direct naar inhoud van Toelichting
Plan: 2e partiële herziening Dorpskernen 2014, Bovenkerk 4e kwadrant
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1931.BP1510DK006-VG01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doel planherziening

In de nieuwbouwwijk Bovenkerk in Stolwijk ligt in het zuiden van het 4e kwadrant een braakliggend perceel. Op deze locatie rust op basis van het vigerende bestemmingsplan een woonbestemming waarbij uitsluitend appartementen zijn toegestaan. De gemeente Krimpenerwaard wil echter ook de mogelijkheid bieden om ter plaatse grondgebonden woningen te realiseren. Om die reden is de voorliggende partiële herziening opgesteld.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt aan de oostzijde van de kern Stolwijk in de wijk Bovenkerk en wordt begrensd door:

  • in het noorden: de achterzijde van de woonpercelen langs Groenhove;
  • in het oosten: Groenhove;
  • in het zuiden: Griend;
  • in het westen: Weide.

Figuur 1.1 duidt de ligging van het plangebied aan.

afbeelding "i_NL.IMRO.1931.BP1510DK006-VG01_0001.jpg"

Figuur 1.1 Ligging plangebied (bron: ArcGis luchtfoto 2014)

1.3 Huidige juridische planregeling

De voorliggende herziening vervangt het bestemmingsplan Dorpskernen 2014 ter plaatse van het plangebied. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Vlist vastgesteld op 16 december 2014.

Ter plaatse is de bestemming 'Wonen' opgenomen met een bouwvlak. Er is geen maatvoeringsaanduiding voor maximum goot- en bouwhoogte opgenomen. Indien binnen een bouwvlak geen goot- of bouwhoogte is bepaald mag deze niet meer mag bedragen dan 7 m respectievelijk 11 m. Het maximum aantal woningen mag ten hoogste 20 bedragen. Tevens is de specifieke bouwaanduiding 'gestapeld' opgenomen. Artikel 20.2.1 van het bestemmingsplan bepaalt dat woningen uitsluitend in gestapelde vorm mogen worden gebouwd.

Tot slot geldt ter plaatse van het plangebied een archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6'. Zie figuur 1.2 voor een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan.

afbeelding "i_NL.IMRO.1931.BP1510DK006-VG01_0002.jpg"

Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan 'Dorpskernen 2014' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie

Het plangebied ligt aan de oostzijde van de kern Stolwijk in de nieuwe wijk Bovenkerk. Deze wijk ligt achter het oude bebouwingslint van de Bovenkerkseweg. De wijk wordt door middel van Griend en Groenhove via het Kerspelpad ontsloten op de Bovenkerkseweg.

Bovenkerk kenmerkt zich door kwalitatief hoogwaardige woningbouw en een verkavelingsstructuur die aansluit op het oorspronkelijke slagenlandschap van de Krimpenerwaard.

Het plangebied ligt in het 4e kwadrant van de genoemde wijk. Dit kwadrant betreft het laatste te ontwikkelen deelgebied in het noordoosten van Bovenkerk. In tegenstelling tot de al eerder gerealiseerde drie kwadranten wordt de laatste uitbreiding uitgegeven ten behoeve van collectief-particulier opdrachtgeverschap (cpo). Het plangebied ligt in het uiterste zuiden van het 4e kwadrant en is momenteel braakliggend (zie figuur 2.1). Tevens wordt het terrein tijdelijk als opslagplaats gebruikt voor grond- en bouwmateriaal ten behoeve van de naastgelegen in ontwikkeling zijnde bouwlocatie.

afbeelding "i_NL.IMRO.1931.BP1510DK006-VG01_0003.png"   afbeelding "i_NL.IMRO.1931.BP1510DK006-VG01_0004.png"  

Figuur 2.1 Bestaande situatie (gezien in noordelijke en zuidelijke richting)

Ten zuiden van het plangebied is een appartementengebouw aanwezig bestaande uit 3 bouwlagen. Ten westen van het plangebied ligt een speelvoorziening. Ten noorden van het plangebied worden grondgebonden woningen gerealiseerd. In oostelijke richting grenst het plangebied aan het open veenweidegebied van de Krimpenerwaard, wat de locatie zeer aantrekkelijk maakt.

2.2 Doel planherziening

Binnen de vigerende woonbestemming is het uitsluitend mogelijk om appartementen te bouwen. Deze ontwikkeling is echter nog niet op gang gekomen. De doelstelling van het voorliggende plan is daarom om de bestaande planologische mogelijkheden te verruimen en naast appartementen ook grondgebonden woningen toe te staan. Hiermee ontstaat een flexibel planologisch kader en kan beter worden ingespeeld op de actuele vraag vanuit de woningmarkt.

Hiermee wordt aangesloten op hetgeen in de Regionale Agenda Wonen Midden-Holland 2013-2019 wordt geconstateerd. In deze nota wordt aangegeven dat de woningproductie moet worden bezien vanuit een nieuwe realiteit. De woningmarkt is veranderd van een aanbodmarkt naar een markt waarin de vraag van de woonconsument centraal staat. Nieuwbouwwoningen zijn moeilijker te verkopen. Dat maakt het sturen op woningproductie een nog lastigere opgave. Het realiseren van woningproductie is het meest kansrijk als deze zo goed mogelijk aansluit bij de vraag van de woonconsument in de markt. Voor zover dat mogelijk dient kwalitatieve programmering daarom vooral plaats te vinden op lokaal niveau om beter aan te kunnen sluiten bij de lokale behoefte en kansen. Met de voorliggende planherziening wordt op lokaal niveau een nieuw planologisch kader geboden waarbinnen meer ruimte is voor de vraag van de woonconsument.

2.3 Inhoud planherziening

Om de beoogde wijziging planologisch mogelijk te maken dienen de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan 'Dorpskerken 2014' aangepast te worden. De inhoud van de gewijzigde planonderdelen is als volgt:

Verbeelding:

  • De zuidelijke bouwvlakgrens is 4 meter verruimd. De afstand van het bouwvlak tot de bestemming 'Verkeer' bedraagt 3 m. De rest van het bouwvlak blijft ongewijzigd.
  • De bouwaanduiding 'gestapeld' vervalt.

Regels:

  • Binnen de bestemming wonen worden naast gestapelde woningen ook aaneengebouwde, twee aaneengebouwde en vrijstaande woningen toegestaan.
  • Indien gestapelde woningen worden gebouwd dan moet het hoofdgebouw op een afstand van tenminste 4 m uit de zuidelijke bouwvlakgrens worden gebouwd. Deze afstand komt overeen met de bouwvlakgrens uit het vigerende bestemmingsplan.
  • De goot- en bouwhoogte van grondgebonden woningen bedraagt ten hoogste 7 m respectievelijk 11 m.
  • Voor gestapelde woningen gelden de volgende regels:
    • 1. de maximum bouwhoogte bedraagt ten hoogste 11 m;
    • 2. het maximum aantal bouwlagen bedraagt ten hoogste 3;
    • 3. gestapelde hoofdgebouwen worden voorzien van een platte afdekking.
  • Het maximum aantal woningen van 20 blijft gelijk.

Hoofdstuk 3 Uitvoerbaarheid

3.1 Beleid

De aanpassing van het bestemmingsplan is dusdanig van aard dat een uitgebreide beleidstoets achterwege kan blijven. Een uitgebreide toetsing aan het beleid heeft reeds plaatsgevonden bij het opstellen van het vastgestelde bestemmingsplan 'Dorpskernen 2014'. Verwezen wordt naar hoofdstuk 3 van de plantoelichting.

De functie wonen, alsmede het maximum aantal woningen blijft met deze herziening onveranderd. Omdat ten opzichte van het vigerende plan geen extra woningen mogelijk worden gemaakt is daarom geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

3.2 Onderzoeken

Aspect
- Kader  
Beoordelingsaspect   Afweging  
Bodemkwaliteit
- Besluit bodemkwaliteit  
Bodemkwaliteit dient voldoende te zijn voor de beoogde functie   Aangezien het plangebied in de huidige situatie al een woonbestemming heeft is er geen sprake van een functiewijziging. De aanvaardbaarheid voor wat betreft het aspect bodem is bepaald bij het leggen van de bestemming Wonen. Het aspect bodem staat de herziening van het bestemmingsplan dan ook niet in de weg.
Bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning dient een actueel verkennend bodemonderzoek te worden overlegd.  
  Functie mag geen bedreiging vormen voor bodemkwaliteit   Gezien de functie (wonen), is hiervan geen sprake.  
Archeologie
- Archeologische beleidskaart  
Is er sprake van een verwachtingswaarde?   Ja. Conform het gemeentelijk archeologisch beleid dient bij werkzaamheden die een oppervlakte van meer dan 5.000 m² beslaan over een diepte van meer dan 1,5 archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Dit wordt gewaarborgd door het opnemen van een specifieke dubbelbestemming Waarde - Archeologie 6.  
Cultuurhistorie   Is er sprake van cultuurhistorische waarden waarmee rekening moet worden gehouden?   Nee. In het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Bij de ontwikkeling van de wijk Bovenkerk is reeds rekening gehouden met de cultuurhistorisch waardevolle verkavelingsstructuur van het veenweidelandschap.  
Water
- Watertoets  
Is wateradvies aangevraagd?   Niet van toepassing. De voorliggende planherziening voorziet niet in grootschalige ingrepen in het watersysteem. De herziening maakt in aanvulling op de bestaande woonbestemming slechts verschillende woningtypen mogelijk.  
Relatie met omliggende (bedrijfs)functies   Zijn er bedrijfsfuncties in de omgeving aanwezig/mogelijk?   Er liggen geen hinderlijke functies in de directe omgeving van het plangebied en deze worden ook niet mogelijk gemaakt. Zoals aangetoond in het moederplan blijft daarom sprake van een aantrekkelijk woon- en leefklimaat.  
Wegverkeerslawaai
- Wet geluidhinder  
Wordt voldaan aan het gestelde in de Wet geluidhinder?
Is sprake van een akoestisch aanvaardbaar klimaat in de bestaande en de nieuwe woningen?  
Ja. In het kader van de planologische procedure voor Bovenkerk is reeds aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Aanvullend akoestisch onderzoek is niet aan de orde.  
Verkeer
- Ontsluiting en verkeersgeneratie  
De ontwikkeling mag niet leiden tot een verslechtering van de doorstroming op de ontsluitende wegen.   Met dit bestemmingsplan worden op de locatie niet meer woningen mogelijk gemaakt. De verkeersgeneratie zal daarmee hetzelfde blijven.
Gezien de beperkte omvang van de ontwikkeling, is er geen sprake van een verslechtering.  
  De verkeersontsluiting moet goed zijn gewaarborgd.   De verkeersontsluiting wijzigt niet als gevolg van de planherziening. Zoals onderbouwd in de toelichting van het moederplan is sprake van een goede verkeersontsluiting.  
Parkeren
- Parkeerbehoefte  
De parkeerbehoefte van de ontwikkeling moet worden opgevangen.   Er worden 30 parkeerplaatsen aangelegd in de omgeving van het plangebied. Hiervoor is (in de omgeving) voldoende ruimte gereserveerd. De gemeente is eigenaar van deze gronden.  
Externe veiligheid
- Bevi-inrichtingen, transport gevaarlijke stoffen  
Wordt voldaan aan normen plaatsgebonden risico en groepsrisico?   Ja. Er zijn geen inrichtingen in de directe omgeving aanwezig en er vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen in de omgeving plaats (bron: www.risicokaart.nl).  
Luchtkwaliteit
- Wet luchtkwaliteit  
Wordt voldaan aan de genoemde grenswaarden in de Wet luchtkwaliteit?   Ja. Er worden ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan geen extra woningen mogelijk gemaakt. Daarmee valt de herziening onder de regeling niet in betekenende mate en vormt deze derhalve geen belemmering. Overigens blijkt uit gegevens van de NSL monitoringstool dat de toekomstige woningen ruimschoots vallen binnen de grenswaarden voor luchtkwaliteit.  
Ecologie
- Natuurbeschermingswet 2008  
Is er sprake van significant negatieve effecten?   Significante effecten ontstaan door extra verkeersbewegingen. In dit geval is dat niet aan de orde aangezien het aantal woningen gelijk blijft.  
- Flora- en faunawet   Is er sprake van aantasting, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen?   Nee. Het plangebied kent geen opgaande beplanting, watergangen of gebouwen. De aanwezige grasmat is eenvormig zonder bijzondere soorten. Vanuit de directe omgeving is er veel verstoring en het gebied wordt gedeeltelijk gebruikt voor opslag van bouwmaterialen. Met uitzondering van eventueel aanwezige soorten als veldmuis, mol en bruine kikker zijn er geen beschermde soorten aanwezig. Voor de genoemde soorten geldt een vrijstelling van de relevante bepalingen van de Flora- en faunawet. Deze wet staat de uitvoering van het plan daarom niet in de weg.  
Kabels en leidingen
- Telecommunicatiewet  
Zijn er planologisch relevante leidingen en hoogspanningslijnen in de directe omgeving aanwezig?   In de directe omgeving van het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en leidingen.  
Ladder voor duurzame vestedelijking   Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling en is daar behoefte aan?   Ten opzichte van het geldende bestemmingsplan worden geen extra woningen mogelijk gemaakt. Daarom is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de ladder is derhalve niet relevant.  
(Plan)mer   Is een (plan)MER noodzakelijk?   Nee. Een (plan)mer is niet noodzakelijk gezien de beperkte omvang van de planherziening.  

3.3 Economische uitvoerbaarheid

Op grond van het bepaalde in artikel 6.12, lid 1 Wet ruimtelijke ordening is de gemeenteraad verplicht bij de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In het onderhavige bestemmingsplan zijn bouwplannen als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voorzien.

In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12, lid 1 Wet ruimtelijke ordening bepaalt lid 2 van dit artikel dat de gemeenteraad kan besluiten bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen exploitatieplan vast te stellen indien:

  • 1. het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd (bijvoorbeeld via gronduitgifte, een anterieure overeenkomst over grondexploitatie);
  • 2. het niet noodzakelijk is een tijdvak voor de exploitatie, dan wel een fasering in de uitvoering van werken, werkzaamheden, maatregelen en bouwplannen vast te stellen;
  • 3. het stellen van eisen voor de werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken van het exploitatiegebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het inrichten van de openbare ruimte in het exploitatiegebied, dan wel het stellen van regels omtrent het uitvoeren van die werkzaamheden, dan wel een uitwerking van de regels met betrekking tot de uitvoerbaarheid niet nodig is.


De gronden in het plangebied zijn in eigendom van de gemeente Krimpenerwaard. Het verhaal van kosten van de grondexploitatie is hierdoor anderszins verzekerd via de gronduitgifte. Indien er een noodzaak bestaat om (nadere) locatie-eisen of een fasering vast te stellen, dan zal dit eveneens worden gedaan via de gronduitgifte. Gelet hierop hoeft er geen exploitatieplan te worden vastgesteld en is de economische uitvoerbaarheid aangetoond.

3.4 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

3.4.1 Vooroverleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de overleginstanties plegen. In dat kader heeft de gemeente Krimpenerwaard een concept ontwerpplan voorgelegd aan enkele relevante overleginstanties. Van de provincie Zuid-Holland (mail 15 januari 2016) en de Gasunie (mail 18 januari 2016) is een reactie ontvangen. Beide instanties geven aan dat het plan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen.

3.4.2 Zienswijzen

In het kader van de wettelijke procedure is het ontwerp bestemmingsplan vanaf 13 januari 2016 gedurende zes weken op het gemeentehuis en via www.ruimtelijkeplannen.nl ter inzage gelegd. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

Hoofdstuk 4 Juridische planbeschrijving

4.1 Inleiding

Het voorliggende plan betreft een herziening van het bestemmingsplan 'Dorpsgebied 2014'. Het bestemmingsplan is daarom inhoudelijk opgesteld en ingericht conform dit bestemmingsplan. Voor de leesbaarheid is er voor gekozen een losse set regels met een plankaart op te stellen. Het bestemmingsplan is verder opgesteld conform de landelijk verplichte standaard SVBP2012.

4.2 Opzet van de planregels

De regels bestaan uit vier hoofdstukken.

In hoofdstuk 1 zijn de inleidende regels (begrippen en wijze van meten) opgenomen.

Het tweede hoofdstuk bevat de regels per bestemming. In het plangebied is slechts de enkelbestemming 'Wonen' opgenomen almede een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6'.

De inhoud van de regels zijn op hoofdlijnen identiek, waarbij enkele regels die niet van toepassing zijn voor de gronden binnen het onderhavige plangebied niet zijn overgenomen. Het artikel 'Wonen' is inhoudelijk wel aangepast. In paragraaf 2.2 is reeds ingegaan op de inhoud van deze aanpassingen.

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Hierin komt de antidubbeltelbepaling aan bod, evenals de algemene bouwregels, de algemene gebruiksregels, de algemene afwijkingsregels en de algemene wijzigingsregels.

Tot slot zijn in hoofdstuk 4 de overgangs- en slotregels opgenomen.