direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Graafdijk-west 41, Molenaarsgraaf
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1927.BPgraafdijkw41MLN-VG01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Voor het loonwerkbedrijf aan de Graafdijk-west 41 te Molenaarsgraaf is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (7 september 2016, nr. 201509153/1/R4) het plandeel van bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom, 3e herziening reparatie' met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - loonwerkbedrijf' vernietigt. Reden voor vernietiging was de begripsbepaling voor 'loonwerkbedrijf' die alleen activiteiten ten behoeve van agrarische bedrijven toelaat. Het aanwezige loonbedrijf verleent diensten aan zowel agrarische bedrijven als aan niet-agrarische bedrijven.

De Afdeling heeft de raad van de gemeente Molenwaard verzocht om een nieuw besluit te nemen voor het betreffende plandeel. Voorliggend bestemmingsplan geeft invulling aan dit verzoek. Ten behoeve van de voorbereiding van het plan is nagegaan welke bedrijfsactiviteiten plaatsvinden op het perceel en in hoeverre deze activiteiten aanvaardbaar worden geacht. Doelstelling van dit bestemmingsplan is het positief bestemmen van het huidige loonwerkbedrijf zonder dat ruimere mogelijkheden worden geboden dan het huidige gebruik.

1.2 Ligging plangebied

Het plangebied ligt in het bebouwingslint aan Graafdijk-west tussen de kernen Bleskensgraaf en Gijbeland. In figuur 1.1 is het plangebied weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1927.BPgraafdijkw41MLN-VG01_0001.jpg"

Figuur 1.1 ligging plangebied (bron: Google Earth)

1.3 Vigerend bestemmingsplan

Na het besluit van de Raad van State tot het vernietigen van het gedeelte van het achterterrein van de Graafdijk-west 41 zoals dat was opgenomen in bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom, 3e herziening reparatie', geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom'. Dit bestemmingsplan is op 25 januari 2010 door de voormalige gemeente Graafstroom vastgesteld. Op het plangebied rust de bestemming 'Wonen' met de subbestemming 'Agrarische Loon- en Verhuurbedrijven (Al)'. Ingevolge artikel 1.52 van de planvoorschriften, is een loon(werk)bedrijf een bedrijf dat, voornamelijk met behulp van verplaatsbare werktuigen, diensten verleent aan agrarische bedrijven, hetzij in verband met de bodemcultuur, hetzij ter uitvoering van grondwerkzaamheden. In figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding opgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1927.BPgraafdijkw41MLN-VG01_0002.jpg"

Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingplan 'Buitengebied'

Tevens gelden enkele archeologische dubbelbestemmingen. Het grootste deel van het perceel is voorzien van een bouwvlak, met uitzondering van een smalle strook aan de zuidzijde. Voor het loonwerkbedrijf geldt een maximale vloeroppervlakte van 233 m2. Ten slotte zijn op het plangebied verschillende gebiedsaanduidingen van toepassing die betrekking hebben op een wijzigingsbevoegdheid voor nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf.

1.4 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is een beschrijving gegeven van het voorgenomen plan. In hoofdstuk 3 is het plan getoetst aan het voor het plan relevante ruimtelijke beleidskader. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op de sectorale aspecten waarna in hoofdstuk 5 de juridische plantoelichting is gegeven. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan beschreven.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

Voorgeschiedenis

In het bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom' wordt een onderscheid gemaakt tussen agrarische loonbedrijven en overige loonbedrijven. Het perceel Graafdijk-west 41 was van de subbestemming 'Agrarische Loon- en Verhuurbedrijven' voorzien, hetgeen niet overeen komt met de activiteiten van het aanwezige loonwerkbedrijf. Het aanwezige loonbedrijf verleent diensten zowel aan agrarische bedrijven als aan niet-agrarische bedrijven.

Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom 3e herziening' heeft het college aan de raad voorgesteld om de benaming 'agrarisch loonbedrijf' niet meer te gebruiken, maar in plaats daarvan de term 'loonbedrijf' te hanteren. Bij de vaststelling van het plan heeft de raad echter een amendement aangenomen dat erop neerkomt dat de raad het voorstel van het college niet overneemt. In de begripsbepalingen verwijst de definitie van 'loon(werk)bedrijf' nog steeds naar 'het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven'. Volgens de raad zouden de consequentie van het amendement niet kunnen worden overzien.

De Afdeling heeft aangegeven dat de raad zich bij het opstellen van het bestemmingsplan op de hoogte dient te stellen van de aard en omvang van bestaand gebruik, zodat een keuze gemaakt kan worden of, en zo ja welke regeling met betrekking tot het gebruik in het plan wordt opgenomen. Mede gelet op de voorgeschiedenis, had de benodigde informatie verzameld kunnen worden om de consequenties van een verruiming van de begripsomschrijving in beeld te krijgen. Met voorliggend bestemmingsplan gebeurt dit alsnog.

Huidige situatie

Achter het pand Graafdijk-west 41 in Molenaarsgraaf is het loon- en verhuurbedrijf P. Van Wijk jr. gevestigd. Het pand Graafdijk-west 41 bestaat uit een woonhuis en een aangebouwd café. Het café beschikt aan de voorzijde over een terras dat uitkijkt over veenstroom De Graafstroom. Voor het overige bestaat de lintbebouwing aan de zuidzijde van het kanaal voornamelijk uit woningen en kleinschalige bedrijvigheid. Aan de noordzijde van het kanaal bevinden zich tevens enkele agrarische bedrijven.

Het achterterrein is op de Graafdijk-west ontsloten door een toegangsweg ten oosten van het café. In figuur 2.1 is de huidige indeling van het terrein weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1927.BPgraafdijkw41MLN-VG01_0003.jpg"

Figuur 2.1 Ligging plangebied achter lintbebouwing Graafdijk-west

De activiteiten op het perceel Graafdijk-west 41 blijven voornamelijk beperkt tot het onderbrengen van het wagenpark van het loonbedrijf. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de aanwezige loods. Momenteel stalt de eigenaar zijn materieel elders vanwege het feit dat alleen agrarisch loonwerk is toegestaan. Het wagenpark wordt gebruikt ten behoeve van verhuur en voor het uitvoeren van grondverzetwerkzaamheden door het loonbedrijf zelf. Daardoor is het wagenpark ook vaak op locatie van de werkzaamheden aanwezig. De werkzaamheden worden in beginsel uitgevoerd voor agrarische bedrijven. Agrarische activiteiten kunnen echter niet jaarrond worden verricht. Om financieel rendabel te kunnen zijn worden de grondverzetwerkzaamheden daarom ook aangeboden aan particulieren en niet-agrarische bedrijven. Sporadisch is wat zand op het perceel aanwezig.

Toekomstige situatie

Ten opzichte van het huidige gebruik van het loonbedrijf is er geen sprake van een wijziging. In het voorliggende bestemmingsplan zijn geen ruimere ontwikkelingsmogelijkheden opgenomen. Er worden dan ook geen nieuwe gebouwen mogelijk gemaakt. De bedrijfsactiviteiten die zijn toegestaan (stalling en verhuur van machines) hebben in aanvulling op werkzaamheden voor agrarische bedrijven ook betrekking op de werkzaamheden die worden uitgevoerd voor niet-agrarische bedrijven en particulieren. De niet-agrarische activiteiten zijn vergelijkbaar met de activiteiten die voor agrarische bedrijven worden uitgevoerd in omvang en benodigd materieel. Het loonwerk heeft alleen betrekking op grondverzet, inclusief grondverzet ten behoeve van weg- en waterbouw. Het bedrijf houdt zich niet bezig met asfaltering van wegen, aanleg van treinrails of het realiseren van betonfundering.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) (maart 2012)

Het rijksbeleid voor de ruimtelijke ordening is vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In de SVIR, in werking getreden op 13 maart 2012, schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het Rijk laat de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies en kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk voor de resultaten. Deze belangen zijn vertaald in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Barro (voorheen AMvB Ruimte) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt niet alleen regels omtrent de 13 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en ruimte, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen.

Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro)

Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten standaard een aantal stappen zetten die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Ruimtelijke besluiten moeten aandacht besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (SER ladder). Bij de ladder moet de regionale behoefte aangetoond worden (trede 1), of deze behoefte in bestaand stedelijk gebied opgevangen kan worden (trede 2), en of de locatie multimodaal is of kan worden ontsloten (trede 3).

Toetsing rijksbeleid

In het bestemmingsplan wordt de huidige situatie vastgelegd. Er is geen sprake van ontwikkelruimte waardoor geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het kader van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Er zijn voor het plangebied geen rijksbelangen van toepassing.

3.2 Provinciaal en regionaal beleid

Visie Ruimte en Mobiliteit

De Visie ruimte en mobiliteit (VRM), vastgesteld op 9 juli 2014, geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. Hoofddoel van de VRM is het scheppen van voorwaarden voor een economisch krachtige regio. Dat betekent: ruimte bieden om te ondernemen, het mobiliteitsnetwerk op orde en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. De VRM bevat een nieuwe sturingsfilosofie. De kern daarvan is:

  • Ruimte bieden aan ontwikkelingen.
  • Aansluiten bij de maatschappelijke vraag naar woningen, bedrijfsterreinen, kantoren, winkels en mobiliteit.
  • Allianties aangaan met maatschappelijke partners.
  • Minder toetsen op regels en meer sturen op doelen.

In het VRM zijn vier thema's te onderscheiden;

  • 1. beter benutten en opwaarderen van wat er is;
  • 2. vergroten van de agglomeratiekracht;
  • 3. verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit;
  • 4. bevorderen van de transitie naar een water- en energie-efficiënte samenleving.

Programma Ruimte

Het strategisch ruimtelijk beleid zoals verwoord in de structuurvisie is operationeel vertaald in het Programma Ruimte. Dit programma verwijst naar de kwaliteitskaart, die bij ontwikkelingen buiten of grenzend aan het 'bestaand stads- en dorpsgebied' (BSD) gebruikt wordt als richtingskader. Hierbij is de inzet van de provincie, dat ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan het behoud en de versterking van de op deze kaart benoemde ruimtelijke kwaliteit.

Verordening Ruimte

De belangrijkste provinciale doelen uit de visie en het programma zijn vastgelegd in de Verordening Ruimte. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke plannen. De volgende artikelen zijn relevant voor de gewenste ontwikkeling:

Artikel 2.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking

Lid 1 Ladder voor duurzame verstedelijking

Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen:

  • a. de stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele behoefte, die zo nodig regionaal is afgestemd;
  • b. in die behoefte wordt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, of
  • c. indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt gebruik gemaakt van locaties die,
    • 1. gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld,
    • 2. passen in de doelstellingen en richtpunten van de kwaliteitskaart van de Visie ruimte en mobiliteit, waarbij artikel 2.2.1 van toepassing is, en
    • 3. zijn opgenomen in het Programma ruimte, voor zover het gaat om locaties groter dan 3 hectare.

Lid 2 Bestaand stads- en dorpsgebied

Onder bestaand stads- en dorpsgebied als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt verstaan: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing, met inbegrip van daartoe bouwrijp gemaakte terreinen, ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid (uitgezonderd glastuinbouw), detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.

Toetsing provinciaal en regionaal beleid

De lintbebouwing langs het kanaal is in de Visie Ruimte en Mobiliteit opgenomen in de bebouwde ruimte (zie figuur 3.1), maar is niet gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied zoals omschreven in lid 2 uit de Verordening Ruimte. Het betreft een gemengd dorpslint met aaneengesloten bebouwing waardoor vrijwel geen doorzicht meer is op het polderlandschap.

afbeelding "i_NL.IMRO.1927.BPgraafdijkw41MLN-VG01_0004.png" afbeelding "i_NL.IMRO.1927.BPgraafdijkw41MLN-VG01_0005.png"

Figuur 3.1 Visie Ruimte en Mobiliteit

Er wordt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. De bestaande situatie wordt vastgelegd, passend binnen het provinciale beleid waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen agrarisch verwante hulpbedrijven en bedrijven die geen binding hebben met het buitengebied.

3.3 Gemeentelijk beleid

Toekomstvisie Molenwaard

De Toekomstvisie van Molenwaard gaat uit van het vasthouden, ontwikkelen en stimuleren van de kernwaarden van het gebied. Vanuit historische tradities en landschappelijke kwaliteiten wordt gestreefd naar een comfortabele en veilige woon- en werkomgeving in een levend, groen en duurzaam landschap.

De gemeente beschrijft in de toekomstvisie de volgende doelstellingen voor werken:

  • werk en inkomen voor inwoners;
  • voldoende en het juiste type bedrijvigheid.

Vanwege het spanningsveld met de landschappelijke kwaliteiten van het gebied zet Molenwaard in op het begeleiden van bedrijven in hun ontwikkeling door middel van maatwerk en praktische oplossingen.

Toetsing gemeentelijk beleid

Met het toestaan van de huidige bedrijfsactiviteiten blijft het loonbedrijf behouden voor de gemeente Molenwaard. Binnen de bestaande lintbebouwing vindt reeds functiemenging plaats van wonen en werken. De gemeente wil deze kleinschalige bedrijvigheid in dorpslinten graag behouden omdat dit goed kan worden ingepast in dit soort landschappen. Het bestemmingsplan is in lijn met het gemeentelijk beleid zoals vastgelegd in de Toekomstvisie.

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

4.1 Inleiding

In dit hoofdstuk worden de voor dit bestemmingsplan relevante sectorale aspecten beschreven. Voor de meeste aspecten is deze toetsing beknopt uitgevoerd aangezien het huidige gebruik wordt vastgelegd. Het gebruik als agrarisch loonbedrijf was eerder vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied'. Toetsing richt zich daarom met name op de grondverzetactiviteiten voor niet-agrarische bedrijven.

4.2 Onderzoeken

Aspect   Beoordelingsaspect   Afweging  
mer-wetgeving   Is de ontwikkeling planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichting?   Dit bestemmingsplan is opgesteld om het huidige gebruik vast te leggen. Het betreft kleinschalige bedrijvigheid in een gemengd bebouwingslint. Het gebruik van de gronden verandert niet. Voor dit bestemmingsplan is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r.  
Bodemkwaliteit   Bodemkwaliteit dient voldoende te zijn voor de beoogde functie   In het vorige bestemmingsplan kent het plangebied de bestemming 'Wonen' met de functieaanduiding 'agrarisch loonbedrijf'. Er is geen sprake van een functiewijziging en er vinden geen bouwactiviteiten plaats. Bodemonderzoek is daarom niet noodzakelijk.  
Archeologie   Is er sprake van een verwachtingswaarde?   De archeologische regeling is overgenomen uit het bestemmingsplan 'Buitengebied'. Aangezien op het perceel geen bouwactiviteiten plaatsvinden, hoeft geen onderzoek te worden uitgevoerd.  
Cultuurhistorie   Is er sprake van cultuurhistorische waarden waarmee rekening moet worden gehouden?   Het betreft een bestaand loonbedrijf waarvoor ook de werkzaamheden aan niet-agrarische bedrijven worden mogelijk gemaakt. De functie zal worden uitgeoefend op het bestaande perceel en binnen de bestaande bebouwing. De aanvulling heeft daarom geen consequenties voor cultuurhistorische bebouwing of structuren in de omgeving.  
Water   Is wateradvies aangevraagd?   Er vinden geen wijzigingen in de inrichting van het plangebied plaats. Het huidige gebruik wordt voortgezet. Er zijn derhalve geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.  
Relatie met omliggende (bedrijfs)functies   Zijn er bedrijfsfuncties in de omgeving aanwezig/mogelijk?   Voorliggend bestemmingsplan biedt het bestaande loonbedrijf de mogelijkheid tevens diensten te verlenen aan niet-agrarische bedrijven. Het bedrijf concentreert zich specifiek op grondverzetwerkzaamheden en houdt zich niet bezig met asfaltering van wegen, aanleg van treinrails of het realiseren van betonfundering vanwege het benodigde materieel dat niet past bij de kleinschaligheid van het loonwerkbedrijf. Hierdoor verschillen de activiteiten van het bedrijf uit ruimtelijke oogpunt niet van de huidige activiteiten van een loonbedrijf dat enkel is gericht op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven zoals dat in het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Graafstroom' is toegestaan. Ter plaatse vindt stalling en verhuur van machines plaats. De milieubelasting door deze activiteiten is zeer beperkt. Voor een loonbedrijf (<=500 m2) ten behoeve van landbouw geldt conform de VNG-uitgave milieucategorie 2. Bedrijfsactiviteiten uit categorie 2 zijn op korte afstand van woningen toelaatbaar, zonder dat sprake is van onaanvaardbare milieuhinder.
In de VNG-uitgave is geen loonbedrijf opgenomen voor dienstverlening aan niet-agrarische bedrijven. Verwacht wordt, aangezien de activiteiten niet verschillen, dat sprake is van dezelfde milieuhinder als bij een loonbedrijf ten behoeve van landbouw. Ook aannemersbedrijven (<=1.000 m2) vallen bijvoorbeeld in categorie 2. Aangezien voorliggend plan is afgestemd op de bestaande bedrijfssituatie en geen mogelijkheden biedt voor nieuwe (potentieel hinderlijke) activiteiten, zal sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de omliggende woningen.  
Wegverkeerslawaai/ spoorweglawaai   Wordt voldaan aan het gestelde in de Wet geluidhinder?
Is sprake van een akoestisch aanvaardbaar klimaat in de bestaande en de nieuwe woningen?  
Aangezien geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden mogelijk gemaakt, is toetsing aan de normen van de Wet geluidhinder niet aan de orde.  
Verkeer   De ontwikkeling mag niet leiden tot een verslechtering van de doorstroming op de ontsluitende wegen.
De verkeersontsluiting moet goed zijn gewaarborgd.  
De verkeersontsluiting wijzigt niet. Ook zal het toestaan van diensten aan niet-agrarische bedrijven niet leiden tot een toename aan verkeer. Gebruik zal worden gemaakt van het materieel dat ook in de huidige situatie beschikbaar is. Het materieel staat vaak op locatie zodat het aantal vervoersbewegingen niet groot is.  
Luchtkwaliteit   Wordt voldaan aan de genoemde grenswaarden in de Wet luchtkwaliteit?   Het aantal verkeersbewegingen per etmaal zal niet toe- of afnemen ten opzichte van de huidige situatie. Het opnemen van de mogelijkheid om diensten te verlenen aan niet-agrarische bedrijven heeft daarom geen effect op de luchtkwaliteit.  
Ecologie   Is er sprake van significant negatieve effecten of aantasting, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen?   Er vinden geen grond-, bouw-, sloop- of kapwerkzaamheden plaats die kunnen leiden tot negatieve effecten op beschermde dier- en plantensoorten. Tevens worden er geen watergangen beïnvloedt.  
  Is er sprake van significant negatieve effecten op beschermde natuurgebieden als Natura 2000 gebieden en Natuurnetwerk Nederland (NNN)?   Aangezien sprake is van bestaande activiteiten die worden voortgezet, staat de Wet natuurbescherming uitvoering van het plan niet in de weg.  
Kabels en leidingen   Zijn er planologisch relevante leidingen en hoogspanningslijnen in de directe omgeving aanwezig?   Er zijn geen planologisch relevante leidingen in de directe omgeving aanwezig die van invloed zijn op de ontwikkeling.  

4.3 Eindconclusie

Op basis van de onderzochte informatie worden geen belemmeringen verwacht voor het bestaande loonwerkbedrijf dat naast de reeds toegestane activiteiten voor agrarische bedrijven ook werkzaamheden uitvoert voor niet-agrarische bedrijven. Na uitsluiting van werkzaamheden bestaande uit het asfalteren van wegen, de aanleg van treinrails of het realiseren van betonfundering, bestaan er geen ruimtelijke argumenten om onderscheid te maken.

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving

5.1 Aard van het bestemmingsplan

Voorliggend bestemmingsplan legt de huidige situatie vast. Er is geen ontwikkelruimte opgenomen waardoor het plan conserverend van aard is. De huidige bebouwing en de gewenste gebruiksmogelijkheden zijn gedetailleerd vastgelegd.

In het bestemmingsplan is gebruikgemaakt van de landelijke richtlijn Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Hierin zijn verplichtingen opgenomen ten aanzien van de opbouw en de presentatie van het bestemmingsplan. De verbeelding geeft informatie over de in acht te nemen bestemmingen. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels.

De in het plangebied aanwezige bestemming 'Wonen' bestaat uit twee vlakken: een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik is toegestaan. Het bouwvlak is over het algemeen een gebied dat op de verbeelding is aangeven waarvoor de mogelijkheden om gebouwen en overkappingen te bouwen in de regels zijn aangegeven. Eveneens is de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - loonwerkbedrijf' opgenomen voor het specifieke gebruik van de gronden als loonwerkbedrijf.

5.2 Uitleg van de planregels

In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de planregels. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:

  • 1. inleidende regels;
  • 2. bestemmingsregels;
  • 3. algemene regels;
  • 4. overgangs- en slotregels.

Deze worden hieronder toegelicht.

Inleidende regels

Begrippen (artikel 1)

De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Voor 'loonwerkbedrijf' is een nieuwe begripsbepaling opgenomen waarin duidelijk wordt geformuleerd dat enkel activiteiten zijn toegestaan gericht op grondverzet. Activiteiten zoals de asfaltering van wegen, de aanleg van treinrails of het realiseren van betonfundering zijn uitgesloten vanwege het benodigde materieel dat niet past bij de kleinschaligheid van het loonwerkbedrijf.

Wijze van meten (artikel 2)

Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

Bestemmingsregels

Het hoofdstuk bestemmingsregels bevat de regels die specifiek gelden voor de bestemmingen in dit plan. Hieronder volgt per bestemming een korte toelichting.

Wonen (artikel 3)

In deze bestemming is het gebruik van gronden voor wonen mogelijk. Dit in overeenstemming met de vigerende bestemming en de overige percelen aan het bebouwingslint. Bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, parkeervoorzieningen en ontsluiting van percelen zijn eveneens toegestaan. Door middel van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - loonwerkbedrijf' is het gebruik van de gronden ten behoeve van een loonwerkbedrijf mogelijk gemaakt. Een maximale vloeroppervlakte van 233 m2 is opgenomen in de bouwregels om de bestaande bebouwing vast te leggen.

Waarde - Archeologie 1/2 (artikel 4 & 5)

Ter bescherming van de archeologische waarden die mogelijk in het gebied voorkomen is voorzien in de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie'. Voor deze gronden geldt dat bouwen en een aantal genoemde werken en werkzaamheden waarbij archeologische waarden in het geding kunnen zijn slechts mogelijk zijn na voorafgaande toetsing door het bevoegd gezag aan de archeologische waarden.

Algemene regels

Artikel 6 & 7

In de algemene regels zijn aanvullende regels opgenomen met betrekking tot bouwen en gebruik. Daarnaast bevatten de algemene regels een bepaling over de werking van wettelijke regelingen.

Overgangs- en slotregels

Artikel 8 & 9

In artikel 3.2.1 Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt de citeerwijze van de regels van het plan voorgeschreven.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden vastgesteld welke kosten de gemeente en de initiatiefnemer op zich neemt. De gemeente heeft hierbij de onderzoeksverplichting om de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan te toetsen. Aangezien er in het plan geen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden maar enkel de bestaande situatie planologisch wordt vastgelegd naar aanleiding van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het ontwerpbestemmingsplan heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen. Binnen de gestelde termijn is één zienswijze ontvangen. De zienswijze is derhalve ontvankelijk. De zienswijze is samengevat en beantwoord in de 'Nota zienswijzen'. Deze nota is opgenomen in bijlage 1. De zienswijze heeft niet geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan.