstel van de ruimtelijke structuur en de cultuurhistorische waarden van Oostum zoals beschreven in Bijlage 7 behorende aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht.
 
Voor zover er wegen binnen deze bestemming voorkomen, dient het profiel en de verschijningsvorm van de weg inclusief bermen en sloten te worden gehandhaafd. 

64.2 Nadere eisen

64.2.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van het behoud en herstel van de ruimtelijke structuur en de cultuurhistorische waarden zoals beschreven in de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht van Oostum nadere eisen stellen aan:
  1. de indeling van buitenaf zichtbare gevels of gevelonderdelen;
  2. soort, vorm en kleur van de materialen die worden gebruikt voor de gevels en de daken van de toegestane bouwwerken, voor zover deze van buitenaf zichtbaar zijn;
  3. de plaats en afmetingen van bouwwerken;
  4. de wijze van afdekking van gebouwen (kapvorm, dakhelling en nokrichting).
64.2.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

64.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    1. het ophogen, afgraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    2. het aanbrengen van oppervlakteverharding meer dan 100 m2;
    3. het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van singels en lijnvormige houtopstanden uitgezonderd erfbeplanting;
    4. het verwijderen van stobben;
    5. het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    6. het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

64.4 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen, gelegen binnen deze bestemming, geheel of gedeeltelijk te slopen;
  2. de onder a bedoelde vergunning kan slechts worden verleend indien:
    • de waarden die met de aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht niet langer aanwezig zijn en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het betreffende gebouw kunnen worden hersteld;
    • in redelijkheid niet kan worden geëist dat de bijdrage van een pand aan de waarde van het beschermd dorpsgezicht toevoegt, wordt gehandhaafd;
    • door sloop van het pand waarvan vergunning wordt gevraagd geen onevenredige aantasting van waarden van het beschermd dorpsgezicht wordt veroorzaakt.

Artikel 65 Waarde - Besloten gebied

65.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Besloten gebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals deze tot uitdrukking komen in de vorm van besloten gebieden met houtsingelstructuur, de pingoruïnes en de daarbij behorende (opstrekkende) verkaveling. 

65.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het ophogen, afgraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld;
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het scheuren van grasland;
    • het aanbrengen van onderbemaling;
    • het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    • het aanbrengen of verwijderen van ondergrondse leiding;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerder werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 66 Waarde - Blokverkaveling

66.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Blokverkaveling' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden zoals deze tot uitdrukking komen in de vorm van onregelmatig gevormde percelen die worden gescheiden door kromme sloten.

66.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het ophogen, afgraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld;
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het scheuren van grasland;
    • het aanbrengen van onderbemaling;
    • het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van singels en lijnvormige houtopstanden uitgezonderd erfbeplanting;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    • het aanbrengen of verwijderen van ondergrondse leiding;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerder werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 67 Waarde - Cultuurhistorie 1

67.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en herstel van de landschappelijke en de cultuurhistorische waarden van de oude dijken, delen daarvan, dan wel restanten daarvan. Hieronder worden het behoud en herstel van de volgende essentiële ruimtelijke kenmerken begrepen:
  1. het profiel van de oude dijken, dele daarvan, dan wel restanten daarvan;
  2. de met de oude dijken samenhangende landschapselementen, waaronder coupures, schotbalkloodsjes en kolken.

67.2 Bouwregels

Op de voor 'Waarde - Cultuurhistorie 1' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd ten dienste van de basisbestemming.

67.3 Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van de dijkgronden voor houtteelt;
  2. het gebruik van de dijkgronden voor boom- en fruitteelt;
  3. het diepploegen, egaliseren en afschuiven van dijkgronden;
  4. het gebruik van de dijkgronden anders dan als grasland;
  5. ieder gebruik dat beperkingen oplevert voor de mogelijke waterkerende functie.

67.4 Afwijken van de gebruiksregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 67.1 en artikel 67.3 indien:
  1. aanpassing van het profiel van de oude dijk, een deel daarvan of een restant daarvan nodig is ter voorkoming van onevenredige grote hinder voor de landbouw;
  2. aanpassing van het profiel van de oude dijk, een deel daarvan of een restant daarvan nodig is ter versterking van de landschappelijke of cultuurhistorische waarden.

Artikel 68 Waarde - Cultuurhistorie 2

68.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en herstel van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van Aduarderzijl. Hieronder wordt het behoud en herstel van de volgende essentiële ruimtelijke kenmerken begrepen:
  1. de ligging van dit dorp aan het Reitdiep en het Aduarderdiep;
  2. de sluizen en 't Waarhuis (het huis van de sluiswachter);
  3. het tracé van de oude watergang ('t Oude Gat);
  4. de samenhang tussen de woningen en het onderscheid tussen de arbeiderswoningen en de voornamere woningen;
  5. de kleinschaligheid;
  6. de aanzichten van het dorp vanuit het landschap.

68.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het verwijderen van stobben;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen;
    • het graven en dempen van sloten en watergangen;
    • het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel van sloten en watergangen;
    • het verwijderen van dammen;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
    • het ophogen, afgraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    • het aanbrengen van oppervlakteverharding meer dan 100 m2;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerder werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 69 Waarde - Dijk

69.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Dijk' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals deze tot uitdrukking komen in de vorm van dijken met bijbehorende coupures, schotbalkloodsjes en grasbeplanting. 

69.2 Bouwregels

Op de voor 'Waarde - Dijk' aangewezen gronden:
  1. mag niet worden gebouwd ten dienste van de basisbestemming;
  2. mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming 'Waarde - Dijk' worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 2 m mag bedragen. 

69.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het verwijderen van stobben;
    • het aanbrengen van lijnvormige beplanting, waaronder begrepen wegbeplanting;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    • het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerder werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 70 Waarde - Houtsingelreservaat

70.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Houtsingelreservaat' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals deze tot uitdrukking komen in de vorm van besloten gebied met houtsingelstructuur, de pingoruïnes en de daarbij behorende (opstrekkende) verkaveling.

70.2 Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het rooien van houtsingels.

70.3 Afwijken van de gebruiksregels

70.3.1 Afwijking
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 70.2. Op het kappen van een houtsingel in de dubbelbestemming ‘ Waarde - Houtsingelreservaat' zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur, zoals opgenomen in bijlage 4, onverkort van toepassing. Indien voornoemde regeling gedurende de planperiode wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden

70.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    1. het ophogen, afgraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    2. het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;  
    3. het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,50 meter onder maaiveld; 
    4. het scheuren van grasland; 
    5. het indrijven van voorwerpen in de grond; 
    6. het verwijderen van stobben;
    7. het aanbrengen van onderbemaling;
    8. het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;  
    9. het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);  
    10. het aanbrengen van houtsingels;  
    11. het omzetten van grasland in bouwland;  
    12. het omzetten van gras-/bouwland in graszoden;  
    13. het aanbrengen van oppervlakteverharding meer dan 200 m2
    14. het aanbrengen of verwijderen van ondergrondse leiding; 
    15. het aanbrengen van oeverbeschoeiing; 
    16. het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    17. het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;    
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;     
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;  
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 71 Waarde - Karakteristiek object

71.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Karakteristiek object' aangewezen gronden zijn, behalve voor de ander daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de cultuurhistorische, architectuurhistorische, stedenbouwkundig ensemble-, authenticiteits- en/of zeldzaamheidswaarden van karakteristieke objecten.

71.2 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde in de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Karakteristiek object' voor het bouwen van de (hoofd)gebouwen zoals opgenomen in Bijlage 1 dat uitsluitend gebouwen mogen worden gebouwd met behoud van de cultuurhistorische, architectuurhistorische, stedenbouwkundig ensemble-, authenticiteits- en/of zeldzaamheidswaarden waarbij geldt dat de oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakhelling en gevelindeling in stand worden gehouden, voor zover deze kenmerken karakteristiek zijn volgens Bijlage 1.

71.3 Nadere eisen

 
71.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - Karakteristiek object' nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van het behoud van de cultuurhistorische, architectuurhistorische, stedenbouwkundig ensemble-, authenticiteits- en/of zeldzaamheidswaarden.
71.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

71.4 Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 71.2 in die zin dat in ondergeschikte mate wordt afgeweken van de bestaande maatvoeringen en gevelindeling van de karakteristieke hoofdvorm, mits:
  1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke hoofdvorm en gevelindeling van het karakteristieke gebouw; dan wel
  2. indien afgeweken wordt van de karakteristieke hoofdvorm en gevelindeling van het karakteristieke gebouw advies wordt ingewonnen bij een onafhankelijk deskundige op het gebied van stedenbouw en landschap;
  3. aanvrager daarbij een redelijk belang heeft en de aantasting niet onevenredig is in verhouding tot dat belang;
  4. er wordt voldaan aan de overige bouwregels die ter plaatse van toepassing zijn.

71.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

71.5.1 Verbod
Het is verboden een karakteristiek object zoals opgenomen in Bijlage 1 geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning.
71.5.2 Uitzondering
Het bepaalde in artikel 71.4 is niet van toepassing op:
  1. gewoon onderhoud en herstel;
  2. inpandige delen van een gebouw;
  3. het uitvoeren van destructief onderzoek;
  4. werken of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een ten tijde van de inwerkingtreding van het plan reeds verleende omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk.
71.5.3 Criteria
  1. de vergunning voor het slopen kan slechts worden verleend indien:
    1. sprake is van een algemeen belang waarvoor het gebouw moet wijken; of,
    2. aangetoond wordt dat behoud van het gebouw bouwtechnisch niet mogelijk is en een goede herinvulling ter plaatse van het te slopen gebouw is verzekerd waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de aanwezige of te ontwikkelen kwaliteiten en waarden van het gebied; of,
    3. zinvol hergebruik van het gebouw overeenkomstig de geldende bestemming of een andere, uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening, passende bestemming objectief gezien niet mogelijk is en het belang van de vergunning aanvrager bij sloop van het gebouw in redelijkheid dient te prevaleren boven het cultuurhistorisch belang van het behoud ervan. De aanvrager om vergunning dient daartoe een rapport van een deskundige te overleggen dat ingaat op:
      1. de bouwkundige en gebruikstechnische staat van het gebouw;
      2. de mate waarin het gebouw geschikt is of door het treffen van voorzieningen geschikt kan worden gemaakt voor zinvol hergebruik overeenkomstig de geldende bestemming of een andere, uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening, passende bestemming; of,
    4. de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en alleen met ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld; of,
    5. het delen van een gebouw betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop van deze delen geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaatsvindt;
    6. burgemeester en wethouders het voornemen hebben om een sloopvergunning te verlenen een deskundige om advies wordt gevraagd. Het overleggen van een dergelijk rapport kan achterwege blijven indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders uit andere beschikbare informatie blijkt dat sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden.
  2. het overleggen van een deskundigenrapport, bedoeld in lid a, onder 3, is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders uit andere beschikbare informatie afdoende blijkt dat sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden;
  3. indien burgemeester en wethouders het voornemen hebben om een vergunning op basis van het bepaalde in lid a te verlenen wordt een deskundige om een schriftelijk advies gevraagd.

71.6 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de dubbelbestemming 'Waarde - Karakteristiek object' wordt verwijderd indien en voor zover:
  1. het bouwwerk teniet is gegaan door een calamiteit en herbouw in de oorspronkelijke staat redelijkerwijs niet verlangd kan worden of
  2. aangetoond wordt dat behoud van het object bouwtechnisch niet mogelijk is en een goede herinvulling ter plaatse van het te slopen object is verzekerd waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de aanwezige of te ontwikkelen kwaliteiten en waarden van het gebied; of,
  3. onderzocht wordt of zinvol hergebruik van het karakteristieke object overeenkomstig de geldende bestemming of een andere, uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, passende bestemming objectief gezien mogelijk is, al dan niet na het treffen van voorzieningen aan het object; of,
  4. een omgevingsvergunning voor het slopen van karakteristieke objecten als bedoeld in artikel 71.5 is verleend en er geen te beschermen waarden resteren.

Artikel 72 Waarde - Kolk

72.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Kolk' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals deze tot uitdrukking komen in de aanwezigheid en herkenbaarheid. 

72.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
    • het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie;
  3. voor zover voor meerder werken en/of werkzaamheden vergunningen worden aangevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden.

Artikel 73 Waarde - Landgoed

73.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Landgoed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een samenhangend beheer van de gronden, alsmede het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarde van het landgoed, van de eenheid van het landgoed en van de karakteristieken van het land, waaronder begrepen de lanenstructuur met daarbij behorende bouwwerken. 

73.2 Bouwregels

Op de voor 'Waarde - Landgoed' aangewezen gronden mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten dienste van het samenhangend beheer van het landgoed, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 1,50 m mag bedragen. 

Artikel 74 Waarde - Landschap

74.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Hieronder worden het behoud, herstel ontwikkeling van de volgende essentiële ruimtelijke kenmerken begrepen:
  1. de openheid van het landschap;
  2. het reliëf;
  3. de oorspronkelijke verkaveling en het beloop van wegen en waterlopen;
  4. de openheid van, het zicht op en de herkenbaarheid van wierde en wierdendorpen.

74.2 Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het diepploegen, egaliseren en afschuiven van gronden;
  2. het gebruik van de gronden voor nieuwe houtteelt;
  3. het gebruik van gronden voor de aanleg van bossen en boomgaarden.

74.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het aanbrengen van houtwallen en -singels, lijnvormige houtopstanden, uitgezonderd erfbeplanting;
    • het graven en dempen van sloten en watergangen;
    • het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel van sloten en watergangen;
    • het verwijderen van stuwen en dammen;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden aangevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken.
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden.

Artikel 75 Waarde - Natuur en Landschap

75.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Natuur en Landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden die gebonden zijn aan de waterlopen en zoals deze tot uitdrukking komen in het profiel en de geomorfologie van de waterloop. 

75.2 Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het dempen van sloten en greppels;
  2. het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
  3. het vergraven van gronden.

75.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het egaliseren van gronden;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld;
    • het aanleggen van dammen en stuwen;
    • het verwijderen van stobben;
    • het aanleggen, verbreden, verbeteren van sloten en greppels;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerder werken en/of werkzaamheden vergunningen worden aangevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 76 Waarde - Open gebied

76.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Open gebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden zoals deze tot uitdrukking komen in de vorm van grootschalige open weidegebieden met een dicht slotenstelsel en een hoge grondwaterstand.

76.2 Specifieke gebruiksregels

Tot en met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van de gronden voor nieuwe houtteelt;
  2. het gebruik van de gronden voor de aanleg van bossen en boomgaarden.

76.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    1. het ophogen, afgraven, afschuiven, vergraven of egaliseren van gronden;
    2. het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    3. het scheuren van grasland;
    4. het aanleggen van een drainagestelsel;
    5. het aanbrengen van onderbemaling;
    6. het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    7. het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    8. het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
    9. het omzetten van grasland in bouwland;
    10. het omzetten van gras-/bouwland in graszoden;
    11. het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    12. het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    13. het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
    14. het aanbrengen van oppervlakteverharding meer dan 200 m2;
    15. het aanbrengen of verwijderen van ondergrondse leiding;
    16. het aanleggen van dagrecreatieve voorzieningen, zoals wandel- en fietspaden, picknickplaatsen en parkeervoorzieningen;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerder werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 77 Waarde - Pingoruïne

77.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Pingoruïne' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals deze tot uitdrukking komen in de aanwezigheid en herkenbaan van de pingoruïnes.

77.2 Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's).

77.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het ophogen, afgraven, vergraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het aanleggen van een drainagestelsel;
    • het verwijderen van stobben;
    • het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld;
    • het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerder werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 78 Waarde - Reliëf

78.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Reliëf' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals deze tot uitdrukking komen in de al dan niet zichtbare hoogtes of laagtes in het landschap en daarmee samenhangende geomorfologische en cultuurhistorische waarden.

78.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het afgraven, diepploegen, ophogen, vergraven, egaliseren of afschuiven van gronden;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het omzetten van gras-/bouwland in graszoden;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerder werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 79 Waarde - Rijksmonument

 

79.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Rijksmonument' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van rijksmonumenten. 

79.2 Bouwregels

Voor het (ver)bouwen van bouwwerken is in de meeste gevallen een vergunning noodzakelijk. Een aanvraag daartoe dient bij de gemeente Westerkwartier te worden ingediend.

Artikel 80 Waarde - Verkaveling

80.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Verkaveling' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke en natuurlijke waarden zoals deze tot uitdrukking komen in de vorm van grootschalige open weidegebieden met een dicht slotenstelsel en een hoge grondwaterstand. 

80.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    1. het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    2. het ophogen, afgraven of vergraven van gronden;
    3. het aanleggen van een drainagestelsel;
    4. het aanbrengen van onderbemaling;
    5. het aanleggen van dammen en stuwen;
    6. het gaven den dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of het verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    7. het omzetten gras-/bouwland in graszoden;
    8. het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    9. het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    10. het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerder werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 81 Waarde - Wierde

81.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Wierde' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals deze tot uitdrukking komen in de aanwezigheid van wierden en de daarmee samenhangende hoogteverschillen en bebouwings- en beplantingskarakteristiek: bebouwing op de wierde, met voor zover nog aanwezig de windsingel, gracht en grote siertuin voor het voorhuis. 

81.2 Specifieke gebruiksregels

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het afschuiven van dijken en wierden;
  2. het dempen van de huisgracht op/langs de wierde.

81.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het ophogen, afgraven, vergraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    • het aanleggen van een drainagestelsel;
    • het rooien van erfbeplanting op de wierde;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerder werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 82 Waarde - Wierde invloedszone

82.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘ Waarde - Wierde invloedszone' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de openheid van, het zicht op en de herkenbaarheid van wierden en wierdendorpen.

82.2 Specifieke gebruiksregels

Tot en met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het gebruik van de gronden voor nieuwe houtteelt;
  2. het gebruik van de gronden voor de aanleg van bossen en boomgaarden.

82.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    1. het afgraven en ophogen van gronden;
    2. het egaliseren van gronden, met uitzondering van het egaliseren met een kilverbord;
    3. het diepploegen en woelen van gronden;
    4. het graven en dempen van sloten en watergangen;
    5. het vergroten of verkleinen van het doorstromingsprofiel van sloten en watergangen;
    6. het verwijderen van stuwen en dammen;
    7. het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend moet worden vastgesteld dat er geen elders in het bestemmingsplan opgenomen verboden ter bescherming van landschappelijke, cultuurhistorische of natuurlijke waarden worden overtreden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

Artikel 83 Waterstaat - Waterberging

83.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterberging' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de waterberging.
 
Onder de bestemming zijn de aanleg van dijken, waterlopen, kaden, gemalen, inlaten en overige kunstwerken ten behoeve van het inlaten, bergen en afvoeren van boezemwater begrepen, conform de door de provincie en het waterschap voor het gebied vastgestelde inrichtingsplannen. 

83.2 Bouwregels

  1. op de voor 'Waterstaat - Waterberging' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de dubbelbestemming worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 5 m;
  3. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van de waterhuishouding bedraagt maximaal 11 m;
  4. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3 m;
  5. ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming, mag met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende bouwregels uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de waterbergingscapaciteit gelijk blijft. 

83.3 Nadere eisen

 
83.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:
  1. het beginsel van bebouwingsconcentratie;
  2. het bebouwingsbeeld;
  3. de landschappelijke inpassing;
  4. de verkeersveiligheid;
  5. de milieusituatie;
  6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  7. de cultuurhistorische waarden zoals die ter plaatse voorkomen;
  8. de waarde van een ter plaatse voorkomende dubbelbestemming of de aanduiding 'houtsingel';
  9. de landschappelijke en/of de natuurlijke waarden.
83.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.

83.4 Afwijken van de bouwregels

 
83.4.1 Afwijking
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 83.2 met inachtneming van de volgende regels:
  1. de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels worden in acht genomen;
  2. er mag alleen hoogwaterbestendig worden gebouwd;
  3. de waterbergingscapaciteit wordt niet onevenredig geschaad en vooraf wordt schriftelijke advies ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder.
83.4.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2.

83.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
    • het ophogen van gronden;
    • het ontgronden, afgraven of egaliseren van gronden;
    • het dempen van watergangen;
    • het aanbrengen van oppervlakteverharding;
    • het aanbrengen van opgaande beplanting;
    • het aanbrengen van ondergrondse (transport)leidingen;
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. de onder a bedoelde vergunning kan slechts worden verleend indien de waterbergingscapaciteit gelijk blijft en vooraf advies in ingewonnen bij de betreffende waterbeheerder.

Artikel 84 Waterstaat - Waterkering

84.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding, de bescherming, de verbetering en het beheer van de waterkering en waterhuishouding, met de daarbij behorende voorzieningen. 
 
Het bepaalde in artikel 91.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing.

84.2 Bouwregels

  1. op de voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de dubbelbestemming worden gebouwd;
  2. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt maximaal 5 m;
  3. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van de waterhuishouding bedraagt maximaal 11 m;
  4. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde bedraagt maximaal 3 m. 

84.3 Afwijken van de bouwregels

84.3.1 Afwijking
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 84.2 met inachtneming van de volgende regels:
  1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de waterkering en de veiligheid daarvan;
  2. vooraf schriftelijke advies is ingewonnen bij het Waterschap omtrent het onder a gestelde.
84.3.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 89.2

84.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het afgraven, ophogen, vergraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    • het scheuren van grasland;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;
    • het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld;
    • het indrijven van voorwerpen in de grond;
    • het aanbrengen van onderbemaling;
    • het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);
    • het omzetten van gras-/bouwland in graszoden;
    • het afschuiven van dijken en wierden;
    • het aanbrengen van oeverbeschoeiing;
    • het omzetten van grasland in bouwland;
    • het verwijderen van stobben;
    • het aanleggen of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels binnen de begrenzing zoals is aangeduid op de kaart in Bijlage 2;
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen;
    • het aanleggen van wegbegeleidende hoogopgaande beplanting in het dijken- en wierdenlandschap aangeduid op de kaart in Bijlage 3.
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerder werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het aanleggen en/of (gedeeltelijk) rooien van houtsingels zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  6. bij het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen in Bijlage 4. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

3 Algemene regels

Artikel 85 Anti-dubbeltelregel

85.1 Grond

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

85.2 Woningen

Bij de beoordeling van een bouwaanvraag voor een (agrarische) bedrijfswoning worden mede in aanmerking genomen bestaande woningen welke als (agrarische) bedrijfswoning zijn gebouwd of als zodanig in gebruik zijn geweest. Ook bedrijfswoningen die ten gevolge van verkoop, verhuur, bedrijfssplitsing of andere transacties niet meer als (agrarische) bedrijfswoning fungeren, worden daartoe gerekend.

Artikel 86 Algemene bouwregels

86.1 Bebouwingsgrenzen

86.1.1 Afstand tot wegas
Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen dienen bij de bouw van gebouwen de volgende afstanden tot de as van de weg in acht te worden genomen:
  1. wegen met de bestemming 'Verkeer - 1' 100 m;
  2. wegen met de bestemming 'Verkeer - 3' 30 m;
  3. wegen met de bestemming 'Verkeer - 4' 15 m;
  4. wegen in overige bestemmingen 10 m.
86.1.2 Afwijking
Burgemeester en wethouder kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 86.1.1, indien en voor zover:
  1. uit overleg met de wegbeheerder blijkt dat daartegen uit hoofde van het wegbeheer, de verkeersveiligheid daaronder begrepen, geen bezwaar bestaat;
  2. een evenredige belangenafwegingplaats plaatsvindt als bedoeld in artikel 89.2

86.2 Geluidzones langs wegen

Indien en voor zover gronden zijn gelegen binnen een zone van:
  1. 250 m ter weerszijden van een weg met een of twee rijstroken;
  2. 400 m ter weerszijden van een weg met drie of vier rijstroken;
mogen toegelaten geluidsgevoelige functies uitsluitend worden gerealiseerd of vervangen met inachtneming van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting als bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder of een vastgestelde hogere grenswaarde, behoudens voor zover artikel 76, lid 3 van de Wet geluidhinder van toepassing is.

86.3 Geluidzones langs spoorwegen

Indien en voor zover gronden zijn gelegen binnen een zone van 100 meter van de spoorlijn Leeuwarden-Groningen mogen toegelaten geluidsgevoelige functies uitsluitend worden gerealiseerd met inachtneming van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting als bedoeld in het Besluit geluidhinder of een vastgestelde hogere grenswaarde.

86.4 Reclame-uitingen

Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen geldt dat de oppervlakte van reclame-uitingen niet meer dan 0,5 m2 mag bedragen.

86.5 Reclamemasten

Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen geldt dat de bouwhoogte van reclamemasten niet meer dan 6 m mag bedragen.

86.6 Lichtmasten

Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen geldt dat lichtmasten niet mogen worden opgericht binnen een afstand van 100 m van de bestemmingen 'Bos', 'Natuur' en 'Natuur - Agrarisch' en de bouwhoogte niet meer dan 6 m mag bedragen.

86.7 Windturbines

Onverminderd het bepaalde in de overige artikelen geldt dat de ashoogte van windturbines niet meer dan 15 m mag bedragen.

86.8 Vrijgekomen gebouwen

Gebouwen met de aanduiding 'vrijgekomen bebouwing buitengebied' mogen niet worden vergroot. Daarnaast mogen er geen nieuwe gebouwen worden opgericht, anders dan vervangende nieuwbouw.

Artikel 87 Algemene gebruiksregels

87.1 Strijdig gebruik

Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
  1. het kappen of rooien van houtsingels anders dan voor normaal onderhoud;
  2. het gebruiken van (bedrijfs)gebouwen voor het houden van dieren in een tweede of hogere bouwlaag;
  3. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden voor de opslag van gras-, hooi- en strobalen, ander vormen van veevoeders en machines buiten de agrarische bedrijfsbestemming;
  4. het gebruik van de gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale, ter plaatse toegestane bedrijfsvoering;
  5. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden als paardenbak, renbaan of menterrein, tenzij dat uitdrukkelijk is toegestaan;
  6. het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting, tenzij dat uitdrukkelijk is toegestaan;
  7. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van gemotoriseerde of gemechaniseerde sporten, tenzij dat uitdrukkelijk is toegestaan;
  8. het gebruiken of laten gebruiken van recreatiewoningen, groepsaccommodaties, boerderijkamers, chalets, stacaravans, trekkershutten, toercaravans, vouwwagens, campers, tenten, huifkarren en andere recreatieobjecten voor permanente bewoning;
  9. het gebruik van een bedrijfswoning ten behoeve van een niet op hetzelfde terrein gelegen bedrijf;
  10. het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande bijgebouwen en vrijstaande bedrijfsgebouwen voor bewoning;
  11. het gebruiken of laten gebruiken van aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen voor bewoning door een ander huishouden dan het huishouden dat de woning bewoond;
  12. het gebruik van gronden ter plaatse van een bestemmingsvlak of een aanduidingsvlak die op een afstand van 50 meter of minder van elkaar zijn gelegen voor het oprichten of vergroten van agrarische bedrijfsbebouwing, niet zijnde bestaande agrarische bedrijfsbebouwing, die, gelet op hun organisatorische, functionele of technische verbondenheid, tot hetzelfde bedrijf behoren en waarbij de gezamenlijke oppervlakte van de bestemmingsvlakken of aanduidingsvlakken meer bedraagt dan 1 hectare;
  13. het gebruik van gronden en gebouwen voor de nieuwvestiging van geitenhouderijen, al dan niet als neventak bij een (agrarisch) bedrijf;
  14. het gebruik van gronden en gebouwen voor de uitbreiding van een bestaande geitenhouderij met één of meer geiten;
  15. het gebruik van windturbines en zonnepanelen zodanig dat tevens energie aan derden wordt geleverd;
  16. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van nieuwe risicovolle inrichtingen.

87.2 Uitzondering strijdig gebruik

Het bepaalde in artikel 87.1 onder j is niet van toepassing indien:
  1. de in deze bepaling bedoelde gronden voorafgaand aan de inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit (d.d. 20 november 2016) reeds aantoonbaar in eigendom waren bij één eigenaar en binnen één bedrijfsvoering mochten worden gebruikt, en
  2. vóór 20 november 2019 een aanvraag om omgevingsvergunning voor het oprichten of vergroten van agrarische bedrijfsbebouwing is ingediend.

87.3 Toegestaan gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval niet gerekend:
  1. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van kortstondige, incidentele evenementen, festiviteiten en manifestaties, indien en voor zover daarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift een omgevingsvergunning is vereist en deze is verleend;
  2. het gebruik van gronden en gebouwen voor kleinschalige daghoreca, waaronder wordt verstaan het verstrekken van (alcoholvrije) dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse, daar waar bij de hoofdfunctie de nevenactiviteiten dagrecreatie, dagopvang/dagbesteding, bed & breakfast, zorgboerderij, boerderijwinkel, boerderijterras en/of theetuin zijn toegestaan;
  3. de opslag van materiaal en het stallen van caravans in (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen;
  4. het tijdelijk gebruiken van de gronden voor doorloopstallen;
  5. het aanleggen of het laten aanleggen van kabels en/of leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van:
    1. aardgastransportleidingen met een diameter van meer dan 4" en/of een druk van meer dan 40 bar;
    2. transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie met een diameter van meer dan 4;
    3. hoogspanningsleidingen;
    4. buisleidingen voor het transport van water, afvalwater of stoom met een doorsnede van 1 meter of meer en een lengte van 10 km of meer;
  6. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden ten behoeve van bestaande paardenbakken in het buitengebied van de voormalige gemeente Grootegast ten behoeve van het eigen hobbymatig gebruik binnen de bestemming 'Agrarisch', 'Agrarisch met waarden - Natuur', 'Bos', 'Natuur' en 'Natuur - Agrarisch', met een oppervlakte van ten hoogste 1.000 m2 bij een perceel kleiner dan 1 ha, of ten hoogste 1.400 m2 bij een perceel gelijk aan of groter dan 1 ha, en waarbij de afstand tot een naburige woning ten minste 10 meter bedraagt.

87.4 Afwijken van de gebruiksregels

87.4.1 Volwaardige agrarische bedrijfsactiviteiten op een tweede kavel tot 2 hectare
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 87.1 onder i indien de gezamenlijke oppervlakte van beide bestemmingsvlakken of aanduidingsvlakken niet meer bedraagt dan maximaal 2 hectare, en:
  1. er sprake is van de uitoefening van:
    1. een grondgebonden agrarisch bedrijf; of
    2. een intensief veehouderijbedrijf, mits:
      1. de uitbreiding van de bestaande stalvloeroppervlakte voor intensieve veehouderij noodzakelijk is om tegemoet te komen aan aangescherpte wettelijke eisen op het gebied van milieu, of bijdraagt aan verbetering van het welzijn van de te houden dieren doordat zij netto meer leefruimte tot hun beschikking hebben; en,
      2. het aantal te houden dieren zoals is vergund niet toeneemt;
  2. de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
  3. aan de omvang, situering en vormgeving van de agrarische bedrijfsbebouwing en opslagvoorzieningen, geen bouwwerken zijnde, een erfinrichtingsplan ten grondslag ligt, waarbij in ieder geval rekening is gehouden met:
    1. de historisch gegroeide landschapsstructuur;
    2. de afstand tot andere ruimtelijke elementen;
    3. een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
    4. het uitgangspunt dat voor de bedrijfsvoering niet meer in gebruik zijnde opstallen, met uitzondering van monumentale of karakteristieke gebouwen, op de bouwpercelen worden gesloopt;
    5. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
    6. het aspect nachtelijke lichtuitstraling;
  4. in de vorm van een voorwaarde bij de omgevingsvergunning wordt geborgd dat:
    1. de agrarische bedrijfsbebouwing en opslagvoorzieningen, geen bouwwerken zijnde, overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd en aangelegd;
    2. erfbeplanting overeenkomstig het erfinrichtingsplan wordt aangelegd en in stand wordt gehouden;
  5. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de toereikendheid van de infrastructurele ontsluiting en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
87.4.2 Nieuwvestiging geitenhouderij
  1. het bevoegd gezag kan van het verbod in artikel 87.1 onder m afwijken met een omgevingsvergunning indien uit onderzoek in voldoende mate is gebleken dat risico's voor de gezondheid van personen die verblijven in nabij gelegen functies, redelijkerwijs zijn uit te sluiten;
  2. het bevoegd gezag betrekt bij het al dan niet verlenen van de vergunning in ieder geval:
    1. de afstand van de geitenhouderij tot bestaande of geprojecteerde woonfuncties of andere gevoelige verblijfsfuncties;
    2. een advies van de GGD of andere onafhankelijke deskundige zo lang er geen algemene nieuwe inzichten zijn.
87.4.3 Het leveren van energie van windturbines aan derden
Het bevoegd gezag kan van het verbod in artikel 87.1 onder o afwijken met een omgevingsvergunning voor zover het gaat om het gebruik van windturbines waarbij eveneens energie aan derden (onder derde wordt alleen verstaan: dorpsverenigingen, dorpscorporaties en vergelijkbare participerende samenwerkingsverbanden) wordt geleverd, met dien verstande dat:
  1. deze afwijkingsbevoegdheid uitsluitend wordt verleend voor ten hoogste 2 windturbines binnen het bestemmingsvlak en wordt voldaan aan Bijlage 19 “Naar een koers duurzaam Middag Humsterland – Ruimtelijk scenario onderzoek duurzame energieopwekking” (ook buiten het gebied Middag – Humsterland);
  2. de ashoogte van windturbines niet meer dan 15 m bedraagt, dan wel niet meer dan de bestaande ashoogte indien deze meer bedraagt;
  3. de wieklengte bedraagt niet meer dan 2/3 van de ashoogte;
  4. de afstand van de windturbine tot de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' bedraagt ten minste de masthoogte + 1/3 wieklengte.

87.5 Afwegingskader

87.5.1 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsmogelijkheden in artikel 87.4 van dit plan vindt een evenredige belangenafweging plaats waarbij betrokken worden:
  1. de mate waarin de waarden, welke het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad;
  2. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of van eigenaren van de aanliggende gronden kunnen worden geschaad;
  3. de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de toelaatbaarheid op het gebied van milieu, externe veiligheid, waterhuishouding, ecologie, archeologie en nachtelijke lichtuitstraling;
  4. de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond;
  5. de mate waarin de verkeerssituatie wordt beïnvloed, waaronder begrepen de gevolgen voor de infrastructuur.
87.5.2 Weigering omgevingsvergunning
Indien de waarden en/of belangen als genoemd in artikel 87.5.1 onder a en b onevenredig worden geschaad en/of de artikel 87.5.1 onder c en d genoemde uitvoerbaarheid/inpasbaarheid niet is aangetoond en/of de artikel 87.5.1  onder e genoemde verkeerssituatie onevenredig wordt beïnvloed, vindt de afwijkingsbevoegdheid geen toepassing

Artikel 88 Algemene aanduidingsregels

88.1 geluidzone - industrie

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' mogen toegelaten geluidsgevoelige functies uitsluitend worden gerealiseerd met inachtneming van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting als bedoeld in artikel 57 van de Wet geluidhinder of een vastgestelde hogere grenswaarde.

88.2 geluidzone - weg

  1. de ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'geluidzone - weg' aangewezen gronden zijn bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai op geluidsgevoelige objecten;
  2. voor het bouwen van gebouwen geldt dat een op grond van de basisbestemming toelaatbaar geluidsgevoelig gebouw of een uitbreiding van een geluidsgevoelig gebouw niet mag worden gebouwd;
  3. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder b en toestaan dat nieuwe geluidsgevoelige gebouwen of uitbreidingen van geluidsgevoelige gebouwen worden gebouwd, mits de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer van de gevels van deze geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een vastgestelde hogere grenswaarde;
  4. het is verboden niet-geluidsgevoelige objecten te gebruiken als geluidsgevoelig object;
  5. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder d en toestaan dat niet-geluidsgevoelige objecten worden gebruikt als geluidsgevoelig objecten, mits de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op het geluidgevoelige object niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een vastgestelde hogere grenswaarde.

88.3 houtsingel

 
88.3.1 Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding 'houtsingel' zijn de gronden mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van houtsingels.
88.3.2 Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken met deze aanduiding wordt in ieder geval gerekend het (gedeeltelijk) rooien van houtsingels.
88.3.3 Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 88.3.2. Op het kappen van een houtsingel ter plaatse van de aanduiding ‘houtsingel’ zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur, zoals opgenomen in Bijlage 4, onverkort van toepassing. Indien voornoemde regeling gedurende de planperiode wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.
88.3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het ophogen, afgraven, afschuiven of egaliseren van gronden;
    • het aanleggen van grondwallen/aarden wallen;  
    • het uitvoeren van grondbewerking, waartoe wordt gerekend het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 0,50 meter onder het maaiveld; 
    • het indrijven van voorwerpen in de grond; 
    • het verwijderen van stobben;
    • het aanbrengen van onderbemaling;
    • het aanleggen van dammen en stuwen;
    • het graven en dempen van sloten en andere watergangen, het vergroten en/of verkleinen van het doorstromingsprofiel en het aanbrengen en verwijderen van dammen en stuwen;  
    • het dempen van kleine geïsoleerde wateren (o.a. dobben, pingo's);  
    • het aanbrengen van oeverbeschoeiing; 
    • het kappen, dunnen of afzetten van beeldbepalende bomen; 
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;     
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunning worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;  
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden;
  5. bij het uitvoeren van de werkzaamheden zoals bedoeld onder a zijn de Spelregels Houtsingelhoofdstructuur onverkort van toepassing zoals opgenomen als Bijlage 4. Indien voornoemde regeling gedurende de planperiode wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden.

88.4 karakteristiek en beeldbepalend

88.4.1 Aanduidingsomschrijving
  1. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' zijn de gronden mede bestemd voor het behoud van cultuurhistorische, architectuurhistorische, stedenbouwkundig ensemble-, authenticiteits- en/of zeldzaamheidswaarden van karakteristieke gebouwen;
  2. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – beeldbepalend’/'specifieke vorm van waarde – beeldbepalend’ zijn de gronden mede bestemd voor het behoud van de cultuurhistorische, architectuurhistorische, stedenbouwkundig ensemble-, authenticiteits- en/of zeldzaamheidswaarden van beeldbepalende gebouwen.
88.4.2 Bouwregels
In afwijking van het bepaalde in de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt voor het bouwen van de (hoofd)gebouwen zoals opgenomen in Bijlage 1 dat uitsluitend gebouwen mogen worden gebouwd met behoud van de cultuurhistorische, architectuurhistorische, stedenbouwkundig ensemble-, authenticiteits- en/of zeldzaamheidswaarden waarbij geldt dat de oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakhelling en gevelindeling in stand worden gehouden, voor zover deze kenmerken karakteristiek dan wel beeldbepalend  zijn volgens Bijlage 1.
88.4.3 Nadere eisen
 
88.4.3.1 Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' respectievelijk ‘specifieke bouwaanduiding– beeldbepalend’/'specifieke vorm van waarden  – beeldbepalend' nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing ten behoeve van het behoud van de cultuurhistorische, architectuurhistorische, stedenbouwkundig ensemble-, authenticiteits- en/of zeldzaamheidswaarden.
88.4.3.2 Procedure
Bij de gebruikmaking van de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de procedure als genoemd in artikel 92.1 van toepassing.
88.4.4 Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 88.4.2 in die zin dat in ondergeschikte mate wordt afgeweken van de bestaande maatvoeringen en gevelindeling van de karakteristieke dan wel beeldbepalende hoofdvorm, mits:
  1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke/beeldbepalende hoofdvorm en gevelindeling van het karakteristieke/beeldbepalende gebouw; dan wel
  2. indien afgeweken wordt van de karakteristieke/beeldbepalende hoofdvorm en gevelindeling van het karakteristieke/beeldbepalende gebouw advies wordt ingewonnen bij een onafhankelijk deskundige op het gebied van stedenbouw en landschap;
  3. aanvrager daarbij een redelijk belang heeft en de aantasting niet onevenredig is in verhouding tot dat belang.
  4. er wordt voldaan aan de overige bouwregels die ter plaatse van toepassing zijn.
88.4.5 Omgevingsvergunning voor het slopen
 
88.4.5.1 Verbod
Het is verboden een karakteristiek object zoals opgenomen in Bijlage 1 geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning.
88.4.5.2 Uitzondering
Het bepaalde in artikel 89.4.5.1 is niet van toepassing op:
  1. gewoon onderhoud en herstel;
  2. inpandige delen van een gebouw;
  3. het uitvoeren van destructief onderzoek;
  4. werken of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een ten tijde van de inwerkingtreding van het plan reeds verleende omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk.
88.4.5.3 Toetsingscriteria
  1. de vergunning voor het slopen kan slechts worden verleend indien:
    1. sprake is van een algemeen belang waarvoor het gebouw moet wijken; of,
    2. aangetoond wordt dat behoud van het gebouw bouwtechnisch niet mogelijk is en een goede herinvulling ter plaatse van het te slopen gebouw is verzekerd waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de aanwezige of te ontwikkelen kwaliteiten en waarden van het gebied; of,
    3. zinvol hergebruik van het gebouw overeenkomstig de geldende bestemming of een andere, uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening, passende bestemming objectief gezien niet mogelijk is en het belang van de vergunning aanvrager bij sloop van het gebouw in redelijkheid dient te prevaleren boven het cultuurhistorisch belang van het behoud ervan. De aanvrager om vergunning dient daartoe een rapport van een deskundige te overleggen dat ingaat op:
      1. de bouwkundige en gebruikstechnische staat van het gebouw;
      2. de mate waarin het gebouw geschikt is of door het treffen van voorzieningen geschikt kan worden gemaakt voor zinvol hergebruik overeenkomstig de geldende bestemming of een andere, uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening, passende bestemming; of,
    4. de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en alleen met ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld; of,
    5. het delen van een gebouw betreft, die op zichzelf niet als karakteristiek zijn aan te merken en door sloop van deze delen geen onevenredige aantasting van de karakteristieke hoofdvorm plaatsvindt;
    6. burgemeester en wethouders het voornemen hebben om een sloopvergunning te verlenen een deskundige om advies wordt gevraagd. Het overleggen van een dergelijk rapport kan achterwege blijven indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders uit andere beschikbare informatie blijkt dat sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden.
  2. het overleggen van een deskundigenrapport, bedoeld in lid a, onder 3, is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders uit andere beschikbare informatie afdoende blijkt dat sprake is van bijzondere feiten en omstandigheden;
  3. indien burgemeester en wethouders het voornemen hebben om een vergunning op basis van het bepaalde in lid a te verlenen wordt een onafhankelijke deskundige om een schriftelijk advies gevraagd.
88.4.6 Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de aanduiding 'karakteristiek' of ‘specifieke bouwaanduiding – beeldbepalend’/’specifieke vorm van waarde – beeldbepalend’ wordt verwijderd indien en voor zover:
  1. het bouwwerk teniet is gegaan door een calamiteit en herbouw in de oorspronkelijke staat redelijkerwijs niet verlangd kan worden of
  2. aangetoond wordt dat behoud van het object bouwtechnisch niet mogelijk is en een goede herinvulling ter plaatse van het te slopen object is verzekerd waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de aanwezige of te ontwikkelen kwaliteiten en waarden van het gebied; of,
  3. onderzocht wordt of zinvol hergebruik van het karakteristieke object overeenkomstig de geldende bestemming of een andere, uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, passende bestemming objectief gezien mogelijk is, al dan niet na het treffen van voorzieningen aan het object; of,
  4. een omgevingsvergunning voor het slopen van karakteristieke objecten als bedoeld in artikel 88.4.5 is verleend en er geen te beschermen waarden resteren.

88.5 milieuzone

Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone' zijn de gronden bestemd voor houtteelt en de aanleg van nieuw bos.

88.6 milieuzone - bosontwikkeling

Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bosontwikkeling' zijn de gronden bestemd voor houtteelt en de aanleg van nieuw bos.

88.7 veiligheidszone - bevi

Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi' mogen geen zeer kwetsbare gebouwen worden gerealiseerd, tenzij ze behoren tot de inrichting waarvoor een veiligheidszone is gegeven.

88.8 veiligheidszone - leiding

Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - leiding' mogen geen zeer kwetsbare gebouwen worden gerealiseerd.

88.9 veiligheidszone - lpg

Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' mogen geen zeer kwetsbare gebouwen worden gerealiseerd, tenzij ze behoren tot de inrichting waartoe het lpg-vulpunt behoort.

88.10 veiligheidszone - mijnbouw

Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - mijnbouw' mogen geen zeer kwetsbare gebouwen worden gerealiseerd.

88.11 veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen

 
88.11.1 Aanduidingsomschrijving
De voor 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het tegengaan van:
  1. de bouw van nieuwe zeer kwetsbare gebouwen; en
  2. het gebruik van bestaande gebouwen als zeer kwetsbare gebouwen.
88.11.2 Specifieke gebruiksregels
Tot een strijdig gebruik van gronden, gebouwen en bouwwerken met deze gebiedsaanduiding wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van zeer kwetsbare gebouwen.

88.12 vrijwaringszone - molenbiotoop

 
88.12.1 Aanduidingsomschrijving
De voor 'vrijwaringszone - molenbiotoop' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor:
  1. de bescherming van de functie als werktuig van de in dit gebied voorkomende windmolen, onder andere gelet op de windvang;
  2. de bescherming van de waarde van de molen als landschapsbepalend element.
88.12.2 Bouwregels
Op of in deze gronden mag, in afwijking van het bepaalde in de ter plaatse voorkomende bestemming(en), niet hoger worden gebouwd dan:
  1. binnen een afstand van 100 m van de molen: de bouwhoogte die gelijk is aan de hoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen;
  2. binnen een afstand van 100 m tot 400 m van de molen: de bouwhoogte genoemd onder 1 vermeerderd met 1/30 van de afstand tussen het bouwwerk en de molen;
88.12.3 Afwijken van de bouwregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 88.12.1 in die zin dat de in de ter plaatse voorkomende bestemming(en) genoemde gebouwen en andere bouwwerken, worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van een daartoe deskundige instantie.
88.12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:   
    • het ophogen van gronden hoger dan de op grond van de in artikel 88.12.2 maximaal toelaatbare bouwhoogte voor bouwwerken;
    • het beplanten met bomen, heesters en andere opgaande beplanting hoger dan de op grond van de in  artikel 88.12.2 maximaal toelaatbare bouwhoogte voor bouwwerken;
    • het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties en apparatuur hoger dan de op grond van de in artikel 88.12.2 maximaal toelaatbare bouwhoogte voor bouwwerken. 
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één inrichtingsplan zijn ondergebracht, wordt dit plan in zijn geheel in de beoordeling betrokken;
  4. de onder a bedoelde vergunning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aan de gronden toegekende, te behouden en/of te beschermen waarden.

88.13 vrijwaringszone - molenbiotoop 2

88.13.1 Aanduidingsomschrijving
De voor 'vrijwaringszone - molenbiotoop 2' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van openheid met het oog op een vrije windvang voor de molen.
88.13.2 Bouwregels
Op of in deze gronden mag, in afwijking van het bepaalde in de ter plaatse voorkomende bestemming(en), niet hoger worden gebouwd dan 1/50 van de afstand tussen het bouwwerk en de molen, vermeerderd met de stellinghoogte, verminderd met 2 m.
88.13.3 Afwijken van de bouwregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 88.13.2 in die zin dat hogere bouwwerken worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen bij een daartoe deskundige instantie.
88.13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden
  1. het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
    • het ophogen van gronden hoger dan de op grond van de in artikel 88.13.2 maximaal toelaatbare bouwhoogte voor bouwwerken;
    • het beplanten met bomen, heesters en andere opgaande beplanting hoger dan de op grond van de in artikel 88.13.2 maximaal toelaatbare bouwhoogte voor bouwwerken;
    • het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties en apparatuur hoger dan de op grond van de in artikel 88.13.2 maximaal toelaatbare bouwhoogte voor bouwwerken.  
  2. de onder a bedoelde vergunning is niet vereist indien het werken en/of werkzaamheden betreft die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen;
  3. de onder a bedoelde vergunning kan slechts worden verleend, mits voor advies wordt ingewonnen bij een daartoe deskundige instantie.

88.14 vrijwaringszone - vaarweg

  1. de voor ‘vrijwaringszone - vaarweg’ aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen (dubbel)bestemmingen, mede aangewezen voor een vrijwaringszone voor de beroepsvaart.
  2. ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringszone - vaarweg’ geldt dat een op grond van de basisbestemming toelaatbaar gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde slechts mag worden gebouwd indien uit onderzoek is gebleken dat het gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde geen nadelige invloed heeft op de scheepvaart op de aangrenzende waterweg.
  3. ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringszone - vaarweg’ mogen gebouwen en/of terreinen niet worden gebruikt ten behoeve van beperkt kwetsbare gebouwen en locaties.
  4. met inachtneming van het bepaalde onder b mag het bevoegd gezag afwijken van het bepaalde onder c en toestaan dat gebouwen en/of terreinen worden gebruikt als een object voor het langdurig verblijf van verminderd zelfredzame personen binnen de ‘vrijwaringszone - vaarweg’, mits:
    1. uit een berekening blijkt dat er geen sprake is van een overschrijding van de oriënterende waarde;
    2. vooraf een positief advies is afgegeven door de veiligheidsregio.

Artikel 89 Algemene afwijkingsregels

89.1 Afwijkingsbevoegdheid

89.1.1 Maatvoering
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van:
  1. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages, met uitzondering van oppervlakte- en inhoudsmaten en met uitzondering van de ashoogte van windturbines, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages;
  2. de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven;
  3. de bestemmingsregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan;
  4. de bestemmingsregels en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt vergroot tot niet meer dan 10 m;
  5. de bestemmingsregels en toestaan dat wordt gebouwd voor nutsvoorzieningen tot een bouwhoogte van niet meer dan 3 m en een oppervlakte van niet meer dan 25 m2;
  6. het bepaalde ten aanzien van de maximale hoogte van gebouwen en toestaan dat de hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en schotelantennes, indien de oppervlakte van de vergroting van de verhoging niet meer bedraagt dan 1 m2, met dien verstande dat de oppervlakte van de vergroting ten behoeve van een liftkoker niet meer bedraagt dan 4 m2;
  7. de bestemmingsregels en toestaan dat ten behoeve van het behoeve van het bevorderen van beeldbepalende en karakteristieke hoofdgebouwen een hoofdgebouw naar haar oorspronkelijke omvang wordt herbouwd.
89.1.2 Tijdelijk en incidenteel kamperen
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van:
  1. de bestemmingsregels ten behoeve van tijdelijk kamperen in groeps- of verenigingsverband met een duur van niet meer dan 10 dagen (opbouw- en afbreekdagen daaronder begrepen);
  2. de bestemmingsregels ten behoeve van het incidenteel gebruik van gronden voor een kampeerterrein ten behoeve van kampeermiddelen, evenwel met uitzondering van stacaravans.
89.1.3 Jaarrond kamperen
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de bestemmingsregels en toestaan dat jaarrond gekampeerd wordt op (een deel van) een bestaand kleinschalig kampeerterrein. Met inachtneming van de volgende bepalingen:
  1. jaarrond kamperen kan enkel op het deel dat direct grenst aan de bestaande bebouwing op het perceel, waarbij het kampeerterrein een ruimtelijke eenheid moet vormen met de bebouwing; 
  2. jaarrond kamperen kan enkel wanneer er sprake is van een jaarrond goede landschappelijke inpassing; 
  3. over de landschappelijke aanvaardbaarheid en de wijze van inpassing van het kampeerterrein advies wordt ingewonnen bij een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van landschap en de nakoming van eventueel te stellen voorwaarden aan de landschappelijke inpassing worden geborgd in de voorwaarde bij de omgevingsvergunning.
89.1.4 Recreatiewoningen
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van de realisatie van een recreatiewoning, met inachtneming van de volgende voorwaarden: 
  1. maximaal 1 recreatiewoning per perceel;
  2. de oppervlakte van de recreatiewoning bedraagt maximaal 80 m2 inclusief aanbouwen, uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen;  
  3. de bouwhoogte van de recreatiewoning mag niet meer dan 5,50 m bedragen; 
  4. de recreatiewoning is ruimtelijk ondergeschikt (architectonisch, ligging en omvang);     
  5. de recreatiewoning moet een ruimtelijke eenheid vormen met het hoofdgebouw (clustering);     
  6. parkeren vindt plaats op het eigen erf;      
  7. de recreatiewoning krijgt geen eigen inrit;     
  8. er is sprake van een goede landschappelijke inpassing;
  9. permanente bewoning van de recreatiewoning is niet toegestaan.
89.1.5 Paardenbakken, paddocks en stapmolens
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van:
  1. de bestemmingsregels ten behoeve van het gebruik de aanleg en de bouw van een paardenbak, met dien verstande dat:
    1. voor wat betreft de situering van de paardenbak geldt dat:
      1. deze enkel voor eigen gebruik dient;
      2. de paardenbak dient te worden geplaats op een bestemmingsvlak waar sprake is van een woonfunctie (al dan niet als bedrijfswoning) en niet zijnde een recreatiewoning, en wel achter de voorgevelrooilijn van de woning aansluitend aan de bestaande bebouwing, dan wel indien dat ruimtelijk gezien onmogelijk is, mag de paardenbak:
        1. direct aansluitend aan de achterzijde van het bouwperceel (ook bouwpercelen voor woningen die gesitueerd zijn in de bestemmingsplangebieden voor de dorpen) worden geplaatst, dan wel achter de voorgevelrooilijn van de (bedrijfs)woning;
        2. bij de bestemming 'Wonen' tot maximaal 25 m buiten het bestemmingsvlak worden gerealiseerd tenzij sprake is van een situatie waarin geen overlast wordt veroorzaakt en/of geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving in welke gevallen de afstand meer dan 25 m mag bedragen;
      3. de afstand tussen de paardenbak en de (bedrijfs/recreatie)woning van derden niet minder mag zijn dan 25 m;
    2. voor wat betreft aantallen en maatvoering van de paardenbak geldt dat:
      1. per woning mag niet meer dan 1 paardenbak worden gerealiseerd;
      2. de oppervlakte van de paardenbak mag bij een oppervlakte van het betreffende bestemmingsvlak kleiner dan of gelijk aan 1,0 ha niet meer dan 1.000 m2, en bij een oppervlakte van het bestemmingsvlak groter dan 1 ha, niet meer dan 1.400 m2;
    3. voor wat betreft stapmolens bij de paardenbak geldt:
      1. een stapmolen uitsluitend mag worden gerealiseerd op een perceel met een oppervlakte van ten minste 0,5 ha;
      2. de buitendiameter niet meer dan 14 m mag bedragen, dan wel indien sprake is van het bedrijfsmatig houden van paarden, niet meer dan 20 m;
      3. de spilhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen;
      4. deze direct aansluitend aan de achterzijde van het bouwperceel worden geplaatst, dan wel achter de voorgevelrooilijn van de (bedrijfs)woning;
    4. voor wat betreft omheiningen bij een paardenbak geldt dat de hoogte niet meer dan 1,80 m mag bedragen;
    5. voor wat betreft lichtmasten bij een paardenbak geldt dat:
      1. de hoogte niet meer dan 6 m mag bedragen;
      2. de afstand tot gebieden welke in het kader van de Wet natuurbescherming als beschermde gebieden moeten worden aangemerkt ten minste 100 m dient te bedragen;
    6. de omgevingsvergunning uitsluitend kan worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
      1. de landschappelijke en/of natuurlijke waarden;
      2. de natuurlijke waarden van de voorgenomen afwijking voor gebieden waarvoor bovendien geldt dat boscompensatie aan de orde is;
      3. de natuurlijke waarden van de voorgenomen afwijking voor gebieden welke in het kader van de Wet natuurbescherming als beschermde gebieden moeten worden aangemerkt, waarbij geen sprake mag zijn van mogelijk (significant) negatieve gevolgen;
      4. de archeologische waarden, waarbij in elk geval geldt dat realisatie binnen gronden met een archeologische dubbelbestemming een omgevingsvergunning uitsluitend kan worden verleend indien daartegen uit hoofde van de bescherming van de archeologische en/of cultuurhistorische waarde geen bezwaar bestaat en nadat een erkend archeoloog daaromtrent is gehoord;
        en uitsluitend indien:
      5. de belangen van gebruikers, dan wel eigenaren van aangrenzende gronden niet onevenredig worden geschaad, waarbij in elk geval aandacht dient te worden besteed aan de aspecten geur-, stof-, geluid- en lichthinder;
      6. sprake is van een goede landschappelijke inpassing, waarbij aandacht wordt besteed aan kleurstelling (donker) en materiaalgebruik (zo mogelijk hout) van de omheining, alsmede aan de beplantingssoorten (inheems);
      7. sprake is van een goede drainage;
      8. geen onevenredige schade wordt toegebracht aan het milieu.
  2. de bestemmingsregels ten behoeve van het gebruik de aanleg en de bouw van één of meerdere paddock(s), met dien verstande dat:
    1. de totale oppervlakte van de paddock(s) maximaal 400 m2 bedraagt;
    2. een paddock uitsluitend mag worden gerealiseerd op een perceel met een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 0,5 ha;
    3. voor wat betreft de situering van de paddock geldt dat:
      1. deze enkel voor eigen gebruik dient;
      2. de paddock dient te worden geplaats op een bestemmingsvlak waar sprake is van een woonfunctie (al dan niet als bedrijfswoning) en niet zijnde een recreatiewoning, en wel achter de voorgevelrooilijn van de woning aansluitend aan de bestaande bebouwing, dan wel indien dat ruimtelijk gezien onmogelijk is, mag de paddock:
        1. direct aansluitend aan de achterzijde van het bouwperceel (ook bouwpercelen voor woningen die gesitueerd zijn in de bestemmingsplangebieden voor de dorpen) worden geplaatst, dan wel achter de voorgevelrooilijn van de (bedrijfs)woning;
        2. bij de bestemming 'Wonen' tot maximaal 25 m buiten het bestemmingsvlak worden gerealiseerd tenzij sprake is van een situatie waarin geen overlast wordt veroorzaakt en/of geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving in welke gevallen de afstand meer dan 25 m mag bedragen;
      1. de afstand tussen de paddock en de (bedrijfs/recreatie)woning van derden niet minder mag zijn dan 25 m;
      2. situering van de paddock buiten het bestemmingsvlak is niet toegestaan in kwetsbare gebieden;
    4. voor wat betreft omheiningen bij een paddock geldt dat de hoogte niet meer dan 1,80 m mag bedragen;
    5. voor wat betreft lichtmasten bij een paddock geldt dat deze niet zijn toegestaan;
    6. de omgevingsvergunning uitsluitend kan worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
      1. de landschappelijke en/of natuurlijk waarden;
      2. de archeologische waarden, waarbij in elk geval geldt dat de realisatie binnen gronden met een archeologische dubbelbestemming een omgevingsvergunning uitsluitend kan worden verleend indien daartegen uit hoofde van de bescherming van de archeologische en/of cultuurhistorische waarde geen bezwaar bestaat;
        en uitsluitend indien:
      3. de belangen van gebruikers, dan wel eigenaren van aangrenzende gronden niet onevenredig worden geschaad, waarbij in elk geval aandacht dient te worden besteed aan de aspecten geur-, stof- en geluidhinder;
      4. sprake is van een goed landschappelijke inpassing, waarbij aandacht wordt besteed aan kleurstelling (donker) en materiaal gebruik (zo mogelijk hout) van de omheinging, alsmede aan de beplantingsoorten (inheems);
      5. geen onevenredige schade wordt toegebracht aan het milieu.
89.1.6 Windturbines
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van:
  1. de bestemmingsregels ten behoeve van de bouw van een windturbine met een ashoogte van niet meer dan 15 m, tiphoogte van niet meer dan 22 m en een wieklengte van maximaal 2/3 van de ashoogte, uitsluitend binnen een bouwperceel en waarbij rekening is gehouden met een werpafstand bij tweemaal nominaal toerental in de omgeving van de dubbelbestemming 'Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding';
  2. in afwijking van sub a geldt dat voor het gebied Middag - Humsterland ten hoogste 2 windturbines binnen het bestemmingsvlak zijn toegestaan, mits wordt voldaan aan het presentatieboek "Naar een koers duurzaam Middag Humsterland - Ruimtelijk scenario onderzoek duurzame energieopwekking", zoals opgenomen in Bijlage 19.
89.1.7 Grondgebonden opstellingen van zonnepanelen
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de bestemmingsregels ten behoeve van grondgebonden opstellingen van zonnepanelen, mits:   
  1. plaatsing op het dak niet mogelijk is;
  2. de zonnepanelen niet op het achtererf binnen het bouwperceel kunnen worden geplaatst;
  3. de zonnepanelen achter de voorgevelrooilijn van het bouwperceel worden geplaatst;  
  4. de opstelling onderdeel is van een woonerf of daar direct op aansluit en een maximale omvang van 150 m2 heeft
  5. de opstelling onderdeel is van een (agrarisch) bedrijfsperceel of daar direct op aansluit en een maximale omvang van 0,5 ha heeft; 
  6. de opstelling uitsluitend bedoeld is voor het eigen stroomgebruik;
  7. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1,8 meter op zij- en achtererf;
  8. het perceel geen natuurfunctie vervult op grond van het gemeentelijk bestemmingsplan;
  9. het perceel niet is gelegen binnen de in de provinciale omgevingsverordening aangegeven 'NNN-beheergebieden', 'NNN-natuurgebieden', 'NNN-beheer aanpassingsgebied', 'NNN-natuuraanpassingsgebied', het 'zoekgebied robuuste verbindingszone' of de 'bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland;
  10. de situering van de zonnepanelen geen onevenredige afbreuk doet aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de (aangrenzende) gronden;
  11. voldaan wordt aan de volgende beeldkwaliteitseisen:
    1. er wordt één type zonnepanelen en plaatsingssysteem toegepast;
    2. de zonnepanelen worden in één hoofdrichting geplaatst;
    3. de opstelling heeft een duidelijke en eenvoudige vorm, zoals een vierkant of rechthoek, of een vorm die de landschappelijke verkaveling volgt;
    4. het zonnepaneel, inclusief frame, donker van kleur zijn (blauw/zwart/antraciet).
89.1.8 Vergroten vrijgekomen gebouw
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de bouwregels ten behoeve van:
  1. het vergroten van vrijgekomen gebouwen, mits:
    1. de gezamenlijke oppervlakte met niet meer dan 20% toeneemt;
    2. de ruimtelijk relevante kenmerken van de gebouwen passen in het aanwezige bebouwingsbeeld;
  2. het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen met een grotere oppervlakte dan 20% van de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen, mits
    1. voor deze uitbreiding de maatwerkmethode is gevolgd onder begeleiding van een onafhankelijke of een door de gemeente aangestelde deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, waarbij rekening wordt gehouden met:
      1. de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingsstructuur;
      2. de ruimtelijk relevante kenmerken van de bestaande bebouwing;
      3. een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van gebouwen;
      4. het woon- een leefklimaat van direct omwonenden, en;
      5. het aspect nachtelijke lichtuitstraling;
    2. de bebouwing en de voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd en/of aangelegd;
    3. de erfbeplanting wordt aangelegd en in stand wordt gehouden conform het erfinrichtingsplan;
  3. het oprichten van een of meer nieuwe bijbehorende bouwwerken, mits:
    1. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen met niet meer dan 20% toeneemt;
    2. de ruimtelijk relevante kenmerken van de nieuwe bijgebouwen passen in het aanwezige bebouwingsbeeld;
  4. het oprichten van een of meer nieuwe bijbehorende bouwwerken met een grotere oppervlakte dan 20% van de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen, mits:
    1. voor deze uitbreiding de maatwerkmethode is gevolgd onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur, waarbij rekening wordt gehouden met:
      1. de historisch gegroeide landschaps- en bebouwingstructuur;
      2. de ruimtelijk relevante kenmerken van de bestaande bebouwing;
      3. een evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de gebouwen;
      4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden, en;
      5. het aspect nachtelijke lichtuitstraling;
    2. de bebouwing en de voorzieningen, geen bouwwerken zijnde, overeenkomstig het erfinrichtingsplan worden gebouwd en/of aangelegd;
    3. de erfbeplanting wordt aangelegd en in stand wordt gehouden conform het erfinrichtingsplan.
89.1.9 Inwoning
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van:
  1. het begrip 'woning' voor de huisvesting van twee huishoudens ten behoeve van inwoning, ten behoeve waarvan de woning mag worden verbouwd, indien en voor zover:
    1. er sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals:
      1. de noodzakelijkheid voor de continuïteit van de bedrijfsvoering; of
      2. de noodzakelijkheid van verzorgen van een ouder of ander familielid;
    2. de twee huishoudens in het bouwvolume van de woning worden ondergebracht;
    3. er is sprake van een ondergeschikte wooneenheid, deze mag maximaal een derde van het volume van de gehele woning innemen;
    4. de ondergeschikte wooneenheid mag maximum een derde van het volume van de gehele woning innemen;
    5. er bestaat een open verbinding tussen de wooneenheden;
    6. de nieuwe wooneenheid heeft geen eigen voordeur;
    7. de woning heeft maximaal één huisaansluiting voor de verschillende nutsvoorzieningen met daarbij maximaal één meterkast per nutsaansluiting;
    8. splitsing in meerder woningen is uitgesloten;
    9. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

89.2 Afwegingskader

 
89.2.1 Afwegingskader
Bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheden in dit plan vindt een evenredige belangenafweging plaats waarbij betrokken worden:
  1. de mate waarin de waarden, welke het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad;
  2. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of van eigenaren van de aanliggende gronden kunnen worden geschaad;
  3. de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de toelaatbaarheid op het gebied van milieu, externe veiligheid, waterhuishouding, ecologie, archeologie en nachtelijke lichtuitstraling;
  4. de mate waarin de landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond;
  5. de mate waarin de verkeerssituatie wordt beïnvloed, waaronder begrepen de gevolgen voor de infrastructuur.
89.2.2 Weigering omgevingsvergunning
Indien de waarden en/of belangen als genoemd in artikel 89.2.1 onder a en b onevenredig worden geschaad en/of de artikel 89.2.1 onder c en d genoemde uitvoerbaarheid/inpasbaarheid niet is aangetoond en/of de artikel 89.2.1 onder e genoemde verkeerssituatie onevenredig wordt beïnvloed, vindt de afwijkingsbevoegdheid geen toepassing.

Artikel 90 Algemene wijzigingsregels

90.1 Wijzigingsbevoegdheid 'Agrarisch' en 'Natuur'

90.1.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen:
  1. de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Natuur' wijzigen in de bestemming:
    1. 'Verkeer - 3' of 'Verkeer - 4' ten behoeve van incidentele verbeteringen, passagemogelijkheden of aanpassingen ten behoeve van een inrichting als 60 km/uur-gebied;
    2. 'Verkeer - Railverkeer' ten behoeve van een baanvakverdubbeling van het spoor tussen Groningen en Leeuwarden;
    3. 'Maatschappelijk - Begraafplaats' ten behoeve van uitbreiding van een bestaande begraafplaats.
90.1.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.

90.2 Wijzigingsbevoegdheid Ruimte-voor-ruimte

 
90.2.1 Wijziging
Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen ten behoeve van:
  1. de mogelijkheid om een nieuwe woning te bouwen op een perceel waarop reeds een woning aanwezig is, mits:
    1. de nieuwe woning de woning vervangt die vanwege de bouwkundige staat, oppervlakte of inwendige vorm niet geschikt is of redelijkerwijs niet geschikt kan worden gemaakt voor een wijze van gebruik die voldoet aan de geldende bouwkundige voorschriften of aan hedendaagse eisen op het gebied van wooncomfort;
    2. de bestaande woning wordt gesloopt alsmede de bijbehorende bouwwerken voor zover deze in visueel landschappelijk opzicht niet bij de nieuwe woning passen;
    3. de ruimtelijk relevante kenmerken van de nieuwe bebouwing, zoals onder meer bepaald wordt door de schaal en maat, en de erfinrichting, passen in het voor het betrokken gebied kenmerkende landschaps- en bebouwingsbeeld;
    4. over de ruimtelijke inpassing van de nieuwe bebouwing advies wordt ingewonnen bij een onafhankelijke- of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
  2. de mogelijkheid om:
    1. één woning te bouwen ter compensatie van de afbraak van 750 m2 voor hergebruik niet geschikte of geschikt te maken niet karakteristieke of beeldbepalende bebouwing; of
    2. twee woningen op te richten ter compensatie van de afbraak van 2000 m2 voor hergebruik niet geschikte of geschikt te maken niet karakteristieke of beeldbepalende bebouwing; of
    3. drie woningen op te richten ter compensatie van de afbraak van 3750 m² voor hergebruik niet geschikt of geschikt te maken niet karakteristieke of beeldbepalende bebouwing.
Mits: 
  1. het toevoegen van nieuwe woningen past in de ‘Woonvisie gemeente Westerkwartier 2020-2025’. Indien voornoemde regeling wordt gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;  
  2. de nieuw te bouwen woning of woningen wordt/worden gebouwd op het perceel waar de bebouwing wordt gesloopt, tenzij gemotiveerd wordt dat het bouwen van (een) woning(en) op deze locatie uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet aanvaardbaar is in welk geval op een andere locatie (een) woning(en) mag/mogen worden gebouwd;
  3. de gezamenlijke oppervlakte van een woning en bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan 300 m2;
  4. de ruimtelijke kwaliteit door de sloop en vervangende nieuwbouw verbetert;
  5. de ruimtelijk relevante kenmerken van de nieuwe bebouwing, zoals onder meer bepaald wordt door de schaal en maat, en de erfinrichting, passen in het voor het betrokken gebied kenmerkende landschaps- en bebouwingsbeeld;      
  6. in het geval een nieuw te bouwen woning wordt gebouwd op het perceel waar de bebouwing wordt gesloopt, de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
  7. in het geval een nieuw te bouwen woning wordt gebouwd op een andere locatie dan op het perceel waar de bebouwing wordt gesloopt, de maatwerkmethode wordt toegepast onder begeleiding van een bij provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
  8. de betreffende gronden niet zijn gelegen binnen de op kaart 6 van de Omgevingsverordening Groningen aangegeven 'NNN-natuurgebieden', NNN-beheergebieden’, 'NNN-beheer aanpassingsgebied', 'NNN-natuur aanpassingsgebied', het 'Zoekgebied robuuste verbindingszone' of de 'bos- en natuurgebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland'.
Na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zijn de regels van 'Wonen' van toepassing.
90.2.2 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt een evenredige belangenafweging plaats als bedoeld in artikel 90.3.

90.3 Afwegingskader wijziging

90.3.1 Afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheden in dit plan vindt een evenredige belangenafweging plaats waarbij betrokken worden:
  1. de mate waarin de waarden, welke het plan beoogt te beschermen, kunnen worden geschaad;
  2. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden kunnen worden geschaad;
  3. de mate waarin de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de toelaatbaarheid op het gebied van milieu, externe veiligheid, waterhuishouding, ecologie en archeologie;
  4. er moet een erfinrichtingsplan worden opgesteld, waarin de mate van landschappelijke inpasbaarheid is aangetoond en waarvan de uitvoering en instandhouding moet worden geborgd;
  5. de mate waarin de verkeerssituatie wordt beïnvloed, waaronder begrepen de gevolgen voor de infrastructuur;
  6. de mate waarin het woon- en leefklimaat van omwonende kan worden geschaad;
  7. de mate waarin de nachtelijke lichtuitstraling wordt beïnvloed.
90.3.2 Aanvullend afwegingskader
Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheden waarbij sprake is van vergroting, of verandering van het bestemmingsvlak van de agrarische bedrijfsbestemming van wijziging in een andere agrarische bedrijfsbestemming of in een bestemming 'Agrarisch - Fruitteelt', 'Agrarisch - Kwekerij', 'Agrarisch - Paardenhouderij', 'Agrarisch - Paardenhouderij 2 ' of 'Sport - Manege' worden aanvullend op artikel 90.3.1  de volgende voorwaarden betrokken:
  1. er wordt een erfinrichtingsplan opgesteld waarbij in ieder geval rekening is gehouden met achtereenvolgens:
    1. de historisch gegroeide landschapsstructuur;
    2. de afstand tot andere ruimtelijke elementen;
    3. de evenwichtige ordening en in de omgeving passende maatvoering en vormgeving van de bedrijfsgebouwen;
    4. het woon- en leefklimaat van direct omwonenden;
    5. de nachtelijke lichtuitstraling;
    6. het uitgangspunt dat voor de bedrijfsvoering ontsierende opstallen, met uitzondering van monumentale of karakteristieke gebouwen, op de bouwpercelen worden gesloopt.
  2. de maatwerkmethode is toegepast onder begeleiding van een onafhankelijke of een bij de gemeente werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur;
  3. het bestemmingsvlak grenst aan de bestemming 'Agrarisch'.
90.3.3 Weigering
Indien de waarden en/of belangen als genoemd in artikel 90.3.1 onder a en b onevenredig worden geschaad en/of de in artikel 90.3.1 onder c en d genoemde uitvoerbaarheid/inpasbaarheid niet is aangetoond en/of de in artikel 90.3.1 onder e genoemde verkeerssituatie onevenredig wordt beïnvloed, vindt de wijzigingsbevoegdheid geen toepassing.
90.3.4 Procedure
Voor een besluit tot wijziging geldt de procedure als genoemd in artikel 3.9a lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Artikel 91 Overige regels

91.1 Voldoende parkeergelegenheid

  1. een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet worden gebouwd of gebruikt wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden; 
  2. bij een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of sprake is van voldoende parkeergelegenheid aan de hand van de beleidsregels 'parkeernormen gemeente Westerkwartier' zoals opgenomen in bijlage 20. Indien gedurende de planperiode de voornoemde beleidsregels worden gewijzigd, met die wijziging rekening wordt gehouden;
  3. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, indien aangetoond wordt dat de parkeerdruk niet toeneemt en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid.

91.2 Laden en lossen

  1. indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien aan of in dat bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein bij het bouwwerk wordt voorzien in de laad- en losruimte. Deze regel geldt niet:
    1. voor bestaand gebruik, waarbij de herbouw van een bouwwerk zonder functiewijziging wordt beschouwd als bestaand gebruik;
    2. voor zover op andere wijze in de nodige laad- of losruimte wordt voorzien;
  2. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende laad- en losgelegenheid wordt voorzien, indien aangetoond wordt dat de parkeerdruk niet toeneemt en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bereikbaarheid.

91.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen

In geval van strijdigheid van de regels van (met elkaar samenvallende) dubbelbestemmingen wordt de volgende voorrangsvolgorde aangehouden:
  1. Leiding - Gas;
  2. Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding;
  3. Leiding - Bovengrondse hoogspanningsverbinding;
  4. Waterstaat - Waterkering;
  5. Waarde - Archeologie 1;
  6. Waarde - Archeologie 2;     
  7. Waarde - Archeologie 3;
  8. Waarde - Archeologie 4;
  9. Waarde - Archeologie 5;
  10. Waarde - Archeologie 6.

91.4 Werking wettelijke regelingen

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

91.5 Verwijzing naar adressen

De adressen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, betreffen de adressen zoals deze zijn terug te vinden op het moment van vaststelling van het plan.

Artikel 92 Algemene procedureregels

92.1 Afwijking

Bij de gebruikmaking van de afwijkingsbevoegdheid en de bevoegdheid tot het stellen van nadere eisen is de volgende procedure van toepassing:
  1. het voornemen tot afwijking, dan wel tot het stellen van nadere eisen ligt, met bijbehorende stukken, gedurende twee weken ter inzage;
  2. de bekendmaking bevat de mededeling dat belanghebbende schriftelijk hun zienswijzen kunnen indienen gedurende de onder a genoemde termijn;
  3. burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen hebben ingediend de beslissing daaromtrent mede.

4 Overgangs- en slotregels

Artikel 93 Overgangsrecht

93.1 Bouwwerken

93.1.1 Bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
  1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
93.1.2 Afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 93.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 93.1.1 met maximaal 10%.
93.1.3 Uitzondering
Het bepaalde in artikel 93.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregel van dat plan.

93.2 Gebruik

93.2.1 Gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag naar die aard en omvang worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Vogel- en Habitatrichtlijnen (richtlijn 79/409/EEG van 2 april 1979 en richtlijn 92/43/EEG van 21 mei 1992) beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestaand gebruik.
93.2.2 Wijziging gebruik
Het is verboden het met het plan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 93.2.1 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
93.2.3 Onderbreken gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in artikel 93.2.1 na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
93.2.4 Uitzondering
Het bepaalde in artikel 93.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
93.2.5 Persoonsgebonden overgangsrecht
Perceel, gebruik en personen:
  • Romneyloods nabij Noorderweg 24, Tolbert
    Opslag en hobbymatige activiteiten, P. Wieringa
  • Chalet bij Hoofdstraat 265, Oostwold
    Bewoning, mw. R. Zwart
  • Langewolderweg 10, Oldekerk
    Autogarage binnen het bestemmingsvlak 'Wonen' op het gedeelte gelegen achter de woning/woonfunctie doch met één gestalde auto aan de voorzijde van het perceel bij de weg; het woonerf achter de werkplaats mag voor de helft worden benut voor het stallen van auto's. dhr. J.J. Renkema
  • Openderweg 30, Opende. Kad. sectie F, nr. 4911
    Caravanstalling binnen het bestemmingsvlak 'wonen'. Miedema caravans/dhr. Miedema
  • Parkweg 27, Opende
    Inpandige metaalbewerking bij veehouderij, dhr. W. Brandsema
  • Provincialeweg 7, Doezum
    Het stallen van auto's bij de weg, Autobedrijf (P.) Bosklopper
  • Provincialeweg 184, Opende
    Autohandel van ten hoogste 10 auto's, P.R. Jagersma
  • Westerhornerweg 27, Lutjesgast
    Autohandel/autosloperij bij woonbestemming, dhr. H. Hut
  • Zuiderweg 14, Opende
    Steenhandel bij woonbestemming, dhr. en mw. Jagersma
  • Ipo Haaimaweg Grootegast, kadastraal perceel gemeente Grootegast, sectie L, nummer 279, zoals aangegeven in bijlage 21 Overgangsrecht
    Luchthaven, dhr. J.F. Boersma of diens rechtsopvolger
  • Gedeelte van het kadastraal perceel voormalige gemeente Oldenhove, sectie M, nummer 755, zoals aangegeven in bijlage 22 Overgangsrecht
    Tuin, Tj. Cruiming en M.J. Huizinga
  • Recreatiewoning bij Oostindië 52, Zevenhuizen
    Als tijdelijke woning, H. Top

Artikel 94 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan "Herziening Bestemmingsplan Buitengebied Westerkwartier".