Beleid
Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden. Bescherming in het kader van de natuurwet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming zijn de Wet natuurbescherming en provinciale verordeningen van toepassing. De provincies beschermen via provinciale verordeningen waardevolle natuurgebieden. Daarnaast kunnen natuurgebieden of andere gebieden die essentieel zijn voor het behoud van bepaalde flora en fauna, aangewezen worden als Europees vogelrichtlijn- en/of habitatrichtlijn gebied (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Om inzicht te krijgen in wat onderhavig initiatief betekent in het kader van de ecologie, is een Quick scan (bureau- en veldonderzoek) uitgevoerd inclusief een nader onderzoek naar de huismus .
Soortenbescherming
Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen, noch is het geschikte biotoop hiervoor aanwezig. De bomen vlak buiten het plangebied zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van boomnesten. Deze zijn echter niet aangetroffen. De aanwezigheid van jaarrond beschermde boomnesten binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden is op voorhand uitgesloten. Op basis van de afwezigheid van geschikte in- en uitvliegopeningen, evenals sporen in de vorm van uitwerpselen en braakballen binnen de boerderij, kan de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van kerkuilen binnen het plangebied op voorhand worden uitgesloten. Er zijn geen nestlocaties van de huismus in het plangebied vastgesteld. Dit betekent dat voor huismussen geen ontheffing aangevraagd behoeft te worden en ook geen mitigerende en compenserende maatregelen.
Vlak onder de nok van de boerderij is een nest van een spreeuw vastgesteld. Binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kunnen tevens andere vogels tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn tijdens het broedseizoen.
Voor wat betreft de mogelijke verblijfplaats van vleermuizen in de boerderij zijn bij nader aanvullend onderzoek geen jaarrond beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Negatieve effecten op essentiële foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen worden ook uitgesloten.
Alhoewel uit de omgeving van het plangebied veel waarnemingen van otters en waterspitsmuizen bekend zijn, kan op basis van het ontbreken van geschikte habitateigenschappen de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soorten binnen het plangebied op voorhand worden uitgesloten. Dit laatste gaat ook op ten aanzien van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde reptielen en amfibieën. De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde ongewervelden kan ook op voorhand worden uitgesloten.
Gebiedsbescherming
Tijdens het onderzoek zijn geen vormen van gebiedsbescherming naar voren gekomen die betrekking hebben op het plangebied. Het plangebied valt niet onder het NatuurNetwerk Nederland (NNN) of Natura 2000 en is niet aangewezen als weidevogelkansgebied of ganzenfoerageergebied.
Voor wat betreft de stikstofgevoeligheid is vastgesteld dat het plangebied hemelsbreed op circa 1,2 km, 5,8 km, 6,3 km, 11,8 km, 12,6 km en 14,9 km afstand ligt van respectievelijk de Natura-2000 gebieden Sneekermeergebied, Witte en Zwarte Brekken, de Deelen, Oudegaasterbrekken, Fluessen en Omgeving, Van Oordt’s Mersken en Alde Feanen. Tijdens de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden (verbouw- en herstelwerkzaamheden) komt er naar alle waarschijnlijkheid extra stikstof vrij door bijvoorbeeld het inzetten van vrachtvervoer. Vanwege de aard van de werkzaamheden evenals de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura-2000 gebieden, kunnen negatieve effecten op Natura-2000 gebieden als gevolg van extra stikstofuitstoot op voorhand worden uitgesloten.
Conclusie
Op basis van de quick scan en het nader onderzoek inzake de huismus, dient rekening gehouden te worden met het feit dat voor wat betreft de bescherming van de broedvogels de werkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart – 15 juli) plaats dienen te vinden. Voor zover dat niet mogelijk is, dient voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelcheck plaats te vinden. Nu uit nader onderzoek geen beschermde nesten van gierzwaluwen en verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen, zijn vervolgstappen niet nodig.
Voor wat betreft de licht beschermde- en vrijgestelde soorten dient de zorgplicht in acht genomen te worden. Indien met vorenstaande voorwaarden rekening wordt gehouden, vormt het aspect ecologie geen belemmering voor uitvoering van onderhavig wijzigingsplan. Een exemplaar van de Quick scan inclusief het nader onderzoek huismus is als bijlage 2 toegevoegd.