1.1 plan
het bestemmingsplan Windpark Oude Mol met identificatienummer
NL.IMRO.1963.BPSSWINDPARK-VG01 van de gemeente Hoeksche Waard.
1.2 bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daar-bij behorende bijlagen.
1.3 aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aange-duid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4 agrarisch bedrijf
- akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen boomkwekerij, fruit- en bollenteelt;
- grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nage-noeg) geheel op open grond;
- intensieve veehouderij: het fokken van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en (nagenoeg) zonder weidegang, waarbij het fokken niet af-hankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel;
- intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht.
1.5 bebouwing
een of meer gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
1.6 bedrijf
een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installe-ren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen.
1.7 bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.8 bevoegd gezag
bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevings-recht.
1.9 bijgebouw
een vrijstaand gebouw dat in functioneel en bouwkundig opzicht onderge-schikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw
1.10 bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk,
alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
1.11 bouwfase windpark
Fase van de bouw van het windpark startend bij het plaatsen van de windturbines en/of de inkoopstation(s).
1.12 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct of indirect en duurzaam met de aarde is verbonden.
1.13 exploitatiefase windpark
Fase die volgt op de bouwfase van het windpark nadat alle windturbines zijn overgenomen van de leverancier en in gebruik zijn genomen door de exploi-tant
1.14 gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of ge-deeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.15 Inkoopstation
Bouwwerk of verzameling bouwwerken bedoeld voor het onderbrengen van schakel- en meetapparatuur
, alsmede benodigde transformator- en schakelstations, om de windturbines te verbinden met het landelijke elektriciteitsnet.
1.16 kunstwerken
bouwwerken, geen gebouwen zijnde van weg- en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke.
1.17 maaiveld
de hoogte waarop het omliggende terrein aansluit op het gebouw, bouw-werk of windturbine.
1.18 nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuis-jes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, ge-maalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (onder-grondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.
1.19 opstelplaats
een verharde plek ten behoeve van het bouwen van en het onderhoud aan een windturbine, waaronder tevens begrepen onderhoudswegen.
1.20 overdraai
het overdraaien van wieken over percelen of gebouwen.
1.21 peil
- voor gebouwen die op maximaal 1 m van de weg liggen: de hoogte van de kruin van die weg;
- voor windturbines bovenzijde fundering;
- in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de ge-middelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;
1.22 rotor
het samenstelsel van drie rotorbladen (ook wel wieken genoemd) en hub (ook wel de neus genoemd) van een windturbine.
1.23 rotorblad
de wiek van een windturbine.
1.24 rotordiameter
de diameter van de cirkel die door de tip (het uiteinde) van een rotorblad (wiek) wordt beschreven.
1.25 schakelkasten en transformatoren
Bouwwerk behorende bij een windturbine ten behoeve van transporteren van opgewekte elektriciteit en het op spanning houden van de interne park-bekabeling.
1.26 transformatorstation
Een bouwwerk voor het transporteren van de door de windturbines opge-wekte elektriciteit naar het landelijke hoogspanningsnetwerk met bijbeho-rende installaties en voorzieningen.
1.27 vrijwaringszone
een zone waarin overdraai van de rotor van een windturbine is toegestaan.
1.28 windturbine
een bouwwerk voor opwekking van energie door benutting van windkracht, met uitzondering van bemalingsinstallaties ten behoeve van de waterhuis-houding.
1.29 windturbinepark
het geheel van windturbines met alle daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen.