direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Partiële herziening Bestemmingsplan Menaam (verwijderen veiligheidszone - lpg)
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1949.BPMenMoolnersr4-VAS1

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

Aan het Moolnersrak 4 te Menaam is een tankstation aanwezig. In het geldende bestemmingsplan heeft dit tankstation de planologische mogelijkheid om LPG te verkopen. De verkoop hiervan wordt gestopt. De gemeente heeft hiermee met de uitbater van het tankstation een overeenkomst afgesloten. Hierin is geregeld dat de verkoop van LPG uiterlijk 31 december 2021 wordt beëindigd en dat de LPG-installaties uiterlijk in het eerste kwartaal van 2022 worden verwijderd. De gemeente wil daarnaast ook de planologische mogelijkheid voor de verkoop van LPG en de daarbij behorende veiligheidszone wegnemen. Hiermee zijn er geen externe veiligheidsbelemmeringen meer om gebiedsontwikkelingen nabij de voormalige LPG-installaties mogelijk te maken, zoals de transformatie van gebouwen naar een woonfunctie.

Het LPG-tankstation en de veiligheidszone zijn in het bestemmingsplan Menaam (vastgesteld op 22 december 2015 door de voormalige gemeente Menameradiel) geregeld. In figuur 1.1 is een uitsnede van de verbeelding van dit bestemmingsplan weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPMenMoolnersr4-VAS1_0001.png"

Figuur 1.1 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Menaam

In dit bestemmingsplan is het tankstation met LPG geregeld in de bestemming 'Bedrijf' met de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'. Vanwege het feit dat een tankstation dat LPG verkoopt een risicovolle inrichting op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is, is hieromheen een veiligheidszone van toepassing die in het bestemmingsplan is aangeduid als 'veiligheidszone - lpg'. Binnen deze veiligheidszone zijn de (dubbel)bestemmingen 'Groen', 'Verkeer - Verblijf', 'Water', Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' en de gebiedsaanduiding 'geluidzone - luchtvaart 35 - 40 Ke' van toepassing.

Deze partiële herziening van het bestemmingsplan 'Menaam' heeft tot doel om de planologische mogelijkheid voor de verkoop van LPG en de veiligheidszone te schrappen zodat deze functie geen belemmeringen meer oplevert voor eventuele herontwikkeling. Voor het overige worden er geen wijzigingen ten opzichte van de geldende planologische mogelijkheden aangebracht. Het plangebied van deze partiële herziening wordt gevormd door het beloop van de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - lpg'.

Na deze inleiding, gaat de toelichting kort in op het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten (voor zover nog niet beschreven in het geldende bestemmingsplan) en de nieuwe juridische regeling van de partiële herziening.

Hoofdstuk 2 Beleid en Milieu- en omgevingsaspecten

2.1 Beleid

Het geldende bestemmingsplan is getoetst aan het destijds geldende beleid. Sinds de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is op verschillende niveaus nieuw beleid in werking getreden. Op Rijksniveau is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld en provinciaal niveau de Omgevingsvisie Fryslân - De romte diele. Op provinciaal niveau is ook 'Verordening Romte Fryslân 2014' in 2018 aangepast en deze wordt naar verwachting eind 2021 vervangen door de nieuwe Omgevingsverordening. Ook op gemeentelijk niveau is nieuw beleid vastgesteld, zoals de nieuwe Woonvisie Waadhoeke 2020-2030.

In zijn algemeenheid neemt door het wegnemen van de mogelijkheden voor LPG de leefbaarheid in het dorp toe en zijn er meer mogelijkheden voor gebiedsontwikkelingen zoals (transformatie tot) woningbouw. Dit is in overeenstemming met het beleid op alle bestuurslagen.

2.2 Milieu- en omgevingsaspecten

Deze partiële herziening voorziet uitsluitend in een juridische regeling voor het planologisch wegbestemmen van de mogelijkheid voor de verkoop van LPG en de daarbij behorende veiligheidszone. Deze wijziging in de planologische regeling heeft geen consequenties voor de omgevingsaspecten die in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderzocht. Deze zijn in het geldende bestemmingsplan getoetst. De digitale watertoets is in dit geval niet doorlopen omdat er geen waterschapsbelang van toepassing is.

Samengevat gelden er voor de milieu- en omgevingsaspecten geen belemmeringen.

Hoofdstuk 3 Juridische toelichting en uitvoerbaarheid

3.1 Juridische regeling

Dit bestemmingsplan bevat een regeling waarmee in de bestemming 'Bedrijf' van het geldende bestemmingsplan de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' wordt gewijzigd in de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg'. Tevens is de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - lpg' uit de regeling verwijderd. De onderliggende bestemmingen en gebiedsaanduiding zijn onverkort van toepassing en hiervoor is in de regels van deze partiële herziening een verwijzing gemaakt naar het geldende bestemmingsplan waarmee is geregeld dat de daarin opgenomen regelingen van toepassing zijn.

De andere artikelen in deze partiële herziening zijn opgenomen omdat dat op basis van het Besluit ruimtelijke ordening verplicht is. Het betreft de volgende artikelen. In artikel 1 (begrippen) is aangegeven wat het identificatienummer van het plan is en welke onderdelen het juridische deel van het plan omvat. Voor het overige zijn de begrippen uit het geldende bestemmingsplan van toepassing. Ook wat betreft de wijze van meten zijn de bepalingen uit de vigerende bestemmingsplannen van toepassing. In Artikel 8 is de anti-dubbeltelregeling opgenomen. Deze standaardbepaling is bedoeld om te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt. Tenslotte is er nog een standaardbepaling voor het overgangsrecht opgenomen (Artikel 10) en een slotregel (Artikel 11).

3.2 Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

3.2.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Ontwerpfase en zienswijzen

Omdat er geen sprake is van een provinciaal belang of een waterschapsbelang en deze partiële herziening uitsluitend voorziet in het planologisch wegnemen van de mogelijkheden voor de verkoop van LPG en de LPG-veiligheidszones is overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) niet nodig. Het ontwerpbestemmingsplan wordt direct ter inzage gelegd, waarbij de provincie en het waterschap een kennisgeving zullen ontvangen.

Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze zes weken is een ieder in de gelegenheid gesteld zijn/haar zienswijzen tegen het plan kenbaar te maken. Tijdens deze periode zijn er geen zienswijzen binnengekomen.

Vaststelling

Het plan is vervolgens ongewijzigd vastgesteld. Na de vaststelling wordt het bestemmingsplan nogmaals zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode is het mogelijk beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

3.2.2 Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).

Financiële haalbaarheid

Er is hier sprake van een door de gemeente geregisseerd proces, waarbij is aangestuurd op sanering. De gemeente bekostigt deze sanering. Hiervoor is een overeenkomst gesloten met de exploitant. Hiermee is aannemelijk gemaakt dat het plan financieel haalbaar is.

Grondexploitatie

Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.

In dit geval is geen sprake van een bouwplan en is er geen noodzaak een exploitatieplan op te stellen.