direct naar inhoud van Artikel 16 Leiding - Hoogspanningsverbinding
Plan: N470 2012
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1926.bp000120037-4001

Artikel 16 Leiding - Hoogspanningsverbinding

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een bovengrondse 380 kV hoogspanningsverbinding met daarbij behorende voorzieningen.

16.2 Bouwregels

Voor het bouwen op en in de gronden als bedoeld in lid 16.1, gelden de volgende bepalingen:

  • a. ten behoeve van de hoogspanningsverbinding mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels:
    • 1. de bouwhoogte van hoogspanningsmasten mag niet meer dan 60 m bedragen;
    • 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 2 m bedragen;
  • b. ten behoeve van de andere, daar voorkomende bestemmingen mag, met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte en de bouwhoogte niet worden vergroot, en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
16.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 16.2, onder b, ten behoeve van het bouwen overeenkomstig de desbetreffende andere bestemming van deze gronden, mits:

  • a. hierdoor geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding en
  • b. ter zake daarvan vooraf schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder is ingewonnen, waartoe deze gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld.
16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
16.4.1 Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de gronden als bedoeld in lid 16.1, de hierna aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen van beplantingen en bomen;
  • b. het ophogen en afgraven van gronden;
  • c. het permanent opslaan van goederen.
16.4.2 Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht

Het in sublid 16.4.1vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden:

  • a. in het kader van het normale beheer en onderhoud betreffende de hoogspanningsverbinding of betreffende de andere daar voorkomende bestemmingen;
  • b. waarmee op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan:
    • 1. is begonnen, voor zover daarvoor tot dat tijdstip geen omgevingsvergunning was vereist;
    • 2. is of mag worden begonnen krachtens een verleende omgevingsvergunning.
16.4.3 Toelaatbaarheid van werken of werkzaamheden

Een vergunning als bedoeld in sublid 16.4.1, kan slechts worden verleend:

  • a. indien door de uitvoering daarvan geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding, en
  • b. ter zake daarvan vooraf schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder is ingewonnen, waartoe deze gedurende drie weken in de gelegenheid is gesteld.