| Plan: | Partiële Herziening Berltsum - Bedrijventerrein West, Tichelersdyk 22 en 24 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1949.BPBERbedrwestPH-VA01 |
In 2016 is door de voormalige gemeente Menameradiel een deel van de groenstrook gelegen achter de percelen Tichelersdyk 22 en 24 als snippergroen ten behoeve van het gebruik als tuin/erf verkocht aan de aangrenzende bewoners. Het gaat om de kadastrale percelen 1848 (omvang: 96 m2) bij Tichelersdyk 22 en 1788 (omvang: 118 m2) en 538 (omvang: 23 m2) bij Tichelersdyk 24 als getoond op onderstaand kaartfragment (sectie E, kadastrale gemeentecode BLK00).
De percelen aan de Tichelersdyk hebben reeds een woonbestemming, terwijl de aangekochte gronden een groenbestemming kennen.
Figuur 1. Fragment kadastrale kaart, plangebied betreft kadastrale percelen 1848, 1788 en 538
(bron: PDOK-viewer, 15-11-2018)
In de koopovereenkomst zijn door de toenmalige gemeente Menameradiel bij de overdracht privaatrechtelijke afspraken gemaakt waarbij in eerste aanleg ongewenste ontwikkelingen ten behoeve van het wonen ter plaatse van de overgedragen groenstrook zijn afgedicht. Niettemin is het wenselijk om afspraken over de fysieke woon- en leefomgeving ook bestuursrechtelijk vast te leggen.
Doorgaans vindt reparatie op enig moment bij het opstellen van een actualisatieplan plaats. Aangezien het bestemmingsplan Berltsum - Bedrijventerrein West relatief nieuw is, en vanwege het afschaffen van de actualisatieplicht, ligt een algehele herziening op afzienbare termijn niet in het verschiet. Hierom is nu voorliggende partiële herziening van het geldende bestemmingsplan voor de betrokken percelen opgesteld. De totale omvang van de functiewijziging is beperkt en betreft 237 m2.
Ter plaatse is het geldende bestemmingsplan Berltsum - Bedrijventerrein West van kracht, als vastgesteld op 28 februari 2013 door de raad van de toenmalige gemeente Menameradiel. In dit bestemmingsplan is ter plaatse van de met voorliggende partiële herziening betrokken gronden sprake van een bestemming 'Groen' zonder bouwmogelijkheden en een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'.
Figuur 2. Fragment geldend bestemmingsplan
(bron: Ruimtelijkeplannen.nl, 04-12-2018)
De groenbestemming wordt met deze partiële herziening omgezet in een bestemming 'Wonen - 1' waarbij geen nieuwe bouwmogelijkheden worden opgenomen maar uitsluitend de nu bestaande gebruiks- en bebouwingssituatie in het plangebied wordt toegestaan.
Figuur 3. Luchtfoto huidige situatie plangebied en omgeving
(bron: Provinsje Fryslân, 04-12-2018)
De bestemming 'Waarde - Archeologie 1' ziet verder toe op de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Omgevingsvergunningsplichtig zijn in dat geval alle grondwerkzaamheden groter dan 500 m2 en dieper dan 30 cm, het graven van watergangen, aanbrengen van leidingen en installaties en dergelijke dieper dan 30 cm en het verlagen van het waterpeil. De archeologische beschermingsregeling wordt met deze partiële herziening gecontinueerd.
Na dit inleidende hoofdstuk is het geldende beleidskader in hoofdstuk 2 benoemd. Een korte verantwoording van de omgevingsaspecten betreffende de planologische en milieukundige randvoorwaarden is in hoofdstuk 3 opgenomen. Hoofdstuk 4 betreft de toelichting op de juridische vormgeving van deze partiële herziening en de hiervoor te volgen procedure. Tot slot is in hoofdstuk 5 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid uiteengezet.
Op deze partiële herziening van het bestemmingsplan Berltsum - Bedrijventerrein West zijn de hierna opgenomen beleidskaders van toepassing:
Rijksbeleid
Provinciaal beleid
Het Rijk laat de ruimtelijke ordening steeds meer over aan lagere overheden en kiest voor een selectieve inzet van het Rijksbeleid. Wat betreft voorliggend plan kan worden geconstateerd dat dit dusdanig kleinschalig van aard is dat er geen specifiek beleid op grond van het SVIR en het Barro bestaat.
Ten aanzien van het beleid van Provinsje Fryslân mag deze partiële herziening verder worden beschouwd in overeenstemming te zijn met het streekplan en de naderhand in de provinciale verordening vastgelegde beleidsregels.
Er is verder geen lokaal gevoerd ruimtelijk beleid, van de voormalige gemeente Menameradiel dan wel de nieuwe gemeente Waadhoeke, op deze partiële herziening van toepassing.
Om duidelijk te maken dat een plan uitvoerbaar is, moet volgens de geldende wet- en regelgeving een aantal onderzoeken naar omgevingsaspecten worden uitgevoerd. Omdat het voorliggende plan evenwel zeer beperkt van aard en schaal is, waarbij de te herbestemmen gronden van 'Groen' naar 'Wonen' reeds in gebruik zijn bij de aangrenzende woningen, is diepgaand planologisch en milieukundig onderzoek niet aan de orde.
Over de omgevingsaspecten kan het volgende worden geconcludeerd:
Op de Cultuurhistorische Kaart Fryslân 2 (CHK2) van de Provinsje Fryslân is informatie opgenomen over cultuurhistorische waarden. Uit deze kaart blijkt dat het pakhuis aan Tichelersdyk 24 ("Pakhuis Berlikum") van waarde is als voorbeeld van de jongere bouwkunst uit de periode 1850-1940. Voorliggend plan ziet echter alleen toe op de achterliggende strook grond die bij de woningen op nummer 22 en 24 zijn getrokken. In voorliggend plangebied zijn dan verder ook geen cultuurhistorische aspecten van belang.
De van toepassing zijnde archeologische beschermingsregeling wordt met dit bestemmingsplan gecontinueerd. Het plangebied is met een oppervlakte van 237 m2 van dusdanig kleine omvang dat de geldende onderzoeksgrenzen van de provinciale Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra (FAMKE) niet worden overschreden.
Er liggen geen risicovolle inrichtingen of leidingen in de directe nabijheid van het plangebied. Er zijn geen risicozones of invloedsgebieden op het plangebied van toepassing. Externe veiligheid speelt derhalve geen rol.
Vanwege voorliggend plan is het bodemloket geraadpleegd. Hieruit blijkt geen verdenking van bodemverontreiniging voor de betrokken gronden. Planologisch gezien is voorliggende partiële herziening dan ook uitvoerbaar voor wat betreft de milieuhygiënische bodemkwaliteit.
Indien binnen een geluidzone nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals woningen, worden gerealiseerd, moet door middel van akoestisch onderzoek worden vastgesteld of aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder wordt voldaan. Met voorliggend plan wordt niet voorzien in het oprichten van een nieuw geluidgevoelig object. Akoestisch onderzoek uit oogpunt van bijvoorbeeld wegverkeerslawaai of industrielawaai is dan ook niet aan de orde.
Omdat er in het kader van deze partiële herziening geen sprake is van een nieuwe ontwikkeling die leidt tot extra verkeer, is er ook geen sprake van een verminderde luchtkwaliteit. De uitvoerbaarheid van dit plan wordt derhalve niet belemmerd door onaanvaardbaar nadelige gevolgen voor de luchtkwaliteit.
Omdat met voorliggend plan reeds sprake is van een bestaande gebruiks- en bebouwingssituatie die gelegaliseerd wordt en geen nieuwe bouwontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, kan op voorhand in redelijkheid worden gesteld dat natuurwet en -regelgeving de uitvoerbaarheid van het ruimtelijke plan niet in de weg zal staan.
Het plan gaat uitsluitend over een functiewijziging, zonder fysieke aanpassing van bebouwing en ruimte. Daarnaast is het plangebied van beperkte omvang. Dit betekent dat het plan geen invloed heeft op het watersysteem en de waterketen. De uitkomst van de watertoets heeft geleid tot de conclusie dat er 'geen waterschapsbelang' is. Zie bijlagen.
Wet- en regelgeving
Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals die uitgangspunt is van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), geldt eveneens de noodzakelijkheid tot een voldoende ruimtelijk-functionele afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en hindergevoelige functies (waaronder woningen). Daarnaast zijn bedrijven en instellingen op grond van de Wet milieubeheer (Wm) verplicht te voldoen aan de eisen van een AMvB, dan wel een milieuvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Door middel van deze milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder vanwege geluid, geur, stof, gevaar en dergelijke door bedrijven en instellingen op hindergevoelige functies zo veel mogelijk voorkomen.
Er dient te worden aangetoond dat een plan geen belemmeringen ondervindt van of tot belemmeringen leidt voor nabijgelegen functies.
Toetsing
Met voorliggende partiële herziening wordt de huidige groenbestemming omgezet naar een bestemming ten behoeve van de woonfunctie. Hiermee vindt herbestemming naar een gevoeliger functie plaats, nabij bedrijventerrein. De omzetting naar een woonbestemming met deze partiële herziening gaat echter niet uit van voor woonverblijf te bebouwen gronden. Er is derhalve geen sprake van het mogelijk maken van nieuwe voor milieuhinder gevoelige bebouwing. Hoofdgebouwen ten behoeve van woningen kunnen namelijk niet met voorliggend plan worden gerealiseerd. Hierdoor neemt de beperkende werking ten aanzien van de nabijgelegen bedrijfsfuncties niet toe.
Conclusie
Voorliggend plan mag wat betreft milieuzonering en bedrijvenhinder uitvoerbaar worden geacht.
Dit bestemmingsplan is zodanig vormgegeven dat het voldoet aan de vereisten voortkomend uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Bij de vormgeving van de regels en de verbeelding is aangesloten op de meest recente regeling Ruimtelijke Standaarden ruimtelijke ordening en is de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012) toegepast. Het bestemmingsplan voldoet daarmee aan de digitale verplichtingen zoals die per 01-01-2010 van kracht zijn.
De SVBP2012 bevat een aantal juridische regels die moeten worden opgevolgd. Voor de planregels betekent dit dat er sprake is van een aantal dwingend voorgeschreven begripsbepalingen, die worden neergelegd in artikel 1 aangaande de begrippen. Ook schrijft de SVBP2012 voor op welke wijze er invulling moet worden gegeven aan artikel 2 betreffende de wijze van meten. Vanwege het Bro geldt verder een formulering die ten aanzien van de anti-dubbeltelregel en het overgangsrecht eveneens in de planregels moet worden overgenomen.
De regels zijn zo opgesteld dat deze gebruikt kunnen worden in een analoog alsook in een digitaal bestemmingsplan. Op basis van de Wro is het digitaal vastgestelde bestemmingsplan leidend. Als er een verschil bestaat tussen het analoge en digitale bestemmingsplan, is het digitale bestemmingsplan bepalend qua vormgeving en inhoud.
Bestemming 'Wonen - 1'
De beide bij de percelen Tichelersdyk 22 en 24 te betrekken gronden zijn van één bestemming 'Wonen - 1' zonder nieuwe bouwmogelijkheden voorzien.
De momenteel bestaande gebruiks- en bebouwingssituatie is met voorliggende partiële herziening mogelijk gemaakt. Dit houdt in dat beide deels op de groenstrook gesitueerde bouwwerken van een strak bouwvlak ten behoeve van aan-/uit- dan wel bijgebouwen zijn voorzien. Deze bestaande bebouwingssituatie wordt derhalve met voorliggende partiële herziening gelegaliseerd, aangezien er in de eedere groenbestemming geen bouwmogelijkheden bestonden voor het realiseren van gebouwen.
Binnen het bouwvlak in de woonbestemming wordt de bijgebouwenregeling van kracht zoals die ook elders in de woonbestemming in het bestemmingsplan Berltsum - Bedrijventerrein West van toepassing is, waaronder de naastgelegen gronden aan Tichelersdyk 22 en 24.
Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'
De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' zorgt ervoor dat er ten behoeve van de bescherming van de mogelijke archeologische waarde in het plangebied, eerst archeologisch onderzoek wordt verricht om te verkennen of archeologische waarden aanwezig zijn. Daarbij is de aanbeveling van de provincie in deze als richtsnoer voor de regels opgenomen.
Additionele voorzieningen
In het bestemmingsplan zijn de al dan niet in directe relatie met een bestemming staande voorzieningen, zoals ondergrondse leidingen, verhardingen, bermen, geluidswerende voorzieningen, centrale installaties ten behoeve van de energievoorziening, voorzieningen ten behoeve van de waterbeheersing in de vorm van watergangen, duikers, waterkeringen en dergelijke bij de bestemming inbegrepen zonder dat dit uitdrukkelijk wordt vermeld.
Handhaving
Het bestemmingsplan geeft de gewenste planologische situatie voor het plangebied aan. Bestemmingsplannen zijn bindend voor de overheid en de burger. Enerzijds kan de overheid naleving van bestemmingsplannen afdwingen, anderzijds vormt het bestemmingsplan een juridisch kader voor burgers waaruit deze kan afleiden wat de bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn, op de in eigendom zijnde dan wel de naastgelegen buurpercelen, in de directe woon- en leefomgeving.
De procedure om tot de gewenste herziening van het geldende bestemmingsplan te komen, bestaat uit twee fasen waarbij invloed op het plan kan worden uitgeoefend, te weten:
1. Vaststellingsfase
Na aankondiging in de Staatscourant, het Gemeenteblad en de website www.ruimtelijkeplannen.nl, wordt het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan een ieder zienswijzen indienen op de inhoud van voorliggend plan. Na de zienswijzenprocedure neemt de gemeenteraad een besluit over het vaststellen van het plan. Zowel tijdens de tervisielegging als na vaststelling wordt het bestemmingsplan op het landelijke portaal voor ruimtelijke plannen geplaatst en is het voor iedereen in te zien.
2. Beroepsfase
Het besluit waarin het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt door de gemeenteraad bekend gemaakt. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt ter inzage gelegd. Binnen 6 weken na het bekendmaken van het vaststellingsbesluit kan er beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Er kan een beroep worden ingesteld door mensen die in de vaststellingsfase een zienswijze hebben ingediend of mensen die kunnen aantonen dat ze daar redelijkerwijs niet toe in staat waren. Wanneer de gemeenteraad het plan gewijzigd vaststelt, kunnen alle belanghebbenden tegen de wijzigingen beroep instellen.
Op grond van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Wat onder een bouwplan moet worden verstaan, is in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven. Hieruit blijkt dat voorliggend plan voor de bestemmingswijziging van een strook grond van een groenbestemming naar een woonbestemming, zonder nieuwe bouwmogelijkheden, niet als bouwplan wordt aangemerkt. Er hoeft dan ook geen exploitatieplan te worden opgesteld. De economische uitvoerbaarheid van het plan is dan ook niet in het geding.
Overleg en inspraak
In het kader van het bestuurlijk vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 Bro is dit bestemmingsplan aan verschillende maatschappelijke instanties aangeboden die daarmee in de gelegenheid zijn gesteld om een overlegreactie op het plan in te dienen. Gedurende deze periode zijn geen overlegreacties ontvangen.
Tervisielegging ontwerp
Na het stadium van overleg en inspraak wordt het plan als ontwerp ter visie gelegd. Binnen de termijn kan door een ieder zienswijzen op de partiële herziening van het bestemmingsplan naar voren worden gebracht. Hiervan wordt vervolgens afzonderlijk van deze toelichting verslag gedaan.