direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Tjerkgaast - Gaestdyk 2
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1940.BPTJE23GAESTDYK2-VA01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Het perceel Gaestdyk 2 te Tjerkgaast heeft op basis van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Noord - 2017 de bestemming 'Agrarisch'. Wonen ten behoeve van het bedrijf (in de bedrijfswoning) is toegestaan. Op het perceel was jarenlang een agrarisch bedrijf gevestigd. De agrarische bedrijvigheid is inmiddels beëindigd en het perceel gaat uitsluitend voor woondoeleinden gebruikt worden.

Binnen deze bestemming is het regulier wonen in de (woon)boerderij niet toegestaan. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te regelen, is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Daarbij hoort een onderbouwing van een goede ruimtelijke inpassing ingevolge artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Voorliggend plan voorziet hierin.

1.2 Ligging plangebied

Het plangebied ligt ten noordoosten van het dorp Tjerkgaast van de gemeente De Fryske Marren. De ligging van het plangebied is weergegeven in de figuren 1.1 en 1.2.

afbeelding "i_NL.IMRO.1940.BPTJE23GAESTDYK2-VA01_0001.jpg"

Figuur 1.1 Ligging plangebied, rood omcirkeld (bron: pdok.nl)

1.3 Planologische regeling

Buitengebied Noord - 2017

Het plangebied is momenteel geregeld in het bestemmingsplan Buitengebied Noord - 2017, dat is vastgesteld op 28 juni 2017. Op basis hiervan heeft het plangebied de bestemming 'Agrarisch'. Deze gronden zijn bestemd voor:

  • agrarische cultuurgrond, met dien verstande dat houtteelt niet in de bestemming is begrepen;
  • grondgebonden agrarische bedrijven, al dan niet met een ondergeschikte intensieve tak; en
  • intensieve veehouderijbedrijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij'.

Op het perceel is één (woon)boerderij aanwezig. Het gebruiken van de boerderij voor regulier woongebruik is in strijd met de bestemming. Met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid van artikel 3.8.9 van de regels van het bestemmingsplan kan de bestemming 'Agrarisch' worden gewijzigd ten behoeve van een woonfunctie ('Wonen' of 'Wonen - Voormalig boerderij'). Echter, een deel van de gronden van het planologische perceel zijn niet in eigendom van de initiatiefnemer. De bestemmingswijziging naar 'Wonen - Voormalig boerderij' dient beperkt te worden tot de kadastrale begrenzing van het perceel van de initiatiefnemer, waarbij voor de overige gronden het bouwvlak dient te worden verwijderd. Deze ontwikkeling valt buiten de reikwijdte van de wijzigingsbevoegdheid van artikel 3.8.9. Aldus is voor het planvoornemen een bestemmingsplan opgesteld. Toetsing aan de wijzigingsvoorwaarden is hiermee niet meer noodzakelijk, maar ten behoeve van een goede planologische inpassing worden deze criteria alsnog besproken in hoofdstuk 3.

Een fragment van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan is weergegeven in figuur 1.2.

afbeelding "i_NL.IMRO.1940.BPTJE23GAESTDYK2-VA01_0002.jpg"

 Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Noord - 2017

 

Veegplan Buitengebied Noord - 2017

Op 13 juli 2022 is het Veegplan Buitengebied Noord - 2017 vastgesteld en betreft een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Noord - 2017’. Voor de toekomstige bestemming 'Wonen - Voormalig boerderij' zijn geen wijzigingen aangebracht en is in die zin derhalve niet relevant voor dit bestemmingsplan. Wel ziet de bestemming 'Agrarisch' in enkele wijzigingen. De bestemming 'Agrarisch' uit dit bestemmingsplan is in overeenstemming met de bestemming 'Agrarisch' uit het veegplan.

Paraplubestemmingsplan windturbines agrarische bedrijven

Dit bestemmingsplan is op 11 mei 2022 vastgesteld en is niet relevant voor dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan heeft namelijk betrekking op windturbines bij agrarische bedrijven. Met dit bestemmingsplan wordt geen agrarisch bedrijf mogelijk gemaakt. Ook is geen sprake meer van een agrarisch bouwperceel.

Paraplubestemmingplan parkeernormen

Het paraplubestemmingsplan parkeernormen is vastgesteld op 27 juni 2018. Ingevolge artikel 4 van de regels mogen de gronden slechts worden bebouwd of gebruikt onder de voorwaarde dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.

1.4 Leeswijzer

De toelichting op dit bestemmingsplan is als volgt opgezet. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van het plan uiteengezet. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de relevante beleidskaders. Vervolgens bevat hoofdstuk 4 de toetsing aan de voor dit bestemmingsplan relevante wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt de juridische regeling van het plan aan de orde gesteld. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

Het mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling (het initiatief) is het belangrijkste uitgangspunt voor dit bestemmingsplan en wordt in dit hoofdstuk beschreven. De ontwikkeling moet op een goede manier worden ingepast in de huidige situatie. Een beschrijving van de huidige situatie is om die reden ook in dit hoofdstuk opgenomen. De landschappelijke inpassing wordt ook behandeld.

2.1 Huidige situatie

Het plangebied bevindt zich ten noordoosten van het dorp Tjerkgaast van de gemeente De Fryske Marren. Figuur 2.1 geeft de ligging van het plangebied weer in zijn omgeving. Het landschap wordt gekenmerkt door open agrarisch landschap met (onregelmatige) blokverkaveling. Rondom de erven is sprake van hoogopgaande beplanting.

Het plangebied ligt ten zuiden aan de Gaestdyk, ten oosten aan De Bolten. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 7.250 m2. Op het perceel staat een vrijstaande woonboerderij. In het verleden had het perceel een agrarische bedrijfsfunctie. Het bestaande gebouw bestaat uit één bouwlaag met kap. In de directe omgeving overheerst de agrarische functie. Ten zuidoosten bevindt zich een woonfunctie en de bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening'. Aan de zuidzijde wordt het perceel begrensd door de Gaestdyk, ten oosten door De Bolten.

In figuur 2.2 is het aanzicht van de woning weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1940.BPTJE23GAESTDYK2-VA01_0003.jpg"

Figuur 2.1 Luchtfoto plangebied (bron: pdok.nl)

afbeelding "i_NL.IMRO.1940.BPTJE23GAESTDYK2-VA01_0004.png"

Figuur 2.2 Aanzicht van de woning (bron: Google Maps)

2.2 Voorgenomen ontwikkeling

In de nieuwe situatie zal op het perceel Gaestdyk 2 in Tjerkgaast de bestemming 'Wonen - Voormalig boerderij' op de kadastrale begrenzing van toepassing zijn. Voor de overige gronden wordt het bouwvlak verwijderd en blijft de agrarische bestemming van toepasing. De huidige eigenaar van de gronden heeft hiermee ingestemd. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt. In de toekomst wordt hierbij nog wel een verouderde schuur gesloopt en nieuw gebouwd. Daar is op dit moment nog geen sprake van.

2.3 Verkeer en parkeren

Het plangebied wordt op de Gaestdyk ontsloten. Er is sprake van een overzichtelijke verkeerssituatie. Omdat in de huidige situatie van wonen al sprake is, neemt de verkeersgeneratie niet toe. Daarom neemt de parkeerbehoefte ook niet toe en neemt eerder af omdat de agrarische bedrijfsvoering is gestopt. Tevens is in het plangebied voldoende ruimte om het parkeren op eigen terrein op te lossen.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. De NOVI helpt hier nu mee aan de slag te gaan en om beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI.

Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als een zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren

Opgaven

Nederland heeft een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost, zij moeten in samenhang worden bekeken. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven:

  • 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie.
  • 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden.
  • 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken.
  • 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied mogelijk maken.

Realiseren opgaven

In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren:

  • 1. De Omgevingsagenda
    Voor Noord-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Friesland onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio.

  • 2. De NOVI-gebieden
    Een NOVI-gebied is een instrument waarmee het Rijk en de regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten, zoals een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie.

Conclusie

Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI. Het plan sluit aan op de opgave om de regio sterker en leefbaarder te maken.

3.1.2 Besluit ruimtelijke ordening

In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting op een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking.

Het in gebruik nemen van een bestaande bebouwing ten behoeve van reguliere bewoning wordt, vanwege de relatieve kleinschaligheid, niet beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. Ook het verwijderen van een bouwvlak wordt niet als stedelijke ontwikkeling aangemerkt. Een toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet aan de orde.

3.2 Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Fryslân - De romte diele

Op 23 september 2020 is de Omgevingsvisie Fryslân - De romte diele vastgesteld, waarin de ambities voor de provincie voor 2030-2050 zijn weergegeven. In de omgevingsvisie wordt gewerkt met 9 principes die richting geven aan het maken van keuzes. Enerzijds zijn de principes inhoudelijk van aard, zoals zuinig ruimtegebruik, omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, koppelen van ambities en gezondheid en veiligheid. Anderzijds zijn er samenwerkingsprincipes, zoals rolbewust, decentraal wat kan, het 'ja, mits-principe', aansluiting zoeken bij en sturen op het proces, ruimer op inhoud.

Het realiseren van de ambities zit hem niet in het tegenhouden van veranderingen, maar juist door de gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten op bestaande kwaliteiten.

De planontwikkeling past binnen het principe van zuinig ruimtegebruik, omdat het bestaande pand wordt hergebruikt voor een nieuwe functie, waarbij er oog is voor een goede inpassing in de fysieke leefomgeving. Dit past binnen de kwaliteiten die de provincie Fryslân wil behouden en bevorderen.

3.2.2 Verordening Romte Fryslân 2014

In deze verordening zijn regels opgesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Met de verordening heeft de provincie beoogd om niet meer te regelen dan strikt noodzakelijk is. Op grond van de verordening (artikel 1.2.1) is het toegestaan om vrijkomende agrarische bebouwing bij hergebruik in te zetten voor woningen. Woningen zijn toegestaan in de voormalige bedrijfswoning en in aanwezige karakteristieke gebouwen. In dit geval vindt het wonen in de voormalige bedrijfswoning plaats.

 

Conclusie

Voorliggend bestemmingsplan betreft de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen wijziging van de bestemming 'Agrarisch' naar de bestemming 'Wonen - Voormalig boerderij' mogelijk maakt voor het perceel Gaestdyk 2 in Tjerkgaast. Er wordt geen bebouwing gesloopt en/of gerealiseerd en het wonen vindt in de voormalige bedrijfswoning plaats. Het initiatief is in lijn met het provinciaal beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid

3.3.1 Bestemmingsplan Buitengebied Noord - 2017

Het bestemmingsplan Buitengebied Noord - 2017 van de gemeente De Fryske Marren vormt het uitvoeringskader voor het gemeentelijk beleid ten aanzien van de voorliggende ruimtelijke ontwikkeling.

In artikel 3.8.9 van het bestemmingsplan Buitengebied - Noord 2017 is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Hiermee kan de bestemming 'Agrarisch' worden gewijzigd ten behoeve van de bestemming 'Wonen - Voormalig boerderij'. In hoofdstuk 1.3 is gemotiveerd waarom ervoor is gekozen de bestemmingsplanprocedure te doorlopen. In deze paragraaf worden kort de wijzigingscriteria besproken waar aanvankelijk aan voldaan moest worden om van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 3.8.9 gebruik te kunnen maken om de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen in 'Wonen - Voormalig boerderij'.

De bestaande karakteristieke bebouwing blijft behouden, waarbij zorgvuldig met het bodemarchief en met het monumentale/beeldbepalende karakter van oude boerderijen en bijbehorende bouwwerken wordt omgegaan.

De bestaande karakteristieke bebouwing blijft behouden. Alleen een verouderd gebouw wordt gesloopt en nieuw gebouwd.

Bij sloop van beeldverstorende bebouwing wordt ten hoogste 75% van het gesloopte oppervlak teruggebouwd ten behoeve van de nieuwe functie.

Op het perceel wordt geen bebouwing gesloopt of gerealiseerd. Het betreft uitsluitend een wijziging van gebruik.

Bij het opstellen van het wijzigingsplan wordt een beeldkwaliteitsparagraaf opgenomen, waarbij onder meer aandacht wordt besteed aan de inpasbaarheid van de bebouwing op het erf, mede in relatie tot de bestaande gebouwen.

Op het perceel wordt geen bebouwing gesloopt of gerealiseerd. Het betreft uitsluitend een wijziging van gebruik. Het opstellen van een beeldkwaliteitsparagraaf ten behoeve van de inpassing van nieuwe bebouwing is daarom niet aan de orde.

De initiatiefnemer overlegt een voorstel tot landschappelijke inpassing aan het college van burgemeester en wethouders voordat de wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast. Het gebruik in de nieuwe functie is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing is uitgevoerd en in stand gehouden conform het landschappelijk inpassingsplan.

In het kader van deze ontwikkeling is de huidige landschappelijke inpassing beoordeeld. Deze is reeds van een goede kwaliteit. Gaestdyk 2 wordt omringd door weilanden en akkers. In de huidige situatie is de kavelgrens al mooi aangeplant. Gezien de kwaliteit van de reeds aanwezige landschappelijke inpassing en het behoud van de bebouwing, zijn aanvullende eisen in het kader van landschappelijke inpassing niet wenselijk.

 

De omvang en aard van de nieuwe functie en de bebouwing past binnen de voorgestane ontwikkeling van het gebied.

De omgeving rond de Gaestdyk bestaat uit een mix van wonen en agrarische bedrijvigheid. In de huidige situatie wordt al gewoond, tevens is geen sprake van een toename of wijziging van de bebouwing. Om deze redenen wordt aangenomen dat de transformatie van een agrarische bedrijfsbestemming naar een woonbestemming passend is binnen de ontwikkeling van dit gebied.

De wijziging naar een woonfunctie past binnen een door de provincie geaccordeerd woonplan.

In paragraaf 3.2 wordt ingegaan op het provinciaal beleid.

De nieuwe functie wordt binnen de gebouwen uitgeoefend.

Op het perceel wordt geen bebouwing gesloopt of gerealiseerd. Het betreft uitsluitend een wijziging van gebruik en het verwijderen van een bouwvlak. De bestaande bebouwing zal gebruikt worden voor woondoeleinden. De huidige bedrijfswoning zal worden gebruikt als reguliere woning.

Het aantal verkeersbewegingen, in relatie met de bestaande verkeersstructuur, neemt niet onevenredig toe.

De ontsluiting van het perceel wordt niet gewijzigd, deze blijft gesitueerd op de bestaande locatie. Er worden geen woningen toegevoegd aan het plangebied, het aantal motorvoertuigbewegingen neemt in de nieuwe situatie niet toe.

Het parkeren vindt op eigen erf plaats.

In de huidige situatie wordt het parkeren op eigen terrein opgelost. Dit blijft in de nieuwe situatie van toepassing.

Er is geen sprake van onevenredige schade voor de aangrenzende (agrarische) bedrijven, in die zin dat de bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt.

De milieuparagraaf toont aan dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de milieusituatie, dat een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat naburige gronden niet worden beperkt qua gebruiksmogelijkheden.

Na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid zullen de regels van artikel 26 van overeenkomstige toepassing zijn.

Bij het opstellen van de regels voor dit bestemmingsplan is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de geldende regels van het bestemmingsplan Buitengebied - Noord 2017. Dit is in lijn met deze wijzigingsvoorwaarde.

Conclusie

Het initiatief is conform de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid opgesteld.

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

4.1 Algemeen

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht worden besteed aan wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten. Het gaat hierbij om het minimaliseren van de invloeden vanuit het plangebied op de omgeving en omgekeerd. Dat zijn de milieu- en omgevingsaspecten geluid, luchtkwaliteit, bodem, externe veiligheid, water, ecologie, archeologie, cultuurhistorie, bedrijven en milieuhinder, en kabels en leidingen.

4.2 Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader

Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om ervoor te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruikgemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een rustige woonwijk en een gemengd gebied. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Deze afstand wordt gemeten tussen de bestemmingen van bedrijven en de gevels van geluidsgevoelige objecten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën.

Toetsing

Voorliggend bestemmingsplan betreft de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen wijziging van de bestemming 'Agrarisch' naar de bestemming 'Wonen - Voormalig boerderij' mogelijk maakt voor het kadastrale perceel om de boerderij van Gaestdyk 2 in Tjerkgaast. De bestaande boerderij wordt hiermee een reguliere woning. De feitelijke situatie op het perceel verandert niet, er wordt geen bebouwing gesloopt of gerealiseerd. Het plan voegt geen milieubelastende activiteiten toe.

In de omgeving van het plangebied komen enkele bedrijfsfuncties voor. Deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. In de tabel is ook weergegeven onder welke milieucategorie het bedrijf valt en welke richtafstand hierbij hoort. Geconcludeerd wordt dat de bedrijven op voldoende afstand liggen. Voor de woning is sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Locatie   Soort bedrijf   Milieucategorie inclusief afstand   Afstand inrichting  
Strjitwei 10   Waterwinning Vitens   3.2 - afstand 100m   400 meter  
Strjitwei 6   Horeca (restaurant)   1 - afstand 10m   350 meter  
Kanaelsdyk 2   Gasdrukregel- en meetstation   2 - afstand 30m   200 meter  
Brekkendyk 1   Melkveebedrijf   3.1 - afstand 50m   320 meter  
Gaestdyk 3   Zendmast   1 - afstand 10m   150 meter  

Conclusie

Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering. Nader onderzoek is niet aan de orde.

4.3 Geluid

Toetsingskader

Ten aanzien van geluidshinder (anders dan inrichtingsgeluid) is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidshinder vanuit wegen, spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen in de toekomst. Voor het onderhavige plan is alleen geluidshinder als gevolg van wegverkeerslawaai van belang omdat er geen spoorwegen in de omgeving van het plangebied voorkomen en het plangebied niet binnen een geluidzone van een industrie- of bedrijventerrein valt.

Toetsing

Voorliggend bestemmingsplan betreft de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen wijziging van de bestemming 'Agrarisch' naar de bestemming 'Wonen - Voormalig boerderij' mogelijk maakt. De bestaande bedrijfswoning wordt hiermee een gewone woning. De Wet geluidhinder kent het begrip bedrijfswoning niet. Een bedrijfswoning is, net als een gewone woning, een geluidsgevoelig object. Aangezien de feitelijke situatie niet verandert is er geen sprake van een toevoeging van een geluidsgevoelig object. Nadere toetsing aan de Wgh en onderzoek is niet noodzakelijk.

Ter plaatse van het projectgebied betreft de Gaestdyk een 60 km/u-weg. Door de knik in de weg en de naderende T-splitsing zijn de snelheden ter plaatse laag. Eveneens is de weg een weg die voornamelijk door bestemmingsverkeer wordt gebruikt. Er is daarmee sprake van een beperkte verkeersintensiteit. Daardoor kan zonder nadere berekening worden gesteld dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit wordt bevestigd door de gebruikers van de woning, die geen geluidsoverlast ervaren.

4.4 Water

Toetsingskader

Een belangrijke ontwikkeling in het waterbeleid is de Watertoets. Het doel van de Watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen meer expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het plangebied valt in het werkgebied van Wetterskip Fryslân.

Toetsing

Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij Wetterskip Fryslân. In Bijlage 1is de watertoets opgenomen. Hieruit blijkt dat er geen waterschapsbelang geldt voor dit plan, omdat uitsluitend sprake is van een functiewijziging en de bestaande bebouwing behouden blijft.

Verharding

De verharding neemt als gevolg van de functiewijziging niet toe, waardoor er geen noodzaak tot watercompensatie is.

Ruimtelijke adaptatie

Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren, moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaatrobuust in te kunnen richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming.

Bij de inrichting van het plangebied kan hierop geanticipeerd worden door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Door nú maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Met het voorgenoemde advies wordt bij de uitvoering van de plannen rekening gehouden.

Gebruik materialen

In dit geval is slechts sprake van een functiewijziging. Van het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink is dan ook geen sprake. De waterkwaliteit wordt dan ook niet beïnvloed.

Conclusie

Het aspect water vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.5 Bodem

Toetsingskader

Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd.

Toetsing

In het plangebied wordt momenteel al gewoond. Op het perceel hebben echter jarenlang agrarische bedrijfsactiviteiten plaatsgevonden. De kans is aanwezig dat de bodem hierdoor verontreinigd is. Verkennend en tevens nader bodemonderzoek is daarom noodzakelijk. Dit onderzoek is inmiddels uitgevoerd. Zie hiervoor bijlage 2. In één deelmonster is een sterk verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. In de overige drie deelmonsters zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie gemeten. Het sterk verhoogd gemeten gehalte aan minerale olie geeft aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De sterke verontreiniging bevindt zich ter plaatse van boring 3 van 0 cm tot 50 cm -maaiveld (zie bijgevoegde tekening voor ligging van boring 3).

Vanwege de aangetoonde licht tot sterke verontreinigingen kan de gekozen onderzoekshypothese, een verdachte locatie, aangenomen worden. De omvang van de sterke verontreiniging is middels het nader bodemonderzoek voldoende afgeperkt en geschat op 13 m3. Omdat het saneringscriterium (bodemvolume sterk verontreinigde grond is groter dan 25 m3) niet wordt overschreden, is er geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Bij eventuele grondwerkzaamheden op het perceel dient rekening te worden gehouden met de sterke verontreiniging. Indien graafwerkzaamheden plaats zullen vinden ter plaatse van de sterke verontreiniging dient een Plan van aanpak opgesteld te worden en voor goedkeuring voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag (gemeente De Fryske Marren). De saneringswerkzaamheden dienen door een BRL 7000 erkende aannemer uitgevoerd te worden, de milieukundige begeleiding dient plaats te vinden door een BRL 6000 erkende aannemer.

4.6 Archeologie

Toetsingskader

Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan in de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over in de Omgevingswet wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, ruimtelijke plannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het overgangsrecht van de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is.

In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden, zijn op basis van historisch onderzoek verwachtingskaarten opgesteld.


De provinciale verordening Verordening Romte Fryslân 2014 geeft in artikel 2.2.1 lid 1 aan dat in de plantoelichting wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de wijze van onderzoek naar en bescherming van archeologische waarden en verwachtingswaarden zoals aangegeven op de Famke. Op de Friese archeologische monumentenkaart extra (Famke) staan archeologische (verwachtings)waarden. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 - 800 v.Chr.) en één voor de periode ijzertijd-middeleeuwen (800 v.Chr - 1500 n.Chr.).

afbeelding "i_NL.IMRO.1940.BPTJE23GAESTDYK2-VA01_0005.jpg"

Figuur 4.1 Ligging plangebied met FAMKE-advieskaart steentijd-bronstijd

afbeelding "i_NL.IMRO.1940.BPTJE23GAESTDYK2-VA01_0006.jpg"

Figuur 4.2 Ligging plangebied met FAMKE-advieskaart ijzertijd-middeleeuwen

Indien in een ruimtelijk plan wordt afgeweken van het bepaalde in artikel 2.2.1 lid 1 wordt onderbouwd op welke wijze in een vergelijkbare bescherming van archeologische waarden is voorzien.

Toetsing

Om te onderzoeken of sprake is van archeologische (verwachtings)waarden in het plangebied, is de Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra (FAMKE) geraadpleegd.

Conform de steentijd-bronstijd-advieskaart geldt dat voor het plangebied een karterend onderzoek 1 noodzakelijk is. Voor ingrepen van meer dan 500 m2 moet archeologisch onderzoek gedaan worden. Conform de ijzertijd-middeleeuwenadvieskaart valt het plangebied binnen het gebied met karterend onderzoek 3. Hier geldt dat bij ontwikkelingen met een minimale oppervlakte van 5.000 m², archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

In de FAMKE worden nadere eisen gesteld aan het beschermen van archeologische (verwachtings)waarden. Bij een bestemmingswijziging dient de oppervlakte van de bestemmingswijziging als een feitelijke ingreep te worden beschouwd. Dit betekent dat in onderhavig geval, vanwege de omvang van het plangebied (een functiewijziging van het perceel ter grootte van 7.250 m2), archeologisch onderzoek zou moeten plaatsvinden. Aangezien het hier echter om een functiewijziging gaat waarbij geen feitelijke bodemingrepen plaatsvinden, er sprake is van een reductie van de planologische bouwmogelijheden én er op korte termijn geen ingrepen gepland staan de in totaal groter zijn dan 500 m2 kan archeologisch onderzoek uitblijven.

Om de archeologische (verwachtings)waarden te beschermen bij toekomstige bodemingrepen, wordt voor het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen, waarbij voor ingrepen van 500 m2 of groter archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Daarmee wordt toepassing gegeven aan artikel 2.2.1 lid 2 van de provinciale verordening.

4.7 Cultuurhistorie

Toetsingskader

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan beschreven moet worden hoe met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden.

Hiervoor wordt uitgegaan van de Cultuurhistorische Kaart van de provincie Fryslân (CHK), waar ook de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) deel van uitmaakt. Op deze kaarten is informatie opgenomen over archeologische en cultuurhistorische waarden.

Toetsing

Volgens de Cultuurhistorische Kaart zijn er cultuurhistorische waarden binnen het plangebied aanwezig. Het plangebied is gelegen in een veenweidegebied met een opstrekkende verkaveling. Deze verkaveling is nog grotendeels intact. De locatie is gelegen aan een voormalige hooiweg, die destijds de hooilanden De Bolten ontsloot. Voorheen heeft op deze locatie een boerderij gestaan. Hier zijn bovengronds geen restanten meer van te vinden. In de omgeving zijn geen rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig waar voorliggend plan een negatief effect op heeft. De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan eventueel aanwezige karakteristieke waarden. Daarom is geen nader onderzoek noodzakelijk naar het aspect cultuurhistorie.

4.8 Ecologie

Toetsingskader

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Bij de bescherming van gebieden gaat het om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. Verder worden in de provinciale verordening gebieden beschermd die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van gebieden en de bescherming van soorten en hun verblijfplaatsen is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb).

Gebiedsbescherming

De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden zijn door de Minister van Economische Zaken aangewezen gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden. Daarnaast bestaat het Natuur Netwerk Nederland (NNN) uit gebieden die worden aangewezen in de provinciale verordening. Binnen de NNN-gebieden mogen in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden.

Soortenbescherming

Voor de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden voor het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort.

Toetsing

Gebiedsbescherming

Voorliggend bestemmingsplan betreft de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen wijziging van de bestemming 'Agrarisch' naar de bestemming 'Wonen - Voormalig boerderij' mogelijk maakt voor het perceel Gaestdyk 2 in Tjerkgaast. De feitelijke situatie op het perceel verandert niet, er wordt geen bebouwing gesloopt of gerealiseerd. Er worden geen woningen toegevoegd aan het plangebied. Dit in combinatie met het gegeven dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied het Oudegaasterbrekken op 14 kilometer afstand van het plangebied ligt, maakt dat op voorhand kan worden gesteld geen negatieve gevolgen voor het Natura 2000-gebied worden verwacht.

Verder is het plangebied in een Weidevogelkansgebied gelegen. Van belang is dat sprake is van voldoende rust en openheid voor het Weidevogelkansgebied.  Er dient inzichtelijk te worden gemaakt of er extra verstoring optreedt. In dit geval blijft de openheid onveranderd. Met dit bestemmingsplan worden minder bouwmogelijkheden mogelijk gemaakt, anders dan al op basis van het geldende bestemmingsplan is toegestaan. Er is slechts sprake van een functiewijziging, waarbij de omvang van het perceel in planologisch zin verkleint wordt en er met een woonfunctie sprake is van een minder intensieve functie dan de huidige agrarische mogelijkheden. Het opnemen van een regeling die voorziet in voldoende openheid en rust acht de gemeente dan ook niet noodzakelijk.

Stikstof

Op het perceel wordt niet gebouwd of gesloopt. De ruimtelijke ontwikkeling leidt, ten opzichte van de feitelijk aanwezige, planologische situatie, niet tot een toename van stikstofdepositie. Op voorhand kan worden gesteld dat een stikstofberekening niet noodzakelijk is.

Soortenbescherming

Het plangebied is mogelijk geschikt als biotoop voor beschermde soorten. Deze kunnen worden aangetast bij de sloop van bestaande bebouwing, het kappen van bomen en/of het dempen van sloten. Om dit uit te sluiten, dient in beginsel een ecologisch veldonderzoek uitgevoerd te worden. Echter, omdat het sloop, kap of demping in dit geval niet aan de orde is, worden geen negatieve effecten verwacht voor beschermde soorten. Ecologisch veldonderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

Conclusie

Het aspect 'ecologie' staat de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg.

4.9 Luchtkwaliteit

Toetsingskader

Voor het toetsingskader met betrekking tot luchtkwaliteit is aangesloten bij hetgeen daarover bij of krachtens de Wet milieubeheer is gesteld. In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Maatgevend voor de luchtkwaliteit zijn de gehalten fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2).

Voor bepaalde initiatieven is bepaald dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een plan komt hiervoor in aanmerking als het voor minder dan 3% van de grenswaarden voor NO2 en PM10 bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten geldt als grenswaarde bij één ontsluitingsweg 1.500 woningen. Projecten onder dit aantal vallen onder de NIBM-regeling.

Toetsing

In Friesland worden geen knelpunten verwacht op het gebied van luchtkwaliteit. Op grond van de Wet Luchtkwaliteit worden er binnen het plangebied geen grenswaarden overschreden. Ook zijn er geen dreigende grenswaardenoverschrijdingen. In het kader van dit bestemmingsplan worden er geen nieuwe ontwikkelingen of uitbreidingen mogelijk gemaakt die in betekenende mate leiden tot een verbetering of verslechtering van de luchtkwaliteit. Zowel vanuit de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening vormt de luchtkwaliteit geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.10 Externe veiligheid

Toetsingskader

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In voornoemde Besluiten is een verantwoordingsplicht bij een toename van het groepsrisico opgenomen.

Het aspect externe veiligheid wordt beoordeeld aan de hand van het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het GR is de berekende kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden beschouwd als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Voor het GR is een oriënterende waarde bepaald. Dit betreft geen harde norm, maar vormt een onderdeel van de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het risico. In algemene zin geldt dat wanneer het GR onder de oriënterende waarde blijft, er sprake is van een acceptabel risiconiveau.

Toetsing

Voor het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat in de directe omgeving van de planlocatie een buisleiding op zo'n 900 meter afstand is gesitueerd. De afstand tot het plangebied is ruim voldoende en vormt geen beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling, een aanvullend onderzoek kan achterwege blijven. Dit wordt bevestigd door de overlegreactie van de Brandweer Fryslân. De brandweer heeft dan ook verder geen opmerkingen op het bestemmingsplan. Dit omdat er geen risicovolle activiteiten zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) op het plangebied van invloed zijn. Ook ziet de brandweer af van een eventueel repressief advies. Dit aangezien de ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft op de basisbrandweerzorg en er in de huidige situatie geen knelpunten zijn.

Conclusie

Externe veiligheid levert geen beperkingen op voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.11 Kabels, leidingen en zoneringen

Toetsingskader

Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezigheid van elektriciteits- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een KLIC-melding in kaart gebracht.

Toetsing

In het plangebied zijn geen kabels en leidingen waar rekening mee gehouden moet worden.

4.12 Mer-beoordeling

Toetsingskader

In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r.-drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten.

Per 7 juli 2017 is de regelgeving voor de MER en de m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indiening een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.

Toetsing

Voorliggend bestemmingsplan betreft de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen wijziging van de bestemming 'Agrarisch' naar de bestemming 'Wonen - Voormalig boerderij' voor de kadastrale begrenzing van het perceel Gaestdyk 2 mogelijk maakt en het bouwvlak voor de overige gronden van het plangebied verwijdert. De feitelijke situatie op het perceel verandert niet, er wordt geen bebouwing gesloopt of gerealiseerd. Er worden geen woningen toegevoegd aan het plangebied.

 

Het bestemmingsplan maakt geen activiteiten mogelijk die zijn opgenomen in de D-lijst. Een nadere beoordeling in de vorm van een vormvrije m.e.r.-beoordeling of een plan-m.e.r. is derhalve niet noodzakelijk.

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting

5.1 Algemeen

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Bro en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare manier zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden.

Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding is de woonbestemming en in de regels (per bestemming) zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden vastgelegd.

5.2 Toelichting op de bestemmingen

In deze paragraaf wordt de afzonderlijke bestemming zoals deze op de verbeelding en in de regels zijn opgenomen, beschreven. Daarbij wordt zoveel mogelijk aangesloten op de systematiek van het voormalige bestemmingsplan Buitengebied Noord - 2017.

Agrarisch

De gronden die niet in eigendom zijn van de initiatiefnemer blijven onderdeel uitmaken van het planologische perceel. De functiewijziging zal zich beperken tot de kadastrale begrenzing van het perceel. Voor de overige gronden wordt het bouwvlak verwijderd en blijft de huidige bestemming 'Agrarisch' van kracht. Op een bestemming zonder bouwvlak zijn minder regels van toepassing. Het bestemmingsplan is hierop aangepast. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische cultuurgrond, met dien verstande dat houtteelt niet in de bestemming is begrepen.

Wonen - Voormalig boerderij

De kadastrale begrenzing van het perceel krijgt de bestemming 'Wonen - Voormalig boerderij'. Het plan biedt mogelijkheden voor wonen, in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden-beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, mantelzorg, ondergeschikte agrarische hobbyactiviteiten en stalling van boten en caravans. Er is binnen de bestemming 'Wonen - Voormalig boerderij' één woning toegestaan. De oppervlakte bedraagt, inclusief bijbehorende bouwwerken, maximaal 300 m2.

Waarde - Archeologie

Zekerheidshalve is in het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Onderzoek is nodig bij ingrepen groter dan 500 m2. Het college kan bij omgevingsvergunning onder voorwaarden van deze bepaling afwijken.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een plan. Wat dat betreft wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerp bestemmingsplan Gaestdyk 2 te Tjerkgaast verstuurd naar de vooroverlegpartners. Deze konden tot 7 maart 2023 reageren. Hieronder is een overzicht opgenomen van binnengekomen reacties.

  • Tennet. Tennet heeft geen opmerkingen op het plan. De overlegreactie leidt dan ook niet tot een aanpassing.
  • Brandweer Fryslân. De reactie van de brandweer is verwerkt in paragraaf 4.10 Externe veiligheid.
  • Provincie Fryslân. Voor wat betreft de reactie van de provincie met betrekking tot archeologie is een aanvullende motivering opgenomen waarom geen archeologisch onderzoek nodig is. Zie hiervoor paragraaf 4.6. Met de voorgenomen ontwikkeling, in dit geval een functiewijziging, geeft de provincie aan dat voor de landschappelijke inpassing volstaan kan worden met het bestaande groen. Wel wordt verzocht het behoud van het bestaande groen middels een voorwaardelijke verplichting te borgen in de regels. In de regels is hiervoor de regeling opgenomen dat landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden en hersteld moeten worden. Zie ook artikel 4.1. Overigens gaan we er als gemeente wel vanuit dat de eigenaar van het perceel de erfbeplanting in stand houdt en/of opnieuw inplant. Er zijn daarnaast ook geen ruimtelijke ingrepen voorzien die een aanleiding geven om een inpassingsplan op te stellen. Tot slot geeft de provincie aan dat de legenda behorende bij de verbeelding niet compleet is. De bestemming 'Wonen - Voormalig boerderij' ontbreekt. De legenda is hierop aangepast. Verder is in artikel 1.6 van de regels een inleidende zin toegevoegd.
  • Wetterskip Fryslân. De reactie van Wetterskip Fryslân is verwerkt in paragraaf 4.4 Externe veiligheid.

 

Ontwerpfase en zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze zes weken is een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Er zijn geen zienswijzen ingediend.

Vaststelling

Het bestemmingsplan is vervolgens ongewijzigd vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat voor een ieder de mogelijkheid om beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te stellen tegen het besluit en het plan.

6.2 Economische uitvoerbaarheid

Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).

Financiële haalbaarheid

Het plan wordt uitgevoerd en bekostigd door de initiatiefnemer. De gemeente heeft geen kosten voor de realisatie van dit plan. Er wordt een planschadeovereenkomst afgesloten met de initiatiefnemer. Initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkeling te kunnen realiseren. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten, gezien er geen bebouwing wordt gesloopt of gerealiseerd. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van derden.

Grondexploitatie

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is.

 

In het voorliggende plan is er op basis van artikel 6.2.1 Bro geen sprake van een bouwplan. De grondexploitatieregeling is daarom niet van toepassing. Om deze reden wordt door de gemeente van het opstellen van een grondexploitatieplan afgezien. De plankosten worden via leges op de initiatiefnemer verhaald. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.