| Plan: | Landgoed Middelblok en Ruimte voor Ruimte |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1931.BP1504BG005-VG02 |
het bestemmingsplan "Landgoed Middelblok en Ruimte voor Ruimte" van de gemeente Krimpenerwaard, vervat in de plankaart , deze planregels en de daarbij behorende bijlagen;
De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1931.BP1504BG005-VG02 met de bijbehorende regels en bijlagen;
verbeelding:
de verbeelding, bestaande uit een kaartblad (met tek.nr. BP-01), met de bijbehorende verklaring, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangegeven;
een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht ondergeschikt deel van een woning dat door haar indeling en inrichting is bestemd hoofdzakelijk te worden gebruikt ten behoeve van een woning;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
Wet van 4 juni 1992, Stb. 315, houdende algemene regels van bestuursrecht, zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, geen zakelijke dienstverlening zijnde, en ambtelijke bedrijvigheden geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van bedrijfsactiviteiten in een woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving.
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een of meer bedrijfsactiviteiten;
een woning in of bij een gebouw of op dan wel bij een terrein bestemd voor de huisvesting van één huishouden waarvan huisvesting daar, gelet op de bedrijfsvoering in overeenstemming met de bestemming, noodzakelijk is;
Bij de toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten:
de afstand van een gebouw tot een perceelsgrens wordt bepaald door het buitenwerks meten van de kortste afstand in meters van enig punt van het gebouw tot aan de perceelsgrens;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt opgenomen van de kleinste en de grootste maat;
het bebouwingspercentage wordt bepaald door het meten van het percentage van het bouwperceel voor zover gelegen binnen het bouwvlak; een en ander met dien verstande dat vergunningvrije bouwwerken als bedoeld in artikel 43 van de Woningwet niet worden meegenomen bij de berekening van het bebouwingspercentage;
de bouwhoogte van gebouwen wordt bepaald door het meten van de hoogte in meters vanaf het peil tot het hoogste punt van de gebouwen, waarbij ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing kunnen blijven;
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
de goot- en/of boeihoogte van gebouwen wordt bepaald door het meten van de hoogte in meters vanaf het
tot aan de druiplijn, de bovenkant van de goot, het boeiboord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel, waarbij ondergeschikte bouwdelen alsmede dakkapellen en andere beperkte dakopbouwen buiten beschouwing blijven;
de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt bepaald door het in meters meten van het hoogste punt van bouwwerken tot aan het peil;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
De voor "Natuur" aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbij behorende:
De bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:
| bouwwerken | max. goothoogte | max. bouwhoogte |
| antennes | n.v.t. | 5 m |
| lichtmasten en overige masten | n.v.t. | 10 m |
| overige bouwwerken, geen gebouw zijnde | n.v.t. | 2m |
Onder strijdig gebruik in de zin van de Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of doen of laten gebruiken van de gronden binnen deze bestemming voor:
3.4.1 Verbod
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren:
3.4.2 Uitzonderingsbepaling
Het in artikel 3.3.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van:
3.4.3 Toelaatbaarheid
Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden welke het plan beoogt te beschermen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
3.4.4 Procedureregel
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden verkrijgen burgemeester en wethouders een advies van Rijkswaterstaat.
4.1.1 De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
4.1.2 Op de gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in artikel 4, lid 1.1
genoemde doeleinden worden gebouwd:
De bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:
4.3.1 Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4, lid 1.1 onder a voor het bouwen van een brug, met dien verstande dat de visueel-ruimtelijke belevingswaarde van de langs de dijk gelegen watergang niet onevenredig mag worden aangetast.
4.3.2 Procedureregel
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4, lid 3.1 kunnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies inwinnen bij een stedenbouwkundige.
4.4.1 Omgevingsvergunningvereiste
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren:
4.4.2 Uitzonderingsbepaling
Het in artikel 4, lid 4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van:
4.4.3 Toelaatbaarheid
Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 4, lid 4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden welke het plan beoogt te beschermen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
4.4.4 Procedureregel
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden verkrijgen burgemeester en wethouders een advies van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.
5.1.1 De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met dien verstande dat:
5.1.2 Op de gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in artikel 5.1.1 genoemde doeleinden worden gebouwd:
De bouwwerken geen gebouw zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:
| bouwwerken | maximale goothoogte | maximale bouwhoogte |
| aan- of uitbouwen en bijgebouwen | 3,30 m | 6 m |
| overkappingen en pergola's | n.v.t. | 3 m |
| erfafscheidingen achter de voorgevel van de woning | n.v.t. | 2 m |
| overige erfafscheidingen | n.v.t. | 1 m |
| overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | n.v.t. | 5 m |
De bouwwerken zoals genoemd in artikel 5.2 mogen niet eerder worden gebouwd dan nadat:
5.4.1 Burgemeester en wethouders kunnen bij het verlenen van een omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van de situering, de vorm, de afmetingen, dakbeëindiging, kapvorm en bouwhoogte van de bebouwing.
5.4.2 Deze nadere eisen mogen slechts worden gesteld indien dit naar hun oordeel noodzakelijk is vanuit:
5.5.1 De uitoefening van bedrijfsactiviteiten, andere dan beroepsactiviteiten in of bij een woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen, bijgebouwen en vrijkomende agrarische bebouwing als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, is uitsluitend toegestaan indien:
6.1.1 De voor Wonen - Landgoed aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met dien verstande dat:
6.1.2 Op de gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in artikel 6.1.1 genoemde doeleinden worden gebouwd:
De bouwwerken geen gebouw zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:
| bouwwerken | maximale goothoogte | maximale bouwhoogte |
| aan- of uitbouwen en bijgebouwen | 3,30 m | 6 m |
| overkappingen en pergola's | n.v.t. | 3 m |
| erfafscheidingen achter de voorgevel van de woning | n.v.t. | 2 m |
| overige erfafscheidingen | n.v.t. | 1 m |
| overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | n.v.t. | 5 m |
De bouwwerken zoals genoemd in artikel 6.2 mogen niet eerder worden gebouwd dan nadat:
6.4.1 Burgemeester en wethouders kunnen bij het verlenen van een omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van de situering, de vorm, de afmetingen, dakbeëindiging, kapvorm en bouwhoogte van de bebouwing.
6.4.2 Deze nadere eisen mogen slechts worden gesteld indien dit naar hun oordeel noodzakelijk is vanuit:
6.5.1 De uitoefening van bedrijfsactiviteiten, andere dan beroepsactiviteiten in of bij een woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen, bijgebouwen en vrijkomende agrarische bebouwing als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, is uitsluitend toegestaan indien:
7.1.1 De voor Leiding - Brandstof aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:
7.1.2 Voor zover op de verbeelding dubbelbestemmingen samenvallen, geldt de volgende volgorde:
7.1.3 Op de gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in artikel 7.1.1 genoemde doeleinden worden gebouwd:
De bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:
8.1.1 De voor Waterstaat - Waterkering aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor:
8.1.2 Voor zover op de verbeelding dubbelbestemmingen samenvallen, geldt de volgende volgorde:
8.1.3 Op de gronden mogen uitsluitend ten dienste van de in artikel 7.1.1 genoemde doeleinden worden gebouwd:
De bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:
8.3.1 Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.2, onder b indien de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waterstaatsbelangen of de belangen van de waterkering.
8.3.2 Procedureregels
8.4.1 Omgevingsvergunningvereiste
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren:
8.4.2 Uitzonderingbepaling
Het in artikel 8.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van:
8.4.3 Toelaatbaarheid
Werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 8.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, danwel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden welke het plan beoogt te beschermen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, danwel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
8.4.4 Procedureregel
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden verkrijgen burgemeester en wethouders een advies van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en Rijkswaterstaat.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken, op een wijze of tot een doel in strijd met de bestemming(en).
Het is in ieder geval verboden bouwwerken en gronden te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken:
Het in het artikel 10.2 bepaalde is niet van toepassing op:
Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van het bepaalde onder artikel 10.1 indien strikte toepassing van die bepalingen zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Bij het verlenen van ontheffing als bedoeld in artikel 10.4 zijn de algemene procedureregels van toepassing zoals opgenomen in Artikel 14 van deze planregels.
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding Geluidzone - industrielawaai gelden de volgende regels:
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding Overige zone - landgoed gelden de volgende regels:
Burgemeester en wethouders kunnen, indien en voor zover het betreft een landgoed als bedoeld in artikel 1, lid 1 onder a van de Natuurschoonwet 1928, het plan wijzigen en de binnen de aanduiding landgoed voorkomende bestemmingen onderling wijzigen met dien verstande dat de rangschikking als bedoeld in het Rangschikkingenbesluit Natuurschoonwet 1928 niet wordt aangetast.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van de regels in dit bestemmingsplan voor:
voor zover deze overschrijding van grenzen niet leidt tot wijziging van bestemmingen of onevenredige aantasting van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen ten behoeve van:
Op de voorbereiding van een besluit tot het verlenen van een ontheffing dan wel het toepassen
van een wijzigingsbevoegdheid en voor zover in deze planregels wordt verwezen naar dit artikel is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.
in het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde in artikel 15.4, onder a en b uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan "Landgoed Middelblok en Ruimte voor Ruimte" van de gemeente Krimpenerwaard.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad der gemeente Krimpenerwaard, gehouden op
De griffier, De voorzitter,