| Plan: | Buitengebied Veghel, herziening Leinserondweg 12 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1948.BGV000BP0042022P-VG01 |
Vanuit het rijksprogramma Sanering en Verduurzaming Veehouderij is voor de concentratiegebieden Zuid en Oost de subsidieregeling sanering varkenshouderijen opengesteld. De hoeveelheid bedrijven in deze gebieden veroorzaakt gezondheidsrisico's en geurhinder. Door de afname van de varkenhouderijlocaties moet de geuroverlast in deze veedichte gebieden minder worden.
In de gemeente Meierijstad maken verschillende varkenshouderijen gebruik van deze subsidieregeling. Belangrijke voorwaarde aan deelname aan de regeling is dat alle vormen van intensieve veehouderij worden beëindigd. In de voor de deelnemende locaties geldende bestemmingsplannen dient daarom uitgesloten te worden dat dergelijke bedrijfstakken zich nog kunnen vestigen op deze locaties. Het voorliggende bestemmingsplan heeft uitsluitend betrekking op de locatie Leinserondweg 12 in Zijtaart. De bedrijfsbeëindiging wordt in dit geval gecombineerd met een omschakeling naar de bestemming 'Wonen'.
De locatie Leinserondweg 12 was aanvankelijk opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan 'ontwikkelplan sanering varkenshouderij' dat voor vijftien aan de saneringsregeling deelnemende bedrijven is opgesteld. Mede gelet op de ontvangen vooroverlegreactie van de provincie is besloten om deze ontwikkeling separaat in procedure te brengen.
Dit bestemmingsplan ziet op de herbestemming van de locatie Leinserondweg 12 in Zijtaart. Op grond van de deelname aan de Saneringsregeling Varkenshouderij, zijn de varkensstallen op deze locatie inmiddels gesloopt. Aangezien op het perceel geen bedrijfsmatige agrarische activiteiten meer zullen plaatsvinden, dient de bestemming van het perceel aangepast te worden. De bestaande bedrijfswoning blijft behouden en zal worden gebruikt als burgerwoning. Bij deze woning mag 600 m2 aan bijgebouwen worden opgericht. Voor een deel, 450 m2, betreft dit vervangende nieuwbouw van bebouwing die buiten de saneringsregeling valt. Deze bebouwing wordt dichter bij het woonhuis opgericht. Bijgebouwen mogen worden gebruikt als opslag-, hobby- en stallingsruimte bij de woning en tevens voor de opslag- en stalling van goederen/machines voor het beheer/bewerken van de landbouwgronden. Dit laatste is beperkt tot een maximum van 450 m2.
Het woonhuis met het aangrenzende erf/tuin krijgt de bestemming 'Wonen'. De gronden buiten het bestemmingsvlak 'Wonen', behouden de bestemming 'agrarisch met waarden' het agrarisch bouwvlak komt geheel te vervallen.
Een uitgebreide inhoudelijke beschrijving van het plan is opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting.
Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met het actuele ruimtelijk beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Aandachtspunt op rijksniveau is het radarverstoringsgebied (radarstation Volkel) dat over dit perceel ligt. Op provinciaal niveau zijn naast de algemene basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, waaronder ook de kwaliteitsverbetering landschap, met name de regels voor burgerwoningen in het buitengebied van belang. Aandachtspunt is verder de ligging binnen het werkingsgebied 'boringsvrije zone'. Op gemeentelijk niveau speelt vooral het beleid ten aanzien van vrijkomende agrarische bebouwing.
Voor een verdere inhoudelijke behandeling van het relevante beleidskader wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting.
Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke Ordening (Bro) dient bij het opstellen van een bestemmingsplan te worden verantwoord dat er geen (onevenredig) nadelige gevolgen op het gebied van milieu en andere ruimtelijk relevante aspecten optreden als gevolg van de voorgenomen bestemmingsplanherziening. Hierbij kan worden gedacht aan zaken zoals bodem, geluid, natuur, archeologie en verkeer. De bedrijfsbeëindiging/herbestemming heeft verschillende positieve ruimtelijke effecten zoals de afname van uitstoot en de sloop van bebouwing. In bijlage 1 worden ook deze aspecten nader toegelicht.
In een bestemmingsplan wordt vastgelegd welk ruimtegebruik op een locatie is toegstaan en welke randvoorwaarden daarbij gelden. De verbeelding en de regels vormen de juridische basis van het bestemmingsplan. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van het gebied waarop het plan betrekking heeft aangegeven en in de regels is bepaald wat er wel en niet is toegestaan binnen deze bestemmingen. De toelichting heeft geen juridische status maar vormt een motivering/uitleg van wat er op de verbeelding en in de regels is vastgelegd.
In dit hoofdstuk worden de bij het bestemmingsplan behorende regels en verbeelding van een toelichting voorzien. Eerst wordt ingegaan op de algemeen geldende voorschriften die bij het opstellen van een bestemmingsplan in acht genomen moeten worden. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op de regels en de verbeelding.
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en
besluiten te digitaliseren. Hiervoor is de Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012) ontwikkeld. Onder vorige wetten werden bijna geen regels gesteld over de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. Hierdoor zijn er in de praktijk zeer verschillende bestemmingsplannen ontstaan. De SVBP 2012 is erop gericht om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Zo zijn bijvoorbeeld de bestemmingen en begripsbepalingen in alfabetische volgorde opgenomen en vloeit de naam van een bestemming voort uit een standaardlijst, waaruit ingevolge de SVBP 2012 gekozen dient te worden. Kenmerk van de bestemmingen is dat het gehele plangebied ermee (vlaksgewijs) is bedekt. Een bestemmingsplan kan ook dubbelbestemmingen bevatten. Deze overlappen bestemmingen en geven eigen regels, waarbij sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. De dubbelbestemmingen hoeven het gehele plangebied niet te bedekken. Aanduidingen (functie-, bouw- en gebiedsaanduidingen) worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming of dubbelbestemming nader of specifieker te regelen. Het gaat hierbij om specificaties met betrekking tot het gebruik of de bouwmogelijkheden.
De SVBP 2012 voorziet overigens uitsluitend in een systematische wijze van bestemmen en er
wordt uitdrukkelijk op gewezen dat de standaarden geen betrekking hebben op de inhoud van een
bestemmingsplan. Wel kent het SVBP 2012 een aantal onderdelen die verplicht moeten worden overgenomen in een bestemmingsplan, zoals de wijze van meten.
Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden.
Het doel van deze wet is om te komen tot een samenhangende beoordeling in één procedure van
verschillende activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving. De Wabo heeft tot gevolg
dat verschillende vergunningen worden verleend in één besluit, de omgevingsvergunning. Ook de
eerder in de wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen vergunningen en ontheffingen vallen onder
de Wabo. Voor het bestemmingsplan heeft dit gevolgen voor de gebruikte terminologie. De
ontheffing heet nu 'omgevingsvergunning voor het afwijken'. De bouwvergunning heet
'omgevingsvergunning voor het bouwen'. De sloop- en aanlegvergunning zijn gewijzigd in
'omgevingsvergunning voor het slopen' respectievelijk 'omgevingsvergunning voor het uitvoeren van
een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden´. De terminologie in dit
bestemmingsplan is conform de Wabo.
Per 1 juli 2023 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Voor het onderhavige plan heeft dat verder geen consequenties. Het vastgestelde plan gaat na inwerkingtreding op in het omgevingsplan van rechtswege.
Voor het opstellen van de planregels zijn de bestaande regels van de geldende bestemmingsplannen in het buitengebied van Veghel en Sint-Oedenrode als uitgangspunt genomen. Recenter vastgestelde partiële herzieningen zoals het parapluplan Parkeren en het bestemmingsplan 'Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit zijn verwerkt in de regels.
Begrippen (Artikel 1)
In dit artikel is omschreven wat in het onderhavig plan onder de in de regels gebruikte
begrippen wordt verstaan.
Wijze van meten (Artikel 2)
In dit artikel is vastgelegd hoe bij de toepassing van de regels van onderhavig plan moet worden gemeten.
Hoofdbestemmingen (Artikel 3)
Iedere bestemming is opgebouwd conform de richtlijnen uit de SVBP 2012, waarin een vaste
opzet voor de bestemmingsregels is vastgelegd. De in dit plan opgenomen bestemmingen zijn:
Agrarisch met waarden (Artikel 3);
De bestemming 'Agrarisch met waarden' wordt voor een deel van het plangebied gehandhaafd. Het bouwvlak binnen deze bestemming komt te vervallen gelet op de beëindiging van het agrarisch bedrijf op deze locatie. De bouwregels die normaal gelden voor het oprichten van bebouwing binnen een agrarisch bouwvlak, zijn daarom overbodig en komen te vervallen. Dit geldt ook voor de afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden die zijn gekoppeld aan een agrarisch bouwvlak of de daarbinnen gesitueerde bebouwing.
Wonen (artikel 4)
Een deel van het plangebied krijgt de bestemming 'Wonen'. Bij de woning (voormalige bedrijfswoning) mag 600 m2 aan bijgebouwen worden opgericht. De bijgebouwen mogen ook worden gebruikt voor de stalling en opslag voor landbouwactiviteiten (tot een maximum van 450m2) in verband met het beheer en onderhoud van de aangrenzende agrarische percelen. Voor dit gebruik wordt voor de loods van 450 m2 een afwijkende bouwhoogte toegestaan (max. 3,5 meter goothoogte en 6,5 meter nokhoogte). Buiten het aangegeven gebied geldt de standaardmaatvoering van bijgebouwen van 3,3 meter goothoogte en 6 meter nokhoogte. In de regels wordt ook een grotere afstand van de bijgebouwen tot woning toegestaan: 27,5 meter in plaats van de standaard 15 meter.
Dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 2 (Artikel 5)
Voor het bestemmingsplan geldt ook een dubbelbestemming. De regels uit de
hoofdbestemmingen en de dubbelbestemmingen zijn beide van toepassing. Bij strijd tussen de
regels prevaleren de regels van de dubbelbestemming. De in dit plan opgenomen
dubbelbestemming ziet op de bescherming van de mogelijk in het gebied te verwachten archeologische waarden.
Algemene wijzigingsregel (artikel 6)
In deze regel wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen te wijzigen.
Anti-dubbeltelregel (Artikel 7)
Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden die al eens als
berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig
kunnen dienen. Doel van deze zogenaamde anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer
volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een
bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een
ander bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
Algemene bouwregels (Artikel 8)
In de algemene bouwregels zijn regelingen opgenomen met betrekking tot bestaande maatvoering en de mogelijkheid tot het stellen van nadere eisen.
Algemene gebruiksregels (Artikel 9)
Hierin is bepaald dat het verboden is de gronden en bouwwerken in strijd met de bestemmingen te
gebruiken.
Algemene afwijkingsregels (Artikel 10)
In deze regel wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde,
in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden
voor meerdere dan wel alle bestemmingen in het plan.
Algemene aanduidingsregels (Artikel 11)
De algemene aanduidingsregels bevatten regelingen voor de gebiedsaanduidingen die op de
verbeelding zijn opgenomen. Dit betreffen gebiedsaanduidingen die doorwerking hebben op
de (hoofd)bestemmingen. De in dit plan opgenomen gebiedsaanduidingen
zijn:
* kleinschalig cultuurlandschap
* vrijwaringszone-radar
* boringsvrije zone
De gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied 1' zoals opgenomen in het vigerende plan is komen te vervallen, aangezien dit inmiddels achterhaald beleid is door het vervallen van de Reconstructiewet concentratiegebieden. De gebiedsaanduiding 'Beekdalontwikkeling' is eveneens komen te vervallen, aangezien deze enkel relevant was voor de toepassing van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden gekoppeld aan een agrarisch bouwvlak of daarbinnen aanwezige bebouwing. Deze wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden zijn niet opgenomen in het onderhavige bestemmingsplan (zie toelichting bij artikel 3)
Overgangsrecht (Artikel 12)
In deze regel wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Deze regeling is op grond
van de Wro verplicht.
Slotregel (Artikel 13)
Als laatste wordt de slotregel opgenomen. Deze regel bevat zowel de titel van het plan als de
vaststellingsdatum.
De verbeelding van het plan geeft weer welke (dubbel)bestemmingen en gebiedsaanduidingen in het plan van toepassing zijn.
Sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 1 juli 2008) is de gemeente
verplicht tot kostenverhaal in geval in een nieuw bestemmingsplan bouwmogelijkheden worden
voorzien als bedoeld in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Het onderhavige bestemmingsplan ziet niet op een dergelijke ontwikkeling.
Een bestemmingsplan is één van de oorzaken waardoor schade als bedoeld in artikel 6.1 Wet
ruimtelijke ordening (Wro) kan ontstaan. Door deze planschade kan de economische
uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan in het geding komen. Om de economische
uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan te waarborgen is een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten met de initiatiefnemer.
Een van de uitgangspunten bij het ontwikkelen van een bestemmingsplan is dat het plan
handhaafbaar dient te zijn. Handhaving van het ruimtelijk beleid is een voorwaarde voor het behoud
en de ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit.
De handhaving van de regelgeving van het bestemmingsplan is de bevoegdheid van burgemeester
en wethouders. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bevat hiervoor de wettelijke
grondslag. Het gaat daarbij met name om de planregels inzake het bouwen en het gebruik van
gronden en bouwwerken. De Wabo bevat een algemeen verbod om gronden en bouwwerken te
gebruiken in strijd met het bestemmingsplan.
Handhaving is niet alleen van belang om de ruimtelijke kwaliteit in stand te houden, daarnaast
heeft handhaving uiteraard ook een belangrijke functie in het kader van de rechtszekerheid en de
rechtsgelijkheid. De planregels in dit plan zijn voldoende duidelijk, concreet en toepasbaar om te
kunnen handhaven. Handhaving van het plan zal in de praktijk primair plaatsvinden via de
bestemmingsplantoets in het kader van de omgevingsvergunning en door feitelijk toezicht op de
aanwezigheid van bouwwerken en op de gebruiksactiviteiten. Een goede handhaving begint al bij
de totstandkoming van het bestemmingsplan. Indien bij het maken van het bestemmingsplan met
een aantal factoren rekening wordt gehouden, kan de handhaving van het plan na inwerkingtreding
worden vereenvoudigd.
Voorwaardelijke verplichtingen
De sloop van de bebouwing op grond van de saneringsregeling heeft al plaatsgevonden. De overige bebouwing die nog moet verdwijnen is al gedeeltelijk gesloopt, het resterende deel wordt verwijderd nadat de gewenste nieuwbouw is gerealiseerd. Dit kan niet eerder omdat er anders onvoldoende plek is voor de opslag en stalling. Om te bewerkstelligen dat deze bebouwing daadwerkelijk wordt verwijderd is in het plan een voorwaardelijke verplichting opgenomen.
De onderhavige ontwikkeling zijn eerder als principeverzoek bij de gemeente ingediend. In dat kader is ook gevraagd om een omgevingsdialoog. Uit deze dialoog zijn geen bezwaren tegen het plan naar voren gekomen.
Gezien de aard en de omvang (beperkte planologische verandering) van de voorgenomen ontwikkelingen wordt de aan de zienswijzenprocedure voorafgaande inspraakprocedure overgeslagen.
Provincie
Op 22 december 2021 is de vooroverlegreactie van de provincie ontvangen op het toegezonden voorontwerpbestemmingsplan 'ontwikkelplan sanering varkenhouderij'. De locatie Leinserondweg 12 was aanvankelijk in dat plan opgenomen. Mede op basis van de vooroverlegreactie is deze ontwikkeling uit dit bestemmingsplan gehouden.
Op grond van de ontvangen vooroverlegreactie ten aanzien van de locatie is het plan op onderdelen aangepast. De gebiedsanalyse ten behoeve van de landschappelijke inpassing is toegevoegd. Het bestemmingsvlak 'Wonen' is verkleind gelet op de opmerkinig over zorgvuldig ruimtegebruik. Ook is een nadere toelichting opgenomen ten aanzien van de kwaliteitsverbetering (cat. 3 ontwikkeling). Voor een uitgebreidere reactie op deze onderdelen wordt verwezen naar bijlage
Waterschap
Vanuit het waterschap zijn gelet op de aard van de ontwikkeling geen compenserende maatregelen nodig zoals is gebleken uit de ontvangen vooroverlegreactie op deze locatie. Ten overvloede dient echter vermeld te worden dat op grond van de gemeentelijke Verordening fysieke leefomgeving (VFL) wel een verbod geldt vanaf een nieuw bouwwerk of nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op riolering of openbaar terrein. Herbouw van gebouwen of het vervangen van verharding wordt ook beschouwd als nieuw bouwwerk of nieuw verhard oppervlak.
Voor het realiseren van nieuwe bebouwing / verharding geldt bovendien een meldingsplicht. Het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwen of omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, wordt gelijkgesteld met een melding.
Op grond van de VFL dient derhalve voor de nieuwe bebouwing en het verharde oppervlak op de locatie Leinserondweg 12 wel voorzien te worden in de verwerking van hemelwater op eigen terrein. Gelet op de omvang van het terrein zijn daarvoor in beginsel voldoende mogelijkheden. Via de VFL en/of eventueel benodigde omgevingsvergunningen is de aanleg en instandhouding van voorzieningen voor de opvang van hemelwater voldoende geborgd.
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan dient plaats te vinden volgens artikel 3.8 van
de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerpbestemmingsplan zal gedurende een periode van zes
weken ter inzage worden gelegd. Van 19 augustus 2022 tot en met 29 september 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Tijdens de zienswijzentermijn zijn twee zienswijzen ingediend. Voor de inhoudelijke behandeling van de zienswijzen wordt verwezen naar de notitie beantwoording zienswijzen en ambtelijke wijzigingen. Op 26 januari 2023 is het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad.